Deel XXI · Over den VerlosserOver de Verlosser
P. III, q. 27–59 · Antwerpen, Geloofsverdediging, 1934 (q. 27–45) en 1936 (q. 46–59)
- Kw. 27 Over de heiliging der H. MaagdOver de heiliging van de H. Maagd
- Art. 1 Is de H. Maagd geheiligd, vóórdat zij uit den moederschoot geboren werd?Is de H. Maagd geheiligd, vóórdat zij uit de moederschoot geboren werd?
- Art. 2 Werd de H. Maagd geheiligd, vóórdat zij de menschelijke ziel ontvangen had?Werd de H. Maagd geheiligd, vóórdat zij de menselijke ziel ontvangen had?
- Art. 3 Werd de H. Maagd gezuiverd van de besmetting van den zonde-haard?Werd de H. Maagd gezuiverd van de besmetting van de zonde-haard?
- Art. 4 Werd de H. Maagd door de heiliging in den moederschoot gevrijwaard voor iedere persoonlijke zonde?Werd de H. Maagd door de heiliging in de moederschoot gevrijwaard voor iedere persoonlijke zonde?
- Art. 5 Verkreeg de H. Maagd door de heiliging in den moederschoot de volheid der genaden?Verkreeg de H. Maagd door de heiliging in de moederschoot de volheid van de genaden?
- Art. 6 Was het, behalve aan Christus, iets geheel eigens aan de H. Maagd in den moederschoot geheiligd te worden?Was het, behalve aan Christus, iets geheel eigens aan de H. Maagd in de moederschoot geheiligd te worden?
- Kw. 28 Over de maagdelijkheid der Moeder GodsOver de maagdelijkheid van de Moeder Gods
- Kw. 29 Over de verloving der Moeder GodsOver de verloving van de Moeder Gods
- Kw. 30 Over de boodschap des engels aan de H. MaagdOver de boodschap van de engel aan de H. Maagd
- Art. 1 Was het noodzakelijk, dat aan de H. Maagd werd geboodschapt hetgeen in haar voltrokken moest worden?
- Art. 2 Moest deze boodschap aan de H. Maagd worden overgebracht door een engel?
- Art. 3 Moest de boodschappende engel zoo aan de H. Maagd verschijnen, dat zij hem met de oogen haars lichaams kon zien?Moest de boodschappende engel zo aan de H. Maagd verschijnen, dat zij hem met de ogen haars lichaams kon zien?
- Art. 4 Geschiedde de boodschap des engels in de passende volgorde?Geschiedde de boodschap van de engel in de passende volgorde?
- Kw. 31 Over de stof, waaruit Christus' Lichaam ontvangen werd
- Art. 1 Is Christus' Lichaam ontleend aan Adam?
- Art. 2 Heeft Christus zijn Vleesch ontleend aan het zaad van David?Heeft Christus zijn Vlees ontleend aan het zaad van David?
- Art. 3 Is Christus' stamboom wel behoorlijk door de Evangelisten opgesteld?
- Art. 4 Moest de materie voor Christus' Lichaam genomen worden uit een vrouw?
- Art. 5 Werd Christus' Lichaam gevormd uit het zuiverste bloed der Maagd?Werd Christus' Lichaam gevormd uit het zuiverste bloed van de Maagd?
- Art. 6 Was Christus' Lichaam naar iets bepaald aanwijsbaars in Adam en in de overige voorvaderen aanwezig?
- Art. 7 Was Christus' Lichaam in de voorvaderen besmet door de zonde?
- Art. 8 Heeft Christus in de lendenen van Abraham tienden betaald?
- Kw. 32 Over het actieve beginsel, dat Christus' ontvangenis bewerkte
- Art. 1 Moet het tot stand doen komen van Christus' ontvangenis worden toegeschreven aan den H. Geest ?Moet het tot stand doen komen van Christus' ontvangenis worden toegeschreven aan de H. Geest?
- Art. 2 Moet men zeggen, dat Christus ontvangen is van den H. Geest ?Moet men zeggen, dat Christus ontvangen is van de H. Geest?
- Art. 3 Moet men zeggen, dat de H. Geest de Vader was van Christus naar zijn menschheid?Moet men zeggen, dat de H. Geest de Vader was van Christus naar zijn mensheid?
- Art. 4 Heeft de H. Maagd actief iets verricht bij de ontvangenis van Christus' lichaam?
- Kw. 33 Over de wijze en volgorde van Christus' ontvangenis
- Art. 1 Is Christus' lichaam op het eerste oogenblik der ontvangenis gevormd?Is Christus' lichaam op het eerste ogenblik van de ontvangenis gevormd?
- Art. 2 Werd Christus' lichaam in het eerste oogenblik der ontvangenis bezield?Werd Christus' lichaam in het eerste ogenblik van de ontvangenis bezield?
- Art. 3 Werd Christus' lichaam reeds in het eerste oogenblik zijner ontvangenis door het Woord aangenomen?Werd Christus' lichaam reeds in het eerste ogenblik van zijn ontvangenis door het Woord aangenomen?
- Art. 4 Was Christus' ontvangenis natuurlijk?
- Kw. 34 Over de volmaaktheid van het ontvangen kind
- Art. 1 Werd Christus op het eerste oogenblik zijner ontvangenis geheiligd?Werd Christus op het eerste ogenblik van zijn ontvangenis geheiligd?
- Art. 2 Bezat Christus als mensch op het eerste oogenblik zijner ontvangenis het gebruik van zijn vrijen wil?Bezat Christus als mens op het eerste ogenblik van zijn ontvangenis het gebruik van zijn vrijen wil?
- Art. 3 Kon Christus op het eerste oogenblik zijner ontvangenis verdienen?Kon Christus op het eerste ogenblik van zijn ontvangenis verdienen?
- Art. 4 Bezat Christus op het eerste oogenblik zijner ontvangenis op volmaakte wijze de aanschouwing?Bezat Christus op het eerste ogenblik van zijn ontvangenis op volmaakte wijze de aanschouwing?
- Kw. 35 Over Christus' geboorte
- Art. 1 Komt het geboren worden meer aan de natuur toe dan aan den persoon ?Komt het geboren worden meer aan de natuur toe dan aan de persoon?
- Art. 2 Moet aan Christus een geboorte in den tijd worden toegeschreven?Moet aan Christus een geboorte in de tijd worden toegeschreven?
- Art. 3 Kan de H. Maagd op grond van Christus' geboorte in den tijd Moeder Gods genoemd worden ?Kan de H. Maagd op grond van Christus' geboorte in de tijd Moeder Gods genoemd worden?
- Art. 4 Moet de H. Maagd Moeder Gods worden genoemd ?Moet de H. Maagd Moeder Gods worden genoemd?
- Art. 5 Zijn er in Christus twee zoonschappen ?Zijn er in Christus twee zoonschappen?
- Art. 6 Werd Christus zonder barensweeën geboren?
- Art. 7 Had Christus in Bethlehem moeten geboren worden?
- Art. 8 Werd Christus op den gepasten tijd geboren?Werd Christus op de gepaste tijd geboren?
- Kw. 36 Over de bekendmaking van Christus' geboorte
- Art. 1 Moest Christus' geboorte aan allen bekend zijn?
- Art. 2 Moest Christus' geboorte aan sommigen bekend gemaakt worden?
- Art. 3 Zijn voor degenen, waaraan Christus' geboorte bekend gemaakt is, de geschikte personen uitgekozen?
- Art. 4 Had Christus zijn eigen geboorte moeten bekend maken?
- Art. 5 Moest Christus' geboorte door de engelen en een ster bekend gemaakt worden?
- Art. 6 Hebben de openbaringen van Christus' geboorte in passende volgorde plaats gehad?
- Art. 7 Was de ster, die aan de Wijzen verschenen is, een der hemelsterren?Was de ster, die aan de Wijzen verschenen is, een van de hemelsterren?
- Art. 8 Is het wel passend geweest, dat de Wijzen Christus zijn komen aanbidden en vereeren?Is het wel passend geweest, dat de Wijzen Christus zijn komen aanbidden en vereren?
- Kw. 37 Over de besnijdenis van Christus en over de andere wettelijke voorschriften, die men het kind Christus liet nakomen
- Art. 1 Had Christus besneden moeten worden?
- Art. 2 Was het wel passend, dat men Christus een naam gegeven heeft?
- Art. 3 Paste het wel, dat Christus in den tempel werd opgedragen?Paste het wel, dat Christus in de tempel werd opgedragen?
- Art. 4 Behoorde de Moeder Gods wel op te gaan naar den tempel om gezuiverd te worden ?Behoorde de Moeder Gods wel op te gaan naar de tempel om gezuiverd te worden?
- Kw. 38 Over het doopsel van JoannesOver het doopsel van Johannes
- Art. 1 Was het wel passend, dat Joannes doopte?Was het wel passend, dat Johannes doopte?
- Art. 2 Kwam Joannes' doopsel van God?Kwam Johannes' doopsel van God?
- Art. 3 Werd in het doopsel van Joannes genade medegedeeld ?Werd in het doopsel van Johannes genade medegedeeld?
- Art. 4 Had alleen Christus met het doopsel van Joannes moeten gedoopt worden ?Had alleen Christus met het doopsel van Johannes moeten gedoopt worden?
- Art. 5 Had het doopsel van Joannes niet moeten ophouden, nadat Christus er mee gedoopt was?Had het doopsel van Johannes niet moeten ophouden, nadat Christus er mee gedoopt was?
- Art. 6 Moesten degenen die gedoopt waren met het doopsel van Joannes, gedoopt worden met het doopsel van Christus?Moesten degenen die gedoopt waren met het doopsel van Johannes, gedoopt worden met het doopsel van Christus?
- Kw. 39 Over den doop van ChristusOver de doop van Christus
- Art. 1 Behoorde Christus wel gedoopt te worden?
- Art. 2 Betaamde het wel, dat Christus met het doopsel van Joannes gedoopt werd ?Betaamde het wel, dat Christus met het doopsel van Johannes gedoopt werd?
- Art. 3 Is Christus op den geschikten tijd gedoopt geworden?Is Christus op de geschikte tijd gedoopt geworden?
- Art. 4 Had Christus in den Jordaan gedoopt moeten worden?Had Christus in de Jordaan gedoopt moeten worden?
- Art. 5 Moesten de hemelen zich openen, toen Christus gedoopt was?
- Art. 6 Is het wel passend wat er gezegd wordt, dat de Heilige Geest op Christus, nà diens doop, onder de gedaante van een duif neerdaalde?
- Art. 7 Was de duif, waarin de Heilige Geest verscheen, een werkelijk dier?
- Art. 8 Was het wel passend, dat nà Christus' doop, de stem van den Vader gehoord werd om voor den Zoon te getuigen?Was het wel passend, dat nà Christus' doop, de stem van de Vader gehoord werd om voor de Zoon te getuigen?
- Kw. 40 Over Christus' levenswijze
- Art. 1 Had Christus met de menschen om moeten gaan of had Hij een kluizenaarsleven moeten leiden?Had Christus met de mensen om moeten gaan of had Hij een kluizenaarsleven moeten leiden?
- Art. 2 Behoorde Christus wel een streng leven te leiden in deze wereld?
- Art. 3 Had Christus in deze wereld een arm leven moeten leiden?
- Art. 4 Heeft Christus volgens de wet geleefd?
- Kw. 41 Over de bekoring van Christus
- Art. 1 Was het wel passend dat Christus bekoord werd?
- Art. 2 Moest Christus in de woestijn bekoord worden?
- Art. 3 Had de bekoring van Christus plaats moeten hebben nà zijn vasten?
- Art. 4 Is de wijze en de volgorde der bekoringen wel goed geweest?Is de wijze en de volgorde van de bekoringen wel goed geweest?
- Kw. 42 Over Christus' leer
- Art. 1 Had Christus, niet alleen voor de Joden, maar ook voor de heidenen moeten prediken?
- Art. 2 Had Christus voor de Joden moeten preeken, zonder hen aanstoot te geven?Had Christus voor de Joden moeten preken, zonder hen aanstoot te geven?
- Art. 3 Had Christus alles in het openbaar moeten leeren?Had Christus alles in het openbaar moeten leren?
- Art. 4 Had Christus zijn leer op schrift moeten stellen?
- Kw. 43 Over de wonderen welke door Christus verricht zijn in het algemeen
- Kw. 44 Over de verschillende soorten van wonderen in het bizonder
- Art. 1 Waren de wonderen, die Christus in de geestenwereld verricht heeft wel gepast?
- Art. 2 Was het wel passend, dat Christus wonderen voortbracht in de hemellichamen?
- Art. 3 Was het wel passend, dat Christus in de menschen wonderen gedaan heeft?Was het wel passend, dat Christus in de mensen wonderen gedaan heeft?
- Art. 4 Of de wonderen, die Christus in de redelooze schepselen gedaan heeft wel goed zijn geweest.Of de wonderen, die Christus in de redeloze schepselen gedaan heeft wel goed zijn geweest.
- Kw. 45 Over de gedaanteverandering van Christus
- Art. 1 Was het passend, dat Christus van gedaante veranderd werd?
- Art. 2 Was die heerlijkheid de heerlijkheid der glorie ?Was die heerlijkheid de heerlijkheid van de glorie?
- Art. 3 Zijn bij de gedaanteverandering wel de gepaste getuigen opgevoerd?
- Art. 4 Is er wel voldoende reden voor aan te geven, waarom het getuigenis van de stem des Vaders er nog bij kwam, zeggende: « Deze is mijn geliefde Zoon »?Is er wel voldoende reden voor aan te geven, waarom het getuigenis van de stem van de Vader er nog bij kwam, zeggende: “Deze is mijn geliefde Zoon”?
- Kw. 46 Over het lijden van Christus
- Art. 1 Was het voor de bevrijding van het menschelijk geslacht noodzakelijk, dat Christus leed?Was het voor de bevrijding van het menselijk geslacht noodzakelijk, dat Christus leed?
- Art. 2 Was er een andere wijze mogelijk, om den mensch te verlossen, dan door het lijden van Christus?Was er een andere wijze mogelijk, om de mens te verlossen, dan door het lijden van Christus?
- Art. 3 Bestond er een meer passende manier om het menschelijk geslacht te verlossen, dan door het lijden van Christus?Bestond er een meer passende manier om het menselijk geslacht te verlossen, dan door het lijden van Christus?
- Art. 4 Moest Christus aan een kruis lijden?
- Art. 5 Heeft Christus alle lijden verduurd?
- Art. 6 Was het lijden van Christus grooter dan alle lijden?Was het lijden van Christus groter dan alle lijden?
- Art. 7 Heeft Christus geleden met heel zijn ziel?
- Art. 8 Smaakte de geheele ziel van Christus bij zijn lijden de zalige genieting?Smaakte de gehele ziel van Christus bij zijn lijden de zalige genieting?
- Art. 9 Is Christus op een geschikten tijd gestorven?
- Art. 10 Heeft Christus op een passende plaats geleden?
- Art. 11 Was het passend dat Christus met roovers gekruisigd werd?Was het passend dat Christus met rovers gekruisigd werd?
- Art. 12 Moet het lijden van Christus toegeschreven worden aan zijn Godheid?
- Kw. 47 Over de uitwerkende oorzaak van Christus' lijden
- Art. 1 Werd Christus door anderen gedood of door zichzelf?
- Art. 2 Is Christus uit gehoorzaamheid gestorven?
- Art. 3 Leverde God de Vader Christus over aan het lijden?
- Art. 4 Was het passend, dat Christus leed door toedoen der heidenen?Was het passend, dat Christus leed door toedoen van de heidenen?
- Art. 5 Hebben de vervolgers van Christus Hem gekend?
- Art. 6 Was de zonde van hen, die Christus kruisigden, de zwaarste?
- Kw. 48 Over de wijze van Christus' lijden, wat zijn uitwerking betreft
- Art. 1 Heeft het lijden van Christus ons heil bewerkt bij wijze van verdienste?
- Art. 2 Heeft het lijden van Christus ons heil bewerkt bij wijze van voldoening ?Heeft het lijden van Christus ons heil bewerkt bij wijze van voldoening?
- Art. 3 Werkte het lijden van Christus bij wijze van sacrificie?
- Art. 4 Heeft Christus' lijden ons heil bewerkt bij wijze van loskooping?Heeft Christus' lijden ons heil bewerkt bij wijze van loskoping?
- Art. 5 Is het verlosser-zijn het eigene van Christus?
- Art. 6 Heeft het lijden van Christus ons heil veroorzaakt op uitwerkende wijze?
- Kw. 49 Over de gevolgen van Christus' lijden
- Art. 1 Zijn wij door het lijden van Christus verlost?
- Art. 2 Zijn wij door het lijden van Christus verlost uit de macht van den duivel?Zijn wij door het lijden van Christus verlost uit de macht van de duivel?
- Art. 3 Zijn de menschen door het lijden van Christus bevrijd van de zondestraf?Zijn de mensen door het lijden van Christus bevrijd van de zondestraf?
- Art. 4 Zijn wij door het lijden van Christus met God verzoend?
- Art. 5 Heeft Christus door zijn lijden ons de deur van den hemel geopend?Heeft Christus door zijn lijden ons de deur van de hemel geopend?
- Art. 6 Verdiende Christus door zijn lijden verheven te worden?
- Kw. 50 Over den dood van ChristusOver de dood van Christus
- Art. 1 Was het passend dat Christus stierf?
- Art. 2 Werd bij den dood van Christus zijn Godheid van zijn vleesch gescheiden?Werd bij de dood van Christus zijn Godheid van zijn vlees gescheiden?
- Art. 3 Werd bij den dood van Christus de Godheid van zijn ziel gescheiden?Werd bij de dood van Christus de Godheid van zijn ziel gescheiden?
- Art. 4 Was Christus mensch in de drie dagen van zijn dood?Was Christus mens in de drie dagen van zijn dood?
- Art. 5 Was het lichaam van den levenden en den gestorven Christus numeriek hetzelfde?Was het lichaam van de levenden en de gestorven Christus numeriek hetzelfde?
- Art. 6 Heeft de dood van Christus iets uitgewerkt tot ons heil?
- Kw. 51 Over Christus' begrafenis
- Kw. 52 Over Christus' nederdaling ter helle
- Art. 1 Was het passend, dat Christus nederdaalde ter helle?
- Art. 2 Is Christus afgedaald naar de hel der verdoemden?Is Christus afgedaald naar de hel van de verdoemden?
- Art. 3 Was Christus geheel in de hel?
- Art. 4 Heeft Christus zich eenigen tijd opgehouden in de hel?Heeft Christus zich enigen tijd opgehouden in de hel?
- Art. 5 Heeft Christus door zijn afdalen naar de hel de heilige vaders daaruit verlost?
- Art. 6 Heeft Christus eenige verdoemden uit de hel bevrijd?Heeft Christus enige verdoemden uit de hel bevrijd?
- Art. 7 Zijn de kinderen, die met de erfzonde gestorven waren, door Christus bevrijd?
- Art. 8 Heeft Christus door zijn afdalen de zielen uit het vagevuur verlost?
- Kw. 53 Over Christus' verrijzenis
- Kw. 54 Over de hoedanigheid van den verrijzenden ChristusOver de hoedanigheid van de verrijzende Christus
- Art. 1 Bezat Christus na zijn verrijzenis een echt lichaam?
- Art. 2 Is het lichaam van Christus ongeschonden verrezen?
- Art. 3 Is het lichaam van Christus glorierijk verrezen?
- Art. 4 Moest het lichaam van Christus met zijn wondeteekenen verrijzen?Moest het lichaam van Christus met zijn wondetekenen verrijzen?
- Kw. 55 Over de bekendmaking der verrijzenisOver de bekendmaking van de verrijzenis
- Art. 1 Moest Christus' verrijzenis aan allen geopenbaard worden?
- Art. 2 Zou het passend geweest zijn, als de leerlingen Christus hadden zien verrijzen?
- Art. 3 Moest Christus na zijn verrijzenis voortdurend met zijn leerlingen omgaan?
- Art. 4 Moest Christus in een andere gedaante aan zijn leerlingen verschijnen?
- Art. 5 Moest Christus de echtheid zijner verrijzenis met bewijzen staven?Moest Christus de echtheid van zijn verrijzenis met bewijzen staven?
- Art. 6 Toonden de argumenten, die Christus aanvoerde, voldoende zijn verrijzenis aan?
- Kw. 56 Over de oorzakelijkheid van Christus' verrijzenis
- Art. 1 Is de verrijzenis van Christus oorzaak van de verrijzenis der lichamen?Is de verrijzenis van Christus oorzaak van de verrijzenis van de lichamen?
- Art. 2 Is de verrijzenis van Christus oorzaak van de verrijzenis der zielen.Is de verrijzenis van Christus oorzaak van de verrijzenis van de zielen.
- Kw. 57 Over de hemelvaart van Christus
- Art. 1 Was het passend, dat Christus opsteeg?
- Art. 2 Kwam het Christus naar zijn goddelijke natuur toe ten hemel op te stijgen?
- Art. 3 Steeg Christus op uit eigen kracht?
- Art. 4 Steeg Christus op boven alle hemelen?
- Art. 5 Steeg het lichaam van Christus boven elk geestelijk schepsel?
- Art. 6 Is de hemelvaart van Christus oorzaak van ons heil?
- Kw. 58 Over het zitten van Christus aan de rechterhand des VadersOver het zitten van Christus aan de rechterhand van de Vader
- Art. 1 Komt het Christus toe te zitten aan de rechterhand van God den Vader?Komt het Christus toe te zitten aan de rechterhand van God de Vader?
- Art. 2 Komt het zitten aan Gods rechterhand aan Christus toe in zooverre Hij God is?Komt het zitten aan Gods rechterhand aan Christus toe in zoverre Hij God is?
- Art. 3 Komt het zitten aan Gods rechterhand aan Christus toe als mensch?Komt het zitten aan Gods rechterhand aan Christus toe als mens?
- Art. 4 Is het zitten aan de rechterhand des Vaders het eigene van Christus?Is het zitten aan de rechterhand van de Vader het eigene van Christus?
- Kw. 59 Over de oordeelsmacht van Christus
- Art. 1 Moet de oordeelsmacht in het bijzonder aan Christus worden toegekend?
- Art. 2 Komt de oordeelsmacht aan Christus toe, in zoover Hij mensch is?Komt de oordeelsmacht aan Christus toe, in zover Hij mens is?
- Art. 3 Heeft Christus de oordeelsmacht ontvangen uit verdienste?
- Art. 4 Komt aan Christus de oordeelsmacht toe met betrekking tot alle menschelijke dingen?Komt aan Christus de oordeelsmacht toe met betrekking tot alle menselijke dingen?
- Art. 5 Is er na het oordeel, dat in dezen tijd wordt uitgeoefend nog een ander te wachten?Is er na het oordeel, dat in deze tijd wordt uitgeoefend nog een ander te wachten?
- Art. 6 Strekt de oordeelsmacht van Christus zich uit tot de engelen?