De Beatae Mariae Virginis annuntiatione
Over de boodschap des engels aan de H. MaagdOver de boodschap van de engel aan de H. Maagd
78Deinde considerandum est de annuntiatione Beatae Virginis.
78Vervolgens moeten we de boodschap des engels aan de H. Maagd behandelen.78Vervolgens moeten we de boodschap van de engel aan de H. Maagd behandelen.
Et circa hoc quaeruntur quatuor: 1. Utrum conveniens fuerit ei annuntiari, quod in ea generandum erat. — 2. Per quem erat ei annuntiandum. — 3. Per quem modum ei annuntiari debebat. — 4. De ordine annuntiationis.
Hierover stellen wij vier vragen : 1. Betaamde het, dat aan haar werd geboodschapt, dat in haar moest worden voortgebracht? 2. Door wien moest dit haar worden geboodschapt? 3. Hoe moest het haar worden geboodschapt? 4. Over de volgorde dezer boodschap.Hierover stellen wij vier vragen: 1. Betaamde het, dat aan haar werd geboodschapt, dat in haar moest worden voortgebracht? 2. Door wie moest dit haar worden geboodschapt? 3. Hoe moest het haar worden geboodschapt? 4. Over de volgorde van deze boodschap.
Utrum necessarium fuerit annuntiari B. Virgini, quod in ea erat generandum
Was het noodzakelijk, dat aan de H. Maagd werd geboodschapt hetgeen in haar voltrokken moest worden?
Ad primum sic proceditur. Videtur, quod non fuerit necessarium B. 79Virgini annuntiari, quod in ea fiendum erat: annuntiatio enim ad hoc solum necessaria esse videbatur, ut Virginis consensus haberetur. Sed consensus ejus non videtur necessarius fuisse, quia conceptus Virginis praenuntiatus fuit prophetia praedestinationis, « quae sine nostro completur arbitrio », ut dicit quaedam Gloss. Matth. 1. v. 22 [ord. sup. illud: Ut adimpleretur quod dictum est, etc.]. Non ergo necessarium fuit, quod talis annuntiatio fieret.
Bedenkingen. — Naar men beweert, was het onnoodig, dat 79aan de H. Maagd geboodschapt werd, hetgeen in haar voltrokken moest worden. — 1. Want de boodschap zou uitsluitend noodig zijn geweest, om de instemming der H. Maagd te verkrijgen. Maar haar instemming was, naar het schijnt, niet noodzakelijk, omdat het ontvangen der H. Maagd voorspeld was door de profetie der voorbestemming, en deze wordt onafhankelijk van onzen vrijen wil vervuld, zooals een Glosse (op Mattheus, 1, 22) zegt. Derhalve was het onnoodig, dat een dergelijke boodschap geschiedde.Bedenkingen. — Naar men beweert, was het onnodig, dat 79aan de H. Maagd geboodschapt werd, hetgeen in haar voltrokken moest worden. — 1. Want de boodschap zou uitsluitend nodig zijn geweest, om de instemming van de H. Maagd te verkrijgen. Maar haar instemming was, naar het schijnt, niet noodzakelijk, omdat het ontvangen van de H. Maagd voorspeld was door de profetie van de voorbestemming, en deze wordt onafhankelijk van onze vrije wil vervuld, zoals een Glosse (op Matteüs, 1, 22) zegt. Derhalve was het onnodig, dat een dergelijke boodschap geschiedde.
2. Praeterea, B. Virgo incarnationis fidem habebat, sine qua nullus esse poterat in statu salutis, quia, ut dicitur Rom. 3. [v. 22]: « Justitia Dei per fidem Jesu Christi in omnes ». Sed de eo quod aliquis per certitudinem credit, non indiget ulterius instrui. Ergo B. Virgini non fuit necessarium, ut ei incarnatio Filii Dei annuntiaretur.
2. De H. Maagd geloofde in de Menschwording, want zonder dit geloof kon niemand in staat van genade zijn, omdat « de gerechtigheid Gods is door het geloof in Jezus Christus », zooals in den Romeinen-brief (3, 22) geleerd wordt. Maar betreffende datgene, wat iemand reeds met zekerheid gelooft, behoeft hij niet nader onderricht te worden. Derhalve was het onnoodig, dat haar de Menschwording van den Zoon werd medegedeeld.2. De H. Maagd geloofde in de Menswording, want zonder dit geloof kon niemand in staat van genade zijn, omdat “de gerechtigheid Gods is door het geloof in Jezus Christus”, zoals in de Romeinen-brief (3, 22) geleerd wordt. Maar betreffende datgene, wat iemand reeds met zekerheid gelooft, behoeft hij niet nader onderricht te worden. Derhalve was het onnodig, dat haar de Menswording van de Zoon werd medegedeeld.
3. Praeterea, sicut B. Virgo corporaliter Christum concepit, ita et quaelibet sancta anima concipit ipsum spiritualiter; unde Apostolus dicit Gal. 4. [v. 19].: « Filioli mei, quos iterum parturio, donec formetur Christus in vobis ». Sed illis, qui spiritualiter debent Christum concipere, 80talis conceptio non annuntiatur. Ergo nec B. Virgini fuit annuntiandum, quod esset in utero conceptura Filium Dei.
3. Gelijk de H. Maagd den Christus lichamelijk ontving, zoo ontvangt elke ziel, die in staat van genade is, Hem geestelijk; daarvandaan zegt de Apostel in zijn Brief aan de Galaten (4, 19) : « Mijn kinderkens, voor wie ik opnieuw barensweeën moet lijden, eer Christus in u is gevormd ». Welnu, aan hen, die Hem geestelijk moeten ontvangen, wordt een dergelijke ontvangenis niet 80aangekondigd. Derhalve moest ook aan de H. Maagd niet worden aangekondigd, dat zij Gods Zoon in haar schoot zou ontvangen.3. Gelijk de H. Maagd de Christus lichamelijk ontving, zo ontvangt elke ziel, die in staat van genade is, Hem geestelijk; daarvandaan zegt de Apostel in zijn Brief aan de Galaten (4, 19): “Mijn kinderkens, voor wie ik opnieuw barensweeën moet lijden, eer Christus in u is gevormd”. Welnu, aan hen, die Hem geestelijk moeten ontvangen, wordt een dergelijke ontvangenis niet 80aangekondigd. Derhalve moest ook aan de H. Maagd niet worden aangekondigd, dat zij Gods Zoon in haar schoot zou ontvangen.
Sed contra est, quod habetur Luc. 1. [v. 31] quod Angelus dixit ei: « Ecce concipies in utero, et paries filium ».
Daartegenover staat echter hetgeen we lezen bij Lucas (1, 31), dat de engel tot haar zeide: « Zie, gij zult in uwen schoot ontvangen en een zoon baren ».Daartegenover staat echter hetgeen we lezen bij Lukas (1, 31), dat de engel tot haar zeide: “Zie, gij zult in uw schoot ontvangen en een zoon baren”.
Respondeo dicendum, quod congruum fuit B. Virgini annuntiari, quod esset Christum conceptura: primo quidem, ut servaretur congruus ordo conjunctionis Filii Dei ad Virginem; ut scilicet prius mens ejus de ipso instrueretur, quam carne eum conciperet: unde Augustinus dicit in lib. de Virginitate [cap. 3.] : « Beatior est Maria percipiendo fidem Christi, quam concipiendo carnem Christi ». Et postea subdit: « Materna propinquitas nihil Mariae profuisset, nisi felicius Christum corde, quam carne gestasset ». Secundo, ut posset esse certior testis hujus sacramenti, quando super hoc divinitus erat instructa. Tertio, ut voluntaria sui obsequii munera 81Deo offerret, ad quod se promptam obtulit dicens: Ecce ancilla Domini. Quarto, ut ostenderetur esse quoddam spirituale matrimonium inter Filium Dei et humanam naturam. Et ideo per annuntiationem expectabatur consensus Virginis loco totius humanae naturae.
Leerstelling. — Het was passend, dat aan de H. Maagd geboodschapt werd, dat zij den Christus zou ontvangen. En wel : 1e, om de juiste orde in de verbinding van den Zoon Gods met de H. Maagd te bewaren, opdat nl. eerst haar geest over Hem zou worden ingelicht, alvorens zij Hem in haar vleesch zou ontvangen. Vandaar, dat Augustinus in zijn werk Over de Maagdelijkheid (3e H.) zegt: « Maria is gelukkiger door het verkrijgen van het geloof in Christus dan door het ontvangen van Christus' vleesch ». En daarop laat hij volgen: « Dat Maria als moeder den Christus zoo na stond, zou haar niets hebben gebaat, indien zij Hem niet met méér vrucht in haar hart had gedragen dan in haar vleesch ». — 2e, opdat zij een des te zekerder getuige zou kunnen zijn van dit geheim, nadat zij van Godswege daarover was onderricht. — 3e, opdat zij vrijwillig den cijns harer onderworpenheid, aan God zou brengen, waartoe zij zich dan ook terstond bereidwillig aanbood, zeggende: « Ziehier, de dienstmaagd des 81Heeren ». — 4e, om te doen zien, dat er een zeker geestelijk huwelijk bestaat tusschen Gods Zoon en de menschelijke natuur. En daarom werd door middel van de boodschap des engels de instemming gevraagd der H. Maagd, als vertegenwoordigende de geheele menschheid.Leerstelling. — Het was passend, dat aan de H. Maagd geboodschapt werd, dat zij de Christus zou ontvangen. En wel: eerste, om de juiste orde in de verbinding van de Zoon Gods met de H. Maagd te bewaren, opdat nl. eerst haar geest over Hem zou worden ingelicht, alvorens zij Hem in haar vlees zou ontvangen. Vandaar, dat Augustinus in zijn werk Over de Maagdelijkheid (3e H.) zegt: “Maria is gelukkiger door het verkrijgen van het geloof in Christus dan door het ontvangen van Christus' vlees”. En daarop laat hij volgen: “Dat Maria als moeder de Christus zo na stond, zou haar niets hebben gebaat, indien zij Hem niet met méér vrucht in haar hart had gedragen dan in haar vlees”. — tweede, opdat zij een des te zekerder getuige zou kunnen zijn van dit geheim, nadat zij van Godswege daarover was onderricht. — derde, opdat zij vrijwillig de cijns van haar onderworpenheid, aan God zou brengen, waartoe zij zich dan ook terstond bereidwillig aanbood, zeggende: “Ziehier, de dienstmaagd van de 81Heer”. — vierde, om te doen zien, dat er een zeker geestelijk huwelijk bestaat tussen Gods Zoon en de menselijke natuur. En daarom werd door middel van de boodschap van de engel de instemming gevraagd van de H. Maagd, als vertegenwoordigende de gehele mensheid.
Ad primum ergo dicendum, quod prophetia praedestinationis completur sine nostro arbitrio causante, non tamen sine nostro arbitrio consentiente.
Antwoord op de Bedenkingen. — 1. De profetie der voorbestemming wordt wel vervuld onafhankelijk van onzen vrijen wil in dien zin, dat onze vrije wil die voorbestemming niet veroorzaakt, doch zij gaat niet in vervulling zonder instemming van den wil.Antwoord op de Bedenkingen. — 1. De profetie van de voorbestemming wordt wel vervuld onafhankelijk van onze vrije wil in die zin, dat onze vrije wil die voorbestemming niet veroorzaakt, doch zij gaat niet in vervulling zonder instemming van de wil.
Ad secundum dicendum, quod Beata Virgo expressam fidem habebat incarnationis futurae; sed cum esset humilis, non tam alta de se sapiebat, et ideo super hoc erat instruenda.
2. De H. Maagd bezat een uitgesproken geloof in de toekomstige menschwording. Doch, daar zij nederig was, had zij niet zulke hooge gedachten van zichzelf. Hierover moest zij dus worden ingelicht.2. De H. Maagd bezat een uitgesproken geloof in de toekomstige menswording. Doch, daar zij nederig was, had zij niet zulke hoge gedachten van zichzelf. Hierover moest zij dus worden ingelicht.
Ad tertium dicendum, quod spiritualem conceptionem Christi, quae est per fidem, praecedit annuntiatio, quae est per fidei praedicationem, secundum quod fides est ex auditu, ut dicitur Rom. 10. [v. 17]. Nec tamen propter hoc aliquis pro certo scit se gratiam habere; sed scit veram fidem esse, quam accepit.
3. De geestelijke ontvangenis, welke door het geloof plaats heeft, wordt wel door een boodschap voorafgegaan, hetgeen geschiedt door de prediking des geloofs, overeenkomstig het woord : « het geloof is uit het gehoor », zooals gezegd wordt in den Brief aan de Romeinen (10, 17). Maar toch weet iemand hierom niet als zeker, dat hij de genade bezit; doch hij weet, dat het geloof, hetwelk hij ontvangt, het ware is.3. De geestelijke ontvangenis, welke door het geloof plaats heeft, wordt wel door een boodschap voorafgegaan, hetgeen geschiedt door de prediking van het geloof, overeenkomstig het woord: “het geloof is uit het gehoor”, zoals gezegd wordt in de Brief aan de Romeinen (10, 17). Maar toch weet iemand hierom niet als zeker, dat hij de genade bezit; doch hij weet, dat het geloof, hetwelk hij ontvangt, het ware is.
Utrum annuntiatio B. Virgini fieri debuerit per angelum
Moest deze boodschap aan de H. Maagd worden overgebracht door een engel?
82Ad secundum sic proceditur. Videtur, quod Beatae Virgini non debuerit annuntiatio fieri per Angelum: supremis enim angelis fit revelatio immediate a Deo, ut Dionysius dicit 7. cap. Coelest. Hierar. Sed Mater Dei est super omnes angelos exaltata. Ergo videtur, quod immediate a Deo debuerit sibi annuntiari incarnationis mysterium, et non per angelum.
82Bedenkingen. — Men beweert, dat de boodschap aan de H. Maagd niet door een engel moest worden overgebracht. — 1. Want aan de hoogst-verheven engelen wordt de openbaring onmiddellijk door God zelf medegedeeld, zooals Dionysius leert in zijn werk Over de Hemelreien (7e H.). Maar de Moeder Gods is boven alle engelen verheven. Derhalve moest het geheim der menschwording onmiddellijk door God zelf aan haar worden medegedeeld, en niet door een engel.82Bedenkingen. — Men beweert, dat de boodschap aan de H. Maagd niet door een engel moest worden overgebracht. — 1. Want aan de hoogst-verheven engelen wordt de openbaring onmiddellijk door God zelf medegedeeld, zoals Dionysius leert in zijn werk Over de Hemelreien (7e H.). Maar de Moeder Gods is boven alle engelen verheven. Derhalve moest het geheim van de menswording onmiddellijk door God zelf aan haar worden medegedeeld, en niet door een engel.
2. Praeterea, si in hoc oportebat servari communem ordinem, secundum quem divina hominibus per angelos revelantur, similiter divina ad mulierem per virum deferuntur. Unde et Apostolus dicit 1. ad Cor. 14. [v. 34-35] : « Mulieres in Ecclesiis taceant; si quid autem volunt discere, domi viros suos interrogent ». Ergo videtur, quod Beatae Virgini debuerit 83annuntiari mysterium Incarnationis per aliquem virum, praesertim quia Joseph vir ejus super hoc fuit ab Angelo instructus, ut legitur Matth. 1. [v. 20-21].
2. Indien ook hier de gewone regel moest gehandhaafd blijven, volgens welken het goddelijke door de engelen aan de menschen wordt geopenbaard, dan moest eveneens het goddelijke door den man aan de vrouw worden medegedeeld; daarom dan ook zegt de Apostel in zijn Eersten Brief aan de Korinthiërs (14, 34, 35) : « De vrouwen moeten in de bijeenkomsten zwijgen... En wanneer zij inlichtingen verlangen, dan moeten zij thuis haar eigen man er naar vragen ». Derhalve moest het geheim der menschwording door een 83man aan de H. Maagd worden medegedeeld, temeer, daar Joseph, haar man, aangaande dit geheim door een engel was ingelicht, zooals we lezen in Mattheus (1, 20, 21).2. Indien ook hier de gewone regel moest gehandhaafd blijven, volgens welke het goddelijke door de engelen aan de mensen wordt geopenbaard, dan moest eveneens het goddelijke door de man aan de vrouw worden medegedeeld; daarom dan ook zegt de Apostel in zijn Eersten Brief aan de Korintiërs (14, 34, 35): “De vrouwen moeten in de bijeenkomsten zwijgen... En wanneer zij inlichtingen verlangen, dan moeten zij thuis haar eigen man er naar vragen”. Derhalve moest het geheim van de menswording door een 83man aan de H. Maagd worden medegedeeld, temeer, daar Joseph, haar man, aangaande dit geheim door een engel was ingelicht, zoals we lezen in Matteüs (1, 20, 21).
3. Praeterea, nullus potest congrue annuntiare, quod ignorat. Sed etiam supremi angeli non plene cognoverunt Incarnationis mysterium: unde dicit Dionysius 7. Coelest. Hierarch. ex eorum persona esse intelligendam quaestionem, quae ponitur Isa. 63. [v. 1] : « Quis est iste, qui venit de Edom? » Ergo videtur, quod per nullum angelum potuit convenienter annuntiatio Incarnationis fieri.
3. Niemand kan behoorlijk mededeelen, wat hij zelf niet weet. Welnu, zelfs de meest verheven engelen kenden het geheim der menschwording niet ten volle. Vandaar, dat men volgens Dionysius (in zijn werk Over de Hemelreien, 7e H.) de vraag van Isaias (63, 1) : « Wie is deze, die van Edom komt? » moet opvatten, als was zij namens hen gesteld. Derhalve kon de boodschap der menschwording niet behoorlijk door een engel worden medegedeeld.3. Niemand kan behoorlijk mededelen, wat hij zelf niet weet. Welnu, zelfs de meest verheven engelen kenden het geheim van de menswording niet ten volle. Vandaar, dat men volgens Dionysius (in zijn werk Over de Hemelreien, 7e H.) de vraag van Jesaja (63, 1): “Wie is deze, die van Edom komt?” moet opvatten, als was zij namens hen gesteld. Derhalve kon de boodschap van de menswording niet behoorlijk door een engel worden medegedeeld.
4. Praeterea, majora sunt per majores nuntios annuntianda. Sed mysterium Incarnationis est maximum inter omnia, quae per angelos sunt hominibus annuntiata. Ergo videtur, quod si per aliquem angelum debuit annuntiari, quod ille debuerit esse de supremo ordine. Sed Gabriel non est de supremo ordine, cum sit de ordine archangelorum, qui est penultimus, unde Ecclesia cantat: « Gabrielem archangelum scimus divinitus te esse affatum ». Non ergo hujusmodi annuntiatio per Gabrielem archangelum convenienter facta est.
4. Het voornaamste moet door de voornaamste gezanten worden geboodschapt. Welnu, het geheim der menschwording is het voornaamste onder al hetgeen door de engelen aan de menschen geboodschapt werd. Gesteld dus, dat dit geheim door een engel geboodschapt moest worden, dan moest dit geschieden door een engel van het hoogste koor. Maar Gabriël is geen engel van het hoogste koor, doch van het koor der aartsengelen, hetwelk op een na de laagste plaats inneemt; daarom zingt de Kerk dan ook: « Wij weten, dat de aartsengel Gabriël van Godswege tot u gesproken heeft ». Derhalve was het niet passend, dat deze boodschap door den aartsengel Gabriël werd overgebracht.4. Het voornaamste moet door de voornaamste gezanten worden geboodschapt. Welnu, het geheim van de menswording is het voornaamste onder al hetgeen door de engelen aan de mensen geboodschapt werd. Gesteld dus, dat dit geheim door een engel geboodschapt moest worden, dan moest dit geschieden door een engel van het hoogste koor. Maar Gabriël is geen engel van het hoogste koor, doch van het koor van de aartsengelen, hetwelk op een na de laagste plaats inneemt; daarom zingt de Kerk dan ook: “Wij weten, dat de aartsengel Gabriël van Godswege tot u gesproken heeft”. Derhalve was het niet passend, dat deze boodschap door de aartsengel Gabriël werd overgebracht.
84Sed contra est, quod dicitur Luc. 1. [v. 26] : « Missus est Gabriel angelus a Deo », etc.
84Daartegenover staat echter hetgeen we lezen bij Lucas (1, 26) : « De engel Gabriël werd door God gezonden ».84Daartegenover staat echter hetgeen we lezen bij Lukas (1, 26): “De engel Gabriël werd door God gezonden”.
Respondeo dicendum, quod conveniens fuit, Matri Dei annuntiari per angelum divinae Incarnationis mysterium, propter tria: primo quidem, ut in hoc etiam servaretur divina ordinatio, secundum quam mediantibus angelis divina ad homines perveniunt; unde Dionysius dicit 4. cap. Coelest. Hierarch., quod « divinum Jesu benignitatis mysterium angeli primo edocti sunt; postea per ipsos ad nos cognitionis gratia transivit; sic ergo divinissimus Gabriel Zachariam quidem docuit prophetam Joannem ex ipso nasciturum, Mariam autem, quomodo in ipsa fieret thearchicum ineffabilis Dei formationis mysterium ». Secundo hoc fuit conveniens reparationi humanae, quae futura erat per Christum; unde Beda dicit in Homil. [in festo Annunt.]: « Aptum humanae restaurationis principium, ut angelus a Deo mitteretur ad Virginem partu consecrandam divino, quia prima perditionis humanae fuit causa, cum serpens a diabolo mittebatur ad mulierem spiritu 85superbiae decipiendam ». Tertio, quia hoc congruebat virginitati Matris Dei; unde Hieronymus dicit in serm. Assumptionis [epist. ad Paul. et Eustoch.]: « Bene angelus ad Virginem mittitur, quia semper est angelis cognata virginitas; profecto in carne praeter carnem vivere, non terrena vita est, sed coelestis ».
Leerstelling. — Om drie redenen was het passend, dat Gods menschwording aan de Moeder Gods geboodschapt werd door een engel. En wel : 1e, opdat ook hier het goddelijk bestel zou gehandhaafd blijven, volgens hetwelk datgene, wat van God komt, door middel van engelen tot de menschen zou komen. Daarom dan ook zegt Dionysius in zijn werk Over de Hemelreien (4e H.), dat eerst de engelen werden ingelicht betreffende het goddelijk geheim van Jezus' welwillendheid, en daarna kwam de genade dezer kennis door hen tot ons. Zoo derhalve boodschapte de van God gezondene Gabriël aan Zacharias, dat er uit hem een profeet zou opstaan, aan Maria echter, hoe in haar het geheim zou worden vervuld der vorming van den onuitsprekelijken God, welk geheim in God zelf zijn oorsprong had. — 2e Dit paste bij het a. s. herstel van het menschdom door Christus. Vandaar, dat Beda in zijn Homelie op de boodschap des engels zegt: « Het was een passende inzet bij het herstel van het menschdom, dat een engel door God gezonden werd, tot de Maagd, die geheiligd zou worden door het goddelijk Moederschap, daar de eerste aanleiding tot den val van het menschdom hierin lag, dat de duivel een slang zond, om de 85vrouw te misleiden met den geest van hoovaardij ». — 3e Dit betaamde aan de maagdelijkheid der Moeder Gods. Zoo zegt dan ook Hieronymus in zijn preek Over Maria-ten-hemel-opneming (brief aan Paulus en Eustochius) : « Terecht werd een engel tot de Maagd gezonden, want steeds is de maagdelijkheid den engelen verwant. Waarlijk, in het vleesch, buiten het vleesch om, te leven, is geen aardsch doch een hemelsch leven ».Leerstelling. — Om drie redenen was het passend, dat Gods menswording aan de Moeder Gods geboodschapt werd door een engel. En wel: eerste, opdat ook hier het goddelijk bestel zou gehandhaafd blijven, volgens hetwelk datgene, wat van God komt, door middel van engelen tot de mensen zou komen. Daarom dan ook zegt Dionysius in zijn werk Over de Hemelreien (4e H.), dat eerst de engelen werden ingelicht betreffende het goddelijk geheim van Jezus' welwillendheid, en daarna kwam de genade van deze kennis door hen tot ons. Zo derhalve boodschapte de van God gezondene Gabriël aan Zacharias, dat er uit hem een profeet zou opstaan, aan Maria echter, hoe in haar het geheim zou worden vervuld van de vorming van de onuitsprekelijke God, welk geheim in God zelf zijn oorsprong had. — tweede Dit paste bij het a. s. herstel van het mensdom door Christus. Vandaar, dat Beda in zijn Homelie op de boodschap van de engel zegt: “Het was een passende inzet bij het herstel van het mensdom, dat een engel door God gezonden werd, tot de Maagd, die geheiligd zou worden door het goddelijk Moederschap, daar de eerste aanleiding tot de val van het mensdom hierin lag, dat de duivel een slang zond, om de 85vrouw te misleiden met de geest van hovaardij”. — derde Dit betaamde aan de maagdelijkheid van de Moeder Gods. Zo zegt dan ook Hieronymus in zijn preek Over Maria-ten-hemel-opneming (brief aan Paulus en Eustochius): “Terecht werd een engel tot de Maagd gezonden, want steeds is de maagdelijkheid de engelen verwant. Waarlijk, in het vlees, buiten het vlees om, te leven, is geen aards doch een hemels leven”.
Ad primum ergo dicendum, quod Mater Dei superior erat angelis quantum ad dignitatem, ad quam divinitus eligebatur; sed quantum ad statum praesentis vitae, inferior erat angelis, quia et ipse Christus ratione passibilis vitae modico ab angelis minoratus est, ut dicitur Hebr. 2. [v. 9]. Sed tamen quia Christus simul fuit viator et comprehensor, quantum ad cognitionem divinorum, non indigebat ab angelis instrui. Sed mater Dei nondum erat in statu comprehensorum, et ideo de divino conceptu per angelos instruenda erat.
Antwoord op de Bedenkingen. — 1. De Moeder Gods was wel boven alle engelen verheven wat betreft de waardigheid, waartoe zij door God werd uitverkoren. Doch wat betreft den staat van haar toenmalig leven, was zij minder verheven dan de engelen, daar ook Christus zelf, krachtens zijn voor lijden ontvankelijk leven voor korten tijd beneden de engelen was gesteld, zooals de Hebreeënbrief leert (2, 9). Maar omdat Christus niet alleen een pelgrim was op weg naar de hemelsche zaligheid, doch tevens reeds deel had aan de eeuwige aanschouwing, behoefde Hij door geen engelen te worden onderricht in de kennis betreffende het goddelijke. Maar de Moeder Gods was nog niet in den staat van hen, die aanschouwen. En daarom moest zij wel door engelen worden ingelicht over haar ontvangen van God.Antwoord op de Bedenkingen. — 1. De Moeder Gods was wel boven alle engelen verheven wat betreft de waardigheid, waartoe zij door God werd uitverkoren. Doch wat betreft de staat van haar toenmalig leven, was zij minder verheven dan de engelen, daar ook Christus zelf, krachtens zijn voor lijden ontvankelijk leven voor korten tijd beneden de engelen was gesteld, zoals de Hebreeënbrief leert (2, 9). Maar omdat Christus niet alleen een pelgrim was op weg naar de hemelse zaligheid, doch tevens reeds deel had aan de eeuwige aanschouwing, behoefde Hij door geen engelen te worden onderricht in de kennis betreffende het goddelijke. Maar de Moeder Gods was nog niet in de staat van hen, die aanschouwen. En daarom moest zij wel door engelen worden ingelicht over haar ontvangen van God.
Ad secundum dicendum, quod, sicut Augustinus dicit in serm. de Assumptione « Beata Virgo Maria vera aestimatione a quibusdam 86generalibus excipitur, quia nec conceptus multiplicavit, nec sub viri, idest mariti, potestate deguit, quae integerrimis visceribus de Spiritu Sancto Christum suscepit »; et ideo non debuit mediante viro instrui de mysterio Incarnationis, sed mediante angelo. Propter quod etiam ipsa est prius instructa quam Joseph, nam ipsa instructa est ante conceptum, Joseph autem post ejus conceptum.
2. Zooals Augustinus in zijn preek Over Maria-ten-hemel-opneming leert, acht men terecht, dat de H. Maagd Maria van 86sommige algemeene wetten uitgezonderd is, omdat « zij, die in haar volstrekt ongeschonden schoot den Christus heeft ontvangen van den H. Geest, slechts één zwangerschap kende en niet onder de macht van een man stond », d. i. van een echtgenoot (Boek der Schepping, 3, 16). Daarom dan ook behoefde zij niet door een man te worden ingelicht over het geheim der menschwording, maar door een engel. Om dezelfde reden werd dit dan ook eerder aan haar geboodschapt dan aan Joseph; want aan haar werd het medegedeeld vóórdat zij ontvangen had, aan Joseph echter, nadat zij ontvangen had.2. Zoals Augustinus in zijn preek Over Maria-ten-hemel-opneming leert, acht men terecht, dat de H. Maagd Maria van 86sommige algemene wetten uitgezonderd is, omdat “zij, die in haar volstrekt ongeschonden schoot de Christus heeft ontvangen van de H. Geest, slechts één zwangerschap kende en niet onder de macht van een man stond”, d.i. van een echtgenoot (Boek van de Schepping, 3, 16). Daarom dan ook behoefde zij niet door een man te worden ingelicht over het geheim van de menswording, maar door een engel. Om dezelfde reden werd dit dan ook eerder aan haar geboodschapt dan aan Joseph; want aan haar werd het medegedeeld vóórdat zij ontvangen had, aan Joseph echter, nadat zij ontvangen had.
Ad tertium dicendum, quod, sicut patet ex auctoritate Dionysii inducta [in corp. art.], angeli Incarnationis mysterium cognoverunt, sed tamen interrogabant, perfectius scire cupientes a Christo hujus mysterii rationes, quae sunt incomprehensibiles omni creato intellectui. Unde Maximus dicit [Quaest., Interrog. et Resp., 42] : « Quod angeli noverint futuram incarnationem, ambigere non oportet; latuit autem eos investigabilis Domini conceptio atque modus qualiter totus in genitore, totus manebat in omnibus, nec non et in virginea cellula ».
3. Zooals uit de aangehaalde woorden van Dionysius (zie de Leerstelling) blijkt, kenden de engelen het geheim der menschwording wel; doch zij stellen die vraag, omdat zij de gronden van dit geheim, welke geen enkel geschapen verstand volledig kan inzien, volmaakter verlangen te vernemen van Christus. Daarvandaan schrijft Maximus : « Men moet er niet aan twijfelen, of de engelen de toekomstige menschwording kenden. Maar de ontvangenis van den onnaspeurlijken Heer wisten zij niet, noch de wijze, waarop Hij geheel in den Vader bleef en toch geheel in alle dingen en tevens geheel in den schoot der Maagd ».3. Zoals uit de aangehaalde woorden van Dionysius (zie de Leerstelling) blijkt, kenden de engelen het geheim van de menswording wel; doch zij stellen die vraag, omdat zij de gronden van dit geheim, welke geen enkel geschapen verstand volledig kan inzien, volmaakter verlangen te vernemen van Christus. Daarvandaan schrijft Maximus: “Men moet er niet aan twijfelen, of de engelen de toekomstige menswording kenden. Maar de ontvangenis van de onnaspeurlijke Heer wisten zij niet, noch de wijze, waarop Hij geheel in de Vader bleef en toch geheel in alle dingen en tevens geheel in de schoot van de Maagd”.
Ad quartum dicendum, quod quidam dicunt, Gabrielem fuisse de supremo ordine angelorum, propter quod Gregorius dicit [hom. 34. in 87Evang.] : « Summum angelum venire dignum fuerat, qui summum omnium nuntiabat ». Sed ex hoc non habetur, quod fuerit summus inter omnes ordines, sed respectu angelorum; fuit enim de ordine archangelorum; unde et Ecclesia eum archangelum nominat. Et Gregorius ipse dicit in Homil. de Centum ovibus [loc. cit.], quod « Archangeli dicuntur, qui summa annuntiant ». Satis est ergo credibile, quod sit summus in ordine archangelorum; et, sicut Gregorius dicit [ibid.], « hoc nomen officio suo congruit. Gabriel enim Dei fortitudo nominatur; per Dei ergo fortitudinem nuntiandus erat, qui virtutum Dominus, et potens in praelio ad debellandas potestates aereas veniebat ».
4. Sommigen houden, dat Gabriël tot het hoogste engelenkoor behoorde, omdat Gregorius in zijn Homelie Over de Honderd Schapen zegt: « Het betaamde, dat de hoogste engel kwam, om 87het allerhoogste aan te kondigen ». Uit deze woorden volgt echter niet, dat hij de hoogste was onder alle koren, doch de hoogste met betrekking tot de koren der engelen; hij was dan ook van het koor der aartsengelen. Daarom noemt ook de Kerk hem aartsengel en schrijft Gregorius zelf (t. a. p.), dat diegenen aartsengelen heeten, welke het voornaamste boodschappen. Het is dus geloofwaardig genoeg, dat hij de verhevenste is in het koor der aartsengelen. En gelijk Gregorius (t. a. p.) opmerkt, past deze naam bij zijn taak: Gabriël toch beteekent sterkte Gods. Door « Gods Sterkte » derhalve moest worden aangekondigd, dat de Heer der Heerscharen, dat Hij, die machtig is in den strijd, in aantocht was om de machten der lucht te verslaan.4. Sommigen houden, dat Gabriël tot het hoogste engelenkoor behoorde, omdat Gregorius in zijn Homelie Over de Honderd Schapen zegt: “Het betaamde, dat de hoogste engel kwam, om 87het allerhoogste aan te kondigen”. Uit deze woorden volgt echter niet, dat hij de hoogste was onder alle koren, doch de hoogste met betrekking tot de koren van de engelen; hij was dan ook van het koor van de aartsengelen. Daarom noemt ook de Kerk hem aartsengel en schrijft Gregorius zelf (t. a. p.), dat diegenen aartsengelen heten, welke het voornaamste boodschappen. Het is dus geloofwaardig genoeg, dat hij de verhevenste is in het koor van de aartsengelen. En gelijk Gregorius (t. a. p.) opmerkt, past deze naam bij zijn taak: Gabriël toch betekent sterkte Gods. Door “Gods Sterkte” derhalve moest worden aangekondigd, dat de Heer van de Heerscharen, dat Hij, die machtig is in de strijd, in aantocht was om de machten van de lucht te verslaan.
Utrum angelus annuntians debuerit B. Virgini visione corporali apparere
Moest de boodschappende engel zoo aan de H. Maagd verschijnen, dat zij hem met de oogen haars lichaams kon zien?Moest de boodschappende engel zo aan de H. Maagd verschijnen, dat zij hem met de ogen haars lichaams kon zien?
Ad tertium sic proceditur. Videtur, quod angelus annuntians non debuerit Virgini apparere visione corporali. « Dignior enim est intellectualis 88visio, quam corporalis », ut Augustinus dicit 12. super Genes. ad litteram [cap. 24], et praecipue ipsi angelo est magis conveniens, nam visione intellectuali videtur angelus in sua substantia; visione autem corporali videtur in assumpta figura corporea. Sed sicut ad annuntiandum conceptum divinum decebat venire summum nuntium, ita etiam videtur, quod decuerit esse summum genus visionis. Ergo videtur, quod angelus annuntians apparuerit Virgini visione intellectuali.
Bedenkingen. — Men beweert, dat de boodschappende engel niet zoo aan de H. Maagd had moeten verschijnen, dat zij hem 88met de oogen haars lichaam kon zien. — 1. Want zooals Augustinus zegt in het 12e boek van zijn Letterlijke Verklaring van het boek der Schepping (24e H.) staat het zien met ons verstand hooger dan het zien met de oogen van ons lichaam; en vooral, dit past meer ten opzichte van den engel zelf; want het verstand ziet hem in zijn eigen wezen, doch de oogen des lichaams aanschouwen hem slechts in een aangenomen lichamelijke gedaante. Welnu, evenzeer als het betaamde, dat de verhevenste gezant Gods menschwording kwam boodschappen (zie: het vorige artikel, antwoord op de 4e bedenking), evenzeer betaamde de hoogste wijze van hem te zien. Derhalve verscheen de engel zoo, dat de H. Maagd hem zag met haar verstand.Bedenkingen. — Men beweert, dat de boodschappende engel niet zo aan de H. Maagd had moeten verschijnen, dat zij hem 88met de ogen haars lichaam kon zien. — 1. Want zoals Augustinus zegt in het 12e boek van zijn Letterlijke Verklaring van het boek van de Schepping (24e H.) staat het zien met ons verstand hoger dan het zien met de ogen van ons lichaam; en vooral, dit past meer ten opzichte van de engel zelf; want het verstand ziet hem in zijn eigen wezen, doch de ogen van het lichaam aanschouwen hem slechts in een aangenomen lichamelijke gedaante. Welnu, evenzeer als het betaamde, dat de verhevenste gezant Gods menswording kwam boodschappen (zie: het vorige artikel, antwoord op de 4e bedenking), evenzeer betaamde de hoogste wijze van hem te zien. Derhalve verscheen de engel zo, dat de H. Maagd hem zag met haar verstand.
2. Praeterea, visio imaginaria videtur etiam esse nobilior, quam visio corporalis, sicut imaginatio est altior potentia, quam sensus. Sed angelus apparuit Joseph in somnis secundum imaginariam visionem, ut patet Matth. 1. [v. 20] et 2. [v. 13 et 19]. Ergo videtur, quod etiam apparere debuerit Beatae Virgini imaginaria visione, et non corporali.
2. Eveneens staat het zien met de verbeelding hooger dan het zien met lichamelijke oogen, gelijk toch ook de verbeeldingskracht zelf een edeler vermogen is dan het uitwendige zintuig. Welnu aan Joseph verscheen de engel in den slaap, zoodat hij hem in zijn verbeelding kon zien, gelijk blijkt uit Mattheus (1, 20; 2, 13, 19). Derhalve had hij ook aan de H. Maagd zoo moeten verschijnen, niet dat zij hem met haar oogen zag, maar met haar verbeelding.2. Eveneens staat het zien met de verbeelding hoger dan het zien met lichamelijke ogen, gelijk toch ook de verbeeldingskracht zelf een edeler vermogen is dan het uitwendige zintuig. Welnu aan Joseph verscheen de engel in de slaap, zodat hij hem in zijn verbeelding kon zien, gelijk blijkt uit Matteüs (1, 20; 2, 13, 19). Derhalve had hij ook aan de H. Maagd zo moeten verschijnen, niet dat zij hem met haar ogen zag, maar met haar verbeelding.
3. Praeterea, corporalis visio spiritualis substantiae videntes stupefacit; unde et de ipsa Virgine cantatur: « Expavescit Virgo de lumine ». Sed 89melius fuisset, quod a tali turbatione mens ejus esset praeservata. Non ergo fuit conveniens, quod hujusmodi annuntiatio fieret per visionem corporalem.
3. Een geestelijk wezen met onze lichamelijke oogen zien, doet ons versteld staan; daarom dan ook zingt de Kerk van de H. Maagd (2e Respons. in de Metten op het feest van Maria Boodschap) : « En de Maagd schrok van het licht ». Doch het ware 89beter geweest, dat haar geest voor een dergelijke ontsteltenis gespaard was gebleven. Derhalve betaamde het niet, dat deze boodschap door middel van een lichamelijk waarneembaar visioen werd medegedeeld.3. Een geestelijk wezen met onze lichamelijke ogen zien, doet ons versteld staan; daarom dan ook zingt de Kerk van de H. Maagd (2e Respons. in de Metten op het feest van Maria Boodschap): “En de Maagd schrok van het licht”. Doch het ware 89beter geweest, dat haar geest voor een dergelijke ontsteltenis gespaard was gebleven. Derhalve betaamde het niet, dat deze boodschap door middel van een lichamelijk waarneembaar visioen werd medegedeeld.
Sed contra est, quod Augustinus in quodam sermone [scilicet 18. de Temp.] inducit Beatam Virginem sic dicentem: « Venit ad me Gabriel archangelus facie rutilans, veste coruscans, incessu mirabilis ». Sed haec non possunt pertinere nisi ad corpoream visionem. Ergo corporea visione angelus annuntians B. Virgini apparuit.
Daartegenover staat echter, dat Augustinus (in zijn 3e preek over de Boodschap des Engels) de H. Maagd de woorden in den mond legt: « Tot mij kwam de aartsengel Gabriël; glanzend was zijn aangezicht, vonkelend zijn gewaad, en zijn gang wonderbaar ». Doch dit kan slechts met de oogen van het lichaam worden waargenomen. Derhalve verscheen de engel aan de H. Maagd zoo, dat zij hem met hare lichamelijke oogen zag.Daartegenover staat echter, dat Augustinus (in zijn 3e preek over de Boodschap van de Engel) de H. Maagd de woorden in de mond legt: “Tot mij kwam de aartsengel Gabriël; glanzend was zijn aangezicht, vonkelend zijn gewaad, en zijn gang wonderbaar”. Doch dit kan slechts met de ogen van het lichaam worden waargenomen. Derhalve verscheen de engel aan de H. Maagd zo, dat zij hem met haar lichamelijke ogen zag.
Respondeo dicendum, quod angelus annuntians apparuit Matri Dei corporea visione; et hoc conveniens fuit: primo quidem quantum ad id quod annuntiabatur. Venerat enim angelus annuntiare incarnationem invisibilis Dei, per quam visibilis fieret: unde etiam conveniens fuit, ut ad hujus rei declarationem invisibilis creatura formam assumeret, in qua visibiliter appareret; cum etiam omnes apparitiones veteris Testamenti ad hanc apparitionem praeordinentur, Filius Dei in carne apparuit.
Leerstelling. — De engel, die de boodschap aankondigde, verscheen zoo aan de Moeder Gods, dat zij hem met haar lichamelijke oogen zag. En dit betaamde : 1e omdat het overeenkomt met datgene wat geboodschapt werd. De engel toch kwam de menschwording aankondigen van den onzichtbaren God. Om dit geheim nu klaar voor oogen te stellen, was het aangepast, dat een onzichtbaar schepsel een gedaante aannam, waarin hij zichtbaar zou verschijnen; daar toch ook alle verschijningen van het Oude Verbond gericht waren op deze verschijning van Gods 90Zoon in het vleesch.Leerstelling. — De engel, die de boodschap aankondigde, verscheen zo aan de Moeder Gods, dat zij hem met haar lichamelijke ogen zag. En dit betaamde: eerste omdat het overeenkomt met datgene wat geboodschapt werd. De engel toch kwam de menswording aankondigen van de onzichtbare God. Om dit geheim nu klaar voor ogen te stellen, was het aangepast, dat een onzichtbaar schepsel een gedaante aannam, waarin hij zichtbaar zou verschijnen; daar toch ook alle verschijningen van het Oude Verbond gericht waren op deze verschijning van Gods 90Zoon in het vlees.
90Secundo fuit congruum dignitati Matris Dei, quae non solum in mente, sed in corporeo ventre erat Dei Filium receptura; et ideo non solum mens ejus, sed etiam sensus corporei erant visione angelica refovendi.
— 2e dit kwam ook overeen met de waardigheid der Moeder Gods. Zij toch zou Gods Zoon niet slechts in haar geest ontvangen, doch tevens in den schoot haars lichaams. En derhalve mocht niet alleen haar geest, maar mochten ook de zintuigen van haar lichaam zich verheugen in het zien van den engel.— tweede dit kwam ook overeen met de waardigheid van de Moeder Gods. Zij toch zou Gods Zoon niet slechts in haar geest ontvangen, doch tevens in de schoot haars lichaams. En derhalve mocht niet alleen haar geest, maar mochten ook de zintuigen van haar lichaam zich verheugen in het zien van de engel.
Tertio congruit certitudini ejus, quod annuntiabatur: ea enim quae sunt oculis subjecta, certius apprehendimus, quam ea quae imaginamur; unde Chrysostomus dicit super Matth. [hom. 4.], quod « angelus non in somnis, immo visibiliter Virgini astitit, nam quia magnam valde relationem accipiebat ab angelo, egebat ante tantae rei eventus visione solemni ».
— 3e Dit betaamde aan de zekerheid betreffende datgene wat geboodschapt werd. Datgene toch wat we kunnen zien met onze oogen nemen we met meer zekerheid waar dan hetgeen we ons verbeelden. Vandaar, dat Chrysostomus (in zijn 4e Homelie op Mattheus) zegt, dat de engel niet in haar slaap verscheen, doch zelfs zichtbaar voor haar stond. « Want daar zij een zeer gewichtige boodschap van den engel ontving, was een plechtig visioen vóór de verwezenlijking eener zoo belangrijke gebeurtenis voor haar wel noodig ».— derde Dit betaamde aan de zekerheid betreffende datgene wat geboodschapt werd. Datgene toch wat we kunnen zien met onze ogen nemen we met meer zekerheid waar dan hetgeen we ons verbeelden. Vandaar, dat Chrysostomus (in zijn 4e Homelie op Matteüs) zegt, dat de engel niet in haar slaap verscheen, doch zelfs zichtbaar voor haar stond. “Want daar zij een zeer gewichtige boodschap van de engel ontving, was een plechtig visioen vóór de verwezenlijking van een zo belangrijke gebeurtenis voor haar wel nodig”.
Ad primum ergo dicendum, quod intellectualis visio est potior, quam visio imaginaria vel corporalis, si sit sola; sed ipse Augustinus dicit [lib. 12. sup. Gen. ad lit. cap. 9.], quod excellentior est prophetia, quae habet simul intellectualem et imaginariam visionem, quam illa, quae habet alteram tantum; Beata autem Virgo non solum percepit visionem 91corporalem, sed etiam intellectualem illuminationem. Unde talis apparitio nobilior fuit.
Antwoord op de Bedenkingen. — 1. Het zien met ons verstand staat hooger dan het zien met de verbeelding, of dan het zien met de oogen van ons lichaam, zoo het alleen voorkomt, zonder een van beide laatst genoemde. Maar Augustinus zelf leert in het 12e boek van zijn Letterlijke Verklaring van het Boek der Schepping (9e H.), dat een profetie, welke tegelijkertijd zoowel door het verstand als door de verbeelding wordt gezien, hooger staat dan een profetie, welke slechts door een van beide wordt waargenomen. De H. Maagd nu zag niet uitsluitend dat 91lichamelijk waarneembaar visioen, doch kreeg tevens een verlichting van haar verstand. Zulk een verschijning stond dus hooger.Antwoord op de Bedenkingen. — 1. Het zien met ons verstand staat hoger dan het zien met de verbeelding, of dan het zien met de ogen van ons lichaam, zo het alleen voorkomt, zonder een van beide laatst genoemde. Maar Augustinus zelf leert in het 12e boek van zijn Letterlijke Verklaring van het Boek van de Schepping (9e H.), dat een profetie, welke tegelijkertijd zowel door het verstand als door de verbeelding wordt gezien, hoger staat dan een profetie, welke slechts door een van beide wordt waargenomen. De H. Maagd nu zag niet uitsluitend dat 91lichamelijk waarneembaar visioen, doch kreeg tevens een verlichting van haar verstand. Zulk een verschijning stond dus hoger.
Fuisset tamen nobilior, si ipsum angelum intellectuali visione in sua substantia vidisset; sed hoc non patiebatur status hominis viatoris, quod angelum per essentiam videret.
Toch zou deze verschijning nog verhevener zijn geweest, indien de H. Maagd door haar verstandelijk schouwen den engel zelf in zijn eigen wezen had gezien. Maar de staat van een mensch, die nog pelgrim is op weg naar de eeuwigheid, laat niet toe, dat hij een engel naar zijn wezen ziet.Toch zou deze verschijning nog verhevener zijn geweest, indien de H. Maagd door haar verstandelijk schouwen de engel zelf in zijn eigen wezen had gezien. Maar de staat van een mens, die nog pelgrim is op weg naar de eeuwigheid, laat niet toe, dat hij een engel naar zijn wezen ziet.
Ad secundum dicendum, quod imaginatio est quidem altior potentia, quam sensus exterior; quia tamen principium humanae cognitionis est sensus, ideo in eo consistit maxima certitudo, quia semper oportet, quod principia cognitionis sint certiora. Et ideo Joseph, cui angelus in somnis apparuit, non ita excellentem apparitionem habuit, sicut B. Virgo.
2. Weliswaar is de verbeeldingskracht een edeler vermogen dan het uitwendige zintuig; wijl echter het zintuig het uitgangspunt is der menschelijke kennis, vindt men in hem de grootste zekerheid, omdat steeds de uitgangspunten onzer kennis het zekerst moeten wezen. En derhalve had Joseph, wien de engel in zijn slaap verscheen, niet zulk een hoogstaande verschijning als de H. Maagd.2. Weliswaar is de verbeeldingskracht een edeler vermogen dan het uitwendige zintuig; wijl echter het zintuig het uitgangspunt is van de menselijke kennis, vindt men in hem de grootste zekerheid, omdat steeds de uitgangspunten van onze kennis het zekerst moeten wezen. En derhalve had Joseph, wie de engel in zijn slaap verscheen, niet zulk een hoogstaande verschijning als de H. Maagd.
Ad tertium dicendum, quod, sicut Ambrosius dicit super Luc. [Expos., Lib. I, ad C. 1, v. 11]: « Perturbamur, et a nostro alienamur affectu, quando perstringimur alicujus superioris potestatis occursu ». Et hoc contingit non solum in visione corporali, sed etiam in visione imaginaria; unde Genes. 15. [v. 12] dicitur, quod « cum sol occubuisset, sopor irruit super Abraham; et horror magnus, et tenebrosus invasit eum ». Talis tamen 92perturbatio hominis non tantum homini nocet, ut propter eam debeat angelica apparitio praetermitti: primo quidem, quia ex hoc ipso quod homo supra seipsum elevatur, quod ad ejus pertinet dignitatem, pars ejus inferior debilitatur; ex quo provenit perturbatio praedicta; sicut etiam calore naturali ad interiora reducto, exteriora tremunt. Secundo, quia, sicut Origenes dicit super Luc. [hom. 4.] : « Angelus apparens, sciens hanc esse humanam naturam, primum perturbationi medetur; unde tam Zachariae, quam Mariae post turbationem dixit: « Ne timeas »; et propter hoc, ut legitur in vita Antonii [in Vitis Patrum lib. 1. cap. 18.], non difficilis est beatorum spirituum, malorumque discretio: si enim post timorem successerit gaudium, a Domino venisse sciamus auxilium, quia securitas animae praesentis majestatis indicium est; si autem incussa formido permanserit, hostis est qui videtur.
3. Zooals Ambrosius zegt in zijn Uiteenzetting op Lucas (1, 11). « worden wij ontsteld en van onzen gemoedstoestand vervreemd, wanneer het ontmoeten van een hoogere macht ons beklemt ». En dit komt niet alleen voor bij het lichamelijk zien maar ook bij het zien met onze verbeelding. Vandaar zegt het Boek der Schepping (15, 12) : « toen de zon was ondergegaan, werd Abraham overvallen door een diepen slaap, en een groote en duistervolle verschrikking overviel hem ». Zulk een ontsteltenis 92echter benadeelt den mensch toch niet zóózeer, dat daarom van een verschijning des engels moest worden afgezien. Ten eerste nl. omdat juist door het feit, dat een mensch boven zichzelf verheven wordt, hetgeen betrekking heeft op zijn waardigheid, het minder edele in hem verzwakt wordt; en hieruit komt voornoemde ontsteltenis voort, zooals ook de uitwendige ledematen beginnen te rillen, zoodra de lichaamswarmte zich naar het inwendige heeft teruggetrokken. — Ten tweede, omdat, gelijk Origenes in zijn 4e Homelie op Lucas leert, « de engel, die verschijnt, wetend, dat de menschelijke natuur zoo is, het allereerst deze ontsteltenis geneest ». Vandaar, dat hij zoowel tot Zacharias als tot Maria bij hun ontsteltenis sprak: « Vrees niet » (Lucas, 1, 13, 30). Daarom « is het niet moeilijk — zooals we in het leven van Antonius (door den H. Athanasius) lezen — de goede geesten te onderscheiden van de kwade. Wanneer nl. de vrees wordt gevolgd door vreugde, dan wete men, dat de hulp kwam van den Heer, daar zielekalmte een teeken is van het aanwezig zijn der majesteit. Doch blijft de ingeboezemde vrees, dan is het de vijand, dien men ziet ».3. Zoals Ambrosius zegt in zijn Uiteenzetting op Lukas (1, 11). “worden wij ontsteld en van onze gemoedstoestand vervreemd, wanneer het ontmoeten van een hogere macht ons beklemt”. En dit komt niet alleen voor bij het lichamelijk zien maar ook bij het zien met onze verbeelding. Vandaar zegt het Boek van de Schepping (15, 12): “toen de zon was ondergegaan, werd Abraham overvallen door een diepen slaap, en een grote en duistervolle verschrikking overviel hem”. Zulk een ontsteltenis 92echter benadeelt de mens toch niet zózeer, dat daarom van een verschijning van de engel moest worden afgezien. Ten eerste nl. omdat juist door het feit, dat een mens boven zichzelf verheven wordt, hetgeen betrekking heeft op zijn waardigheid, het minder edele in hem verzwakt wordt; en hieruit komt voornoemde ontsteltenis voort, zoals ook de uitwendige ledematen beginnen te rillen, zodra de lichaamswarmte zich naar het inwendige heeft teruggetrokken. — Ten tweede, omdat, gelijk Origenes in zijn 4e Homelie op Lukas leert, “de engel, die verschijnt, wetend, dat de menselijke natuur zo is, het allereerst deze ontsteltenis geneest”. Vandaar, dat hij zowel tot Zacharias als tot Maria bij hun ontsteltenis sprak: “Vrees niet” (Lukas, 1, 13, 30). Daarom “is het niet moeilijk — zoals we in het leven van Antonius (door de H. Athanasius) lezen — de goede geesten te onderscheiden van de kwade. Wanneer nl. de vrees wordt gevolgd door vreugde, dan wete men, dat de hulp kwam van de Heer, daar zielekalmte een teken is van het aanwezig zijn van de majesteit. Doch blijft de ingeboezemde vrees, dan is het de vijand, die me ziet”.
Ipsa etiam turbatio Virginis conveniens fuit verecundiae virginali, quia, ut Ambrosius dicit super Lucam [Expos., L. II, ad C. 1, v. 28], « trepidare virginum est. et ad omnes viri ingressus pavere, omnes viri 93affatus vereri ».
Die ontsteltenis der H. Maagd lag trouwens in de lijn der maagdelijke schuchterheid. Want zooals Ambrosius zegt in het 2e boek van zijn Uiteenzetting op Lucas (1, 28) : « is het den maagden eigen, bang te worden, en bij elk binnenkomen van een man te 93beven, en er voor te huiveren door een man te worden aangesproken ».Die ontsteltenis van de H. Maagd lag trouwens in de lijn van de maagdelijke schuchterheid. Want zoals Ambrosius zegt in het 2e boek van zijn Uiteenzetting op Lukas (1, 28): “is het de maagden eigen, bang te worden, en bij elk binnenkomen van een man te 93beven, en er voor te huiveren door een man te worden aangesproken”.
Quidam tamen dicunt, quod cum Beata Virgo assueta esset visionibus angelorum, non turbata fuit in visione angeli, sed in admiratione eorum, quae ei ab angelo dicebantur, quia de se tam magnifica non cogitabat: unde et Evangelista non dicit, quod turbata fuerit in visione angeli, sed in sermone ejus.
Sommigen houden echter, dat de H. Maagd niet verschrok om het zien van den engel, daar zij engelen-visioenen gewoon was, maar in haar verwondering om hetgeen door den engel gezegd werd, wijl zij iets zoo verhevens niet dacht van zichzelf. Daarom dan ook zegt de Evangelist niet, dat zij verschrok van het zien van den engel, maar « van zijn woord » (Luc. 1, 29).Sommigen houden echter, dat de H. Maagd niet verschrok om het zien van de engel, daar zij engelen-visioenen gewoon was, maar in haar verwondering om hetgeen door de engel gezegd werd, wijl zij iets zo verhevens niet dacht van zichzelf. Daarom dan ook zegt de Evangelist niet, dat zij verschrok van het zien van de engel, maar “van zijn woord” (Luk. 1, 29).
Utrum annuntiatio convenienti fuerit ordine perfecta
Geschiedde de boodschap des engels in de passende volgorde?Geschiedde de boodschap van de engel in de passende volgorde?
Ad quartum sic proceditur. Videtur, quod annuntiatio ejus non fuerit convenienti ordine perfecta: dignitas enim Matris Dei dependet ex prole concepta. Sed causa prius debet manifestari, quam effectus. Ergo primo debuit angelus Virgini annuntiare conceptum prolis, quam ejus dignitatem exponere, eam salutando.
Bedenkingen. — Men beweert, dat de boodschap des engels niet in passende volgorde is geschied. — 1. Want de waardigheid der Moeder Gods hangt af van het door haar ontvangen kind. Welnu, de oorzaak moet eerder worden aangegeven dan het voortbrengsel. Derhalve had de engel haar eerst de ontvangenis moeten boodschappen, alvorens haar in zijn groet haar waardigheid mee te deelen.Bedenkingen. — Men beweert, dat de boodschap van de engel niet in passende volgorde is geschied. — 1. Want de waardigheid van de Moeder Gods hangt af van het door haar ontvangen kind. Welnu, de oorzaak moet eerder worden aangegeven dan het voortbrengsel. Derhalve had de engel haar eerst de ontvangenis moeten boodschappen, alvorens haar in zijn groet haar waardigheid mee te delen.
2. Praeterea, probatio aut praetermitti debet in his quae dubia non 94sunt, aut praetermitti1 in his quae dubia esse possunt. Sed angelus primo videtur annuntiasse id, de quo Virgo dubitaret, et dubitando quaereret, dicens: Quomodo fiet istud? et postea probationem adjunxit, tum ex exemplo Elisabeth, tum ex Dei omnipotentia. Ergo inconvenienti ordine annuntiatio per angelum est effecta.
2. Ofwel men moet het bewijs achterwege laten (bij datgene, wat 94niet twijfelachtig is), ófwel vooropplaatsen (bij datgene, wat wel twijfelachtig kan zijn). Maar de engel schijnt eerst datgene te hebben aangekondigd, wat de H. Maagd zou betwijfelen, en waarover zij in haar twijfel zou vragen: « hoe zal dit geschieden? », en eerst daarna het bewijs, zoowel uit het voorbeeld van Elisabeth als uit Gods almacht, er aan te hebben toegevoegd. Derhalve is de boodschap niet in de passende volgorde door den engel volbracht.2. Ofwel men moet het bewijs achterwege laten (bij datgene, wat 94niet twijfelachtig is), ófwel vooropplaatsen (bij datgene, wat wel twijfelachtig kan zijn). Maar de engel schijnt eerst datgene te hebben aangekondigd, wat de H. Maagd zou betwijfelen, en waarover zij in haar twijfel zou vragen: “hoe zal dit geschieden?”, en eerst daarna het bewijs, zowel uit het voorbeeld van Elisabeth als uit Gods almacht, er aan te hebben toegevoegd. Derhalve is de boodschap niet in de passende volgorde door de engel volbracht.
3. Praeterea, majus non potest probari sufficienter per minus. Sed majus fuit Virginem parere, quam vetulam. Ergo non fuit sufficiens probatio angeli probantis conceptum Virginis ex conceptu senis.
3. Het meerdere kan men niet voldoende bewijzen door het mindere. Welnu, dat een maagd zal baren, is meer dan dat een oude vrouw zal baren. Derhalve was het geen voldoend bewijs van den engel, dat hij het ontvangen der H. Maagd aantoonde uit het ontvangen eener bejaarde vrouw.3. Het meerdere kan men niet voldoende bewijzen door het mindere. Welnu, dat een maagd zal baren, is meer dan dat een oude vrouw zal baren. Derhalve was het geen voldoend bewijs van de engel, dat hij het ontvangen van de H. Maagd aantoonde uit het ontvangen van een bejaarde vrouw.
Sed contra est, quod dicitur Rom. 13. [v. 1] : « Quae a Deo sunt, ordinata sunt ». Angelus autem missus est a Deo ad hoc, quod Virgini annuntiaret, ut dicitur Luc. 1. [v. 26]. Ergo ordinatissime fuit annuntiatio per angelum completa.
Daartegenover staat echter hetgeen in den Romeinenbrief (13, 1) gezegd wordt: « Wat van God is, is geordend ». Welnu, de engel is van God gezonden, om aan de Maagd te boodschappen, gelijk we lezen bij Lucas (1, 26). Derhalve is de boodschap zoo ordelijk mogelijk door den engel verricht.Daartegenover staat echter hetgeen in de Romeinenbrief (13, 1) gezegd wordt: “Wat van God is, is geordend”. Welnu, de engel is van God gezonden, om aan de Maagd te boodschappen, gelijk we lezen bij Lukas (1, 26). Derhalve is de boodschap zo ordelijk mogelijk door de engel verricht.
Respondeo dicendum, quod annuntiatio congruo ordine per angelum est perfecta. Tria enim angelus intendebat circa Virginem: primo quidem 95reddere mentem ejus attentam ad tantae rei considerationem, quod quidem fecit, eam salutando quadam nova et insolita salutatione: unde Origenes dicit super Lucam [hom. 6.], quod « si scivisset, ad alium quempiam similem esse factum sermonem, utpote quae habebat legis scientiam, nunquam eam quasi peregrina talis salutatio terruisset »; in qua quidem salutatione praemisit idoneitatem ejus ad conceptum in hoc quod dixit: Gratia plena; expressit conceptum in hoc quod dixit: Dominus tecum; et praenuntiavit honorem consequentem, cum dixit: Benedicta tu in mulieribus.
Leerstelling. — De boodschap werd door den engel in de juiste volgorde verricht. De engel toch bedoelde drie dingen ten 95opzichte der H. Maagd. 1e, De aandacht van haar geest te spannen op het beschouwen van een zoo grootsche gebeurtenis. Dit nu deed hij door haar aan te spreken met een nieuwen en ongewonen groet. Daarom dan ook zegt Origenes in zijn 6e Homelie op Lucas: « Indien zij geweten had, dat een dergelijk woord ooit tot iemand anders was gesproken (zij toch kende de Oude Wet), dan zou zulk een begroeting haar nooit als iets vreemds hebben doen verschrikken ». In deze begroeting nu gewaagde hij eerst van haar geschiktheid tot het ontvangen, met de woorden: vol van genade, vervolgens boodschapte hij het ontvangen zelf, door te zeggen: de Heer is met u, en tenslotte voorzegde hij de daaruit volgende eer, toen hij sprak : Gezegend zijt gij onder de vrouwen.Leerstelling. — De boodschap werd door de engel in de juiste volgorde verricht. De engel toch bedoelde drie dingen ten 95opzichte van de H. Maagd. eerste, De aandacht van haar geest te spannen op het beschouwen van een zo grootse gebeurtenis. Dit nu deed hij door haar aan te spreken met een nieuwen en ongewonen groet. Daarom dan ook zegt Origenes in zijn 6e Homelie op Lukas: “Indien zij geweten had, dat een dergelijk woord ooit tot iemand anders was gesproken (zij toch kende de Oude Wet), dan zou zulk een begroeting haar nooit als iets vreemds hebben doen verschrikken”. In deze begroeting nu gewaagde hij eerst van haar geschiktheid tot het ontvangen, met de woorden: vol van genade, vervolgens boodschapte hij het ontvangen zelf, door te zeggen: de Heer is met u, en tenslotte voorzegde hij de daaruit volgende eer, toen hij sprak: Gezegend zijt gij onder de vrouwen.
Secundo autem intendebat eam instruere de mysterio incarnationis, quod in ea erat implendum, quod quidem fecit in praenuntiando conceptum et partum, dicens: Ecce concipies in utero, etc., et ostendendo dignitatem prolis conceptae, cum dixit: Hic erit magnus, etc., et etiam demonstrando modum conceptionis, cum dixit: Spiritus Sanctus superveniet in te.
— 2e bedoelde hij haar te onderrichten over het geheim der menschwording, hetwelk in haar zou worden voltrokken. Dit nu deed hij zoowel door haar de ontvangenis en geboorte te voorspellen, met de woorden: « Zie, gij zult in uwen schoot ontvangen... » enz., als door haar te wijzen op de waardigheid van het ontvangen kind, zeggende: « Deze zal groot zijn », en tevens door haar de wijze der ontvangenis te laten zien, toen hij zeide: « De H. Geest zal op u neerdalen ».— tweede bedoelde hij haar te onderrichten over het geheim van de menswording, hetwelk in haar zou worden voltrokken. Dit nu deed hij zowel door haar de ontvangenis en geboorte te voorspellen, met de woorden: “Zie, gij zult in uw schoot ontvangen...” enz., als door haar te wijzen op de waardigheid van het ontvangen kind, zeggende: “Deze zal groot zijn”, en tevens door haar de wijze van de ontvangenis te laten zien, toen hij zeide: “De H. Geest zal op u neerdalen”.
Tertio intendebat animum ejus inducere ad consensum, quod quidem fecit exemplo Elisabeth, et ratione ex divina omnipotentia sumpta.
— 3e bedoelde hij haar geest in te leiden tot het betuigen van instemming. Dit nu deed hij door het voorbeeld van Elisabeth en door een beweegreden, ontleend aan Gods almacht.— derde bedoelde hij haar geest in te leiden tot het betuigen van instemming. Dit nu deed hij door het voorbeeld van Elisabeth en door een beweegreden, ontleend aan Gods almacht.
96Ad primum ergo dicendum, quod animo humili nihil est mirabilius, quam auditus suae excellentiae; admiratio autem maxime attentionem animi facit. Et ideo angelus volens mentem Virginis attentam reddere ad auditum tanti mysterii, ab ejus laude incepit.
96Antwoord op de Bedenkingen. — 1. Voor een nederige ziel is er niets méér verwonderlijks dan het vernemen harer eigen voortreffelijkheid. Verwondering echter maakt het sterkst de aandacht van onzen geest gaande. En juist, wijl de engel de aandacht van haar geest wilde vestigen op het aanhooren van een zoo verheven geheim, daarom begon hij met haar lof.96Antwoord op de Bedenkingen. — 1. Voor een nederige ziel is er niets méér verwonderlijks dan het vernemen van haar eigen voortreffelijkheid. Verwondering echter maakt het sterkst de aandacht van onze geest gaande. En juist, wijl de engel de aandacht van haar geest wilde vestigen op het aanhoren van een zo verheven geheim, daarom begon hij met haar lof.
Ad secundum dicendum, quod Ambrosius expresse dicit super Lucam [Expos., Lib. II, ad cap. 1, v. 34], quod B. Virgo de verbis angeli non dubitavit; dicit enim: « Quanto temperantior est Mariae responsio, quam verba sacerdotis. Haec ait: Quomodo fiet istud? Ille respondit: Unde hoc sciam? Negat ille se credere, qui negat se scire; ista se facere profitetur, nec dubitat esse faciendum, quod quomodo fieri possit, inquirit ».
2. Ambrosius zegt uitdrukkelijk in het 2e boek van zijn Uiteenzetting op Lucas (1, 34), dat de H. Maagd niet twijfelde over de woorden van den engel. Want hij zegt: « Het antwoord van Maria was meer gematigd dan de woorden van den priester. Zij zeide: « Hoe zal dit geschieden? » Maar hij gaf ten antwoord : « Waaraan zal ik dat weten? » Hij nu die zegt niet te weten, zegt ook niet te gelooven. Maar wie vraagt, hoe dit kan geschieden, betwijfelt niet, dat het moet geschieden ».2. Ambrosius zegt uitdrukkelijk in het 2e boek van zijn Uiteenzetting op Lukas (1, 34), dat de H. Maagd niet twijfelde over de woorden van de engel. Want hij zegt: “Het antwoord van Maria was meer gematigd dan de woorden van de priester. Zij zeide: ‘Hoe zal dit geschieden?’ Maar hij gaf ten antwoord: ‘Waaraan zal ik dat weten?’ Hij nu die zegt niet te weten, zegt ook niet te geloven. Maar wie vraagt, hoe dit kan geschieden, betwijfelt niet, dat het moet geschieden”.
Augustinus tamen videtur dicere, quod dubitaverit: dicit enim in lib. QQ. Veteris et Novi Test. [q. 51] : « Ambigenti Mariae de conceptu possibilitatem angelus praedicat »; sed talis dubitatio magis est admirationis, quam incredulitatis, et ideo probationem angelus inducit, non ad auferendam infidelitatem, sed magis ad removendam ejus admirationem.
Augustinus echter schijnt te houden, dat zij wel getwijfeld heeft. In zijn werk toch Vragen van het Oude en Nieuwe Testament (51e Vraag) schrijft hij : « Aan Maria, die haar ontvangen in twijfel trekt, verkondigt de engel de mogelijkheid ». Maar zulk een twijfel is meer een uiting van verwondering dan van ongeloovigheid. En derhalve voegt de engel het bewijs er aan toe, niet om eenig ongeloof weg te nemen, doch om haar verwondering te doen ophouden.Augustinus echter schijnt te houden, dat zij wel getwijfeld heeft. In zijn werk toch Vragen van het Oude en Nieuwe Testament (51e Vraag) schrijft hij: “Aan Maria, die haar ontvangen in twijfel trekt, verkondigt de engel de mogelijkheid”. Maar zulk een twijfel is meer een uiting van verwondering dan van ongelovigheid. En derhalve voegt de engel het bewijs er aan toe, niet om enig ongeloof weg te nemen, doch om haar verwondering te doen ophouden.
Ad tertium dicendum, quod, sicut Ambrosius dicit in Hexameron 97[Chrysologus, Homil. 49 in Gen.; cf. Ambr., Hexam., L. V., c. 20] : « ob hoc multae steriles praevenerunt, ut partus credatur Virginis ». Et ideo conceptus Elisabeth sterilis inducitur, non quasi sufficiens argumentum, sed quasi quoddam figurale exemplum; et ideo ad confirmationem hujus exempli subditur argumentum efficax ex omnipotentia divina.
3. Zooals Ambrosius in zijn werk Over de zes Scheppingsdagen 97zegt, « gingen juist daarom vele onvruchtbare vrouwen vooraf, opdat men zou gelooven in het baren door de Maagd ». Het ontvangen der onvruchtbare Elisabeth wordt dus niet aangehaald als een afdoend bewijs, maar als een vóórafbeeldend teeken. Ter bevestiging dus van dit vóórafbeeldend teeken wordt het geschraagd met een doorslaand bewijs uit Gods almacht.3. Zoals Ambrosius in zijn werk Over de zes Scheppingsdagen 97zegt, “gingen juist daarom vele onvruchtbare vrouwen vooraf, opdat men zou geloven in het baren door de Maagd”. Het ontvangen van de onvruchtbare Elisabeth wordt dus niet aangehaald als een afdoend bewijs, maar als een voorafbeeldend teken. Ter bevestiging dus van dit voorafbeeldend teken wordt het geschraagd met een doorslaand bewijs uit Gods almacht.