Theologische Summa · Tertia Pars · De Sacramenten in het algemeenSumma · III · De Sacramenten in het algemeenSumma · III · Kw. 60Kw. 60
Quaestio LX

De sacramentis

Kwestie 60

Over de Sacramenten

(Acht Artikelen)

1Post considerationem eorum, quae pertinent ad mysteria Verbi incarnati, considerandum est de Ecclesiae sacramentis, quae ab ipso Verbo incarnato efficaciam habent. Et prima consideratio erit de sacramentis in communi; secunda de unoquoque sacramentorum in speciali.

1Na de geheimen beschouwd te hebben van het menschgeworden Woord, moeten we over de Sacramenten der Heilige Kerk, die hun werkdadigheid van het menschgeworden Woord ontvangen, handelen. Daartoe zullen we eerst de Sacramenten beschouwen in het algemeen, daarna ieder Sacrament in het bijzonder.1Na de geheimen beschouwd te hebben van het mensgeworden Woord, moeten we over de Sacramenten van de Heilige Kerk, die hun werkdadigheid van het mensgeworden Woord ontvangen, handelen. Daartoe zullen we eerst de Sacramenten beschouwen in het algemeen, daarna ieder Sacrament in het bijzonder.

Circa primum quinque consideranda sunt : primo quid sit sacramentum; secundo de necessitate sacramentorum; tertio de effectibus sacramentorum; quarto de causa eorum; quinto de numero.

In onze verhandeling over de Sacramenten in het algemeen, moeten we vijf vraagstukken behandelen : 1. Wat is een Sacrament? 2. De noodzakelijkheid der Sacramenten. 3. De uitwerking der Sacramenten. 4. De oorzaak der Sacramenten. 5. Het getal der Sacramenten.In onze verhandeling over de Sacramenten in het algemeen, moeten we vijf vraagstukken behandelen: 1. Wat is een Sacrament? 2. De noodzakelijkheid van de Sacramenten. 3. De uitwerking van de Sacramenten. 4. De oorzaak van de Sacramenten. 5. Het getal van de Sacramenten.

Circa primum quaeruntur octo : 1. Utrum sacramentum sit in genere 2signi. — 2. Utrum omne signum rei sacrae sit sacramentum. — 3. Utrum sacramentum sit signum unius rei tantum, vel plurium. — 4. Utrum sacramentum sit signum, quod est res sensibilis. — 5. Utrum ad sacramentum requiratur determinata res sensibilis. — 6. Utrum ad sacramentum requiratur significatio, quae est per verba. — 7. Utrum requirantur determinata verba. — 8. Utrum illis verbis possit aliquid addi, vel subtrahi.

Met betrekking tot het eerste vraagstuk stellen we acht vragen : 1. Is het Sacrament een teeken? 2. Zijn alle heilige teekenen Sacramenten? 23. Beteekent een Sacrament verschillende zaken, ofwel één zaak alleen? 4. Is het teeken van een Sacrament iets stoffelijks? 5. Is het vereischt, dat dit stoffelijk teeken bepaald wordt? 6. Is het voor een Sacrament noodig woorden te gebruiken die het teeken verklaren? 7. Worden daartoe geijkte uitdrukkingen vereischt? 8. Mag men aan die woorden iets toevoegen of er iets van weg laten?Met betrekking tot het eerste vraagstuk stellen we acht vragen: 1. Is het Sacrament een teken? 2. Zijn alle heilige tekenen Sacramenten? 23. Betekent een Sacrament verschillende zaken, ofwel één zaak alleen? 4. Is het teken van een Sacrament iets stoffelijks? 5. Is het vereist, dat dit stoffelijk teken bepaald wordt? 6. Is het voor een Sacrament nodig woorden te gebruiken die het teken verklaren? 7. Worden daartoe geijkte uitdrukkingen vereist? 8. Mag men aan die woorden iets toevoegen of er iets van weg laten?

Articulus I

Utrum sacramentum sit in genere signi

[4. Dist. 1. q. 1. art. 1. q. 1. et art. 3. ad 1. et art. 4. q. 1. ad 1.]
Ie Artikel

Is het Sacrament een teeken?Is het Sacrament een teken?

antwoord 1 ↓

Ad primum sic proceditur. Videtur, quod sacramentum non sit in genere signi. Videtur enim sacramentum dici a sacrando, sicut medicamentum a medicando. Sed hoc magis videtur pertinere ad rationem causae, quam ad rationem signi. Ergo sacramentum magis est in genere causae, quam in genere signi.

Bedenkingen. — Men beweert, dat het sacrament geen teeken is. — 1. Het woord sacrament immers moet afgeleid worden van het woord sacreeren, zooals geneesmiddel van genezen. Welnu, dat komt eerder toe aan een oorzaak dan aan een teeken, en bijgevolg is een sacrament eerder een oorzaak dan een teeken.Bedenkingen. — Men beweert, dat het sacrament geen teken is. — 1. Het woord sacrament immers moet afgeleid worden van het woord sacreren, zoals geneesmiddel van genezen. Welnu, dat komt eerder toe aan een oorzaak dan aan een teken, en bijgevolg is een sacrament eerder een oorzaak dan een teken.

antwoord 2 ↓

32. Praeterea, sacramentum videtur aliquid occultum significare, secundum illud Tob. 12 [v. 7] : « Sacramentum regis abscondere bonum est », et Ephes. 3 [v. 9] : « Quae sit dispensatio sacramenti absconditi a saeculis in Deo. » Sed illud quod est absconditum, videtur esse contra rationem signi, nam signum est, quod « praeter speciem, quam ingerit sensibus, facit aliquid aliud in cognitionem venire », ut patet per Augustinum in 2. de Doctr. Christ. [cap. 1.]. Ergo videtur, quod sacramentum non sit in genere signi.

32. Het woord sacrament beteekent iets geheimzinnigs, volgens de woorden uit het Boek Tobias (12, 7) : « Het Sacrament eens konings verborgen te houden is goed », en uit den Brief aan de Ephesiërs (3, 9) : « En het bestel te doen zien van het heilsgeheim, dat van eeuwigheid verborgen was in God. » Welnu wat verborgen is, is strijdig met het wezen van het teeken, want een teeken is iets, wat buiten het beeld, dat het in onze zinnen voortbrengt, ook tot de kennis doet komen van iets anders, zooals blijkt uit hetgeen Augustinus schrijft in zijn Boek « Over de Kristelijke leer » (2e B., 1e H.). Een sacrament is dus geen teeken.32. Het woord sacrament betekent iets geheimzinnigs, volgens de woorden uit het Boek Tobias (12, 7): “Het Sacrament eens konings verborgen te houden is goed”, en uit de Brief aan de Efesiërs (3, 9): “En het bestel te doen zien van het heilsgeheim, dat van eeuwigheid verborgen was in God.” Welnu wat verborgen is, is strijdig met het wezen van het teken, want een teken is iets, wat buiten het beeld, dat het in onze zinnen voortbrengt, ook tot de kennis doet komen van iets anders, zoals blijkt uit hetgeen Augustinus schrijft in zijn Boek “Over de Christelijke leer” (2e B., 1e H.). Een sacrament is dus geen teken.

antwoord 3 ↓

3. Praeterea, juramentum quandoque sacramentum nominatur : dicitur enim in Decr. 22. q. 5. [cap. 14.] : « Parvuli, qui sine aetate rationabili sunt, non cogantur jurare; et qui semel perjuratus fuerit, nec testis sit post hoc, nec ad sacramentum (idest juramentum) accedat. » Sed juramentum non pertinet ad rationem signi. Ergo videtur, quod sacramentum non sit in genere signi.

3. Soms noemt men een eed ook sacrament. In de Decretaliën toch (22, Kw. 5, 14e H.) lezen we : « De kinderen, die de jaren van verstand nog niet bereikt hebben, mogen niet gedwongen worden tot eedaflegging, en hij die eenmaal meineedig was, mag geen getuige meer zijn noch opgeroepen worden tot het sacrament d. i. tot de eedaflegging. » Welnu een eed is geen teeken. Dus is een sacrament geen teeken.3. Soms noemt men een eed ook sacrament. In de Decretaliën toch (22, Kw. 5, 14e H.) lezen we: “De kinderen, die de jaren van verstand nog niet bereikt hebben, mogen niet gedwongen worden tot eedaflegging, en hij die eenmaal meinedig was, mag geen getuige meer zijn noch opgeroepen worden tot het sacrament d.i. tot de eedaflegging.” Welnu een eed is geen teken. Dus is een sacrament geen teken.

Sed contra est, quod Augustinus dicit in 10. de Civit. Dei [cap. 5.] : 4« Sacrificium visibile invisibilis sacrificii sacramentum, idest sacrum signum est ».

Daartegenover staat echter wat Augustinus zegt in zijn Boek De Stad Gods (10e B., 5e H.) : « Het zichtbaar offer is het 4Sacrament, dit is het heilig teeken van het onzichtbaar offer. »Daartegenover staat echter wat Augustinus zegt in zijn Boek De Stad Gods (10e B., 5e H.): “Het zichtbaar offer is het 4Sacrament, dit is het heilig teken van het onzichtbaar offer.”

Respondeo dicendum, quod omnia quae habent ordinem ad unum aliquid, licet diversimode, ab illo denominari possunt; sicut a sanitate, quae est in animali, denominatur sanum non solum animal, quod est sanitatis subjectum, sed dicitur medicina sana, inquantum est sanitatis effectiva; diaeta vero, inquantum est conservativa ejusdem; et urina, inquantum est significativa ipsius. Sic igitur sacramentum potest aliquid dici, vel quia in se habet aliquam sanctitatem occultam, et secundum hoc sacramentum idem est quod sacrum secretum; vel quia habet aliquem ordinem ad hanc sanctitatem, vel causae, vel signi, vel secundum quamcumque aliam habitudinem. Specialiter autem nunc loquimur de sacramentis, secundum quod important habitudinem signi, et secundum hoc sacramentum ponitur in genere signi.

Leerstelling. — Alles wat met iets anders in betrekking staat, hetzij dan ook op verschillende wijze, kan naar dat andere genoemd worden. Zoo noemt men niet alleen een dier gezond met het oog op de gezondheid van het dier, het subject der gezondheid, maar ook het geneesmiddel, in zoover het de gezondheid voortbrengt; het dieet, in zoover het de gezondheid bewaart, de urine, in zoover zij er een teeken van is. Zoo ook wordt iets sacrament genoemd omdat het in zich een verborgen heiligheid bevat (en volgens die beteekenis is een sacrament hetzelfde als een heilig geheim) ofwel omdat het zich tot die heiligheid verhoudt als een oorzaak of een teeken, of hoe dan ook. We spreken hier echter voornamelijk over de sacramenten in zoover ze zich tot iets anders verhouden als teekenen, en op die wijze heeft het sacrament het karakter van een teeken.Leerstelling. — Alles wat met iets anders in betrekking staat, hetzij dan ook op verschillende wijze, kan naar dat andere genoemd worden. Zo noemt men niet alleen een dier gezond met het oog op de gezondheid van het dier, het subject van de gezondheid, maar ook het geneesmiddel, in zover het de gezondheid voortbrengt; het dieet, in zover het de gezondheid bewaart, de urine, in zover zij er een teken van is. Zo ook wordt iets sacrament genoemd omdat het in zich een verborgen heiligheid bevat (en volgens die betekenis is een sacrament hetzelfde als een heilig geheim) ofwel omdat het zich tot die heiligheid verhoudt als een oorzaak of een teken, of hoe dan ook. We spreken hier echter voornamelijk over de sacramenten in zover ze zich tot iets anders verhouden als tekenen, en op die wijze heeft het sacrament het karakter van een teken.

↑ bedenking 1

Ad primum ergo dicendum, quod quia medicina se habet ut causa effectiva sanitatis, inde est quod omnia denominata a medicina dicuntur 5per ordinem ad unum primum agens; et propter hoc medicamentum importat causalitatem quandam. Sed sanctitas, a qua denominatur sacramentum, non significatur per modum causae efficientis, sed magis per modum causae formalis, vel finalis. Et ideo non oportet, quod sacramentum semper importet causalitatem.

Antwoord op de Bedenkingen. — 1. De geneesmiddelen zijn de bewerkende oorzaak van de gezondheid, en daarom wordt alles wat naar de geneesmiddelen genoemd wordt, gezegd met 5betrekking tot een eerste werkende oorzaak; waarom dan ook een geneesmiddel een zeker oorzakelijkheidsverband insluit. De heiligheid echter, naar welke een sacrament benoemd wordt, wordt niet opgevat als een werkende oorzaak, doch eerder als een vormoorzaak of een eindoorzaak en daarom is het niet vereischt, dat een sacrament altijd een oorzakelijkheidsverband aanduidt.Antwoord op de Bedenkingen. — 1. De geneesmiddelen zijn de bewerkende oorzaak van de gezondheid, en daarom wordt alles wat naar de geneesmiddelen genoemd wordt, gezegd met 5betrekking tot een eerste werkende oorzaak; waarom dan ook een geneesmiddel een zeker oorzakelijkheidsverband insluit. De heiligheid echter, naar welke een sacrament benoemd wordt, wordt niet opgevat als een werkende oorzaak, doch eerder als een vormoorzaak of een eindoorzaak en daarom is het niet vereist, dat een sacrament altijd een oorzakelijkheidsverband aanduidt.

↑ bedenking 2

Ad secundum dicendum, quod ratio illa procedit, secundum quod sacramentum idem est, quod sacrum secretum. Dicitur autem non solum Dei secretum, sed etiam regis esse sacrum et sacramentum, quia secundum antiquos sancta vel sacrosancta dicebantur quaecumque violari non licebat; sicut etiam muri civitatis, et personae in dignitatibus constitutae. Et ideo illa secreta, sive divina, sive humana, quae non licet violari quibuslibet publicando dicuntur sacrae vel sacramenta.

2. Die bedenking gaat op, voor zoover een sacrament hetzelfde is als een heilig geheim, want er wordt niet alleen gezegd, dat het geheim van God, maar ook van een koning iets heiligs en een sacrament is. Alles immers wat niet mocht geschonden worden, werd door de Ouden heilig en hoogheilig genoemd, zooals de versterkingen van een stad en de hoogwaardigheidsbekleeders. En daarom worden goddelijke en menschelijke geheimen, die niet mogen geschonden worden door ze aan eenieder te openbaren, heilige zaken of sacramenten genoemd.2. Die bedenking gaat op, voor zover een sacrament hetzelfde is als een heilig geheim, want er wordt niet alleen gezegd, dat het geheim van God, maar ook van een koning iets heiligs en een sacrament is. Alles immers wat niet mocht geschonden worden, werd door de Ouden heilig en hoogheilig genoemd, zoals de versterkingen van een stad en de hoogwaardigheidsbekleders. En daarom worden goddelijke en menselijke geheimen, die niet mogen geschonden worden door ze aan eenieder te openbaren, heilige zaken of sacramenten genoemd.

↑ bedenking 3

Ad tertium dicendum, quod etiam juramentum habet quandam habitudinem ad res sacras, inquantum scilicet est quaedam contestatio facta per aliquid sacrum; et secundum hoc dicitur juramentum esse sacramentum, non eadem ratione, qua nunc loquimur de sacramentis; non tamen aequivoce 6sumpto nomine sacramenti, sed analogice, scilicet secundum diversam habitudinem ad aliquid unum, quod est res sacra.

3. Ook de eed staat in betrekking met heilige zaken omdat hij iets heiligs tot getuige neemt. Overeenkomstig daarmee, zegt men, dat de eed een sacrament is, niet echter in denzelfden zin als hier over de sacramenten gesproken wordt. Ook niet in een dubbelzinnige beteekenis, maar in een deelsgelijke beteekenis, dit is naar 6de verschillende verhoudingen naar één en hetzelfde, nl. tot een heilige zaak.3. Ook de eed staat in betrekking met heilige zaken omdat hij iets heiligs tot getuige neemt. Overeenkomstig daarmee, zegt men, dat de eed een sacrament is, niet echter in dezelfde zin als hier over de sacramenten gesproken wordt. Ook niet in een dubbelzinnige betekenis, maar in een deelsgelijke betekenis, dit is naar 6de verschillende verhoudingen naar één en hetzelfde, nl. tot een heilige zaak.

Articulus II

Utrum omne signum rei sacrae sit sacramentum

[Infr. q. 64. art. 2. et 1-2. q. 101. art. 4. corp. et q. 102. art. 5. corp. et 4. Dist. 1. q. 1. art. 1. q. 1.)
IIe Artikel

Zijn alle heilige teekens Sacramenten?Zijn alle heilige tekens Sacramenten?

antwoord 1 ↓

Ad secundum sic proceditur. Videtur, quod non omne signum rei sacrae sit sacramentum. Omnes enim creaturae sensibiles sunt signa rerum sacrarum, secundum illud Rom. 1. [v. 20] : « Invisibilia Dei per ea, quae facta sunt, intellecta conspiciuntur », nec tamen omnes res sensibiles possunt dici sacramenta. Non ergo omne signum rei sacrae est sacramentum.

Bedenkingen. — Men beweert, dat niet alle heilige teekens sacramenten zijn. — 1. Alle stoffelijke schepselen immers zijn teekenen van iets heiligs, want er staat geschreven in den Brief aan de Romeinen (1, 20) : « Want zijn (Gods) onzichtbaar wezen is bij eenig nadenken uit het geschapene duidelijk te kennen. » Welnu men kan niet beweren, dat alle stoffelijke dingen sacramenten zijn. Dus zijn niet alle heilige teekens sacramenten.Bedenkingen. — Men beweert, dat niet alle heilige tekens sacramenten zijn. — 1. Alle stoffelijke schepselen immers zijn tekenen van iets heiligs, want er staat geschreven in de Brief aan de Romeinen (1, 20): “Want zijn (Gods) onzichtbaar wezen is bij enig nadenken uit het geschapene duidelijk te kennen.” Welnu men kan niet beweren, dat alle stoffelijke dingen sacramenten zijn. Dus zijn niet alle heilige tekens sacramenten.

antwoord 2 ↓

2. Praeterea, omnia quae in veteri lege fiebant, Christum figurabant, qui est Sanctus sanctorum, secundum illud 1. ad Cor. 10 [v. 11] : « Omnia in figura contingebant illis », et Coloss. 2. [v. 17] : « Quae sunt 7umbra futurorum, corpus autem Christi », nec tamen omnia gesta Patrum veteris Testamenti, vel etiam omnes caeremoniae legis sunt sacramenta, sed quaedam specialiter, sicut in 2. habitum est [1.-2., q. 101, art. 4.]. Ergo videtur, quod non omne signum rei sacrae sit sacramentum.

2. Alles wat in de oude wet geschiedde, was een voorafbeelding van Christus, die de Heilige der Heiligen is. In den Ie Brief aan de Korinthiërs lezen we immers (10, 11) : « Dit alles nu overkwam hun als een voorafbeelding », en in den Brief aan de Colossenzen (2, 17) : « Deze dingen zijn slechts een 7schaduwbeeld van het toekomstige, maar de werkelijkheid is van Christus. » en toch waren niet al de daden der Oud-vaders uit het oude verbond, noch alle ceremoniën der Wet sacramenten, maar enkel eenige in het bijzonder, zooals bewezen werd in het IIe Deel (Kw. 101, Art. 4). Dus zijn niet alle heilige teekenen sacramenten.2. Alles wat in de oude wet geschiedde, was een voorafbeelding van Christus, die de Heilige van de Heiligen is. In de 1e Brief aan de Korintiërs lezen we immers (10, 11): “Dit alles nu overkwam hun als een voorafbeelding”, en in de Brief aan de Colossenzen (2, 17): “Deze dingen zijn slechts een 7schaduwbeeld van het toekomstige, maar de werkelijkheid is van Christus.” en toch waren niet al de daden van de Oud-vaders uit het oude verbond, noch alle ceremoniën van de Wet sacramenten, maar enkel enige in het bijzonder, zoals bewezen werd in het 2e Deel (Kw. 101, Art. 4). Dus zijn niet alle heilige tekenen sacramenten.

antwoord 3 ↓

3. Praeterea, etiam in novo Testamento multa geruntur in signum alicujus rei sacrae, quae tamen non dicuntur sacramenta, sicut aspersio aquae benedictae, consecratio altaris, et similia. Non ergo omne signum rei sacrae est sacramentum.

3. Ook in het nieuw Verbond worden veel zaken aangegeven als teekenen van iets heiligs, en toch zijn het geen sacramenten, zooals het besproeien met wijwater, de wijding van een altaar, en dergelijke. Dus zijn niet alle teekenen van iets heiligs sacramenten.3. Ook in het nieuw Verbond worden veel zaken aangegeven als tekenen van iets heiligs, en toch zijn het geen sacramenten, zoals het besproeien met wijwater, de wijding van een altaar, en dergelijke. Dus zijn niet alle tekenen van iets heiligs sacramenten.

Sed contra est, quod definitio convertitur cum definito. Sed quidam definiunt sacramentum per hoc, quod est sacrae rei signum; et hoc etiam videtur ex auctoritate Augustini supra inducta [art. praec. in arg. sed contra]. Ergo videtur, quod omne signum rei sacrae sit sacramentum.

Daartegenover staat echter, dat een bepaling omkeerbaar is met het bepaalde. Welnu sommigen bepalen het sacrament als een teeken van een heilige zaak, en dit wordt bevestigd door de woorden van Augustinus, die vroeger werden aangehaald (vorig Artikel). Dus is ieder teeken van iets heiligs een sacrament.Daartegenover staat echter, dat een bepaling omkeerbaar is met het bepaalde. Welnu sommigen bepalen het sacrament als een teken van een heilige zaak, en dit wordt bevestigd door de woorden van Augustinus, die vroeger werden aangehaald (vorig Artikel). Dus is ieder teken van iets heiligs een sacrament.

Respondeo dicendum, quod signa proprie dantur hominibus, quorum est per nota ad ignota pervenire. Et ideo proprie dicitur sacramentum, 8quod est signum alicujus rei sacrae ad homines pertinentis, ut scilicet proprie dicatur sacramentum, secundum quod nunc de sacramentis loquimur, quod est signum rei sacrae, inquantum est sanctificans homines.

Leerstelling. — Teekenen worden eigenlijk door de menschen gebruikt, die immers door gekende zaken tot de kennis komen van onbekende. Het woord sacrament wordt dus in 8eigenlijken zin gebruikt om een teeken aan te duiden van een heilige zaak, die den mensch aanbelangt. Zooals we hier spreken over sacramenten, is een sacrament in eigenlijken zin een teeken van een heilige zaak, in zoover deze de menschen heiligt.Leerstelling. — Tekenen worden eigenlijk door de mensen gebruikt, die immers door gekende zaken tot de kennis komen van onbekende. Het woord sacrament wordt dus in 8eigenlijke zin gebruikt om een teken aan te duiden van een heilige zaak, die de mens aanbelangt. Zoals we hier spreken over sacramenten, is een sacrament in eigenlijke zin een teken van een heilige zaak, in zover deze de mensen heiligt.

↑ bedenking 1

Ad primum ergo dicendum, quod creaturae sensibiles significant aliquid sacrum, scilicet sapientiam et bonitatem divinam, inquantum sunt in seipsis sacra, non autem inquantum nos per ea sanctificamur. Et ideo non possunt dici sacramenta, secundum quod nunc loquimur de sacramentis.

Antwoord op de Bedenkingen. — 1. De stoffelijke schepselen duiden iets heiligs aan, nl. de wijsheid en de goedheid van God, in zoover ze in zichzelf heilig zijn, en niet in zoover ze ons heiligen. Daarom kunnen ze geen sacramenten genoemd worden zooals we hier over sacramenten spreken.Antwoord op de Bedenkingen. — 1. De stoffelijke schepselen duiden iets heiligs aan, nl. de wijsheid en de goedheid van God, in zover ze in zichzelf heilig zijn, en niet in zover ze ons heiligen. Daarom kunnen ze geen sacramenten genoemd worden zoals we hier over sacramenten spreken.

↑ bedenking 2

Ad secundum dicendum, quod quaedam ad vetus Testamentum pertinentia significabant sanctitatem Christi secundum quod in se sanctus est; quaedam vero significabant sanctitatem ejus, in quantum per ea nos sanctificamur, sicut immolatio agni paschalis significabat immolationem Christi, qua sanctificati sumus. Et talia dicuntur proprie veteris legis sacramenta.

2. Sommige dingen uit het Oude Verbond duiden de heiligheid van Christus aan, in zoover Hij in zichzelf heilig is. Andere echter duiden Zijn heiligheid aan in zoover wij erdoor geheiligd worden, zooals het slachten van het Paaschlam den dood van Christus aanduidde, waardoor wij geheiligd worden. En zulke dingen worden eigenlijk sacramenten van de Oude Wet genoemd.2. Sommige dingen uit het Oude Verbond duiden de heiligheid van Christus aan, in zover Hij in zichzelf heilig is. Andere echter duiden Zijn heiligheid aan in zover wij erdoor geheiligd worden, zoals het slachten van het Paaslam de dood van Christus aanduidde, waardoor wij geheiligd worden. En zulke dingen worden eigenlijk sacramenten van de Oude Wet genoemd.

↑ bedenking 3

Ad tertium dicendum, quod res denominatur a fine, et complemento; dispositio autem non est finis, neque perfectio1, et ideo quae significant 9dispositionem ad sanctitatem, non dicuntur sacramenta, de quibus procedit objectio, sed solum ea quae significant perfectionem sanctitatis humanae.

3. De dingen worden genoemd naar hun einddoel en voleinding. Een geschiktheid is echter geen einddoel, maar een vervolmaking. En daarom zijn de dingen, die een geschiktheid tot de heiligheid aanduiden, geen sacramenten, waarover in de bedenking 9gesproken wordt, maar alleen die dingen, welke de voleinding aanduiden van de heiligheid van den mensch.3. De dingen worden genoemd naar hun einddoel en voleinding. Een geschiktheid is echter geen einddoel, maar een vervolmaking. En daarom zijn de dingen, die een geschiktheid tot de heiligheid aanduiden, geen sacramenten, waarover in de bedenking 9gesproken wordt, maar alleen die dingen, welke de voleinding aanduiden van de heiligheid van de mens.

Articulus III

Utrum sacramentum sit signum unius rei tantum

[4. Dist. 1. q. 1. art. 1. q. 1. ad 4. et art. 3. corp.]
IIIe Artikel

Beteekent een Sacrament maar één enkele zaak?Betekent een Sacrament maar één enkele zaak?

antwoord 1 ↓

Ad tertium sic proceditur. Videtur, quod sacramentum non sit signum nisi unius rei. Id enim, quo multa significantur, est signum ambiguum, et per consequens fallendi occasio, sicut patet de nominibus aequivocis. Sed omnis fallacia debet removeri a Christiana religione, secundum illud Coloss. 2. [v. 8] : « Videte, ne quis vos seducat per philosophiam et inanem fallaciam. » Ergo videtur, quod sacramentum non sit signum plurium rerum.

Bedenkingen. — Men beweert dat een sacrament maar één enkele zaak beteekent. — 1. Een teeken immers, dat verschillende zaken beteekent, is een dubbelzinnig teeken, dat aanleiding geeft tot dwaling, zooals duidelijk is voor de dubbelzinnige woorden. Welnu deze dwaling moet uit den Christelijken godsdienst geweerd worden, volgens het gezegde uit den Brief aan de Colossenzen (2,8) : « Past op dat niemand U meesleept door de wijsbegeerte of ijdele drogredenen. » Een sacrament beteekent dus niet verschillende zaken.Bedenkingen. — Men beweert dat een sacrament maar één enkele zaak betekent. — 1. Een teken immers, dat verschillende zaken betekent, is een dubbelzinnig teken, dat aanleiding geeft tot dwaling, zoals duidelijk is voor de dubbelzinnige woorden. Welnu deze dwaling moet uit de Christelijke godsdienst geweerd worden, volgens het gezegde uit de Brief aan de Colossenzen (2,8): “Past op dat niemand U meesleept door de wijsbegeerte of ijdele drogredenen.” Een sacrament betekent dus niet verschillende zaken.

antwoord 2 ↓

2. Praeterea. Sicut dictum est [art. praec.], sacramentum significat rem sacram, inquantum est humanae sanctificationis causa. Sed una sola est causa humanae sanctificationis, scilicet sanguis Christi, secundum illud 10Hebr. ult. [v. 12] : « Jesus, ut sanctificaret per suum sanguinem populum, extra portam passus est. » Ergo videtur, quod sacramentum non significet plura.

2. Zooals in het vorig artikel gezegd werd, beteekent een sacrament iets heiligs, als een oorzaak van de heiligmaking der menschen, nl. het bloed van Christus, volgens den Brief aan de 10Hebreën (13, 12) : « Daarom heeft ook Jezus buiten de poort geleden, om het volk te heiligen door Zijn bloed. » Bijgevolg is een sacrament geen teeken van verschillende zaken.2. Zoals in het vorig artikel gezegd werd, betekent een sacrament iets heiligs, als een oorzaak van de heiligmaking van de mensen, nl. het bloed van Christus, volgens de Brief aan de 10Hebreën (13, 12): “Daarom heeft ook Jezus buiten de poort geleden, om het volk te heiligen door Zijn bloed.” Bijgevolg is een sacrament geen teken van verschillende zaken.

antwoord 3 ↓

3. Praeterea, dictum est [art. praec. ad 3.], quod sacramentum proprie significat ipsum finem sanctificationis. Sed finis sanctificationis est vita aeterna, secundum illud Rom. 6. [v. 22] : « Habetis fructum vestrum in sanctificatione, finem vero vitam aeternam. » Ergo videtur, quod sacramentum non significet nisi unam rem, scilicet vitam aeternam.

3. Hierboven (vorig Artikel, Antwoord op de 3e Bedenking) werd gezegd, dat een sacrament eigenlijk het doel zelf der heiligmaking beteekent. Welnu het doel van onze heiligmaking is het eeuwig leven, volgens den Brief aan de Romeinen (6, 22) : « Gij plukt thans als vrucht de heiliging, het einde ervan is het eeuwig leven. » Een sacrament beteekent dus maar één enkele zaak, nl. het eeuwig leven.3. Hierboven (vorig Artikel, Antwoord op de 3e Bedenking) werd gezegd, dat een sacrament eigenlijk het doel zelf van de heiligmaking betekent. Welnu het doel van onze heiligmaking is het eeuwig leven, volgens de Brief aan de Romeinen (6, 22): “Gij plukt thans als vrucht de heiliging, het einde ervan is het eeuwig leven.” Een sacrament betekent dus maar één enkele zaak, nl. het eeuwig leven.

Sed contra est, quod in sacramento altaris est duplex res significata, scilicet corpus Christi verum, et mysticum, ut Augustinus dicit in libro Sententiar. Prosperi [cap. Hoc est, de Consecrat. dist. 2.].

Daartegenover staat echter, dat het sacrament des Altaars twee zaken beteekent, nl. het werkelijk Lichaam van Christus, en Zijn mystisch Lichaam. Dit is ook de meening van Augustinus in zijn Boek over de Sententiën van Prosper.Daartegenover staat echter, dat het sacrament van het Altaar twee zaken betekent, nl. het werkelijk Lichaam van Christus, en Zijn mystiek Lichaam. Dit is ook de mening van Augustinus in zijn Boek over de Sententiën van Prosper.

Respondeo dicendum, quod sicut dictum est [art. praec.], sacramentum proprie dicitur quod ordinatur ad significandam nostram sanctificationem, in qua tria possunt considerari : videlicet ipsa causa sanctificationis nostrae, 11quae est passio Christi; et forma nostrae sanctificationis, quae consistit in gratia et virtutibus; et ultimus finis sanctificationis nostrae, qui est vita aeterna. Et haec omnia per sacramenta significantur. Unde sacramentum est et signum rememorativum ejus quod praecessit, scilicet passionis Christi, et demonstrativum ejus quod in nobis efficitur per Christi passionem, scilicet gratiae, et prognosticum, idest praenuntiativum futurae gloriae.

Leerstelling. — Zooals (in het vorig Artikel) gezegd is, is een sacrament eigenlijk iets wat onze heiligmaking beteekent. Welnu in onze heiligmaking kunnen we drie verschillende zaken onderscheiden, nl. de oorzaak zelf van onze heiligmaking, het 11lijden van Christus; den vorm van onze heiligmaking, de genade en de deugden; en het einddoel van onze heiligmaking, het eeuwig leven. Dit alles nu wordt door de sacramenten beteekend. Bijgevolg is een sacrament zoowel een herinneringsteeken aan iets wat voorbij is, nl. het lijden van Christus, als een teeken dat aantoont wat in ons door dit lijden volbracht wordt, nl. de genade, en een voorteeken van de toekomende heerlijkheid.Leerstelling. — Zoals (in het vorig Artikel) gezegd is, is een sacrament eigenlijk iets wat onze heiligmaking betekent. Welnu in onze heiligmaking kunnen we drie verschillende zaken onderscheiden, nl. de oorzaak zelf van onze heiligmaking, het 11lijden van Christus; de vorm van onze heiligmaking, de genade en de deugden; en het einddoel van onze heiligmaking, het eeuwig leven. Dit alles nu wordt door de sacramenten betekend. Bijgevolg is een sacrament zowel een herinneringsteken aan iets wat voorbij is, nl. het lijden van Christus, als een teken dat aantoont wat in ons door dit lijden volbracht wordt, nl. de genade, en een voorteken van de toekomende heerlijkheid.

↑ bedenking 1

Ad primum ergo dicendum, quod tunc est signum ambiguum praebens occasionem fallendi, quando significat multa, quorum unum non ordinatur ad aliud; sed quando significat multa, secundum quod ex eis quodam ordine efficitur unum, tunc non est signum ambiguum, sed certum; sicut hoc nomen homo significat animam et corpus, prout ex eis constituitur humana natura. Et hoc modo sacramentum significat tria praedicta, secundum quod quodam ordine sunt unum.

Antwoord op de Bedenkingen. — 1. Een teeken is dubbelzinnig en geeft aanleiding tot dwaling, wanneer het verschillende dingen beteekent, die niet tot elkander geordend zijn. Wanneer echter een teeken verschillende dingen beteekent, die door hun onderlinge orde tot een eenheid herleid kunnen worden, dan is het geen dubbelzinnig teeken, maar een duidelijk teeken, zooals het woord mensch de ziel en het lichaam beteekent in zoover ze beide de menschelijke natuur samenstellen. Op dezelfde manier beteekent een sacrament de drie genoemde dingen, voor zoover ze door hun onderlinge orde iets ééns zijn.Antwoord op de Bedenkingen. — 1. Een teken is dubbelzinnig en geeft aanleiding tot dwaling, wanneer het verschillende dingen betekent, die niet tot elkander geordend zijn. Wanneer echter een teken verschillende dingen betekent, die door hun onderlinge orde tot een eenheid herleid kunnen worden, dan is het geen dubbelzinnig teken, maar een duidelijk teken, zoals het woord mens de ziel en het lichaam betekent in zover ze beide de menselijke natuur samenstellen. Op dezelfde manier betekent een sacrament de drie genoemde dingen, voor zover ze door hun onderlinge orde iets ééns zijn.

↑ bedenking 2

Ad secundum dicendum, quod sacramentum, in hoc quod significat rem sanctificantem, oportet quod significet effectum, qui intelligitur in ipsa causa sanctificante, prout est sanctificans.

2. Voor zoover een sacrament iets beteekent, dat heiligmaakt, moet het het uitwerksel aanduiden dat besloten ligt in de heiligmaking als zoodanig.2. Voor zover een sacrament iets betekent, dat heiligmaakt, moet het het uitwerksel aanduiden dat besloten ligt in de heiligmaking als zodanig.

↑ bedenking 3

12Ad tertium dicendum, quod sufficit ad rationem sacramenti, quod significet perfectionem, quae est forma; nec oportet, quod solum significet perfectionem, quae est finis.

123. Tot het wezen van een sacrament volstaat het, dat het de volmaaktheid van den vorm beteekent; het is niet vereischt dat het enkel de volmaaktheid van het doel zou aanduiden.123. Tot het wezen van een sacrament volstaat het, dat het de volmaaktheid van de vorm betekent; het is niet vereist dat het enkel de volmaaktheid van het doel zou aanduiden.

Articulus IV

Utrum sacramentum sit semper aliqua res sensibilis

[4. Dist. 1. q. 1. art. 1. q. 1. et art. 2. q. 1. et art. 3. corp. et lib. 4. Contr. g. cap. 56. et Joan. 3. co. 4.]
IVe Artikel

Is een Sacrament altijd iets stoffelijks?

antwoord 1 ↓

Ad quartum sic proceditur. Videtur, quod sacramentum non semper sit aliqua res sensibilis; quia, secundum Philosophum in lib. 2. Priorum [cap. 29, n. 1], « omnis effectus suae causae signum est ». Sed sicut sunt quidam effectus sensibiles, ita etiam sunt quidam effectus intelligibiles, sicut scientia est effectus demonstrationis. Ergo non omne signum est sensibile. Sufficit autem ad rationem sacramenti, quod sit signum alicujus rei sacrae, inquantum per eam homo sanctificatur, ut dictum est [art. 2. huj. q.]. Non ergo requiritur ad sacramentum, quod sit aliqua res sensibilis.

Bedenkingen. — Men beweert dat een sacrament niet altijd iets stoffelijks is. — 1. De Wijsgeer immers zegt in het eerste Boek van zijn Eerste werk over de Redeneering (29e H., n° 1), dat ieder uitwerksel een teeken is van zijn oorzaak. Welnu zooals er stoffelijke uitwerkselen zijn, zoo ook zijn er zuiver verstandelijke uitwerkselen, zooals de wetenschap een uitwerksel is van de bewijsvoering. Bijgevolg is niet ieder teeken stoffelijk. Het volstaat echter om het begrip sacrament te verwezenlijken, dat het een teeken is van iets heiligs, voor zoover de mensch daardoor geheiligd wordt, zooals vroeger werd aangetoond (2e Artikel). Het is dus niet vereischt dat een sacrament een stoffelijk teeken zijn zou.Bedenkingen. — Men beweert dat een sacrament niet altijd iets stoffelijks is. — 1. De Wijsgeer immers zegt in het eerste Boek van zijn Eerste werk over de Redenering (29e H., n° 1), dat ieder uitwerksel een teken is van zijn oorzaak. Welnu zoals er stoffelijke uitwerkselen zijn, zo ook zijn er zuiver verstandelijke uitwerkselen, zoals de wetenschap een uitwerksel is van de bewijsvoering. Bijgevolg is niet ieder teken stoffelijk. Het volstaat echter om het begrip sacrament te verwezenlijken, dat het een teken is van iets heiligs, voor zover de mens daardoor geheiligd wordt, zoals vroeger werd aangetoond (2e Artikel). Het is dus niet vereist dat een sacrament een stoffelijk teken zijn zou.

antwoord 2 ↓

132. Praeterea, sacramenta pertinent ad cultum, vel regnum Dei. Sed, res sensibiles non videntur pertinere ad cultum Dei. Dicitur enim Joan. 4 [v. 24] : « Spiritus est Deus et eos, qui adorant eum, in spiritu et veritate oportet adorare », et Rom. 14 [v. 17] : « Non est regnum Dei esca et potus. » Ergo res sensibiles non requiruntur ad sacramentum.

132. De sacramenten behooren tot den eeredienst of tot het rijk van God. Welnu stoffelijke zaken behooren niet tot den eeredienst. Er wordt immers gezegd bij Joannes (4, 24) : « God is een geest en wie Hem aanbidden, moeten in geest en waarheid aanbidden », en in den Brief aan de Romeinen (14, 17) : « Het koninkrijk Gods bestaat niet in spijs en drank ». Bijgevolg worden er geen stoffelijke zaken vereischt voor de sacramenten.132. De sacramenten behoren tot de eredienst of tot het rijk van God. Welnu stoffelijke zaken behoren niet tot de eredienst. Er wordt immers gezegd bij Johannes (4, 24): “God is een geest en wie Hem aanbidden, moeten in geest en waarheid aanbidden”, en in de Brief aan de Romeinen (14, 17): “Het koninkrijk Gods bestaat niet in spijs en drank”. Bijgevolg worden er geen stoffelijke zaken vereist voor de sacramenten.

antwoord 3 ↓

3. Praeterea, Augustinus dicit in lib. 2. de Lib. Arbit. [cap. 19.], quod « res sensibiles sunt minima bona, sine quibus homo recte vivere potest ». Sed sacramenta sunt de necessitate salutis humanae, ut infra patebit [q. seq.]. Et ita sine eis homo recte vivere potest. Non ergo res sensibiles requiruntur ad sacramenta.

3. Augustinus verklaart in zijn Boek over den vrijen Wil (19e H.), dat de stoffelijke zaken de minste waarde hebben en dat de mensch kan leven zooals het behoort zonder ze te bezitten. Welnu de sacramenten zijn vereischt tot de zaligheid der menschen, zooals verder wordt bewezen (Kw. 61) en zonder hen kan de mensch niet leven zooals het behoort. De stoffelijke zaken zijn dus niet vereischt tot de sacramenten.3. Augustinus verklaart in zijn Boek over de vrije Wil (19e H.), dat de stoffelijke zaken de minste waarde hebben en dat de mens kan leven zoals het behoort zonder ze te bezitten. Welnu de sacramenten zijn vereist tot de zaligheid van de mensen, zoals verder wordt bewezen (Kw. 61) en zonder hen kan de mens niet leven zoals het behoort. De stoffelijke zaken zijn dus niet vereist tot de sacramenten.

Sed contra est, quod Augustinus dicit super Joan. [tract. 80.] : « Accedit verbum ad elementum, et fit sacramentum », et loquitur ibi de elemento sensibili, quod est aqua. Ergo res sensibiles requiruntur ad sacramenta.

Daartegen echter staat wat Augustinus schrijft in zijn Verklaring van Joannes (80e Verhandeling) : « Het woord wordt bij het element gevoegd, en het Sacrament ontstaat. » En hij spreekt van een stoffelijk element, nl. van water. Bijgevolg zijn er stoffelijke zaken vereischt tot de sacramenten.Daartegen echter staat wat Augustinus schrijft in zijn Verklaring van Johannes (80e Verhandeling): “Het woord wordt bij het element gevoegd, en het Sacrament ontstaat.” En hij spreekt van een stoffelijk element, nl. van water. Bijgevolg zijn er stoffelijke zaken vereist tot de sacramenten.

14Respondeo dicendum, quod sapientia divina unicuique rei providet secundum suum modum, et propter hoc dicitur Sap. 8 [v. 1] quod suaviter disponit omnia, unde et Matth. 25 [v. 15] dicitur, quod dedit unicuique secundum propriam virtutem. Est autem homini connaturale, ut per sensibilia perveniat in cognitionem intelligibilium. Signum autem est, per quod aliquis devenit in cognitionem alterius. Unde cum res sacrae, quae per sacramenta significantur, sint quaedam spiritualia et intelligibilia bona, quibus homo sanctificatur, consequens est, ut per aliquas res sensibiles significatio sacramenti impleatur, sicut etiam per similitudinem sensibilium rerum in divina Scriptura res spirituales nobis describuntur. Et inde est, quod ad sacramenta requiruntur res sensibiles, ut etiam Dionysius probat in 1. cap. Coelest. Hierarch.

14Leerstelling. — De goddelijke Wijsheid voorziet in alle zaken volgens hun eigen manier van zijn. Daarom zegt het Boek der Wijsheid (8, 1), dat Hij alles bestuurt met zachtheid. En Mattheus zegt ook (25, 15), dat Hij aan eenieder gaf volgens zijn bekwaamheid. Welnu, het ligt in de natuur van den mensch door het stoffelijke te komen tot de kennis van het verstandelijke, en een teeken is juist iets, waardoor men komt tot de kennis van iets anders; daar nu de heilige zaken, die door de sacramenten worden aangeduid, geestelijke en verstandelijke goederen zijn, waardoor de mensch geheiligd wordt, daarom moet datgene wat het sacrament beteekent, door stoffelijke zaken worden uitgewerkt. Zoo ook worden in de Heilige Schrift de geestelijke dingen beschreven door gelijkenissen uit de zintuiglijkwaarneembare wereld. Bijgevolg worden de stoffelijke zaken vereischt tot de sacramenten, zooals Dyonisius bewijst in het eerste Hoofdstuk van zijn Boek over de Hemelsche Hierarchie.14Leerstelling. — De goddelijke Wijsheid voorziet in alle zaken volgens hun eigen manier van zijn. Daarom zegt het Boek van de Wijsheid (8, 1), dat Hij alles bestuurt met zachtheid. En Matteüs zegt ook (25, 15), dat Hij aan eenieder gaf volgens zijn bekwaamheid. Welnu, het ligt in de natuur van de mens door het stoffelijke te komen tot de kennis van het verstandelijke, en een teken is juist iets, waardoor men komt tot de kennis van iets anders; daar nu de heilige zaken, die door de sacramenten worden aangeduid, geestelijke en verstandelijke goederen zijn, waardoor de mens geheiligd wordt, daarom moet datgene wat het sacrament betekent, door stoffelijke zaken worden uitgewerkt. Zo ook worden in de Heilige Schrift de geestelijke dingen beschreven door gelijkenissen uit de zintuiglijkwaarneembare wereld. Bijgevolg worden de stoffelijke zaken vereist tot de sacramenten, zoals Dyonisius bewijst in het eerste Hoofdstuk van zijn Boek over de Hemelse Hierarchie.

↑ bedenking 1

Ad primum ergo dicendum, quod unumquodque praecipue denominatur et diffinitur secundum id, quod convenit ei primo et per se, non autem secundum id, quod convenit ei per aliud. Effectus autem sensibilis per se 15habet, quod ducat in cognitionem alterius, quasi primo et per se homini innotescens, quia omnis nostra cognitio a sensu oritur. Effectus autem intelligibiles non habent, quod possint ducere in cognitionem alterius, nisi inquantum sunt per aliud manifestati, idest per aliqua sensibilia, et inde est quod primo et principaliter dicuntur signa, quae sensibus offeruntur, sicut Augustinus dicit in 2. de Doct. Christ. [cap. 1], ubi dicit, quod « signum est quod praeter speciem, quam ingerit sensibus, facit aliquid aliud in cognitionem venire ». Effectus autem intelligibiles non habent rationem signi, nisi secundum quod sunt manifestati per aliqua signa; et per hunc etiam modum quaedam, quae non sunt sensibilia, dicuntur quodammodo sacramenta inquantum sunt significata per aliqua sensibilia, de quibus infra agetur [q. 63. art. 1.].

Antwoord op de Bedenkingen. — 1. Ieder wezen wordt voornamelijk genoemd en bepaald volgens wat er onmiddelijk en uiteraard aan toekomt en niet volgens wat er aan toekomt door zijn betrekking met iets anders. Welnu, het komt aan een 15zintuigelijkwaarneembaar uitwerksel uiteraard toe, op te voeren tot de kennis van iets anders, voor zoover het uiteraard en onmiddellijk kenbaar is, want al onze kennis heeft haar oorsprong in de zinnen. Het komt echter aan de verstandelijke uitwerkselen niet toe, ons op te voeren tot de kennis van iets anders, dan in zoover ze door iets anders worden geopenbaard, dit is door zintuigelijkwaarneembare dingen. Daarom worden op de eerste en voornaamste plaats die dingen teekenen genoemd, die onder de zinnen vallen, zooals Augustinus zegt in zijn Boek Over de Christelijke Leer (2e B., 1e H.), dat nl. een teeken, buiten datgene, waardoor het onze zinnen aandoet, nog iets anders doet kennen. De verstandelijke uitwerkselen echter zijn geen teekenen, dan in zoover ze door sommige teekenen geopenbaard worden. En op die manier worden sommige zaken, die niet zintuigelijk-waarneembaar zijn, sacramenten genoemd, voor zoover ze door sommige zintuigelijk-waarneembare dingen worden aangeduid. Daarover zullen we later spreken (Kw. 63, Art. 1).Antwoord op de Bedenkingen. — 1. Ieder wezen wordt voornamelijk genoemd en bepaald volgens wat er onmiddelijk en uiteraard aan toekomt en niet volgens wat er aan toekomt door zijn betrekking met iets anders. Welnu, het komt aan een 15zintuigelijkwaarneembaar uitwerksel uiteraard toe, op te voeren tot de kennis van iets anders, voor zover het uiteraard en onmiddellijk kenbaar is, want al onze kennis heeft haar oorsprong in de zinnen. Het komt echter aan de verstandelijke uitwerkselen niet toe, ons op te voeren tot de kennis van iets anders, dan in zover ze door iets anders worden geopenbaard, dit is door zintuigelijkwaarneembare dingen. Daarom worden op de eerste en voornaamste plaats die dingen tekenen genoemd, die onder de zinnen vallen, zoals Augustinus zegt in zijn Boek Over de Christelijke Leer (2e B., 1e H.), dat nl. een teken, buiten datgene, waardoor het onze zinnen aandoet, nog iets anders doet kennen. De verstandelijke uitwerkselen echter zijn geen tekenen, dan in zover ze door sommige tekenen geopenbaard worden. En op die manier worden sommige zaken, die niet zintuigelijk-waarneembaar zijn, sacramenten genoemd, voor zover ze door sommige zintuigelijk-waarneembare dingen worden aangeduid. Daarover zullen we later spreken (Kw. 63, Art. 1).

↑ bedenking 2

Ad secundum dicendum, quod res sensibiles, ut in sua natura considerantur, non pertinent ad cultum vel ad regnum Dei, sed solum secundum quod sunt signa spiritualium rerum, in quibus regnum Dei consistit.

2. De stoffelijke dingen behooren naar hun natuur noch tot den eeredienst, noch tot het rijk van God; ze behooren er enkel toe in zoover ze teekenen zijn van de geestelijke zaken, waarin het Godsrijk bestaat.2. De stoffelijke dingen behoren naar hun natuur noch tot de eredienst, noch tot het rijk van God; ze behoren er enkel toe in zover ze tekenen zijn van de geestelijke zaken, waarin het Godsrijk bestaat.

↑ bedenking 3

16Ad tertium dicendum, quod Augustinus ibi loquitur de rebus sensibilibus, secundum quod sunt in sua natura, non autem secundum quod assumuntur ad significandum spiritualia, quae sunt maxima bona.

163. Augustinus spreekt daar van de stoffelijke dingen naar hun eigen wezen, en niet in zoover ze gebruikt worden om geestelijke dingen aan te duiden, die de grootste waarde hebben.163. Augustinus spreekt daar van de stoffelijke dingen naar hun eigen wezen, en niet in zover ze gebruikt worden om geestelijke dingen aan te duiden, die de grootste waarde hebben.

Articulus V

Utrum requirantur determinatae res ad Sacramenta

[Infr. art. 7 corp.]
Ve Artikel

Worden er bepaalde stoffelijke dingen vereischt tot de Sacramenten?Worden er bepaalde stoffelijke dingen vereist tot de Sacramenten?

antwoord 1 ↓

Ad quintum sic proceditur. Videtur, quod non requirantur determinatae res ad sacramenta. Res enim sensibiles assumuntur1 in sacramentis ad significandum, ut dictum est [art. praec.]. Sed nihil prohibet, diversis rebus sensibilibus idem significari, sicut in sacra Scriptura Deus aliquando metaphorice significatur per lapidem, quandoque per leonem, quandoque per solem, aut aliquid aliud hujusmodi. Ergo videtur, quod diversae res possint congruere eidem sacramento. Non ergo determinatae res in sacramentis requiruntur.

Bedenkingen. — Men beweert, dat er geen bepaalde zaken vereischt worden tot de sacramenten. — 1. Die stoffelijke dingen immers zijn in de sacramenten vereischt om iets aan te duiden, zooals hierboven is aangetoond (3e Artikel). Welnu er is niets op tegen, dat éénzelfde ding wordt aangeduid door verschillende stoffelijke teekenen, zooals in de Heilige Schrift God soms figuurlijk wordt aangeduid door steen of door leeuw, door zon of iets dergelijks. Het kan dus gebeuren, dat verschillende zaken geschikt zijn voor één en hetzelfde sacrament, en bijgevolg zijn er geen bepaalde zaken vereischt tot de sacramenten.Bedenkingen. — Men beweert, dat er geen bepaalde zaken vereist worden tot de sacramenten. — 1. Die stoffelijke dingen immers zijn in de sacramenten vereist om iets aan te duiden, zoals hierboven is aangetoond (3e Artikel). Welnu er is niets op tegen, dat éénzelfde ding wordt aangeduid door verschillende stoffelijke tekenen, zoals in de Heilige Schrift God soms figuurlijk wordt aangeduid door steen of door leeuw, door zon of iets dergelijks. Het kan dus gebeuren, dat verschillende zaken geschikt zijn voor één en hetzelfde sacrament, en bijgevolg zijn er geen bepaalde zaken vereist tot de sacramenten.

antwoord 2 ↓

172. Praeterea, magis est necessaria salus animae, quam salus corporis. Sed in medicinis corporalibus, quae ad salutem corporis ordinantur, potest una res pro alia poni in ejus defectu. Ergo multo magis in sacramentis, quae sunt medicinae spirituales ad salutem animae ordinatae, poterit una res assumi pro alia, quando illa defuerit.

172. De zaligheid der ziel is meer noodig dan de gezondheid van het lichaam. Welnu om het lichaam te genezen, mag men het eene geneesmiddel gebruiken in plaats van het ander, als het eene ontbreekt. Dus mag men voor de sacramenten, die de geestelijke geneesmiddelen zijn en voorgeschreven werden voor de zaligheid der ziel, zooveel te meer de eene zaak gebruiken in plaats van een ander, wanneer de eerste ontbreekt.172. De zaligheid van de ziel is meer nodig dan de gezondheid van het lichaam. Welnu om het lichaam te genezen, mag men het ene geneesmiddel gebruiken in plaats van het ander, als het ene ontbreekt. Dus mag men voor de sacramenten, die de geestelijke geneesmiddelen zijn en voorgeschreven werden voor de zaligheid van de ziel, zoveel te meer de ene zaak gebruiken in plaats van een ander, wanneer de eerste ontbreekt.

antwoord 3 ↓

3. Praeterea, non est conveniens, ut hominis salus arctetur per legem divinam, et praecipue per legem Christi, qui venit omnes salvare. Sed in statu legis naturae non requirebantur in sacramentis aliquae res determinatae, sed ex voto assumebantur, ut patet Gen. 28 [vv. 20 sqq.], ubi Jacob vovit se Deo decimas et hostias pacificas oblaturum. Ergo videtur, quod non debuerit arctari homo, et praecipue in nova lege, ad alicujus rei determinatae usum in sacramentis.

3. Het past niet, dat het heil van den mensch zou beperkt worden door de goddelijke wet, en vooral niet door de wet van Christus, die allen kwam zaligmaken. Welnu in den staat der natuurwet waren er geen bepaalde zaken vereischt in de sacramenten, maar bepaalde eenieder ze zelf door een belofte, zooals blijkt uit de Genesis (28, 20 vv.), waar Jacob belooft tienden en zoenoffers aan God op te dragen. De vrijheid van den mensch moet dus in de sacramenten niet beperkt worden tot het gebruik van één bepaalde zaak, vooral niet in de Nieuwe Wet.3. Het past niet, dat het heil van de mens zou beperkt worden door de goddelijke wet, en vooral niet door de wet van Christus, die allen kwam zaligmaken. Welnu in de staat van de natuurwet waren er geen bepaalde zaken vereist in de sacramenten, maar bepaalde eenieder ze zelf door een belofte, zoals blijkt uit de Genesis (28, 20 vv.), waar Jacob belooft tienden en zoenoffers aan God op te dragen. De vrijheid van de mens moet dus in de sacramenten niet beperkt worden tot het gebruik van één bepaalde zaak, vooral niet in de Nieuwe Wet.

Sed contra est, quod Dominus dicit Joan. 3 [v. 5] : « Nisi quis renatus fuerit ex aqua et Spiritu Sancto, non potest introire in regnum Dei. »

Daartegenover echter staat wat de Heer zegt bij Joannes (3, 5) : « Zoo iemand niet geboren wordt uit water en Geest, kan hij niet ingaan in het Koninkrijk Gods. »Daartegenover echter staat wat de Heer zegt bij Johannes (3, 5): “Zo iemand niet geboren wordt uit water en Geest, kan hij niet ingaan in het Koninkrijk Gods.”

18Respondeo dicendum, quod in usu sacramentorum duo possunt considerari, scilicet cultus divinus, et sanctificatio hominis; quorum primum pertinet ad hominem per comparationem ad Deum, secundum autem e converso pertinet ad Deum per comparationem ad hominem. Non pertinet autem ad aliquem determinare illud, quod est in potestate alterius, sed solum id, quod est in sua potestate. Quia ergo sanctificatio hominis est in potestate Dei sanctificantis, non pertinet ad hominem suo judicio assumere res, quibus sanctificetur, sed hoc debet esse ex divina institutione determinatum. Et ideo in sacramentis novae legis, quibus homines sanctificantur, secundum illud 1. ad Corinth. 6 [v. 11], « abluti estis, sanctificati estis », oportet uti rebus ex divina institutione determinatis.

18Leerstelling. — In het gebruik der sacramenten kunnen we twee zaken beschouwen, nl., den eeredienst van God en de heiligmaking van den mensch. Het eerste komt toe aan den mensch met betrekking tot God, het tweede komt aan God toe met betrekking tot den mensch. Welnu het komt niet aan iemand toe, datgene te bepalen wat in de macht ligt van een ander, maar alleen wat in zijn eigen macht ligt. En daar nu de heiligmaking van den mensch in de macht ligt van den heiligmakenden God, komt het aan den mensch niet toe naar eigen oordeel te bepalen, welke zaken moeten gebruikt worden tot zijn heiligmaking, maar moet dit door goddelijke instelling bepaald worden. Daarom moet men voor de sacramenten der Nieuwe Wet, waardoor de mensch geheiligd wordt, volgens de woorden uit den Ie Brief aan de Korinthiërs (6, 11) : « Ge zijt rein gewasschen, ge zijt geheiligd », die zaken gebruiken die door goddelijke instelling bepaald zijn.18Leerstelling. — In het gebruik van de sacramenten kunnen we twee zaken beschouwen, nl., de eredienst van God en de heiligmaking van de mens. Het eerste komt toe aan de mens met betrekking tot God, het tweede komt aan God toe met betrekking tot de mens. Welnu het komt niet aan iemand toe, datgene te bepalen wat in de macht ligt van een ander, maar alleen wat in zijn eigen macht ligt. En daar nu de heiligmaking van de mens in de macht ligt van de heiligmakende God, komt het aan de mens niet toe naar eigen oordeel te bepalen, welke zaken moeten gebruikt worden tot zijn heiligmaking, maar moet dit door goddelijke instelling bepaald worden. Daarom moet men voor de sacramenten van de Nieuwe Wet, waardoor de mens geheiligd wordt, volgens de woorden uit de 1e Brief aan de Korintiërs (6, 11): “Ge zijt rein gewassen, ge zijt geheiligd”, die zaken gebruiken die door goddelijke instelling bepaald zijn.

↑ bedenking 1

Ad primum ergo dicendum, quod etsi idem potest per diversa signa significari, determinare tamen, quo signo sit utendum ad significandum, pertinet ad significantem. Deus autem est, qui nobis significat spiritualia per 19res sensibiles in sacramentis et per verba similitudinaria in Scripturis. Et ideo sicut judicio Spiritus Sancti determinatum est, quibus similitudinibus in certis Scripturae locis res spirituales significentur, ita etiam debet esse divina institutione determinatum, quae res ad significandum assumantur in hoc vel in illo sacramento.

Antwoord op de Bedenkingen. — 1. Hoewel eenzelfde zaak door verschillende teekenen kan worden aangeduid, toch komt het aan dengene toe, die iets wil aanduiden, te bepalen welk teeken hij daartoe zal gebruiken. Welnu, God is het die de geestelijke zaken wil aanduiden door stoffelijke dingen in de 19sacramenten, en door figuurlijke uitdrukkingen in de Heilige Schrift. En daarom zooals door het oordeel van den Heiligen Geest bepaald is, door welke figuren de geestelijke dingen op zekere plaatsen van de Heilige Schrift worden aangeduid, zoo ook moet het door goddelijke instelling worden bepaald, welke stoffelijke dingen als teekenen moeten worden aangewend in een bepaald sacrament.Antwoord op de Bedenkingen. — 1. Hoewel eenzelfde zaak door verschillende tekenen kan worden aangeduid, toch komt het aan dengene toe, die iets wil aanduiden, te bepalen welk teken hij daartoe zal gebruiken. Welnu, God is het die de geestelijke zaken wil aanduiden door stoffelijke dingen in de 19sacramenten, en door figuurlijke uitdrukkingen in de Heilige Schrift. En daarom zoals door het oordeel van de Heilige Geest bepaald is, door welke figuren de geestelijke dingen op zekere plaatsen van de Heilige Schrift worden aangeduid, zo ook moet het door goddelijke instelling worden bepaald, welke stoffelijke dingen als tekenen moeten worden aangewend in een bepaald sacrament.

↑ bedenking 2

Ad secundum dicendum, quod res sensibiles habent naturaliter sibi inditas virtutes conferentes ad corporalem salutem, et ideo non refert, si duae earum eamdem virtutem habeant, qua quis utatur. Sed ad sanctificationem non ordinantur ex aliqua virtute sibi naturaliter indita, sed solum ex institutione divina. Et ideo oportuit divinitus determinari, quibus rebus sensibilibus sit in sacramentis utendum.

2. De stoffelijke dingen hebben van nature de kracht om de gezondheid van het lichaam te bewerken, en daarom is het van geen belang, wat men juist uitkiest, wanneer twee dingen dezelfde kracht hebben. Maar de stoffelijke zaken zijn niet geordend tot de zaligmaking, door een kracht die zij van nature zouden hebben, maar alleen door goddelijke instelling. En bijgevolg moest het door God bepaald worden, welke stoffelijke zaken men moest gebruiken in de sacramenten.

↑ bedenking 3

Ad tertium dicendum, quod, sicut Augustinus dicit 19. contra Faustum [cap. 16. et 17.], diversa sacramenta diversis temporibus congruunt. Sic etiam diversis verbis significantur diversa tempora, scilicet praesens, praeteritum, et futurum. Et ideo sicut in statu legis naturae homines nulla lege 20exterius data, sed solo interiori instinctu movebantur ad Deum colendum, ita etiam ex interiori instinctu determinabatur eis, quibus rebus sensibilibus ad Dei cultum uterentur. Postmodum vero necesse fuit etiam exterius legem dari, tum propter obscurationem legis naturae ex peccatis hominum, tum etiam ad expressiorem significationem gratiae Christi, per quam humanum genus sanctificatur, et ideo etiam necesse fuit res determinari, quibus homines uterentur in sacramentis. Nec propter hoc arctatur via salutis, quia res, quarum usus est necessarius in sacramentis, vel communiter habentur, vel parvo studio adhibito haberi possunt.

3. Zooals Augustinus zegt in zijn Boek Tegen Faustus (19e B., 16e en 17e H.), komen de verschillende sacramenten overeen met de verschillende tijdvakken; zoo ook worden door verschillende woorden verschillende tijden aangeduid, nl. het heden, het verleden en de toekomst. Zooals in den staat der natuurwet de menschen alleen door innerlijke neiging er toe bewogen werden om God te dienen, en niet door een van buiten uit opgelegde wet, 20zoo ook werd toen door een innerlijke beweging bepaald, welke stoffelijke zaken ze moesten gebruiken voor den eeredienst van God. Later echter werd het noodig, ook een uiterlijke wet uit te vaardigen, zoowel omdat de natuurwet verduisterd was door de zonden der menschen, als om duidelijker te doen blijken de genade van Christus, waardoor het menschelijk geslacht geheiligd wordt. En daarom moest ook bepaald worden, welke zaken moeten gebruikt worden voor de sacramenten; daardoor wordt echter de weg der zaligheid niet nauwer gemaakt, omdat men de zaken, die moeten gebruikt worden voor de sacramenten, gewoonlijk bij de hand heeft, of met weinig moeite kan vinden.3. Zoals Augustinus zegt in zijn Boek Tegen Faustus (19e B., 16e en 17e H.), komen de verschillende sacramenten overeen met de verschillende tijdvakken; zo ook worden door verschillende woorden verschillende tijden aangeduid, nl. het heden, het verleden en de toekomst. Zoals in de staat van de natuurwet de mensen alleen door innerlijke neiging er toe bewogen werden om God te dienen, en niet door een van buiten uit opgelegde wet, 20zo ook werd toen door een innerlijke beweging bepaald, welke stoffelijke zaken ze moesten gebruiken voor de eredienst van God. Later echter werd het nodig, ook een uiterlijke wet uit te vaardigen, zowel omdat de natuurwet verduisterd was door de zonden van de mensen, als om duidelijker te doen blijken de genade van Christus, waardoor het menselijk geslacht geheiligd wordt. En daarom moest ook bepaald worden, welke zaken moeten gebruikt worden voor de sacramenten; daardoor wordt echter de weg van de zaligheid niet nauwer gemaakt, omdat men de zaken, die moeten gebruikt worden voor de sacramenten, gewoonlijk bij de hand heeft, of met weinig moeite kan vinden.

Articulus VI

Utrum in significatione Sacramentorum requirantur verba

[4. Dist. 1. q. 1. art. 3. et Dist. 13. q. 1. art. 2. q. 6. ad 2. et Veri. q. 27. art. 4. ad 10.]
VIe Artikel

Worden er woorden vereischt om het teeken der Sacramenten te verklaren?Worden er woorden vereist om het teken van de Sacramenten te verklaren?

antwoord 1 ↓

Ad sextum sic proceditur. Videtur, quod in significatione sacramentorum non requirantur verba. Dicit enim Augustinus cont. Faust. lib. 19. [cap. 2116.]. « Quid sunt aliud quaeque corporalia sacramenta, nisi quasi quaedam verba visibilia? » Et sic videtur, quod addere verba rebus sensibilibus in sacramentis, sit addere verba verbis. Sed hoc est superfluum; non ergo requiruntur verba cum rebus sensibilibus in sacramentis.

Bedenkingen. — Men beweert, dat er geen woorden vereischt worden om het teeken der sacramenten te verklaren. — 1. Augustinus immers zegt in zijn werk Tegen Faustus (19e B., 2116e H.) : « Wat zijn alle stoffelijke Sacramenten anders dan zichtbare woorden? » Daaruit blijkt, dat men, door in de sacramenten woorden toe te voegen aan de stoffelijke dingen, woorden zou toevoegen aan woorden. Welnu, dit is nutteloos, en bijgevolg worden er in de sacramenten naast de stoffelijke dingen geen woorden vereischt.Bedenkingen. — Men beweert, dat er geen woorden vereist worden om het teken van de sacramenten te verklaren. — 1. Augustinus immers zegt in zijn werk Tegen Faustus (19e B., 2116e H.): “Wat zijn alle stoffelijke Sacramenten anders dan zichtbare woorden?” Daaruit blijkt, dat men, door in de sacramenten woorden toe te voegen aan de stoffelijke dingen, woorden zou toevoegen aan woorden. Welnu, dit is nutteloos, en bijgevolg worden er in de sacramenten naast de stoffelijke dingen geen woorden vereist.

antwoord 2 ↓

2. Praeterea, Sacramentum est aliquid unum. Ex his autem, quae sunt diversorum generum, non videtur posse aliquid unum fieri. Cum igitur res sensibiles et verba sint diversorum generum, quia res sensibiles sunt a natura, verba autem a ratione, videtur quod in sacramentis non requirantur verba cum rebus sensibilibus.

2. Een sacrament is iets ééns. Welnu het is onmogelijk om met dingen, die tot verschillende soorten behooren, iets ééns te maken. Daar nu stoffelijke zaken en woorden tot verschillende soorten behooren, — stoffelijke zaken worden immers voortgebracht door de natuur, woorden daarentegen door de rede —, daarom zijn er voor de sacramenten geen woorden vereischt naast de stoffelijke teekenen.2. Een sacrament is iets ééns. Welnu het is onmogelijk om met dingen, die tot verschillende soorten behoren, iets ééns te maken. Daar nu stoffelijke zaken en woorden tot verschillende soorten behoren, — stoffelijke zaken worden immers voortgebracht door de natuur, woorden daarentegen door de rede —, daarom zijn er voor de sacramenten geen woorden vereist naast de stoffelijke tekenen.

antwoord 3 ↓

3. Praeterea, Sacramentum novae legis successerunt sacramentis veteris legis, quia « illis ablatis, ista sunt instituta », ut Augustinus dicit 19. cont. Faust. [cap. 13]. Sed in sacramentis veteris legis non requirebatur aliqua forma verborum. Ergo nec in sacramentis novae legis.

3. De sacramenten van de Nieuwe Wet hebben de plaats ingenomen van die der Oude Wet, want ze zijn ingesteld, nadat de andere waren afgeschaft, zooals Augustinus zegt in zijn Boek Tegen Faustus (19e B., 13e H.). Welnu voor de sacramenten der Oude Wet werden er geen bepaalde woorden, vereischt. Bijgevolg is het ook niet vereischt voor de sacramenten der Nieuwe Wet.3. De sacramenten van de Nieuwe Wet hebben de plaats ingenomen van die van de Oude Wet, want ze zijn ingesteld, nadat de andere waren afgeschaft, zoals Augustinus zegt in zijn Boek Tegen Faustus (19e B., 13e H.). Welnu voor de sacramenten van de Oude Wet werden er geen bepaalde woorden, vereist. Bijgevolg is het ook niet vereist voor de sacramenten van de Nieuwe Wet.

Sed contra est, quod Apostolus dicit Ephes. 5 [v.v. 25-26] : « 22Christus dilexit Ecclesiam, et tradidit semetipsum pro ea, ut illam sanctificaret, mundans eam lavacro aquae in verbo vitae. » Et Augustinus dicit super Joan. [tract. 80.] : « Accedit verbum ad elementum, et fit sacramentum ».

Daartegenover echter staat wat de Apostel zegt in den Brief 22aan de Ephesiërs (5, 25, 26) : « Christus heeft de Kerk bemind. Hij heeft Zich voor haar overgeleverd, om haar te heiligen en te reinigen door het Waterbad, vergezeld van het woord. » En Augustinus zegt in zijn Verhandeling op Joannes (80e Verhand.) : « Het woord wordt toegevoegd aan het element, en het sacrament ontstaat. »Daartegenover echter staat wat de Apostel zegt in de Brief 22aan de Efesiërs (5, 25, 26): “Christus heeft de Kerk bemind. Hij heeft Zich voor haar overgeleverd, om haar te heiligen en te reinigen door het Waterbad, vergezeld van het woord.” En Augustinus zegt in zijn Verhandeling op Johannes (80e Verhand.): “Het woord wordt toegevoegd aan het element, en het sacrament ontstaat.”

Respondeo dicendum, quod sacramenta, sicut dictum est [art. 3. huj. q.], adhibentur ad hominum sanctificationem, sicut quaedam signa. Tripliciter ergo considerari possunt, et quolibet modo congruit eis quod verba rebus sensibilibus adjungantur. Primo enim possunt considerari ex parte causae sanctificantis, quae est Verbum incarnatum, cui sacramentum quodammodo conformatur in hoc, quod rei sensibili verbum adhibetur, sicut in mysterio incarnationis carni sensibili est Verbum Dei unitum. Secundo possunt considerari sacramenta ex parte hominis, qui sanctificatur, qui componitur ex anima et corpore, cui proportionatur sacramentalis medicina, quae per rem visibilem corpus tangit, et per verbum ab anima creditur. Unde 23Augustinus super illud Joan. 15 [v. 3] : Jam vos mundi estis propter sermonem, etc., dicit [tract. 80. in Joan.] : « Unde est ista tanta virtus aquae, ut corpus tangat, et cor abluat, nisi faciente verbo, non quia dicitur, sed quia creditur? » Tertio possunt considerari ex parte ipsius significationis sacramentalis. Dicit autem Augustinus in 2. de Doctr. Christiana [cap. 3.], quod « verba inter homines obtinuerunt principatum significandi », quia verba diversimode formari possunt ad significandos diversos conceptus mentis; et propter hoc per verba magis distincte possumus exprimere, quod mente concepimus. Et ideo ad perfectionem significationis sacramentalis necesse fuit, ut significatio rerum sensibilium per aliqua verba determinaretur; aqua enim significare potest et ablutionem propter suam humiditatem, et refrigerium propter suam frigiditatem. Sed cum dicitur : Ego te baptizo, manifestatur quod aqua utimur in baptismo ad significandam emundationem spiritualem.

Leerstelling. — Zooals gezegd werd (in het 3e Artikel), worden de sacramenten gebruikt als teekenen tot heiligmaking der menschen. Ze kunnen dus op drie wijzen beschouwd worden, en in elk van die drie opzichten is het passend, dat er woorden worden toegevoegd aan de stoffelijke teekenen. Men kan de sacramenten ten eerste beschouwen van den kant van de oorzaak van onze heiligmaking, het menschgeworden Woord, waarmede de sacramenten eenigszins gelijkvormig zijn, omdat de woorden worden toegevoegd aan een stoffelijke zaak, zooals in het mysterie der menschwording, het Woord Gods vereenigd werd met het stoffelijk vleesch. De sacramenten kunnen ten tweede beschouwd worden van den kant van den mensch, die geheiligd wordt, en bestaat uit ziel en lichaam. De sacramenteele medecijn staat daartoe in verhouding, want door de zichtbare zaak raakt zij het lichaam aan, en door de woorden ontstaat het geloof in de ziel. Daarom zegt Augustinus in de verklaring van de woorden van Joannes 23(15, 13) : « Reeds zijt ge rein door het woord, dat ik tot u gesproken heb », het volgende : « Waarvandaan komt die groote kracht van het water, waardoor het het lichaam aanraakt en het hart reinigt, dan van de woorden, niet omdat ze uitgesproken worden, maar omdat ze geloofd worden? ». Ten derde kan men ook de sacramenten beschouwen van den kant der sacramenteele beteekenis. Welnu Augustinus zegt in zijn Boek Over de Christelijke Leer (2e B., 3e H.), dat de woorden de voornaamste teekenen zijn, die door de menschen gebruikt worden, want de woorden kunnen op verschillende wijze gebruikt worden om verschillende begrippen aan te duiden. Daarom kunnen wij met woorden het best uitdrukken wat we in den geest hebben opgenomen. Het was tot de volmaaktheid der sacramenteele beteekenis vereischt, dat de beteekenis der stoffelijke dingen door woorden zou bepaald worden. Het water immers kan zoowel de reiniging aanduiden doordat het nat is, als de verfrissching doordat het koud is. Doch wanneer men zegt : « Ik doop u », dan wordt het duidelijk dat het water in het Doopsel gebruikt wordt om een geestelijke reiniging aan te duiden.Leerstelling. — Zoals gezegd werd (in het 3e Artikel), worden de sacramenten gebruikt als tekenen tot heiligmaking van de mensen. Ze kunnen dus op drie wijzen beschouwd worden, en in elk van die drie opzichten is het passend, dat er woorden worden toegevoegd aan de stoffelijke tekenen. Men kan de sacramenten ten eerste beschouwen van de kant van de oorzaak van onze heiligmaking, het mensgeworden Woord, waarmede de sacramenten enigszins gelijkvormig zijn, omdat de woorden worden toegevoegd aan een stoffelijke zaak, zoals in het mysterie van de menswording, het Woord Gods verenigd werd met het stoffelijk vlees. De sacramenten kunnen ten tweede beschouwd worden van de kant van de mens, die geheiligd wordt, en bestaat uit ziel en lichaam. De sacramentele medicijn staat daartoe in verhouding, want door de zichtbare zaak raakt zij het lichaam aan, en door de woorden ontstaat het geloof in de ziel. Daarom zegt Augustinus in de verklaring van de woorden van Johannes 23(15, 13): “Reeds zijt ge rein door het woord, dat ik tot u gesproken heb”, het volgende: “Waarvandaan komt die grote kracht van het water, waardoor het het lichaam aanraakt en het hart reinigt, dan van de woorden, niet omdat ze uitgesproken worden, maar omdat ze geloofd worden?”. Ten derde kan men ook de sacramenten beschouwen van de kant van de sacramentele betekenis. Welnu Augustinus zegt in zijn Boek Over de Christelijke Leer (2e B., 3e H.), dat de woorden de voornaamste tekenen zijn, die door de mensen gebruikt worden, want de woorden kunnen op verschillende wijze gebruikt worden om verschillende begrippen aan te duiden. Daarom kunnen wij met woorden het best uitdrukken wat we in de geest hebben opgenomen. Het was tot de volmaaktheid van de sacramentele betekenis vereist, dat de betekenis van de stoffelijke dingen door woorden zou bepaald worden. Het water immers kan zowel de reiniging aanduiden doordat het nat is, als de verfrissing doordat het koud is. Doch wanneer men zegt: “Ik doop u”, dan wordt het duidelijk dat het water in het Doopsel gebruikt wordt om een geestelijke reiniging aan te duiden.

↑ bedenking 1

Ad primum ergo dicendum, quod res visibiles sacramentorum dicuntur 24verba per quandam similitudinem, inquantum scilicet participant quandam vim significandi, quae principaliter est in ipsis verbis, ut dictum est [in corp. art.]. Et ideo non est superflua ingeminatio verborum, cum in sacramentis rebus visibilibus verba adduntur, quia unum eorum determinatur per aliud, ut dictum est [ibid.].

Antwoord op de Bedenkingen. — 1. De zichtbare 24dingen, die in de sacramenten gebruikt worden, noemt men woorden in figuurlijken zin, in zoover ze nl. deelhebben aan de beteekende kracht die op de voornaamste plaats toekomt aan de woorden, zooals (in de Leerstelling) gezegd werd. En daarom is het geen nuttelooze herhaling van dezelfde woorden, wanneer in de sacramenten woorden toegevoegd worden aan de zichtbare zaken, want het eene wordt bepaald door het andere, zooals (in de Leerstelling) werd aangetoond.Antwoord op de Bedenkingen. — 1. De zichtbare 24dingen, die in de sacramenten gebruikt worden, noemt men woorden in figuurlijke zin, in zover ze nl. deelhebben aan de betekende kracht die op de voornaamste plaats toekomt aan de woorden, zoals (in de Leerstelling) gezegd werd. En daarom is het geen nutteloze herhaling van dezelfde woorden, wanneer in de sacramenten woorden toegevoegd worden aan de zichtbare zaken, want het ene wordt bepaald door het andere, zoals (in de Leerstelling) werd aangetoond.

↑ bedenking 2

Ad secundum dicendum, quod quamvis et verba et aliae res sensibiles sint in diverso genere, quantum pertinet ad naturam rei, conveniunt tamen in ratione significandi, quae perfectius est in verbis quam in aliis rebus. Et ideo ex verbis et rebus fit quodammodo unum in sacramentis, sicut ex forma et materia; inquantum scilicet per verba perficitur significatio rerum, ut dictum est [in corp.]. Sub rebus autem comprehenduntur etiam ipsi actus sensibiles, puta ablutio, inunctio, et alia hujusmodi, quia in his est eadem ratio significandi et in rebus.

2. Hoewel woorden en de andere stoffelijke dingen niet tot dezelfde soort behooren, wat hun natuur betreft, toch komen ze met elkander overeen in zoover zij teekenen zijn, wat eerder toekomt aan de woorden dan aan de andere dingen. Op die manier worden de woorden en de dingen in de sacramenten in zekeren zin iets ééns, omdat de beteekenis der dingen vervolledigd wordt door de woorden, zoo (in de Leerstelling) gezegd werd. [De vertaling van «Sub rebus autem comprehenduntur …» ontbreekt in de uitgave.]2. Hoewel woorden en de andere stoffelijke dingen niet tot dezelfde soort behoren, wat hun natuur betreft, toch komen ze met elkander overeen in zover zij tekenen zijn, wat eerder toekomt aan de woorden dan aan de andere dingen. Op die manier worden de woorden en de dingen in de sacramenten in zekeren zin iets ééns, omdat de betekenis van de dingen vervolledigd wordt door de woorden, zo (in de Leerstelling) gezegd werd. [De vertaling van “Sub rebus autem comprehenduntur …” ontbreekt in de uitgave.]

↑ bedenking 3

Ad tertium dicendum, quod, sicut Augustinus dicit contra Faustum [lib. 19. cap. 16. et 17.], alia debent esse sacramenta rei praesentis, et alia rei futurae. Sacramenta autem veteris legis praenuntia erant Christi venturi, et ideo non ita expresse significabant Christum, sicut sacramenta 25novae legis, quae ab ipso Christo effluunt, et quandam similitudinem ipsius in se habent, ut dictum est [in corp. art.]. Utebantur tamen in veteri lege aliquibus verbis in his, quae ad cultum Dei pertinent, tam sacerdotes, qui erant sacramentorum illorum ministri, secundum illud Num. 6 [v.v. 23-24] : « Sic benedicetis filiis Israël, et dicetis eis : Benedicat tibi Dominus », etc., quam etiam illi qui illis sacramentis utebantur, secundum illud Deuter. 26 [v. 3] : « Profiteor hodie coram Domino Deo tuo, quod », etc.

3. Zooals Augustinus zegt in zijn Boek Tegen Faustus, moeten de sacramenten die iets aanduiden wat tegenwoordig is, verschillen van die, welke iets toekomstig aanduiden. Welnu de sacramenten der oude wet waren een voorafbeelding van Christus, die komen zou, en daarom duidden ze niet zoo duidelijk Christus 25aan als de sacramenten der nieuwe wet, die uit Christus voortvloeien, en een zekere gelijkenis vertoonen met Hem, zooals (in de Leerstelling) gezegd werd. En toch werden er in den eeredienst der oude wet woorden gebruikt, zoowel door de priesters, die de bedienaars waren van de sacramenten, volgens het Boek der Getallen (6, 23-24) : « Zóó zult gij de zonen van Israël zegenen, en gij zult tot hen zeggen : De Heer zegene u, enz. », als door degenen die gebruik maken van de sacramenten volgens Deuteronomium (26, 3) : « Ik betuig heden vóór den Heer, uw God, » enz.3. Zoals Augustinus zegt in zijn Boek Tegen Faustus, moeten de sacramenten die iets aanduiden wat tegenwoordig is, verschillen van die, welke iets toekomstig aanduiden. Welnu de sacramenten van de oude wet waren een voorafbeelding van Christus, die komen zou, en daarom duidden ze niet zo duidelijk Christus 25aan als de sacramenten van de nieuwe wet, die uit Christus voortvloeien, en een zekere gelijkenis vertonen met Hem, zoals (in de Leerstelling) gezegd werd. En toch werden er in de eredienst van de oude wet woorden gebruikt, zowel door de priesters, die de bedienaars waren van de sacramenten, volgens het Boek van de Getallen (6, 23-24): “Zó zult gij de zonen van Israël zegenen, en gij zult tot hen zeggen: De Heer zegene u, enz.”, als door degenen die gebruik maken van de sacramenten volgens Deuteronomium (26, 3): “Ik betuig heden vóór de Heer, uw God,” enz.

Articulus VII

Utrum requirantur determinata verba in Sacramentis

VIIe Artikel

Worden in de Sacramenten bepaalde woorden vereischt?Worden in de Sacramenten bepaalde woorden vereist?

antwoord 1 ↓

Ad septimum sic proceditur. Videtur, quod non requirantur determinata verba in sacramentis. Ut enim Philosophus dicit [lib. 1. Periher. cap. 1, N° 3], « voces non sunt eaedem apud omnes ». Sed salus, quae per sacramenta quaeritur, est eadem apud omnes. Ergo non requiruntur aliqua determinata verba in sacramentis.

Bedenkingen. — Men beweert dat er in de sacramenten geen bepaalde woorden vereischt worden. — 1. Zooals immers de Wijsgeer zegt (in het 1e Boek van zijn werk Over het Oordeel (1e H., n° 3)), zijn de woorden niet dezelfde in alle talen. Welnu de zaligheid die men in de sacramenten zoekt, is dezelfde voor alle menschen Bijgevolg worden er in de sacramenten geen bepaalde woorden vereischt.Bedenkingen. — Men beweert dat er in de sacramenten geen bepaalde woorden vereist worden. — 1. Zoals immers de Wijsgeer zegt (in het 1e Boek van zijn werk Over het Oordeel (1e H., n° 3)), zijn de woorden niet dezelfde in alle talen. Welnu de zaligheid die men in de sacramenten zoekt, is dezelfde voor alle mensen Bijgevolg worden er in de sacramenten geen bepaalde woorden vereist.

antwoord 2 ↓

262. Praeterea, verba requiruntur in sacramentis, inquantum sunt principaliter significativa, sicut dictum est [art. praec.]. Sed contingit per diversa verba idem significari. Ergo non requiruntur determinata verba in sacramentis.

262. De woorden worden in de sacramenten vereischt omdat het op de eerste plaats aan de woorden toekomt, iets anders te beteekenen zooals (in het vorig Artikel) gezegd werd. Welnu de verschillende woorden kunnen dezelfde beteekenis hebben. Bijgevolg worden er in de sacramenten geen bepaalde woorden vereischt.262. De woorden worden in de sacramenten vereist omdat het op de eerste plaats aan de woorden toekomt, iets anders te betekenen zoals (in het vorig Artikel) gezegd werd. Welnu de verschillende woorden kunnen dezelfde betekenis hebben. Bijgevolg worden er in de sacramenten geen bepaalde woorden vereist.

antwoord 3 ↓

3. Praeterea, corruptio cujuslibet rei variat ejus speciem. Sed quidam corrupte verba proferunt; nec tamen propter hoc creditur sacramentorum effectus impediri; alioquin illiterati, et balbi, qui ista sacramenta conferunt, frequenter defectum in sacramentis inducerent. Ergo videtur, quod non requirantur in sacramentis determinata verba.

3. Wanneer iets veranderd wordt, dan komt het terecht in een andere soort. Welnu sommigen veranderen de woorden, zonder dat de uitwerking der sacramenten daardoor verhinderd wordt; anders zouden de ongeletterden en de stotteraars, welke de sacramenten toedienen, dikwijls de uitwerking der sacramenten verhinderen. Bijgevolg worden er in de sacramenten geen bepaalde woorden vereischt.3. Wanneer iets veranderd wordt, dan komt het terecht in een andere soort. Welnu sommigen veranderen de woorden, zonder dat de uitwerking van de sacramenten daardoor verhinderd wordt; anders zouden de ongeletterden en de stotteraars, welke de sacramenten toedienen, dikwijls de uitwerking van de sacramenten verhinderen. Bijgevolg worden er in de sacramenten geen bepaalde woorden vereist.

Sed contra est, quod Dominus determinata verba protulit in consecratione sacramenti Eucharistiae, dicens Matth. 26 [v. 26] : « Hoc est corpus meum. » Similiter etiam mandavit discipulis, ut sub determinata forma verborum baptizarent, dicens Matth. ult. [v. 19] : « Euntes docete omnes gentes, baptizantes eos in nomine Patris et Filii et Spiritus Sancti. »

Daartegenover staat echter dat de Heer bepaalde woorden gebruikt heeft in de consecratie van het Eucharistisch sacrament, zeggende : « Dit is mijn lichaam » (Mattheus, 26, 26). Ook heeft Hij aan zijn leerlingen bevolen, te doopen door bepaalde woorden te gebruiken, zeggende : « Gaat heen dan, onderwijst alle volken, en doopt ze in den naam des Vaders en des Zoons en des Heiligen Geestes. » (Mattheus, 28, 19)Daartegenover staat echter dat de Heer bepaalde woorden gebruikt heeft in de consecratie van het Eucharistisch sacrament, zeggende: “Dit is mijn lichaam” (Matteüs, 26, 26). Ook heeft Hij aan zijn leerlingen bevolen, te dopen door bepaalde woorden te gebruiken, zeggende: “Gaat heen dan, onderwijst alle volken, en doopt ze in de naam van de Vader en van de Zoon en van de Heilige Geest.” (Matteüs, 28, 19)

27Respondeo dicendum, quod, sicut dictum est [art. praec. ad 2.], in sacramentis verba se habent per modum formae, res autem sensibiles per modum materiae. In omnibus autem compositis ex materia et forma principium determinationis est ex parte formae, quae est quodammodo finis et terminus materiae, et ideo principalius requiritur ad esse rei determinata forma, quam determinata materia; materia enim determinata requiritur, ut sit proportionata determinatae formae. Cum igitur in sacramentis requirantur determinatae res sensibiles, quae se habent in sacramentis sicut materia, multo magis requiritur in eis determinata forma verborum.

27Leerstelling. — Zooals hierboven gezegd is (vorig Artikel, 2e Antw.), worden de woorden in de sacramenten gelijkgesteld met den vorm, de stoffelijke zaken daarentegen met de stof. Welnu in alle dingen, die samengesteld zijn uit stof en vorm, is het bepalende beginsel de vorm. De vorm immers is als het doel en de voleinding der stof. Daarom is voor het zijn van een wezen méér een bepaalde vorm vereischt dan een bepaalde stof. Een bepaalde stof toch wordt maar vereischt opdat ze zou aangepast zijn bij een bepaalden vorm. Daar er nu in de Sacramenten bepaalde stoffelijke dingen vereischt worden, die als de stof zijn in de sacramenten, is het nog veel méér vereischt, bepaalde woorden te gebruiken.27Leerstelling. — Zoals hierboven gezegd is (vorig Artikel, 2e Antw.), worden de woorden in de sacramenten gelijkgesteld met de vorm, de stoffelijke zaken daarentegen met de stof. Welnu in alle dingen, die samengesteld zijn uit stof en vorm, is het bepalende beginsel de vorm. De vorm immers is als het doel en de voleinding van de stof. Daarom is voor het zijn van een wezen méér een bepaalde vorm vereist dan een bepaalde stof. Een bepaalde stof toch wordt maar vereist opdat ze zou aangepast zijn bij een bepaalden vorm. Daar er nu in de Sacramenten bepaalde stoffelijke dingen vereist worden, die als de stof zijn in de sacramenten, is het nog veel méér vereist, bepaalde woorden te gebruiken.

↑ bedenking 1

Ad primum ergo dicendum, quod, sicut Augustinus dicit super Joan. [tract. 80.], « verbum operatur in sacramentis, non quia dicitur », idest non secundum exteriorem sonum vocis, « sed quia creditur », idest secundum sensum verborum, qui fide tenetur. Et hic quidem sensus est idem apud omnes, licet non eaedem voces sint quantum ad sonum; et ideo cujuscumque linguae verbis proferatur talis sensus, perficitur sacramentum.

Antwoord op de Bedenkingen. — 1. Zooals Augustinus zegt in zijn Verklaring van Joannes (80e Verh., Trakt. 80, Tom. 9), werken de woorden iets uit in de sacramenten, niet omdat ze worden uitgesproken, d. i. omdat de uiterlijke klank der woorden weerklinkt, maar omdat men ze gelooft, d. i. omdat men door het geloof de beteekenis van de woorden aanneemt. Die is dezelfde in alle talen, hoewel de woorden niet denzelfden klank hebben. In welke taal dan ook die beteekenis wordt uitgedrukt, komen de sacramenten tot stand.Antwoord op de Bedenkingen. — 1. Zoals Augustinus zegt in zijn Verklaring van Johannes (80e Verh., Trakt. 80, Tom. 9), werken de woorden iets uit in de sacramenten, niet omdat ze worden uitgesproken, d.i. omdat de uiterlijke klank van de woorden weerklinkt, maar omdat men ze gelooft, d.i. omdat men door het geloof de betekenis van de woorden aanneemt. Die is dezelfde in alle talen, hoewel de woorden niet dezelfde klank hebben. In welke taal dan ook die betekenis wordt uitgedrukt, komen de sacramenten tot stand.

↑ bedenking 2

28Ad secundum dicendum, quod licet in qualibet lingua contingat diversis vocibus idem significari, semper tamen aliqua illarum vocum est, qua principalius et communius homines illius linguae utuntur ad hoc significandum, et talis vox assumi debet in significatione sacramenti; sicut etiam inter res sensibiles illa assumitur ad significationem sacramenti, cujus usus est communior ad actum, per quem sacramenti effectus significatur, sicut aqua communius utuntur homines ad ablutionem corporalem, per quam spiritualis ablutio significatur, et ideo aqua assumitur ut materia in baptismo.

282. Hoewel in ieder taal verschillende woorden dezelfde beteekenis hebben, toch is er altijd een van die woorden, dat in een of andere taal op de voornaamste plaats en het meest gebruikt wordt om iets uit te drukken. Dit woord moet gebruikt worden om de beteekenis der sacramenten aan te duiden, zooals men onder de stoffelijke dingen datgene daartoe uitkiest, wat het meest gebruikt wordt voor de handeling, waardoor de uitwerking van het sacrament wordt aangeduid. Het water b. v. wordt het meest door de menschen gebruikt om het lichaam te reinigen, waardoor de geestelijke reiniging wordt aangeduid, en daarom wordt het water als stof gebruikt in het doopsel.282. Hoewel in ieder taal verschillende woorden dezelfde betekenis hebben, toch is er altijd een van die woorden, dat in een of andere taal op de voornaamste plaats en het meest gebruikt wordt om iets uit te drukken. Dit woord moet gebruikt worden om de betekenis van de sacramenten aan te duiden, zoals men onder de stoffelijke dingen datgene daartoe uitkiest, wat het meest gebruikt wordt voor de handeling, waardoor de uitwerking van het sacrament wordt aangeduid. Het water bv. wordt het meest door de mensen gebruikt om het lichaam te reinigen, waardoor de geestelijke reiniging wordt aangeduid, en daarom wordt het water als stof gebruikt in het doopsel.

↑ bedenking 3

Ad tertium dicendum, quod ille qui corrupte profert verba sacramentalia, si hoc ex industria facit, non videtur intendere facere quod facit Ecclesia, et ita non videtur perfici sacramentum; si autem hoc faciat ex errore vel lapsu linguae, si sit tanta corruptio, quae omnino auferat sensum locutionis, non videtur perfici sacramentum. Et hoc praecipue contingit, quando fit corruptio ex parte principii dictionis, puta si loco ejus quod est : In nomine Patris, dicat : In nomine matris. Si vero non totaliter auferatur 29sensus locutionis per hujusmodi corruptelam, nihilominus perficitur sacramentum; et hoc praecipue contingit, quando fit corruptio ex parte finis, puta si aliquis dicat : In nomine patrias, et filias : quamvis enim hujusmodi verba corrupte prolata nihil significent ex virtute impositionis, accipiuntur tamen ut significantia ex accommodatione usus; et ideo, licet mutetur sonus sensibilis, remanet tamen idem sensus. Quod autem dictum est de differentia corruptionis circa principium vel finem dictionis, rationem habet, quia apud nos variatio dictionis ex parte principii mutat significationem, variatio autem ex parte finis dictionis ut plurimum mutat consignificationem; quae tamen apud Graecos variatur etiam secundum principium dictionis in declinationibus verborum. Magis tamen videtur attendenda quantitas corruptionis, quae ex utraque parte potest esse tam parva, quod non aufert sensum verborum, et tam magna, quod aufert; sed unum horum facilius accidit ex parte principii, et aliud ex parte finis.

3. Wanneer iemand de sacramenteele woorden moedwillig verminkt, dan heeft hij het inzicht niet om te doen wat de H. Kerk doet, en daarom zijn in dat geval de sacramenten ongeldig. Indien dat gebeurt bij vergissing of omdat men zich misspreekt, en de verminking zóó groot is, dat de beteekenis der woorden geheel verloren gaat, dan ook is er geen sacrament. Dit is meestal het geval wanneer men den wortel zelf der woorden verandert, b. v. als men in de doopformule het woord mater (moeder) gebruikt in plaats van het woord pater (vader). Gaat door de verminking der woorden de beteekenis niet geheel verloren, dan is er een waar 29sacrament. En dit gebeurt meestal wanneer men het einde der woorden verminkt, b. v. door te zeggen : « In nomine patrias et filias » (in plaats van : patris en : filii). Want ofschoon die verminkte woorden uit zichzelf geen beteekenis hebben, toch hebben ze een beteekenis verworven door het gebruik. En die beteekenis blijft dezelfde, hoewel de klank der woorden verandert. Het verschil tusschen de verminking van den wortel of van het einde der woorden komt hieruit voort, dat in het Latijn de verandering van den wortel de beteekenis verandert; doch een verandering op het einde der woorden verandert meestal het mede-beteekende. In het Grieksch echter verandert het mede-beteekende ook wanneer men den wortel der woorden verandert, nl. in de verbuigingen. Men moet er echter vooral op letten, in hoever de woorden verminkt worden, want in beide gevallen kan die verminking zóó gering zijn, dat ze de beteekenis der woorden niet wegneemt, of zóó groot, dat ze het wel doet. Het eene geschiedt het meest door een verminking van den wortel der woorden, het andere door een verminking op het einde der woorden.3. Wanneer iemand de sacramentele woorden moedwillig verminkt, dan heeft hij het inzicht niet om te doen wat de H. Kerk doet, en daarom zijn in dat geval de sacramenten ongeldig. Indien dat gebeurt bij vergissing of omdat men zich misspreekt, en de verminking zó groot is, dat de betekenis van de woorden geheel verloren gaat, dan ook is er geen sacrament. Dit is meestal het geval wanneer men de wortel zelf van de woorden verandert, bv. als men in de doopformule het woord mater (moeder) gebruikt in plaats van het woord pater (vader). Gaat door de verminking van de woorden de betekenis niet geheel verloren, dan is er een waar 29sacrament. En dit gebeurt meestal wanneer men het einde van de woorden verminkt, bv. door te zeggen: “In nomine patrias et filias” (in plaats van: patris en: filii). Want ofschoon die verminkte woorden uit zichzelf geen betekenis hebben, toch hebben ze een betekenis verworven door het gebruik. En die betekenis blijft dezelfde, hoewel de klank van de woorden verandert. Het verschil tussen de verminking van de wortel of van het einde van de woorden komt hieruit voort, dat in het Latijn de verandering van de wortel de betekenis verandert; doch een verandering op het einde van de woorden verandert meestal het mede-betekende. In het Grieks echter verandert het mede-betekende ook wanneer men de wortel van de woorden verandert, nl. in de verbuigingen. Men moet er echter vooral op letten, in hoever de woorden verminkt worden, want in beide gevallen kan die verminking zó gering zijn, dat ze de betekenis van de woorden niet wegneemt, of zó groot, dat ze het wel doet. Het ene geschiedt het meest door een verminking van de wortel van de woorden, het andere door een verminking op het einde van de woorden.

Articulus VIII

Utrum liceat aliquid addere verbis, in quibus consistit forma Sacramentorum

[4. Dist. 3. art. 2. q. ad 3. et 4.]
VIIIe Artikel

Mag men aan die woorden, die de vorm zijn der Sacramenten, iets toevoegen?Mag men aan die woorden, die de vorm zijn van de Sacramenten, iets toevoegen?

antwoord 1 ↓

30Ad octavum sic proceditur. Videtur, quod nihil liceat addere verbis, in quibus consistit forma sacramentorum. Non enim minoris sunt necessitatis hujusmodi verba sacramentalia, quam verba sacrae Scripturae. Sed verbis sacrae Scripturae nihil licet addere, vel minuere. Dicitur enim Deut. 4 [v. 2] : « Non addetis ad verbum, quod vobis loquor, nec auferetis ab eo », et Apoc. ult. [v.v. 18-19] : « Contestor omni audienti verba prophetiae libri hujus; si quis apposuerit ad haec, apponet super eum Deus plagas scriptas in libro isto; et si quis diminuerit, auferet Deus partem ejus de libro vitae. » Ergo videtur, quod neque in formis sacramentorum liceat aliquid addere, vel minuere.

30Bedenkingen. — Men beweert, dat men niets mag toevoegen aan de woorden, die de vorm zijn der sacramenten. — 1. De sacramenteele woorden immers zijn niet minder noodig dan de woorden van de Heilige Schrift. Welnu het is verboden aan de woorden van de Heilige Schrift iets toe te voegen of er iets van weg te laten. We lezen immers in Deuteronomium (4, 2) : « Gij zult niets toevoegen aan wat ik tot u gesproken heb, en gij zult er ook niets van weg laten ». En het Boek der Openbaring zegt (22, 18-19) : « Ik betuig aan ieder, die de woorden hoort van de profetie van dit boek : Zoo iemand er iets aan toevoegt, dan zal God hém toevoegen de plagen, die in dit boek beschreven werden. En zoo iemand iets afneemt van de woorden van dit boek der profetie, dan zal God hém afnemen van zijn deel van de boomen des Levens. » Het is dus duidelijk, dat men ook aan den vorm der sacramenten niets mag toevoegen of er niets van weg mag laten.30Bedenkingen. — Men beweert, dat men niets mag toevoegen aan de woorden, die de vorm zijn van de sacramenten. — 1. De sacramentele woorden immers zijn niet minder nodig dan de woorden van de Heilige Schrift. Welnu het is verboden aan de woorden van de Heilige Schrift iets toe te voegen of er iets van weg te laten. We lezen immers in Deuteronomium (4, 2): “Gij zult niets toevoegen aan wat ik tot u gesproken heb, en gij zult er ook niets van weg laten”. En het Boek van de Openbaring zegt (22, 18-19): “Ik betuig aan ieder, die de woorden hoort van de profetie van dit boek: Zo iemand er iets aan toevoegt, dan zal God hém toevoegen de plagen, die in dit boek beschreven werden. En zo iemand iets afneemt van de woorden van dit boek van de profetie, dan zal God hém afnemen van zijn deel van de boomen van het Leven.” Het is dus duidelijk, dat men ook aan de vorm van de sacramenten niets mag toevoegen of er niets van weg mag laten.

antwoord 2 ↓

312. Praeterea, verba se habent in sacramentis per modum formae, ut dictum est [art. praec.]. Sed in formis quaelibet additio vel subtractio variat speciem, sicut et in numeris, ut dicitur 8. Metaphys. (L. 7, C. 3, N° 8). Ergo videtur, quod si aliquid addatur vel subtrahatur a forma sacramenti, non erit idem sacramentum.

312. De woorden zijn voor de sacramenten als de vorm er van, zooals (in het vorig Artikel) gezegd werd. Welnu wanneer men aan een vorm iets toevoegt of er iets van weg laat, dan verandert de soort, zooals het ook gebeurt voor de getallen, zooals gezegd wordt in het 8e Boek der Metaphysica (7e B., 3e H., n° 8). Wanneer men dus iets toevoegt aan den vorm der sacramenten of er iets van weg laat, dan is het niet meer hetzelfde sacrament.312. De woorden zijn voor de sacramenten als de vorm er van, zoals (in het vorig Artikel) gezegd werd. Welnu wanneer men aan een vorm iets toevoegt of er iets van weg laat, dan verandert de soort, zoals het ook gebeurt voor de getallen, zoals gezegd wordt in het 8e Boek van de Metafysica (7e B., 3e H., n° 8). Wanneer men dus iets toevoegt aan de vorm van de sacramenten of er iets van weg laat, dan is het niet meer hetzelfde sacrament.

antwoord 3 ↓

3. Praeterea, sicut ad formam sacramenti requiritur determinatus numerus dictionum, ita etiam requiritur determinatus ordo verborum, et etiam orationis continuitas. Si ergo additio vel subtractio non aufert sacramenti veritatem, videtur quod pari ratione nec transpositio verborum, aut etiam interpolatio pronuntiationis.

3. Zooals tot den vorm der sacramenten een zeker getal uitspraken noodig is, zoo ook is er een bepaalde volgorde vereischt, alsook dat de woorden worden uitgesproken zonder onderbreking. Indien dus toevoeging of weglating de geldigheid der sacramenten niet wegneemt, dan zal om dezelfde reden ook de verplaatsing der woorden of het inschakelen van andere woorden die geldigheid niet wegnemen.3. Zoals tot de vorm van de sacramenten een zeker getal uitspraken nodig is, zo ook is er een bepaalde volgorde vereist, alsook dat de woorden worden uitgesproken zonder onderbreking. Indien dus toevoeging of weglating de geldigheid van de sacramenten niet wegneemt, dan zal om dezelfde reden ook de verplaatsing van de woorden of het inschakelen van andere woorden die geldigheid niet wegnemen.

Sed contra est, quod in formis sacramentorum quaedam apponuntur a quibusdam, quae ab aliis non apponuntur, sicut Latini baptizant sub hac forma : Ego te baptizo in nomine Patris, et Filii, et Spiritus Sancti, Graeci autem sub ista : Baptizetur servus Christi N. in nomine Patris, etc., et 32tamen utrique verum conferunt sacramentum. Ergo in formis sacramentorum licet aliquid addere vel minuere.

Daartegenover echter staat, dat in den vorm der sacramenten sommige woorden hier voorkomen, elders niet voorkomen. Zoo doopt men in den Latijnschen ritus door de woorden : « Ik doop u in den naam des Vaders, des Zoons, en des Heiligen Geestes. » In de Grieksche ritus echter doopt men door de woorden : « De dienaar van Christus N... weze gedoopt in den naam des Vaders, enz. » en toch wordt het doopsel in beide gevallen op geldige 32wijze toegedient. Het is dus wel toegelaten iets aan den vorm der sacramenten toe te voegen of er iets van weg te laten.Daartegenover echter staat, dat in de vorm van de sacramenten sommige woorden hier voorkomen, elders niet voorkomen. Zo doopt men in de Latijnse ritus door de woorden: “Ik doop u in de naam van de Vader, van de Zoon, en van de Heilige Geest.” In de Griekse ritus echter doopt men door de woorden: “De dienaar van Christus N... weze gedoopt in de naam van de Vader, enz.” en toch wordt het doopsel in beide gevallen op geldige 32wijze toegedient. Het is dus wel toegelaten iets aan de vorm van de sacramenten toe te voegen of er iets van weg te laten.

Respondeo dicendum, quod circa omnes istas mutationes, quae possunt in formis sacramentorum contingere, duo videntur esse consideranda : unum quidem ex parte ejus, qui profert verba, cujus intentio requiritur ad sacramentum, ut infra dicetur [q. 64. art. 8.]. Et ideo si intendat per hujusmodi additionem vel diminutionem alium ritum inducere, qui non sit ab Ecclesia receptus, non videtur perfici sacramentum, quia non videtur, quod intendat facere id, quod facit Ecclesia. Aliud tamen est considerandum ex parte significationis verborum. Cum enim verba operentur in sacramentis, quantum ad sensum quem faciunt, ut supra dictum est [art. praec. ad 1.], oportet considerare, utrum per talem mutationem tollatur debitus sensus verborum, quia sic manifestum est, quod tollitur veritas sacramenti. Manifestum est autem, quod si diminuatur aliquid eorum, quae sunt de substantia formae, sacramentalis, tollitur debitus sensus verborum, et ideo non perficitur sacramentum; unde Didymus dicit in lib. 2. de Spiritu Sancto [inter op. Hieron.] : 33« Si quis ita baptizare conetur, ut unum de praedictis nominibus praetermittat (scilicet Patris, et Filii, et Spiritus Sancti), sine perfectione baptizabit »; si autem subtrahatur aliquid, quod non sit de substantia formae, talis diminutio non tollit debitum sensum verborum, et per consequens nec sacramenti perfectionem, sicut in forma Eucharistiae, quae est : Hoc est enim Corpus meum, ly enim sublatum non tollit debitum sensum verborum, et ideo non impedit perfectionem sacramenti, quamvis possit contingere, quod ille qui praetermittit, peccet ex negligentia vel contemptu. Circa additionem etiam contingit aliquid apponi, quod est corruptivum debiti sensus, puta si aliquis dicat : Ego te baptizo in nomine Patris majoris, et Filii minoris, sicut Ariani baptizabant, et ideo talis additio tollit veritatem sacramenti. Si vero sit talis additio, quae non auferat debitum sensum, non tollitur sacramenti veritas; nec refert, utrum talis additio fiat in principio, 34medio, vel in fine, ut si aliquis dicat : Ego te baptizo in nomine Dei Patris omnipotentis, et Filii ejus unigeniti, et Spiritus Sancti paracleti, erit verum baptisma; et similiter si quis dicat : Ego te baptizo in nomine Patris, et Filii, et Spiritus Sancti, et B. Virgo te adjuvet, erit verum baptisma. Forte autem si diceret : Ego te baptizo in nomine Patris, et Filii, et Spiritus Sancti, et B. Virginis Mariae, non esset baptismus, quia dicitur 1. ad Cor. 1 [v. 13] : « Numquid Paulus pro vobis crucifixus est, aut in nomine Pauli baptizati estis? » Sed hoc verum est, si sic intelligatur in nomine B. Virginis baptizari, sicut in nomine Trinitatis, quo baptismus consecratur : talis enim sensus esset contrarius verae fidei, et per consequens tolleret veritatem sacramenti; si vero sic intelligatur quod additur : Et in nomine B. Virginis, non quasi nomen beatae Virginis aliquid operetur in baptismo, sed ut ejus intercessio prosit baptizato ad conservandam gratiam baptismalem, non tollitur perfectio sacramenti.

Leerstelling. — In al de veranderingen, die aan den vorm der sacramenten kunnen worden aangebracht, moeten we twee dingen beschouwen. Het eerste heeft betrekking op hem, die de woorden uitspreekt, en wiens inzicht vereischt wordt voor de geldigheid der sacramenten, zooals later zal worden aangetoond (64e Kw., Art. 8). Is het zijn bedoeling om, door iets toe te voegen of weg te laten, een anderen ritus in te voeren die niet door de H. Kerk erkend wordt, dan is het sacrament ongeldig, want in dat geval heeft de bedienaar de bedoeling niet, om te doen wat de Kerk doet. Het tweede wat men moet beschouwen, heeft betrekking op de beteekenis der woorden. In de sacramenten immers bewerken de woorden datgene wat ze beteekenen, zooals vroeger gezegd werd (vorig Artikel : 1e Antw.). Men moet dus nagaan of de vereischte beteekenis der woorden door de aangebrachte verandering wordt weggenomen, want in dat geval is het duidelijk, dat het sacrament ongeldig is. Daarom zegt Didymus in zijn Boek Over den Heiligen Geest (2e B.; onder de werken, die aan Hieronymus worden toegeschreven) : « Als 33iemand bij het doopen een van die namen moest weg laten (nl. van den Vader, den Zoon of den Heiligen Geest) dan is het doopsel ongeldig ». Doch als men iets weg laat wat niet toebehoort tot de zelfstandigheid van den vorm, dan neemt die weglating de vereischte beteekenis der woorden niet weg, en verhindert dit niet de geldigheid van het sacrament. De Eucharistische vorm b. v. is : « Want dit is mijn lichaam », moest men het woordje « want » overslaan, dan neemt men de vereischte beteekenis der woorden niet weg en wordt bijgevolg de geldigheid van het sacrament niet verhinderd, alhoewel hij die de woorden overslaat, kan zondigen door zorgeloosheid of misprijzen. Gaat het over een toevoeging, dan kan het ook gebeuren, dat men de beteekenis wegneemt, zooals wanneer iemand moest zeggen : « ik doop u in den naam van den grooteren Vader, en van den kleineren Zoon » zooals de Arianen deden. Zulke toevoeging maakt het sacrament dan ook ongeldig. Wanneer echter de toevoeging de vereischte beteekenis niet wegneemt, dan blijft het sacrament geldig. Het komt er ook niet op aan, of er iets toegevoegd wordt in het begin, in het midden, of op het einde der woorden. Moest b. v. iemand zeggen : « Ik doop u in den naam van God den Vader almachtig, van den eeniggeboren Zoon, en van den Heiligen Geest den trooster », dan zou het sacrament geldig zijn. En insgelijks wanneer iemand 34zegt : « Ik doop u in den naam des Vaders, en des Zoons en des Heiligen Geestes, en de gelukzalige Maagd helpe u », dan is het een waarachtig doopsel. Moest echter iemand zeggen : « Ik doop u in den naam des Vaders en des Zoons en des Heiligen Geestes, en der gelukzalige Maagd Maria », dan zou het doopsel waarschijnlijk ongeldig zijn, want er staat geschreven in den Ie Brief aan de Korinthiërs (1, 13) : « Is Paulus soms voor u gekruisigd, of zijt ge in zijn naam gedoopt? » Die woorden zouden hier toepasselijk zijn, als men het zoo begreep, dat het doopsel wordt toegediend in den naam der Heilige Maagd, op dezelfde wijze als in den naam der Heilige Drievuldigheid, waardoor het doopsel kracht verkrijgt, want die beteekenis zou strijdig zijn met het ware geloof en zou bijgevolg de geldigheid van het sacrament verhinderen. Wanneer men die toevoeging echter zoo verstaat, dat de naam der Heilige Maagd niets uitwerkt in het doopsel, maar opdat hare voorspraak den gedoopte helpen zou om de genade van het doopsel te bewaren, dan zou het doopsel geldig voltrokken worden.Leerstelling. — In al de veranderingen, die aan de vorm van de sacramenten kunnen worden aangebracht, moeten we twee dingen beschouwen. Het eerste heeft betrekking op hem, die de woorden uitspreekt, en wiens inzicht vereist wordt voor de geldigheid van de sacramenten, zoals later zal worden aangetoond (64e Kw., Art. 8). Is het zijn bedoeling om, door iets toe te voegen of weg te laten, een anderen ritus in te voeren die niet door de H. Kerk erkend wordt, dan is het sacrament ongeldig, want in dat geval heeft de bedienaar de bedoeling niet, om te doen wat de Kerk doet. Het tweede wat men moet beschouwen, heeft betrekking op de betekenis van de woorden. In de sacramenten immers bewerken de woorden datgene wat ze betekenen, zoals vroeger gezegd werd (vorig Artikel: 1e Antw.). Men moet dus nagaan of de vereiste betekenis van de woorden door de aangebrachte verandering wordt weggenomen, want in dat geval is het duidelijk, dat het sacrament ongeldig is. Daarom zegt Didymus in zijn Boek Over de Heilige Geest (2e B.; onder de werken, die aan Hieronymus worden toegeschreven): “Als 33iemand bij het dopen een van die namen moest weg laten (nl. van de Vader, de Zoon of de Heilige Geest) dan is het doopsel ongeldig”. Doch als men iets weg laat wat niet toebehoort tot de zelfstandigheid van de vorm, dan neemt die weglating de vereiste betekenis van de woorden niet weg, en verhindert dit niet de geldigheid van het sacrament. De Eucharistische vorm bv. is: “Want dit is mijn lichaam”, moest men het woordje “want” overslaan, dan neemt men de vereiste betekenis van de woorden niet weg en wordt bijgevolg de geldigheid van het sacrament niet verhinderd, alhoewel hij die de woorden overslaat, kan zondigen door zorgeloosheid of misprijzen. Gaat het over een toevoeging, dan kan het ook gebeuren, dat men de betekenis wegneemt, zoals wanneer iemand moest zeggen: “ik doop u in de naam van de grotere Vader, en van de kleinere Zoon” zoals de Arianen deden. Zulke toevoeging maakt het sacrament dan ook ongeldig. Wanneer echter de toevoeging de vereiste betekenis niet wegneemt, dan blijft het sacrament geldig. Het komt er ook niet op aan, of er iets toegevoegd wordt in het begin, in het midden, of op het einde van de woorden. Moest bv. iemand zeggen: “Ik doop u in de naam van God de Vader almachtig, van de eniggeboren Zoon, en van de Heilige Geest de trooster”, dan zou het sacrament geldig zijn. En insgelijks wanneer iemand 34zegt: “Ik doop u in de naam van de Vader, en van de Zoon en van de Heilige Geest, en de gelukzalige Maagd helpe u”, dan is het een waarachtig doopsel. Moest echter iemand zeggen: “Ik doop u in de naam van de Vader en van de Zoon en van de Heilige Geest, en van de gelukzalige Maagd Maria”, dan zou het doopsel waarschijnlijk ongeldig zijn, want er staat geschreven in de 1e Brief aan de Korintiërs (1, 13): “Is Paulus soms voor u gekruisigd, of zijt ge in zijn naam gedoopt?” Die woorden zouden hier toepasselijk zijn, als men het zo begreep, dat het doopsel wordt toegediend in de naam van de Heilige Maagd, op dezelfde wijze als in de naam van de Heilige Drievuldigheid, waardoor het doopsel kracht verkrijgt, want die betekenis zou strijdig zijn met het ware geloof en zou bijgevolg de geldigheid van het sacrament verhinderen. Wanneer men die toevoeging echter zo verstaat, dat de naam van de Heilige Maagd niets uitwerkt in het doopsel, maar opdat haar voorspraak de gedoopte helpen zou om de genade van het doopsel te bewaren, dan zou het doopsel geldig voltrokken worden.

↑ bedenking 1

Ad primum ergo dicendum, quod ad verba sacrae Scripturae non licet aliquid apponere, quantum ad sensum; sed quantum ad expositionem sacrae 35Scripturae multa eis verba a doctoribus apponuntur; non tamen licet etiam verba sacrae Scripturae apponere ita, quod dicantur esse de integritate sacrae Scripturae, quia hoc esset vitium falsitatis, et similiter si quis diceret aliquid esse de necessitate formae, quod non est.

Antwoord op de Bedenkingen. — 1. Men mag aan de woorden van de Heilige Schrift niets toevoegen, wat de 35beteekenis zou veranderen; doch om de Heilige Schrift te verklaren werd er door de leeraren veel aan toegevoegd. Ook mag men niet beweeren, dat wat men aan de Heilige Schrift toevoegt, tot de Schrift zelf behoort, want, dan zou men ze vervalschen. Zoo ook zou het een vervalsching zijn, wanneer men beweerde dat sommige woorden, die tot den vorm der sacramenten niet behooren, er een noodzakelijk bestanddeel van zijn.Antwoord op de Bedenkingen. — 1. Men mag aan de woorden van de Heilige Schrift niets toevoegen, wat de 35betekenis zou veranderen; doch om de Heilige Schrift te verklaren werd er door de leraren veel aan toegevoegd. Ook mag men niet beweren, dat wat men aan de Heilige Schrift toevoegt, tot de Schrift zelf behoort, want, dan zou men ze vervalsen. Zo ook zou het een vervalsing zijn, wanneer men beweerde dat sommige woorden, die tot de vorm van de sacramenten niet behoren, er een noodzakelijk bestanddeel van zijn.

↑ bedenking 2

Ad secundum dicendum, quod verba pertinent ad formam sacramenti ratione sensus significati, et ideo quaecumque fiat additio vel subtractio verborum, quae non addat aliquid aut subtrahat debito sensui, non tollitur species sacramenti.

2. De woorden behooren tot den vorm der sacramenten in zoover ze de beteekenis verduidelijken. Wanneer men dus woorden weglaat of toevoegt, die de beteekenis volstrekt niet veranderen, dan blijft de natuur van het sacrament ongeschonden.2. De woorden behoren tot de vorm van de sacramenten in zover ze de betekenis verduidelijken. Wanneer men dus woorden weglaat of toevoegt, die de betekenis volstrekt niet veranderen, dan blijft de natuur van het sacrament ongeschonden.

↑ bedenking 3

Ad tertium dicendum, quod si sit tanta interruptio verborum, quod intercipiatur intentio pronuntiantis, tollitur sensus sacramenti, et per consequens veritas ejus; non autem tollitur, quando est parva interruptio, quae intentionem proferentis et intellectum verborum non aufert. Et idem est etiam dicendum de transpositione verborum, quia si tollit sensum locutionis, non perficitur sacramentum, sicut patet de negatione praeposita vel postposita signo. Si autem sit talis transpositio, quae sensum locutionis non variet, non 36tollitur veritas sacramenti, quia, secundum quod Philosophus dicit [lib. 2. Periher. cap. 10, N° 13], « nomina et verba transposita idem significant ».

3. Wanneer de onderbreking het inzicht van den bedienaar doet verloren gaan, dan vervalt ook de geldigheid van het sacrament, niet echter wanneer de onderbreking noch het inzicht van den bedienaar, noch de beteekenis der woorden wegneemt. Hetzelfde mag gezegd worden van de plaatsing der woorden; wordt de beteekenis der woorden er door weggenomen dan is het sacrament ongeldig zooals blijkt als men de sacramenteele formule doet voorafgaan of doet volgen door een ontkenning. Wordt door de verplaatsing de beteekenis niet veranderd, dan blijft het 36sacrament geldig, omdat, zooals de wijsgeer zegt in het IIe Boek van zijn werk « Over het Oordeel » (10e H., n° 13), namen en woorden, die verplaatst worden, dezelfde beteekenis behouden.3. Wanneer de onderbreking het inzicht van de bedienaar doet verloren gaan, dan vervalt ook de geldigheid van het sacrament, niet echter wanneer de onderbreking noch het inzicht van de bedienaar, noch de betekenis van de woorden wegneemt. Hetzelfde mag gezegd worden van de plaatsing van de woorden; wordt de betekenis van de woorden er door weggenomen dan is het sacrament ongeldig zoals blijkt als men de sacramentele formule doet voorafgaan of doet volgen door een ontkenning. Wordt door de verplaatsing de betekenis niet veranderd, dan blijft het 36sacrament geldig, omdat, zoals de wijsgeer zegt in het 2e Boek van zijn werk “Over het Oordeel” (10e H., n° 13), namen en woorden, die verplaatst worden, dezelfde betekenis behouden.