De sacramento Eucharistiae secundum se, in sex articulos divisa
Over het sacrament der Eucharistie op zich genomenOver het sacrament van de Eucharistie op zich genomen
1Consequenter considerandum est de sacramento Eucharistiae. Et primo de ipso sacramento; secundo de materia; tertio de forma; quarto de effectibus; quinto de recipientibus hoc sacramentum; sexto de ministro; septimo de ritu.
1Wij moeten nu gaan handelen over het Sakrament der Eucharistie; en wel ten eerste over het Sacrament zelf; ten tweede over de stof; ten derde over den vorm; ten vierde over de uitwerkselen; ten vijfde over de ontvangers van dit Sacrament; ten zesde over den bedienaar; ten zevende over den ritus.1Wij moeten nu gaan handelen over het Sacrament van de Eucharistie; en wel ten eerste over het Sacrament zelf; ten tweede over de stof; ten derde over de vorm; ten vierde over de uitwerkselen; ten vijfde over de ontvangers van dit Sacrament; ten zesde over de bedienaar; ten zevende over de ritus.
Circa primum quaeruntur sex: 1. Utrum Eucharistia sit sacramentum. — 2. Utrum sit unum, vel plura. — 3. Utrum sit de necessitate salutis. — 4. De nominibus ejus. — 5. De institutione ipsius. — 6. De figuris ejus.
Omtrent het eerste punt stellen wij zes vragen: 1. Is de Eucharistie een sacrament? 2. Is zij één of meerdere sacramenten? 3. Is zij voor ons heil noodzakelijk? 4. Over hare benamingen. 5. Over haar instelling. 6. Over haar voorafbeeldingen.Omtrent het eerste punt stellen wij zes vragen: 1. Is de Eucharistie een sacrament? 2. Is zij één of meerdere sacramenten? 3. Is zij voor ons heil noodzakelijk? 4. Over haar benamingen. 5. Over haar instelling. 6. Over haar voorafbeeldingen.
Utrum Eucharistia sit sacramentum
Is de Eucharistie een sacrament?
2Ad primum sic proceditur. Videtur quod Eucharistia non sit sacramentum. Ad idem enim non debent ordinari duo sacramenta, quia unumquodque sacramentum efficax est ad suum effectum producendum. Cum ergo ad perfectionem ordinetur et confirmatio, et Eucharistia, ut dicit Dionysius 4 cap. Eccl. Hier., videtur Eucharistia non esse sacramentum, cum confirmatio sit sacramentum, ut prius habitum est [q. 72. art. 1 ; q. 65. art. 1.].
2Bedenkingen. — Men beweert, dat de Eucharistie geen sacrament is. — 1. Op hetzelfde doel immers moeten niet twee sacramenten gericht zijn, daar ieder sacrament voldoende kracht heeft om zijn eigen uitwerksel voort te brengen. Gegeven dus dat op de volmaaktheid gericht is zoowel het vormsel als de Eucharistie, gelijk Dionysius zegt, schijnt te volgen, dat de Eucharistie geen sacrament is, want het vormsel is een sacrament, zooals boven werd uiteengezet (vorige Kw. 1e Art. en 65e Kw. 1e Art.).2Bedenkingen. — Men beweert, dat de Eucharistie geen sacrament is. — 1. Op hetzelfde doel immers moeten niet twee sacramenten gericht zijn, daar ieder sacrament voldoende kracht heeft om zijn eigen uitwerksel voort te brengen. Gegeven dus dat op de volmaaktheid gericht is zowel het vormsel als de Eucharistie, gelijk Dionysius zegt, schijnt te volgen, dat de Eucharistie geen sacrament is, want het vormsel is een sacrament, zoals boven werd uiteengezet (vorige Kw. 1e Art. en 65e Kw. 1e Art.).
2. Praeterea, in quolibet sacramento novae legis id quod visibiliter subjicitur sensui, efficit invisibilem effectum sacramenti: sicut ablutio aquae causat et characterem baptismalem et ablutionem spiritualem, sicut supra dictum est [q. 63. art. 6; q. 66. art. 1, 3, 7.]. Sed species panis, et vini, quae subjiciuntur sensui in hoc sacramento, non efficiunt neque ipsum corpus Christi verum, quod est res et sacramentum, neque corpus mysticum, quod 3est res tantum in Eucharistia. Ergo videtur, quod Eucharistia non sit sacramentum novae legis.
2. Bij de sacramenten van de Nieuwe Wet bewerkt het zintuigelijk zichtbare het onzichtbare uitwerksel van het sacrament, zooals de afwassching met water het merkteeken van het doopsel en de geestelijke afwassching bewerkt, gelijk boven gezegd is (63e Kw. 6e Art.; 66e Kw. 1e, 3e, 7e Art.). Maar de gedaanten van brood en wijn, die het zintuigelijk zichtbare in dit Sacrament zijn, bewerken noch het waarachtig Lichaam van Christus, dat 3werkelijkheid en sacrament is, noch het mystiek Lichaam, dat alleen werkelijkheid is in de Eucharistie. Dus schijnt de Eucharistie geen sacrament van de Nieuwe Wet te zijn.2. Bij de sacramenten van de Nieuwe Wet bewerkt het zintuigelijk zichtbare het onzichtbare uitwerksel van het sacrament, zoals de afwassing met water het merkteken van het doopsel en de geestelijke afwassing bewerkt, gelijk boven gezegd is (63e Kw. 6e Art.; 66e Kw. 1e, 3e, 7e Art.). Maar de gedaanten van brood en wijn, die het zintuigelijk zichtbare in dit Sacrament zijn, bewerken noch het waarachtig Lichaam van Christus, dat 3werkelijkheid en sacrament is, noch het mystiek Lichaam, dat alleen werkelijkheid is in de Eucharistie. Dus schijnt de Eucharistie geen sacrament van de Nieuwe Wet te zijn.
3. Praeterea, sacramenta novae legis habentia materiam in usu materiae perficiuntur: sicut baptismus in ablutione, et confirmatio in chrismatis consignatione. Si ergo Eucharistia sit sacramentum, perficeretur in usu materiae, non in consecratione ipsius materiae. Quod patet esse falsum, quia forma hujus sacramenti sunt verba quae in consecratione materiae dicuntur, ut infra patebit [q. 78. art. 1.]. Ergo Eucharistia non est sacramentum.
3. De sacramenten van de Nieuwe Wet, die een stof hebben, komen tot stand door het gebruik van de stof, zooals het doopsel door de afwassching en het vormsel door het teekenen met den balsem. Indien dus de Eucharistie een sacrament was, zou zij tot stand komen door het gebruik van de stof, niet door de consecratie ervan; dit evenwel blijkt valsch te zijn, want de vorm van dit Sacrament zijn de woorden, die bij de consecratie van de stof gezegd worden, zooals later zal worden aangetoond (78e Kw. 1e Art.). Dus is de Eucharistie geen sacrament.3. De sacramenten van de Nieuwe Wet, die een stof hebben, komen tot stand door het gebruik van de stof, zoals het doopsel door de afwassing en het vormsel door het tekenen met de balsem. Indien dus de Eucharistie een sacrament was, zou zij tot stand komen door het gebruik van de stof, niet door de consecratie ervan; dit evenwel blijkt vals te zijn, want de vorm van dit Sacrament zijn de woorden, die bij de consecratie van de stof gezegd worden, zoals later zal worden aangetoond (78e Kw. 1e Art.). Dus is de Eucharistie geen sacrament.
Sed contra est, quod in Collecta dicitur: « Hoc tuum sacramentum non sit nobis reatus ad poenam ».
Daartegenover staat echter, dat in een collecte gezegd wordt: « Moge dit Uw Sacrament ons niet strafschuldig maken ».Daartegenover staat echter, dat in een collecte gezegd wordt: “Moge dit Uw Sacrament ons niet strafschuldig maken”.
Respondeo dicendum quod sacramenta Ecclesiae ordinantur ad subveniendum homini in vita spirituali. Vita autem spiritualis vitae corporali conformatur: eo quod corporalia spiritualium similitudinem gerunt. Manifestum est autem quod, sicut ad vitam corporalem requiritur generatio per quam 4homo vitam accipit, et augmentum, quo homo perducitur ad perfectionem vitae; ita etiam requiritur alimentum, quo homo conservatur in vita. Et ideo sicut ad vitam spiritualem oportuit esse baptismum, qui est spiritualis generatio, et confirmationem, quae est spirituale augmentum; ita oportuit esse sacramentum Eucharistiae, quod est spirituale alimentum.
Leerstelling. — De sacramenten der Kerk zijn er op gericht om den mensch te helpen in het geestelijk leven. Het geestelijk leven echter heeft overeenkomst met het lichamelijk leven, omdat de lichamelijke dingen afbeeldingen zijn van de geestelijke dingen. Nu is het duidelijk, dat voor het lichamelijk leven niet alleen een geboorte vereischt wordt, waardoor de 4mensch het leven ontvangt, en groei, waardoor de mensch tot volkomenheid van leven geraakt, maar ook voedsel, waardoor de mensch in het leven bewaard blijft. Derhalve is er voor het geestelijk leven niet alleen het doopsel noodig als geestelijke geboorte en het vormsel als geestelijke groei, maar ook het Sacrament der Eucharistie als geestelijk voedsel.Leerstelling. — De sacramenten van de Kerk zijn er op gericht om de mens te helpen in het geestelijk leven. Het geestelijk leven echter heeft overeenkomst met het lichamelijk leven, omdat de lichamelijke dingen afbeeldingen zijn van de geestelijke dingen. Nu is het duidelijk, dat voor het lichamelijk leven niet alleen een geboorte vereist wordt, waardoor de 4mens het leven ontvangt, en groei, waardoor de mens tot volkomenheid van leven geraakt, maar ook voedsel, waardoor de mens in het leven bewaard blijft. Derhalve is er voor het geestelijk leven niet alleen het doopsel nodig als geestelijke geboorte en het vormsel als geestelijke groei, maar ook het Sacrament van de Eucharistie als geestelijk voedsel.
Ad primum ergo dicendum quod duplex est perfectio. Una quae est in ipso homine, ad quam perducitur per augmentum. Et talis perfectio competit confirmationi. Alia autem est perfectio, quam homo consequitur ex adjunctione alicujus extrinseci hominem conservantis; puta ex adjunctione1 cibi, vel indumenti, vel alicujus hujusmodi. Et talis perfectio competit Eucharistiae, quae est spiritualis refectio.
Antwoord op de Bedenkingen. — 1. Er is een dubbele volmaaktheid: de een is in den mensch zelf en tot haar geraakt men door den groei; deze volmaaktheid komt toe aan het vormsel. De andere verkrijgt de mensch door toevoeging van iets van buiten af, dat den mensch in stand houdt, zooals door toevoeging van voedsel, kleeding e. d.; deze volmaaktheid komt toe aan de Eucharistie, die een geestelijk voedsel is.Antwoord op de Bedenkingen. — 1. Er is een dubbele volmaaktheid: de een is in de mens zelf en tot haar geraakt men door de groei; deze volmaaktheid komt toe aan het vormsel. De andere verkrijgt de mens door toevoeging van iets van buiten af, dat de mens in stand houdt, zoals door toevoeging van voedsel, kleding e. d.; deze volmaaktheid komt toe aan de Eucharistie, die een geestelijk voedsel is.
Ad secundum dicendum quod aqua baptismi non causat aliquem spiritualem effectum propter ipsam aquam, sed propter virtutem Spiritus Sancti in aqua existentem: unde Chrysostomus dicit super illud Joan. 5 [v. 4] : « Angelus Domini secundum tempus », etc. [hom. 35. in Joan.] : « In 5baptizatis non simpliciter aqua operatur, sed cum Spiritus Sancti susceperit gratiam, tunc omnia solvit peccata ». Sicut autem se habet virtus Spiritus Sancti ad aquam baptismi, ita se habet corpus Christi verum ad speciem panis et vini. Unde species panis et vini non efficiunt aliquid nisi virtute corporis Christi veri.
2. Dat het doopwater een geestelijk uitwerksel tot stand brengt, komt niet van het water zelf maar van de kracht van den H. Geest, die in het water is: bij Joannes (5. 4) : « Een engel des Heeren daalde van tijd tot tijd » enz. zegt dan ook Chrysostomus: « In de doopelingen werkt niet het water zonder meer, neen, slechts wanneer het de genade van den H. Geest in zich heeft 5opgenomen, delgt het alle zonden uit ». Zooals nu de kracht van den H. Geest zich verhoudt tot het doopwater, zoo verhoudt zich het waarachtig Lichaam van Christus tot de gedaanten van brood en wijn. Daarom werken de gedaanten van brood en wijn niets uit tenzij door de kracht van het waarachtig Lichaam van Christus.2. Dat het doopwater een geestelijk uitwerksel tot stand brengt, komt niet van het water zelf maar van de kracht van de H. Geest, die in het water is: bij Johannes (5, 4): “Een engel van de Heer daalde van tijd tot tijd” enz. zegt dan ook Chrysostomus: “In de dopelingen werkt niet het water zonder meer, neen, slechts wanneer het de genade van de H. Geest in zich heeft 5opgenomen, delgt het alle zonden uit”. Zoals nu de kracht van de H. Geest zich verhoudt tot het doopwater, zo verhoudt zich het waarachtig Lichaam van Christus tot de gedaanten van brood en wijn. Daarom werken de gedaanten van brood en wijn niets uit tenzij door de kracht van het waarachtig Lichaam van Christus.
Ad tertium dicendum quod sacramentum dicitur ex eo, quod continet aliquid sacrum. Potest autem aliquid esse sacrum dupliciter: scilicet absolute, et in ordine ad aliud. Haec autem est differentia inter Eucharistiam et alia sacramenta habentia materiam sensibilem, quod Eucharistia continet aliquid sacrum absolute, scilicet ipsum Christum: aqua vero baptismi continet aliquid sacrum in ordine ad aliud, scilicet virtutem ad sanctificandum; et eadem ratio est de chrismate et similibus. Et ideo sacramentum Eucharistiae perficitur in ipsa consecratione materiae: alia vero sacramenta perficiuntur in applicatione materiae ad hominem sanctificandum.
3. Een sacrament heeft zijn naam hiervandaan, dat het iets sacrums, iets heiligs bevat. Nu kan iets op twee manieren heilig zijn nl. op zich en in verhouding tot iets anders. De Eucharistie (en hierdoor verschilt zij van de andere sacramenten met een zintuigelijk waarneembare stof) bevat op zich iets heiligs nl. Christus Zelf: het doopwater daarentegen bevat iets heiligs in verhouding tot iets anders, t. w. een heiligende kracht; en hetzelfde geldt van het vormsel e. d. En daarom komt het Sacrament der Eucharistie tot stand bij de consecratie van de stof: de andere sacramenten echter komen tot stand, als de stof op den te heiligen mensch wordt toegepast.3. Een sacrament heeft zijn naam hiervandaan, dat het iets sacrums, iets heiligs bevat. Nu kan iets op twee manieren heilig zijn nl. op zich en in verhouding tot iets anders. De Eucharistie (en hierdoor verschilt zij van de andere sacramenten met een zintuigelijk waarneembare stof) bevat op zich iets heiligs nl. Christus Zelf: het doopwater daarentegen bevat iets heiligs in verhouding tot iets anders, t. w. een heiligende kracht; en hetzelfde geldt van het vormsel e. d. En daarom komt het Sacrament van de Eucharistie tot stand bij de consecratie van de stof: de andere sacramenten echter komen tot stand, als de stof op de te heiligen mens wordt toegepast.
Et ex hoc etiam consequitur alia differentia. Nam in sacramento Eucharistiae id quod est res et sacramentum, est in ipsa materia; id autem quod est res tantum, est in suscipiente, scilicet gratia, quae confertur. In baptismo autem utrumque est in 6suscipiente, scilicet et character, qui est res et sacramentum; et gratia remissionis peccatorum, quae est res tantum. Et eadem ratio est de aliis sacramentis.
En hieruit volgt nog een ander verschil. Bij het Sacrament der Eucharistie bevindt zich datgene, wat werkelijkheid en sacrament is, in de stof zelf; datgene echter, wat alleen werkelijkheid is, bevindt zich in den ontvanger nl. de meegedeelde genade. Bij 6het doopsel daarentegen zijn beide in den ontvanger: zoowel het merkteeken, dat werkelijkheid en sacrament is, als de zondenvergevende genade, die alleen werkelijkheid is. En hetzelfde geldt van de andere sacramenten.En hieruit volgt nog een ander verschil. Bij het Sacrament van de Eucharistie bevindt zich datgene, wat werkelijkheid en sacrament is, in de stof zelf; datgene echter, wat alleen werkelijkheid is, bevindt zich in de ontvanger nl. de meegedeelde genade. Bij 6het doopsel daarentegen zijn beide in de ontvanger: zowel het merkteken, dat werkelijkheid en sacrament is, als de zondenvergevende genade, die alleen werkelijkheid is. En hetzelfde geldt van de andere sacramenten.
Utrum hoc sacramentum sit unum, vel plura
Is de Eucharistie één Sacrament of meerdere?
Ad secundum sic proceditur. Videtur quod Eucharistia non sit unum sacramentum sed plura. Dicitur enim in Collecta: « Purificent nos, Domine, sacramenta quae sumpsimus » : quod quidem dicitur propter Eucharistiae susceptionem1. Ergo Eucharistia non est unum sacramentum, sed plura.
Bedenkingen. — Men beweert, dat de Eucharistie niet één Sacrament is, maar meerdere. — 1. In een collecte toch wordt gezegd : « Wij bidden, Heer, mogen de Sacramenten, die wij hebben ontvangen, ons reinigen »: wat gezegd wordt met het oog op de Eucharistie. Dus is de Eucharistie niet één Sacrament, maar meerdere.Bedenkingen. — Men beweert, dat de Eucharistie niet één Sacrament is, maar meerdere. — 1. In een collecte toch wordt gezegd: “Wij bidden, Heer, mogen de Sacramenten, die wij hebben ontvangen, ons reinigen”: wat gezegd wordt met het oog op de Eucharistie. Dus is de Eucharistie niet één Sacrament, maar meerdere.
2. Praeterea, impossibile est, multiplicato genere, non multiplicari speciem: sicut quod unus homo sit plura animalia. Sed signum est genus sacramenti, ut supra dictum est [q. 60. art. 1.]. Cum igitur in Eucharistia sint plura signa, scilicet panis et vinum, videtur consequens esse quod sint plura 7sacramenta.
2. Het is onmogelijk, dat bij vermenigvuldiging van het geslacht de soort niet vermenigvuldigd wordt, zoodat b.v. één mensch verschillende dieren zou zijn. Nu is, gelijk boven werd gezegd (60e Kw. 1e Art.), het geslacht, waartoe het sacrament behoort, het teeken. Gegeven dus dat er in de Eucharistie 7meerdere teekenen zijn nl. die van brood en wijn, schijnt te volgen, dat er ook meerdere Sacramenten in zijn.2. Het is onmogelijk, dat bij vermenigvuldiging van het geslacht de soort niet vermenigvuldigd wordt, zodat bv. één mens verschillende dieren zou zijn. Nu is, gelijk boven werd gezegd (60e Kw. 1e Art.), het geslacht, waartoe het sacrament behoort, het teken. Gegeven dus dat er in de Eucharistie 7meerdere tekenen zijn nl. die van brood en wijn, schijnt te volgen, dat er ook meerdere Sacramenten in zijn.
3. Praeterea, hoc sacramentum perficitur in consecratione materiae, sicut dictum est [art. praec. ad 3.]. Sed in hoc sacramento est duplex materiae consecratio. Ergo est duplex sacramentum.
3. Dit Sacrament komt tot stand bij de consecratie van de stof, zooals gezegd is (1e Art. 3e Antw.). Welnu in dit Sacrament is er een dubbele consecratie van de stof. Dus is er ook een dubbel Sacrament.3. Dit Sacrament komt tot stand bij de consecratie van de stof, zoals gezegd is (1e Art. 3e Antw.). Welnu in dit Sacrament is er een dubbele consecratie van de stof. Dus is er ook een dubbel Sacrament.
Sed contra est, quod Apostolus dicit 1. Cor. 10. [v. 17] « Unus panis, et unum corpus multi sumus omnes, qui de uno pane et de uno calice participamus ». Ex quo patet, quod Eucharistia est sacramentum ecclesiasticae unitatis. Sed sacramentum similitudinem gerit rei, cujus est sacramentum. Ergo Eucharistia est unum sacramentum.
Daartegenover staat echter, dat de Apostel zegt in den Eersten Brief aan de Corinthiërs (10. 17) : « Hoewel velen vormen wij één brood en één lichaam, wij allen, die deelhebben aan één brood en aan één kelk ». Hieruit blijkt dat de Eucharistie het Sacrament is van de kerkelijke eenheid. Nu gelijkt een sacrament op de werkelijkheid, waarvan het een sacrament is. Dus is de Eucharistie één Sacrament.Daartegenover staat echter, dat de Apostel zegt in de Eerste Brief aan de Korintiërs (10, 17): “Hoewel velen vormen wij één brood en één lichaam, wij allen, die deelhebben aan één brood en aan één kelk”. Hieruit blijkt dat de Eucharistie het Sacrament is van de kerkelijke eenheid. Nu gelijkt een sacrament op de werkelijkheid, waarvan het een sacrament is. Dus is de Eucharistie één Sacrament.
Respondeo dicendum quod, sicut dicitur 5. Metaphysic. [Did. lib. 4. cap. 6.], unum dicitur, non solum quod est indivisibile vel quod est continuum, sed etiam quod est perfectum: sicut dicitur una domus, et unus homo. Est autem unum in2 perfectione, ad cujus integritatem concurrunt omnia quae requiruntur ad finem ejusdem: sicut homo integratur ex omnibus 8membris necessariis ad operationem3 animae, et domus integratur ex omnibus partibus, quae sunt necessariae ad inhabitandum. Et sic hoc sacramentum dicitur unum. Ordinatur enim ad spiritualem refectionem, quae corporali conformatur. Ad corporalem autem refectionem duo requiruntur: scilicet cibus, qui est alimentum siccum; et potus, qui est alimentum humidum. Et ideo etiam ad integritatem hujus sacramenti duo concurrunt: scilicet spiritualis cibus, et spiritualis potus, secundum illud Joan. 6. [v. 56] : « Caro mea vere est cibus, et sanguis meus vere est potus ». Ergo hoc sacramentum multa quidem est materialiter, sed unum formaliter et perfective.
Leerstelling. — Zooals in de Metaphysica gezegd wordt, noemt men iets één, niet alleen wanneer het ondeelbaar of aaneengesloten is, maar ook wanneer het volkomen is; zoo zegt men: één huis en één mensch. Op deze laatste wijze is iets één, als het zijn volledigheid bereikt door de aanwezigheid van alles wat tot zijn doel vereischt wordt, zooals een mensch volledig is bij 8aanwezigheid van alle voor de zielswerkingen benoodigde ledematen, en een huis bij aanwezigheid van alle voor de bewoonbaarheid benoodigde deelen. En zoo is ook dit Sacrament één. Want het is gericht op onze geestelijke voeding, welke overeenkomst heeft met de lichamelijke. Voor de lichamelijke voeding nu zijn twee zaken vereischt nl. spijs als vast voedsel en drank als vloeibaar voedsel. En dus vindt dit Sacrament ook zijn volledigheid in de aanwezigheid van twee zaken nl. een geestelijke spijs en een geestelijke drank, volgens Joannes (6. 56) : « Mijn Vleesch is waarlijk spijs en Mijn Bloed is waarlijk drank ». Dus is dit Sacrament naar de stof genomen wel veelvuldig, maar naar vorm en volkomenheid is het één.Leerstelling. — Zoals in de Metafysica gezegd wordt, noemt men iets één, niet alleen wanneer het ondeelbaar of aaneengesloten is, maar ook wanneer het volkomen is; zo zegt men: één huis en één mens. Op deze laatste wijze is iets één, als het zijn volledigheid bereikt door de aanwezigheid van alles wat tot zijn doel vereist wordt, zoals een mens volledig is bij 8aanwezigheid van alle voor de zielswerkingen benodigde ledematen, en een huis bij aanwezigheid van alle voor de bewoonbaarheid benodigde delen. En zo is ook dit Sacrament één. Want het is gericht op onze geestelijke voeding, welke overeenkomst heeft met de lichamelijke. Voor de lichamelijke voeding nu zijn twee zaken vereist nl. spijs als vast voedsel en drank als vloeibaar voedsel. En dus vindt dit Sacrament ook zijn volledigheid in de aanwezigheid van twee zaken nl. een geestelijke spijs en een geestelijke drank, volgens Johannes (6, 56): “Mijn Vlees is waarlijk spijs en Mijn Bloed is waarlijk drank”. Dus is dit Sacrament naar de stof genomen wel veelvuldig, maar naar vorm en volkomenheid is het één.
Ad primum ergo dicendum quod in eadem Collecta et pluraliter dicitur primo: « Purificent nos sacramenta quae sumpsimus » ; et postea singulariter subditur: « Hoc tuum sacramentum non sit nobis reatus ad poenam »: ad ostendendum quod hoc sacramentum quodammodo est multa, simpliciter autem unum.
Antwoord op de Bedenkingen. — 1. In dezelfde collecte wordt eerst in het meervoud gezegd: « Mogen de Sacramenten, die wij hebben ontvangen, ons reinigen » en heet het later in het enkelvoud: « Moge dit Uw Sacrament ons niet strafschuldig maken », waardoor wordt aangegeven dat dit Sacrament op een bepaalde manier veelvuldig is, maar volstrekt genomen één.Antwoord op de Bedenkingen. — 1. In dezelfde collecte wordt eerst in het meervoud gezegd: “Mogen de Sacramenten, die wij hebben ontvangen, ons reinigen” en heet het later in het enkelvoud: “Moge dit Uw Sacrament ons niet strafschuldig maken”, waardoor wordt aangegeven dat dit Sacrament op een bepaalde manier veelvuldig is, maar volstrekt genomen één.
Ad secundum dicendum quod panis et vinum materialiter quidem sunt 9plura signa, formaliter vero et perfective unum, inquantum ex eis perficitur una refectio.
2. Brood en wijn zijn naar de stof verschillende teekenen, 9maar naar vorm en volkomenheid zijn zij één, inzoover zij één maaltijd vormen.2. Brood en wijn zijn naar de stof verschillende tekenen, 9maar naar vorm en volkomenheid zijn zij één, inzover zij één maaltijd vormen.
Ad tertium dicendum quod ex hoc quod est duplex consecratio materiae hujus sacramenti, non potest plus haberi nisi quod hoc sacramentum materialiter est multa, ut dictum est (in corp.).
3. Uit het feit, dat er in dit Sacrament een dubbele consecratie plaats heeft, kan men alleen afleiden, dat dit Sacrament, zooals gezegd is (in de Leerst.), naar de stof veelvuldig is.3. Uit het feit, dat er in dit Sacrament een dubbele consecratie plaats heeft, kan men alleen afleiden, dat dit Sacrament, zoals gezegd is (in de Leerst.), naar de stof veelvuldig is.
Utrum Eucharistia sit de necessitate salutis
Is dit Sacrament voor ons heil noodzakelijk?
Ad tertium sic proceditur. Videtur quod hoc sacramentum sit de necessitate salutis. Dicit enim Dominus Joan. 6. [v. 54] : « Nisi manducaveritis carnem Filii hominis et biberitis ejus sanguinem, non habebitis vitam in vobis ». Sed in hoc sacramento manducatur caro Christi et bibitur sanguis ejus. Ergo sine hoc sacramento non potest homo habere salutem spiritualis vitae.
Bedenkingen. — Men beweert, dat dit Sacrament voor ons heil noodzakelijk is. — 1. De Heer toch zegt bij Joannes (6. 54) : « Tenzij gij het Vleesch van den Zoon des Menschen eet en Zijn Bloed drinkt, zult gij het leven in u niet hebben ». Welnu, in dit Sacrament wordt het Vleesch van Christus gegeten en Zijn Bloed gedronken. Dus bestaat er in het geestelijk leven geen heil voor den mensch tenzij door dit Sacrament.Bedenkingen. — Men beweert, dat dit Sacrament voor ons heil noodzakelijk is. — 1. De Heer toch zegt bij Johannes (6, 54): “Tenzij gij het Vlees van de Mensenzoon eet en Zijn Bloed drinkt, zult gij het leven in u niet hebben”. Welnu, in dit Sacrament wordt het Vlees van Christus gegeten en Zijn Bloed gedronken. Dus bestaat er in het geestelijk leven geen heil voor de mens tenzij door dit Sacrament.
2. Praeterea, hoc sacramentum est quoddam spirituale alimentum. Sed 10alimentum corporale est de necessitate corporalis salutis. Ergo etiam hoc sacramentum est de necessitate spiritualis salutis.
2. Dit Sacrament is een geestelijk voedsel. Nu is het 10lichamelijk voedsel noodzakelijk voor het lichamelijk heil. Dus is ook dit Sacrament noodzakelijk voor het geestelijk heil.2. Dit Sacrament is een geestelijk voedsel. Nu is het 10lichamelijk voedsel noodzakelijk voor het lichamelijk heil. Dus is ook dit Sacrament noodzakelijk voor het geestelijk heil.
3. Praeterea, sicut baptismus est sacramentum Dominicae passionis, sine qua non est salus; ita et Eucharistia. Dicit enim Apost. 1. Cor. 11. [v. 26] : « Quotiescumque manducabitis panem hunc et calicem bibetis, mortem Domini annuntiabitis donec veniat ». Ergo sicut baptismus est de necessitate salutis, ita etiam hoc sacramentum.
3. Zooals het doopsel het sacrament is van het lijden des Heeren, waarbuiten geen heil mogelijk is, zoo ook de Eucharistie: de Apostel zegt immers in den Eersten Brief aan de Corinthiërs (11. 26) : « Zoo dikwijls gij dat brood zult eten en den kelk zult drinken, zult gij den dood des Heeren verkondigen, tot dat Hij komt ». Zooals derhalve het doopsel noodzakelijk is voor ons heil, zoo ook dit Sacrament.3. Zoals het doopsel het sacrament is van het lijden van de Heer, waarbuiten geen heil mogelijk is, zo ook de Eucharistie: de Apostel zegt immers in de Eerste Brief aan de Korintiërs (11, 26): “Zo dikwijls gij dat brood zult eten en de kelk zult drinken, zult gij de dood van de Heer verkondigen, tot dat Hij komt”. Zoals derhalve het doopsel noodzakelijk is voor ons heil, zo ook dit Sacrament.
Sed contra est quod Augustinus scribit Bonifacio contra Pelagianos [lib. 1. cap. 22.] : « Nec illud cogitetis, parvulos vitam habere non posse, qui sunt expertes corporis et sanguinis Christi ».
Daartegenover staat echter, dat Augustinus aan Bonifacius schrijft: « Denkt ook niet, dat de kinderen het leven niet kunnen verwerven, omdat zij verstoken blijven van het Lichaam en Bloed des Heeren ».Daartegenover staat echter, dat Augustinus aan Bonifacius schrijft: “Denkt ook niet, dat de kinderen het leven niet kunnen verwerven, omdat zij verstoken blijven van het Lichaam en Bloed van de Heer”.
Respondeo dicendum quod in hoc sacramento duo est considerare: scilicet ipsum sacramentum, et rem sacramenti. Dictum est autem [Art. 1. arg. 2; art. 2. arg. Sed Contra.] quod res hujus1 sacramenti est unitas 11corporis mystici, sine qua non potest esse salus: nulli enim patet aditus salutis extra Ecclesiam, sicut nec in diluvio absque arca Noë, quae significat Ecclesiam, ut habetur 1. Petr. 3. [v. 20, 21] : dictum est autem supra [q. 68. art. 2.], quod res alicujus sacramenti haberi potest ante perceptionem sacramenti, ex ipso voto sacramenti percipiendi. Unde ante perceptionem hujus sacramenti potest homo habere salutem ex voto percipiendi hoc sacramentum: sicut et ante baptismum ex voto baptismi, ut supra dictum est [q. 68. art. 2.].
Leerstelling. — In dit Sacrament moet men twee dingen beschouwen t. w. het Sacrament zelf en de door het Sacrament beteekende werkelijkheid. Nu is er gezegd (1e Art. 2e Bed.; 2e Art. in de Tegenbed.), dat de door het Sacrament beteekende werkelijkheid de eenheid van het mystiek Lichaam is, waarbuiten geen heilsmogelijkheid bestaat: er is immers geen 11toegang tot het heil buiten de Kerk, evenmin als in den zondvloed buiten de ark van Noë, die een voorafbeelding is van de Kerk, zooals men leest in den Eersten Brief van Petrus (3. 21, 22). Maar het is mogelijk, gelijk boven is gezegd (68e Kw. 2e Art.) aan de door een sacrament beteekende werkelijkheid deelachtig te worden vóór de ontvangst van het sacrament, door de begeerte om het sacrament te ontvangen. Derhalve kan de mensch vóór de ontvangst van dit Sacrament het heil verwerven door de begeerte om dit Sacrament te ontvangen: zooals ook vóór het doopsel door de begeerte naar het doopsel, gelijk gezegd is (68e Kw. 2e Art.).Leerstelling. — In dit Sacrament moet men twee dingen beschouwen t. w. het Sacrament zelf en de door het Sacrament betekende werkelijkheid. Nu is er gezegd (1e Art. 2e Bed.; 2e Art. in de Tegenbed.), dat de door het Sacrament betekende werkelijkheid de eenheid van het mystiek Lichaam is, waarbuiten geen heilsmogelijkheid bestaat: er is immers geen 11toegang tot het heil buiten de Kerk, evenmin als in de zondvloed buiten de ark van Noë, die een voorafbeelding is van de Kerk, zoals men leest in de Eerste Brief van Petrus (3, 21, 22). Maar het is mogelijk, gelijk boven is gezegd (68e Kw. 2e Art.) aan de door een sacrament betekende werkelijkheid deelachtig te worden vóór de ontvangst van het sacrament, door de begeerte om het sacrament te ontvangen. Derhalve kan de mens vóór de ontvangst van dit Sacrament het heil verwerven door de begeerte om dit Sacrament te ontvangen: zoals ook vóór het doopsel door de begeerte naar het doopsel, gelijk gezegd is (68e Kw. 2e Art.).
Est tamen differentia quantum ad duo. Primo quidem, quia baptismus est principium spiritualis vitae, et janua sacramentorum. Eucharistia vero est quasi consummatio spiritualis vitae, et omnium sacramentorum finis, ut supra dictum est [q. 63. art. 6.] : per sanctificationes enim omnium sacramentorum fit praeparatio ad suscipiendam vel consecrandam Eucharistiam. Et ideo perceptio baptismi est necessaria ad inchoandam spiritualem vitam, perceptio autem Eucharistiae est necessaria ad consummandam ipsam: non ad hoc quod simpliciter habeatur, sed sufficit eam habere in voto, sicut et finis habetur in desiderio et intentione.
Evenwel is er een dubbel onderscheid. Vooreerst is het doopsel het beginpunt van het geestelijk leven en de poort van de sacramenten. De Eucharistie echter is als de voltooiing van het geestelijk leven en het doel van alle sacramenten, zooals gezegd is (63e Kw. 6e Art.) : immers vormen de door alle andere sacramenten bewerkte heiligingen een voorbereiding tot de ontvangst of de voltrekking van de Eucharistie. Daarom is de ontvangst van het doopsel noodzakelijk om het geestelijk leven te beginnen, terwijl de ontvangst van de Eucharistie noodzakelijk is voor de voltooiing ervan, niet voor het zonder meer verwerven ervan; 12voor dit laatste is voldoende haar in begeerte te bezitten, zooals het doel bezeten wordt in begeerte en bedoeling.Evenwel is er een dubbel onderscheid. Vooreerst is het doopsel het beginpunt van het geestelijk leven en de poort van de sacramenten. De Eucharistie echter is als de voltooiing van het geestelijk leven en het doel van alle sacramenten, zoals gezegd is (63e Kw. 6e Art.): immers vormen de door alle andere sacramenten bewerkte heiligingen een voorbereiding tot de ontvangst of de voltrekking van de Eucharistie. Daarom is de ontvangst van het doopsel noodzakelijk om het geestelijk leven te beginnen, terwijl de ontvangst van de Eucharistie noodzakelijk is voor de voltooiing ervan, niet voor het zonder meer verwerven ervan; 12voor dit laatste is voldoende haar in begeerte te bezitten, zoals het doel bezeten wordt in begeerte en bedoeling.
Alia differentia est, quia per 12baptismum ordinatur homo ad Eucharistiam. Et ideo ex hoc ipso quod pueri baptizantur, ordinantur per Ecclesiam ad Eucharistiam. Et sicut ex fide Ecclesiae credunt, sic ex intentione Ecclesiae desiderant Eucharistiam: et per consequens recipiunt rem ipsius. Sed ad baptismum non ordinatur2 per aliud praecedens sacramentum. Et ideo ante susceptionem baptismi non habent pueri aliquo modo baptismum in voto, sed soli adulti. Unde rem sacramenti non possunt percipere sine perceptione sacramenti. Et ideo hoc sacramentum non hoc modo est de necessitate salutis, sicut baptismus.
Een ander onderscheid is, dat de mensch door het doopsel gericht wordt op de Eucharistie. En daarom worden de kinderen door het feit alleen van het doopsel door de Kerk gericht op de Eucharistie. Dit houdt in dat, evenals zij gelooven door het geloof van de Kerk, zij ook de Eucharistie begeeren door de bedoeling van de Kerk en zij zoodoende aan de beteekende werkelijkheid deelachtig worden. Maar op het doopsel worden zij niet gericht door een voorafgaand sacrament. En daarom kunnen vóór de ontvangst van het doopsel alleen de volwassenen, niet echter de kinderen, het doopsel in eenigen zin in hun begeerte bezitten. Derhalve kunnen zij aan de beteekende werkelijkheid slechts deelachtig worden door de ontvangst van het sacrament. Daarom is dit Sacrament niet op dezelfde wijze noodzakelijk voor ons heil als het doopsel.Een ander onderscheid is, dat de mens door het doopsel gericht wordt op de Eucharistie. En daarom worden de kinderen door het feit alleen van het doopsel door de Kerk gericht op de Eucharistie. Dit houdt in dat, evenals zij geloven door het geloof van de Kerk, zij ook de Eucharistie begeren door de bedoeling van de Kerk en zij zodoende aan de betekende werkelijkheid deelachtig worden. Maar op het doopsel worden zij niet gericht door een voorafgaand sacrament. En daarom kunnen vóór de ontvangst van het doopsel alleen de volwassenen, niet echter de kinderen, het doopsel in enigen zin in hun begeerte bezitten. Derhalve kunnen zij aan de betekende werkelijkheid slechts deelachtig worden door de ontvangst van het sacrament. Daarom is dit Sacrament niet op dezelfde wijze noodzakelijk voor ons heil als het doopsel.
Ad primum ergo dicendum quod, sicut Augustinus dicit [tract. 26. in Joan.], exponens illud verbum Joan.: « Hunc cibum, et potum » (scilicet carnis suae et sanguinis) « societatem vult intelligi corporis, et membrorum suorum, quod est Ecclesia in praedestinatis et vocatis et justificatis et glorificatis sanctis et fidelibus ejus ». Unde, sicut ipse dicit in epist. ad 13Bonifacium [Pseudo Beda super 1. Cor. 10. v. 17], « nulli est aliquatenus ambigendum, tunc unumquemque fidelium corporis sanguinisque Domini participem fieri, quando in baptismate membrum corporis Christi efficitur: nec alienari ab illius panis calicisque consortio, etiamsi, antequam panem illum comedat et calicem bibat, de hoc saeculo in unitate corporis Christi constitutus abscedat ».
Antwoord op de Bedenkingen. — 1. Terecht zegt Augustinus in zijn uitleg op den genoemden tekst van Joannes: « Met deze spijs en drank » nl. van Zijn Vleesch en Bloed, « wil Hij verstaan hebben de gemeenschap met Zijn Lichaam en ledematen d. i. de Kerk, Zijn heilige geloovigen, die zijn 13voorbeschikt, geroepen, gerechtvaardigd en gezaligd ». Zeer juist zegt hij dan ook elders: « Niemand mag er ook maar eenigszins aan twijfelen, dat alle geloovigen deel krijgen aan het Lichaam en Bloed des Heeren, wanneer zij in het doopsel ledematen worden van Zijn Lichaam: buiten de gemeenschap van dat brood en dien kelk blijft er geen één, die behoort tot de eenheid van het Lichaam van Christus, ook al zou hij van deze wereld scheiden vóór hij van dat brood gegeten en van dien kelk gedronken heeft ».Antwoord op de Bedenkingen. — 1. Terecht zegt Augustinus in zijn uitleg op de genoemde tekst van Johannes: “Met deze spijs en drank” nl. van Zijn Vlees en Bloed, “wil Hij verstaan hebben de gemeenschap met Zijn Lichaam en ledematen d.i. de Kerk, Zijn heilige gelovigen, die zijn 13voorbeschikt, geroepen, gerechtvaardigd en gezaligd”. Zeer juist zegt hij dan ook elders: “Niemand mag er ook maar enigszins aan twijfelen, dat alle gelovigen deel krijgen aan het Lichaam en Bloed van de Heer, wanneer zij in het doopsel ledematen worden van Zijn Lichaam: buiten de gemeenschap van dat brood en die kelk blijft er geen één, die behoort tot de eenheid van het Lichaam van Christus, ook al zou hij van deze wereld scheiden vóór hij van dat brood gegeten en van die kelk gedronken heeft”.
Ad secundum dicendum quod haec est differentia inter alimentum corporale et spirituale, quod alimentum corporale convertitur in substantiam ejus qui nutritur: et ideo non potest homini valere ad vitae conservationem alimentum corporale nisi realiter sumatur. Sed alimentum spirituale convertit hominem in seipsum, secundum illud quod Augustinus dicit in lib. 7. Confess. [cap. 10.] quod quasi audivit vocem Christi dicentis sibi3 : « Nec tu me mutabis in te, sicut cibum carnis tuae: sed tu mutaberis in me ». Potest autem aliquis in Christum mutari et ei incorporari voto mentis, etiam sine hujus sacramenti perceptione. Et ideo non est simile.
2. Dit is het verschil tusschen het lichamelijk en het geestelijk voedsel, dat het lichamelijk voedsel overgaat in de zelfstandigheid van dengene, die wordt gevoed: waaruit volgt, dat het den mensch niet tot levensonderhoud kan strekken, wanneer het niet in werkelijkheid wordt ontvangen. Maar het geestelijk voedsel doet den mensch in zich overgaan, overeenkomstig het verhaal van Augustinus, dat hij de stem van Christus meende te hooren, die hem zeide: « Gij zult Mij niet in u veranderen, zooals gij doet met de spijs van uw lichaam, maar gij zult in Mij veranderd worden ». Nu kan iemand in Christus veranderd worden en in Hem worden ingelijfd door de begeerte van zijn geest, óók zonder de ontvangst van dit Sacrament. En daarom gaat de vergelijking niet op.2. Dit is het verschil tussen het lichamelijk en het geestelijk voedsel, dat het lichamelijk voedsel overgaat in de zelfstandigheid van dengene, die wordt gevoed: waaruit volgt, dat het de mens niet tot levensonderhoud kan strekken, wanneer het niet in werkelijkheid wordt ontvangen. Maar het geestelijk voedsel doet de mens in zich overgaan, overeenkomstig het verhaal van Augustinus, dat hij de stem van Christus meende te horen, die hem zeide: “Gij zult Mij niet in u veranderen, zoals gij doet met de spijs van uw lichaam, maar gij zult in Mij veranderd worden”. Nu kan iemand in Christus veranderd worden en in Hem worden ingelijfd door de begeerte van zijn geest, óók zonder de ontvangst van dit Sacrament. En daarom gaat de vergelijking niet op.
14Ad tertium dicendum quod baptismus est sacramentum mortis et passionis Christi prout homo regeneratur in Christo virtute passionis ejus. Sed Eucharistia est sacramentum passionis Christi prout homo perficitur in unione ad Christum passum. Unde, sicut baptismus dicitur sacramentum fidei, quae est fundamentum spiritualis vitae; ita Eucharistia dicitur sacramentum charitatis, quae est vinculum perfectionis, ut dicitur Coloss. [v. 14].
143. Het doopsel is het sacrament van den dood en het lijden van Christus, inzoover de mensch in Christus herboren wordt door de kracht van Zijn lijden. Maar de Eucharistie is het Sacrament van het lijden van Christus, inzoover de mensch tot volmaaktheid geraakt door de vereeniging met Christus, die voor ons geleden heeft. En daarom heet het doopsel het « sacrament des geloofs »: het geloof toch is de grondslag van het geestelijk leven; maar de Eucharistie heet het « Sacrament der liefde »: de liefde immers is de « band der volmaaktheid », zooals gezegd wordt in den Brief aan de Colossensen (3. 14).143. Het doopsel is het sacrament van de dood en het lijden van Christus, inzover de mens in Christus herboren wordt door de kracht van Zijn lijden. Maar de Eucharistie is het Sacrament van het lijden van Christus, inzover de mens tot volmaaktheid geraakt door de vereniging met Christus, die voor ons geleden heeft. En daarom heet het doopsel het “sacrament van het geloof”: het geloof toch is de grondslag van het geestelijk leven; maar de Eucharistie heet het “Sacrament van de liefde”: de liefde immers is de “band van de volmaaktheid”, zoals gezegd wordt in de Brief aan de Colossensen (3, 14).
Utrum convenienter hoc sacramentum pluribus nominibus nominetur
Doet men redelijk door dit Sacrament meerdere namen te geven?
Ad quartum sic proceditur. Videtur quod inconvenienter hoc sacramentum pluribus nominibus nominetur. Nomina enim debent respondere rebus. Sed hoc sacramentum est unum, ut dictum est [art. 2.]. Ergo non debet pluribus nominibus nominari.
Bedenkingen. — Men beweert, dat men onredelijk doet door dit Sacrament meerdere namen te geven. — 1. Namen immers moeten beantwoorden aan zaken. Nu is dit Sacrament één, zooals gezegd is (2e Art.). Derhalve moet men er geen meerdere namen aan geven.Bedenkingen. — Men beweert, dat men onredelijk doet door dit Sacrament meerdere namen te geven. — 1. Namen immers moeten beantwoorden aan zaken. Nu is dit Sacrament één, zoals gezegd is (2e Art.). Derhalve moet men er geen meerdere namen aan geven.
152. Praeterea, species non notificatur convenienter per id quod est commune toti generi. Sed Eucharistia est sacramentum novae legis. Omnibus autem sacramentis commune est quod in eis confertur gratia: quod significat nomen Eucharistia, quod est idem quod bona gratia. Omnia etiam sacramenta remedium nobis afferunt in via praesentis vitae: quod pertinet ad rationem viatici. In omnibus etiam sacramentis fit aliquid sacrum: quod pertinet ad rationem sacrificii. Et per omnia sacramenta sibi invicem communicant fideles: quod significat hoc nomen σύναξις in graeco vel communio in latino. Ergo haec nomina non convenienter adaptantur huic sacramento.
152. Het is onredelijk een soort te benoemen naar iets, dat aan heel het geslacht gemeen is. Nu is de Eucharistie een der sacramenten van de Nieuwe Wet. En aan die alle is het gemeen de genade mee te deelen, hetgeen wordt uitgedrukt door den naam Eucharistie, wat hetzelfde is als goede genade. Alle sacramenten komen ons ook te hulp op den weg van dit leven, wat opgesloten ligt in het woord reispenning. In alle sacramenten gebeurt ook iets heiligs, wat opgesloten ligt in het woord sacrificie (Offer) d. i. heilig gebeuren. En door alle sacramenten hebben de geloovigen onder elkaar gemeenschap, hetgeen wordt uitgedrukt door den griekschen naam synaxis en den latijnschen naam communio of te wel Communie. Het is dus onredelijk die namen alleen voor dit Sacrament te bezigen.152. Het is onredelijk een soort te benoemen naar iets, dat aan heel het geslacht gemeen is. Nu is de Eucharistie een van de sacramenten van de Nieuwe Wet. En aan die alle is het gemeen de genade mee te delen, hetgeen wordt uitgedrukt door de naam Eucharistie, wat hetzelfde is als goede genade. Alle sacramenten komen ons ook te hulp op de weg van dit leven, wat opgesloten ligt in het woord reispenning. In alle sacramenten gebeurt ook iets heiligs, wat opgesloten ligt in het woord sacrificie (Offer) d.i. heilig gebeuren. En door alle sacramenten hebben de gelovigen onder elkaar gemeenschap, hetgeen wordt uitgedrukt door de Griekse naam synaxis en de Latijnse naam communio of te wel Communie. Het is dus onredelijk die namen alleen voor dit Sacrament te bezigen.
3. Praeterea, hostia videtur esse idem quod sacrificium. Sicut ergo non proprie dicitur sacrificium, ita nec proprie dicitur hostia.
3. De naam hostie komt op hetzelfde neer als de naam offer. Aangezien dus dit Sacrament niet in den eigenlijken zin offer genoemd wordt, kan men ook niet in den eigenlijken zin spreken van hostie.3. De naam hostie komt op hetzelfde neer als de naam offer. Aangezien dus dit Sacrament niet in de eigenlijke zin offer genoemd wordt, kan men ook niet in de eigenlijke zin spreken van hostie.
Sed contra est, quod usus fidelium habet.
Daartegenover staat echter het woordgebruik der geloovigen.Daartegenover staat echter het woordgebruik van de gelovigen.
Respondeo dicendum quod hoc sacramentum habet triplicem significationem. Unam quidem respectu praeteriti: inquantum scilicet est 16commemorativum Dominicae passionis, quae fuit verum sacrificium, ut supra dictum est [q. 48. art. 3.]. Et secundum hoc nominatur sacrificium.
Leerstelling. — Dit Sacrament heeft een drievoudige beteekenis. Eén beteekenis heeft het met betrekking tot het verleden, 16inzoover het nl. een gedachtenis is aan 's Heeren lijden, dat een waar Offer was, zooals boven is gezegd (48e Kw. 3e Art.). En als zoodanig heet het een Offer.Leerstelling. — Dit Sacrament heeft een drievoudige betekenis. Eén betekenis heeft het met betrekking tot het verleden, 16inzover het nl. een gedachtenis is aan 's Heren lijden, dat een waar Offer was, zoals boven is gezegd (48e Kw. 3e Art.). En als zodanig heet het een Offer.
Aliam autem significationem habet respectu rei praesentis, scilicet ecclesiasticae unitatis, cui homines aggregantur per hoc sacramentum. Et secundum hoc nominatur communio, vel σύναξις; dicit enim Damascenus 4. lib. [Orth. Fid. cap. 14.] quod dicitur communio, quia communicamus per ipsam Christo; et quia participamus ejus carne et divinitate, et quia communicamus et unimur ad invicem per ipsam.
Een tweede beteekenis heeft het met betrekking tot iets tegenwoordigs t. w. de kerkelijke eenheid, waarin de menschen door dit Sacrament worden vereenigd. En als zoodanig spreekt men van communio, Communie of synaxis: Damascenus immers zegt « (de eucharistie) wordt Communie genoemd, omdat wij door haar met Christus in verbinding treden, communiceeren, en omdat wij door haar deelhebben aan Zijn Vleesch en Zijn Godheid, en omdat wij door haar in verbinding treden, communiceeren en vereenigd worden met elkaar ».Een tweede betekenis heeft het met betrekking tot iets tegenwoordigs t. w. de kerkelijke eenheid, waarin de mensen door dit Sacrament worden verenigd. En als zodanig spreekt men van communio, Communie of synaxis: Damascenus immers zegt “(de eucharistie) wordt Communie genoemd, omdat wij door haar met Christus in verbinding treden, communiceren, en omdat wij door haar deelhebben aan Zijn Vlees en Zijn Godheid, en omdat wij door haar in verbinding treden, communiceren en verenigd worden met elkaar”.
Tertiam significationem habet respectu futuri: inquantum scilicet hoc sacramentum est praefigurativum fruitionis Dei, quae erit in patria. Et secundum hoc dicitur viaticum: quia hic praebet nobis viam illuc perveniendi. Et secundum hoc etiam dicitur Ἐυχαριστία, idest bona gratia, quia gratia Dei vita aeterna, ut dicitur Rom. 6. [v. 23] ; vel quia realiter continet Christum, qui est plenus gratia.
Een derde beteekenis heeft dit Sacrament met betrekking tot de toekomst, inzoover het nl. wijst op het toekomstig bezit van God in het vaderland. En als zoodanig heet het reispenning, omdat het de weg daarheen voor ons mogelijk maakt. Als zoodanig heet het ook Eucharistie, d. i. goede genade, want « de genade Gods is het eeuwige leven », zooals gezegd wordt in den Brief aan de Romeinen (6. 23) en Christus wordt er in vervat, die « vol van genade » is.Een derde betekenis heeft dit Sacrament met betrekking tot de toekomst, inzover het nl. wijst op het toekomstig bezit van God in het vaderland. En als zodanig heet het reispenning, omdat het de weg daarheen voor ons mogelijk maakt. Als zodanig heet het ook Eucharistie, d.i. goede genade, want “de genade Gods is het eeuwige leven”, zoals gezegd wordt in de Brief aan de Romeinen (6, 23) en Christus wordt er in vervat, die “vol van genade” is.
Dicitur etiam in graeco μετάληψις· idest assumptio, quia, ut Damascenus dicit [loc. cit.], « per hoc Filii deitatem assumimus ».
Dan heeft het in het grieksch nog den naam van metalepsis d. i. aanneming: want, zooals Damascenus zegt, « door dit sacrament nemen wij de Godheid van den Zoon aan ».Dan heeft het in het Grieks nog de naam van metalepsis d.i. aanneming: want, zoals Damascenus zegt, “door dit sacrament nemen wij de Godheid van de Zoon aan”.
17Ad primum ergo dicendum quod nihil prohibet idem pluribus nominibus nominari, secundum diversas proprietates vel effectus.
17Antwoord op de Bedenkingen. — 1. Er is niets op tegen, dat één ding meerdere namen heeft naar gelang zijn verschillende eigenschappen of uitwerkselen.
Ad secundum dicendum quod id quod est commune omnibus sacramentis, attribuitur antonomastice huic1 propter ejus excellentiam.
2. Wat gemeen is aan alle sacramenten, wordt aan dit bij uitstek toegekend, vanwege zijn bijzondere volmaaktheid.
Ad tertium dicendum quod hoc sacramentum dicitur sacrificium, inquantum repraesentat ipsam passionem Christi. Dicitur autem hostia, inquantum continet ipsum Christum, qui est hostia salutaris, ut dicitur Ephes. 5. [v. 2].
3. Dit Sacrament heet Offer als uitbeeldend het lijden van Christus. En men zegt hostie, omdat het in zich Christus bevat, die de « zoete hostie » is, zooals gezegd wordt in den Brief aan de Ephesiërs (5. 2).3. Dit Sacrament heet Offer als uitbeeldend het lijden van Christus. En men zegt hostie, omdat het in zich Christus bevat, die de “zoete hostie” is, zoals gezegd wordt in de Brief aan de Efesiërs (5, 2).
Utrum institutio hujus sacramenti fuerit conveniens
Was de instelling van dit Sacrament passend?
Ad quintum sic proceditur. Videtur quod non fuerit conveniens institutio 18hujus sacramenti. Ut enim Philosophus dicit in 2. de Gener. [cap. 8. n. 4.] « ex eisdem nutrimur, ex quibus sumus ». Sed per baptismum, qui est spiritualis regeneratio, accipimus esse spirituale, ut Dionysius dicit 2. cap. Eccles. Hierarch. Ergo per baptismum etiam nutrimur. Non ergo fuit necessarium instituere hoc sacramentum, quasi spirituale nutrimentum.
Bedenkingen. — Men beweert, dat de instelling van dit Sacrament niet passend was. — 1. Want zooals de Wijsgeer zegt « voeden wij ons met dezelfde dingen, waaruit we zijn ». Nu ontvangen wij, volgens het woord van Dionysius, het 18geestelijk zijn door het doopsel, dat een geestelijke wedergeboorte is. Dus worden wij ook door het doopsel gevoed. Het was dus niet noodig dit Sacrament als een geestelijk voedsel in te stellen.Bedenkingen. — Men beweert, dat de instelling van dit Sacrament niet passend was. — 1. Want zoals de Wijsgeer zegt “voeden wij ons met dezelfde dingen, waaruit we zijn”. Nu ontvangen wij, volgens het woord van Dionysius, het 18geestelijk zijn door het doopsel, dat een geestelijke wedergeboorte is. Dus worden wij ook door het doopsel gevoed. Het was dus niet nodig dit Sacrament als een geestelijk voedsel in te stellen.
2. Praeterea, per hoc sacramentum homines Christo uniuntur, sicut membra capiti. Sed Christus est caput omnium hominum, etiam qui fuerunt ab initio mundi, ut supra dictum est [q. 8. art. 3, 6.]. Ergo non debuit institutio hujus sacramenti differri usque ad Coenam Domini.
2. Door dit Sacrament worden de menschen met Christus vereenigd als de ledematen met het hoofd. Maar Christus is het hoofd van alle menschen, ook van hen, die geweest zijn vanaf het begin der wereld, zooals boven is gezegd (8e Kw. 3e en 6e Art.). Dus had de instelling van dit Sacrament niet verschoven moeten worden tot aan het Avondmaal des Heeren.2. Door dit Sacrament worden de mensen met Christus verenigd als de ledematen met het hoofd. Maar Christus is het hoofd van alle mensen, ook van hen, die geweest zijn vanaf het begin van de wereld, zoals boven is gezegd (8e Kw. 3e en 6e Art.). Dus had de instelling van dit Sacrament niet verschoven moeten worden tot aan het Avondmaal van de Heer.
3. Praeterea, hoc sacramentum dicitur esse memoriale Dominicae passionis: secundum illud Lucae 22. [v. 19] : « Hoc facite in meam commemorationem ». Sed memoria est praeteritorum. Ergo hoc sacramentum non debuit institui ante Christi passionem.
3. Men zegt, dat dit Sacrament de herdenking is van 's Heeren lijden, volgens Lucas (22. 19) : « Doet dit te Mijner gedachtenis ». Welnu de herinnering gaat over wat verleden is. Dus had dit Sacrament niet ingesteld moeten worden vóór het lijden van Christus.3. Men zegt, dat dit Sacrament de herdenking is van 's Heren lijden, volgens Lukas (22, 19): “Doet dit te Mijn gedachtenis”. Welnu de herinnering gaat over wat verleden is. Dus had dit Sacrament niet ingesteld moeten worden vóór het lijden van Christus.
4. Praeterea, per baptismum aliquis ordinatur ad Eucharistiam, quae non nisi baptizatis dari debet. Sed baptismus institutus fuit post Christi passionem et resurrectionem, ut patet Matth. ult. [v. 19]. Ergo inconvenienter hoc sacramentum fuit ante passionem Christi institutum.
4. Door het doopsel wordt men gericht op de Eucharistie, die alleen aan gedoopten gegeven mag worden. Nu is het doopsel ingesteld na Christus' lijden en verrijzenis, zooals blijkt uit Mattheus (28. 19). Dus was het onredelijk, dat dit Sacrament werd ingesteld vóór Christus lijden.4. Door het doopsel wordt men gericht op de Eucharistie, die alleen aan gedoopten gegeven mag worden. Nu is het doopsel ingesteld na Christus' lijden en verrijzenis, zoals blijkt uit Matteüs (28, 19). Dus was het onredelijk, dat dit Sacrament werd ingesteld vóór Christus lijden.
19Sed contra est, quod hoc sacramentum est institutum a Christo, de quo dicitur Marc. 7. [v. 37] : « Bene omnia fecit ».
19Daartegenover staat echter, dat dit Sacrament ingesteld is door Christus, van wien bij Marcus (7. 37) gezegd wordt: « Hij heeft alles wèl gedaan ».19Daartegenover staat echter, dat dit Sacrament ingesteld is door Christus, van wie bij Marcus (7, 37) gezegd wordt: “Hij heeft alles wèl gedaan”.
Respondeo dicendum quod convenienter hoc sacramentum institutum fuit in Coena, in qua scilicet Christus ultimo cum suis discipulis fuit conversatus.
Leerstelling. — Dit Sacrament is terecht ingesteld tijdens het Avondmaal, toen Christus Zich voor het laatst te zamen met Zijn leerlingen bevond.
Primo quidem ratione continentiae hujus sacramenti. Continetur enim ipse Christus in Eucharistia, sicut in sacramento. Et ideo, quando ipse Christus in propria specie a discipulis discessurus erat, in sacramentali specie seipsum eis reliquit: sicut in absentia imperatoris exhibetur veneranda ejus imago. Unde Eusebius Emissenus dicit (Auct. incert., hom. 5. in Pascha, quae incipit: Magnitudo coelestium, etc.) : « Quia corpus assumptum ablaturus erat ab oculis et illaturus sideribus, necesse erat ut die Coenae sacramentum corporis et sanguinis sui consecraret nobis ut coleretur jugiter per mysterium quod semel offerebatur in pretium ».
En wel vooreerst om datgene, wat dit Sacrament bevat. Christus Zelf toch is in de Eucharistie sacramenteel bevat. En daarom heeft Christus, toen Hij op het punt stond in eigen gedaante van de leerlingen te scheiden, Zichzelf in sacramenteele gedaante aan hen achtergelaten, zooals in afwezigheid van den keizer diens beeld ter vereering wordt uitgesteld. Eusebius zegt dan ook: « Daar Hij het door Hem aangenomen Lichaam van onze oogen ging wegnemen en den hemel ging binnenvoeren, was het noodig, dat Hij ons op den dag van het Avondmaal het Sacrament van Zijn Lichaam en Bloed consecreerde, opdat altijd daar in mysterie zou vereerd worden wat eens tot losprijs werd opgedragen ».En wel vooreerst om datgene, wat dit Sacrament bevat. Christus Zelf toch is in de Eucharistie sacramenteel bevat. En daarom heeft Christus, toen Hij op het punt stond in eigen gedaante van de leerlingen te scheiden, Zichzelf in sacramentele gedaante aan hen achtergelaten, zoals in afwezigheid van de keizer diens beeld ter verering wordt uitgesteld. Eusebius zegt dan ook: “Daar Hij het door Hem aangenomen Lichaam van onze ogen ging wegnemen en de hemel ging binnenvoeren, was het nodig, dat Hij ons op de dag van het Avondmaal het Sacrament van Zijn Lichaam en Bloed consecreerde, opdat altijd daar in mysterie zou vereerd worden wat eens tot losprijs werd opgedragen”.
Secundo quia sine fide passionis Christi nunquam potuit esse salus, secundum illud Rom. 3. [v. 25] : « Quem proposuit Deus propitiatorem per 20fidem in sanguine ipsius ». Et ideo oportuit omni tempore apud homines esse aliquid repraesentativum Dominicae passionis. Cujus in veteri quidem Testamento praecipuum sacramentum erat agnus paschalis. Unde et Apostolus dicit 1. Cor. 5. [v. 7] : « Pascha nostrum immolatus est Christus ». Successit autem ei in novo Testamento Eucharistiae sacramentum, quod est rememorativum praeteritae passionis, sicut et illud fuit praefigurativum futurae. Et ideo conveniens fuit, ut1 imminente passione. celebrato priori sacramento, novum sacramentum institueret2. Unde Leo papa dicit [serm. 7. de Pass. Dom. cap. 1.], quod « ut umbrae cederent corpori, antiqua observantia novo excluditur sacramento: hostia in hostiam transit; sanguine sanguis aufertur; et legalis festivitas, dum mutatur, impletur ».
Vervolgens, omdat zonder het geloof in het lijden van Christus er nooit heilsmogelijkheid is geweest, naar het gezegde van den Brief aan de Romeinen (3. 25) : « Dien God heeft gesteld tot 20Verzoener door het geloof in Zijn Bloed ». Daarom moest er ten alle tijde bij de menschen een afbeelding zijn van 's Heeren lijden. Het voornaamste sacrament daarvan in het Oude Verbond was het paaschlam : daarom zegt ook de Apostel in den Eersten Brief aan de Corinthiërs (5. 7) : « Ons Paaschlam, Christus, is geslacht ». In het Nieuwe Verbond volgde daarop het Sacrament der Eucharistie, dat een herinnering is aan het voorbije lijden, zooals het andere een voorafbeelding was van het toekomstige. En daarom was het redelijk om op het oogenblik, dat het lijden ging beginnen, na viering van het vroegere sacrament het nieuwe Sacrament in te stellen, zooals Paus Leo zegt.Vervolgens, omdat zonder het geloof in het lijden van Christus er nooit heilsmogelijkheid is geweest, naar het gezegde van de Brief aan de Romeinen (3, 25): “Die God heeft gesteld tot 20Verzoener door het geloof in Zijn Bloed”. Daarom moest er ten alle tijde bij de mensen een afbeelding zijn van 's Heren lijden. Het voornaamste sacrament daarvan in het Oude Verbond was het paaslam: daarom zegt ook de Apostel in de Eerste Brief aan de Korintiërs (5, 7): “Ons Paaslam, Christus, is geslacht”. In het Nieuwe Verbond volgde daarop het Sacrament van de Eucharistie, dat een herinnering is aan het voorbije lijden, zoals het andere een voorafbeelding was van het toekomstige. En daarom was het redelijk om op het ogenblik, dat het lijden ging beginnen, na viering van het vroegere sacrament het nieuwe Sacrament in te stellen, zoals Paus Leo zegt.
Tertio, quia ea quae ultimo dicuntur, maxime ab amicis recedentibus, magis memoriae commendantur: praesertim quia tunc magis inflammatur affectus ad amicos, ea vero, ad quae magis afficimur, profundius animo imprimuntur. Quia igitur, ut beatus Alexander I. papa dicit (Can. De Consecr. dist. 2.) « nihil in sacrificiis majus esse potest, quam corpus et 21sanguis Christi, nec ulla oblatio hac potior est », ideo, ut in majori veneratione haberetur, Dominus in ultimo discessu suo a discipulis hoc sacramentum instituit. Et hoc est quod Augustinus dicit in libro responsionum ad Januarium [Epist. 118. cap. 6.]: « Salvator, quo vehementius commendaret mysterii hujus altitudinem, ultimum hoc voluit infigere cordibus et memoriae discipulorum, a quibus ad passionem digressurus erat ».
Ten derde, omdat wat op het laatst gezegd wordt, vooral door scheidende vrienden, méér in het geheugen wordt opgenomen: in het bijzonder, omdat dan de genegenheid voor vrienden vuriger wordt, terwijl immers datgene, wat méér onze genegenheid heeft, dieper in onze ziel wordt ingeprent. Omdat derhalve, zooals de zalige Paus Alexander zegt « onder de offers niets grooters kan zijn dan het Lichaam en Bloed van Christus en geen offerande voornamer kan zijn dan deze », heeft de Heer dit 21Sacrament ingesteld op het laatste oogenblik, toen Hij van Zijn leerlingen wegging, opdat het des te grooter vereering zou genieten. En dit zegt Augustinus: « Onze Heiland heeft, om ons des te sterker te overtuigen van de hoogheid van dit geheim, het op het laatste oogenblik willen indrukken in de harten en het geheugen der leerlingen, die Hij ging verlaten voor het lijden ».Ten derde, omdat wat op het laatst gezegd wordt, vooral door scheidende vrienden, méér in het geheugen wordt opgenomen: in het bijzonder, omdat dan de genegenheid voor vrienden vuriger wordt, terwijl immers datgene, wat méér onze genegenheid heeft, dieper in onze ziel wordt ingeprent. Omdat derhalve, zoals de zalige Paus Alexander zegt “onder de offers niets groters kan zijn dan het Lichaam en Bloed van Christus en geen offerande voornamer kan zijn dan deze”, heeft de Heer dit 21Sacrament ingesteld op het laatste ogenblik, toen Hij van Zijn leerlingen wegging, opdat het des te groter verering zou genieten. En dit zegt Augustinus: “Onze Heiland heeft, om ons des te sterker te overtuigen van de hoogheid van dit geheim, het op het laatste ogenblik willen indrukken in de harten en het geheugen van de leerlingen, die Hij ging verlaten voor het lijden”.
Ad primum ergo dicendum quod ex eisdem nutrimur ex quibus sumus, non tamen eodem modo nobis advenientibus. Nam ea ex quibus sumus, nobis adveniunt per generationem: eadem autem, inquantum ex eis nutrimur, nobis adveniunt per manducationem. Unde sicut per baptismum regeneramur in Christo, ita per Eucharistiam manducamus Christum.
Antwoord op de Bedenkingen. — 1. « Wij voeden ons met dezelfde dingen, waaruit wij zijn », maar die niet op dezelfde wijze tot ons komen. Want datgene, waaruit wij zijn, komt tot ons door de geboorte: datgene echter, waarmede wij ons voeden, komt tot ons door het eten. Daarom ook: zooals wij door het doopsel herboren worden in Christus, zoo eten wij door de Eucharistie Christus.Antwoord op de Bedenkingen. — 1. “Wij voeden ons met dezelfde dingen, waaruit wij zijn”, maar die niet op dezelfde wijze tot ons komen. Want datgene, waaruit wij zijn, komt tot ons door de geboorte: datgene echter, waarmede wij ons voeden, komt tot ons door het eten. Daarom ook: zoals wij door het doopsel herboren worden in Christus, zo eten wij door de Eucharistie Christus.
Ad secundum dicendum quod Eucharistia est sacramentum perfectum Dominicae passionis, tanquam continens ipsum Christum passum. Et ideo non potuit institui ante incarnationem: sed tunc habebant locum sacramenta quae erant tantum praefigurativa Dominicae passionis.
2. De Eucharistie is het volmaakte Sacrament van 's Heeren lijden, omdat het Christus zelf bevat, die voor ons heeft geleden. En daarom kon het niet ingesteld worden vóór de Menschwording: toen was het de tijd voor de sacramenten, die slechts voorafbeeldingen waren van 's Heeren lijden.2. De Eucharistie is het volmaakte Sacrament van 's Heren lijden, omdat het Christus zelf bevat, die voor ons heeft geleden. En daarom kon het niet ingesteld worden vóór de Menswording: toen was het de tijd voor de sacramenten, die slechts voorafbeeldingen waren van 's Heren lijden.
Ad tertium dicendum quod sacramentum istud fuit institutum in Coena, 22ut in futurum esset memoriale Dominicae passionis, ea perfecta. Unde signanter dicit: « Haec quotiescumque feceritis », de futuro loquens.
3. Dit Sacrament werd tijdens het Avondmaal ingesteld om in de toekomst een herdenking te zijn van 's Heeren lijden, als 22dit zou hebben plaats gehad. Daarom zegt Hij teekenend: « Zoo dikwijls gij dit zult doen », sprekend over de toekomst.3. Dit Sacrament werd tijdens het Avondmaal ingesteld om in de toekomst een herdenking te zijn van 's Heren lijden, als 22dit zou hebben plaats gehad. Daarom zegt Hij tekenend: “Zo dikwijls gij dit zult doen”, sprekend over de toekomst.
Ad quartum dicendum quod institutio respondet ordini intentionis. Sacramentum autem Eucharistiae quamvis sit posterius baptismo in perceptione. est tamen prius in intentione. Et ideo debuit prius institui.
4. De instelling komt overeen met de orde der bedoeling. Nu is het Sacrament der Eucharistie wel later dan het doopsel wat betreft de ontvangst, maar het is eerder naar bedoeling. En dus moest het eerder worden ingesteld.4. De instelling komt overeen met de orde van de bedoeling. Nu is het Sacrament van de Eucharistie wel later dan het doopsel wat betreft de ontvangst, maar het is eerder naar bedoeling. En dus moest het eerder worden ingesteld.
Vel potest dici quod baptismus jam erat aliqualiter institutus in ipso Christi baptismo. Unde et jam aliqui ipso Christi baptismo erant baptizati, ut legitur Joan. 3. [v. 22].
Men kan ook zeggen dat het doopsel al ingesteld was bij Christus' eigen doop. Daarom waren er ook al sommigen met Christus' doopsel gedoopt, zooals te lezen is bij Joannes (3. 22).Men kan ook zeggen dat het doopsel al ingesteld was bij Christus' eigen doop. Daarom waren er ook al sommigen met Christus' doopsel gedoopt, zoals te lezen is bij Johannes (3, 22).
Utrum agnus paschalis fuerit praecipua figura hujus sacramenti
Was het paaschlam de voornaamste voorafbeelding van dit Sacrament?Was het paaslam de voornaamste voorafbeelding van dit Sacrament?
Ad sextum sic proceditur. Videtur quod agnus paschalis non fuerit praecipua figura hujus sacramenti. Christus enim dicitur [Psal. 109. v. 4] « sacerdos secundum ordinem Melchisedech », propter hoc quod 23Melchisedech gessit figuram sacrificii Christi, offerens panem et vinum. Sed expressio similitudinis facit, quod unum ab alio denominetur. Ergo videtur quod oblatio Melchisedech fuerit potissima figura hujus sacramenti.
Bedenkingen. — Men beweert, dat het paaschlam niet de voornaamste voorafbeelding was van dit Sacrament. — 1. Christus toch wordt « priester volgens de wijze van Melchisedech » genoemd, omdat Melchisedech, « brood en wijn opdragend », het Offer van Christus heeft voorafgebeeld. Nu maakt 23de uitdrukkelijkheid van de gelijkenis, dat het een naar het ander wordt benoemd. Dus schijnt de offerande van Melchisedech de voornaamste voorafbeelding van dit Sacrament te zijn geweest.Bedenkingen. — Men beweert, dat het paaslam niet de voornaamste voorafbeelding was van dit Sacrament. — 1. Christus toch wordt “priester volgens de wijze van Melchisedech” genoemd, omdat Melchisedech, “brood en wijn opdragend”, het Offer van Christus heeft voorafgebeeld. Nu maakt 23de uitdrukkelijkheid van de gelijkenis, dat het een naar het ander wordt benoemd. Dus schijnt de offerande van Melchisedech de voornaamste voorafbeelding van dit Sacrament te zijn geweest.
2. Praeterea, transitus maris Rubri fuit figura baptismi, secundum illud 1. Cor. 10. [v. 2] : « Omnes baptizati sunt in nube et in mari ». Sed immolatio agni paschalis praecessit transitum maris Rubri: quem subsecutum est manna, sicut Eucharistia sequitur baptismum. Ergo manna est expressior figura hujus sacramenti quam agnus paschalis.
2. De doortocht door de Roode Zee was een voorafbeelding van het doopsel, volgens den Eersten Brief aan de Corinthiërs (10. 2) : « Allen zijn gedoopt in de wolk en in de zee ». Nu ging de slachting van het paaschlam vooraf aan den doortocht door de Roode Zee, terwijl daarop volgde het manna, zooals de Eucharistie volgt op het doopsel. Dus is het manna een meer uitdrukkelijke voorafbeelding van dit Sacrament dan het paaschlam.2. De doortocht door de Rode Zee was een voorafbeelding van het doopsel, volgens de Eerste Brief aan de Korintiërs (10, 2): “Allen zijn gedoopt in de wolk en in de zee”. Nu ging de slachting van het paaslam vooraf aan de doortocht door de Rode Zee, terwijl daarop volgde het manna, zoals de Eucharistie volgt op het doopsel. Dus is het manna een meer uitdrukkelijke voorafbeelding van dit Sacrament dan het paaslam.
3. Praeterea, potissima virtus hujus sacramenti est, quod introducit nos in regnum coelorum, sicut quoddam viaticum. Sed hoc maxime praefiguratum fuit in sacramento expiationis, quando « pontifex intrabat semel in anno cum sanguine in sancta sanctorum »: sicut apostolus probat Hebr. 9. Ergo videtur quod illud sacrificium fuerit expressior figura hujus sacramenti quam agnus paschalis.
3. De krachtdadigheid van dit Sacrament ligt voornamelijk hierin, dat het ons binnenvoert in het rijk der hemelen, als een soort reispenning. Maar dit werd het meest van al voorafgebeeld in het sacrament der verzoening, als « de hoogepriester eenmaal in het jaar met bloed binnentrad in het heilige der heiligen », zooals de Apostel bewijst in den Brief aan de Hebreën (9e hfdst.). Dus schijnt dat offer een meer uitdrukkelijke voorafbeelding te zijn geweest van dit Sacrament dan het paaschlam.3. De krachtdadigheid van dit Sacrament ligt voornamelijk hierin, dat het ons binnenvoert in het rijk van de hemelen, als een soort reispenning. Maar dit werd het meest van al voorafgebeeld in het sacrament van de verzoening, als “de hogepriester eenmaal in het jaar met bloed binnentrad in het heilige van de heiligen”, zoals de Apostel bewijst in de Brief aan de Hebreën (9e hfdst.). Dus schijnt dat offer een meer uitdrukkelijke voorafbeelding te zijn geweest van dit Sacrament dan het paaslam.
Sed contra est quod Apostolus dicit 1. Cor. 5. [v. 7, 8] : « Pascha 24nostrum immolatus est Christus. Itaque epulemur in azymis synceritatis et veritatis ».
Daartegenover staat echter, dat de Apostel in den Eersten 24Brief aan de Corinthiërs (5. 7-8) zegt: « Ons Paaschlam, Christus, is geslacht. Laat ons dan feestmaal houden in ongedeesemde brooden van oprechtheid en waarheid ».Daartegenover staat echter, dat de Apostel in de Eerste 24Brief aan de Korintiërs (5, 7-8) zegt: “Ons Paaslam, Christus, is geslacht. Laat ons dan feestmaal houden in ongedesemde broden van oprechtheid en waarheid”.
Respondeo dicendum quod in hoc sacramento tria considerare possumus: scilicet id quod est sacramentum tantum, quod est panis et vinum; et id quod est res et sacramentum, scilicet corpus Christi verum; et quod est res tantum, scilicet effectus hujus sacramenti. Quantum igitur ad id quod est sacramentum tantum potissima figura fuit hujus sacramenti oblatio Melchisedech, qui obtulit panem et vinum. Quantum autem ad ipsum Christum passum qui continetur in hoc sacramento, figurae ejus fuerunt omnia sacrificia veteris Testamenti, praecipue sacrificium expiationis, quod erat solemnissimum. Quantum autem ad effectum, fuit praecipua ejus figura manna. quod « habebat in se omnis saporis suavitatem », ut dicitur Sap. 16. [v. 20], sicut et gratia hujus sacramenti quantum ad omnia reficit mentem.
Leerstelling. — In dit Sacrament kunnen wij drie dingen beschouwen t. w. datgene wat alleen sacrament is nl. brood en wijn; en datgene wat werkelijkheid en sacrament is nl. het waarachtig Lichaam van Christus; en datgene wat alleen werkelijkheid is nl. het uitwerksel van dit Sacrament. Wat betreft datgene wat alleen sacrament is, was de voornaamste voorafbeelding van dit Sacrament de offerande van Melchisedech, die « brood en wijn opdroeg ». Wat echter betreft den in dit Sacrament bevatten Christus, die voor ons geleden heeft, waren de voornaamste voorafbeeldingen al de offers van het Oude Verbond en vooral het offer der verzoening, dat de grootste plechtigheid had. Wat echter het uitwerksel betreft, was zijn voornaamste voorafbeelding het manna, dat, zooals in het Boek der Wijsheid (16. 20) wordt gezegd « allen zoeten smaak in zich had », gelijk ook de genade van dit Sacrament in alle opzichten de ziel versterkt.Leerstelling. — In dit Sacrament kunnen wij drie dingen beschouwen t. w. datgene wat alleen sacrament is nl. brood en wijn; en datgene wat werkelijkheid en sacrament is nl. het waarachtig Lichaam van Christus; en datgene wat alleen werkelijkheid is nl. het uitwerksel van dit Sacrament. Wat betreft datgene wat alleen sacrament is, was de voornaamste voorafbeelding van dit Sacrament de offerande van Melchisedech, die “brood en wijn opdroeg”. Wat echter betreft de in dit Sacrament bevatten Christus, die voor ons geleden heeft, waren de voornaamste voorafbeeldingen al de offers van het Oude Verbond en vooral het offer van de verzoening, dat de grootste plechtigheid had. Wat echter het uitwerksel betreft, was zijn voornaamste voorafbeelding het manna, dat, zoals in het Boek van de Wijsheid (16, 20) wordt gezegd “allen zoeten smaak in zich had”, gelijk ook de genade van dit Sacrament in alle opzichten de ziel versterkt.
Sed agnus paschalis quantum ad haec tria praefigurabat hoc sacramentum. Quantum enim ad primum, quia manducabatur cum panibus azymis: secundum illud 25Exod. 12. [v. 8] : « Edent carnes et azymos panes ». Quantum vero ad secundum, quia immolabatur ab omni multitudine filiorum Israël quartadecima luna: quod fuit figura passionis Christi, qui propter innocentiam dicitur agnus. Quantum vero ad effectum, quia per sanguinem agni paschalis protecti sunt filii Israël a devastante angelo, et educti de aegyptiaca servitute. Et quantum ad hoc ponitur praecipua figura hujus sacramenti agnus paschalis: quia secundum omnia ipsum repraesentat.
Maar het paaschlam was een voorafbeelding van dit Sacrament wat betreft alle drie punten te zamen. Wat het eerste betreft, 25daar het immers met ongedeesemde brooden werd gegeten volgens het Boek van den Uittocht (12. 8) : « Zij zullen het vleesch eten en de ongedeesemde brooden ». Wat het tweede betreft, daar het geslacht werd door heel de menigte van de zonen Israëls op den veertienden dag van de maan: hetgeen een voorafbeelding was van het lijden van Christus, die om Zijn onschuld Lam genoemd wordt. Wat het uitwerksel betreft, daar door het bloed van het paaschlam de zonen Israëls beschermd zijn tegen den verderfengel en uitgevoerd zijn uit de Egyptische slavernij. En op deze manier wordt als voornaamste voorafbeelding van dit Sacrament het paaschlam aangegeven, daar het er nl. een voorafbeelding van is onder alle opzichten te zamen.Maar het paaslam was een voorafbeelding van dit Sacrament wat betreft alle drie punten te zamen. Wat het eerste betreft, 25daar het immers met ongedesemde broden werd gegeten volgens het Boek van de Uittocht (12, 8): “Zij zullen het vlees eten en de ongedesemde broden”. Wat het tweede betreft, daar het geslacht werd door heel de menigte van de zonen Israëls op de veertiende dag van de maan: hetgeen een voorafbeelding was van het lijden van Christus, die om Zijn onschuld Lam genoemd wordt. Wat het uitwerksel betreft, daar door het bloed van het paaslam de zonen Israëls beschermd zijn tegen de verderfengel en uitgevoerd zijn uit de Egyptische slavernij. En op deze manier wordt als voornaamste voorafbeelding van dit Sacrament het paaslam aangegeven, daar het er nl. een voorafbeelding van is onder alle opzichten te zamen.