Theologische Summa · Tertia Pars · De EucharistieSumma · III · De EucharistieSumma · III · Kw. 76Kw. 76
Quaestio LXXVI

De modo quo Christus est in hoc sacramento, in octo articulos divisa

Kwestie 76

Over de wijze, waarop Christus in dit Sacrament tegenwoordig is

(Acht Artikelen)

102Deinde considerandum est de modo quo Christus existit in hoc sacramento.

102Nu moeten wij gaan handelen over de wijze, waarop Christus in dit Sacrament tegenwoordig is.

Et circa hoc quaeruntur octo: 1. Utrum totus Christus sit sub hoc sacramento. — 2. Utrum totus Christus sit sub utraque specie sacramenti. — 3. Utrum totus Christus sit sub qualibet parte specierum. — 4. Utrum dimensiones corporis Christi totae sint in hoc sacramento. — 5. Utrum corpus Christi sit in hoc sacramento localiter. — 6. Utrum corpus Christi moveatur ad motum hostiae vel calicis post consecrationem. — 7. Utrum corpus Christi, prout est in hoc sacramento, possit videri ab aliquo oculo 103saltem glorificato. — 8. Utrum verum corpus Christi remaneat in hoc sacramento, quando miraculose apparet sub specie pueri vel carnis.

Hieromtrent stellen wij acht vragen. 1. Is de heele Christus in dit Sacrament tegenwoordig? 2. Is de heele Christus onder de beide gedaanten van dit Sacrament tegenwoordig? 3. Is de heele Christus onder elk deel van de gedaanten tegenwoordig? 4. Zijn de heele afmetingen van het Lichaam van Christus in dit Sacrament tegenwoordig? 5. Is het Lichaam van Christus in dit Sacrament op plaatselijke wijze tegenwoordig? 6. Verandert het Lichaam van Christus van plaats bij plaatsverandering van hostie of kelk na de consecratie? 7. Kan het Lichaam van Christus in dit Sacrament door eenig oog gezien worden? 1038. Blijft het waarachtig Lichaam van Christus in dit Sacrament tegenwoordig, als het zich op wonderbaarlijke wijze vertoont onder de gedaante van een kind of van vleesch?Hieromtrent stellen wij acht vragen. 1. Is de hele Christus in dit Sacrament tegenwoordig? 2. Is de hele Christus onder de beide gedaanten van dit Sacrament tegenwoordig? 3. Is de hele Christus onder elk deel van de gedaanten tegenwoordig? 4. Zijn de hele afmetingen van het Lichaam van Christus in dit Sacrament tegenwoordig? 5. Is het Lichaam van Christus in dit Sacrament op plaatselijke wijze tegenwoordig? 6. Verandert het Lichaam van Christus van plaats bij plaatsverandering van hostie of kelk na de consecratie? 7. Kan het Lichaam van Christus in dit Sacrament door enig oog gezien worden? 1038. Blijft het waarachtig Lichaam van Christus in dit Sacrament tegenwoordig, als het zich op wonderbaarlijke wijze vertoont onder de gedaante van een kind of van vlees?

Articulus I

Utrum totus Christus contineatur sub hoc sacramento

[4. Dist. 10. art. 2. qla. 1, 2; 4. Cont. g. cap. 64; Quodl. 7. q. 4. art. 1 ; In Matth. cap. 26; In Joan. cap. 6. lect. 6; 1 ad Cor. cap. 11. lect. 6.]
Ie Artikel

Is de heele Christus in dit Sacrament vervat?Is de hele Christus in dit Sacrament vervat?

antwoord 1 ↓

103Ad primum sic proceditur. Videtur quod non totus Christus contineatur sub hoc sacramento. Christus enim incipit esse in hoc sacramento per conversionem panis et vini. Sed manifestum est, quod panis et vinum non possunt converti neque in divinitatem Christi, neque in ejus animam. Cum ergo Christus existat ex tribus substantiis, scilicet divinitate, anima et corpore, ut supra habitum est [q. 2. art. 5 ; q. 5. art. 1, 3.], videtur quod totus Christus non sit sub hoc sacramento.

103Bedenkingen. — Men beweert, dat niet de heele Christus in dit Sacrament is vervat. — 1. Want Christus begint in dit Sacrament tegenwoordig te zijn door de verandering van het brood en den wijn. Nu is het duidelijk, dat het brood en de wijn niet kunnen veranderen in de Godheid van Christus en ook niet in Zijn Ziel. Gezien dus dat Christus uit drie zelfstandigheden bestaat t.w. uit de Godheid, de Ziel en het Lichaam, gelijk boven is uiteengezet (2e Kw. 5e Art.; 5e Kw. 1e en 3e Art.), schijnt de heele Christus in dit Sacrament niet tegenwoordig te zijn.103Bedenkingen. — Men beweert, dat niet de hele Christus in dit Sacrament is vervat. — 1. Want Christus begint in dit Sacrament tegenwoordig te zijn door de verandering van het brood en de wijn. Nu is het duidelijk, dat het brood en de wijn niet kunnen veranderen in de Godheid van Christus en ook niet in Zijn Ziel. Gezien dus dat Christus uit drie zelfstandigheden bestaat t.w. uit de Godheid, de Ziel en het Lichaam, gelijk boven is uiteengezet (2e Kw. 5e Art.; 5e Kw. 1e en 3e Art.), schijnt de hele Christus in dit Sacrament niet tegenwoordig te zijn.

antwoord 2 ↓

2. Praeterea, Christus est in hoc sacramento secundum quod competit refectioni fidelium, quae in cibo et potu consistit, sicut supra dictum est 104[q. 74. art. 1.]. Sed Dominus dicit Joan. 6. [v. 56] : « Caro mea vere est cibus, et sanguis meus vere est potus ». Ergo solum caro et sanguis Christi continentur in hoc sacramento. Sunt autem multae aliae partes corporis Christi: puta nervi ossa et alia hujusmodi. Non ergo totus Christus continetur sub hoc sacramento.

2. Christus is in dit Sacrament tegenwoordig om er het voedsel van de geloovigen te zijn, dat bestaat in spijs en drank, zooals boven is gezegd (74e Kw. 1e Art.). Nu zegt de Heer bij Joannes 104(6. 56) : « Mijn Vleesch is waarlijk spijs en Mijn Bloed is waarlijk drank ». Dus is alleen het Vleesch en het Bloed van Christus in dit Sacrament vervat. Maar er zijn nog vele andere deelen van het Lichaam van Christus, zooals spieren, beenderen e.d. Dus is niet de heele Christus in dit Sacrament vervat.2. Christus is in dit Sacrament tegenwoordig om er het voedsel van de gelovigen te zijn, dat bestaat in spijs en drank, zoals boven is gezegd (74e Kw. 1e Art.). Nu zegt de Heer bij Johannes 104(6, 56): “Mijn Vlees is waarlijk spijs en Mijn Bloed is waarlijk drank”. Dus is alleen het Vlees en het Bloed van Christus in dit Sacrament vervat. Maar er zijn nog vele andere delen van het Lichaam van Christus, zoals spieren, beenderen e.d. Dus is niet de hele Christus in dit Sacrament vervat.

antwoord 3 ↓

3. Praeterea, corpus majoris quantitatis non potest totum contineri sub minoris quantitatis mensura. Sed mensura panis et vini consecrati est multo minor quam propria mensura corporis Christi. Non potest ergo esse quod totus Christus sub hoc sacramento contineatur.

3. Een grooter lichaam kan niet in zijn geheel vervat zijn onder de afmeting van een kleine hoegrootheid. Nu is de afmeting van het geconsecreerde brood en den geconsecreerden wijn veel geringer dan de afmeting van het Lichaam van Christus. Dus kan het niet zijn, dat de heele Christus in dit Sacrament tegenwoordig is.3. Een groter lichaam kan niet in zijn geheel vervat zijn onder de afmeting van een kleine hoegrootheid. Nu is de afmeting van het geconsecreerde brood en de geconsecreerde wijn veel geringer dan de afmeting van het Lichaam van Christus. Dus kan het niet zijn, dat de hele Christus in dit Sacrament tegenwoordig is.

Sed contra est quod Ambrosius dicit in lib. de Offic. [de Consecr. Dist. 2.] : « In illo sacramento Christus est ».

Daartegenover staat echter, dat Ambrosius zegt: « In dit Sacrament is Christus ».Daartegenover staat echter, dat Ambrosius zegt: “In dit Sacrament is Christus”.

Respondeo dicendum quod omnino necesse est confiteri secundum fidem catholicam quod totus Christus sit in hoc sacramento. Sciendum tamen quod aliquid Christi est in hoc sacramento dupliciter: uno modo, quasi ex vi sacramenti; alio modo, ex naturali concomitantia. Ex vi quidem sacramenti, 105est sub speciebus hujus sacramenti id in quod directe convertitur substantia panis et vini praeexistens, prout significatur per verba formae, quae sunt effectiva in hoc sacramento, sicut et in caeteris: puta cum dicitur: « Hoc est corpus meum », vel: « Hic est sanguis meus ». Ex naturali autem concomitantia est in hoc sacramento illud quod realiter est conjunctum ei in quod praedicta conversio terminatur. Si enim aliqua duo sunt realiter conjuncta, ubicumque est unum realiter, oportet et aliud esse: sola enim operatione animae discernuntur quae realiter sunt conjuncta.

Leerstelling. — Volgens het katholiek geloof moet volstrekt beleden worden, dat de heele Christus in dit Sacrament tegenwoordig is. Men dient evenwel te weten, dat iets van Christus op een van de twee volgende manieren in dit Sacrament tegenwoordig is: ofwel als het ware uit de kracht van het Sacrament, ofwel uit natuurlijke verbondenheid. Uit de kracht van het 105Sacrament is onder de gedaanten van dit Sacrament tegenwoordig datgene, waarin onmiddellijk de voorafbestaande zelfstandigheid van het brood en den wijn veranderd wordt, zooals wordt aangegeven door de woorden van den vorm, die in dit evenals in de andere Sacramenten werkdadig zijn: dus door de woorden: « Dit is Mijn Lichaam, Dit is Mijn Bloed ». Uit natuurlijke verbondenheid daarentegen is in dit Sacrament tegenwoordig datgene, wat in de werkelijkheid verbonden is met het eindpunt van voornoemde verandering. Want wanneer twee dingen in de werkelijkheid met elkaar verbonden zijn, moet het eene zijn, waar het andere is: immers dingen, die in de werkelijkheid verbonden zijn, worden slechts door een werking van den geest gescheiden.Leerstelling. — Volgens het katholiek geloof moet volstrekt beleden worden, dat de hele Christus in dit Sacrament tegenwoordig is. Men dient evenwel te weten, dat iets van Christus op een van de twee volgende manieren in dit Sacrament tegenwoordig is: ofwel als het ware uit de kracht van het Sacrament, ofwel uit natuurlijke verbondenheid. Uit de kracht van het 105Sacrament is onder de gedaanten van dit Sacrament tegenwoordig datgene, waarin onmiddellijk de voorafbestaande zelfstandigheid van het brood en de wijn veranderd wordt, zoals wordt aangegeven door de woorden van de vorm, die in dit evenals in de andere Sacramenten werkdadig zijn: dus door de woorden: “Dit is Mijn Lichaam, Dit is Mijn Bloed”. Uit natuurlijke verbondenheid daarentegen is in dit Sacrament tegenwoordig datgene, wat in de werkelijkheid verbonden is met het eindpunt van voornoemde verandering. Want wanneer twee dingen in de werkelijkheid met elkaar verbonden zijn, moet het ene zijn, waar het andere is: immers dingen, die in de werkelijkheid verbonden zijn, worden slechts door een werking van de geest gescheiden.

↑ bedenking 1

Ad primum ergo dicendum quod quia conversio panis et vini non terminatur ad divinitatem vel animam Christi, consequens est quod divinitas vel anima Christi non sit in hoc sacramento ex vi sacramenti, sed ex reali concomitantia. Quia enim divinitas corpus assumptum nunquam deposuit, ubicumque est corpus Christi, necesse est et ejus divinitatem esse. Et ideo in hoc sacramento necesse est esse divinitatem Christi, concomitantem ejus 106corpus. Unde in Symb. Ephes. [Act. Conc. Ephes. part. 1. cap. 26; in epist. Cyril. cap. 7.] legitur: « Participes efficimur corporis et sanguinis Christi, non ut communem carnem percipientes. nec viri sanctificati et Verbo conjuncti secundum dignitatis unitatem, sed vere vivificatricem, et ipsius Verbi propriam factam ».

Antwoord op de Bedenkingen. — 1. Omdat de verandering van het brood en den wijn haar eindpunt niet heeft in de Godheid of in de Ziel van Christus, is bijgevolg de Godheid en de Ziel in dit Sacrament niet tegenwoordig uit de kracht van het Sacrament, maar uit verbondenheid in de werkelijkheid. Daar immers de Godheid het aangenomen Lichaam nooit heeft afgelegd, moet de Godheid overal zijn, waar het Lichaam is. En daarom moet in dit Sacrament de Godheid van Christus tegenwoordig zijn als verbonden met het Lichaam. Daarom leest men ook in de Geloofsbelijdenis van Ephese: « Wij worden deelachtig aan het 106Lichaam en Bloed van Christus, terwijl wij het ontvangen niet als gewoon vleesch, noch als het vleesch van een man, die geheiligd is en met het Woord is verbonden volgens eenheid voor waardigheid, maar als waarlijk levendmakend en het eigengeworden Vleesch van het Woord Zelf ».Antwoord op de Bedenkingen. — 1. Omdat de verandering van het brood en de wijn haar eindpunt niet heeft in de Godheid of in de Ziel van Christus, is bijgevolg de Godheid en de Ziel in dit Sacrament niet tegenwoordig uit de kracht van het Sacrament, maar uit verbondenheid in de werkelijkheid. Daar immers de Godheid het aangenomen Lichaam nooit heeft afgelegd, moet de Godheid overal zijn, waar het Lichaam is. En daarom moet in dit Sacrament de Godheid van Christus tegenwoordig zijn als verbonden met het Lichaam. Daarom leest men ook in de Geloofsbelijdenis van Efeze: “Wij worden deelachtig aan het 106Lichaam en Bloed van Christus, terwijl wij het ontvangen niet als gewoon vlees, noch als het vlees van een man, die geheiligd is en met het Woord is verbonden volgens eenheid voor waardigheid, maar als waarlijk levendmakend en het eigengeworden Vlees van het Woord Zelf”.

Anima vero realiter separata fuit a corpore, ut supra dictum est [q. 50. art. 5.]. Et ideo si in illo triduo mortis fuisset hoc sacramentum celebratum, non fuisset ibi anima Christi nec ex vi sacramenti, nec ex reali concomitantia. Sed quia « Christus resurgens ex mortuis jam non moritur », ut dicitur Rom. 6. [v. 9], anima ejus semper est realiter corpori ejus unita. Et ideo in hoc sacramento corpus quidem Christi est ex vi sacramenti, anima autem Christi ex reali concomitantia.

De Ziel echter is eens in werkelijkheid gescheiden geweest van het Lichaam, zooals boven is gezegd (50e Kw. 5e Art.). Indien derhalve in die drie dagen van doodzijn dit Sacrament zou zijn gevierd, dan was de Ziel niet erin tegenwoordig geweest, noch uit kracht van het Sacrament noch uit verbondenheid in de werkelijkheid. Doch daar « Christus verrijzend uit de dooden niet meer sterft », zooals gezegd wordt in den Brief aan de Romeinen (6. 9), is Zijn Ziel voortaan altijd in de werkelijkheid met het Lichaam verbonden. En dus is in dit Sacrament het Lichaam van Christus tegenwoordig uit de kracht van het Sacrament, maar de Ziel uit verbondenheid in de werkelijkheid.De Ziel echter is eens in werkelijkheid gescheiden geweest van het Lichaam, zoals boven is gezegd (50e Kw. 5e Art.). Indien derhalve in die drie dagen van doodzijn dit Sacrament zou zijn gevierd, dan was de Ziel niet erin tegenwoordig geweest, noch uit kracht van het Sacrament noch uit verbondenheid in de werkelijkheid. Doch daar “Christus verrijzend uit de doden niet meer sterft”, zoals gezegd wordt in de Brief aan de Romeinen (6, 9), is Zijn Ziel voortaan altijd in de werkelijkheid met het Lichaam verbonden. En dus is in dit Sacrament het Lichaam van Christus tegenwoordig uit de kracht van het Sacrament, maar de Ziel uit verbondenheid in de werkelijkheid.

↑ bedenking 2

Ad secundum dicendum quod ex vi sacramenti sub hoc sacramento continentur, quantum ad species panis, non solum caro, sed totum corpus Christi, scilicet ossa, nervi et alia hujusmodi. Et hoc apparet ex forma hujus sacramenti, in qua non dicitur: « Haec est caro mea » sed: « Hoc est 107corpus meum ». Et ideo cum Dominus dixit Joan. 6. [v. 56] : « Caro mea vere est cibus », caro ponitur ibi pro toto corpore, quia, secundum consuetudinem humanam videtur esse magis manducationi accommodata: prout scilicet homines carnibus animalium vescuntur communiter, non autem ossibus, vel aliis hujusmodi.

2. Wat de gedaante van brood betreft, is in dit Sacrament uit de kracht van het Sacrament niet alleen het Vleesch maar heel het Lichaam van Christus vervat d.i. de beenderen en de spieren e.d. Dit blijkt uit den vorm van het Sacrament, waarin niet gezegd wordt: « Dit is Mijn Vleesch », maar: « Dit is Mijn Lichaam ». Wanneer dus de Heer zegt: « Mijn Vleesch 107is waarlijk spijs » (Joan. 6. 56), staat er Vleesch in plaats van het heele Lichaam, omdat vleesch volgens de gewoonte van de menschen méér voor voedsel geschikt lijkt: de menschen immers eten gewoonlijk het vleesch der dieren, niet de beenderen e.d.2. Wat de gedaante van brood betreft, is in dit Sacrament uit de kracht van het Sacrament niet alleen het Vlees maar heel het Lichaam van Christus vervat d.i. de beenderen en de spieren e.d. Dit blijkt uit de vorm van het Sacrament, waarin niet gezegd wordt: “Dit is Mijn Vlees”, maar: “Dit is Mijn Lichaam”. Wanneer dus de Heer zegt: “Mijn Vlees 107is waarlijk spijs” (Joh. 6. 56), staat er Vlees in plaats van het hele Lichaam, omdat vlees volgens de gewoonte van de mensen méér voor voedsel geschikt lijkt: de mensen immers eten gewoonlijk het vlees van de dieren, niet de beenderen e.d.

↑ bedenking 3

Ad tertium dicendum quod, sicut supra dictum est [q. 75. art. 5.], facta conversione panis in corpus Christi, vel vini in sanguinem, accidentia utriusque manent. Ex quo patet quod dimensiones panis vel vini non convertuntur in dimensiones corporis Christi, sed substantia in substantiam. Et sic substantia corporis Christi vel sanguinis est sub hoc sacramento ex vi sacramenti, non autem dimensiones corporis vel sanguinis Christi. Unde patet quod corpus Christi est in hoc sacramento per modum substantiae, et non per modum quantitatis. Propria autem totalitas substantiae continetur indifferenter in parva vel magna quantitate: sicut tota natura aëris in magno vel parvo aëre, et tota natura hominis in magno vel parvo homine. Unde et tota substantia corporis et sanguinis Christi continetur in hoc sacramento 108post consecrationem, sicut ante consecrationem continebatur ibi tota1 substantia panis et vini.

3. Zooals gezegd is (75e Kw. 5e Art.), blijven na de verandering van het brood in het Lichaam van Christus en van den wijn in het Bloed de bijkomstigheden van beide over. Dus is het duidelijk, dat de afmetingen van het brood en den wijn niet veranderen in de afmetingen van het Lichaam van Christus, maar de zelfstandigheid in de zelfstandigheid. En daarom is de zelfstandigheid van het Lichaam van Christus of van het Bloed in dit Sacrament tegenwoordig uit de kracht van het Sacrament, maar niet de afmetingen van het Lichaam of het Bloed van Christus. Hieruit blijkt dat het Lichaam van Christus in dit Sacrament tegenwoordig is op de wijze van een zelfstandigheid en niet op de wijze van een hoegrootheid. Nu wordt de eigen heelheid van een zelfstandigheid vervat in, om het even, een groote of kleine hoegrootheid: zooals de heele natuur van lucht in veel of weinig lucht en de heele menschennatuur in een grooten of kleinen mensch. Daarom is ook de heele zelfstandigheid van het Lichaam van Christus en van het Bloed na de consecratie in dit 108Sacrament vervat, gelijk er vóór de consecratie de zelfstandigheid van het brood en den wijn vervat werd.3. Zoals gezegd is (75e Kw. 5e Art.), blijven na de verandering van het brood in het Lichaam van Christus en van de wijn in het Bloed de bijkomstigheden van beide over. Dus is het duidelijk, dat de afmetingen van het brood en de wijn niet veranderen in de afmetingen van het Lichaam van Christus, maar de zelfstandigheid in de zelfstandigheid. En daarom is de zelfstandigheid van het Lichaam van Christus of van het Bloed in dit Sacrament tegenwoordig uit de kracht van het Sacrament, maar niet de afmetingen van het Lichaam of het Bloed van Christus. Hieruit blijkt dat het Lichaam van Christus in dit Sacrament tegenwoordig is op de wijze van een zelfstandigheid en niet op de wijze van een hoegrootheid. Nu wordt de eigen heelheid van een zelfstandigheid vervat in, om het even, een grote of kleine hoegrootheid: zoals de hele natuur van lucht in veel of weinig lucht en de hele mensennatuur in een groten of kleinen mens. Daarom is ook de hele zelfstandigheid van het Lichaam van Christus en van het Bloed na de consecratie in dit 108Sacrament vervat, gelijk er vóór de consecratie de zelfstandigheid van het brood en de wijn vervat werd.

Articulus II

Utrum totus Christus contineatur sub utraque specie hujus sacramenti

[Infr. q. 78. art. 6. ad 1 ; 4. Dist. 10. art. 2. qla. 1 ; 4. Cont. g. cap. 64; In Joan. cap. 6. lect. 6; 1 ad Cor. cap. 11. lect. 6.]
IIe Artikel

Is de heele Christus vervat onder beide gedaanten van dit Sacrament?Is de hele Christus vervat onder beide gedaanten van dit Sacrament?

antwoord 1 ↓

108Ad secundum sic proceditur Videtur quod non sub utraque specie hujus sacramenti totus Christus contineatur. Hoc enim sacramentum ad salutem fidelium ordinatur, non virtute specierum, sed virtute ejus quod sub speciebus continetur: quia species erant etiam ante consecrationem, ex qua est virtus hujus sacramenti. Si ergo nihil continetur sub una specie quod non contineatur sub alia, sed totus Christus continetur sub utraque, videtur quod altera illarum superfluat in hoc sacramento.

108Bedenkingen. — Men beweert, dat de heele Christus niet vervat is onder beide gedaanten van dit Sacrament. — 1. Dit Sacrament is immers op het heil van de geloovigen gericht, niet door de kracht van de gedaanten maar door de kracht van wat onder de gedaanten is vervat: de gedaanten toch waren er al vóór de consecratie, vanwaar de kracht van dit Sacrament afkomstig is. Indien er dus niets vervat is onder de eene gedaante, wat niet onder de andere vervat is en de heele Christus onder beide is, schijnt een van beide gedaanten in dit Sacrament overbodig te zijn.108Bedenkingen. — Men beweert, dat de hele Christus niet vervat is onder beide gedaanten van dit Sacrament. — 1. Dit Sacrament is immers op het heil van de gelovigen gericht, niet door de kracht van de gedaanten maar door de kracht van wat onder de gedaanten is vervat: de gedaanten toch waren er al vóór de consecratie, vanwaar de kracht van dit Sacrament afkomstig is. Indien er dus niets vervat is onder de ene gedaante, wat niet onder de andere vervat is en de hele Christus onder beide is, schijnt een van beide gedaanten in dit Sacrament overbodig te zijn.

antwoord 2 ↓

2. Praeterea, dictum est [art. praec. ad 1.], quod sub nomine carnis 109omnes aliae partes corporis continentur, sicut ossa, nervi et alia hujusmodi. Sed sanguis est una partium humani corporis: sicut patet per Aristotelem in lib. 3. de Animal. [De Animal Hist. lib. 1. cap. 4. n. 3.]. Si ergo sanguis Christi continetur sub specie panis sicut continentur ibi aliae partes corporis, non deberet seorsum sanguis consecrari; sicut neque seorsum consecratur aliqua alia pars corporis.

2. Er is gezegd (1e Art. 1e Antw.), dat onder den naam 109Vleesch alle andere deelen van het Lichaam zijn vervat zooals beenderen, spieren e. d. Nu is het bloed een van de deelen van het menschelijk lichaam, zooals blijkt bij Aristoteles. Als dus het Bloed van Christus vervat is onder de gedaante van brood, evenals de andere deelen eronder zijn vervat, moest het Bloed niet afzonderlijk geconsecreerd worden, evenmin als ieder ander deel van het Lichaam afzonderlijk wordt geconsecreerd.2. Er is gezegd (1e Art. 1e Antw.), dat onder de naam 109Vlees alle andere delen van het Lichaam zijn vervat zoals beenderen, spieren e. d. Nu is het bloed een van de delen van het menselijk lichaam, zoals blijkt bij Aristoteles. Als dus het Bloed van Christus vervat is onder de gedaante van brood, evenals de andere delen eronder zijn vervat, moest het Bloed niet afzonderlijk geconsecreerd worden, evenmin als ieder ander deel van het Lichaam afzonderlijk wordt geconsecreerd.

antwoord 3 ↓

3. Praeterea, quod jam factum est, iterum fieri non potest. Sed corpus Christi jam incepit esse in hoc sacramento per consecrationem panis. Ergo non potest esse quod de novo incipiat esse per consecrationem vini. Et ita sub specie vini non continebitur corpus Christi, et per consequens nec totus Christus. Non ergo sub utraque specie totus Christus continetur.

3. Wat reeds gebeurd is, kan niet opnieuw gebeuren. Nu is het Lichaam van Christus reeds begonnen in dit Sacrament tegenwoordig te zijn door de consecratie van het brood. Dus kan het niet opnieuw beginnen tegenwoordig te zijn door de consecratie van den wijn. Derhalve zal onder de gedaante van wijn niet het Lichaam van Christus vervat zijn en bijgevolg niet de heele Christus. Dus is niet onder beide gedaanten de heele Christus vervat.3. Wat reeds gebeurd is, kan niet opnieuw gebeuren. Nu is het Lichaam van Christus reeds begonnen in dit Sacrament tegenwoordig te zijn door de consecratie van het brood. Dus kan het niet opnieuw beginnen tegenwoordig te zijn door de consecratie van de wijn. Derhalve zal onder de gedaante van wijn niet het Lichaam van Christus vervat zijn en bijgevolg niet de hele Christus. Dus is niet onder beide gedaanten de hele Christus vervat.

Sed contra est quod 1. Corinth. 11. [v. 25] super illud: « Et calicem », dicit Glossa [ord.] quod « sub utraque specie (scilicet panis, et vini) idem sumitur ». Et ita videtur sub utraque specie totus Christus esse.

Daartegenover staat echter, dat bij het woord kelk in den Eersten Brief aan de Corinthiërs (11. 25) de Glossa zegt, dat « onder beide gedaanten » d. i. van brood en van wijn « hetzelfde genuttigd wordt ». En dus schijnt onder beide gedaanten de heele Christus tegenwoordig te zijn.Daartegenover staat echter, dat bij het woord kelk in de Eerste Brief aan de Korintiërs (11, 25) de Glossa zegt, dat “onder beide gedaanten” d.i. van brood en van wijn “hetzelfde genuttigd wordt”. En dus schijnt onder beide gedaanten de hele Christus tegenwoordig te zijn.

110Respondeo dicendum certissime1 tenendum esse quod sub utraque specie sacramenti totus est Christus: aliter tamen et aliter. Nam sub speciebus panis est quidem corpus Christi ex vi sacramenti, sanguis autem ex reali concomitantia: sicut supra dictum est [art. praec. ad 1.] de anima et divinitate Christi. Sub speciebus vero vini est quidem sanguis Christi ex vi sacramenti, corpus autem Christi ex reali concomitantia, sicut anima et divinitas; eo quod nunc sanguis Christi non est ab ejus corpore separatus, sicut fuit tempore passionis et mortis. Unde si tunc fuisset hoc sacramentum celebratum, sub speciebus panis fuisset corpus Christi sine sanguine, et sub speciebus vini sanguis sine corpore: sicut erat in rei veritate.

110Leerstelling. — Overeenkomstig het boven gezegde (1e Art.) dient allerzekerst gehouden te worden, dat onder beide gedaanten van het Sacrament de heele Christus tegenwoordig is, maar niet op gelijke wijze. Want onder de gedaante van brood is het Lichaam van Christus uit de kracht van het Sacrament, het Bloed echter uit verbondenheid in de werkelijkheid, zooals boven (1e Art. 1e Antw.) gezegd is van de Ziel en de Godheid: [De vertaling van «Sub speciebus vero vini est quidem sanguis Christi ex vi sacramenti» ontbreekt in de uitgave.] thans is immers het Bloed van Christus niet gescheiden van Zijn Lichaam, zooals dit het geval is geweest ten tijde van het lijden en den dood. Indien daarom toen dit Sacrament zou zijn gevierd, zou onder de gedaante van brood het Lichaam van Christus zonder het Bloed zijn geweest en onder de gedaante van wijn het Bloed zonder het Lichaam: zooals het was in de werkelijkheid.110Leerstelling. — Overeenkomstig het boven gezegde (1e Art.) dient allerzekerst gehouden te worden, dat onder beide gedaanten van het Sacrament de hele Christus tegenwoordig is, maar niet op gelijke wijze. Want onder de gedaante van brood is het Lichaam van Christus uit de kracht van het Sacrament, het Bloed echter uit verbondenheid in de werkelijkheid, zoals boven (1e Art. 1e Antw.) gezegd is van de Ziel en de Godheid: [De vertaling van “Sub speciebus vero vini est quidem sanguis Christi ex vi sacramenti” ontbreekt in de uitgave.] thans is immers het Bloed van Christus niet gescheiden van Zijn Lichaam, zoals dit het geval is geweest ten tijde van het lijden en de dood. Indien daarom toen dit Sacrament zou zijn gevierd, zou onder de gedaante van brood het Lichaam van Christus zonder het Bloed zijn geweest en onder de gedaante van wijn het Bloed zonder het Lichaam: zoals het was in de werkelijkheid.

↑ bedenking 1

Ad primum ergo dicendum quod quamvis totus Christus sit sub utraque specie, non tamen frustra. Nam primo quidem, hoc valet ad repraesentandam passionem Christi, in qua seorsum fuit sanguis a corpore separatus2. Unde et in forma consecrationis sanguinis fit mentio de ejus effusione.

Antwoord op de Bedenkingen. — 1. Hoewel de heele Christus onder beide gedaanten tegenwoordig is, heeft dit toch zijn reden. Want vooreerst is dit dienstig tot afbeelding van het lijden, waarbij het Bloed gescheiden was van het Lichaam. Vandaar dat in den vorm van de consecratie van het Bloed, melding 111wordt gemaakt van het vergieten van dat Bloed.Antwoord op de Bedenkingen. — 1. Hoewel de hele Christus onder beide gedaanten tegenwoordig is, heeft dit toch zijn reden. Want vooreerst is dit dienstig tot afbeelding van het lijden, waarbij het Bloed gescheiden was van het Lichaam. Vandaar dat in de vorm van de consecratie van het Bloed, melding 111wordt gemaakt van het vergieten van dat Bloed.

111Secundo, hoc est conveniens usui hujus sacramenti: ut seorsum exhibeatur fidelibus corpus Christi in cibum et sanguis in potum.

Ten tweede is dit nuttig voor het gebruik van dit Sacrament: dat nl. aan de geloovigen afzonderlijk het Lichaam van Christus tot spijs en het Bloed tot drank wordt gegeven.Ten tweede is dit nuttig voor het gebruik van dit Sacrament: dat nl. aan de gelovigen afzonderlijk het Lichaam van Christus tot spijs en het Bloed tot drank wordt gegeven.

Tertio, quantum ad effectum, secundum quod supra dictum est [q. 74. art. 1.], quod corpus exhibetur pro salute corporis et sanguis pro salute animae.

Ten derde met betrekking tot het uitwerksel: naar wat boven (74e Kw. 1e Art.) gezegd is, dat « het Lichaam wordt gegeven tot heil van het lichaam, het Bloed tot heil van de ziel ».Ten derde met betrekking tot het uitwerksel: naar wat boven (74e Kw. 1e Art.) gezegd is, dat “het Lichaam wordt gegeven tot heil van het lichaam, het Bloed tot heil van de ziel”.

↑ bedenking 2

Ad secundum dicendum quod in passione Christi, cujus hoc sacramentum est memoriale, non fuerant aliae partes corporis ab invicem separatae, sicut sanguis, sed corpus indissolutum permansit: secundum quod legitur Exod. 12. [v. 46] : « Nec os illius confringetis ». Et ideo in hoc sacramento seorsum consecratur sanguis a corpore, non autem aliqua pars ab alia.

2. Bij het lijden van Christus, waarvan dit Sacrament de herinnering is, zijn de andere deelen van het Lichaam niet van elkander gescheiden zooals het Bloed, maar bleef het Lichaam in zijn geheel: zooals men leest in het Boek van den Uittocht (12. 46) : « Gij zult geen been ervan verbrijzelen ». Daarom wordt in dit Sacrament het Bloed en het Lichaam afzonderlijk geconsecreerd, maar gebeurt dat niet met de andere deelen onderling.2. Bij het lijden van Christus, waarvan dit Sacrament de herinnering is, zijn de andere delen van het Lichaam niet van elkander gescheiden zoals het Bloed, maar bleef het Lichaam in zijn geheel: zoals men leest in het Boek van de Uittocht (12, 46): “Gij zult geen been ervan verbrijzelen”. Daarom wordt in dit Sacrament het Bloed en het Lichaam afzonderlijk geconsecreerd, maar gebeurt dat niet met de andere delen onderling.

↑ bedenking 3

Ad tertium dicendum quod, sicut dictum est [in corp.], corpus Christi non est sub specie vini ex vi sacramenti, sed ex reali concomitantia. Et ideo per consecrationem vini non fit ibi corpus Christi per se, sed concomitanter.

3. Zooals gezegd is (in de Leerst.), is het Lichaam van Christus onder de gedaante van wijn niet uit kracht van het Sacrament maar uit verbondenheid in de werkelijkheid. Daarom komt door de consecratie van den wijn het Lichaam er niet op zich maar door verbondenheid.3. Zoals gezegd is (in de Leerst.), is het Lichaam van Christus onder de gedaante van wijn niet uit kracht van het Sacrament maar uit verbondenheid in de werkelijkheid. Daarom komt door de consecratie van de wijn het Lichaam er niet op zich maar door verbondenheid.

Articulus III

Utrum sit totus Christus sub qualibet parte specierum panis vel vini

[4. Dist. 10. art. 3. qla. 3; 4. Cont. g. cap. 67.; Quodl. 7. q. 4 art. 1 ; In Matth cap. 26; 1 ad Cor. cap. 11. lect. 5.]
IIIe Artikel

Is de heele Christus tegenwoordig onder elk deel van de gedaanten van brood en wijn?Is de hele Christus tegenwoordig onder elk deel van de gedaanten van brood en wijn?

antwoord 1 ↓

112Ad tertium sic proceditur. Videtur quod non sit totus Christus sub qualibet parte specierum panis vel vini. Species enim illae dividi possunt in infinitum. Si ergo Christus totus est sub qualibet parte specierum praedictarum, sequeretur quod infinities esset in hoc sacramento. Quod est inconveniens: nam infinitum repugnat non solum naturae, sed etiam gratiae.

112Bedenkingen. — Men beweert, dat de heele Christus niet tegenwoordig is onder elk deel van de gedaanten van brood en wijn. — 1. Deze gedaanten kunnen immers tot in het oneindige worden verdeeld. Indien dus de heele Christus onder elk deel van de genoemde gedaanten tegenwoordig was, zou volgen, dat Hij oneindig maal in dit Sacrament tegenwoordig was. Dit is onmogelijk: het oneindige toch strijdt niet alleen met de natuur, maar ook met de genade.112Bedenkingen. — Men beweert, dat de hele Christus niet tegenwoordig is onder elk deel van de gedaanten van brood en wijn. — 1. Deze gedaanten kunnen immers tot in het oneindige worden verdeeld. Indien dus de hele Christus onder elk deel van de genoemde gedaanten tegenwoordig was, zou volgen, dat Hij oneindig maal in dit Sacrament tegenwoordig was. Dit is onmogelijk: het oneindige toch strijdt niet alleen met de natuur, maar ook met de genade.

antwoord 2 ↓

2. Praeterea, corpus Christi, cum sit organicum, habet partes determinate distantes: est enim de ratione organici corporis determinata distantia singularum partium ab invicem, sicut oculi ab oculo, et oculi ab aure. Sed hoc non posset esse si sub qualibet parte specierum esset totus Christus: oportet enim quod sub qualibet parte esset quaelibet pars: et ita, ubi esset una pars, 113esset et alia. Non ergo potest esse quod totus Christus sit sub qualibet parte hostiae vel vini contenti in calice.

2. Daar het Lichaam van Christus organisch is, heeft het deelen op bepaalden afstand van elkaar: tot het wezen immers van een organisch lichaam hoort een bepaalde onderlinge afstand van de afzonderlijke deelen zooals tusschen oog en oog en tusschen oog en oor. Maar dit zou onmogelijk zijn, indien onder elk deel van de gedaanten de heele Christus tegenwoordig was: want dan moest elk deel zijn onder elk deel; en op die manier zou het eene deel zijn, waar het andere was. Dus kan de heele 113Christus niet tegenwoordig zijn onder elk deel van de hostie of van den in de kelk vervatten wijn.2. Daar het Lichaam van Christus organisch is, heeft het delen op bepaalden afstand van elkaar: tot het wezen immers van een organisch lichaam hoort een bepaalde onderlinge afstand van de afzonderlijke delen zoals tussen oog en oog en tussen oog en oor. Maar dit zou onmogelijk zijn, indien onder elk deel van de gedaanten de hele Christus tegenwoordig was: want dan moest elk deel zijn onder elk deel; en op die manier zou het ene deel zijn, waar het andere was. Dus kan de hele 113Christus niet tegenwoordig zijn onder elk deel van de hostie of van de in de kelk vervatten wijn.

antwoord 3 ↓

3. Praeterea, corpus Christi semper veram retinet corporis naturam, nec unquam mutatur in spiritum. Sed de ratione corporis est, ut sit quantitas positionem habens, ut patet in Praedicamentis [cap. 4. n. 8.]. Sed ad rationem hujus quantitatis pertinet quod diversae partes in diversis partibus loci existant. Non ergo potest esse, ut videtur, quod totus Christus sit sub qualibet parte specierum.

3. Het Lichaam van Christus behoudt altijd de waarachtige natuur van een lichaam en verandert nooit in een geest. Nu behoort het tot het wezen van een lichaam, dat het is « een hoegrootheid met bepaalde ligging », zooals blijkt in de Praedicamenta. Maar tot het wezen van deze hoegrootheid behoort het, dat de verschillende deelen zich bevinden in verschillende deelen van de plaats. Dus schijnt het onmogelijk te zijn, dat de heele Christus tegenwoordig is onder elk deel van de gedaanten.3. Het Lichaam van Christus behoudt altijd de waarachtige natuur van een lichaam en verandert nooit in een geest. Nu behoort het tot het wezen van een lichaam, dat het is “een hoegrootheid met bepaalde ligging”, zoals blijkt in de Praedicamenta. Maar tot het wezen van deze hoegrootheid behoort het, dat de verschillende delen zich bevinden in verschillende delen van de plaats. Dus schijnt het onmogelijk te zijn, dat de hele Christus tegenwoordig is onder elk deel van de gedaanten.

Sed contra est, quod Augustinus dicit in quodam sermone [Gregor. in Sacramentar. Dominica 5. post Epiph.] : « Singuli accipiunt Christum Dominum: et in singulis portionibus totus est, nec per singulas minuitur, sed integrum se praebet in singulis ».

Daartegenover staat echter, dat Augustinus zegt: « Allen afzonderlijk ontvangen den Heer Christus: en in de afzonderlijke gedeelten is Hij geheel, Hij wordt niet minder in de afzonderlijke gedeelten, maar geeft Zich er geheel ».Daartegenover staat echter, dat Augustinus zegt: “Allen afzonderlijk ontvangen de Heer Christus: en in de afzonderlijke gedeelten is Hij geheel, Hij wordt niet minder in de afzonderlijke gedeelten, maar geeft Zich er geheel”.

Respondeo dicendum quod, sicut ex supradictis patet [art. 1. ad 3.], quia in hoc sacramento substantia corporis Christi est ex vi sacramenti, quantitas autem dimensiva ex vi realis concomitantiae, ideo corpus Christi est in 114hoc sacramento per modum substantiae, idest, per modum quo substantia est sub dimensionibus, non autem per modum dimensionum, idest, non per modum illum quo quantitas dimensiva alicujus corporis est sub quantitate dimensiva loci. Manifestum est autem quod natura substantiae tota est sub qualibet parte dimensionum sub quibus continetur: sicut sub qualibet parte aëris est tota natura aëris, et sub qualibet parte panis est tota natura panis. Et hoc indifferenter sive sint dimensiones actu divisae, sicut cum aër dividitur, vel panis secatur; vel etiam sint actu indivisae, divisibiles vero potentia. Et ideo manifestum est, quod totus Christus est sub qualibet parte specierum panis, etiam hostia integra manente, et non solum cum frangitur, sicut quidam dicunt, ponentes exemplum de imagine quae apparet in speculo, quae apparet una in speculo integro, speculo autem fracto, apparent singulae in singulis partibus. Quod quidem non est omnino simile. Quia multiplicatio hujusmodi imaginum accidit in speculo fracto propter diversas reflexiones ad diversas partes speculi: hic autem non est nisi una consecratio, propter quam corpus 115Christi est in hoc sacramento.

Leerstelling. — Uit het boven gezegde (1e Art. 3e Antw.) blijkt dat, omdat in dit Sacrament de zelfstandigheid van het Lichaam van Christus tegenwoordig is uit kracht van het Sacrament, de meetbare hoegrootheid echter uit kracht van verbondenheid in de werkelijkheid, het Lichaam van Christus in dit 114Sacrament tegenwoordig is op de wijze van een zelfstandigheid d. i. op de wijze, waarop een zelfstandigheid onder de afmetingen is: niet echter op de wijze van afmetingen, d. i. niet op die wijze, waarop de meetbare hoegrootheid van een lichaam onder de meetbare hoegrootheid van een plaats is. Nu is het duidelijk, dat de heele natuur van een zelfstandigheid tegenwoordig is onder elk deel van de afmetingen: zooals onder elk deel van lucht de heele natuur van lucht en onder elk deel van brood de heele natuur van brood is. En dit onverschillig of de afmetingen metterdaad zijn verdeeld, zooals wanneer lucht wordt verdeeld of brood wordt gesneden, of metterdaad onverdeeld, in vermogen echter verdeelbaar zijn. En dus is het duidelijk, dat de heele Christus tegenwoordig is onder elk deel van de gedaante van brood, óók wanneer de hostie heel blijft — niet alleen wanneer zij gebroken wordt, zooals sommigen zeggen onder aanvoering van het voorbeeld van het in den spiegel verschijnende beeld, dat éénig verschijnt in den spiegel, als deze heel is, maar dat bij breking van den spiegel zoo vaak verschijnt als er deelen zijn. Die vergelijking gaat niet heelemaal op. Want de vermenigvuldiging van dergelijke beelden heeft in den gebroken spiegel plaats tengevolge van de verschillende weerkaatsingen op de verschillende deelen van den spiegel: maar hier is er slechts één consecratie 115als oorzaak van de tegenwoordigheid van het Lichaam van Christus in het Sacrament.Leerstelling. — Uit het boven gezegde (1e Art. 3e Antw.) blijkt dat, omdat in dit Sacrament de zelfstandigheid van het Lichaam van Christus tegenwoordig is uit kracht van het Sacrament, de meetbare hoegrootheid echter uit kracht van verbondenheid in de werkelijkheid, het Lichaam van Christus in dit 114Sacrament tegenwoordig is op de wijze van een zelfstandigheid d.i. op de wijze, waarop een zelfstandigheid onder de afmetingen is: niet echter op de wijze van afmetingen, d.i. niet op die wijze, waarop de meetbare hoegrootheid van een lichaam onder de meetbare hoegrootheid van een plaats is. Nu is het duidelijk, dat de hele natuur van een zelfstandigheid tegenwoordig is onder elk deel van de afmetingen: zoals onder elk deel van lucht de hele natuur van lucht en onder elk deel van brood de hele natuur van brood is. En dit onverschillig of de afmetingen metterdaad zijn verdeeld, zoals wanneer lucht wordt verdeeld of brood wordt gesneden, of metterdaad onverdeeld, in vermogen echter verdeelbaar zijn. En dus is het duidelijk, dat de hele Christus tegenwoordig is onder elk deel van de gedaante van brood, óók wanneer de hostie heel blijft — niet alleen wanneer zij gebroken wordt, zoals sommigen zeggen onder aanvoering van het voorbeeld van het in de spiegel verschijnende beeld, dat enig verschijnt in de spiegel, als deze heel is, maar dat bij breking van de spiegel zo vaak verschijnt als er delen zijn. Die vergelijking gaat niet helemaal op. Want de vermenigvuldiging van dergelijke beelden heeft in de gebroken spiegel plaats tengevolge van de verschillende weerkaatsingen op de verschillende delen van de spiegel: maar hier is er slechts één consecratie 115als oorzaak van de tegenwoordigheid van het Lichaam van Christus in het Sacrament.

↑ bedenking 1

Ad primum ergo dicendum quod numerus sequitur divisionem. Et ideo quamdiu quantitas manet indivisa actu, neque substantia alicujus rei est pluries sub dimensionibus propriis, neque corpus Christi sub dimensionibus panis. Et per consequens neque infinities: sed toties in quot partes dividitur.

Antwoord op de Bedenkingen. — 1. Het getal volgt de verdeeling. Zoolang derhalve de hoegrootheid metterdaad onverdeeld blijft, is de zelfstandigheid van een zaak niet meerdere malen onder de eigen afmetingen noch het Lichaam van Christus onder de afmetingen van het brood. En bijgevolg ook niet oneindig maal, maar zooveel maal, als er deelen worden gemaakt.Antwoord op de Bedenkingen. — 1. Het getal volgt de verdeling. Zolang derhalve de hoegrootheid metterdaad onverdeeld blijft, is de zelfstandigheid van een zaak niet meerdere malen onder de eigen afmetingen noch het Lichaam van Christus onder de afmetingen van het brood. En bijgevolg ook niet oneindig maal, maar zoveel maal, als er delen worden gemaakt.

↑ bedenking 2

Ad secundum dicendum quod illa determinata distantia partium in corpore organico fundatur super quantitate dimensiva1 : ipsa autem natura substantiae praecedit etiam quantitatem dimensivam. Et quia conversio substantiae panis directe terminatur ad substantiam corporis Christi, secundum cujus modum proprie et directe est in hoc sacramento corpus Christi, talis distantia partium est quidem in ipso corpore Christi vero, sed non secundum hanc distantiam comparatur ad hoc sacramentum, sed secundum modum suae substantiae, sicut dictum est [in corp.; art. 1. ad 3.].

2. Die bepaalde afstand van de deelen in een organisch lichaam berust op zijn meetbare hoegrootheid: de natuur zelf van de zelfstandigheid gaat echter nog aan de meetbare hoegrootheid vooraf. En omdat nu de verandering van de zelfstandigheid van het brood haar onmiddellijk eindpunt vindt in de zelfstandigheid van het Lichaam van Christus, op wier wijze het Lichaam van Christus eigenlijk en onmiddellijk in dit Sacrament tegenwoordig is, daarom is genoemde afstand van de deelen wel in het waarachtig Lichaam van Christus op zich, maar verhoudt dit zich niet tot dit Sacrament volgens dien afstand maar volgens de wijze van zijn zelfstandigheid, gelijk gezegd is (in de Leerst. en 1e Art. en 3e Antw.).2. Die bepaalde afstand van de delen in een organisch lichaam berust op zijn meetbare hoegrootheid: de natuur zelf van de zelfstandigheid gaat echter nog aan de meetbare hoegrootheid vooraf. En omdat nu de verandering van de zelfstandigheid van het brood haar onmiddellijk eindpunt vindt in de zelfstandigheid van het Lichaam van Christus, op wier wijze het Lichaam van Christus eigenlijk en onmiddellijk in dit Sacrament tegenwoordig is, daarom is genoemde afstand van de delen wel in het waarachtig Lichaam van Christus op zich, maar verhoudt dit zich niet tot dit Sacrament volgens die afstand maar volgens de wijze van zijn zelfstandigheid, gelijk gezegd is (in de Leerst. en 1e Art. en 3e Antw.).

↑ bedenking 3

Ad tertium dicendum quod ratio illa procedit de natura corporis, quam 116habet secundum quantitatem dimensivam. Dictum est autem [in corp.; ad 2.] quod corpus Christi non comparatur ad hoc sacramentum, ratione quantitatis dimensivae, sed ratione suae substantiae, sicut dictum est [ibid.].

3. Die redeneering gaat uit van de natuur, welke een lichaam 116heeft volgens zijn meetbare hoegrootheid. Maar er is gezegd (in de Leerst. en 2e Antw.), dat het Lichaam van Christus zich niet tot dit Sacrament verhoudt volgens zijn meetbare hoegrootheid maar volgens zijn zelfstandigheid, zooals gezegd is (t.a.p.).3. Die redenering gaat uit van de natuur, welke een lichaam 116heeft volgens zijn meetbare hoegrootheid. Maar er is gezegd (in de Leerst. en 2e Antw.), dat het Lichaam van Christus zich niet tot dit Sacrament verhoudt volgens zijn meetbare hoegrootheid maar volgens zijn zelfstandigheid, zoals gezegd is (t.a.p.).

Articulus IV

Utrum tota quantitas dimensiva corporis Christi sit in hoc sacramento

[4. Dist. 10. art. 2. qla. 3, 4; 4. Cont. g. cap. 63, 67; Quodl. 7. q. 4. art. 1.]
IVe Artikel

Is de heele meetbare hoegrootheid van het Lichaam van Christus in dit Sacrament tegenwoordig?Is de hele meetbare hoegrootheid van het Lichaam van Christus in dit Sacrament tegenwoordig?

antwoord 1 ↓

116Ad quartum sic proceditur. Videtur quod non tota quantitas dimensiva corporis Christi sit in hoc sacramento. Dictum est enim [art. praec.], quod totum corpus Christi continetur sub qualibet parte hostiae consecratae. Sed nulla quantitas dimensiva tota continetur in aliquo toto et in qualibet parte ejus. Ergo est impossibile quod tota quantitas dimensiva corporis Christi contineatur in hoc sacramento.

116Bedenkingen. — Men beweert, dat de heele meetbare hoegrootheid van het Lichaam van Christus niet in dit Sacrament tegenwoordig is. — 1. Er is immers gezegd (3e Art.), dat het heele Lichaam van Christus vervat is onder elk deel van de geconsecreerde hostie. Nu is geen enkele meetbare hoegrootheid in haar geheel vervat in een of ander geheel en in elk deel ervan. Dus is het onmogelijk, dat de heele meetbare hoegrootheid van het Lichaam van Christus in dit Sacrament tegenwoordig is.116Bedenkingen. — Men beweert, dat de hele meetbare hoegrootheid van het Lichaam van Christus niet in dit Sacrament tegenwoordig is. — 1. Er is immers gezegd (3e Art.), dat het hele Lichaam van Christus vervat is onder elk deel van de geconsecreerde hostie. Nu is geen enkele meetbare hoegrootheid in haar geheel vervat in een of ander geheel en in elk deel ervan. Dus is het onmogelijk, dat de hele meetbare hoegrootheid van het Lichaam van Christus in dit Sacrament tegenwoordig is.

antwoord 2 ↓

2. Praeterea, impossibile est duas quantitates dimensivas esse simul, etiamsi una sit separata et alia in corpore naturali, ut patet per Philosophum 117in 3. Metaphys. [Did. lib. 2. cap. 2. n. 21, 22.]. Sed in hoc sacramento remanet quantitas dimensiva panis, ut sensu apparet. Non ergo est ibi quantitas dimensiva corporis Christi.

2. Twee meetbare hoegrootheden kunnen onmogelijk samen zijn, óók niet als de eene afzonderlijk bestaat en de andere in een 117natuurlijk lichaam is, zooals blijkt bij den Wijsgeer. Nu blijft in dit Sacrament de meetbare hoegrootheid van het brood, zooals zintuigelijk vaststaat. Dus is er niet de meetbare hoegrootheid van het Lichaam van Christus.2. Twee meetbare hoegrootheden kunnen onmogelijk samen zijn, óók niet als de ene afzonderlijk bestaat en de andere in een 117natuurlijk lichaam is, zoals blijkt bij de Wijsgeer. Nu blijft in dit Sacrament de meetbare hoegrootheid van het brood, zoals zintuigelijk vaststaat. Dus is er niet de meetbare hoegrootheid van het Lichaam van Christus.

antwoord 3 ↓

3. Praeterea, si duae quantitates dimensivae inaequales juxta se ponantur, major extenditur ultra minorem. Sed quantitas dimensiva corporis Christi est multo major, quam quantitas dimensiva hostiae consecratae secundum omnem dimensionem. Si ergo in hoc sacramento sit quantitas dimensiva corporis Christi cum quantitate dimensiva hostiae, quantitas dimensiva corporis Christi extendetur ultra quantitatem hostiae. Quae tamen non est sine substantia corporis Christi. Ergo substantia corporis Christi erit in hoc sacramento etiam praeter species panis. Quod est inconveniens: cum substantia corporis Christi non sit in hoc sacramento nisi per consecrationem panis, ut dictum est [art. 2.]. Impossibile ergo videtur quod tota quantitas dimensiva corporis Christi sit in hoc sacramento.

3. Wanneer twee ongelijke meetbare hoegrootheden naast elkaar geplaatst worden, steekt de grootere buiten de kleinere uit. Nu is de meetbare hoegrootheid van het Lichaam van Christus veel grooter dan de meetbare hoegrootheid van de geconsecreerde hostie, volgens elke afmeting. Indien dus in dit Sacrament de meetbare hoegrootheid van het Lichaam van Christus te zamen is met de andere meetbare hoegrootheid van de hostie, zal de meetbare hoegrootheid van het Lichaam van Christus uitsteken buiten de hoegrootheid van de hostie. Maar zij is niet zonder de zelfstandigheid van het Lichaam van Christus. Dus zal de zelfstandigheid van het Lichaam van Christus in dit Sacrament buiten de gedaante van het brood zijn. Dit is echter onaannemelijk, want de zelfstandigheid van het Lichaam van Christus is in dit Sacrament alleen maar door de consecratie van het brood, gelijk gezegd is (2e Art.). Dus kan onmogelijk de heele hoegrootheid van het Lichaam van Christus in dit Sacrament tegenwoordig zijn.3. Wanneer twee ongelijke meetbare hoegrootheden naast elkaar geplaatst worden, steekt de grotere buiten de kleinere uit. Nu is de meetbare hoegrootheid van het Lichaam van Christus veel groter dan de meetbare hoegrootheid van de geconsecreerde hostie, volgens elke afmeting. Indien dus in dit Sacrament de meetbare hoegrootheid van het Lichaam van Christus te zamen is met de andere meetbare hoegrootheid van de hostie, zal de meetbare hoegrootheid van het Lichaam van Christus uitsteken buiten de hoegrootheid van de hostie. Maar zij is niet zonder de zelfstandigheid van het Lichaam van Christus. Dus zal de zelfstandigheid van het Lichaam van Christus in dit Sacrament buiten de gedaante van het brood zijn. Dit is echter onaannemelijk, want de zelfstandigheid van het Lichaam van Christus is in dit Sacrament alleen maar door de consecratie van het brood, gelijk gezegd is (2e Art.). Dus kan onmogelijk de hele hoegrootheid van het Lichaam van Christus in dit Sacrament tegenwoordig zijn.

118Sed contra est quod quantitas dimensiva corporis alicujus non separatur secundum esse a substantia ejus. Sed in hoc sacramento est tota substantia corporis Christi, ut supra habitum est [art. 1, 3]. Ergo tota quantitas dimensiva corporis Christi est in hoc sacramento.

118Daartegenover staat echter, dat de meetbare hoegrootheid van een lichaam naar het zijn niet gescheiden wordt van zijn zelfstandigheid. Nu is in dat Sacrament de heele zelfstandigheid van het Lichaam van Christus, zooals boven is aangetoond (1e en 3e Art.). Dus is in dit Sacrament de heele meetbare hoegrootheid van het Lichaam van Christus.118Daartegenover staat echter, dat de meetbare hoegrootheid van een lichaam naar het zijn niet gescheiden wordt van zijn zelfstandigheid. Nu is in dat Sacrament de hele zelfstandigheid van het Lichaam van Christus, zoals boven is aangetoond (1e en 3e Art.). Dus is in dit Sacrament de hele meetbare hoegrootheid van het Lichaam van Christus.

Respondeo dicendum quod, sicut supra dictum est [art. 1], dupliciter aliquid Christi est in sacramento: uno modo, ex vi sacramenti; alio modo, ex reali concomitantia. Ex vi quidem sacramenti quantitas dimensiva corporis Christi non est in hoc sacramento. Ex vi enim sacramenti est in hoc sacramento illud, in quod directe conversio terminatur. Conversio autem, quae fit in hoc sacramento, directe terminatur ad substantiam corporis Christi, non autem ad dimensiones ejus. Quod patet ex hoc, quod quantitas dimensiva panis remanet, facta consecratione, sola substantia panis transeunte. Quia tamen substantia corporis Christi realiter non denudatur a sua quantitate dimensiva et ab aliis accidentibus, inde est quod, ex vi realis concomitantiae, 119est in hoc sacramento tota quantitas dimensiva corporis Christi, et omnia accidentia ejus.

Leerstelling. — Zooals boven is gezegd (1e Art.), is iets van Christus in dit Sacrament op een van de volgende twee manieren tegenwoordig: ofwel uit de kracht van het Sacrament ofwel uit natuurlijke verbondenheid. De meetbare hoegrootheid van het Lichaam van Christus is niet in dit Sacrament tegenwoordig uit de kracht van het Sacrament. Uit de kracht immers van het Sacrament is in dit Sacrament tegenwoordig datgene, waarin de verandering haar onmiddellijk eindpunt heeft. De verandering nu, die in dit Sacrament plaats vindt, heeft haar onmiddellijk eindpunt in de zelfstandigheid van het Lichaam van Christus, niet in de afmetingen ervan. Hetgeen blijkt uit het feit, dat na de consecratie de meetbare hoegrootheid blijft, terwijl alleen de zelfstandigheid van het brood verdwijnt. — Daar evenwel de zelfstandigheid van het Lichaam van Christus niet ontdaan wordt van de meetbare hoegrootheid en van de andere bijkomstigheden, daarom zijn in dit Sacrament uit kracht van verbondenheid in 119de werkelijkheid de heele meetbare hoegrootheid van het Lichaam van Christus en al de andere bijkomstigheden ervan tegenwoordig.Leerstelling. — Zoals boven is gezegd (1e Art.), is iets van Christus in dit Sacrament op een van de volgende twee manieren tegenwoordig: ofwel uit de kracht van het Sacrament ofwel uit natuurlijke verbondenheid. De meetbare hoegrootheid van het Lichaam van Christus is niet in dit Sacrament tegenwoordig uit de kracht van het Sacrament. Uit de kracht immers van het Sacrament is in dit Sacrament tegenwoordig datgene, waarin de verandering haar onmiddellijk eindpunt heeft. De verandering nu, die in dit Sacrament plaats vindt, heeft haar onmiddellijk eindpunt in de zelfstandigheid van het Lichaam van Christus, niet in de afmetingen ervan. Hetgeen blijkt uit het feit, dat na de consecratie de meetbare hoegrootheid blijft, terwijl alleen de zelfstandigheid van het brood verdwijnt. — Daar evenwel de zelfstandigheid van het Lichaam van Christus niet ontdaan wordt van de meetbare hoegrootheid en van de andere bijkomstigheden, daarom zijn in dit Sacrament uit kracht van verbondenheid in 119de werkelijkheid de hele meetbare hoegrootheid van het Lichaam van Christus en al de andere bijkomstigheden ervan tegenwoordig.

↑ bedenking 1

Ad primum ergo dicendum quod modus essendi cujuslibet rei determinatur secundum id quod est ei per se, non autem secundum id quod est ei per accidens: sicut corpus est in visu secundum quod est album, non autem secundum quod est dulce, licet idem corpus sit album et dulce. Unde et dulcedo est in visu secundum modum albedinis, non secundum modum dulcedinis. Quia igitur ex vi hujus sacramenti est in altari substantia corporis Christi, quantitas autem dimensiva ejus est ibi concomitanter et quasi per accidens, ideo quantitas dimensiva corporis Christi est in hoc sacramento, non secundum proprium modum, ut scilicet sit tota in toto, et singulae partes in singulis partibus; sed per modum substantiae, cujus natura est tota in toto, et tota in qualibet parte.

Antwoord op de Bedenkingen. — 1. De zijnswijze van elk ding wordt bepaald naar wat op zich eraan toekomt, niet naar wat er toevallig aan is: zooals een lichaam in het oog is als wit, niet als zoet, hoewel een en hetzelfde lichaam wit en zoet is. Daarom is ook de zoetheid in het oog op de wijze van de witheid en niet op de wijze van de zoetheid. Omdat derhalve uit de kracht van dit Sacrament op het altaar de zelfstandigheid van het Lichaam van Christus tegenwoordig is, terwijl de meetbare hoegrootheid ervan aldaar aanwezig is door verbondenheid en als het ware toevallig, daarom is de meetbare hoegrootheid van het Lichaam van Christus in dit Sacrament niet op haar eigen wijze tegenwoordig d. i. geheel in het geheel en volgens afzonderlijke deelen in de afzonderlijke deelen, maar op de wijze van de zelfstandigheid, wier natuur geheel is in het geheel en geheel in elk deel.Antwoord op de Bedenkingen. — 1. De zijnswijze van elk ding wordt bepaald naar wat op zich eraan toekomt, niet naar wat er toevallig aan is: zoals een lichaam in het oog is als wit, niet als zoet, hoewel een en hetzelfde lichaam wit en zoet is. Daarom is ook de zoetheid in het oog op de wijze van de witheid en niet op de wijze van de zoetheid. Omdat derhalve uit de kracht van dit Sacrament op het altaar de zelfstandigheid van het Lichaam van Christus tegenwoordig is, terwijl de meetbare hoegrootheid ervan aldaar aanwezig is door verbondenheid en als het ware toevallig, daarom is de meetbare hoegrootheid van het Lichaam van Christus in dit Sacrament niet op haar eigen wijze tegenwoordig d.i. geheel in het geheel en volgens afzonderlijke delen in de afzonderlijke delen, maar op de wijze van de zelfstandigheid, wier natuur geheel is in het geheel en geheel in elk deel.

↑ bedenking 2

Ad secundum dicendum quod duae quantitates dimensivae non possunt naturaliter simul esse in eodem, ita quod utraque sit ibi1 secundum 120proprium modum quantitatis dimensivae. In hoc autem sacramento quantitas dimensiva panis est secundum proprium modum, scilicet secundum commensurationem quandam: non autem quantitas dimensiva corporis Christi, sed est ibi per modum substantiae, ut dictum est [ad 1.].

2. Twee meetbare hoegrootheden kunnen niet natuurlijkerwijs te zamen in hetzelfde zijn, zóó dat elk van beide aanwezig is 120volgens de eigen wijze van de meetbare hoegrootheid. Maar in dit Sacrament is de meetbare hoegrootheid van het brood op haar eigen wijze tegenwoordig d. i. volgens een zekere aanmeting: de meetbare hoegrootheid van het Lichaam van Christus is er echter niet aldus tegenwoordig maar op de wijze van de zelfstandigheid, gelijk gezegd is (1e Antw.).2. Twee meetbare hoegrootheden kunnen niet natuurlijkerwijs te zamen in hetzelfde zijn, zó dat elk van beide aanwezig is 120volgens de eigen wijze van de meetbare hoegrootheid. Maar in dit Sacrament is de meetbare hoegrootheid van het brood op haar eigen wijze tegenwoordig d.i. volgens een zekere aanmeting: de meetbare hoegrootheid van het Lichaam van Christus is er echter niet aldus tegenwoordig maar op de wijze van de zelfstandigheid, gelijk gezegd is (1e Antw.).

↑ bedenking 3

Ad tertium dicendum quod quantitas dimensiva corporis Christi non est in hoc sacramento secundum modum commensurationis, qui est proprius quantitati, ad quem pertinet quod major quantitas extendatur ultra minorem: sed est ibi per modum jam dictum [ad 1, 2.].

3. De meetbare hoegrootheid van het Lichaam van Christus is in dit Sacrament niet tegenwoordig op de wijze van aanmeting, welke eigen is aan de hoegrootheid, waaraan toekomt, dat de grootere hoegrootheid buiten de andere uitsteekt, maar zij is er tegenwoordig op de reeds gezegde wijze (1e en 2e Antw.).3. De meetbare hoegrootheid van het Lichaam van Christus is in dit Sacrament niet tegenwoordig op de wijze van aanmeting, welke eigen is aan de hoegrootheid, waaraan toekomt, dat de grotere hoegrootheid buiten de andere uitsteekt, maar zij is er tegenwoordig op de reeds gezegde wijze (1e en 2e Antw.).

Articulus V

Utrum corpus Christi sit in hoc sacramento sicut in loco

[Supr. q. 75. art. 1. ad 3; 4. Dist. 10. art. 1. ad 5. sqq.; art. 2. qla. 3. ad 4; art. 3 qla. 1, 2; 4. Cont. g. cap. 62, 64, 67; Opusc. 11. de 36 Art. art. 33.]
Ve Artikel

Is het Lichaam van Christus in dit Sacrament tegenwoordig op plaatselijke wijze?

antwoord 1 ↓

120Ad quintum sic proceditur. Videtur quod corpus Christi sit in hoc 121sacramento sicut in loco. Esse enim in aliquo definitive vel circumscriptive, est pars ejus quod est esse in loco. Sed corpus Christi videtur esse definitive in hoc sacramento; quia ita est ubi sunt species panis vel vini, quod non est in alio loco altaris. Videtur etiam ibi esse circumscriptive: quia ita continetur superficie hostiae consecratae, quod nec excedit nec exceditur. Ergo corpus Christi est in hoc sacramento sicut in loco.

120Bedenkingen. — Men beweert, dat het Lichaam van Christus in dit Sacrament tegenwoordig is op plaatselijke wijze. — 1. Immers, ergens tegenwoordig zijn op uitsluitende of omgrensde 121wijze is een deel van op-een-plaats-zijn. Nu schijnt het Lichaam van Christus op uitsluitende wijze in dit Sacrament tegenwoordig te zijn: want het is zóó op de plaats van de gedaanten van brood en wijn, dat het niet op een andere plaats van het altaar is. Het schijnt er ook op omgrensde wijze te zijn, daar het zóó door de oppervlakte van de geconsecreerde hostie wordt bevat, dat het er niet buiten uitsteekt noch omgekeerd. Dus is het Lichaam van Christus in dit Sacrament op plaatselijke wijze tegenwoordig.120Bedenkingen. — Men beweert, dat het Lichaam van Christus in dit Sacrament tegenwoordig is op plaatselijke wijze. — 1. Immers, ergens tegenwoordig zijn op uitsluitende of omgrensde 121wijze is een deel van op-een-plaats-zijn. Nu schijnt het Lichaam van Christus op uitsluitende wijze in dit Sacrament tegenwoordig te zijn: want het is zó op de plaats van de gedaanten van brood en wijn, dat het niet op een andere plaats van het altaar is. Het schijnt er ook op omgrensde wijze te zijn, daar het zó door de oppervlakte van de geconsecreerde hostie wordt bevat, dat het er niet buiten uitsteekt noch omgekeerd. Dus is het Lichaam van Christus in dit Sacrament op plaatselijke wijze tegenwoordig.

antwoord 2 ↓

2. Praeterea, locus specierum panis non est vacuus: natura enim non patitur vacuum. Nec est ibi substantia panis, ut supra habitum est [q. praec. art. 2.], sed est ibi solum corpus Christi. Ergo corpus Christi replet locum illum. Sed omne quod replet locum aliquem est in eo localiter. Ergo corpus Christi est in hoc sacramento localiter.

2. De plaats van de gedaante van het brood is niet leeg: de natuur immers laat geen leegte toe. Er is ook niet de zelfstandigheid van het brood, gelijk boven is aangetoond (75e Kw. 2e Art.), maar alleen het Lichaam van Christus. Dus vult het Lichaam van Christus die plaats. Maar alles wat een plaats vult is er op plaatselijke wijze. Dus is het Lichaam van Christus in dit Sacrament tegenwoordig op plaatselijke wijze.

antwoord 3 ↓

3. Praeterea, sicut dictum est [art. praec.], in hoc sacramento est corpus Christi cum sua quantitate dimensiva et cum omnibus suis accidentibus. Sed esse in loco est accidens corporis; unde et « ubi » connumeratur inter novem genera accidentium. Ergo corpus Christi est in hoc sacramento localiter.

3. Zooals gezegd is (4e Art.), is in dit Sacrament het Lichaam van Christus tegenwoordig met zijn meetbare hoegrootheid en met al zijn bijkomstigheden. Nu is in een plaats zijn een bijkomstigheid van het lichaam: vandaar ook dat waar meegeteld wordt onder de negen geslachten van de bijkomstigheden. Dus is het Lichaam van Christus in dit Sacrament tegenwoordig op plaatselijke wijze.3. Zoals gezegd is (4e Art.), is in dit Sacrament het Lichaam van Christus tegenwoordig met zijn meetbare hoegrootheid en met al zijn bijkomstigheden. Nu is in een plaats zijn een bijkomstigheid van het lichaam: vandaar ook dat waar meegeteld wordt onder de negen geslachten van de bijkomstigheden. Dus is het Lichaam van Christus in dit Sacrament tegenwoordig op plaatselijke wijze.

122Sed contra est quod oportet locum et locatum esse aequalia: ut patet per Philosophum in 4. Physic. [cap. 4. n. 1.]. Sed locus ubi est hoc sacramentum, est multo minor quam corpus Christi. Ergo corpus Christi non est in hoc sacramento sicut in loco.

122Daartegenover staat echter, dat de plaats en het geplaatste gelijk moeten zijn, zooals blijkt bij den Wijsgeer. Maar de plaats, waar dit Sacrament is, is veel kleiner dan het Lichaam van Christus. Dus is het Lichaam van Christus niet in dit Sacrament tegenwoordig als in een plaats.122Daartegenover staat echter, dat de plaats en het geplaatste gelijk moeten zijn, zoals blijkt bij de Wijsgeer. Maar de plaats, waar dit Sacrament is, is veel kleiner dan het Lichaam van Christus. Dus is het Lichaam van Christus niet in dit Sacrament tegenwoordig als in een plaats.

Respondeo dicendum quod, sicut jam dictum est [art. 1. ad 3; art. 3], corpus Christi non est in hoc sacramento secundum proprium modum quantitatis dimensivae, sed magis secundum modum substantiae. Omne autem corpus locatum est in loco secundum modum quantitatis dimensivae, inquantum scilicet commensuratur loco secundum suam quantitatem dimensivam. Unde relinquitur quod corpus Christi non est in hoc sacramento sicut in loco, sed per modum substantiae: eo scilicet modo quo substantia continetur a dimensionibus. Succedit enim substantia corporis Christi in hoc sacramento substantiae panis. Unde, sicut substantia panis non erat sub suis dimensionibus localiter, sed per modum substantiae, ita nec substantia corporis Christi. Non tamen substantia corporis Christi est subjectum illarum dimensionum, 123sicut erat substantia panis. Et ideo substantia1 panis ratione suarum dimensionum localiter erat ibi: quia comparatur ad locum illum mediantibus propriis dimensionibus. Substantia autem corporis Christi comparatur ad locum illum mediantibus dimensionibus alienis: ita quod e converso dimensiones propriae corporis Christi comparantur ad locum illum mediante substantia. Quod est contra rationem corporis locati. Unde nullo modo corpus Christi est in hoc sacramento localiter.

Leerstelling. — Gelijk reeds gezegd is (1e Art. 3e Antw.; 3e Art.), is het Lichaam van Christus niet in dit Sacrament tegenwoordig volgens de eigen wijze van de meetbare hoegrootheid, maar veeleer volgens de wijze van de zelfstandigheid. Elk geplaatst lichaam nu is in de plaats volgens de wijze van de meetbare hoegrootheid, inzoover het nl. aangemeten is aan de plaats volgens zijn meetbare hoegrootheid. Hieruit volgt, dat het Lichaam van Christus niet in dit Sacrament tegenwoordig is als in een plaats maar op de wijze van de zelfstandigheid: d. i. op die wijze, waarop de zelfstandigheid vervat is onder de afmetingen. Want de zelfstandigheid van het Lichaam van Christus volgt in dit Sacrament de zelfstandigheid van het brood op. Evenals daarom de zelfstandigheid van het brood niet tegenwoordig was onder de afmetingen op plaatselijke wijze maar op de wijze van de zelfstandigheid, zoo ook niet de zelfstandigheid van het Lichaam van Christus. Evenwel is de zelfstandigheid van het 123Lichaam van Christus niet het subject van die afmetingen, zooals de zelfstandigheid van het brood dat was. En daarom was het brood er op plaatselijke wijze door zijn afmetingen, omdat het zich betrok op de plaats door middel van zijn eigen afmetingen. Daarentegen betrekt de zelfstandigheid van het Lichaam van Christus zich op die plaats door middel van de afmetingen van iets anders: zóó dat integendeel de eigen afmetingen van het Lichaam van Christus zich op die plaats betrekken door middel van de zelfstandigheid. Iets wat tegen het wezen is van een geplaatst lichaam. Dus is op geen enkele wijze het Lichaam van Christus in dit Sacrament plaatselijk tegenwoordig.Leerstelling. — Gelijk reeds gezegd is (1e Art. 3e Antw.; 3e Art.), is het Lichaam van Christus niet in dit Sacrament tegenwoordig volgens de eigen wijze van de meetbare hoegrootheid, maar veeleer volgens de wijze van de zelfstandigheid. Elk geplaatst lichaam nu is in de plaats volgens de wijze van de meetbare hoegrootheid, inzover het nl. aangemeten is aan de plaats volgens zijn meetbare hoegrootheid. Hieruit volgt, dat het Lichaam van Christus niet in dit Sacrament tegenwoordig is als in een plaats maar op de wijze van de zelfstandigheid: d.i. op die wijze, waarop de zelfstandigheid vervat is onder de afmetingen. Want de zelfstandigheid van het Lichaam van Christus volgt in dit Sacrament de zelfstandigheid van het brood op. Evenals daarom de zelfstandigheid van het brood niet tegenwoordig was onder de afmetingen op plaatselijke wijze maar op de wijze van de zelfstandigheid, zo ook niet de zelfstandigheid van het Lichaam van Christus. Evenwel is de zelfstandigheid van het 123Lichaam van Christus niet het subject van die afmetingen, zoals de zelfstandigheid van het brood dat was. En daarom was het brood er op plaatselijke wijze door zijn afmetingen, omdat het zich betrok op de plaats door middel van zijn eigen afmetingen. Daarentegen betrekt de zelfstandigheid van het Lichaam van Christus zich op die plaats door middel van de afmetingen van iets anders: zó dat integendeel de eigen afmetingen van het Lichaam van Christus zich op die plaats betrekken door middel van de zelfstandigheid. Iets wat tegen het wezen is van een geplaatst lichaam. Dus is op geen enkele wijze het Lichaam van Christus in dit Sacrament plaatselijk tegenwoordig.

↑ bedenking 1

Ad primum ergo dicendum quod corpus Christi non est in hoc sacramento definitive: quia sic non esset alibi quam in hoc altari ubi conficitur hoc sacramentum; cum tamen sit et in coelo in propria specie, et in multis aliis altaribus sub specie sacramenti. Similiter etiam patet quod non est in hoc sacramento circumscriptive: quia non est ibi secundum commensurationem propriae quantitatis, ut dictum est [in corp.]. Quod autem non est extra superficiem sacramenti, nec est in alia parte altaris, non pertinet ad 124hoc quod sit ibi definitive vel circumscriptive: sed ad hoc quod incepit ibi esse per consecrationem et conversionem panis et vini, ut supra dictum est [art. 1 ; q. 75. art. 2 sqq.].

Antwoord op de Bedenkingen. — 1. Het Lichaam van Christus is niet in dit Sacrament op uitsluitende wijze tegenwoordig: zóó toch zou het nergens anders zijn dan op dit altaar, waar dit Sacrament wordt voltrokken; terwijl het daarentegen in den hemel in eigen gedaante tegenwoordig is en op vele andere altaren onder de gedaante van het Sacrament. Eveneens blijkt het niet op omgrensde wijze in dit Sacrament tegenwoordig te zijn: het is er immers niet volgens de aanmeting van de eigen hoegrootheid, gelijk gezegd is (in de Leerst.). Dat het niet buiten de oppervlakte 124van het Sacrament noch in een ander deel van het altaar is, komt niet van een aldaar op uitsluitende of omgrensde wijze tegenwoordig zijn maar van het feit, dat het daar aanwezig begon te zijn door de consecratie en door de verandering van het brood en den wijn, gelijk boven gezegd is (1e Art.; 75e Kw. 2e Art. vv.).Antwoord op de Bedenkingen. — 1. Het Lichaam van Christus is niet in dit Sacrament op uitsluitende wijze tegenwoordig: zó toch zou het nergens anders zijn dan op dit altaar, waar dit Sacrament wordt voltrokken; terwijl het daarentegen in de hemel in eigen gedaante tegenwoordig is en op vele andere altaren onder de gedaante van het Sacrament. Eveneens blijkt het niet op omgrensde wijze in dit Sacrament tegenwoordig te zijn: het is er immers niet volgens de aanmeting van de eigen hoegrootheid, gelijk gezegd is (in de Leerst.). Dat het niet buiten de oppervlakte 124van het Sacrament noch in een ander deel van het altaar is, komt niet van een aldaar op uitsluitende of omgrensde wijze tegenwoordig zijn maar van het feit, dat het daar aanwezig begon te zijn door de consecratie en door de verandering van het brood en de wijn, gelijk boven gezegd is (1e Art.; 75e Kw. 2e Art. vv.).

↑ bedenking 2

Ad secundum dicendum, quod locus ille in quo est corpus Christi, non est vacuus. Neque tamen proprie est repletus substantia corporis Christi, quae non est ibi localiter, sicut dictum est [in corp.]. Sed est repletus speciebus sacramentorum, quae habent replere locum vel propter naturam dimensionum; vel saltem miraculose, sicut et miraculose subsistunt per modum substantiae.

2. Die plaats, waarin het Lichaam van Christus is, is niet leeg. Toch wordt zij niet gevuld door de zelfstandigheid van het Lichaam van Christus, die er niet op plaatselijke wijze tegenwoordig is, gelijk gezegd is (in de Leerst.). Zij is gevuld door de gedaanten van de Sacramenten, welke een plaats kunnen vullen ofwel door haar natuur van afmetingen, of althans op wonderbare wijze, zooals zij ook op wonderbare wijze op zich bestaan op zelfstandigheidsmanier.2. Die plaats, waarin het Lichaam van Christus is, is niet leeg. Toch wordt zij niet gevuld door de zelfstandigheid van het Lichaam van Christus, die er niet op plaatselijke wijze tegenwoordig is, gelijk gezegd is (in de Leerst.). Zij is gevuld door de gedaanten van de Sacramenten, welke een plaats kunnen vullen ofwel door haar natuur van afmetingen, of althans op wonderbare wijze, zoals zij ook op wonderbare wijze op zich bestaan op zelfstandigheidsmanier.

↑ bedenking 3

Ad tertium dicendum quod accidentia corporis Christi sunt in hoc sacramento, sicut supra dictum est [art. praec.], secundum realem concomitantiam. Et ideo illa accidentia corporis Christi sunt in hoc sacramento quae sunt ei intrinseca. Esse autem in loco est accidens per comparationem ad extrinsecum continens. Et ideo non oportet quod Christus sit in hoc sacramento sicut in loco.

3. De bijkomstigheden van het Lichaam van Christus zijn in dit Sacrament, zooals boven gezegd is (4e Art.), volgens verbondenheid in de werkelijkheid. Daarom zijn die bijkomstigheden van het Lichaam van Christus in dit Sacrament tegenwoordig, welke er innerlijk aan toekomen. Op een plaats zijn is echter een bijkomstigheid met betrekking tot de uitwendige omgeving. Daarom is het niet noodzakelijk, dat Christus in dit Sacrament tegenwoordig is als in een plaats.3. De bijkomstigheden van het Lichaam van Christus zijn in dit Sacrament, zoals boven gezegd is (4e Art.), volgens verbondenheid in de werkelijkheid. Daarom zijn die bijkomstigheden van het Lichaam van Christus in dit Sacrament tegenwoordig, welke er innerlijk aan toekomen. Op een plaats zijn is echter een bijkomstigheid met betrekking tot de uitwendige omgeving. Daarom is het niet noodzakelijk, dat Christus in dit Sacrament tegenwoordig is als in een plaats.

Articulus VI

Utrum corpus Christi sit mobiliter in hoc sacramento

[4. Dist. 10. art. 4. qla. 4; Opusc. 11. de 36 Art. art. 34.]
VIe Artikel

Is het Lichaam van Christus in dit Sacrament veranderlijk?

antwoord 1 ↓

125Ad sextum sic proceditur. Videtur quod corpus Christi sit mobiliter in hoc sacramento. Dicit enim Philosophus in 2 Top. [cap. 7. n. 3.] quod « moventibus nobis, moventur ea quae in nobis sunt ». Quod quidem est verum etiam de spirituali substantia animae. Sed Christus est in hoc sacramento, ut supra habitum est [q. 74. art. 1.]. Ergo movetur ad motum ipsius.

125Bedenkingen. — Men beweert, dat het Lichaam van Christus in dit Sacrament veranderlijk is. — 1. De Wijsgeer zegt immers dat « wanneer wij van plaats veranderen, van plaats verandert wat in ons is ». Hetgeen óók waar is van de geestelijke zelfstandigheid van de ziel. Nu is Christus in dit Sacrament, zooals boven is aangetoond (74e Kw. 1e Art.). Dus verandert Hij van plaats, wanneer dat van plaats verandert.125Bedenkingen. — Men beweert, dat het Lichaam van Christus in dit Sacrament veranderlijk is. — 1. De Wijsgeer zegt immers dat “wanneer wij van plaats veranderen, van plaats verandert wat in ons is”. Hetgeen óók waar is van de geestelijke zelfstandigheid van de ziel. Nu is Christus in dit Sacrament, zoals boven is aangetoond (74e Kw. 1e Art.). Dus verandert Hij van plaats, wanneer dat van plaats verandert.

antwoord 2 ↓

2. Praeterea, veritas debet respondere figurae. Sed de agno paschali, qui erat figura hujus sacramenti, « non remanebat quidquam usque mane », sicut praecipitur Exod. 12 [v. 10]. Ergo neque etiamsi hoc sacramentum reservetur in crastinum, erit ibi corpus Christi. Et ita non est immobiliter in hoc sacramento.

2. De werkelijkheid moet beantwoorden aan de voorafbeelding. Van het paaschlam nu, dat een voorafbeelding van dit Sacrament was, « bleef niets over tot den volgenden dag », zooals bevolen wordt in het Boek van den Uittocht (12. 10). Dus zal er ook niets meer van het Lichaam van Christus zijn, indien dit Sacrament tot den volgenden dag bewaard wordt. En dus is het niet onveranderlijk in dit Sacrament.2. De werkelijkheid moet beantwoorden aan de voorafbeelding. Van het paaslam nu, dat een voorafbeelding van dit Sacrament was, “bleef niets over tot de volgende dag”, zoals bevolen wordt in het Boek van de Uittocht (12, 10). Dus zal er ook niets meer van het Lichaam van Christus zijn, indien dit Sacrament tot de volgende dag bewaard wordt. En dus is het niet onveranderlijk in dit Sacrament.

antwoord 3 ↓

3. Praeterea, si corpus Christi remaneat sub hoc sacramento etiam in crastino, pari ratione remanebit et per totum sequens tempus: non enim 126potest dici quod desinat ibi esse, cessantibus speciebus, quia esse corporis Christi non dependet a speciebus illis. Non autem remanet sub hoc sacramento Christus per totum tempus futurum. Videtur ergo quod statim in crastino, vel post modicum tempus desinat esse sub hoc sacramento. Et ita videtur quod Christus mobiliter sit in hoc sacramento.

3. Indien het Lichaam van Christus tot den volgenden dag in dit Sacrament blijft, zal het op gelijke wijze heel den volgenden 126tijd blijven: men kan immers niet zeggen, dat het ophoudt er te zijn bij ophouden van de gedaanten, want het zijn van het Lichaam van Christus hangt niet af van die gedaanten. Nu blijft Christus niet den heelen toekomstigen tijd in dit Sacrament. Dus schijnt Hij terstond op den volgenden dag of na korten tijd op te houden in dit Sacrament te zijn. En dus schijnt Christus in dit Sacrament veranderlijk te zijn.3. Indien het Lichaam van Christus tot de volgende dag in dit Sacrament blijft, zal het op gelijke wijze heel de volgende 126tijd blijven: men kan immers niet zeggen, dat het ophoudt er te zijn bij ophouden van de gedaanten, want het zijn van het Lichaam van Christus hangt niet af van die gedaanten. Nu blijft Christus niet de hele toekomstige tijd in dit Sacrament. Dus schijnt Hij terstond op de volgende dag of na korten tijd op te houden in dit Sacrament te zijn. En dus schijnt Christus in dit Sacrament veranderlijk te zijn.

Sed contra, impossibile est idem esse motum et quietum quia sic contradictoria verificarentur de eodem. Sed corpus Christi in coelo quietum residet. Non ergo est mobiliter in hoc sacramento.

Daartegenover staat echter, dat eenzelfde ding onmogelijk kan veranderen en onveranderd blijven: zóó toch zouden als ja en neen tegenovergestelde beweringen van hetzelfde ding bewaarheid worden. Welnu, het Lichaam van Christus blijft in den hemel in onveranderlijke rust. Dus is het niet veranderlijk in dit Sacrament.Daartegenover staat echter, dat eenzelfde ding onmogelijk kan veranderen en onveranderd blijven: zó toch zouden als ja en neen tegenovergestelde beweringen van hetzelfde ding bewaarheid worden. Welnu, het Lichaam van Christus blijft in de hemel in onveranderlijke rust. Dus is het niet veranderlijk in dit Sacrament.

Respondeo dicendum quod, cum aliquid est unum subjecto et multiplex secundum esse, nihil prohibet secundum aliquid moveri, et secundum aliquid immobile permanere: sicut corpori est aliud esse album, et aliud esse magnum, unde potest moveri secundum albedinem, et permanere immobile secundum magnitudinem. Christo autem non est idem esse secundum se, et esse sub hoc sacramento: quia per hoc quod dicimus ipsum esse sub hoc 127sacramento, significatur quaedam habitudo ejus ad hoc sacramentum. Secundum igitur hoc esse non movetur Christus per se secundum locum, sed solum per accidens. Quia Christus non est in hoc sacramento sicut in loco, sicut praedictum est [art. praec.]. Quod autem non est in loco, non movetur per se in loco, sed solum ad motum ejus in quo est.

Leerstelling. — Wanneer iets één is naar subject en veelvoudig naar zijn, is er niets op tegen, dat het in eenig opzicht verandert en in een ander opzicht onveranderd blijft: zooals het voor een lichaam iets anders is wit te zijn, iets anders groot te zijn; vandaar kan het veranderen wat de witheid betreft en onveranderd blijven wat de grootte betreft. Voor Christus nu is het niet hetzelfde op Zich te zijn en te zijn in het Sacrament: want, 127als wij zeggen, dat Hij in het Sacrament is, geven wij een verhouding van Hem tot het Sacrament aan. Volgens dit zijn dan verandert Christus niet op Zich van plaats maar alleen door iets anders. Want Christus is niet in dit Sacrament als op een plaats, zooals vroeger gezegd is (5e Art.) : wat nu niet in een plaats is verandert niet op zich van plaats maar alleen bij plaatsverandering van datgene, waarin het is.Leerstelling. — Wanneer iets één is naar subject en veelvoudig naar zijn, is er niets op tegen, dat het in enig opzicht verandert en in een ander opzicht onveranderd blijft: zoals het voor een lichaam iets anders is wit te zijn, iets anders groot te zijn; vandaar kan het veranderen wat de witheid betreft en onveranderd blijven wat de grootte betreft. Voor Christus nu is het niet hetzelfde op Zich te zijn en te zijn in het Sacrament: want, 127als wij zeggen, dat Hij in het Sacrament is, geven wij een verhouding van Hem tot het Sacrament aan. Volgens dit zijn dan verandert Christus niet op Zich van plaats maar alleen door iets anders. Want Christus is niet in dit Sacrament als op een plaats, zoals vroeger gezegd is (5e Art.): wat nu niet in een plaats is verandert niet op zich van plaats maar alleen bij plaatsverandering van datgene, waarin het is.

Similiter autem neque per se movetur secundum esse quod habet in hoc sacramento, quacumque alia mutatione: puta quantum ad hoc quod desinat esse sub hoc sacramento. Quia illud quod de se habet esse indeficiens, non potest esse deficiendi principium: sed alio deficiente, hoc desinit esse in eo. Sicut Deus, cujus esse est indeficiens et immortale, desinit esse in aliqua creatura corruptibili per hoc quod creatura corruptibilis desinit esse. Et hoc modo, cum Christus habeat de se esse indeficiens et incorruptibile, non desinit esse sub hoc sacramento, neque per hoc quod ipsum desinat esse, neque etiam per motum localem sui, ut ex dictis patet: sed solum per hoc quod species hujus sacramenti desinunt esse.

En evenmin verandert Hij op Zich, naar het zijn, dat Hij in dit Sacrament heeft, door eenig andere verandering: b.v. wat betreft, dat Hij ophoudt in dit Sacrament te zijn. Datgene immers, wat uit zich een onvergankelijk zijn heeft, kan niet beginsel van vergaan zijn, maar houdt op te zijn in iets, wanneer dit vergaat; zooals God, Wiens zijn onvergankelijk en onsterfelijk is, ophoudt in een of ander vergankelijk schepsel te zijn, doordat dit vergankelijk schepsel ophoudt te zijn. Op deze wijze dan houdt Christus, omdat Hij een onvergankelijk en onsterfelijk zijn heeft, op in dit Sacrament te zijn, niet doordat Hijzelf ophoudt te zijn noch door eigen plaatsverandering, gelijk uit het gezegde blijkt, maar alleen doordat de gedaanten van dit Sacrament ophouden te zijn.En evenmin verandert Hij op Zich, naar het zijn, dat Hij in dit Sacrament heeft, door enig andere verandering: bv. wat betreft, dat Hij ophoudt in dit Sacrament te zijn. Datgene immers, wat uit zich een onvergankelijk zijn heeft, kan niet beginsel van vergaan zijn, maar houdt op te zijn in iets, wanneer dit vergaat; zoals God, Wiens zijn onvergankelijk en onsterfelijk is, ophoudt in een of ander vergankelijk schepsel te zijn, doordat dit vergankelijk schepsel ophoudt te zijn. Op deze wijze dan houdt Christus, omdat Hij een onvergankelijk en onsterfelijk zijn heeft, op in dit Sacrament te zijn, niet doordat Hijzelf ophoudt te zijn noch door eigen plaatsverandering, gelijk uit het gezegde blijkt, maar alleen doordat de gedaanten van dit Sacrament ophouden te zijn.

Unde patet quod Christus, per se loquendo, immobiliter est in hoc sacramento.

Zoo blijkt dat, op zich gesproken, Christus onveranderlijk is in dit Sacrament.Zo blijkt dat, op zich gesproken, Christus onveranderlijk is in dit Sacrament.

↑ bedenking 1

128Ad primum ergo dicendum quod ratio illa procedit de motu per accidens, quo ad motum nostri moventur ea quae in nobis sunt. Aliter tamen ea quae per se possunt esse in loco, sicut corpora: et aliter ea quae per se non possunt esse in loco, sicut formae et spirituales substantiae. Ad quem modum potest reduci quod dicimus Christum moveri per accidens secundum esse quod habet in hoc sacramento, in quo non est sicut in loco.

128Antwoord op de Bedenkingen. — 1. Die redeneering betrekt zich op de plaatsverandering door iets anders, zooals bij onze plaatsverandering ook van plaats verandert wat in ons is. Maar dit gebeurt niet op dezelfde wijze met dingen, die op zich in een plaats kunnen zijn zooals lichamen, én met dingen, die op zich niet in een plaats kunnen zijn zooals vormen en geestelijke zelfstandigheden. Tot die wijze kan herleid worden wat wij van Christus zeggen, dat Hij nl., volgens het zijn, dat Hij heeft in dit Sacrament, waarin Hij niet is als in een plaats, door iets anders van plaats verandert.128Antwoord op de Bedenkingen. — 1. Die redenering betrekt zich op de plaatsverandering door iets anders, zoals bij onze plaatsverandering ook van plaats verandert wat in ons is. Maar dit gebeurt niet op dezelfde wijze met dingen, die op zich in een plaats kunnen zijn zoals lichamen, én met dingen, die op zich niet in een plaats kunnen zijn zoals vormen en geestelijke zelfstandigheden. Tot die wijze kan herleid worden wat wij van Christus zeggen, dat Hij nl., volgens het zijn, dat Hij heeft in dit Sacrament, waarin Hij niet is als in een plaats, door iets anders van plaats verandert.

↑ bedenking 2

Ad secundum dicendum quod hac ratione moti videntur fuisse quidam ponentes quod corpus Christi non remanet sub hoc sacramento si in crastinum reservetur. Contra quos Cyrillus dicit [Epist. 83 ad Calosyr.] : « Insaniunt quidam dicentes mysticam benedictionem cessare a sanctificatione, si quae ejus reliquiae remanserint in diem subsequentem. Non enim mutatur sacratum corpus Christi, sed virtus benedictionis et vivificativa gratia jugis in eo est ». Sicut etiam omnes aliae consecrationes immobiliter manent, permanentibus rebus consecratis: propter quod non iterantur. Veritas autem licet figurae respondeat, tamen figura non potest eam adaequare.

2. Door deze redeneering schijnen sommigen gedreven te zijn geweest bewerende, dat het Lichaam van Christus niet in dit Sacrament blijft, als het tot den volgenden dag bewaard wordt. Tegen hen zegt Cyrillus: « Er zijn sommige dwazen, die zeggen, dat de mystieke zegening haar heilige uitwerking verliest, wanneer er eenige resten overblijven tot den volgenden dag. Het hoogheilig Lichaam van Christus zal immers niet veranderen, maar de kracht der zegening en de levendmakende genade is er altijd in ». Zooals ook alle andere consecraties onveranderlijk voortduren bij voortduring van het geconsecreerde. [De vertaling van «propter quod non iterantur» ontbreekt in de uitgave.] — De werkelijkheid beantwoordt wel aan de voorafbeelding, maar deze kan haar niet evenaren.2. Door deze redenering schijnen sommigen gedreven te zijn geweest bewerende, dat het Lichaam van Christus niet in dit Sacrament blijft, als het tot de volgende dag bewaard wordt. Tegen hen zegt Cyrillus: “Er zijn sommige dwazen, die zeggen, dat de mystieke zegening haar heilige uitwerking verliest, wanneer er enige resten overblijven tot de volgende dag. Het hoogheilig Lichaam van Christus zal immers niet veranderen, maar de kracht van de zegening en de levendmakende genade is er altijd in”. Zoals ook alle andere consecraties onveranderlijk voortduren bij voortduring van het geconsecreerde. [De vertaling van “propter quod non iterantur” ontbreekt in de uitgave.] — De werkelijkheid beantwoordt wel aan de voorafbeelding, maar deze kan haar niet evenaren.

↑ bedenking 3

129Ad tertium dicendum quod corpus Christi remanet in hoc sacramento non solum in crastino, sed etiam in futuro, quousque species sacramentales manent. Quibus cessantibus, desinit esse corpus Christi sub eis, non quia ab eis dependeat, sed quia tollitur habitudo corporis Christi ad illas species. Per quem modum Deus desinit esse dominus creaturae desinentis.

1293. Het Lichaam van Christus blijft in dit Sacrament niet alleen tot den volgenden dag maar ook daarna, zoolang de sacramenteele gedaanten voortduren. Verdwijnen deze, dan houdt het Lichaam van Christus eronder op, niet omdat het Lichaam van Christus ervan zou afhangen, maar omdat de betrekking van het Lichaam van Christus tot die gedaanten verdwijnt. Op gelijke wijze als God ophoudt de Heer te zijn van een verdwijnend schepsel.1293. Het Lichaam van Christus blijft in dit Sacrament niet alleen tot de volgende dag maar ook daarna, zolang de sacramentele gedaanten voortduren. Verdwijnen deze, dan houdt het Lichaam van Christus eronder op, niet omdat het Lichaam van Christus ervan zou afhangen, maar omdat de betrekking van het Lichaam van Christus tot die gedaanten verdwijnt. Op gelijke wijze als God ophoudt de Heer te zijn van een verdwijnend schepsel.

Articulus VII

Utrum corpus Christi prout est in hoc sacramento possit videri ab aliquo oculo, saltem glorificato

[Infr. art. 8; 4. Dist. 10. art. 4. qla. 1, 4, 5.]
VIIe Artikel

Kan het Lichaam van Christus, zooals het in dit Sacrament is, door eenig oog, althans door het verheerlijkt oog, gezien worden?Kan het Lichaam van Christus, zoals het in dit Sacrament is, door enig oog, althans door het verheerlijkt oog, gezien worden?

antwoord 1 ↓

129Ad septimum sic proceditur. Videtur quod corpus Christi prout est in hoc sacramento, possit videri ab aliquo oculo, saltem glorificato. Oculus enim noster impeditur a visione corporis Christi in hoc sacramento existentis, propter species sacramentales ipsum circumvelantes. Sed oculus glorificatus non potest ab aliquo impediri, quin corpora quaelibet videat prout sunt. 130Ergo oculus glorificatus potest videre corpus Christi prout est in hoc sacramento.

129Bedenkingen. — Men beweert, dat het Lichaam van Christus, zooals het in dit Sacrament is, door eenig oog, althans door het verheerlijkt oog, gezien kan worden. — 1. Want ons oog wordt verhinderd het in dit Sacrament tegenwoordige Lichaam van Christus te zien door de sacramenteele gedaanten, die het bedekken. Maar het verheerlijkt oog kan door niets verhinderd worden de lichamen, welke dan ook, te zien, zooals zij zijn. Dus 130kan het verheerlijkt oog het Lichaam van Christus zien, zooals het in dit Sacrament is.129Bedenkingen. — Men beweert, dat het Lichaam van Christus, zoals het in dit Sacrament is, door enig oog, althans door het verheerlijkt oog, gezien kan worden. — 1. Want ons oog wordt verhinderd het in dit Sacrament tegenwoordige Lichaam van Christus te zien door de sacramentele gedaanten, die het bedekken. Maar het verheerlijkt oog kan door niets verhinderd worden de lichamen, welke dan ook, te zien, zoals zij zijn. Dus 130kan het verheerlijkt oog het Lichaam van Christus zien, zoals het in dit Sacrament is.

antwoord 2 ↓

2. Praeterea, corpora gloriosa sanctorum erunt « configurata corpori claritatis Christi », ut dicitur Philipp. 3. [v. 21]. Sed oculus Christi videt seipsum prout est in hoc sacramento. Ergo pari ratione quilibet alius oculus glorificatus potest ipsum videre.

2. De verheerlijkte lichamen der heiligen zullen « gelijkvormig zijn aan het Lichaam der heerlijkheid van Christus », zooals gezegd wordt in den Brief aan de Philippensen (3. 21). Nu ziet het oog van Christus zichzelf, zooals het in dit Sacrament is. Dus kan op gelijke wijze ieder ander verheerlijkt oog het zien.2. De verheerlijkte lichamen van de heiligen zullen “gelijkvormig zijn aan het Lichaam van de heerlijkheid van Christus”, zoals gezegd wordt in de Brief aan de Filippenzen (3, 21). Nu ziet het oog van Christus zichzelf, zoals het in dit Sacrament is. Dus kan op gelijke wijze ieder ander verheerlijkt oog het zien.

antwoord 3 ↓

3. Praeterea, sancti in resurrectione erunt aequales angelis, ut dicitur Luc. 20. [v. 36]. Sed angeli vident corpus Christi prout est in hoc sacramento: quia etiam daemones inveniuntur huic sacramento reverentiam exhibere et ipsum timere. Ergo pari ratione oculus glorificatus potest Christum videre prout est in hoc sacramento.

3. De heiligen zullen bij de verrijzenis « aan de engelen gelijk » zijn, zooals gezegd wordt bij Lucas (20. 36). Welnu, de engelen zien het Lichaam van Christus, zooals het in dit Sacrament is, want men vindt zelfs, dat duivels dit Sacrament eer bewijzen en vreezen. Op gelijke wijze dus kan het verheerlijkt oog het zien, zooals het in dit Sacrament is.3. De heiligen zullen bij de verrijzenis “aan de engelen gelijk” zijn, zoals gezegd wordt bij Lukas (20, 36). Welnu, de engelen zien het Lichaam van Christus, zoals het in dit Sacrament is, want men vindt zelfs, dat duivels dit Sacrament eer bewijzen en vrezen. Op gelijke wijze dus kan het verheerlijkt oog het zien, zoals het in dit Sacrament is.

Sed contra, nihil idem existens potest simul ab eodem videri in diversis speciebus. Sed oculus glorificatus semper videt Christum prout est in sua specie; secundum illud Isa. 33. [v. 17] : « Regem in decore suo videbunt ». Ergo videtur quod non videat Christum prout est sub specie hujus sacramenti.

Daartegenover staat echter dat een en hetzelfde ding niet tegelijkertijd door denzelfden gezien kan worden onder verschillende gedaanten. Nu ziet het verheerlijkt oog voortdurend Christus, zooals Hij in eigen gedaante is: volgens het woord van Isaïas (33. 17) : « Zij zullen den Koning in Zijn glorie zien ». Dus schijnt het Christus niet te zien, zooals Hij onder de gedaante van dit Sacrament is.Daartegenover staat echter dat een en hetzelfde ding niet tegelijkertijd door dezelfde gezien kan worden onder verschillende gedaanten. Nu ziet het verheerlijkt oog voortdurend Christus, zoals Hij in eigen gedaante is: volgens het woord van Jesaja (33, 17): “Zij zullen de Koning in Zijn glorie zien”. Dus schijnt het Christus niet te zien, zoals Hij onder de gedaante van dit Sacrament is.

131Respondeo dicendum quod duplex est oculus: scilicet corporalis, proprie dictus; et intellectualis, qui per similitudinem dicitur. A nullo autem oculo corporali corpus Christi potest videri prout est in hoc sacramento. Primo quidem, quia corpus visibile per sua accidentia immutat medium. Accidentia autem corporis Christi sunt in hoc sacramento mediante substantia: ita scilicet quod accidentia corporis Christi non habent immediatam habitudinem neque ad hoc sacramentum, neque ad corpora quae ipsum circumstant. Et ideo non possunt immutare medium, ut sic ab aliquo corporali oculo videri possint.

131Leerstelling. — Er is een dubbel oog: nl. het lichamelijke, het eigenlijk gezegde; en het verstandelijke, dat overdrachtelijk aldus wordt genoemd. Nu kan door geen enkel lichamelijk oog het Lichaam van Christus gezien worden, zooals het in dit Sacrament is. Vooreerst omdat een zichtbaar lichaam door zijn bijkomstigheden het midden verandert. De bijkomstigheden echter van het Lichaam van Christus zijn in dit Sacrament door tusschenkomst van de zelfstandigheid: zóó dat de bijkomstigheden van het Lichaam van Christus geen onmiddellijke betrekking hebben noch met dit Sacrament noch met de omringende lichamen. En derhalve kunnen zij het midden niet veranderen, opdat zij zóó door eenig lichamelijk oog zouden kunnen worden gezien.131Leerstelling. — Er is een dubbel oog: nl. het lichamelijke, het eigenlijk gezegde; en het verstandelijke, dat overdrachtelijk aldus wordt genoemd. Nu kan door geen enkel lichamelijk oog het Lichaam van Christus gezien worden, zoals het in dit Sacrament is. Vooreerst omdat een zichtbaar lichaam door zijn bijkomstigheden het midden verandert. De bijkomstigheden echter van het Lichaam van Christus zijn in dit Sacrament door tussenkomst van de zelfstandigheid: zó dat de bijkomstigheden van het Lichaam van Christus geen onmiddellijke betrekking hebben noch met dit Sacrament noch met de omringende lichamen. En derhalve kunnen zij het midden niet veranderen, opdat zij zó door enig lichamelijk oog zouden kunnen worden gezien.

Secundo, quia, sicut supra dictum est [art. 1. ad 3; art. 3.], corpus Christi est in hoc sacramento per modum substantiae. Substantia autem, inquantum hujusmodi, non est visibilis oculo corporali, neque subjacet alicui sensui, sed nec etiam imaginationi, sed soli intellectui, cujus objectum est « quod quid est », ut dicitur in 3. de Anima [cap. 6. n. 7.]. Et ideo, proprie loquendo, corpus Christi secundum modum essendi quem habet in hoc sacramento, neque sensu, neque imaginatione perceptibile est: sed solo 132intellectu, qui dicitur oculus spiritualis.

Ten tweede omdat, gelijk boven gezegd is (1e Art. 3e Antw.; 3e Art.), het Lichaam van Christus in dit Sacrament is op de wijze van de zelfstandigheid. De zelfstandigheid nu is als zoodanig niet zichtbaar voor een lichamelijk oog, zij valt niet onder eenig zintuig, noch onder de verbeelding, maar alleen onder het verstand, waarvan het voorwerp is « het wat iets is », gelijk gezegd wordt in De Anima. Daarom is, eigenlijk gesproken, het Lichaam van Christus, volgens de zijnswijze, die het in dit Sacrament heeft, noch voor het zintuig noch voor de verbeelding waarneembaar: maar alleen voor het verstand, dat het geestelijk oog 132genoemd wordt.Ten tweede omdat, gelijk boven gezegd is (1e Art. 3e Antw.; 3e Art.), het Lichaam van Christus in dit Sacrament is op de wijze van de zelfstandigheid. De zelfstandigheid nu is als zodanig niet zichtbaar voor een lichamelijk oog, zij valt niet onder enig zintuig, noch onder de verbeelding, maar alleen onder het verstand, waarvan het voorwerp is “het wat iets is”, gelijk gezegd wordt in De Anima. Daarom is, eigenlijk gesproken, het Lichaam van Christus, volgens de zijnswijze, die het in dit Sacrament heeft, noch voor het zintuig noch voor de verbeelding waarneembaar: maar alleen voor het verstand, dat het geestelijk oog 132genoemd wordt.

Percipitur autem diversimode a diversis intellectibus. Quia enim modus essendi, quo Christus est in hoc sacramento, est penitus supernaturalis, a supernaturali intellectu, scilicet divino, secundum se visibilis est: et per consequens ab intellectu beato vel angeli vel hominis, qui secundum participatam claritatem divini intellectus videt ea quae supernaturalia sunt, per visionem divinae essentiae. Ab intellectu autem hominis viatoris non potest conspici nisi per fidem: sicut et caetera supernaturalia. Sed nec etiam intellectus angelicus, secundum sua naturalia, sufficit ad hoc intuendum. Unde daemones non possunt videre per intellectum Christum in hoc sacramento, nisi per fidem: cui non voluntarie1 assentiunt, sed ad eam evidentia signorum convincuntur, prout dicitur Jac. 2. [v. 19] quod « daemones credunt et contremiscunt ».

Het wordt echter op verschillende wijze door de verschillende verstanden waargenomen. Omdat immers de zijnswijze, waarop Christus in dit Sacrament is, volstrekt bovennatuurlijk is, is Hij door een bovennatuurlijk verstand nl. het goddelijke in Zich zichtbaar: en gevolgelijk ook zoo door het gezaligd verstand van een engel of mensch, die krachtens een deelname aan de scherpte van het goddelijk verstand het bovennatuurlijke ziet door het gezicht van de goddelijke wezenheid. Door het verstand echter van den mensch op aarde kan Hij alleen maar gezien worden door het geloof zooals ook het overige bovennatuurlijke. Zelfs het engelenverstand is volgens zijn natuurlijke krachten niet voldoende om dit te aanschouwen. Daarom kunnen de duivels met hun verstand Christus in dit Sacrament niet zien tenzij door het geloof, waaraan zij niet vrijwillig toegeven, maar waartoe zij overtuigd worden door de klaarblijkelijkheid van de teekenen, zooals gezegd wordt in den Brief van Jacobus (2. 19), dat « de duivels gelooven en beven ».Het wordt echter op verschillende wijze door de verschillende verstanden waargenomen. Omdat immers de zijnswijze, waarop Christus in dit Sacrament is, volstrekt bovennatuurlijk is, is Hij door een bovennatuurlijk verstand nl. het goddelijke in Zich zichtbaar: en gevolgelijk ook zo door het gezaligd verstand van een engel of mens, die krachtens een deelname aan de scherpte van het goddelijk verstand het bovennatuurlijke ziet door het gezicht van de goddelijke wezenheid. Door het verstand echter van de mens op aarde kan Hij alleen maar gezien worden door het geloof zoals ook het overige bovennatuurlijke. Zelfs het engelenverstand is volgens zijn natuurlijke krachten niet voldoende om dit te aanschouwen. Daarom kunnen de duivels met hun verstand Christus in dit Sacrament niet zien tenzij door het geloof, waaraan zij niet vrijwillig toegeven, maar waartoe zij overtuigd worden door de klaarblijkelijkheid van de tekenen, zoals gezegd wordt in de Brief van Jacobus (2, 19), dat “de duivels geloven en beven”.

↑ bedenking 1

Ad primum ergo dicendum quod oculus noster corporeus per species 133sacramentales impeditur a visione corporis Christi sub eis existentis, non solum per modum tegumenti, sicut impedimur videre id quod est velatum quocumque corporali velamine: sed quia corpus Christi non habet habitudinem ad medium quod circumstat hoc sacramentum mediantibus propriis accidentibus, sed mediantibus speciebus sacramentalibus.

Antwoord op de Bedenkingen. — 1. Ons lichamelijk 133oog wordt door de sacramenteele gedaanten verhinderd het eronder tegenwoordige Lichaam van Christus te zien, niet alleen als door een bedekking, zooals wij verhinderd worden te zien alwat door eenig lichamelijk omhulsel is bedekt, maar omdat het Lichaam van Christus tot het midden, dat dit Sacrament omringt, geen betrekking heeft door tusschenkomst van de eigen bijkomstigheden maar door tusschenkomst van de sacramenteele gedaanten.Antwoord op de Bedenkingen. — 1. Ons lichamelijk 133oog wordt door de sacramentele gedaanten verhinderd het eronder tegenwoordige Lichaam van Christus te zien, niet alleen als door een bedekking, zoals wij verhinderd worden te zien alwat door enig lichamelijk omhulsel is bedekt, maar omdat het Lichaam van Christus tot het midden, dat dit Sacrament omringt, geen betrekking heeft door tussenkomst van de eigen bijkomstigheden maar door tussenkomst van de sacramentele gedaanten.

↑ bedenking 2

Ad secundum dicendum quod oculus corporalis Christi videt seipsum sub sacramento existentem: non tamen potest videre ipsum modum essendi quo est sub sacramento, quod pertinet ad solum intellectum. Nec tamen est simile de alio oculo glorioso: quia etiam ipse oculus Christi est sub hoc sacramento; in quo non conformatur ei alius oculus gloriosus.

2. Het lichamelijk oog van Christus ziet zichzelf in dit Sacrament tegenwoordig: maar het kan niet de wijze van zijn zien, waarop het in dit Sacrament is: dat hoort bij het verstand. Een ander verheerlijkt oog staat hier echter niet mee gelijk: want het oog van Christus is zelf ook in dit Sacrament, iets, waarin een ander verheerlijkt oog er niet aan gelijkvormig is.

↑ bedenking 3

Ad tertium dicendum quod angelus bonus vel malus non potest aliquid videre oculo corporeo, sed solum oculo intellectuali. Unde non est similis ratio, ut ex dictis patet [in corp.].

3. De goede of kwade engel kan niet iets zien met een lichamelijk oog maar alleen met een verstandelijk oog. Dus gaat de vergelijking niet op, zooals uit het gezegde (in de Leerst.) blijkt.3. De goede of kwade engel kan niet iets zien met een lichamelijk oog maar alleen met een verstandelijk oog. Dus gaat de vergelijking niet op, zoals uit het gezegde (in de Leerst.) blijkt.

Articulus VIII

Utrum quando in hoc sacramento apparet miraculose caro vel puer, sit ibi vere corpus Christi

[4. Dist. 10. art. 3. qla. 2; De Ven. Sacr. Alt. serm. 11.]
VIIIe Artikel

Wanneer in dit Sacrament op wonderbare wijze vleesch of een kind verschijnt, is er dan het waarachtig Lichaam van Christus?Wanneer in dit Sacrament op wonderbare wijze vlees of een kind verschijnt, is er dan het waarachtig Lichaam van Christus?

antwoord 1 ↓

134Ad octavum sic proceditur. Videtur quod, quando in hoc sacramento miraculose apparet caro vel puer, non sit ibi vere corpus Christi. Corpus enim Christi desinit esse sub hoc sacramento, quando desinunt esse species sacramentales, ut dictum est [art. 6.]. Sed quando apparet caro vel puer, desinunt esse species sacramentales. Ergo non est ibi vere corpus Christi.

134Bedenkingen. — Men beweert, dat, wanneer in dit Sacrament op wonderbare wijze vleesch of een kind verschijnt, er niet het waarachtig Lichaam van Christus is. — 1. Het Lichaam van Christus houdt immers in dit Sacrament op, wanneer de sacramenteele gedaanten ophouden, zooals gezegd is (6e Art.). Welnu, wanneer vleesch of een kind verschijnt, houden de sacramenteele gedaanten op. Dus is er dan niet het waarachtig Lichaam van Christus.134Bedenkingen. — Men beweert, dat, wanneer in dit Sacrament op wonderbare wijze vlees of een kind verschijnt, er niet het waarachtig Lichaam van Christus is. — 1. Het Lichaam van Christus houdt immers in dit Sacrament op, wanneer de sacramentele gedaanten ophouden, zoals gezegd is (6e Art.). Welnu, wanneer vlees of een kind verschijnt, houden de sacramentele gedaanten op. Dus is er dan niet het waarachtig Lichaam van Christus.

antwoord 2 ↓

2. Praeterea, ubicumque est corpus Christi, vel est ibi sub specie propria, vel sub specie sacramenti. Sed quando tales apparitiones fiunt, manifestum est quod non est ibi Christus sub specie propria: quia in hoc sacramento totus Christus continetur, qui permanet integer in forma qua ascendit in coelum; cum tamen id quod miraculose apparet in hoc sacramento, 135quandoque videatur ut quaedam parva caro, quandoque autem ut parvus puer, Manifestum est etiam quod non est ibi sub specie sacramenti, quae est species panis vel vini. Ergo videtur quod corpus Christi nullo modo sit ibi.

2. Telkens als het Lichaam van Christus ergens is, is het er ofwel in eigen gedaante ofwel onder de gedaante van het Sacrament. Wanneer nu dergelijke verschijningen plaats hebben, is het duidelijk, dat Christus daar niet is in eigen gedaante: in dit Sacrament toch wordt de heele Christus vervat, die ongeschonden blijft in den vorm, waarin Hij ten hemel is gestegen, terwijl datgene wat op wonderbare wijze in dit Sacrament verschijnt nu eens als een weinig vleesch, dan weer als een klein kind gezien 135wordt. Het is ook duidelijk, dat Hij er niet is onder de gedaante van het Sacrament, welke de gedaante is van brood en wijn. Dus schijnt het Lichaam van Christus er volstrekt niet te zijn.2. Telkens als het Lichaam van Christus ergens is, is het er ofwel in eigen gedaante ofwel onder de gedaante van het Sacrament. Wanneer nu dergelijke verschijningen plaats hebben, is het duidelijk, dat Christus daar niet is in eigen gedaante: in dit Sacrament toch wordt de hele Christus vervat, die ongeschonden blijft in de vorm, waarin Hij ten hemel is gestegen, terwijl datgene wat op wonderbare wijze in dit Sacrament verschijnt nu eens als een weinig vlees, dan weer als een klein kind gezien 135wordt. Het is ook duidelijk, dat Hij er niet is onder de gedaante van het Sacrament, welke de gedaante is van brood en wijn. Dus schijnt het Lichaam van Christus er volstrekt niet te zijn.

antwoord 3 ↓

3. Praeterea, corpus Christi incipit esse in hoc sacramento per consecrationem et conversionem, ut supra dictum est [art. 1 ; q. 75. art. 2 sqq.]. Sed caro et sanguis miraculose apparens non sunt consecrata nec conversa in verum corpus et sanguinem Christi. Non ergo sub his speciebus est corpus vel sanguis Christi.

3. Het Lichaam van Christus begint in dit Sacrament tegenwoordig te zijn door de consecratie en de verandering, zooals boven gezegd is (1e Art.; 75e Kw. 2e Art. vv.). Het op wonderbare wijze verschijnende vleesch of bloed is evenwel niet geconsecreerd noch veranderd in het waarachtig Lichaam en Bloed van Christus. Dus is het Lichaam of Bloed van Christus niet onder deze gedaanten.3. Het Lichaam van Christus begint in dit Sacrament tegenwoordig te zijn door de consecratie en de verandering, zoals boven gezegd is (1e Art.; 75e Kw. 2e Art. vv.). Het op wonderbare wijze verschijnende vlees of bloed is evenwel niet geconsecreerd noch veranderd in het waarachtig Lichaam en Bloed van Christus. Dus is het Lichaam of Bloed van Christus niet onder deze gedaanten.

Sed contra est quod, tali apparitione facta, eadem reverentia exhibetur ei quod apparet, quae etiam primo exhibebatur. Quod quidem non fieret, si vere non esset ibi Christus, cui reverentiam latriae exhibemus. Ergo etiam tali apparitione facta, Christus est sub hoc sacramento.

Daartegenover staat echter, dat na zoo'n verschijning dezelfde eerbied aan het verschenene wordt bewezen, als eerst werd bewezen. Dit echter zou niet gebeuren, indien Christus, aan wien wij goddelijke eer bewijzen, daar niet in waarheid was. Dus is Christus in dit Sacrament ook na zoo'n verschijning.Daartegenover staat echter, dat na zo'n verschijning dezelfde eerbied aan het verschenene wordt bewezen, als eerst werd bewezen. Dit echter zou niet gebeuren, indien Christus, aan wie wij goddelijke eer bewijzen, daar niet in waarheid was. Dus is Christus in dit Sacrament ook na zo'n verschijning.

Respondeo dicendum quod dupliciter contingit talis apparitio, qua quandoque in hoc sacramento miraculose videtur caro aut sanguis, aut etiam aliquis puer. Quandoque enim hoc contingit ex parte videntium, quorum oculi 136immutantur tali immutatione, ac si expresse viderent exterius carnem vel sanguinem vel puerum, nulla tamen immutatione facta ex parte sacramenti. Et hoc quidem videtur contingere, quando uni videtur sub specie carnis vel pueri, aliis tamen videtur, sicut et prius, sub specie panis; vel quando eidem ad horam videtur sub specie carnis vel pueri, et postmodum sub specie panis. Nec hoc tamen pertinet ad aliquam deceptionem, sicut accidit in magorum praestigiis: quia talis species divinitus formatur in oculo ad aliquam veritatem figurandam, ad hoc scilicet quod manifestetur vere corpus Christi esse sub hoc sacramento; sicut etiam Christus absque deceptione apparuit discipulis euntibus in Emmaus. Dicit enim Augustinus in lib. 2. de Quaest. Evang. [q. ult.] quod « cum fictio nostra refertur ad aliquam significationem, non est mendacium, sed aliqua figura veritatis ». Et quia per hunc modum nulla immutatio fit ex parte sacramenti, manifestum est quod non desinit Christus esse sub hoc sacramento, tali apparitione facta.

Leerstelling. — Op twee manieren gebeurt een dergelijke verschijning, waardoor soms in dit Sacrament op wonderbare wijze vleesch of bloed of ook een kind wordt gezien. Soms toch gebeurt dan iets bij de toeschouwers, wier oogen zóó veranderd 136worden, als zagen zij in de buitenwereld duidelijk bloed of een kind, hoewel er heelemaal geen verandering plaats heeft in het Sacrament. En dat schijnt het geval te zijn, wanneer de een het ziet onder de gedaante van vleesch of van een kind, terwijl de anderen het zien onder de gedaante van brood zooals eerst; of wanneer dezelfde persoon het een oogenblik onder de gedaante van vleesch of van een kind ziet en daarna onder de gedaante van brood. Dit heeft niets uit te staan met bedrog, zooals optreedt bij de kunsten van toovenaars: zulk een beeld immers wordt van Godswege in het oog gevormd om een waarheid uit te beelden, opdat nl. moge blijken, dat het waarachtig Lichaam van Christus in dit Sacrament tegenwoordig is, zooals Christus ook zonder bedrog aan de leerlingen, die naar Emmaus gingen, is verschenen. Want Augustinus zegt, dat « wanneer ons veinzen op een of andere beteekenis doelt, het geen leugen is maar een beeld van de waarheid ». En omdat op deze wijze geen enkele verandering plaats grijpt aan den kant van het Sacrament, is het duidelijk, dat na zoo'n verschijning Christus niet ophoudt in dit Sacrament tegenwoordig te zijn.Leerstelling. — Op twee manieren gebeurt een dergelijke verschijning, waardoor soms in dit Sacrament op wonderbare wijze vlees of bloed of ook een kind wordt gezien. Soms toch gebeurt dan iets bij de toeschouwers, wier ogen zó veranderd 136worden, als zagen zij in de buitenwereld duidelijk bloed of een kind, hoewel er helemaal geen verandering plaats heeft in het Sacrament. En dat schijnt het geval te zijn, wanneer de een het ziet onder de gedaante van vlees of van een kind, terwijl de anderen het zien onder de gedaante van brood zoals eerst; of wanneer dezelfde persoon het een ogenblik onder de gedaante van vlees of van een kind ziet en daarna onder de gedaante van brood. Dit heeft niets uit te staan met bedrog, zoals optreedt bij de kunsten van tovenaars: zulk een beeld immers wordt van Godswege in het oog gevormd om een waarheid uit te beelden, opdat nl. moge blijken, dat het waarachtig Lichaam van Christus in dit Sacrament tegenwoordig is, zoals Christus ook zonder bedrog aan de leerlingen, die naar Emmaus gingen, is verschenen. Want Augustinus zegt, dat “wanneer ons veinzen op een of andere betekenis doelt, het geen leugen is maar een beeld van de waarheid”. En omdat op deze wijze geen enkele verandering plaats grijpt aan de kant van het Sacrament, is het duidelijk, dat na zo'n verschijning Christus niet ophoudt in dit Sacrament tegenwoordig te zijn.

Quandoque vero contingit talis apparitio non per solam immutationem videntium, sed specie quae videtur realiter exterius existente. Et hoc quidem 137videtur esse quando sub tali specie ab omnibus videtur; et non ad horam, sed per longum tempus ita permanet. Et in hoc casu quidam dicunt quod est propria species corporis Christi. Nec obstat quod quandoque non videtur ibi totus Christus, sed aliqua pars carnis; vel etiam videtur non in specie juvenili, sed in effigie puerili: quia in potestate corporis gloriosi est quod videatur ab oculo non glorificato vel secundum totum vel secundum partem, et in effigie vel propria vel aliena, ut infra dicetur [Suppl. q. 85. art. 2. ad 3; art 3.].

Soms echter gebeurt zoo'n verschijning, niet eenvoudig door een verandering in de toeschouwers, maar zóó dat de gedaante, welke gezien wordt, werkelijk in de buitenwereld bestaat. En 137dit schijnt het geval te zijn, wanneer zij onder die gedaante door allen wordt gezien en niet een oogenblik maar langen tijd zoo voortduurt. En in dit geval zeggen sommigen, dat het de eigen gedaante van het Lichaam van Christus is. Het geeft geen moeilijkheid, dat er soms niet de heele Christus wordt gezien, maar een stuk van Zijn Vleesch of dat Hij niet in de gedaante van een jongen man maar in het uiterlijk van een kind wordt gezien: het is immers in de macht van een verheerlijkt lichaam, zooals later gezegd zal worden (Suppl. 85e Kw. 2e Art. 3e Antw.; 3e Art.), om door een niet verheerlijkt oog ofwel in zijn geheel ofwel naar een deel en in zijn eigen of in een vreemde gedaante gezien te worden.Soms echter gebeurt zo'n verschijning, niet eenvoudig door een verandering in de toeschouwers, maar zó dat de gedaante, welke gezien wordt, werkelijk in de buitenwereld bestaat. En 137dit schijnt het geval te zijn, wanneer zij onder die gedaante door allen wordt gezien en niet een ogenblik maar langen tijd zo voortduurt. En in dit geval zeggen sommigen, dat het de eigen gedaante van het Lichaam van Christus is. Het geeft geen moeilijkheid, dat er soms niet de hele Christus wordt gezien, maar een stuk van Zijn Vlees of dat Hij niet in de gedaante van een jongen man maar in het uiterlijk van een kind wordt gezien: het is immers in de macht van een verheerlijkt lichaam, zoals later gezegd zal worden (Suppl. 85e Kw. 2e Art. 3e Antw.; 3e Art.), om door een niet verheerlijkt oog ofwel in zijn geheel ofwel naar een deel en in zijn eigen of in een vreemde gedaante gezien te worden.

Sed hoc videtur esse inconveniens. Primo quidem, quia corpus Christi non potest in propria specie videri, nisi in uno loco, in quo definitive continetur. Unde, cum videatur in propria specie et adoretur in coelis, sub propria specie non videtur in hoc sacramento. Secundo, quia corpus gloriosum quod apparet ut vult, post apparitionem cum voluerit disparet; sicut dicitur Luc. ult. [v. 31] quod Dominus « ex oculis discipulorum evanuit ». Hoc autem quod sub specie carnis in hoc sacramento apparet, diu permanet: quinimo legitur quandoque esse inclusum, et multorum episcoporum consilio in pyxide 138reservatum; quod nefas esset de Christo sentire secundum propriam speciem.

Maar dit is niet aannemelijk. Vooreerst omdat het Lichaam van Christus in eigen gedaante alleen maar in één plaats gezien kan worden, waar het op uitsluitende wijze is vervat. Daar het derhalve in eigen gedaante gezien en aanbeden wordt in den hemel, wordt het niet in eigen gedaante in dit Sacrament gezien. — Ten tweede omdat een verheerlijkt lichaam, dat verschijnt naar willekeur, na de verschijning naar willekeur verdwijnt: zooals gezegd wordt in Lucas (24. 31), dat de Heer « uit de oogen der leerlingen verdween ». Wat echter in dit Sacrament onder de gedaante van Vleesch verschijnt, blijft langen tijd, ja men 138leest soms, dat het is opgesloten en volgens de uitspraak van een groot aantal bisschoppen in de pixis is bewaard, en het zou schandelijk zijn dit te denken van Christus in eigen gedaante.Maar dit is niet aannemelijk. Vooreerst omdat het Lichaam van Christus in eigen gedaante alleen maar in één plaats gezien kan worden, waar het op uitsluitende wijze is vervat. Daar het derhalve in eigen gedaante gezien en aanbeden wordt in de hemel, wordt het niet in eigen gedaante in dit Sacrament gezien. — Ten tweede omdat een verheerlijkt lichaam, dat verschijnt naar willekeur, na de verschijning naar willekeur verdwijnt: zoals gezegd wordt in Lukas (24, 31), dat de Heer “uit de ogen van de leerlingen verdween”. Wat echter in dit Sacrament onder de gedaante van Vlees verschijnt, blijft langen tijd, ja men 138leest soms, dat het is opgesloten en volgens de uitspraak van een groot aantal bisschoppen in de pixis is bewaard, en het zou schandelijk zijn dit te denken van Christus in eigen gedaante.

Et ideo dicendum est quod, manentibus dimensionibus quae prius fuerant, fit miraculose quaedam immutatio circa alia accidentia, puta figuram et colorem et alia hujusmodi, ut videatur caro vel sanguis aut etiam puer. Et, sicut prius dictum est, hoc non est deceptio: quia fit in figuram cujusdam veritatis, scilicet ad ostendendum per hanc miraculosam apparitionem quod in sacramento est vere corpus et sanguis Christi. Et sic patet quod, remanentibus dimensionibus, quae sunt fundamenta aliorum accidentium, ut infra dicetur [q. seq. art. 2.], remanet vere corpus Christi in hoc sacramento.

Daarom moet men zeggen, dat met voortduring van de eerst aanwezige afmetingen er op wonderbare wijze een verandering plaats heeft in de andere bijkomstigheden b.v. in den uiterlijken vorm en in de kleur e. d., zóó dat vleesch of bloed of ook een kind gezien wordt. En evenals boven gezegd is, is dit geen bedrog: want het gebeurt « tot uitbeelding van een waarheid » om nl. door deze wonderbare verschijning aan te toonen, dat in dit Sacrament het waarachtig Lichaam en Bloed van Christus is. En zoo blijkt dat, aangezien de afmetingen, die de ondergrond van de andere bijkomstigheden zijn, zooals later zal worden gezegd (77e Kw. 2e Art.), blijven, ook het waarachtig Lichaam van Christus in dit Sacrament blijft.Daarom moet men zeggen, dat met voortduring van de eerst aanwezige afmetingen er op wonderbare wijze een verandering plaats heeft in de andere bijkomstigheden bv. in de uiterlijke vorm en in de kleur e. d., zó dat vlees of bloed of ook een kind gezien wordt. En evenals boven gezegd is, is dit geen bedrog: want het gebeurt “tot uitbeelding van een waarheid” om nl. door deze wonderbare verschijning aan te tonen, dat in dit Sacrament het waarachtig Lichaam en Bloed van Christus is. En zo blijkt dat, aangezien de afmetingen, die de ondergrond van de andere bijkomstigheden zijn, zoals later zal worden gezegd (77e Kw. 2e Art.), blijven, ook het waarachtig Lichaam van Christus in dit Sacrament blijft.

↑ bedenking 1

Ad primum ergo dicendum quod, facta tali apparitione, species sacramentales quandoque quidem totaliter remanent in seipsis, quandoque autem secundum id quod est principale in eis, ut dictum est [in corp.].

Antwoord op de Bedenkingen. — 1. Na zoo'n verschijning blijven soms de sacramenteele gedaanten heelemaal gelijk, soms blijven zij gelijk naar wat het voornaamste in haar is, zooals gezegd is (in de Leerst.).Antwoord op de Bedenkingen. — 1. Na zo'n verschijning blijven soms de sacramentele gedaanten helemaal gelijk, soms blijven zij gelijk naar wat het voornaamste in haar is, zoals gezegd is (in de Leerst.).

↑ bedenking 2

Ad secundum dicendum quod in hujusmodi apparitionibus, sicut dictum est [ibid], non videtur propria species Christi sed species miraculose 139formata vel in oculis intuentium, vel etiam in ipsis sacramentalibus dimensionibus, ut dictum est [ibid.].

2. Zooals gezegd is (t.a.p.), wordt bij dergelijke verschijningen de eigen gedaante van Christus niet gezien, maar veeleer een 139op wonderbare wijze in de oogen der toeschouwers of in de sacramenteele gedaanten zelf gevormd beeld, zooals gezegd is (t.a.p.).2. Zoals gezegd is (t.a.p.), wordt bij dergelijke verschijningen de eigen gedaante van Christus niet gezien, maar veeleer een 139op wonderbare wijze in de ogen van de toeschouwers of in de sacramentele gedaanten zelf gevormd beeld, zoals gezegd is (t.a.p.).

↑ bedenking 3

Ad tertium dicendum quod dimensiones panis et vini consecrati manent, immutatione circa eas miraculose facta quantum ad alia accidentia, ut dictum est [ibid.].

3. De afmetingen van het geconsecreerde brood en den geconsecreerden wijn blijven, terwijl er ter harer opzichte op wonderbare wijze een verandering plaats heeft wat de andere bijkomstigheden betreft, zooals gezegd is (t.a.p.).3. De afmetingen van het geconsecreerde brood en de geconsecreerde wijn blijven, terwijl er ter van haar opzichte op wonderbare wijze een verandering plaats heeft wat de andere bijkomstigheden betreft, zoals gezegd is (t.a.p.).