Prima Pars
- De gewijde leer (Kw. 1)
- De eenheid van Gods wezenheid (Kw. 2–26)
- Of God bestaat (Kw. 2)
- Hoe God niet is (Kw. 3–11)
- Kw. 3 Over Gods enkelvoudigheid
- Kw. 4 Over Gods volmaaktheid
- Kw. 5 Over het goede in het algemeen
- Kw. 6 Over Gods goed-zijn
- Kw. 7 Over de oneindigheid van God
- Kw. 8 Over Gods tegenwoordigheid in de schepping
- Kw. 9 Over de onveranderlijkheid van God
- Kw. 10 Over de eeuwigheid van God
- Kw. 11 Over de eenheid van God
- Hoe wij God kennen en noemen (Kw. 12–13)
- De kennis van God (Kw. 14–18)
- De wil van God (Kw. 19–24)
- De macht van God (Kw. 25)
- Het geluk van God (Kw. 26)
- De drievuldigheid van Personen in God (Kw. 27–43)
- De voortkomst van de goddelijke Personen (Kw. 27)
- De goddelijke betrekkingen (Kw. 28)
- De goddelijke Personen (Kw. 29–43)
- Kw. 29 Over de goddelijke personen
- Kw. 30 Over de veelheid van de personen in God
- Kw. 31 Over hetgeen behoort tot de eenheid en de veelheid in het goddelijke
- Kw. 32 Over onze kennis van de goddelijke personen
- Kw. 33 Over den persoon van den VaderOver de persoon van de Vader
- Kw. 34 Over den persoon van den ZoonOver de persoon van de Zoon
- Kw. 35 Over de benaming « Beeld van den Vader »Over de benaming “Beeld van de Vader”
- Kw. 36 Over den Heiligen GeestOver de Heilige Geest
- Kw. 37 Over de benaming « Liefde » waarmede de Heilige Geest genoemd wordtOver de benaming “Liefde” waarmede de Heilige Geest genoemd wordt
- Kw. 38 Over de benaming « Gave » waarmede de Heilige Geest wordt aangeduidOver de benaming “Gave” waarmede de Heilige Geest wordt aangeduid
- Kw. 39 Over de personen in verband met de wezenheid
- Kw. 40 Over de personen in vergelijking met de betrekkingen of eigenschappen
- Kw. 41 Over de personen beschouwd in verband met de kenmerkende daden
- Kw. 42 Over de gelijkheid en de gelijkenis der goddelijke personen onderlingOver de gelijkheid en de gelijkenis van de goddelijke personen onderling
- Kw. 43 Over de zending van de goddelijke personen
- De voortkomst der schepselenDe voortkomst van de schepselen (Kw. 44–119)
- De voortbrenging der schepselenDe voortbrenging van de schepselen (Kw. 44–46)
- Het onderscheid der dingenHet onderscheid van de dingen (Kw. 47–102)
- Het onderscheid der dingen in het algemeenHet onderscheid van de dingen in het algemeen (Kw. 47)
- Het onderscheid van goed en kwaad (Kw. 48–49)
- De engelen (Kw. 50–64)
- Het lichamelijk schepsel (Kw. 65–74)
- De natuur van den menschDe natuur van de mens (Kw. 75–89)
- De eerste voortbrenging van den menschDe eerste voortbrenging van de mens (Kw. 90–102)
- Het heelalbestuur (Kw. 103–119)
- Het heelalbestuur in het algemeen (Kw. 103)
- Behoud en verandering der schepselen door GodBehoud en verandering van de schepselen door God (Kw. 104–105)
- Hoe de engelen andere schepselen beïnvloeden (Kw. 106–114)
- Kw. 106 Hoe het eene schepsel het andere beïnvloedtHoe het ene schepsel het andere beïnvloedt
- Kw. 107 De gesprekken der engelenDe gesprekken van de engelen
- Kw. 108 De rangorde der engelen naar hiërarchieën en korenDe rangorde van de engelen naar hiërarchieën en koren
- Kw. 109 De rangorde der slechte engelenDe rangorde van de slechte engelen
- Kw. 110 Het beheer der engelen van de stoffelijke scheppingHet beheer van de engelen van de stoffelijke schepping
- Kw. 111 De inwerking der engelen op de menschenDe inwerking van de engelen op de mensen
- Kw. 112 De zending der engelenDe zending van de engelen
- Kw. 113 De engelenbewaarders
- Kw. 114 De aanvallen des duivelsDe aanvallen van de duivel
- De werking van het lichamelijk schepsel (Kw. 115–116)
- De werking des menschenDe werking van de mens (Kw. 117–119)