Theologische SummaSumma · ISumma · II

Prima Pars

Proloog

  1. De gewijde leer (Kw. 1)
    1. Kw. 1 Over de gewijde leer : wat zij is en wat zij bevatOver de gewijde leer: wat zij is en wat zij bevat
  2. De eenheid van Gods wezenheid (Kw. 2–26)
    1. Of God bestaat (Kw. 2)
      1. Kw. 2 Over God, of Hij bestaat
    2. Hoe God niet is (Kw. 3–11)
      1. Kw. 3 Over Gods enkelvoudigheid
      2. Kw. 4 Over Gods volmaaktheid
      3. Kw. 5 Over het goede in het algemeen
      4. Kw. 6 Over Gods goed-zijn
      5. Kw. 7 Over de oneindigheid van God
      6. Kw. 8 Over Gods tegenwoordigheid in de schepping
      7. Kw. 9 Over de onveranderlijkheid van God
      8. Kw. 10 Over de eeuwigheid van God
      9. Kw. 11 Over de eenheid van God
    3. Hoe wij God kennen en noemen (Kw. 12–13)
      1. Kw. 12 Hoe wij God kennen
      2. Kw. 13 Over de goddelijke namen
    4. De kennis van God (Kw. 14–18)
      1. Kw. 14 Over de kennis van God
      2. Kw. 15 Over de ideeën
      3. Kw. 16 Over de waarheid
      4. Kw. 17 Over de valschheidOver de valsheid
      5. Kw. 18 Over het leven van God
    5. De wil van God (Kw. 19–24)
      1. Kw. 19 Over den wil van GodOver de wil van God
      2. Kw. 20 Over de liefde van God
      3. Kw. 21 Over Gods rechtvaardigheid en barmhartigheid
      4. Kw. 22 Over de voorzienigheid van God
      5. Kw. 23 Over de voorbestemming
      6. Kw. 24 Over het Boek des LevensOver het Boek van het Leven
    6. De macht van God (Kw. 25)
      1. Kw. 25 Over de macht van God
    7. Het geluk van God (Kw. 26)
      1. Kw. 26 Over het geluk van God
  3. De drievuldigheid van Personen in God (Kw. 27–43)
    1. De voortkomst van de goddelijke Personen (Kw. 27)
      1. Kw. 27 Over de voortkomst van de goddelijke Personen
    2. De goddelijke betrekkingen (Kw. 28)
      1. Kw. 28 Over de goddelijke betrekkingen
    3. De goddelijke Personen (Kw. 29–43)
      1. Kw. 29 Over de goddelijke personen
      2. Kw. 30 Over de veelheid van de personen in God
      3. Kw. 31 Over hetgeen behoort tot de eenheid en de veelheid in het goddelijke
      4. Kw. 32 Over onze kennis van de goddelijke personen
      5. Kw. 33 Over den persoon van den VaderOver de persoon van de Vader
      6. Kw. 34 Over den persoon van den ZoonOver de persoon van de Zoon
      7. Kw. 35 Over de benaming « Beeld van den Vader »Over de benaming “Beeld van de Vader”
      8. Kw. 36 Over den Heiligen GeestOver de Heilige Geest
      9. Kw. 37 Over de benaming « Liefde » waarmede de Heilige Geest genoemd wordtOver de benaming “Liefde” waarmede de Heilige Geest genoemd wordt
      10. Kw. 38 Over de benaming « Gave » waarmede de Heilige Geest wordt aangeduidOver de benaming “Gave” waarmede de Heilige Geest wordt aangeduid
      11. Kw. 39 Over de personen in verband met de wezenheid
      12. Kw. 40 Over de personen in vergelijking met de betrekkingen of eigenschappen
      13. Kw. 41 Over de personen beschouwd in verband met de kenmerkende daden
      14. Kw. 42 Over de gelijkheid en de gelijkenis der goddelijke personen onderlingOver de gelijkheid en de gelijkenis van de goddelijke personen onderling
      15. Kw. 43 Over de zending van de goddelijke personen
  4. De voortkomst der schepselenDe voortkomst van de schepselen (Kw. 44–119)
    1. De voortbrenging der schepselenDe voortbrenging van de schepselen (Kw. 44–46)
    2. Het onderscheid der dingenHet onderscheid van de dingen (Kw. 47–102)
      1. Het onderscheid der dingen in het algemeenHet onderscheid van de dingen in het algemeen (Kw. 47)
      2. Het onderscheid van goed en kwaad (Kw. 48–49)
      3. De engelen (Kw. 50–64)
      4. Het lichamelijk schepsel (Kw. 65–74)
      5. De natuur van den menschDe natuur van de mens (Kw. 75–89)
      6. De eerste voortbrenging van den menschDe eerste voortbrenging van de mens (Kw. 90–102)
    3. Het heelalbestuur (Kw. 103–119)
      1. Het heelalbestuur in het algemeen (Kw. 103)
        1. Kw. 103 Het heelalbestuur in het algemeen
      2. Behoud en verandering der schepselen door GodBehoud en verandering van de schepselen door God (Kw. 104–105)
        1. Kw. 104 De gevolgen van het goddelijk wereldbestuur in het bijzonder
        2. Kw. 105 De verandering der schepselen door GodDe verandering van de schepselen door God
      3. Hoe de engelen andere schepselen beïnvloeden (Kw. 106–114)
        1. Kw. 106 Hoe het eene schepsel het andere beïnvloedtHoe het ene schepsel het andere beïnvloedt
        2. Kw. 107 De gesprekken der engelenDe gesprekken van de engelen
        3. Kw. 108 De rangorde der engelen naar hiërarchieën en korenDe rangorde van de engelen naar hiërarchieën en koren
        4. Kw. 109 De rangorde der slechte engelenDe rangorde van de slechte engelen
        5. Kw. 110 Het beheer der engelen van de stoffelijke scheppingHet beheer van de engelen van de stoffelijke schepping
        6. Kw. 111 De inwerking der engelen op de menschenDe inwerking van de engelen op de mensen
        7. Kw. 112 De zending der engelenDe zending van de engelen
        8. Kw. 113 De engelenbewaarders
        9. Kw. 114 De aanvallen des duivelsDe aanvallen van de duivel
      4. De werking van het lichamelijk schepsel (Kw. 115–116)
        1. Kw. 115 De werking van het lichamelijk schepsel
        2. Kw. 116 Het noodlot
      5. De werking des menschenDe werking van de mens (Kw. 117–119)
        1. Kw. 117 De werking des menschenDe werking van de mens
        2. Kw. 118 De oorsprong van den mensch uit den mensch wat de ziel aangaatDe oorsprong van de mens uit de mens wat de ziel aangaat
        3. Kw. 119 De lichamelijke voortplanting des menschenDe lichamelijke voortplanting van de mens