Theologische Summa · Prima Pars · Hoe de engelen andere schepselen beïnvloedenSumma · I · Hoe de engelen andere schepselen beïnvloedenSumma · I · Kw. 112Kw. 112
Quaestio CXII

De missione angelorum, in quatuor articulos divisa

Kwestie 112

De zending der engelenDe zending van de engelen

(Vier Artikelen)

202Deinde considerandum est de missione angelorum. Et circa hoc quaeruntur quatuor: 1. Utrum aliqui angeli mittantur in ministerium. — 2. Utrum omnes mittantur. — 3. Utrum illi, qui mittuntur, assistant. — 4. De quibus ordinibus mittantur.

202Nu moeten we de zending der engelen beschouwen. En hieromtrent stellen we vier vragen: 1. Worden sommige engelen ter bediening uitgezonden? 2. Worden allen gezonden? 3. Staan allen die gezonden worden voor God? 4. Uit welke koren worden ze gezonden?202Nu moeten we de zending van de engelen beschouwen. En hieromtrent stellen we vier vragen: 1. Worden sommige engelen ter bediening uitgezonden? 2. Worden allen gezonden? 3. Staan allen die gezonden worden voor God? 4. Uit welke koren worden ze gezonden?

Articulus I

Utrum angeli in ministerium mittantur

Ie Artikel

Worden sommige engelen ter bediening uitgezonden?

antwoord 1 ↓

Ad primum sic proceditur. Videtur quod angeli in ministerium non mittantur. Omnis enim missio est ad aliquem determinatum locum. Sed actiones intellectuales non determinant aliquem locum: quia intellectus abstrahit ab 203hic et nunc. Cum igitur actiones angelicae sint intellectuales, videtur quod angeli ad suas actiones agendas non mittantur.

Bedenkingen. — Men beweert, dat er geen engelen ter bediening worden uitgezonden. — 1. Iedere zending is immers naar een bepaalde plaats. Maar verstandswerkingen bepalen geen plaats, 203daar het verstand abstraheert van het hier en nu. Daar dus de werkingen der engelen verstandelijk zijn, schijnen de engelen niet gezonden te worden om hun werkingen uit te oefenen.Bedenkingen. — Men beweert, dat er geen engelen ter bediening worden uitgezonden. — 1. Iedere zending is immers naar een bepaalde plaats. Maar verstandswerkingen bepalen geen plaats, 203daar het verstand abstraheert van het hier en nu. Daar dus de werkingen van de engelen verstandelijk zijn, schijnen de engelen niet gezonden te worden om hun werkingen uit te oefenen.

antwoord 2 ↓

2. Praeterea, coelum empyreum est locus pertinens ad dignitatem angelorum. Si igitur ad nos mittantur in ministerium, videtur quod eorum dignitati aliquid depereat. Quod est inconveniens.

2. De vuurhemel is de plaats, die aan de waardigheid der engelen verschuldigd is: als ze dus ter bediening naar ons gezonden worden, schijnt er iets van hun waardigheid verloren te gaan. En dit is ongepast.2. De vuurhemel is de plaats, die aan de waardigheid van de engelen verschuldigd is: als ze dus ter bediening naar ons gezonden worden, schijnt er iets van hun waardigheid verloren te gaan. En dit is ongepast.

antwoord 3 ↓

3. Praeterea, exterior occupatio impedit sapientiae contemplationem: unde dicitur Eccli. 38. [v. 25]: « Qui minoratur actu, percipiet sapientiam ». Si igitur angeli aliqui mittuntur ad exteriora ministeria, videtur quod retardentur a contemplatione. Sed tota eorum beatitudo in contemplatione Dei consistit. Si ergo mitterentur, eorum beatitudo minueretur. Quod est inconveniens.

3. Uiterlijke bezigheid belet de contemplatie der waarheid; vandaar wordt in het Boek Ecclesiasticus (38. 25) gezegd: « Wie minder bezig is, zal wijsheid erlangen ». Als er dus engelen uitgezonden worden voor uiterlijke bedieningen, schijnen ze afgehouden te worden van de contemplatie. Maar geheel hun geluk bestaat in de contemplatie van God. Worden ze dus gezonden, dan vermindert hun geluk. Dat is onaannemelijk.3. Uiterlijke bezigheid belet de contemplatie van de waarheid; vandaar wordt in het Boek Sirach (38, 25) gezegd: “Wie minder bezig is, zal wijsheid erlangen”. Als er dus engelen uitgezonden worden voor uiterlijke bedieningen, schijnen ze afgehouden te worden van de contemplatie. Maar geheel hun geluk bestaat in de contemplatie van God. Worden ze dus gezonden, dan vermindert hun geluk. Dat is onaannemelijk.

antwoord 4 ↓

4. Praeterea, ministrare est inferioris: unde dicitur Luc. 22. [v. 27]: « Quis major est, qui recumbit, an ille qui ministrat? Nonne qui recumbit? » Sed angeli sunt majores nobis ordine naturae. Ergo non mittuntur in ministerium nostrum.

4. Bedienen is het werk van den mindere: waarom bij Lucas gezegd wordt (22. 27): « Wie is grooter: hij die aan tafel ligt, of hij die bedient? Is het niet hij, die aan tafel ligt? » Maar de engelen zijn in de natuurlijke orde hooger dan wij. Dus worden ze niet uitgezonden om ons te bedienen.4. Bedienen is het werk van de mindere: waarom bij Lukas gezegd wordt (22, 27): “Wie is groter: hij die aan tafel ligt, of hij die bedient? Is het niet hij, die aan tafel ligt?” Maar de engelen zijn in de natuurlijke orde hoger dan wij. Dus worden ze niet uitgezonden om ons te bedienen.

204Sed contra est quod dicitur Exod. 23. [v. 20]: « Ecce ego mittam angelum meum, qui praecedat te ».

204Daartegenover staat echter, dat in het Boek van den Uittocht (23. 20) gezegd wordt: « Zie, Ik zal mijn engel zenden, die voor u uitgaat ».204Daartegenover staat echter, dat in het Boek van de Uittocht (23, 20) gezegd wordt: “Zie, Ik zal mijn engel zenden, die voor u uitgaat”.

Respondeo dicendum quod ex supradictis manifestum esse potest, quod aliqui angeli in ministerium mittuntur a Deo. Ut enim supra dictum est [q. 43. art. 1.], cum de missione divinarum Personarum ageretur, ille mitti dicitur, qui aliquo modo ab alio procedit, ut incipiat esse ubi prius non erat, vel ubi prius erat, per alium modum. Filius enim aut Spiritus Sanctus mitti dicitur, ut a Patre procedens per originem; et incipit esse novo modo, idest per gratiam vel per naturam assumptam, ubi prius erat per deitatis praesentiam. Dei enim proprium est ubique esse: quia cum sit universale agens, ejus virtus attingit omnia entia; unde est in omnibus rebus, ut supra dictum est [q. 8. art. 1.]. Virtus autem angeli, cum sit particulare agens, non attingit totum universum; sed sic attingit unum, quod non attingit aliud. Et ideo ita est hic, quod non alibi. Manifestum est autem per supra dicta [q. 110. art. 1.], quod creatura corporalis per angelos administratur. Cum 205igitur aliquid est fiendum per aliquem angelum circa aliquam creaturam corpoream, de novo applicatur angelus illi corpori sua virtute; et sic angelus de novo incipit ibi esse. Et hoc totum procedit ex imperio divino. Unde sequitur, secundum praemissa, quod angelus a Deo mittatur. Sed actio quam angelus missus exercet, procedit a Deo, sicut a primo principio, cujus nutu, et auctoritate angeli operantur; et in Deum reducitur sicut in ultimum finem. Et hoc facit ratione ministerii1: nam minister est sicut instrumentum intellectus2; instrumentum autem ab alio movetur, et ejus actio ad aliud ordinatur. Unde actiones angelorum ministeria vocantur; et propter hoc dicuntur in ministerium mitti.

Leerstelling. — Uit het bovenstaande kan het duidelijk zijn, dat er engelen door God worden uitgezonden ter bediening. Zooals immers boven gezegd is (43e Kw. 1e Art.), toen we handelden over de zending der goddelijke Personen, zegt men van iemand dat hij gezonden wordt, als hij op eenigerlei wijze van een ander uitgaat, zoodat hij begint te zijn waar hij eerst niet was, of waar hij wel was, op een andere wijze komt. We zeggen, dat de Zoon of de H. Geest gezonden wordt, in zoover Hij krachtens voortkomst van den Vader uitgaat, en door de genade of de aangenomen natuur op een nieuwe manier begint te zijn, waar Hij eerst was door de goddelijke Tegenwoordigheid. Het is immers God eigen overal te zijn, want daar Hij de algemeene werkoorzaak is, raakt zijn kracht alle wezens, zoodat Hij, gelijk boven gezegd is (8e Kw. 1e Art.), in alle dingen is. Het vermogen van den engel echter, die slechts een particuliere werkoorzaak is, bereikt het geheele heelal niet, maar raakt zoo het ééne, dat hij niet het andere raakt. Vandaar is hij op zulk een manier hier, dat hij niet elders is. Uit het boven gezegde is het 205echter duidelijk, dat de lichamelijke schepping door de engelen beheerd wordt. Als dus met betrekking tot een lichamelijk schepsel opnieuw iets door een engel moet gedaan worden, moet de engel opnieuw door zijn kracht dit lichaam bereiken, en zoo begint hij daar opnieuw te zijn. En dit gebeurt geheel op goddelijk bevel. Dus volgt uit het voorgaande, dat de engel door God gezonden wordt. Maar de werking, die de gezonden engel uitoefent, gaat van God als van het eerste beginsel uit, op wiens wenk en gezag de engelen werken; gaat ook weer tot God terug als tot het laatste doel. En dit is wat het karakter van dienaar geeft; want de dienaar is als een verstandelijk werktuig; het werktuig echter wordt door een ander bewogen, en zijn werking op iets anders gericht. Vandaar worden de werkingen der engelen bedieningen genoemd, en daarom zegt men, dat de engelen ter bediening worden uitgezonden.Leerstelling. — Uit het bovenstaande kan het duidelijk zijn, dat er engelen door God worden uitgezonden ter bediening. Zoals immers boven gezegd is (43e Kw. 1e Art.), toen we handelden over de zending van de goddelijke Personen, zegt men van iemand dat hij gezonden wordt, als hij op enigerlei wijze van een ander uitgaat, zodat hij begint te zijn waar hij eerst niet was, of waar hij wel was, op een andere wijze komt. We zeggen, dat de Zoon of de H. Geest gezonden wordt, in zover Hij krachtens voortkomst van de Vader uitgaat, en door de genade of de aangenomen natuur op een nieuwe manier begint te zijn, waar Hij eerst was door de goddelijke Tegenwoordigheid. Het is immers God eigen overal te zijn, want daar Hij de algemene werkoorzaak is, raakt zijn kracht alle wezens, zodat Hij, gelijk boven gezegd is (8e Kw. 1e Art.), in alle dingen is. Het vermogen van de engel echter, die slechts een particuliere werkoorzaak is, bereikt het gehele heelal niet, maar raakt zo het éne, dat hij niet het andere raakt. Vandaar is hij op zulk een manier hier, dat hij niet elders is. Uit het boven gezegde is het 205echter duidelijk, dat de lichamelijke schepping door de engelen beheerd wordt. Als dus met betrekking tot een lichamelijk schepsel opnieuw iets door een engel moet gedaan worden, moet de engel opnieuw door zijn kracht dit lichaam bereiken, en zo begint hij daar opnieuw te zijn. En dit gebeurt geheel op goddelijk bevel. Dus volgt uit het voorgaande, dat de engel door God gezonden wordt. Maar de werking, die de gezonden engel uitoefent, gaat van God als van het eerste beginsel uit, op wiens wenk en gezag de engelen werken; gaat ook weer tot God terug als tot het laatste doel. En dit is wat het karakter van dienaar geeft; want de dienaar is als een verstandelijk werktuig; het werktuig echter wordt door een ander bewogen, en zijn werking op iets anders gericht. Vandaar worden de werkingen van de engelen bedieningen genoemd, en daarom zegt men, dat de engelen ter bediening worden uitgezonden.

↑ bedenking 1

Ad primum ergo dicendum quod aliqua operatio dupliciter dicitur intellectualis. Uno modo, quasi in ipso intellectu consistens, ut contemplatio. Et talis operatio non determinat sibi locum: immo Augustinus dicit 4. de Trin. 206[cap. 20.], « etiam nos, secundum quod aliquid aeternum mente facimus3, non in hoc mundo sumus ». Alio modo dicitur aliqua actio intellectualis, quia est ab aliquo intellectu regulata et imperata. Et sic manifestum est quod operationes intellectuales interdum determinant sibi loca.

Antwoord op de Bedenkingen. — 1. Op twee manieren wordt een werking verstandelijk genoemd. Vooreerst als in het verstand blijvend, zooals contemplatie. En zulk een handeling bepaalt geen plaats: ja, zooals Augustinus zegt, « zelfs wij zijn 206niet in deze wereld, in zoover we met het verstand de eeuwige dingen smaken ». — Vervolgens wordt een daad verstandelijk genoemd, in zoover deze door het verstand geregeld en bevolen wordt. En zoo bepalen verstandelijke handelingen zich klaarblijkelijk soms een plaats.Antwoord op de Bedenkingen. — 1. Op twee manieren wordt een werking verstandelijk genoemd. Vooreerst als in het verstand blijvend, zoals contemplatie. En zulk een handeling bepaalt geen plaats: ja, zoals Augustinus zegt, “zelfs wij zijn 206niet in deze wereld, in zover we met het verstand de eeuwige dingen smaken”. — Vervolgens wordt een daad verstandelijk genoemd, in zover deze door het verstand geregeld en bevolen wordt. En zo bepalen verstandelijke handelingen zich klaarblijkelijk soms een plaats.

↑ bedenking 2

Ad secundum dicendum quod coelum empyreum pertinet ad dignitatem angeli secundum congruentiam quamdam: quia congruum est ut supremum corporum naturae quae est supra omnia corpora, attribuatur. Non tamen angelus aliquid dignitatis accipit a coelo empyreo. Et ideo quando actu non est in coelo empyreo, nihil ejus dignitati subtrahitur: sicut nec regi, quando non actu sedet in regali solio, quod congruit ejus dignitati.

2. De vuurhemel behoort naar zekere gepastheid tot de waardigheid van de engel: het is immers gepast, dat het hoogste lichaam wordt toegekend aan de natuur, die boven alle lichamen is. Maar de engel ontleend geen enkele waardigheid aan den vuurhemel. Vandaar dat, wanneer hij oogenblikkelijk niet in dien vuurhemel is, er niets van zijn waardigheid verloren gaat: zooals ook niet het geval is bij den koning, wanneer hij oogenblikkelijk niet op den koningstroon gezeten is, wat zijn waardigheid toekomt.2. De vuurhemel behoort naar zekere gepastheid tot de waardigheid van de engel: het is immers gepast, dat het hoogste lichaam wordt toegekend aan de natuur, die boven alle lichamen is. Maar de engel ontleend geen enkele waardigheid aan de vuurhemel. Vandaar dat, wanneer hij ogenblikkelijk niet in die vuurhemel is, er niets van zijn waardigheid verloren gaat: zoals ook niet het geval is bij de koning, wanneer hij ogenblikkelijk niet op de koningstroon gezeten is, wat zijn waardigheid toekomt.

↑ bedenking 3

Ad tertium dicendum quod in nobis exterior occupatio puritatem contemplationis impedit, quia actioni insistimus secundum sensitivas vires, quarum actiones cum intenduntur, retardantur actiones intellectivae virtutis. Sed angelus per solam intellectualem operationem regulat suas actiones exteriores. Unde actiones exteriores in nullo impediunt ejus contemplationem: quia 207duarum actionum quarum una est regula et ratio alterius, una non impedit, sed juvat aliam. Unde Gregorius dicit in 2. Moral. [cap. 3.] quod « angeli non sic foras exeunt, ut internae contemplationis gaudiis priventur ».

3. Bij ons belet de uiterlijke handeling de zuiverheid der contemplatie, omdat wij door onze zinnelijke vermogens werkzaam zijn, en wanneer dezer werkzaamheid krachtiger wordt, verslapt de werking der verstandelijke vermogens. Maar de engel regelt zijn uiterlijke daden door de verstandelijke werking alleen. Vandaar beletten zijn uiterlijke daden in geen enkel opzicht zijn contemplatie: want als van twee handelingen de eene de regel en 207norm is van de andere, belet de een de ander niet, maar helpt deze. Daarom zegt ook Gregorius, dat « de engelen niet zoo naar buiten gaan, dat ze van de vreugden der inwendige contemplatie beroofd worden ».3. Bij ons belet de uiterlijke handeling de zuiverheid van de contemplatie, omdat wij door onze zinnelijke vermogens werkzaam zijn, en wanneer van deze werkzaamheid krachtiger wordt, verslapt de werking van de verstandelijke vermogens. Maar de engel regelt zijn uiterlijke daden door de verstandelijke werking alleen. Vandaar beletten zijn uiterlijke daden in geen enkel opzicht zijn contemplatie: want als van twee handelingen de ene de regel en 207norm is van de andere, belet de een de ander niet, maar helpt deze. Daarom zegt ook Gregorius, dat “de engelen niet zo naar buiten gaan, dat ze van de vreugden van de inwendige contemplatie beroofd worden”.

↑ bedenking 4

Ad quartum dicendum quod angeli in suis actionibus exterioribus ministrant principaliter Deo, et secundario nobis. Non quia nos sumus superiores eis, simpliciter loquendo: sed quia4 quilibet homo, vel angelus, inquantum adhaerendo Deo fit unus spiritus cum Deo, est superior omni creatura. Unde Apostolus ad Philip. 2. [v. 3] dicit: « Superiores sibi invicem arbitrantes ».

4. De engelen bedienen in hun uiterlijke handelingen allereerst God, en ons slechts op de tweede plaats. Niet omdat wij zonder meer hooger zijn dan zij, maar omdat iedere mensch of engel, die God aanhangt, één geest is met God, en hooger dan ieder schepsel. Vandaar zegt de Apostel: « Acht een ander hooger dan uzelf » (Phil. 2. 3).4. De engelen bedienen in hun uiterlijke handelingen allereerst God, en ons slechts op de tweede plaats. Niet omdat wij zonder meer hoger zijn dan zij, maar omdat iedere mens of engel, die God aanhangt, één geest is met God, en hoger dan ieder schepsel. Vandaar zegt de Apostel: “Acht een ander hoger dan uzelf” (Fil. 2. 3).

Articulus II

Utrum omnes angeli in ministerium mittantur

[2. Dist. 10. art. 2; Hebr. cap. 1. lect. 6.].
IIe Artikel

Worden allen gezonden?

antwoord 1 ↓

Ad secundum sic proceditur. Videtur quod omnes angeli in ministerium mittantur. Dicit enim Apostolus ad Hebr. 1. [v. 14]: « Omnes sunt administratorii spiritus, in ministerium missi ».

Bedenkingen. — Men beweert, dat alle engelen ter bediening worden uitgezonden. — 1. De Apostel zegt immers: « Allen zijn dienstbare geesten, uitgezonden ter bediening ». (Hebr. 1. 14).Bedenkingen. — Men beweert, dat alle engelen ter bediening worden uitgezonden. — 1. De Apostel zegt immers: “Allen zijn dienstbare geesten, uitgezonden ter bediening”. (Hebr. 1. 14).

antwoord 2 ↓

2082. Praeterea, inter ordines supremus est ordo Seraphim, ut ex supradictis patet [q. 108. art. 6.]. Sed Seraphim est missus ad purgandum labia Prophetae, ut habetur Isa. 6. [v. 6. 7]. Ergo multo magis inferiores angeli mittuntur.

2082. Van alle koren, is, zooals uit het bovenstaande blijkt (108e Kw. 6e Art.), dat der Serafijnen het hoogste. Maar volgens Isaïas (6. 6, 7) « werd een Serafijn gezonden om de lippen van den Profeet te zuiveren ». Dus veel meer worden dan de lagere engelen gezonden.2082. Van alle koren, is, zoals uit het bovenstaande blijkt (108e Kw. 6e Art.), dat van de Serafijnen het hoogste. Maar volgens Jesaja (6, 6, 7) “werd een Serafijn gezonden om de lippen van de Profeet te zuiveren”. Dus veel meer worden dan de lagere engelen gezonden.

antwoord 3 ↓

3. Praeterea, divinae Personae in infinitum excedunt omnes ordines angelorum. Sed divinae Personae mittuntur. Ergo multo magis quicumque supremi angeli.

3. De goddelijke Personen gaan op oneindige wijze alle engelenkoren te boven. Maar zooals boven gezegd is (43e Kw. 1e Art.), worden de goddelijke Personen gezonden Dus veel meer ook de allerhoogste engelen.3. De goddelijke Personen gaan op oneindige wijze alle engelenkoren te boven. Maar zoals boven gezegd is (43e Kw. 1e Art.), worden de goddelijke Personen gezonden Dus veel meer ook de allerhoogste engelen.

antwoord 4 ↓

4. Praeterea, si superiores angeli non mittuntur ad exterius ministerium, hoc non est nisi quia superiores angeli exequuntur divina ministeria per inferiores. Sed cum omnes angeli sint inaequales, ut supra dictum est [q. 50. art. 4; q. 108. art. 3. ad 1.], quilibet angelus habet inferiorem angelum, praeter ultimum. Ergo unus angelus solus ut ministraret in ministerium missus. Quod est contra id quod dicitur Daniel. 7. [v. 10]: « Millia millium ministrabant ei ».

4. Als de hoogere engelen niet ter uiterlijke bediening worden uitgezonden, dan is dat omdat de hoogere engelen de goddelijke bedieningen uitoefenen door de lagere. Maar omdat, zooals boven gezegd is (50e Kw. 4e Art.; 108e Kw. 3e Art. 1e Antw.), alle engelen verschillen, heeft iedere engel behalve de allerlaagste, een lageren engel. Dus zou alleen één enkele engel ter bediening uitgezonden dienen. Maar dit is tegen hetgeen bij Daniël (7. 10) gezegd wordt: « Duizend maal duizend dienden Hem ».4. Als de hogere engelen niet ter uiterlijke bediening worden uitgezonden, dan is dat omdat de hogere engelen de goddelijke bedieningen uitoefenen door de lagere. Maar omdat, zoals boven gezegd is (50e Kw. 4e Art.; 108e Kw. 3e Art. 1e Antw.), alle engelen verschillen, heeft iedere engel behalve de allerlaagste, een lageren engel. Dus zou alleen één enkele engel ter bediening uitgezonden dienen. Maar dit is tegen hetgeen bij Daniël (7, 10) gezegd wordt: “Duizend maal duizend dienden Hem”.

Sed contra est, quod Gregorius [hom. 34. in Evang.] dicit referens sententiam Dionysii [Coel. Hier. cap. 13.]: « Superiora agmina usum exterioris ministerii nequaquam habent ».

Daartegenover staat echter wat Gregorius zegt, de meening van Dionysius weergevend: « De hoogere groepen hebben geenszins de uitoefening der uiterlijke bediening ».Daartegenover staat echter wat Gregorius zegt, de mening van Dionysius weergevend: “De hogere groepen hebben geenszins de uitoefening van de uiterlijke bediening”.

209Respondeo dicendum quod, sicut ex supradictis patet [q. 106. art. 3; q. 110. art. 1.], hoc habet ordo divinae providentiae, non solum in angelis, sed etiam in toto universo, quod inferiora per superiora administrantur: sed ab hoc ordine in rebus corporalibus aliquando ex divina dispensatione receditur, propter altiorem ordinem, secundum scilicet quod expedit ad gratiae manifestationem. Quod enim caecus natus fuit illuminatus, quod Lazarus fuit suscitatus, immediate a Deo factum est absque aliqua actione coelestium corporum. Sed et angeli boni et mali possunt aliquid in istis corporibus operari praeter actionem coelestium corporum, condensando nubes in pluvias, et aliqua hujusmodi faciendo. Neque alicui debet esse dubium quin Deus immediate hominibus aliqua revelare posset, non mediantibus angelis; et superiores angeli, non mediantibus inferioribus. Et secundum hanc considerationem, quidam dixerunt quod, secundum communem legem, superiores non mittuntur, sed inferiores tantum; sed ex aliqua dispensatione divina, interdum etiam superiores mittuntur. Sed hoc non videtur rationabile. Quia ordo angelicus attenditur secundum dona gratiarum. Ordo autem gratiae 210non habet alium superiorem ordinem, propter quem praetermitti debeat, sicut praetermittitur ordo naturae propter ordinem gratiae. Considerandum est etiam quod ordo naturae in operationibus miraculorum praetermittitur, propter fidei confirmationem. Ad quam nihil valeret, si praetermitteretur ordo angelicus: quia hoc a nobis percipi non posset. Nihil etiam est ita magnum in ministeriis divinis, quod per inferiores ordines exerceri non possit. Unde Gregorius dicit [hom. 34. in Evang.], quod « qui summa annuntiant, Archangeli vocantur. Hinc est quod ad virginem Mariam Gabriel Archangelus mittitur ». Quod tamen fuit summum inter omnia divina ministeria, ut ibidem subditur. Et ideo simpliciter dicendum est cum Dionysio [cap. 13. Coel. Hier.], quod superiores angeli numquam ad exterius ministerium mittuntur.

209Leerstelling. — Zooals uit het boven gezegde duidelijk is (106e Kw. 3e Art.; 110e Kw. 1e Art.), is dit het plan der goddelijke Voorzienigheid, niet alleen betreffende de engelen, maar in geheel het heelal, dat het lagere door het hoogere beheerd wordt: maar van deze orde wordt in de lichamelijke dingen soms door beschikking Gods afgeweken om wille van een hoogere orde: in zoover dit nl. dienstig is voor de openbaring der genade. Dat de blindgeborene genezen werd, dat Lazarus werd opgewekt, geschiedde onmiddellijk door God zonder eenige werking der hemellichamen. Maar ook de goede en de booze engelen kunnen in de lichamelijke dingen iets uitwerken, buiten de werking der hemellichamen om, zooals de wolken tot regen verdichten, e. d. dingen. Niemand twijfelt er ook over, dat God onmiddellijk den menschen iets kan openbaren zonder tusschenkomst der engelen; en insgelijks de hoogere engelen zonder tusschenkomst der lagere. En hierom hebben sommigen gezegd, dat volgens de algemeene wet de hoogeren niet gezonden worden, alleen maar de lageren; doch dat door goddelijke Beschikking soms ook de hoogeren gezonden worden. Maar dit lijkt niet verstandig. De volgorde der engelen ziet men naar de genadegaven. Maar de orde der genade heeft geen hoogere 210orde, waarom zij zou moeten worden voorbijgegaan. — Men bedenke ook, dat de orde der natuur bij wonderwerking voorbijgegaan wordt ter bevestiging van het geloof. Hiertoe echter is van geen waarde, dat de orde der engelen voorbijgegaan wordt, daar wij dit toch niet kunnen waarnemen. — Ook is er in de goddelijke bedieningen niets zoo groot, dat niet door de lagere koren zou kunnen worden gedaan. Vandaar zegt Gregorius: « Die het belangrijkste boodschappen, worden Aartsengelen genoemd. Daarom is het, dat tot de Maagd Maria de Aartsengel Gabriël gezonden wordt ». Dit echter was het hoogste van alle goddelijke bedieningen, zooals aldaar wordt toegevoegd. — Zonder meer is dus met Dionysius te zeggen, dat de hoogere engelen nooit ter uiterlijke bediening worden uitgezonden.209Leerstelling. — Zoals uit het boven gezegde duidelijk is (106e Kw. 3e Art.; 110e Kw. 1e Art.), is dit het plan van de goddelijke Voorzienigheid, niet alleen betreffende de engelen, maar in geheel het heelal, dat het lagere door het hogere beheerd wordt: maar van deze orde wordt in de lichamelijke dingen soms door beschikking Gods afgeweken om wille van een hogere orde: in zover dit nl. dienstig is voor de openbaring van de genade. Dat de blindgeborene genezen werd, dat Lazarus werd opgewekt, geschiedde onmiddellijk door God zonder enige werking van de hemellichamen. Maar ook de goede en de boze engelen kunnen in de lichamelijke dingen iets uitwerken, buiten de werking van de hemellichamen om, zoals de wolken tot regen verdichten, e. d. dingen. Niemand twijfelt er ook over, dat God onmiddellijk de mensen iets kan openbaren zonder tussenkomst van de engelen; en insgelijks de hogere engelen zonder tussenkomst van de lagere. En hierom hebben sommigen gezegd, dat volgens de algemene wet de hogeren niet gezonden worden, alleen maar de lageren; doch dat door goddelijke Beschikking soms ook de hogeren gezonden worden. Maar dit lijkt niet verstandig. De volgorde van de engelen ziet men naar de genadegaven. Maar de orde van de genade heeft geen hogere 210orde, waarom zij zou moeten worden voorbijgegaan. — Men bedenke ook, dat de orde van de natuur bij wonderwerking voorbijgegaan wordt ter bevestiging van het geloof. Hiertoe echter is van geen waarde, dat de orde van de engelen voorbijgegaan wordt, daar wij dit toch niet kunnen waarnemen. — Ook is er in de goddelijke bedieningen niets zo groot, dat niet door de lagere koren zou kunnen worden gedaan. Vandaar zegt Gregorius: “Die het belangrijkste boodschappen, worden Aartsengelen genoemd. Daarom is het, dat tot de Maagd Maria de Aartsengel Gabriël gezonden wordt”. Dit echter was het hoogste van alle goddelijke bedieningen, zoals aldaar wordt toegevoegd. — Zonder meer is dus met Dionysius te zeggen, dat de hogere engelen nooit ter uiterlijke bediening worden uitgezonden.

↑ bedenking 1

Ad primum ergo dicendum quod sicut in missionibus divinarum Personarum aliqua est visibilis, quae attenditur secundum creaturam corpoream; aliqua invisibilis, quae fit secundum spiritualem effectum: ita in missionibus angelorum aliqua dicitur exterior, quae scilicet est ad aliquod ministerium circa corporalia exhibendum, et secundum hanc missionem non omnes 211mittuntur; alia est interior, secundum intellectuales effectus, prout scilicet unus angelus illuminat alium, et sic omnes angeli mittuntur. Vel aliter dicendum, quod Apostolus inducit illud ad probandum quod Christus sit major angelis per quos data est lex; ut sic ostendat excellentiam novae legis ad veterem. Unde non oportet quod intelligatur nisi de angelis ministerii, per quos data est lex.

Antwoord op de Bedenkingen. — 1. Zooals bij de zendingen der goddelijke Personen er zichtbare zijn, beschouwd naar het lichamelijke schepsel; en onzichtbare naar het geestelijk gevolg; zoo zijn er ook bij de zendingen der engelen uiterlijke, nl. ter uitoefening van een bediening met betrekking tot de lichamen, en wat deze zending aangaat, worden niet allen gezonden. Er is ook 211innerlijke zending naar verstandelijk gevolg, voor zoover de eene engel den anderen verlicht, en zoo worden alle engelen gezonden. Ofwel moet men zeggen, dat de Apostel dit aanvoert als bewijs, dat Christus hooger is dan de engelen, door wie de wet gegeven werd, om aldus de verhevenheid der nieuwe wet boven de oude aan te toonen. Daarom moet die tekst niet dan van de engelen, die bedienen, verstaan worden, daar door hen de wet gegeven is.Antwoord op de Bedenkingen. — 1. Zoals bij de zendingen van de goddelijke Personen er zichtbare zijn, beschouwd naar het lichamelijke schepsel; en onzichtbare naar het geestelijk gevolg; zo zijn er ook bij de zendingen van de engelen uiterlijke, nl. ter uitoefening van een bediening met betrekking tot de lichamen, en wat deze zending aangaat, worden niet allen gezonden. Er is ook 211innerlijke zending naar verstandelijk gevolg, voor zover de ene engel de andere verlicht, en zo worden alle engelen gezonden. Ofwel moet men zeggen, dat de Apostel dit aanvoert als bewijs, dat Christus hoger is dan de engelen, door wie de wet gegeven werd, om aldus de verhevenheid van de nieuwe wet boven de oude aan te tonen. Daarom moet die tekst niet dan van de engelen, die bedienen, verstaan worden, daar door hen de wet gegeven is.

↑ bedenking 2

Ad secundum dicendum secundum Dionysium [loc. cit.] quod ille angelus, qui missus est ad purgandum labia prophetae, fuit de inferioribus angelis; sed dictus est Seraphim, idest incendens, aequivoce, propter hoc quod venerat ad incendendum labia prophetae. Vel dicendum quod superiores angeli communicant propria dona, a quibus denominantur, mediantibus inferioribus angelis. Sic igitur unus de Seraphim dictus est purgasse incendio labia prophetae non quia hoc ipse immediate fecerit, sed quia inferior angelus virtute ejus hoc fecit. Sicut Papa dicitur absolvere aliquem, etiam si per alium officium absolutionis impendat.

2. Volgens Dionysius was de engel die gezonden werd om de lippen van den Profeet te zuiveren, een der lagere engelen. Maar hij is Serafijn genoemd, dat is brander, naar analogie, daar hij kwam om de lippen van den Profeet te branden. Ofwel men moet zeggen, dat de hoogere engelen hun eigen gaven, waarnaar ze genoemd worden, door tusschenkomst van de lagere, mededeelen. Zoo wordt gezegd, dat een der Serafijnen met een vuurkool de lippen van den Profeet reinigde, niet alsof hij dat zelf onmiddellijk deed, maar omdat een lagere engel dat in zijn kracht deed. Zooals men ook zegt, dat de Paus iemand absolveert, ofschoon hij door een ander de absolutie laat verrichten.2. Volgens Dionysius was de engel die gezonden werd om de lippen van de Profeet te zuiveren, een van de lagere engelen. Maar hij is Serafijn genoemd, dat is brander, naar analogie, daar hij kwam om de lippen van de Profeet te branden. Ofwel men moet zeggen, dat de hogere engelen hun eigen gaven, waarnaar ze genoemd worden, door tussenkomst van de lagere, mededelen. Zo wordt gezegd, dat een van de Serafijnen met een vuurkool de lippen van de Profeet reinigde, niet alsof hij dat zelf onmiddellijk deed, maar omdat een lagere engel dat in zijn kracht deed. Zoals men ook zegt, dat de Paus iemand absolveert, ofschoon hij door een ander de absolutie laat verrichten.

↑ bedenking 3

Ad tertium dicendum quod divinae Personae non mittuntur in ministerium, sed aequivoce mitti dicuntur; ut ex praedictis patet [loc. cit. in arg.].

3. De goddelijke Personen worden niet ter bediening gezonden, maar naar analogie zegt men, dat Zij gezonden worden.

↑ bedenking 4

212Ad quartum dicendum quod in divinis ministeriis est multiplex gradus. Unde nihil prohibet etiam inaequales angelos immediate ad ministeria mitti; ita tamen quod superiores mittantur ad altiora ministeria, inferiores vero ad inferiora.

2124. Er zijn in de goddelijke bedieningen vele graden. Vandaar is er niets op tegen dat ongelijke engelen onmiddellijk ter bediening worden uitgezonden, zoo echter, dat de hoogere tot hoogere bedieningen, de lagere tot lagere bedieningen gezonden worden.2124. Er zijn in de goddelijke bedieningen vele graden. Vandaar is er niets op tegen dat ongelijke engelen onmiddellijk ter bediening worden uitgezonden, zo echter, dat de hogere tot hogere bedieningen, de lagere tot lagere bedieningen gezonden worden.

Articulus III

Utrum angeli, qui mittuntur, assistant

[2. Dist. 10. art. 1; ad Hebr. cap. 1. lect. 6; In Job cap. 1. lect. 2.].
IIIe Artikel

Staan allen die gezonden worden, voor God?

antwoord 1 ↓

Ad tertium sic proceditur. Videtur quod etiam angeli qui mittuntur, assistant. Dicit enim Gregorius [hom. 34. in Evang.]: « Mittuntur igitur Angeli, et assistunt; quia etiam1 circumscriptus est angelicus spiritus, summus tamen spiritus qui Deus est, circumscriptus non est ».

Bedenkingen. — Men beweert, dat ook de engelen, die gezonden worden, voor God staan. — 1. Gregorius zegt immers: « De engelen worden dus gezonden en staan voor God: want ofschoon de engel een beperkte geest is, is de hoogste Geest, dat is God, niet beperkt ».Bedenkingen. — Men beweert, dat ook de engelen, die gezonden worden, voor God staan. — 1. Gregorius zegt immers: “De engelen worden dus gezonden en staan voor God: want ofschoon de engel een beperkte geest is, is de hoogste Geest, dat is God, niet beperkt”.

antwoord 2 ↓

2. Praeterea, angelus Tobiae in ministerium missus fuit. Sed tamen ipse dixit: « Ego sum Raphael angelus, unus ex septem qui astamus ante Deum », ut habetur Tobiae 12. [v. 15]. Ergo angeli qui mittuntur, assistunt.

2. Er is een engel ter bediening tot Tobias gezonden. Maar zooals in het Boek Tobias staat (12. 15) zeide deze zelf: « Ik ben de engel Rafaël, één van de zeven die voor God staan ». Dus de engelen die gezonden worden, staan voor God.2. Er is een engel ter bediening tot Tobias gezonden. Maar zoals in het Boek Tobias staat (12, 15) zeide deze zelf: “Ik ben de engel Rafaël, één van de zeven die voor God staan”. Dus de engelen die gezonden worden, staan voor God.

antwoord 3 ↓

2133. Praeterea, quilibet angelus beatus propinquior est Deo quam Satan. Sed Satan assistit Deo; secundum quod dicitur Job 1. [v. 6]: « Cum assisterent filii Dei coram Domino, adfuit inter eos et Satan ». Ergo multo magis angeli qui mittuntur in ministerium, assistunt.

2133. Iedere zalige engel is dichter bij God dan Satan. Maar Satan staat voor God, zooals in het Boek Job (1. 6) gezegd wordt: « Toen de zonen Gods voor den Heer stonden, was onder hen ook Satan ». Veel eerder dus staan de engelen, die ter bediening uitgezonden worden, voor God.2133. Iedere zalige engel is dichter bij God dan Satan. Maar Satan staat voor God, zoals in het Boek Job (1, 6) gezegd wordt: “Toen de zonen Gods voor de Heer stonden, was onder hen ook Satan”. Veel eerder dus staan de engelen, die ter bediening uitgezonden worden, voor God.

antwoord 4 ↓

4. Praeterea, si inferiores angeli non assistunt, hoc non est nisi quia non immediate, sed per superiores angelos divinas illuminationes recipiunt. Sed quilibet angelus per superiorem divinas illuminationes suscipit, excepto eo, qui est inter omnes supremus. Ergo solus supremus angelus assisteret. Quod est contra illud quod habetur Dan. 7. [v. 10]: « Decies millies centena millia assistebant ei ». Ergo etiam illi qui ministrant, assistunt.

4. Als de lagere engelen niet voor God staan, is dat alleen, omdat ze niet onmiddellijk, doch door de hoogere engelen de goddelijke verlichtingen ontvangen. Maar iedere engel ontvangt door een hoogeren de goddelijke verlichtingen, behalve de hoogste van allen. Alleen dus de hoogste engel staat voor God. Maar dat is tegen hetgeen in het Boek Daniël (7.10) gezegd wordt: « Tienduizend maal honderdduizend staan voor Hem ». [De vertaling van «Ergo etiam illi qui ministrant, assistunt» ontbreekt in de uitgave.]4. Als de lagere engelen niet voor God staan, is dat alleen, omdat ze niet onmiddellijk, doch door de hogere engelen de goddelijke verlichtingen ontvangen. Maar iedere engel ontvangt door een hogeren de goddelijke verlichtingen, behalve de hoogste van allen. Alleen dus de hoogste engel staat voor God. Maar dat is tegen hetgeen in het Boek Daniël (7.10) gezegd wordt: “Tienduizend maal honderdduizend staan voor Hem”. [De vertaling van “Ergo etiam illi qui ministrant, assistunt” ontbreekt in de uitgave.]

Sed contra est quod Gregorius dicit 17. Moral. [cap. 13.] super illud Job 25. [v. 3]: « Numquid est numerus militum ejus? » « Assistunt », inquit, « illae Potestates, quae ad quaedam hominibus nuntianda non exeunt ». Ergo illi qui in ministerium mittuntur, non assistunt.

Daartegenover staat echter, wat Gregorius zegt naar aanleiding van het woord uit het Boek Job (25. 3): « Is er soms een getal zijner krijgers? » « Voor Hem staan », zegt hij, « die krachten die niet uitgaan om de menschen te boodschappen ». Dus die ter bediening worden uitgezonden, staan niet voor God.Daartegenover staat echter, wat Gregorius zegt naar aanleiding van het woord uit het Boek Job (25, 3): “Is er soms een getal van zijn krijgers?” “Voor Hem staan”, zegt hij, “die krachten die niet uitgaan om de mensen te boodschappen”. Dus die ter bediening worden uitgezonden, staan niet voor God.

Respondeo dicendum quod angeli introducuntur assistentes et administrantes, ad similitudinem eorum qui alicui regi famulantur. Quorum aliqui 214semper ei assistunt, et ejus praecepta immediate audiunt. Alii vero sunt ad quos praecepta regalia per assistentes nuntiantur, sicut illi qui administrationi civitatum praeficiuntur: et hi dicuntur ministrantes, sed non assistentes. Considerandum est ergo quod omnes angeli divinam essentiam immediate vident: et quantum ad hoc, omnes etiam qui ministrant, assistere dicuntur. Unde Gregorius dicit in 2. Moral. [cap. 2.], quod « semper assistere, aut videre faciem Patris possunt, qui ad ministerium exterius mittuntur pro nostra salute ». Sed non omnes angeli secreta divinorum mysteriorum in ipsa claritate divinae essentiae percipere possunt; sed soli superiores, per quos inferioribus denuntiantur. Et secundum hoc, soli superiores, qui sunt primae hierarchiae, assistere dicuntur, cujus proprium dicit esse Dionysius [cap. 7. Coel. Hier.] immediate a Deo illuminari.

Leerstelling. — Men zegt van de engelen, dat zij voor God staan, en gezonden worden in gelijkenis naar degenen, die een 214koning dienen. Van dezulken staan er eenigen altijd voor hem en hooren onmiddellijk zijn bevelen. Dan zijn er nog anderen, aan wie de koninklijke bevelen door de vorigen worden bekend gemaakt, zooals degenen die aan het hoofd van het beheer der steden staan, en van dezen zegt men dat zij bedienen, niet dat zij voor hem staan. Men bedenke dan, dat alle engelen onmiddellijk het goddelijk Wezen zien: en wat dit aangaat staan allen, ook die bedienen, voor Hem. Vandaar zegt Gregorius, dat « degenen, die voor ons heil ter bediening worden uitgezonden, altijd voor Hem staan, of het aanschijn van den Vader kunnen zien ». Maar niet alle engelen kunnen de geheimenissen der goddelijke mysteries in de klaarheid van Gods Wezen zien, maar alleen de hoogere, door wie ze aan de lagere worden medegedeeld. En wat dit aangaat wordt uitsluitend van de hoogere, der eerste hiërarchie, gezegd, dat zij voor Hem staan, want, naar Dionysius zegt, is het hun eigen onmiddellijk door God verlicht te worden.Leerstelling. — Men zegt van de engelen, dat zij voor God staan, en gezonden worden in gelijkenis naar degenen, die een 214koning dienen. Van dezulken staan er enigen altijd voor hem en horen onmiddellijk zijn bevelen. Dan zijn er nog anderen, aan wie de koninklijke bevelen door de vorigen worden bekend gemaakt, zoals degenen die aan het hoofd van het beheer van de steden staan, en van deze zegt men dat zij bedienen, niet dat zij voor hem staan. Men bedenke dan, dat alle engelen onmiddellijk het goddelijk Wezen zien: en wat dit aangaat staan allen, ook die bedienen, voor Hem. Vandaar zegt Gregorius, dat “degenen, die voor ons heil ter bediening worden uitgezonden, altijd voor Hem staan, of het aanschijn van de Vader kunnen zien”. Maar niet alle engelen kunnen de geheimenissen van de goddelijke mysteries in de klaarheid van Gods Wezen zien, maar alleen de hogere, door wie ze aan de lagere worden medegedeeld. En wat dit aangaat wordt uitsluitend van de hogere, van de eerste hiërarchie, gezegd, dat zij voor Hem staan, want, naar Dionysius zegt, is het hun eigen onmiddellijk door God verlicht te worden.

bedenkingen ↑ 1 ↑ 2

Et per hoc patet solutio ad primum et secundum, quae procedunt de primo modo assistendi.

Antwoord op de Bedenkingen. — En hieruit blijkt het antwoord op de eerste en tweede bedenking, die uitgaan van de eerste manier van voor God te staan.

↑ bedenking 3

Ad tertium dicendum quod Satan non dicitur astitisse, sed inter 215assistentes adfuisse describitur: quia, ut Gregorius dicit 2. Moral. [cap. 4.], « etsi beatitudinem perdidit, naturam tamen angelis similem non amisit ».

3. Er wordt van Satan niet gezegd, dat hij voor God stond, 215maar er wordt beschreven, dat hij zich onder die engelen bevond, want zooals Gregorius zegt, « ofschoon hij de gelukzaligheid heeft verloren, heeft hij zijn aan de heilige engelen gelijke natuur niet verloren ».3. Er wordt van Satan niet gezegd, dat hij voor God stond, 215maar er wordt beschreven, dat hij zich onder die engelen bevond, want zoals Gregorius zegt, “ofschoon hij de gelukzaligheid heeft verloren, heeft hij zijn aan de heilige engelen gelijke natuur niet verloren”.

↑ bedenking 4

Ad quartum dicendum quod omnes assistentes aliqua immediate vident in claritate divinae essentiae; et ideo totius primae hierarchiae proprium esse dicitur immediate illuminari a Deo. Sed superiores eorum plura percipiunt quam inferiores, de quibus illuminant alios: sicut etiam inter eos qui assistunt regi, plura scit de secretis regis unus quam alius.

4. Allen die voor God staan zien onmiddellijk iets in de klaarheid van het goddelijk Wezen; en daarom zegt men, dat het eigene van heel de eerste hiërarchie is onmiddellijk door God verlicht te worden. Maar de hoogere onder hen nemen meer waar dan de lagere, waarover zij anderen verlichten: zooals ook onder degenen die voor den koning staan de een meer van de geheimen des konings weet dan de ander.4. Allen die voor God staan zien onmiddellijk iets in de klaarheid van het goddelijk Wezen; en daarom zegt men, dat het eigene van heel de eerste hiërarchie is onmiddellijk door God verlicht te worden. Maar de hogere onder hen nemen meer waar dan de lagere, waarover zij anderen verlichten: zoals ook onder degenen die voor de koning staan de een meer van de geheimen van de koning weet dan de ander.

Articulus IV

Utrum angeli secundae hierarchiae omnes mittantur

[2. Dist. 10. art. 3; Hebr. cap. 1. lect. 6.].
IVe Artikel

Uit welke koren worden ze gezonden?

antwoord 1 ↓

Ad quartum sic proceditur. Videtur quod angeli secundae hierarchiae omnes mittantur. Angeli enim omnes vel assistunt vel ministrant; secundum quod habetur Dan. 7. [v. 10]. Sed angeli secundae hierarchiae non assistunt: illuminantur enim per angelos primae hierarchiae, sicut dicit Dionysius 2168. cap. Coel. Hier. Omnes ergo angeli secundae hierarchiae in ministerium mittuntur.

Bedenkingen. — Men beweert, dat alle engelen der tweede hiërarchie gezonden worden. — 1. Naar hetgeen in het Boek Daniël gezegd wordt (7. 10), staan alle engelen ofwel voor God, ofwel dienen ze. Maar de engelen der tweede hiërarchie staan niet voor God: ze worden immers, naar Dionysius zegt, verlicht door 216de engelen der eerste hiërarchie. Dus worden alle engelen der tweede hiërarchie in bediening gezonden.Bedenkingen. — Men beweert, dat alle engelen van de tweede hiërarchie gezonden worden. — 1. Naar hetgeen in het Boek Daniël gezegd wordt (7, 10), staan alle engelen ofwel voor God, ofwel dienen ze. Maar de engelen van de tweede hiërarchie staan niet voor God: ze worden immers, naar Dionysius zegt, verlicht door 216de engelen van de eerste hiërarchie. Dus worden alle engelen van de tweede hiërarchie in bediening gezonden.

antwoord 2 ↓

2. Praeterea, Gregorius dicit 17. Moral. [cap. 13.] quod « plures sunt, qui ministrant quam qui assistunt ». Sed hoc non esset, si angeli secundae hierarchiae in ministerium non mitterentur. Ergo omnes angeli secundae hierarchiae in ministerium mittuntur.

2. Gregorius zegt, dat « er meer dienen, dan voor God staan ». Maar dit zou niet zijn, als de engelen der tweede hiërarchie niet ter bediening werden uitgezonden. Dus worden alle engelen der tweede hiërarchie ter bediening uitgezonden.2. Gregorius zegt, dat “er meer dienen, dan voor God staan”. Maar dit zou niet zijn, als de engelen van de tweede hiërarchie niet ter bediening werden uitgezonden. Dus worden alle engelen van de tweede hiërarchie ter bediening uitgezonden.

Sed contra est, quod Dionysius dicit [cap. 8. Coel. Hier.], quod « Dominationes sunt majores omni subjectione ». Sed mitti in ministerium, ad subjectionem pertinet. Ergo Dominationes in ministerium non mittuntur.

Daartegenover staat echter wat Dionysius zegt, dat « de Heerschappijen hoog boven elke ondergeschiktheid staan ». Maar ter bediening gezonden worden behoort bij ondergeschiktheid. Dus worden de Heerschappijen niet ter bediening gezonden.Daartegenover staat echter wat Dionysius zegt, dat “de Heerschappijen hoog boven elke ondergeschiktheid staan”. Maar ter bediening gezonden worden behoort bij ondergeschiktheid. Dus worden de Heerschappijen niet ter bediening gezonden.

Respondeo dicendum quod, sicut supra dictum est [art. 1.], mitti ad exterius ministerium proprie convenit angelo, secundum quod ex divino imperio operatur circa aliquam creaturam corporalem; quod quidem pertinet ad executionem divini ministerii. Proprietates autem angelorum ex eorum nominibus manifestantur, ut Dionysius dicit 7. cap. Coel. Hier. Et ideo angeli illorum ordinum ad exterius ministerium mittuntur, ex quorum 217nominibus aliqua executio datur intellectui1. In nomine autem Dominationum non importatur aliqua executio, sed sola dispositio et imperium de exequendis. Sed in nominibus inferiorum ordinum intelligitur aliqua executio: nam Angeli et Archangeli denominantur a denuntiando; Virtutes et Potestas dicuntur per respectum ad aliquem actum; principis etiam est; ut Gregorius dicit, [hom. 34. in Evang.] « inter alios operantes priorem existere ». Unde ad hos quinque ordines pertinet in exterius ministerium mitti, non autem ad quatuor superiores.

Leerstelling. — Ter uiterlijke bediening gezonden worden, komt, zooals boven gezegd is (1e Art.), toe aan den engel, voor zoover hij op goddelijk bevel in een lichamelijk schepsel werkt: dit toch behoort bij de uitvoering der goddelijke bediening. De eigenschappen der engelen blijken echter, naar Dionysius zegt, uit hun namen. En daarom worden er engelen uit die koren ter uiterlijke bediening gezonden, in welker namen eenige uitvoering te 217verstaan valt. In de naam Heerschappijen is geen uitvoering begrepen, maar alleen de ordening en het bevel ter uitvoering. Maar in de namen der lagere koren is eenige uitvoering te verstaan: want Engelen en Aartsengelen worden naar het boodschappen genoemd; Machten en Krachten met betrekking tot daden. Ook « bij de Hoogheid hoort het », naar Gregorius zegt, « de eerste te zijn onder anderen die werken ». Vandaar behoort het bij deze vijf koren ter uiterlijke bediening gezonden te worden, niet echter bij de vier hoogere.Leerstelling. — Ter uiterlijke bediening gezonden worden, komt, zoals boven gezegd is (1e Art.), toe aan de engel, voor zover hij op goddelijk bevel in een lichamelijk schepsel werkt: dit toch behoort bij de uitvoering van de goddelijke bediening. De eigenschappen van de engelen blijken echter, naar Dionysius zegt, uit hun namen. En daarom worden er engelen uit die koren ter uiterlijke bediening gezonden, in welke namen enige uitvoering te 217verstaan valt. In de naam Heerschappijen is geen uitvoering begrepen, maar alleen de ordening en het bevel ter uitvoering. Maar in de namen van de lagere koren is enige uitvoering te verstaan: want Engelen en Aartsengelen worden naar het boodschappen genoemd; Machten en Krachten met betrekking tot daden. Ook “bij de Hoogheid hoort het”, naar Gregorius zegt, “de eerste te zijn onder anderen die werken”. Vandaar behoort het bij deze vijf koren ter uiterlijke bediening gezonden te worden, niet echter bij de vier hogere.

↑ bedenking 1

Ad primum ergo dicendum quod Dominationes computantur quidem inter angelos ministrantes, non sicut exequentes ministerium, sed sicut disponentes et mandantes quid per alios fieri debeat. Sicut architectones in artificiis nihil manu operantur, sed solum disponunt et praecipiunt quid alii debeant operari.

Antwoord op de Bedenkingen. — 1. De Heerschappijen worden wel onder de bedienende engelen gerekend, niet echter alsof zij zelve de bediening uitvoeren, maar omdat zij ordenen en bevelen wat door anderen geschieden moet. Zooals ook architecten bij bouwwerken niets met de hand uitwerken, doch alleen ordenen en bevelen wat anderen moeten uitwerken.Antwoord op de Bedenkingen. — 1. De Heerschappijen worden wel onder de bedienende engelen gerekend, niet echter alsof zij zelve de bediening uitvoeren, maar omdat zij ordenen en bevelen wat door anderen geschieden moet. Zoals ook architecten bij bouwwerken niets met de hand uitwerken, doch alleen ordenen en bevelen wat anderen moeten uitwerken.

↑ bedenking 2

Ad secundum dicendum, quod de numero assistentium et ministrantium duplex ratio haberi potest. Gregorius enim dicit plures esse ministrantes quam assistentes. Intelligit enim quod dicitur, « Millia millium ministrabant 218ei », non esse dictum multiplicative, sed partitive; ac si diceretur, Millia de numero millium. Et sic ministrantium numerus ponitur indefinitus, ad significandum excessum; assistentium vero numerus finalis2, cum subditur, « Et decies millies centena millia assistebant ei ». Et hoc procedit secundum rationem Platonicorum, qui dicebant quod quanto aliqua sunt uni primo principio propinquiora, tanto sunt minoris multitudinis: sicut quanto numerus est propinquior unitati, tanto est multitudine minor. Et haec opinio salvatur quantum ad numerum ordinum, dum sex ministrant, et tres assistunt. Sed Dionysius ponit 14. cap. Coel. Hier., quod multitudo angelorum transcendit omnem materialem multitudinem; ut scilicet, sicut corpora superiora transcendunt corpora inferiora magnitudine quasi in immensum, ita superiores naturae incorporeae transcendunt3 omnes naturas corporeas; quia quod est melius, est magis a Deo intentum, et multiplicatum. Et secundum hoc, cum assistentes sint superiores ministrantibus, plures erunt assistentes quam ministrantes. Unde secundum hoc, millia millium legitur multiplicative, ac si diceretur, millies millia. Et quia decies centum sunt mille, si diceretur, 219decies centena millia daretur intelligi, quod tot essent assistentes, quot ministrantes: sed quia dicitur, Decies millies centena millia, multo plures dicuntur assistentes quam ministrantes. Nec tamen hoc pro tanto dicitur, quia tantus solum sit angelorum numerus: sed multo major, quia omnem materialem multitudinem excedit. Quod significatur per multiplicationem maximorum numerorum supra seipsos, scilicet denarii, centenarii, millenarii, ut Dionysius ibidem dicit.

2. Over het aantal dergenen die voor God staan en die bedienen kan men een tweevoudige berekening hebben. Gregorius zegt immers dat er meer zijn, die bedienen dan voor God staan. Hij verstaat nl. het gezegde: « Duizend duizenden dienden Hem » 218niet als vermenigvuldiging, maar als deeling, alsof er gezegd werd: « Duizend uit duizenden ». En zoo wordt het aantal der dienenden onbepaald om het onzegbaar groote aantal aan te duiden; maar het aantal van die voor God staan is bepaald, omdat toegevoegd wordt: « Tienduizend maal honderdduizend stonden voor Hem ». En dit is naar de opvatting der Platonici, die zeiden, dat hoe dichter de dingen bij een eerste beginsel zijn, des te kleiner hun aantal is, zooals hoe dichter een getal bij de eenheid is, zooveel kleiner het is. En deze opvatting blijft intact wat het aantal der koren aangaat, daar er zes bedienen, en drie voor God staan. Maar Dionysius heeft de stelling, dat de menigte der engelen iedere menigte der stoffelijke dingen overtreft, nl., zooals de hoogere lichamen de lagere in hoegrootheid als onmetelijk overtreffen, zoo de hoogere onstoffelijke naturen in aantal alle lichamelijke naturen overtreffen, want wat beter is, is door God meer bedoeld en verveelvoudigd. Daar dus degene, die voor God staan, hooger zijn dan de dienenden, zullen op deze wijze er meer voor God staan dan bedienen. En hiernaar wordt het « duizend duizenden » als vermenigvuldiging gelezen, alsof gezegd werd: « Duizend maal duizend ». En omdat tien maal honderd ook duizend is, zou, als 219gezegd werd: « Tien maal honderdduizend », te verstaan gegeven worden, dat er evenveel voor God staan als er bedienen: maar omdat gezegd wordt: « Tienduizendmaal honderdduizend » worden er veel meer aangegeven, die voor God staan, dan bedienen. — Maar dit getal wordt niet opgegeven, omdat dit slechts het aantal der engelen zijn zou: dit is veel grooter, omdat het iedere materieële hoeveelheid overtreft. En dit wordt, naar Dionysius zegt, beduid door de vermenigvuldiging van de hoogste getallen met elkaar: tientallen, honderdtallen en duizendtallen.2. Over het aantal dergenen die voor God staan en die bedienen kan men een tweevoudige berekening hebben. Gregorius zegt immers dat er meer zijn, die bedienen dan voor God staan. Hij verstaat nl. het gezegde: “Duizend duizenden dienden Hem” 218niet als vermenigvuldiging, maar als deling, alsof er gezegd werd: “Duizend uit duizenden”. En zo wordt het aantal van de dienenden onbepaald om het onzegbaar grote aantal aan te duiden; maar het aantal van die voor God staan is bepaald, omdat toegevoegd wordt: “Tienduizend maal honderdduizend stonden voor Hem”. En dit is naar de opvatting van de Platonici, die zeiden, dat hoe dichter de dingen bij een eerste beginsel zijn, des te kleiner hun aantal is, zoals hoe dichter een getal bij de eenheid is, zoveel kleiner het is. En deze opvatting blijft intact wat het aantal van de koren aangaat, daar er zes bedienen, en drie voor God staan. Maar Dionysius heeft de stelling, dat de menigte van de engelen iedere menigte van de stoffelijke dingen overtreft, nl., zoals de hogere lichamen de lagere in hoegrootheid als onmetelijk overtreffen, zo de hogere onstoffelijke naturen in aantal alle lichamelijke naturen overtreffen, want wat beter is, is door God meer bedoeld en verveelvoudigd. Daar dus degene, die voor God staan, hoger zijn dan de dienenden, zullen op deze wijze er meer voor God staan dan bedienen. En hiernaar wordt het “duizend duizenden” als vermenigvuldiging gelezen, alsof gezegd werd: “Duizend maal duizend”. En omdat tien maal honderd ook duizend is, zou, als 219gezegd werd: “Tien maal honderdduizend”, te verstaan gegeven worden, dat er evenveel voor God staan als er bedienen: maar omdat gezegd wordt: “Tienduizendmaal honderdduizend” worden er veel meer aangegeven, die voor God staan, dan bedienen. — Maar dit getal wordt niet opgegeven, omdat dit slechts het aantal van de engelen zijn zou: dit is veel groter, omdat het iedere materieële hoeveelheid overtreft. En dit wordt, naar Dionysius zegt, beduid door de vermenigvuldiging van de hoogste getallen met elkaar: tientallen, honderdtallen en duizendtallen.