De custodia bonorum angelorum, et impugnatione malorum, in octo articulos divisa
De engelenbewaarders
220Deinde considerandum est de custodia bonorum angelorum, et de impugnatione malorum. Et circa primum quaeruntur octo: 1. Utrum homines ab angelis custodiantur. — 2. Utrum singulis hominibus singuli angeli ad custodiam deputentur. — 3. Utrum custodia pertineat solum ad ultimum ordinem angelorum. — 4. Utrum omni homini conveniat habere angelum custodem. — 5. Quando incipiat custodia circa hominem. — 6. Utrum angelus semper custodiat hominem. — 7. Utrum doleat de perditione custoditi. — 8. Utrum inter angelos sit pugna ratione custodiae.
220Vervolgens moeten we de bescherming der goede engelen, en de aanvechting der booze engelen beschouwen. Met betrekking tot het eerste punt stellen we acht vragen: 1. Worden de menschen door de engelen beschermd? 2. Worden er afzonderlijke engelen met de bescherming der afzonderlijke menschen belast? 3. Behoort deze bescherming alleen bij het laagste engelenkoor? 4. Komt het iederen mensch toe een engelbewaarder te hebben? 5. Wanneer begint de bescherming van den mensch door den engel? [De vertaling van «6. Utrum angelus semper custodiat hominem» ontbreekt in de uitgave.] 7. Doet hem het verlies van zijn beschermeling leed? 8. Is er vanwege de bescherming tweedracht onder de engelen?220Vervolgens moeten we de bescherming van de goede engelen, en de aanvechting van de boze engelen beschouwen. Met betrekking tot het eerste punt stellen we acht vragen: 1. Worden de mensen door de engelen beschermd? 2. Worden er afzonderlijke engelen met de bescherming van de afzonderlijke mensen belast? 3. Behoort deze bescherming alleen bij het laagste engelenkoor? 4. Komt het iederen mens toe een engelbewaarder te hebben? 5. Wanneer begint de bescherming van de mens door de engel? [De vertaling van “6. Utrum angelus semper custodiat hominem” ontbreekt in de uitgave.] 7. Doet hem het verlies van zijn beschermeling leed? 8. Is er vanwege de bescherming tweedracht onder de engelen?
Utrum homines custodiantur ab angelis
Worden de menschen door de engelen beschermd?Worden de mensen door de engelen beschermd?
221Ad primum sic proceditur. Videtur quod homines non custodiantur ab angelis. Custodes enim deputantur aliquibus vel quia nesciunt, vel quia non possunt custodire seipsos; sicut pueri et infirmi1. Sed homo potest custodire seipsum per liberum arbitrium; et scit per naturalem cognitionem legis naturalis. Ergo homo non custoditur ab angelo.
221Bedenkingen. — Men beweert, dat de menschen niet door de engelen beschermd worden. — 1. Beschermers worden aan sommigen gegeven, omdat ze zichzelf niet kunnen of niet weten te beschermen, zooals kinderen en zieken. Maar de mensch kan zichzelf door zijn vrijen wil beschermen, en door de natuurlijke kennis van de natuurwet weet hij zich ook te beschermen. Dus wordt de mensch niet door een engel beschermd.221Bedenkingen. — Men beweert, dat de mensen niet door de engelen beschermd worden. — 1. Beschermers worden aan sommigen gegeven, omdat ze zichzelf niet kunnen of niet weten te beschermen, zoals kinderen en zieken. Maar de mens kan zichzelf door zijn vrijen wil beschermen, en door de natuurlijke kennis van de natuurwet weet hij zich ook te beschermen. Dus wordt de mens niet door een engel beschermd.
2. Praeterea, ubi adest fortior custodia, infirmior superfluere videtur. Sed homines custodiuntur a Deo; secundum illud Psal. 120. [v. 4]: « Non dormitabit neque dormiet, qui custodit Israel ». Ergo non est necessarium quod homo custodiatur ab angelo.
2. Waar sterker bescherming is, schijnt de zwakkere overbodig. Maar de menschen worden door God beschermd, naar het woord uit het Boek der Psalmen (120. 4): « Hij zal niet sluimeren noch slapen, die Israël beschermt ». Dus is het niet noodig, dat de mensch door een engel beschermd wordt.2. Waar sterker bescherming is, schijnt de zwakkere overbodig. Maar de mensen worden door God beschermd, naar het woord uit het Boek van de Psalmen (120, 4)a: “Hij zal niet sluimeren noch slapen, die Israël beschermt”. Dus is het niet nodig, dat de mens door een engel beschermd wordt.
3. Praeterea, perditio custoditi redundat in negligentiam custodis; unde dicitur cuidam 3. Reg. 20. [v. 39]: « Custodi virum istum, qui si lapsus 222fuerit, erit anima tua pro anima ejus ». Sed multi homines quotidie pereunt in peccatum cadentes, quibus angeli subvenire possunt vel visibiliter apparendo, vel miracula faciendo, vel aliquo simili modo. Essent ergo negligentes angeli, si eorum custodiae homines essent commissi: quod patet esse falsum. Non igitur angeli sunt hominum custodes.
3. Het verlies van den beschermeling is te wijten aan de onachtzaamheid van den wachter. Daarom wordt in het Derde Boek der Koningen (20. 39) tot iemand gezegd: « Bescherm dezen man: 222als hij valt, zal uw leven voor zijn leven zijn ». Maar vele menschen, die de engelen ofwel door zichtbaar te verschijnen, ofwel door wonderen te doen, of op dergelijke wijze zouden kunnen helpen, gaan dagelijks door de zonde verloren. De engelen zouden dus onachtzaam zijn, als de menschen aan hun bescherming waren toevertrouwd: wat klaarblijkelijk valsch is. De engelen zijn dus geen beschermers van de menschen.3. Het verlies van de beschermeling is te wijten aan de onachtzaamheid van de wachter. Daarom wordt in het Derde Boek van de Koningen (20, 39)b tot iemand gezegd: “Bescherm deze man: 222als hij valt, zal uw leven voor zijn leven zijn”. Maar vele mensen, die de engelen ofwel door zichtbaar te verschijnen, ofwel door wonderen te doen, of op dergelijke wijze zouden kunnen helpen, gaan dagelijks door de zonde verloren. De engelen zouden dus onachtzaam zijn, als de mensen aan hun bescherming waren toevertrouwd: wat klaarblijkelijk vals is. De engelen zijn dus geen beschermers van de mensen.
Sed contra est quod dicitur in Psal. 90. [v. 11]: « Angelis suis mandavit de te, ut custodiant te in omnibus viis tuis ».
Daartegenover staat echter, wat in het Boek der Psalmen (90. 11) gezegd wordt: « Hij heeft zijn engelen over u het bevel gegeven, u op al uw wegen te beschermen ».Daartegenover staat echter, wat in het Boek van de Psalmen (90, 11)c gezegd wordt: “Hij heeft zijn engelen over u het bevel gegeven, u op al uw wegen te beschermen”.
Respondeo dicendum quod, secundum rationem divinae providentiae, hoc in rebus omnibus invenitur, quod mobilia et variabilia per immobilia et invariabilia moventur et regulantur; sicut omnia corporalia per substantias spirituales et2 immobiles, et corpora inferiora per3 superiora, quae sunt invariabilia secundum substantiam. Sed et nos ipsi regulamur circa conclusiones, in quibus possumus diversimode opinari, per principia quae 223invariabiliter tenemus. Manifestum est autem, quod in rebus agendis cognitio et affectus hominis multipliciter variari et deficere possunt a bono. Et ideo necessarium fuit quod hominibus angeli ad custodiam deputarentur, per quos regularentur et moverentur ad bonum.
Leerstelling. — Naar het plan der goddelijke Voorzienigheid wordt dit bij alle dingen gevonden, dat het bewegelijke en veranderlijke door het onbewegelijke en onveranderlijke wordt bewogen en geregeld; zooals alle lichamen door de onveranderlijke geestelijke zelfstandigheden, en de lagere lichamen door de hoogere, die wat hun wezen aangaat onveranderlijk zijn. Maar ook wij zelf worden in onze conclusies, waarin wij van meening kunnen verschillen, geleid door beginselen, waaraan wij onveranderlijk 223vasthouden. — Nu is het klaar, dat de kennis en het affect van den mensch bij de dingen, die hij doen moet, op velerlei wijze kan wisselen, en van het goede afwijken. En daarom was het noodig aan de menschen engelbewaarders toe te wijzen, door wie zij zouden geleid worden, en ten goede beïnvloed.Leerstelling. — Naar het plan van de goddelijke Voorzienigheid wordt dit bij alle dingen gevonden, dat het bewegelijke en veranderlijke door het onbewegelijke en onveranderlijke wordt bewogen en geregeld; zoals alle lichamen door de onveranderlijke geestelijke zelfstandigheden, en de lagere lichamen door de hogere, die wat hun wezen aangaat onveranderlijk zijn. Maar ook wij zelf worden in onze conclusies, waarin wij van mening kunnen verschillen, geleid door beginselen, waaraan wij onveranderlijk 223vasthouden. — Nu is het klaar, dat de kennis en het affect van de mens bij de dingen, die hij doen moet, op velerlei wijze kan wisselen, en van het goede afwijken. En daarom was het nodig aan de mensen engelbewaarders toe te wijzen, door wie zij zouden geleid worden, en ten goede beïnvloed.
Ad primum ergo dicendum quod per liberum arbitrium potest homo aliqualiter malum vitare, sed non sufficienter: quia infirmatur circa affectum boni, propter multiplices animae passiones. Similiter etiam universalis cognitio naturalis legis, quae homini naturaliter adest, aliqualiter dirigit hominem ad bonum, sed non sufficienter: quia in applicando universalia principia juris ad particularia opera, contingit hominem multipliciter deficere. Unde dicitur Sap. 9. [v. 14]: « Cogitationes mortalium timidae, et incertae providentiae nostrae ». Et ideo necessaria fuit homini custodia angeli.
Antwoord op de Bedenkingen. — 1. Door den vrijen wil kan de mensch eenigszins het kwade mijden, maar niet voldoende: omdat hij wat zijn geneigdheid ten goede aangaat, door veelvoudige hartstochten verzwakt is. Insgelijks leidt de algemeene kennis der natuurwet, welke de mensch van nature heeft, hem eenigszins tot het goede, maar niet voldoende: want het gebeurt maar al te veel, dat de mensch in de toepassing van de algemeene rechtsbeginselen bij zijn afzonderlijke werken, faalt. Vandaar wordt er in het Boek der Wijsheid gezegd (9. 14): « Schuchter zijn de bedenkingen der stervelingen, en onzeker onze voorzieningen ». En daarom was de bescherming der engelen voor den mensch noodig.Antwoord op de Bedenkingen. — 1. Door de vrije wil kan de mens enigszins het kwade mijden, maar niet voldoende: omdat hij wat zijn geneigdheid ten goede aangaat, door veelvoudige hartstochten verzwakt is. Insgelijks leidt de algemene kennis van de natuurwet, welke de mens van nature heeft, hem enigszins tot het goede, maar niet voldoende: want het gebeurt maar al te veel, dat de mens in de toepassing van de algemene rechtsbeginselen bij zijn afzonderlijke werken, faalt. Vandaar wordt er in het Boek van de Wijsheid gezegd (9, 14): “Schuchter zijn de bedenkingen van de stervelingen, en onzeker onze voorzieningen”. En daarom was de bescherming van de engelen voor de mens nodig.
Ad secundum dicendum quod ad bonum operandum duo requiruntur. Primo quidem, quod affectus inclinetur ad bonum: quod quidem fit in nobis per habitum virtutis moralis. Secundo autem, quod ratio inveniat congruas vias ad perficiendum bonum virtutis: quod quidem Philosophus [lib. 10. 224Ethic. cap. 12. n. 6.] attribuit prudentiae. Quantum ergo ad primum, Deus immediate custodit hominem, infundendo ei gratiam et virtutes. Quantum autem ad secundum, Deus custodit hominem sicut universalis instructor, cujus instructio ad hominem pervenit mediantibus angelis, ut supra habitum est [q. 111. art. 1.].
2. Om goed te handelen zijn twee dingen noodig: vooreerst, dat het affect ten goede geneigd is: wat in ons gebeurt door de hebbelijkheid der moreele deugd. Vervolgens dat het verstand geschikte wegen vindt om het deugdgoed te volbrengen: wat de Wijsgeer 224aan de verstandigheid toeschrijft. Wat dan het eerste aangaat, beschermt God onmiddellijk den mensch door de instorting van de genade en de deugden. Maar wat het andere aangaat beschermt God den mensch, als algemeene leeraar, wiens leer, zooals boven gezegd is (111e Kw. 1e Art.), door bemiddeling van de engelen tot de menschen komt.2. Om goed te handelen zijn twee dingen nodig: vooreerst, dat het affect ten goede geneigd is: wat in ons gebeurt door de hebbelijkheid van de morele deugd. Vervolgens dat het verstand geschikte wegen vindt om het deugdgoed te volbrengen: wat de Wijsgeer 224aan de verstandigheid toeschrijft. Wat dan het eerste aangaat, beschermt God onmiddellijk de mens door de instorting van de genade en de deugden. Maar wat het andere aangaat beschermt God de mens, als algemene leraar, wiens leer, zoals boven gezegd is (111e Kw. 1e Art.), door bemiddeling van de engelen tot de mensen komt.
Ad tertium dicendum quod sicut homines a naturali instinctu boni discedunt propter passionem peccati; ita etiam discedunt ab instigatione bonorum angelorum, quae fit invisibiliter per hoc quod homines illuminant ad bene agendum. Unde quod homines pereunt, non est imputandum negligentiae angelorum, sed malitiae hominum. Quod autem aliquando, praeter legem communem, hominibus visibiliter apparent, ex speciali Dei gratia est: sicut etiam4 praeter ordinem naturae miracula fiunt.
3. Zooals de menschen door zondigen hartstocht van het natuurinstinct voor het goede afwijken, zoo wijken ze ook af van de aansporing der goede engelen, die onzichtbaar plaats heeft doordat zij de menschen verlichten om het goede te doen. Vandaar is het niet te wijten aan de onachtzaamheid der engelen, dat de menschen verloren gaan, maar aan 's menschen boosheid. — Dat zij echter soms buiten de algemeene wet om zichtbaar aan de menschen verschijnen, is uit speciale genade Gods, zooals ook, buiten de orde der natuur om, wonderen gebeuren.3. Zoals de mensen door zondigen hartstocht van het natuurinstinct voor het goede afwijken, zo wijken ze ook af van de aansporing van de goede engelen, die onzichtbaar plaats heeft doordat zij de mensen verlichten om het goede te doen. Vandaar is het niet te wijten aan de onachtzaamheid van de engelen, dat de mensen verloren gaan, maar aan 's mensen boosheid. — Dat zij echter soms buiten de algemene wet om zichtbaar aan de mensen verschijnen, is uit speciale genade Gods, zoals ook, buiten de orde van de natuur om, wonderen gebeuren.
Utrum singuli homines a singulis angelis custodiantur
Worden er afzonderlijke engelen met de bescherming der afzonderlijke menschen belast?Worden er afzonderlijke engelen met de bescherming van de afzonderlijke mensen belast?
225Ad secundum sic proceditur. Videtur quod non singuli homines a singulis angelis custodiantur. Angelus enim est virtuosior quam homo. Sed unus homo sufficit ad custodiam multorum hominum. Ergo multo magis unus angelus multos homines potest custodire.
225Bedenkingen. — Men beweert, dat de afzonderlijke menschen niet door afzonderlijke engelen worden beschermd. — 1. De engel is machtiger dan de mensch. Maar één mensch is voldoende voor de bescherming van vele menschen. Dus veel meer nog kan één engel vele menschen beschermen.225Bedenkingen. — Men beweert, dat de afzonderlijke mensen niet door afzonderlijke engelen worden beschermd. — 1. De engel is machtiger dan de mens. Maar één mens is voldoende voor de bescherming van vele mensen. Dus veel meer nog kan één engel vele mensen beschermen.
2. Praeterea, inferiora reducuntur in Deum a superioribus per media, ut Dionysius dicit [cf. Coel. Hier. cap. 4. 13.]. Sed cum omnes angeli sint inaequales, ut supra dictum est [q. 50. art. 4.], solus unus angelus est inter quem et homines non est aliquis medius. Ergo unus angelus solus est qui immediate custodit homines.
2. Het lagere wordt, naar Dionysius zegt, door het hoogere tot God gevoerd door middel van hetgeen tusschen beide is. Maar omdat, zooals boven gezegd (50e Kw. 4e Art.), alle engelen verschillen, is er slechts één engel tusschen wie en de menschen geen andere is. Er is dus slechts één engel die onmiddellijk de menschen beschermt.2. Het lagere wordt, naar Dionysius zegt, door het hogere tot God gevoerd door middel van hetgeen tussen beide is. Maar omdat, zoals boven gezegd (50e Kw. 4e Art.), alle engelen verschillen, is er slechts één engel tussen wie en de mensen geen andere is. Er is dus slechts één engel die onmiddellijk de mensen beschermt.
3. Praeterea, majores angeli majoribus officiis deputantur. Sed non est majus officium custodire unum hominem quam alium: cum omnes homines natura sint pares. Cum ergo omnium angelorum sit unus major alio, 226secundum Dionysium [cap. 10. Coel. Hier.], videtur quod diversi homines non custodiantur a diversis angelis.
3. De hoogere engelen zijn voor hoogere functies bestemd. Maar het is geen hoogere functie dezen of genen mensch te beschermen, daar alle menschen van nature gelijk zijn. Daar dus bij de engelen de één hooger is dan de andere, zooals Dionysius zegt, schijnen 226de verschillende menschen niet door verschillende engelen beschermd te worden.3. De hogere engelen zijn voor hogere functies bestemd. Maar het is geen hogere functie deze of genen mens te beschermen, daar alle mensen van nature gelijk zijn. Daar dus bij de engelen de één hoger is dan de andere, zoals Dionysius zegt, schijnen 226de verschillende mensen niet door verschillende engelen beschermd te worden.
Sed contra est quod Hieronymus exponens illud Matth. 18. [v. 10]: « Angeli eorum in coelis », etc. dicit: « Magna est dignitas animarum, ut unaquaeque habeat, ab ortu nativitatis, in custodiam sui angelum delegatum ».
Daartegenover staat echter wat Hieronymus bij zijn uitleg van Mattheus (18. 10): « Hun engelen in den hemel », zegt: « Groot is de waarde der zielen, dat ieder vanaf haar oorsprong bij de geboorte, een engel tot haar bescherming heeft gekregen ».Daartegenover staat echter wat Hieronymus bij zijn uitleg van Matteüs (18, 10): “Hun engelen in de hemel”, zegt: “Groot is de waarde van de zielen, dat ieder vanaf haar oorsprong bij de geboorte, een engel tot haar bescherming heeft gekregen”.
Respondeo dicendum quod singulis hominibus singuli angeli ad custodiam deputantur. Cujus ratio est, quia angelorum custodia est quaedam executio divinae providentiae circa homines. Providentia autem Dei aliter se habet ad homines, et ad alias corruptibiles creaturas: quia aliter se habent ad incorruptibilitatem. Homines enim non solum sunt incorruptibiles quantum ad communem speciem, sed etiam quantum ad proprias formas singulorum, quae sunt animae rationales: quod de aliis rebus corruptibilibus dici non potest. Manifestum est autem quod providentia Dei principaliter est circa illa, quae perpetuo manent: circa vero ea quae transeunt, providentia Dei est inquantum ordinat ipsa ad res perpetuas. Sic igitur providentia Dei 227comparatur ad singulos homines, sicut comparatur ad singula genera vel species corruptibilium rerum. Sed secundum Gregorium [hom. 34. in Evang.], diversi ordines deputantur diversis rerum generibus; puta Potestates ad arcendos daemones, Virtutes ad miracula facienda in rebus corporeis. Et probabile est quod diversis speciebus rerum diversi angeli ejusdem ordinis praeficiantur. Unde etiam rationabile est ut diversis hominibus diversi angeli ad custodiam deputentur.
Leerstelling. — Voor de afzonderlijke menschen worden afzonderlijke engelen ter bescherming bestemd. De reden hiervan is, dat de bescherming der engelen de uitvoering is der goddelijke Voorzienigheid ten opzichte van de menschen. Maar de voorzienigheid Gods verhoudt zich anders tot de menschen dan tot de andere vergankelijke schepselen. [De vertaling van «quia aliter se habent ad incorruptibilitatem» ontbreekt in de uitgave.] De menschen toch zijn niet alleen onvergankelijk wat hun soort betreft, maar ook wat de eigen vormen der individuën aangaat, die redelijke zielen zijn; iets wat van de overige vergankelijke dingen niet kan gezegd worden. Klaarblijkelijk is Gods Voorzienigheid vooral voor hetgeen altijd blijft: maar voor de dingen die voorbijgaan, is er goddelijke Voorzienigheid, in zoover zij alles richt op de blijvende dingen. De goddelijke Voorzienigheid verhoudt zich dus tot de afzonderlijke menschen, 227zooals zij zich verhoudt tot de afzonderlijke geslachten of soorten der vergankelijke dingen. Maar, naar Gregorius, worden de verschillende koren met de verschillende geslachten der dingen belast, b.v. de Krachten met het bedwingen der duivels, de Machten met het doen van wonderen in de lichamelijke dingen. En het is aan te nemen, dat verschillende engelen van hetzelfde koor over verschillende soorten der dingen zijn aangesteld. Zoo is het dus ook redelijk, dat voor de verschillende menschen verschillende engelen ter bescherming worden aangesteld.Leerstelling. — Voor de afzonderlijke mensen worden afzonderlijke engelen ter bescherming bestemd. De reden hiervan is, dat de bescherming van de engelen de uitvoering is van de goddelijke Voorzienigheid ten opzichte van de mensen. Maar de voorzienigheid Gods verhoudt zich anders tot de mensen dan tot de andere vergankelijke schepselen. [De vertaling van “quia aliter se habent ad incorruptibilitatem” ontbreekt in de uitgave.] De mensen toch zijn niet alleen onvergankelijk wat hun soort betreft, maar ook wat de eigen vormen van de individuën aangaat, die redelijke zielen zijn; iets wat van de overige vergankelijke dingen niet kan gezegd worden. Klaarblijkelijk is Gods Voorzienigheid vooral voor hetgeen altijd blijft: maar voor de dingen die voorbijgaan, is er goddelijke Voorzienigheid, in zover zij alles richt op de blijvende dingen. De goddelijke Voorzienigheid verhoudt zich dus tot de afzonderlijke mensen, 227zoals zij zich verhoudt tot de afzonderlijke geslachten of soorten van de vergankelijke dingen. Maar, naar Gregorius, worden de verschillende koren met de verschillende geslachten van de dingen belast, bv. de Krachten met het bedwingen van de duivels, de Machten met het doen van wonderen in de lichamelijke dingen. En het is aan te nemen, dat verschillende engelen van hetzelfde koor over verschillende soorten van de dingen zijn aangesteld. Zo is het dus ook redelijk, dat voor de verschillende mensen verschillende engelen ter bescherming worden aangesteld.
Ad primum ergo dicendum quod alicui homini adhibetur custos dupliciter. Uno modo, inquantum est homo singularis: et sic uni homini debetur unus custos, et interdum plures deputantur ad custodiam unius. Alio modo, inquantum est pars alicujus collegii: et sic toti collegio unus homo ad custodiam praeponitur, ad quem pertinet providere ea quae pertinent ad unum hominem in ordine ad totum collegium; sicut sunt ea quae exterius aguntur, de quibus alii aedificantur vel scandalizantur. Angelorum autem custodia deputatur hominibus etiam quantum ad invisibilia et occulta, quae pertinent 228ad singulorum salutem secundum seipsos. Unde singulis hominibus singuli angeli deputantur ad custodiam.
Antwoord op de Bedenkingen. — 1. Op twee manieren wordt iemand een beschermer gegeven. Vooreerst in zoover hij een particulier mensch is, en zoo is er voor één mensch één beschermer noodig, en soms worden er meerdere met de bescherming van één belast. Vervolgens, in zoover hij deel uitmaakt van een college: en zoo wordt één mensch ter bescherming van het geheele college aangesteld, om nl. voorzieningen te treffen in de dingen, die met betrekking tot het geheele college, éénen mensch betreffen: zooals in al wat uiterlijk gedaan wordt, waarin anderen gesticht of geërgerd worden. Maar de bescherming van de menschen door de engelen betrekt zich ook op de onzichtbare en geheime belangen, die de zaligheid der afzonderlijke menschen op zich aangaan. 228Vandaar worden aan de afzonderlijke menschen afzonderlijke engelen ter bewaking toegewezen.Antwoord op de Bedenkingen. — 1. Op twee manieren wordt iemand een beschermer gegeven. Vooreerst in zover hij een particulier mens is, en zo is er voor één mens één beschermer nodig, en soms worden er meerdere met de bescherming van één belast. Vervolgens, in zover hij deel uitmaakt van een college: en zo wordt één mens ter bescherming van het gehele college aangesteld, om nl. voorzieningen te treffen in de dingen, die met betrekking tot het gehele college, één mens betreffen: zoals in al wat uiterlijk gedaan wordt, waarin anderen gesticht of geërgerd worden. Maar de bescherming van de mensen door de engelen betrekt zich ook op de onzichtbare en geheime belangen, die de zaligheid van de afzonderlijke mensen op zich aangaan. 228Vandaar worden aan de afzonderlijke mensen afzonderlijke engelen ter bewaking toegewezen.
Ad secundum dicendum quod, sicut dictum est [q. praec. art. 3. ad 4.], angeli primae hierarchiae omnes quantum ad aliqua illuminantur immediate a Deo: sed quaedam sunt de quibus illuminantur superiores tantum immediate a Deo, quae inferioribus revelant. Et idem etiam in inferioribus ordinibus considerandum est: nam aliquis infimus angelus illuminatur quantum ad quaedam ab aliquo supremo, et quantum ad aliqua ab eo qui immediate sibi praefertur. Et sic etiam possibile est quod aliquis angelus immediate illuminet hominem, qui tamen habet aliquos angelos sub se, quos illuminat.
2. Zooals gezegd is (112e Kw. 3e Art. 4e Antw.), worden met betrekking tot sommige dingen, alle engelen der eerste hiërarchie onmiddellijk door God verlicht: maar er zijn dingen waarover alleen de hoogeren onmiddellijk door God verlicht worden, welke zij dan aan de lageren bekend maken. En hetzelfde moet bedacht worden bij de lagere koren, want de laagste engel wordt, wat sommige dingen aangaat, onmiddellijk door een der hoogsten verlicht, en wat andere dingen aangaat door dengene, die onmiddellijk boven hem is. En zoo kan het ook zijn, dat een of andere engel, die anderen onder zich heeft, die hij verlicht, onmiddellijk een mensch verlicht.2. Zoals gezegd is (112e Kw. 3e Art. 4e Antw.), worden met betrekking tot sommige dingen, alle engelen van de eerste hiërarchie onmiddellijk door God verlicht: maar er zijn dingen waarover alleen de hogeren onmiddellijk door God verlicht worden, welke zij dan aan de lageren bekend maken. En hetzelfde moet bedacht worden bij de lagere koren, want de laagste engel wordt, wat sommige dingen aangaat, onmiddellijk door een van de hoogsten verlicht, en wat andere dingen aangaat door dengene, die onmiddellijk boven hem is. En zo kan het ook zijn, dat een of andere engel, die anderen onder zich heeft, die hij verlicht, onmiddellijk een mens verlicht.
Ad tertium dicendum quod quamvis homines natura sint pares, tamen inaequalitas in eis invenitur, secundum quod ex divina providentia quidam ordinantur ad majus, et quidam ad minus; secundum illud quod dicitur Eccli. 33. [v. 11. 12]: « In multitudine disciplinae Domini separavit eos, ex ipsis benedixit et exaltavit, ex ipsis maledixit et humiliavit ». Et sic majus officium est custodire unum hominem quam alium.
3. Ofschoon alle menschen van nature gelijk zijn, wordt er toch ongelijkheid onder hen gevonden, naar gelang sommige door de goddelijke Voorzienigheid voor grootere dingen bestemd zijn, en andere voor mindere dingen, naar het woord uit het Boek Ecclesiasticus (33. 11, 12): « In den rijkdom zijner Wijsheid heeft de Heer onderscheid onder hen gemaakt: sommigen zegende en verhief Hij, anderen vloekte en vernederde Hij ». En zoo is het een hoogere functie den eenen dan den anderen mensch te beschermen.3. Ofschoon alle mensen van nature gelijk zijn, wordt er toch ongelijkheid onder hen gevonden, naar gelang sommige door de goddelijke Voorzienigheid voor grotere dingen bestemd zijn, en andere voor mindere dingen, naar het woord uit het Boek Sirach (33, 11, 12): “In de rijkdom van zijn Wijsheid heeft de Heer onderscheid onder hen gemaakt: sommigen zegende en verhief Hij, anderen vloekte en vernederde Hij”. En zo is het een hogere functie de ene dan de andere mens te beschermen.
Utrum custodire homines pertineat solum ad infimum ordinem angelorum
Behoort deze bescherming alleen bij de laagste koren?
229Ad tertium sic proceditur. Videtur quod custodire homines non pertineat solum ad infimum ordinem angelorum. Dicit enim Chrysostomus [hom. 60. in Matth.] quod hoc quod dicitur Matth. 18. [v. 10]: « Angeli eorum in coelis, etc. », « intelligitur non de quibuscumque angelis, sed de supereminentibus ». Ergo supereminentes angeli custodiunt homines.
229Bedenkingen. — Men beweert, dat de bescherming der menschen niet alleen het laagste engelenkoor aangaat. — 1. Chrysostomus toch zegt, dat het woord van Mattheus (18, 10): « Hun engelen in den hemel » enz., « niet van de engelen zonder meer, maar van de allerhoogste verstaan wordt ». Dus de allerhoogste engelen beschermen de menschen.229Bedenkingen. — Men beweert, dat de bescherming van de mensen niet alleen het laagste engelenkoor aangaat. — 1. Chrysostomus toch zegt, dat het woord van Matteüs (18, 10): “Hun engelen in de hemel” enz., “niet van de engelen zonder meer, maar van de allerhoogste verstaan wordt”. Dus de allerhoogste engelen beschermen de mensen.
2. Praeterea, Apostolus ad Hebr. 1. [v. 14], dicit quod angeli sunt « in ministerium missi propter eos, qui haereditatem capiunt salutis ». Et sic videtur quod missio angelorum ad custodiam hominum ordinetur. Sed quinque ordines in exterius ministerium mittuntur, ut supra dictum est [q. praec. art. 4.]. Ergo omnes angeli quinque ordinum custodiae hominum deputantur.
2. De Apostel zegt, dat de engelen « uitgezonden zijn tot hulp van hen, die de zaligheid zullen beërven » (Hebr. 1. 14): en zoo schijnt de zending der engelen gericht te zijn op de bescherming der menschen. Maar, zooals boven gezegd is (112e Kw. 4e Art.), worden er vijf koren ter uiterlijke bediening uitgezonden. Dus worden alle engelen der vijf koren ter bescherming van de menschen bestemd.2. De Apostel zegt, dat de engelen “uitgezonden zijn tot hulp van hen, die de zaligheid zullen beërven” (Hebr. 1. 14): en zo schijnt de zending van de engelen gericht te zijn op de bescherming van de mensen. Maar, zoals boven gezegd is (112e Kw. 4e Art.), worden er vijf koren ter uiterlijke bediening uitgezonden. Dus worden alle engelen van de vijf koren ter bescherming van de mensen bestemd.
3. Praeterea, ad custodiam hominum maxime videtur esse necessarium arcere daemones, quod maxime pertinet ad Potestates, secundum Gregorium 230[hom. 34. in Evang.]; et miracula facere, quod pertinet ad Virtutes. Ergo illi etiam ordines deputantur ad custodiam, et non solum virtutes1.
3. Het bedwingen der duivels schijnt toch wel hoog noodig voor de bescherming der menschen, en dit komt, naar Gregorius, 230aan de Krachten toe; zoo ook het doen van wonderen, wat aan de Machten toekomt. Dus is niet alleen het laagste koor, maar zijn ook deze koren voor de bescherming bestemd.3. Het bedwingen van de duivels schijnt toch wel hoog nodig voor de bescherming van de mensen, en dit komt, naar Gregorius, 230aan de Krachten toe; zo ook het doen van wonderen, wat aan de Machten toekomt. Dus is niet alleen het laagste koor, maar zijn ook deze koren voor de bescherming bestemd.
Sed contra est quod in Psal. 90. [v. 11] custodia hominum attribuitur Angelis; quorum ordo est infimus, secundum Dionysium [cap. 9. Coel. Hier.].
Daartegenover staat echter, dat in het Boek der Psalmen (90. 11) de bescherming der menschen aan de Engelen wordt toegewezen, wier koor, volgens Dionysius, het laagste is.Daartegenover staat echter, dat in het Boek van de Psalmen (90, 11)a de bescherming van de mensen aan de Engelen wordt toegewezen, wier koor, volgens Dionysius, het laagste is.
Respondeo dicendum quod, sicut supra dictum est [art. praec. ad 1.], homini custodia dupliciter adhibetur. Uno modo, custodia particularis, secundum quod singulis hominibus singuli angeli ad custodiam deputantur. Et talis custodia pertinet ad infimum ordinem angelorum, quorum, secundum Gregorium [loc. supra citato], est minima nuntiare; hoc autem videtur esse minimum in officiis angelorum, procurare ea quae ad unius hominis salutem pertinent. Alia vero est custodia universalis. Et haec multiplicatur secundum diversos ordines: nam quanto agens fuerit universalius, tanto est 231superius. Sic igitur custodia humanae multitudinis pertinet ad ordinem Principatuum: vel forte ad Archangelos, qui dicuntur Principes Angelorum. Unde et Michael, quem Archangelum dicimus, unus de Principibus dicitur Dan. 10. [v. 13]. Ulterius autem super omnes naturas corporeas habent custodiam Virtutes. Et ulterius etiam super daemones habent custodiam Potestates. Et ulterius super bonos spiritus habent custodiam Principatus, vel Dominationes2, secundum Gregorium [hom. 34. in Evang.].
Leerstelling. — Zooals boven gezegd is (vorig Art. 1e Antw.), wordt den mensch op twee manieren bescherming geschonken. Vooreerst de particuliere bescherming voor zoover aan afzonderlijke menschen afzonderlijke engelen ter bescherming worden aangewezen. En deze bescherming komt toe aan het laagste engelenkoor, welks functie is, naar Gregorius, minder belangrijke dingen boodschappen; dit echter schijnt bij al de functies der engelen het minst belangrijke te zijn: zorgen voor wat het heil van slechts één enkelen mensch aangaat. — Een andere bescherming is de algemeene. En deze wordt naar de verschillende orden verveelvoudigd: want hoe algemeener een werkoorzaak is, des te hooger is zij. Zoo dan gaat de bescherming der 231menschelijke maatschappij het koor der Hoogheden aan: wellicht het koor der Aartsengelen, die Engelenvorsten genoemd worden; vandaar dat Michaël, dien wij een Aartsengel noemen, in het Boek Daniël (10. 13) één der vorsten genoemd wordt. Verder hebben de Machten de bescherming van alle lichamelijke naturen, en voorts hebben de Krachten de bewaking der demonen. En tenslotte hebben, volgens Gregorius, de Hoogheden de bescherming der goede geesten.Leerstelling. — Zoals boven gezegd is (vorig Art. 1e Antw.), wordt de mens op twee manieren bescherming geschonken. Vooreerst de particuliere bescherming voor zover aan afzonderlijke mensen afzonderlijke engelen ter bescherming worden aangewezen. En deze bescherming komt toe aan het laagste engelenkoor, welks functie is, naar Gregorius, minder belangrijke dingen boodschappen; dit echter schijnt bij al de functies van de engelen het minst belangrijke te zijn: zorgen voor wat het heil van slechts één enkelen mens aangaat. — Een andere bescherming is de algemene. En deze wordt naar de verschillende orden verveelvoudigd: want hoe algemener een werkoorzaak is, des te hoger is zij. Zo dan gaat de bescherming van de 231menselijke maatschappij het koor van de Hoogheden aan: wellicht het koor van de Aartsengelen, die Engelenvorsten genoemd worden; vandaar dat Michaël, die wij een Aartsengel noemen, in het Boek Daniël (10, 13) één van de vorsten genoemd wordt. Verder hebben de Machten de bescherming van alle lichamelijke naturen, en voorts hebben de Krachten de bewaking van de demonen. En tenslotte hebben, volgens Gregorius, de Hoogheden de bescherming van de goede geesten.
Ad primum ergo dicendum quod verbum Chrysostomi potest intelligi, ut loquatur de supremis in ordine infimo angelorum: quia, ut Dionysius dicit [cap. 10. Coel. Hier.], in quolibet ordine sunt primi, medii et ultimi. Est autem probabile quod majores angeli deputentur ad custodiam eorum qui sunt ad majorem gradum gloriae a Deo electi.
Antwoord op de Bedenkingen. — 1. Dat woord van Chrysostomus kan zoo verstaan worden, dat hij spreekt over de hoogsten in het koor der laagste engelen: want volgens Dionysius, zijn er in ieder koor hoogsten, middelsten, en laagsten. Nu is het aan te nemen, dat voor de bescherming van hen, die door God verkoren zijn tot een hoogeren graad van glorie, hoogere engelen bestemd zijn.Antwoord op de Bedenkingen. — 1. Dat woord van Chrysostomus kan zo verstaan worden, dat hij spreekt over de hoogsten in het koor van de laagste engelen: want volgens Dionysius, zijn er in ieder koor hoogsten, middelsten, en laagsten. Nu is het aan te nemen, dat voor de bescherming van hen, die door God verkoren zijn tot een hogeren graad van glorie, hogere engelen bestemd zijn.
Ad secundum dicendum quod non omnes angeli qui mittuntur, habent particularem custodiam super singulos homines; sed quidam ordines habent universalem custodiam, magis, vel minus, ut dictum est [in corp.].
2. Niet alle engelen, die gezonden worden, hebben particuliere bescherming der afzonderlijke menschen, maar sommige koren hebben, zooals gezegd is (in de Leerstelling), een min of meer algemeene bescherming.2. Niet alle engelen, die gezonden worden, hebben particuliere bescherming van de afzonderlijke mensen, maar sommige koren hebben, zoals gezegd is (in de Leerstelling), een min of meer algemene bescherming.
232Ad tertium dicendum quod etiam inferiores angeli exercent officia superiorum, inquantum aliquid de dono eorum participant, et se habent ad superiores, sicut executores virtutis eorum. Et per hunc modum etiam omnes3 angeli infimi ordinis possunt et arcere daemones, et miracula facere.
2323. De lagere engelen oefenen ook de functies der hoogere uit, in zoover zij eenigerwijze deelen in hun gaven, en zich tot de hoogere verhouden als uitvoerders van hun kracht. En op deze wijze kunnen ook de engelen van het laagste koor zoowel duivels bedwingen als wonderen doen.2323. De lagere engelen oefenen ook de functies van de hogere uit, in zover zij enigerwijze delen in hun gaven, en zich tot de hogere verhouden als uitvoerders van hun kracht. En op deze wijze kunnen ook de engelen van het laagste koor zowel duivels bedwingen als wonderen doen.
Utrum omnibus hominibus angeli ad custodiam deputentur
Komt het iederen mensch toe een engelbewaarder te hebben?Komt het iederen mens toe een engelbewaarder te hebben?
Ad quartum sic proceditur. Videtur quod non omnibus hominibus angeli ad custodiam deputentur. Dicitur enim de Christo, Philip. 2. [v. 7], quod est « in similitudinem hominum factus, et habitu inventus ut homo ». Si igitur omnibus hominibus angeli ad custodiam deputantur, etiam Christus angelum custodem habuisset. Sed hoc videtur inconveniens: cum Christus sit major omnibus angelis. Non ergo omnibus hominibus angeli ad custodiam deputantur.
Bedenkingen. — Men beweert, dat niet aan alle menschen engelbewaarders gegeven worden. — 1. Over Christus immers wordt in den Brief aan de Philippensen (2. 7) gezegd, dat Hij « gelijk geworden is aan de menschen, en uiterlijk als een mensch bevonden werd ». Als dus aan alle menschen engelen ter bescherming gegeven worden, heeft ook Christus een engelbewaarder gehad. Maar dat schijnt niet aanvaardbaar, daar Christus hooger is dan alle engelen. Dus worden niet aan alle menschen engelbewaarders gegeven.Bedenkingen. — Men beweert, dat niet aan alle mensen engelbewaarders gegeven worden. — 1. Over Christus immers wordt in de Brief aan de Filippenzen (2, 7) gezegd, dat Hij “gelijk geworden is aan de mensen, en uiterlijk als een mens bevonden werd”. Als dus aan alle mensen engelen ter bescherming gegeven worden, heeft ook Christus een engelbewaarder gehad. Maar dat schijnt niet aanvaardbaar, daar Christus hoger is dan alle engelen. Dus worden niet aan alle mensen engelbewaarders gegeven.
2332. Praeterea, omnium hominum primus fuit Adam. Sed sibi non competebat habere angelum custodem, ad minus in statu innocentiae: quia tunc nullis periculis angustiabatur. Ergo angeli non praeficiuntur ad custodiam omnibus hominibus.
2332. De eerste van alle menschen was Adam. Maar hij behoorde, minstens in den staat der onschuld, geen engelbewaarder te hebben, omdat hij toen door geen gevaren omringd was. Dus worden niet over alle menschen engelen ter bescherming aangesteld.2332. De eerste van alle mensen was Adam. Maar hij behoorde, minstens in de staat van de onschuld, geen engelbewaarder te hebben, omdat hij toen door geen gevaren omringd was. Dus worden niet over alle mensen engelen ter bescherming aangesteld.
3. Praeterea, hominibus angeli ad custodiam deputantur, ut per eos manuducantur ad vitam aeternam, et incitentur ad bene operandum, et muniantur contra insultus daemonum. Sed homines praesciti ad damnationem, numquam perveniunt ad vitam aeternam. Infideles etiam, etsi interdum bona opera faciant, non tamen bene faciunt, quia non recta intentione faciunt: fides enim intentionem dirigit, ut Augustinus dicit [Enarrat 11. in Psal. 31.]. Antichristi etiam adventus erit « secundum operationem Satanae », ut dicitur 2. ad Thessal. 2. [v. 9]. Non ergo omnibus hominibus angeli ad custodiam deputantur.
3. Er worden engelbewaarders aan de menschen gegeven, opdat zij door hen ten eeuwigen leven zouden geleid worden, en opgewekt om goed te doen, en beschermd tegen de aanvallen der duivels. Maar de menschen, die vooruit als verworpelingen gekend zijn, komen nooit tot het eeuwige leven. Ook de ongeloovigen, mogen ze soms al goede werken doen, doen ze niet op de goede wijze, omdat zij ze niet met goede meening verrichten: « het geloof » toch « richt de intentie », zooals Augustinus zegt. Ook de komst van den Antichrist, zal, zooals in den Tweeden Brief aan de Thessalonicensen (2. 9) gezegd wordt, geschieden « als een werk van Satan ». Dus niet aan alle menschen worden engelbewaarders gegeven.3. Er worden engelbewaarders aan de mensen gegeven, opdat zij door hen ten eeuwigen leven zouden geleid worden, en opgewekt om goed te doen, en beschermd tegen de aanvallen van de duivels. Maar de mensen, die vooruit als verworpelingen gekend zijn, komen nooit tot het eeuwige leven. Ook de ongelovigen, mogen ze soms al goede werken doen, doen ze niet op de goede wijze, omdat zij ze niet met goede mening verrichten: “het geloof” toch “richt de intentie”, zoals Augustinus zegt. Ook de komst van de Antichrist, zal, zoals in de Tweede Brief aan de Tessalonicenzen (2, 9) gezegd wordt, geschieden “als een werk van Satan”. Dus niet aan alle mensen worden engelbewaarders gegeven.
Sed contra est auctoritas Hieronymi supra inducta [art. 2. arg. sed contr.], qui dicit quod « unaquaeque anima ad sui custodiam habet angelum deputatum ».
Daartegenover staat echter de autoriteit van Hieronymus, reeds boven geciteerd (2e Art. Tegenbedenking), die zegt, dat « iedere ziel tot haar bescherming een engel heeft gekregen ».Daartegenover staat echter de autoriteit van Hieronymus, reeds boven geciteerd (2e Art. Tegenbedenking), die zegt, dat “iedere ziel tot haar bescherming een engel heeft gekregen”.
234Respondeo dicendum quod homo in statu vitae istius constitutus, est quasi in quadam via, qua debet tendere ad patriam. In qua quidem via multa pericula homini imminent, tum ab interiori, tum ab exteriori; secundum illud Psal. 141. [v. 4]: « In via hac qua ambulabam, absconderunt laqueum mihi ». Et ideo sicut hominibus per viam non tutam ambulantibus dantur custodes, ita et cuilibet homini, quamdiu viator est, custos angelus deputatur. Quando autem jam ad terminum viae pervenerit, jam non habebit angelum custodem; sed habebit in regno angelum conregnantem, in inferno daemonem punientem.
234Leerstelling. — De mensch, die in den staat van dit leven gesteld is, is als op een weg, waarlangs hij naar het vaderland optrekt. Op dezen weg bedreigen den mensch zoowel van binnen uit, als van buiten af, vele gevaren, naar het psalmvers: « Op dezen weg, waarop ik liep, heeft men mij een strik gespannen » (Ps. 141. 4). Zooals dus aan menschen, die langs een onveiligen weg gaan, bewakers gegeven worden, zoo is ook iederen mensch, zoolang hij pelgrim is, een engelbewaarder gegeven. Als hij echter aan het einde van dien weg zal gekomen zijn, zal hij geen engelbewaarder meer hebben, maar in het Rijk des Hemels zal hij een mederegeerenden engel hebben, in de hel een straffenden duivel.234Leerstelling. — De mens, die in de staat van dit leven gesteld is, is als op een weg, waarlangs hij naar het vaderland optrekt. Op deze weg bedreigen de mens zowel van binnen uit, als van buiten af, vele gevaren, naar het psalmvers: “Op deze weg, waarop ik liep, heeft men mij een strik gespannen” (Ps. 141. 4)a. Zoals dus aan mensen, die langs een onveiligen weg gaan, bewakers gegeven worden, zo is ook iederen mens, zolang hij pelgrim is, een engelbewaarder gegeven. Als hij echter aan het einde van die weg zal gekomen zijn, zal hij geen engelbewaarder meer hebben, maar in het Rijk van de Hemel zal hij een mederegerenden engel hebben, in de hel een straffenden duivel.
Ad primum ergo dicendum quod Christus, secundum quod homo, immediate regulabatur a Verbo Dei: unde non indigebat custodia angelorum. Et iterum secundum animam erat comprehensor; sed ratione passibilitatis corporis, erat viator. Et secundum hoc, non debebatur ei angelus custos, tamquam superior; sed magis minister, tamquam inferior. Unde dicitur Matth. 4. [v. 11] quod « accesserunt angeli, et ministrabant ei ».
Antwoord op de Bedenkingen. — 1. Christus als mensch werd onmiddellijk door het Woord Gods geleid, zoodat Hij de bescherming van engelen niet van noode had. En insgelijks schouwde Hij naar de ziel God, maar alleen wat de lijdelijkheid van zijn lichaam aangaat was Hij pelgrim. En wat dit betreft, kwam Hem geen engelbewaarder als meerdere, maar een dienende engel als mindere, toe. Vandaar wordt bij Mattheus (4. 11) gezegd, dat « engelen kwamen en Hem dienden ».Antwoord op de Bedenkingen. — 1. Christus als mens werd onmiddellijk door het Woord Gods geleid, zodat Hij de bescherming van engelen niet van node had. En insgelijks schouwde Hij naar de ziel God, maar alleen wat de lijdelijkheid van zijn lichaam aangaat was Hij pelgrim. En wat dit betreft, kwam Hem geen engelbewaarder als meerdere, maar een dienende engel als mindere, toe. Vandaar wordt bij Matteüs (4, 11) gezegd, dat “engelen kwamen en Hem dienden”.
Ad secundum dicendum quod homo in statu innocentiae non patiebatur 235aliquod periculum ab interiori: quia interius erant omnia ordinata, ut supra dictum est [q. 95. art. 1. 3.]. Sed imminebat ei periculum ab exteriori, propter insidias daemonum; ut rei probavit eventus. Et ideo indigebat custodia angelorum.
2. In den staat der onschuld onderging de mensch geen gevaar 235van binnen uit, want, zooals boven gezegd is (95e Kw. 1e en 3e Art.), was innerlijk alles in harmonie. Maar van buitenaf bedreigde hem gevaar om de lagen der duivels, zooals de uitkomst bewezen heeft. En daarom had hij bescherming van engelen noodig.2. In de staat van de onschuld onderging de mens geen gevaar 235van binnen uit, want, zoals boven gezegd is (95e Kw. 1e en 3e Art.), was innerlijk alles in harmonie. Maar van buitenaf bedreigde hem gevaar om de lagen van de duivels, zoals de uitkomst bewezen heeft. En daarom had hij bescherming van engelen nodig.
Ad tertium dicendum quod, sicut praesciti et infideles, et etiam Antichristus, non privantur interiori auxilio naturalis rationis; ita etiam non privantur exteriori auxilio toti naturae humanae divinitus concesso, scilicet custodia angelorum. Per quam etsi non juventur quantum ad hoc quod vitam aeternam bonis operibus mereantur, juvantur tamen quantum ad hoc, quod ab aliquibus malis retrahuntur, quibus et sibiipsis, et aliis nocere possunt. Nam et ipsi daemones arcentur per bonos angelos, ne noceant quantum volunt. Et similiter Antichristus non tantum nocebit quantum vellet.
3. De vooruitgekende verworpelingen en ongeloovigen, en zelfs de Antichrist, zijn niet verstoken van de innerlijke hulp der natuurlijke rede; zoo zijn ze dus ook niet verstoken van de uiterlijke hulp, die van Godswege aan heel de menschelijke natuur is toegestaan, nl. de bescherming der engelen. Ofschoon ze daardoor niet geholpen worden om door goede werken het eeuwig leven te verdienen, zoo worden zij er wel door geholpen om van sommig kwaad te worden afgehouden, waardoor zij én zichzelf én anderen kunnen schaden. Ook de duivels zelf immers worden door de goede engelen bedwongen om niet zooveel te schaden als ze willen. En zoo zal ook de Antichrist niet zooveel schade kunnen toebrengen, als hij zelf zou willen.3. De vooruitgekende verworpelingen en ongelovigen, en zelfs de Antichrist, zijn niet verstoken van de innerlijke hulp van de natuurlijke rede; zo zijn ze dus ook niet verstoken van de uiterlijke hulp, die van Godswege aan heel de menselijke natuur is toegestaan, nl. de bescherming van de engelen. Ofschoon ze daardoor niet geholpen worden om door goede werken het eeuwig leven te verdienen, zo worden zij er wel door geholpen om van sommig kwaad te worden afgehouden, waardoor zij én zichzelf én anderen kunnen schaden. Ook de duivels zelf immers worden door de goede engelen bedwongen om niet zoveel te schaden als ze willen. En zo zal ook de Antichrist niet zoveel schade kunnen toebrengen, als hij zelf zou willen.
Utrum angelus deputetur homini ad custodiam a sua nativitate
Wanneer begint de bescherming van den mensch door den engel?Wanneer begint de bescherming van de mens door de engel?
236Ad quintum sic proceditur. Videtur quod angelus non deputetur homini ad custodiam a sua nativitate. Angeli enim mittuntur « in ministerium, propter eos, qui haereditatem salutis capiunt », ut Apostolus ad Hebr. 1. [v. 14] dicit. Sed homines incipiunt haereditatem capere salutis, quando baptizantur. Ergo angelus deputatur homini ad custodiam a tempore baptismi, et non a tempore nativitatis.
236Bedenkingen. — Men beweert, dat er geen engelbewaarder aan den mensch gegeven wordt vanaf zijn geboorte. — 1. De engelen worden, zooals de Apostel zegt, « uitgezonden tot hulp van hen, die de zaligheid zullen beërven » (Hebr. 1. 14). Maar de menschen beginnen de zaligheid te beërven, als ze gedoopt worden. Dus wordt de engelbewaarder aan den mensch gegeven ten tijde van zijn doop, en niet ten tijde van zijn geboorte.236Bedenkingen. — Men beweert, dat er geen engelbewaarder aan de mens gegeven wordt vanaf zijn geboorte. — 1. De engelen worden, zoals de Apostel zegt, “uitgezonden tot hulp van hen, die de zaligheid zullen beërven” (Hebr. 1. 14). Maar de mensen beginnen de zaligheid te beërven, als ze gedoopt worden. Dus wordt de engelbewaarder aan de mens gegeven ten tijde van zijn doop, en niet ten tijde van zijn geboorte.
2. Praeterea, homines ab angelis custodiuntur inquantum ab eis illuminantur per modum doctrinae. Sed pueri mox nati non sunt capaces doctrinae: quia non habent usum rationis. Ergo pueris mox natis non deputantur angeli custodes.
2. De menschen worden door de engelen beschermd, voor zoover zij door hen bij wijze van leering worden verlicht. Maar pasgeboren kinderen zijn voor leering niet vatbaar, omdat zij het gebruik der rede niet hebben. Dus worden aan pasgeboren kinderen geen engelbewaarders gegeven.2. De mensen worden door de engelen beschermd, voor zover zij door hen bij wijze van lering worden verlicht. Maar pasgeboren kinderen zijn voor lering niet vatbaar, omdat zij het gebruik van de rede niet hebben. Dus worden aan pasgeboren kinderen geen engelbewaarders gegeven.
3. Praeterea, pueri in materno utero existentes habent animam rationalem aliquo tempore, sicut et post nativitatem ex utero. Sed cum sunt in 237materno utero, non deputantur eis angeli ad custodiam, ut videtur: quia neque etiam ministri Ecclesiae eos sacramentis imbuunt. Non ergo statim a nativitate hominibus angeli ad custodiam deputantur.
3. Kinderen, die nog in den moederschoot verblijven, hebben gedurende eenigen tijd zooals ook na de geboorte, een redelijke ziel. Maar zoolang zij in den moederschoot verblijven, wordt hun 237naar het schijnt, geen engelbewaarder gegeven, want ook de bedienaars der Kerk geven hun dan geen Sacramenten. Dus worden niet direkt na de geboorte aan de menschen engelbewaarders gegeven.3. Kinderen, die nog in de moederschoot verblijven, hebben gedurende enigen tijd zoals ook na de geboorte, een redelijke ziel. Maar zolang zij in de moederschoot verblijven, wordt hun 237naar het schijnt, geen engelbewaarder gegeven, want ook de bedienaars van de Kerk geven hun dan geen Sacramenten. Dus worden niet direct na de geboorte aan de mensen engelbewaarders gegeven.
Sed contra est quod Hieronymus dicit [loc. cit. art. 2. argum. sed contr.], quod « unaquaeque anima ab ortu nativitatis habet in custodiam sui angelum deputatum ».
Daartegenover staat echter, dat Hieronymus zegt, dat « iedere ziel vanaf haar oorsprong bij de geboorte, een engel ter bescherming heeft gekregen ».Daartegenover staat echter, dat Hieronymus zegt, dat “iedere ziel vanaf haar oorsprong bij de geboorte, een engel ter bescherming heeft gekregen”.
Respondeo dicendum quod, sicut Origenes dicit super Matth. [Tract. 5.] super hoc est duplex opinio. Quidam enim dixerunt quod angelus ad custodiam homini deputatur a tempore baptismi: alii vero, quod a tempore nativitatis. Et hanc opinionem Hieronymus [loc. mox. cit.] approbat; et rationabiliter. Beneficia enim quae dantur homini divinitus ex eo quod est Christianus, incipiunt a tempore baptismi; sicut perceptio Eucharistiae, et alia hujusmodi. Sed ea quae providentur homini a Deo, inquantum habet naturam rationalem, ex tunc ei exhibentur, ex quo nascendo talem naturam accipit. Et tale beneficium est custodia angelorum, ut ex praemissis patet 238[art. 1. et 4.]. Unde statim a nativitate habet homo angelum ad sui custodiam deputatum.
Leerstelling. — Zooals Origenes zegt, is hierover een tweevoudige meening. Sommigen zeiden, dat aan den mensch een engelbewaarder gegeven wordt vanaf den tijd van het doopsel: anderen, vanaf den tijd der geboorte. En deze meening keurt Hieronymus goed, en redelijker wijze. De weldaden immers die van Gods wege aan den mensch gegeven worden als christen, beginnen vanaf het doopsel, zooals het ontvangen der Eucharistie, e. d. Maar wat den mensch door de goddelijke Voorzienigheid wordt toegewezen, in zoover hij een redelijke natuur heeft, wordt hem gegeven vanaf het oogenblik, waarop hij door de geboorte die natuur ontvangt. En een dergelijke weldaad is, zooals uit het voorafgaande blijkt (1e en 2384e Art.), de bescherming der engelen. Vandaar heeft de mensch onmiddellijk na zijn geboorte een engel tot zijn bescherming toegewezen.Leerstelling. — Zoals Origenes zegt, is hierover een tweevoudige mening. Sommigen zeiden, dat aan de mens een engelbewaarder gegeven wordt vanaf de tijd van het doopsel: anderen, vanaf de tijd van de geboorte. En deze mening keurt Hieronymus goed, en redelijker wijze. De weldaden immers die van Gods wege aan de mens gegeven worden als christen, beginnen vanaf het doopsel, zoals het ontvangen van de Eucharistie, e. d. Maar wat de mens door de goddelijke Voorzienigheid wordt toegewezen, in zover hij een redelijke natuur heeft, wordt hem gegeven vanaf het ogenblik, waarop hij door de geboorte die natuur ontvangt. En een dergelijke weldaad is, zoals uit het voorafgaande blijkt (1e en 2384e Art.), de bescherming van de engelen. Vandaar heeft de mens onmiddellijk na zijn geboorte een engel tot zijn bescherming toegewezen.
Ad primum ergo dicendum quod angeli mittuntur in ministerium, efficaciter quidem propter eos solos qui haereditatem capiunt salutis, si consideretur ultimus effectus custodiae, qui est perceptio haereditatis. Nihilominus tamen et aliis ministerium angelorum non subtrahitur, quamvis enim in eis hanc efficaciam non habeat, quod perducantur ad salutem. Efficax tamen est circa eos angelorum ministerium, inquantum a multis malis retrahuntur.
Antwoord op de Bedenkingen. — 1. Als men let op het laatste gevolg der bescherming, dat de verkrijging der erfenis is, dan worden de engelen alleen tot effectieve hulp uitgezonden van hen, die de zaligheid beërven. Maar niettemin wordt ook aan de anderen die hulp niet onttrokken, ofschoon die in hen niet déze krachtdadigheid heeft, dat zij tot de zaligheid gebracht worden. Maar de hulp der engelen is wat hen aangaat, toch krachtdadig, in zoover zij van veel kwaad worden weerhouden.Antwoord op de Bedenkingen. — 1. Als men let op het laatste gevolg van de bescherming, dat de verkrijging van de erfenis is, dan worden de engelen alleen tot effectieve hulp uitgezonden van hen, die de zaligheid beërven. Maar niettemin wordt ook aan de anderen die hulp niet onttrokken, ofschoon die in hen niet déze krachtdadigheid heeft, dat zij tot de zaligheid gebracht worden. Maar de hulp van de engelen is wat hen aangaat, toch krachtdadig, in zover zij van veel kwaad worden weerhouden.
Ad secundum dicendum quod officium custodiae ordinatur quidem ad illuminationem doctrinae, sicut ad ultimum et principalem effectum. Nihilominus tamen multos alios effectus habet, qui pueris competunt: scilicet arcere daemones, et alia nocumenta tam corporalia quam spiritualia prohibere.
2. De functie van bescherming wordt wel op de verlichting en leer als op het laatste en voornaamste gevolg gericht, maar niettemin heeft zij ook vele andere gevolgen, die voor kinderen gelden: nl. het bedwingen van duivels, en het voorkomen van ander zoowel lichamelijk als geestelijk nadeel.2. De functie van bescherming wordt wel op de verlichting en leer als op het laatste en voornaamste gevolg gericht, maar niettemin heeft zij ook vele andere gevolgen, die voor kinderen gelden: nl. het bedwingen van duivels, en het voorkomen van ander zowel lichamelijk als geestelijk nadeel.
Ad tertium dicendum quod puer quamdiu est in materno utero, non totaliter est a matre separatus, sed per quamdam colligationem est quodammodo adhuc aliquid ejus: sicut et fructus pendens in arbore, est aliquid arboris. Et ideo probabiliter dici potest quod angelus qui est in custodia 239matris, custodiat prolem in matris utero existentem. Sed in nativitate, quando separatur a matre, angelus ei ad custodiam deputatur, ut Hieronymus dicit [loc. in arg. sed contr. cit.].
3. Zoolang het kind nog in den moederschoot is, is het nog niet geheel van de moeder gescheiden, maar door zekere verbinding is het nog iets van haar: zooals ook een vrucht, die aan den boom hangt, iets van dien boom is. Vandaar kan men gevoeglijk zeggen, 239dat de engel, die de moeder beschermt, ook de vrucht in de moederschoot bewaart. Maar bij de geboorte, als het van de moeder gescheiden wordt, wordt er, zooals Hieronymus zegt, een engelbewaarder voor aangewezen.3. Zolang het kind nog in de moederschoot is, is het nog niet geheel van de moeder gescheiden, maar door zekere verbinding is het nog iets van haar: zoals ook een vrucht, die aan de boom hangt, iets van die boom is. Vandaar kan men gevoeglijk zeggen, 239dat de engel, die de moeder beschermt, ook de vrucht in de moederschoot bewaart. Maar bij de geboorte, als het van de moeder gescheiden wordt, wordt er, zoals Hieronymus zegt, een engelbewaarder voor aangewezen.
Utrum angelus custos quandoque deserat hominem
Beschermt de engel den mensch altijd?Beschermt de engel de mens altijd?
Ad sextum sic proceditur. Videtur quod angelus custos quandoque deserat hominem cuius custodiae deputatur. Dicitur enim Jerem. 51. [v. 9] ex persona angelorum: « Curavimus Babylonem, et non est curata: derelinquamus ergo eam ». Et Isa. 5. [v. 5]: « Auferam sepem ejus, et erit in conculcatione »; Glossa [interlin.]: « idest angelorum custodiam ».
Bedenkingen. — Men beweert, dat de engelbewaarder soms den mensch, tot wiens bescherming hij is aangewezen, verlaat. — 1. Bij Jeremias immers (51. 9) wordt in naam der engelen gezegd: « We wilden Babel genezen, maar het is niet genezen: verlaten we het dus! » En bij Isaïas (5. 5): « Ik neem zijn omheining weg, en hij zal vertrapt worden », zegt de Glossa: « Dit is de bescherming der engelen ».Bedenkingen. — Men beweert, dat de engelbewaarder soms de mens, tot wiens bescherming hij is aangewezen, verlaat. — 1. Bij Jeremia immers (51, 9) wordt in naam van de engelen gezegd: “We wilden Babel genezen, maar het is niet genezen: verlaten we het dus!” En bij Jesaja (5, 5): “Ik neem zijn omheining weg, en hij zal vertrapt worden”, zegt de Glossa: “Dit is de bescherming van de engelen”.
2. Praeterea principalius custodit Deus quam angelus. Sed Deus aliquando hominem derelinquit; secundum illud Psal. 21. [v. 2]: « Deus, Deus meus, respice in me, quare me dereliquisti? » Ergo multo magis angelus custos hominem derelinquit.
2. Meer dan de engelen beschermt God. Maar God verlaat soms den mensch volgens het psalmvers: « God, mijn God, zie op mij neer, waarom hebt Gij mij verlaten? » (Ps. 21. 2). Veel eer dus verlaat de engelbewaarder den mensch.2. Meer dan de engelen beschermt God. Maar God verlaat soms de mens volgens het psalmvers: “God, mijn God, zie op mij neer, waarom hebt Gij mij verlaten?” (Ps. 21. 2)a. Veel eer dus verlaat de engelbewaarder de mens.
2403. Praeterea, sicut dicit Damascenus [lib. 2. Orth. Fid. cap. 3.]: « Angeli cum sunt hic nobiscum, non sunt in coelo ». Sed aliquando sunt in coelo. Ergo aliquando nos derelinquunt.
2403. Zooals Damascenus zegt, « zijn de engelen, als zij hier bij ons zijn, niet in den hemel ». Maar soms zijn zij in den hemel. Dus soms verlaten zij ons.2403. Zoals Damascenus zegt, “zijn de engelen, als zij hier bij ons zijn, niet in de hemel”. Maar soms zijn zij in de hemel. Dus soms verlaten zij ons.
Sed contra, daemones nos semper impugnant; secundum illud 1. Petr. 5. [v. 8]: « Adversarius vester diabolus tamquam leo rugiens circuit, quaerens quem devoret ». Ergo multo magis boni angeli semper nos custodiunt.
Daartegenover staat echter, dat de duivels ons altijd bestrijden naar het woord uit den Eersten Brief van Petrus (5. 8): « Uw vijand, de duivel, gaat rond als een brullende leeuw, zoekend wien hij zal verslinden ». Veel meer dus zullen de goede engelen ons altijd beschermen.Daartegenover staat echter, dat de duivels ons altijd bestrijden naar het woord uit de Eerste Brief van Petrus (5, 8): “Uw vijand, de duivel, gaat rond als een brullende leeuw, zoekend wie hij zal verslinden”. Veel meer dus zullen de goede engelen ons altijd beschermen.
Respondeo dicendum quod custodia angelorum, ut ex supradictis patet [a. 2.], est quaedam executio divinae providentiae circa homines facta. Manifestum est autem quod nec homo nec res aliqua totaliter divinae providentiae subtrahitur: inquantum enim aliquid participat de esse, intantum subditur universali providentiae entium. Sed intantum Deus, secundum ordinem suae providentiae, dicitur hominem derelinquere, inquantum permittit hominem pati aliquem defectum vel poenae vel culpae. Similiter etiam dicendum est quod Angelus custos numquam totaliter dimittit hominem, sed 241ad aliquid interdum eum dimittit; prout scilicet non impedit quin subdatur alicui tribulationi, vel etiam quin cadat in peccatum, secundum ordinem divinorum judiciorum. Et secundum hoc Babylon et domus Israel ab angelis derelictae dicuntur, quia angeli earum custodes non impediverunt quia tribulationibus subderentur.
Leerstelling. — De bescherming der engelen is, zooals uit het boven gezegde duidelijk is (2e Art.), de uitvoering der goddelijke Voorzienigheid met betrekking tot de menschen. Het is echter klaar, dat noch de mensch, noch welk ding ook, geheel aan de goddelijke Voorzienigheid wordt onttrokken: in zoover iets aan het zijn deelachtig is, in zoover is het aan de algemeene Voorzienigheid der dingen onderworpen. Maar in zoover zegt men, dat God volgens de orde van zijn Voorzienigheid den mensch verlaat, voor zoover Hij toestaat, dat de mensch het kwaad van straf of zonde ondergaat. — Zoo moet men dus ook zeggen, dat de 241engelbewaarder den mensch nooit geheel verlaat, maar hem soms in zeker opzicht verlaat, voor zoover hij nl. niet belet, dat de mensch, naar Gods bestel, tegenslag verduurt, of in zonde valt. En zoo wordt gezegd, dat Babylon en het huis Israël door de engelen verlaten werd, omdat hun bewaarengelen niet voorkwamen, dat ze tegenslagen ondervonden.Leerstelling. — De bescherming van de engelen is, zoals uit het boven gezegde duidelijk is (2e Art.), de uitvoering van de goddelijke Voorzienigheid met betrekking tot de mensen. Het is echter klaar, dat noch de mens, noch welk ding ook, geheel aan de goddelijke Voorzienigheid wordt onttrokken: in zover iets aan het zijn deelachtig is, in zover is het aan de algemene Voorzienigheid van de dingen onderworpen. Maar in zover zegt men, dat God volgens de orde van zijn Voorzienigheid de mens verlaat, voor zover Hij toestaat, dat de mens het kwaad van straf of zonde ondergaat. — Zo moet men dus ook zeggen, dat de 241engelbewaarder de mens nooit geheel verlaat, maar hem soms in zeker opzicht verlaat, voor zover hij nl. niet belet, dat de mens, naar Gods bestel, tegenslag verduurt, of in zonde valt. En zo wordt gezegd, dat Babylon en het huis Israël door de engelen verlaten werd, omdat hun bewaarengelen niet voorkwamen, dat ze tegenslagen ondervonden.
Et per hoc patet solutio ad primum et secundum.
Antwoord op de Bedenkingen. — En hiermee is het antwoord gegeven op de eerste en tweede bedenking.
Ad tertium dicendum quod angelus, etsi interdum derelinquat hominem loco, non tamen derelinquit eum quantum ad effectum custodiae: quia etiam cum est in coelo, cognoscit quid circa hominem agatur; nec indiget mora temporis ad motum localem, sed statim potest adesse.
3. Al verlaat de engel den mensch soms plaatselijk, zoo verlaat hij hem toch niet wat de gevolgen zijner bescherming aangaat: want ook als hij in den hemel is, weet hij wat er met den mensch gebeurt; en hij heeft geen tijd noodig voor plaatselijke beweging, maar kan in een oogenblik aanwezig zijn.3. Al verlaat de engel de mens soms plaatselijk, zo verlaat hij hem toch niet wat de gevolgen van zijn bescherming aangaat: want ook als hij in de hemel is, weet hij wat er met de mens gebeurt; en hij heeft geen tijd nodig voor plaatselijke beweging, maar kan in een ogenblik aanwezig zijn.
Utrum angeli doleant de malis eorum, quos custodiunt
Doet hem het verlies van zijn beschermeling leed?
Ad septimum sic proceditur. Videtur quod angeli doleant de malis 242eorum quos custodiunt. Dicitur enim Isa. 33. [v. 7]: « Angeli pacis amare flebunt ». Sed fletus est signum doloris et tristitiae. Ergo angeli tristantur de malis hominum quos custodiunt.
Bedenkingen. — Men beweert, dat de engelen leed hebben over het verlies dergenen die zij beschermen. — 1. Bij Isaïas (33. 2427) wordt nl. gezegd: « De engelen des vredes weenden bitter ». Maar geween is een teeken van smart en droefheid. De engelen zijn dus bedroefd over het kwaad van de menschen die zij beschermen.Bedenkingen. — Men beweert, dat de engelen leed hebben over het verlies dergenen die zij beschermen. — 1. Bij Jesaja (33. 2427) wordt nl. gezegd: “De engelen van de vrede weenden bitter”. Maar geween is een teken van smart en droefheid. De engelen zijn dus bedroefd over het kwaad van de mensen die zij beschermen.
2. Praeterea, tristitia est, ut Augustinus dicit [lib. 14. de Civ. Dei cap. 15.], « de his quae nobis nolentibus accidunt ». Sed perditio hominis custoditi est contra voluntatem angeli custodis. Ergo tristantur angeli de perditione hominum.
2. Droefheid is, naar Augustinus, « over al wat ons tegen onzen wil overkomt ». Maar het verlies van zijn beschermeling is tegen den wil van den bewaarengel. De engelen treuren dus over het verlies der menschen.2. Droefheid is, naar Augustinus, “over al wat ons tegen onze wil overkomt”. Maar het verlies van zijn beschermeling is tegen de wil van de bewaarengel. De engelen treuren dus over het verlies van de mensen.
3. Praeterea, sicut gaudio contrariatur tristitia, ita poenitentiae contrariatur peccatum. Sed « angeli gaudent de peccatore poenitentiam agente », ut habetur Luc. 15. [v. 7]. Ergo tristantur de justo in peccatum cadente.
3. Zooals droefheid staat tegenover vreugde, zoo zonde tegenover boetvaardigheid. Maar de engelen verheugen zich, naar bij Lucas (15. 7) gezegd wordt, over een zondaar die boetvaardigheid doet. Dus bedroeven zij zich over een rechtvaardige, die in zonde valt.3. Zoals droefheid staat tegenover vreugde, zo zonde tegenover boetvaardigheid. Maar de engelen verheugen zich, naar bij Lukas (15, 7) gezegd wordt, over een zondaar die boetvaardigheid doet. Dus bedroeven zij zich over een rechtvaardige, die in zonde valt.
4. Praeterea, super illud Num. 18. [v. 12]: « Quidquid offerunt primitiarum, etc. » dicit Glossa [ordin.] Origenis: « Trahuntur angeli in judicium, utrum ex ipsorum negligentia, an hominum ignavia lapsi sint ». Sed quilibet rationabiliter dolet de malis propter quae in judicium tractus est. Ergo angeli dolent de peccatis hominum.
4. Naar aanleiding van het woord uit het Boek der Getallen (18. 12): « Al wat zij als eerstelingen brengen » zegt Origenes: « De engelen zullen voor het gerecht gebracht worden (om te onderzoeken) of door hun onachtzaamheid dan wel door eigen lafheid de menschen gevallen zijn ». Maar iedereen heeft redelijker wijze verdriet over het kwaad, waarvoor hij voor het gerecht gedaagd is. Dus hebben de engelen leed over de zonden der menschen.4. Naar aanleiding van het woord uit het Boek van de Getallen (18, 12): “Al wat zij als eerstelingen brengen” zegt Origenes: “De engelen zullen voor het gerecht gebracht worden (om te onderzoeken) of door hun onachtzaamheid dan wel door eigen lafheid de mensen gevallen zijn”. Maar iedereen heeft redelijker wijze verdriet over het kwaad, waarvoor hij voor het gerecht gedaagd is. Dus hebben de engelen leed over de zonden van de mensen.
243Sed contra, ubi est tristitia et dolor, non est perfecta felicitas: unde dicitur Apoc. 21. [v. 4]: « Mors ultra non erit neque luctus, neque clamor, neque ullus dolor ». Sed angeli sunt perfecte beati. Ergo de nullo dolent.
243Daartegenover staat echter, dat waar droefheid en smart is, geen volkomen geluk is. Daarom wordt in het Boek der Openbaring (21. 4) gezegd: « En nooit zal de dood er meer zijn: geen rouw, geen geween, en geen smart ». Maar de engelen zijn volmaakt gelukkig. Dus doet niets hen leed.243Daartegenover staat echter, dat waar droefheid en smart is, geen volkomen geluk is. Daarom wordt in het Boek van de Openbaring (21, 4) gezegd: “En nooit zal de dood er meer zijn: geen rouw, geen geween, en geen smart”. Maar de engelen zijn volmaakt gelukkig. Dus doet niets hen leed.
Respondeo dicendum quod angeli non dolent neque de peccatis, neque de poenis hominum. Tristitia enim et dolor, secundum Augustinum [loc. cit. in arg. 2.] non est nisi de his quae contrariantur voluntati. Nihil autem accidit in mundo quod sit contrarium voluntati angelorum et aliorum beatorum: quia voluntas eorum totaliter inhaeret ordini divinae justitiae; nihil autem fit in mundo, nisi quod per divinam justitiam fit, aut permittitur. Et ideo, simpliciter loquendo nihil fit in mundo contra voluntatem beatorum. Ut enim Philosophus dicit in 3. Ethic. [cap. 1. n. 4 sqq.], illud dicitur simpliciter voluntarium, quod aliquis vult in particulari, secundum quod agitur, consideratis scilicet omnibus, quae circumstant, quamvis in universali consideratum non esset voluntarium: sicut nauta non vult proiectionem mercium in mare, absolute et universaliter considerando, sed 244imminente periculo salutis hoc vult. Unde magis est hoc voluntarium quam involuntarium, ut ibidem dicitur. Sic igitur angeli peccata et poenas hominum, universaliter et absolute loquendo, non volunt: volunt tamen quod circa hoc ordo divinae justitiae servetur, secundum quam1 quidam poenis subduntur, et peccare permittuntur.
Leerstelling. — De engelen hebben noch over de zonden noch over de straffen der menschen leed. Droefheid en smart is, volgens Augustinus, niet dan over de dingen, die tegen onzen wil gebeuren. Er gebeurt echter in de wereld niets tegen den wil van de engelen en der andere heiligen, want hun wil hangt geheel de orde der goddelijke Gerechtigheid aan; er geschiedt echter niets in de wereld, dan wat door de goddelijke Gerechtigheid gebeurt of toegelaten wordt. En daarom moet men zonder meer zeggen, dat er niets in de wereld tegen den wil der zaligen gebeurt. Zooals immers de Wijsgeer zegt, wordt datgene zonder meer gewild, wat iemand in de praktijk zooals het gebeurt, dus gezien alle omstandigheden, wil, ofschoon het in het algemeen beschouwd, niet gewild is. Zoo wil de schipper, absoluut en in het algemeen beschouwd, niet de overboordzetting der koopwaar, maar bij dreiging van 244gevaar voor het behoud, wil hij het wel, zoodat het meer gewild, dan ongewild is. Zoo dus willen de engelen, in het algemeen en absoluut gesproken, niet de zonden en straffen der menschen; maar zij willen wel, dat hieromtrent de orde der goddelijke Gerechtigheid wordt bewaard, waarnaar sommigen straf ondergaan, en niet belet worden om te zondigen.Leerstelling. — De engelen hebben noch over de zonden noch over de straffen van de mensen leed. Droefheid en smart is, volgens Augustinus, niet dan over de dingen, die tegen onze wil gebeuren. Er gebeurt echter in de wereld niets tegen de wil van de engelen en van de andere heiligen, want hun wil hangt geheel de orde van de goddelijke Gerechtigheid aan; er geschiedt echter niets in de wereld, dan wat door de goddelijke Gerechtigheid gebeurt of toegelaten wordt. En daarom moet men zonder meer zeggen, dat er niets in de wereld tegen de wil van de zaligen gebeurt. Zoals immers de Wijsgeer zegt, wordt datgene zonder meer gewild, wat iemand in de praktijk zoals het gebeurt, dus gezien alle omstandigheden, wil, ofschoon het in het algemeen beschouwd, niet gewild is. Zo wil de schipper, absoluut en in het algemeen beschouwd, niet de overboordzetting van de koopwaar, maar bij dreiging van 244gevaar voor het behoud, wil hij het wel, zodat het meer gewild, dan ongewild is. Zo dus willen de engelen, in het algemeen en absoluut gesproken, niet de zonden en straffen van de mensen; maar zij willen wel, dat hieromtrent de orde van de goddelijke Gerechtigheid wordt bewaard, waarnaar sommigen straf ondergaan, en niet belet worden om te zondigen.
Ad primum ergo dicendum quod verbum illud Isaiae potest intelligi de angelis, idest nuntiis, Ezechiae, qui fleverunt propter verba Rabsacis; de quibus habetur Isa. 37. [v. 2 sqq.]. Et hoc secundum litteralem sensum. Secundum vero allegoricum angeli pacis sunt apostoli et alii praedicatores, qui flent pro peccatis hominum. Si vero secundum sensum anagogicum exponatur de angelis bonis2, tunc metaphorica erit locutio, ad designandum quod angeli volunt in universali hominum salutem. Sic enim Deo et angelis hujusmodi passiones attribuuntur.
Antwoord op de Bedenkingen. — 1. Dat woord van Isaïas kan verstaan worden van de engelen, dat is van de boden, van Ezechias, die weenden om de woorden van den opperbevelhebber, waarover het gaat bij Isaïas (37. 2; vgl. 36. 22). En dit volgens den letterlijken zin. — In allegorischen zin zijn de engelen des vredes de Apostelen en andere predikers, die over de zonden der menschen weenen. — In anagogischen zin uitgelegd van de zalige engelen, is het beeldspraak om aan te duiden, dat de engelen in het algemeen het heil der menschen willen. Zoo immers worden aan God en de engelen dergelijke hartstochten toegeschreven.Antwoord op de Bedenkingen. — 1. Dat woord van Jesaja kan verstaan worden van de engelen, dat is van de boden, van Ezechias, die weenden om de woorden van de opperbevelhebber, waarover het gaat bij Jesaja (37, 2; vgl. 36. 22). En dit volgens de letterlijke zin. — In allegorische zin zijn de engelen van de vrede de Apostelen en andere predikers, die over de zonden van de mensen wenen. — In anagogischen zin uitgelegd van de zalige engelen, is het beeldspraak om aan te duiden, dat de engelen in het algemeen het heil van de mensen willen. Zo immers worden aan God en de engelen dergelijke hartstochten toegeschreven.
Ad secundum patet solutio per ea quae dicta sunt [in corp.].
Op de tweede bedenking is het antwoord uit het gezegde (in de leerstelling) duidelijk.
245Ad tertium dicendum quod tam in poenitentia hominum, quam in peccato, manet una ratio gaudii angelis, scilicet impletio ordinis divinae providentiae.
2453. Zoowel in de boetvaardigheid der menschen als in hun zonde, blijft dezelfde reden voor de vreugde der engelen, nl. de vervulling van het plan der goddelijke Voorzienigheid.2453. Zowel in de boetvaardigheid van de mensen als in hun zonde, blijft dezelfde reden voor de vreugde van de engelen, nl. de vervulling van het plan van de goddelijke Voorzienigheid.
Ad quartum dicendum quod angeli ducuntur in judicium pro peccatis hominum, non quasi rei, sed quasi testes, ad convincendum homines de eorum ignavia.
4. De engelen worden voor de zonde der menschen ten gerecht gedaagd, niet als verdachten, maar als getuigen om de menschen te overtuigen van hun lafheid.4. De engelen worden voor de zonde van de mensen ten gerecht gedaagd, niet als verdachten, maar als getuigen om de mensen te overtuigen van hun lafheid.
Utrum inter angelos possit esse pugna seu discordia
Is er vanwege de bescherming tweedracht onder de engelen?
Ad octavum sic proceditur. Videtur quod inter angelos non possit esse pugna seu discordia. Dicitur enim Job 25. [v. 2]: « Qui facit concordiam in sublimibus ». Sed pugna opponitur concordiae. Ergo in sublimibus angelis non est pugna.
Bedenkingen. — Men beweert, dat er onder de engelen geen strijd of tweedracht kan zijn. — 1. In het Boek Job (25. 2) wordt immers gezegd: « Die eendracht maakt onder de hoogen ». Maar strijd staat tegenover eendracht. Dus is er onder de hooge engelen geen tweedracht.Bedenkingen. — Men beweert, dat er onder de engelen geen strijd of tweedracht kan zijn. — 1. In het Boek Job (25, 2) wordt immers gezegd: “Die eendracht maakt onder de hogen”. Maar strijd staat tegenover eendracht. Dus is er onder de hoge engelen geen tweedracht.
2. Praeterea, ubi est perfecta charitas et justa praelatio, non potest esse pugna. Sed hoc totum est in angelis. Ergo in angelis non est pugna.
2. Waar volmaakte liefde is, en rechtvaardig gezag, daar kan geen strijd zijn. Maar dit is bij de engelen. Dus is er onder de engelen geen strijd.
2463. Praeterea, si angeli dicuntur pugnare pro eis quos custodiunt, necesse est quod unus angelus foveat unam partem, et alius aliam. Sed si una pars habet justitiam, constat quod1 alia pars habet injustitiam. Ergo sequitur quod angelus bonus sit fautor injustitiae: quod est inconveniens. Ergo inter bonos angelos non est pugna.
2463. Als men zegt, dat de engelen strijd voeren voor hen die zij beschermen, begunstigt de eene engel de eene partij, en de andere engel de andere. Maar als de eene partij recht heeft, heeft de andere partij daarentegen onrecht. Dus volgt dat een goede engel begunstiger is van onrecht: wat niet aan te nemen is. Er is dus onder de engelen geen strijd.2463. Als men zegt, dat de engelen strijd voeren voor hen die zij beschermen, begunstigt de ene engel de ene partij, en de andere engel de andere. Maar als de ene partij recht heeft, heeft de andere partij daarentegen onrecht. Dus volgt dat een goede engel begunstiger is van onrecht: wat niet aan te nemen is. Er is dus onder de engelen geen strijd.
Sed contra est quod dicitur Dan. 10. [v. 13] ex persona Gabrielis: « Princeps regni Persarum restitit mihi viginti et uno diebus ». Hic autem princeps Persarum erat angelus regno Persarum in custodiam deputatus. Ergo unus bonus angelus resistit alii: et sic inter eos est pugna.
Daartegenover staat echter, wat in het Boek Daniël (10. 13) in naam van Gabriël gezegd wordt: « De vorst van het rijk der Perzen weerstond mij 21 dagen ». Deze vorst der Perzen was de engel, aan het rijk der Perzen ter bescherming toegewezen. Dus weerstaat de eene goede engel den anderen: en zoo is er tweedracht onder hen.Daartegenover staat echter, wat in het Boek Daniël (10, 13) in naam van Gabriël gezegd wordt: “De vorst van het rijk van de Perzen weerstond mij 21 dagen”. Deze vorst van de Perzen was de engel, aan het rijk van de Perzen ter bescherming toegewezen. Dus weerstaat de ene goede engel de anderen: en zo is er tweedracht onder hen.
Respondeo dicendum quod ista quaestio movetur occasione horum verborum Danielis. Quae quidem Hieronymus exponit [in Danielem, ad loc. cit.], dicens principem regni Persarum esse angelum qui se opposuit liberatione populi Israelitici, pro quo Daniel orabat, Gabriele preces ejus Deo praesentante. Haec autem resistentia potuit fieri, quia princeps aliquis 247daemonum Judaeos in Persidem ductos ad peccatum induxerat, per quod impedimentum praestabatur orationi Danielis, pro eodem populo deprecantis. Sed, secundum Gregorium, 17. Moral. [cap. 12.], princeps regni Persarum bonus angelus fuit, custodiae regni illius deputatus. Ad videndum igitur qualiter unus angelus alteri resistere dicitur, considerandum est, quod divina judicia circa diversa regna et diversos homines, per angelos exercentur. In suis autem actionibus angeli per divinam sententiam regulantur. Contingit autem quandoque quod in diversis regnis, vel in diversis hominibus, contraria merita vel demerita inveniuntur, ut unus alteri subdatur aut praesit. Quid autem super hoc ordo divinae sapientiae habeat, cognoscere non possunt nisi Deo revelante: unde necesse habent super his sapientiam Dei consulere. Sic igitur inquantum de contrariis meritis et sibi repugnantibus, divinam consulunt voluntatem, resistere sibi invicem dicuntur: non quia sint eorum contrariae voluntates, cum in hoc omnes concordent, quod Dei sententia impleatur; sed quia ea de quibus consulunt, sunt repugnantia.
Leerstelling. — Men stelt deze kwestie naar aanleiding van deze woorden van Daniël, die Hieronymus uitlegt met te zeggen, dat de vorst van het rijk der Perzen een engel is, die zich verzette tegen de bevrijding van het Israëlitische volk, waarvoor Daniël bad, wiens gebeden Gabriël aan God aanbood. Deze tegenstand kon plaats hebben, omdat een vorst der duivelen, de Joden, die naar 247Perzië gevoerd waren, tot zonde gebracht had, waardoor dus een beletsel gesteld werd aan het gebed van Daniël, die voor dit volk bad. Maar volgens Gregorius, is de vorst van het rijk der Perzen een goede engel, voor de bescherming van dit rijk aangewezen. Om dus te zien, hoe men van den eene engel zegt, dat hij den ander weerstaat, bedenke men, dat de Godsoordeelen omtrent de verschillende rijken en menschen door de engelen worden uitgevoerd. Maar de engelen worden in hun handelingen door de goddelijke oordeelen beheerscht. Nu gebeurt het soms, dat bij verschillende rijken, of verschillende personen, elkaar tegenstrijdige verdiensten of wanverdiensten gevonden worden, zoodat de een den ander wordt onderworpen of over hem heerscht. Wat hieromtrent echter volgens de plannen der goddelijke Wijsheid is, kunnen de engelen niet kennen, tenzij God dit openbaart: zoodat zij hierover de goddelijke Wijsheid moeten ondervragen. Zoo dus, in zoover zij over tegengestelde en elkander tegenstrijdige verdiensten den goddelijken Wil ondervragen, zegt men dat zij elkander weerstaan: niet alsof er tegenstrijdigheid van wil bij hen was, want hierin zijn zij volkomen eendrachtig: dat Gods uitspraak volvoerd worde, maar de dingen, waarover zij vragen zijn tegenstrijdig.Leerstelling. — Men stelt deze kwestie naar aanleiding van deze woorden van Daniël, die Hieronymus uitlegt met te zeggen, dat de vorst van het rijk van de Perzen een engel is, die zich verzette tegen de bevrijding van het Israëlitische volk, waarvoor Daniël bad, wiens gebeden Gabriël aan God aanbood. Deze tegenstand kon plaats hebben, omdat een vorst van de duivelen, de Joden, die naar 247Perzië gevoerd waren, tot zonde gebracht had, waardoor dus een beletsel gesteld werd aan het gebed van Daniël, die voor dit volk bad. Maar volgens Gregorius, is de vorst van het rijk van de Perzen een goede engel, voor de bescherming van dit rijk aangewezen. Om dus te zien, hoe men van de ene engel zegt, dat hij de ander weerstaat, bedenke men, dat de Godsoordelen omtrent de verschillende rijken en mensen door de engelen worden uitgevoerd. Maar de engelen worden in hun handelingen door de goddelijke oordelen beheerst. Nu gebeurt het soms, dat bij verschillende rijken, of verschillende personen, elkaar tegenstrijdige verdiensten of wanverdiensten gevonden worden, zodat de een de ander wordt onderworpen of over hem heerst. Wat hieromtrent echter volgens de plannen van de goddelijke Wijsheid is, kunnen de engelen niet kennen, tenzij God dit openbaart: zodat zij hierover de goddelijke Wijsheid moeten ondervragen. Zo dus, in zover zij over tegengestelde en elkander tegenstrijdige verdiensten de goddelijke Wil ondervragen, zegt men dat zij elkander weerstaan: niet alsof er tegenstrijdigheid van wil bij hen was, want hierin zijn zij volkomen eendrachtig: dat Gods uitspraak volvoerd worde, maar de dingen, waarover zij vragen zijn tegenstrijdig.