De materia Eucharistiae quantum ad speciem, in octo articulos divisa
Over de stof van dit Sacrament
26Deinde considerandum est de materia hujus sacramenti. Et primo de specie materiae; secundo de conversione panis et vini in corpus Christi; tertio de modo existendi corpus Christi in hoc sacramento; quarto de accidentibus panis, et vini, quae in hoc sacramento remanent.
26Vervolgens dient de stof van dit Sacrament te worden beschouwd. En wel ten eerste de soort van de stof; ten tweede de verandering van brood en wijn in het Lichaam van Christus; ten derde de zijnswijze van het Lichaam van Christus in dit Sacrament; ten vierde de bijkomstigheden van brood en wijn, die in dit Sacrament overblijven.
Circa primum quaeruntur octo: 1. Utrum panis et vinum sint materia hujus sacramenti. — 2. Utrum ad materiam hujus sacramenti requiratur determinata quantitas. — 3. Utrum materia hujus sacramenti sit panis triticeus. — 4. Utrum sit panis azymus, vel fermentatus. — 5. Utrum materia hujus sacramenti sit vinum de vite. — 6, Utrum sit admiscenda aqua. — 7. Utrum aqua sit de necessitate hujus sacramenti. — De quantitate aquae, quae apponitur.
Omtrent het eerste punt stellen wij acht vragen: 1. Is brood en wijn de stof van dit Sacrament? 2. Is er voor de stof van dit Sacrament een bepaalde hoeveelheid vereischt? 3. Is de stof van dit Sacrament tarwebrood? 4. Is het ongedeesemd of gedeesemd brood? 5. Is de stof van dit Sacrament wijn van den wijnstok? 6. Moet er water bijgemengd worden? 7. Is het water noodzakelijk voor dit Sacrament? 8. Over de hoeveelheid van het bijgevoegde water.Omtrent het eerste punt stellen wij acht vragen: 1. Is brood en wijn de stof van dit Sacrament? 2. Is er voor de stof van dit Sacrament een bepaalde hoeveelheid vereist? 3. Is de stof van dit Sacrament tarwebrood? 4. Is het ongedesemd of gedesemd brood? 5. Is de stof van dit Sacrament wijn van de wijnstok? 6. Moet er water bijgemengd worden? 7. Is het water noodzakelijk voor dit Sacrament? 8. Over de hoeveelheid van het bijgevoegde water.
Utrum materia hujus sacramenti sit panis et vinum
Is de stof van dit Sacrament brood en wijn?
27Ad primum sic proceditur. Videtur quod materia hujus sacramenti non sit panis et vinum. Hoc enim sacramentum perfectius debet repraesentare passionem Christi, quam sacramenta veteris legis. Sed carnes animalium, quae erant materiae sacramentorum veteris legis, expressius repraesentant passionem Christi, quam panis et vinum. Ergo materia hujus sacramenti magis debet esse carnes animalium, quam panis et vinum.
27Bedenkingen. — Men beweert, dat de stof van dit Sacrament niet brood en wijn is. — 1. Dit Sacrament toch moet 's Heeren lijden volmaakter uitbeelden dan de sacramenten van de Oude Wet. Maar het vleesch van dieren, dat de stof was van de sacramenten van de Oude Wet, geeft op een meer uitdrukkelijke wijze Christus' lijden weer dan brood en wijn. Dus moet de stof van dit Sacrament eerder vleesch van dieren dan brood en wijn zijn.27Bedenkingen. — Men beweert, dat de stof van dit Sacrament niet brood en wijn is. — 1. Dit Sacrament toch moet 's Heren lijden volmaakter uitbeelden dan de sacramenten van de Oude Wet. Maar het vlees van dieren, dat de stof was van de sacramenten van de Oude Wet, geeft op een meer uitdrukkelijke wijze Christus' lijden weer dan brood en wijn. Dus moet de stof van dit Sacrament eerder vlees van dieren dan brood en wijn zijn.
2. Praeterea, hoc sacramentum est ubique celebrandum. Sed in multis terris non invenitur panis triticeus, et in aliquibus non invenitur vinum. Ergo panis et vinum non sunt conveniens materia hujus sacramenti.
2. Dit Sacrament moet overal gevierd worden. Maar in vele landen wordt geen brood gevonden en in sommige wordt geen wijn gevonden. Dus is brood en wijn geen geschikte stof voor dit Sacrament.
3. Praeterea, hoc sacramentum, competit sanis et infirmis. Sed vinum nocet quibusdam infirmis. Ergo videtur, quod vinum non debeat esse materia hujus sacramenti.
3. Dit Sacrament komt toe aan gezonden en zieken. Maar wijn is voor sommige zieken schadelijk. Dus schijnt wijn niet de gewenschte stof voor dit Sacrament te zijn.3. Dit Sacrament komt toe aan gezonden en zieken. Maar wijn is voor sommige zieken schadelijk. Dus schijnt wijn niet de gewenste stof voor dit Sacrament te zijn.
28Sed contra est quod Alexander I. papa dicit [epist. 1. ad omnes orthod. cap. 4. Concil.] : « In sacramentorum oblationibus panis tantum et vinum aqua permixtum in sacrificium offerantur ».
28Daartegenover staat echter, dat Paus Alexander zegt: « Bij de opdracht der Sacramenten mogen alleen brood en met water vermengde wijn ten offer worden opgedragen ».28Daartegenover staat echter, dat Paus Alexander zegt: “Bij de opdracht van de Sacramenten mogen alleen brood en met water vermengde wijn ten offer worden opgedragen”.
Respondeo dicendum quod circa materiam hujus sacramenti aliqui multipliciter erraverunt. Quidam enim qui dicuntur Artotyritae, ut Augustinus dicit in lib. De Haeresibus [haer. 28.], « offerunt panem, et caseum » in hoc sacramento, « dicentes a primis hominibus oblationes de fructibus terrae et ovium fuisse celebratas ».
Leerstelling. — Met betrekking tot de stof van dit Sacrament is door sommigen op verschillende wijzen gedwaald. Eenigen toch, Artotyriten genaamd, zooals Augustinus zegt, « dragen » in dit Sacrament, « brood en kaas op, onder de bewering dat de eerste menschen offeranden hebben gedaan van de voortbrengselen van bodem en schapen ».Leerstelling. — Met betrekking tot de stof van dit Sacrament is door sommigen op verschillende wijzen gedwaald. Enigen toch, Artotyriten genaamd, zoals Augustinus zegt, “dragen” in dit Sacrament, “brood en kaas op, onder de bewering dat de eerste mensen offeranden hebben gedaan van de voortbrengselen van bodem en schapen”.
Alii vero, scilicet Cataphrygae et Pepuriani, de infantis sanguine, quem de toto ejus corpore minutis punctionum vulneribus extorquent, quasi Eucharistiam suam conficere perhibentur, miscentes1 eum farinae, panemque inde facientes.
Anderen echter nl. de Cataphrygiërs en de Pepurianen « heeten hun eucharistie te voltrekken met het bloed van een kind, dat zij langs overal aangebrachte kleine wondjes uit zijn lichaam trekken, met meel vermengen, er dan brood van makend ».Anderen echter nl. de Cataphrygiërs en de Pepurianen “heten hun eucharistie te voltrekken met het bloed van een kind, dat zij langs overal aangebrachte kleine wondjes uit zijn lichaam trekken, met meel vermengen, er dan brood van makend”.
Quidam vero, qui dicuntur Aquarii, aquam solam sub specie sobrietatis in hoc sacramento offerunt.
Sommigen evenwel, Watermenschen genaamd, dragen in dit Sacrament, onder het voorwendsel van matigheid, alleen water op.Sommigen evenwel, Watermensen genaamd, dragen in dit Sacrament, onder het voorwendsel van matigheid, alleen water op.
Omnes autem hi errores, et similes excluduntur per hoc, quod Christus hoc sacramentum sub specie panis et vini instituit, ut patet Matth. 26. [v. 26 sqq.].
Al deze en dergelijke dwalingen worden uitgesloten door het feit, dat Christus dit Sacrament onder de gedaante van brood en wijn heeft ingesteld, zooals blijkt bij Mattheus (26. 26).Al deze en dergelijke dwalingen worden uitgesloten door het feit, dat Christus dit Sacrament onder de gedaante van brood en wijn heeft ingesteld, zoals blijkt bij Matteüs (26, 26).
29Unde panis et vinum sunt materia conveniens hujus sacramenti. Et hoc rationabiliter. Primo quidem, quantum ad usum hujus sacramenti, qui est manducatio. Sicut enim aqua assumitur in sacramento baptismi ad usum spiritualis ablutionis, quia corporalis ablutio communiter fit in aqua; ita panis et vinum quibus communius homines reficiuntur, assumuntur in hoc sacramento ad usum spiritualis manducationis.
En dus is brood en wijn de geschikte stof van dit Sacrament. En dit 29met reden. En wel vooreerst met het oog op het gebruik van dit Sacrament, dat bestaat in eten. Zooals men immers in het sacrament van het doopsel water neemt om het te gebruiken voor de geestelijke afwassching, omdat de lichamelijke afwassching gewoonlijk gebeurt met water, zoo neemt men ook in dit Sacrament brood en wijn, het gewone voedsel der menschen, om het te gebruiken voor de geestelijke spijziging.En dus is brood en wijn de geschikte stof van dit Sacrament. En dit 29met reden. En wel vooreerst met het oog op het gebruik van dit Sacrament, dat bestaat in eten. Zoals men immers in het sacrament van het doopsel water neemt om het te gebruiken voor de geestelijke afwassing, omdat de lichamelijke afwassing gewoonlijk gebeurt met water, zo neemt men ook in dit Sacrament brood en wijn, het gewone voedsel van de mensen, om het te gebruiken voor de geestelijke spijziging.
Secundo quantum ad passionem Christi, in qua sanguis est a corpore separatus. Et ideo in hoc sacramento, quod est memoriale Dominicae passionis, seorsum sumitur panis ut sacramentum corporis, et vinum ut sacramentum sanguinis.
Ten tweede met het oog op het lijden van Christus, waarin het Bloed van het Lichaam werd gescheiden. Daarom wordt in dit Sacrament, dat de herinnering is van 's Heeren lijden, afzonderlijk brood ontvangen als Sacrament van het Lichaam en wijn als Sacrament van het Bloed.Ten tweede met het oog op het lijden van Christus, waarin het Bloed van het Lichaam werd gescheiden. Daarom wordt in dit Sacrament, dat de herinnering is van 's Heren lijden, afzonderlijk brood ontvangen als Sacrament van het Lichaam en wijn als Sacrament van het Bloed.
Tertio quantum ad effectum consideratum in unoquoque sumentium; quia, ut Ambrosius dicit super epist. 1. ad Cor. [11. v. 20] hoc sacramentum « valet ad tuitionem animae et corporis, et ideo corpus Christi sub specie panis pro salute corporis, sanguis vero sub specie vini pro salute animae offertur », sicut dicitur Levit. 17. [v. 14] quod « anima carnis in sanguine est ».
Ten derde met het oog op het uitwerksel in iederen ontvanger afzonderlijk genomen. Dit Sacrament toch, zooals Ambrosius zegt, « strekt tot behoud van lichaam en ziel »; en daarom wordt het « Vleesch van Christus » onder de gedaante van brood « voor het heil van het lichaam, het Bloed echter » onder de gedaante van wijn « voor het heil van de ziel opgedragen », overeenkomstig het gezegde van het Boek Leviticus (17. 14) dat « in het bloed de ziel is » van het dier.Ten derde met het oog op het uitwerksel in iedere ontvanger afzonderlijk genomen. Dit Sacrament toch, zoals Ambrosius zegt, “strekt tot behoud van lichaam en ziel”; en daarom wordt het “Vlees van Christus” onder de gedaante van brood “voor het heil van het lichaam, het Bloed echter” onder de gedaante van wijn “voor het heil van de ziel opgedragen”, overeenkomstig het gezegde van het Boek Leviticus (17, 14) dat “in het bloed de ziel is” van het dier.
Quarto quantum ad effectum respectu totius Ecclesiae, quae constituitur ex diversis fidelibus, sicut « panis conficitur ex diversis granis, et vinum fluit 30ex diversis uvis », ut dicit Glossa [ord. August. tract. 26. in Joan.], super illud 1. Corinth. 10. [v. 17] : « Multi unum corpus sumus », etc.
Ten vierde met het oog op het uitwerksel voor de heele Kerk, die samengesteld is uit meerdere geloovigen, zooals « het brood 30vervaardigd wordt uit meerdere graankorrels en de wijn voortvloeit uit meerdere druiven », volgens het woord van de Glossa op den Eersten Brief aan de Corinthiërs (10. 17) : « Hoewel velen zijn wij één lichaam », enz.Ten vierde met het oog op het uitwerksel voor de hele Kerk, die samengesteld is uit meerdere gelovigen, zoals “het brood 30vervaardigd wordt uit meerdere graankorrels en de wijn voortvloeit uit meerdere druiven”, volgens het woord van de Glossa op de Eerste Brief aan de Korintiërs (10, 17): “Hoewel velen zijn wij één lichaam”, enz.
Ad primum ergo dicendum quod, licet carnes animalium occisorum expressius repraesentent Christi passionem, tamen minus competunt ad communem usum hujus sacramenti, et ad ecclesiasticam unitatem significandam.
Antwoord op de Bedenkingen. — 1. Al beeldt het vleesch van gedoode dieren meer uitdrukkelijk het lijden van Christus uit, is het toch minder geschikt voor het gewone gebruik van dit Sacrament en voor de uitbeelding van de kerkelijke eenheid.Antwoord op de Bedenkingen. — 1. Al beeldt het vlees van gedode dieren meer uitdrukkelijk het lijden van Christus uit, is het toch minder geschikt voor het gewone gebruik van dit Sacrament en voor de uitbeelding van de kerkelijke eenheid.
Ad secundum dicendum quod, licet non in omnibus terris nascatur triticum vel vinum, tamen de facili ad omnes terras deferri potest, quantum sufficit ad usum hujus sacramenti. Nec propter defectum alterius est unum tantum sine altero consecrandum, quia non esset perfectum sacramentum.
2. Hoewel tarwe en wijn niet in alle landen groeien, kunnen zij toch gemakkelijk naar alle landen vervoerd worden in die hoeveelheid, welke voldoende is voor het gebruik van dit Sacrament. Mocht er één ontbreken, dan is het niet geoorloofd daarom het een zonder het ander te consecreeren, want dan zou het geen volkomen Offer zijn.2. Hoewel tarwe en wijn niet in alle landen groeien, kunnen zij toch gemakkelijk naar alle landen vervoerd worden in die hoeveelheid, welke voldoende is voor het gebruik van dit Sacrament. Mocht er één ontbreken, dan is het niet geoorloofd daarom het een zonder het ander te consecreren, want dan zou het geen volkomen Offer zijn.
Ad tertium dicendum quod vinum in modica quantitate sumptum non potest multum aegrotanti nocere. Et tamen si nocumentum timeatur, non est necesse quod omnes accipientes corpus Christi etiam accipiant sanguinem, ut infra dicetur [q. 80. art. 12.].
3. Wijn, in geringe hoeveelheid genomen, kan een zieke niet erg schaden. Trouwens, gesteld dat men daarvoor vreest: zooals later gezegd zal worden (80e Kw. 12e Art.), is het niet noodig, dat ieder, die het Lichaam van Christus ontvangt, ook het Bloed ontvange.3. Wijn, in geringe hoeveelheid genomen, kan een zieke niet erg schaden. Trouwens, gesteld dat men daarvoor vreest: zoals later gezegd zal worden (80e Kw. 12e Art.), is het niet nodig, dat ieder, die het Lichaam van Christus ontvangt, ook het Bloed ontvange.
Utrum requiratur determinata quantitas panis et vini ad materiam hujus sacramenti
Is er voor de stof van dit Sacrament een bepaalde hoeveelheid van brood en wijn vereischt?Is er voor de stof van dit Sacrament een bepaalde hoeveelheid van brood en wijn vereist?
31Ad secundum sic proceditur. Videtur quod requiratur determinata quantitas panis et vini ad materiam hujus sacramenti. Effectus enim gratiae non sunt minus ordinati quam effectus naturae. Sed, sicut dicitur in 2, de Anima [cap. 4. n. 8.], « omnium natura constantium positus est terminus, et ratio magnitudinis, et augmenti ». Ergo multo magis in hoc sacramento, quod dicitur Eucharistia, idest bona gratia, requiritur determinata quantitas panis et vini.
31Bedenkingen. — Men beweert, dat er voor de stof van dit Sacrament een bepaalde hoeveelheid van brood en wijn is vereischt. — 1. De uitwerkselen van de genade zijn immers niet minder geordend dan de uitwerkselen van de natuur. Nu wordt in De Anima gezegd: « Alle natuurdingen hebben een eindpunt en een vaste maat van grootte en groei ». Dus wordt nog veel meer in dit Sacrament, dat Eucharistie d. i. goede genade heet, een bepaalde hoeveelheid brood en wijn vereischt.31Bedenkingen. — Men beweert, dat er voor de stof van dit Sacrament een bepaalde hoeveelheid van brood en wijn is vereist. — 1. De uitwerkselen van de genade zijn immers niet minder geordend dan de uitwerkselen van de natuur. Nu wordt in De Anima gezegd: “Alle natuurdingen hebben een eindpunt en een vaste maat van grootte en groei”. Dus wordt nog veel meer in dit Sacrament, dat Eucharistie d.i. goede genade heet, een bepaalde hoeveelheid brood en wijn vereist.
2. Praeterea, ministris Ecclesiae non est a Christo data potestas ad ea quae pertinent ad irrisionem fidei et sacramentorum ejus: secundum illud 1. Corinth. 10. [v. 8] : « Secundum potestatem quam dedit nobis Deus in aedificationem, et non in destructionem ». Sed hoc esset ad irrisionem 32sacramenti, si sacerdos vellet consecrare totum panem qui venditur in foro, et totum vinum, quod est in cellario. Ergo hoc facere non potest.
2. Aan de bedienaren van de Kerk is door Christus geen macht gegeven tot handelingen, die strekken tot bespotting van het geloof en van de sacramenten daarvan, overeenkomstig het woord van den Tweeden Brief aan de Corinthiërs (10. 8) : « Naar de volmacht, die God mij gegeven heeft tot opbouw en niet tot afbraak ». Nu zou het strekken tot bespotting van het Sacrament, als een priester al het brood wilde consecreeren, 32dat op de markt verkocht wordt en al den wijn in den wijnkelder. Dus heeft hij daartoe geen vermogen.2. Aan de bedienaren van de Kerk is door Christus geen macht gegeven tot handelingen, die strekken tot bespotting van het geloof en van de sacramenten daarvan, overeenkomstig het woord van de Tweede Brief aan de Korintiërs (10, 8): “Naar de volmacht, die God mij gegeven heeft tot opbouw en niet tot afbraak”. Nu zou het strekken tot bespotting van het Sacrament, als een priester al het brood wilde consecreren, 32dat op de markt verkocht wordt en al de wijn in de wijnkelder. Dus heeft hij daartoe geen vermogen.
3. Praeterea, si aliquis baptizetur in mari, non tota aqua maris sanctificatur per formam baptismi, sed solum aqua illa qua corpus baptizati abluitur. Ergo neque in hoc sacramento superflua quantitas panis et vini consecrari potest.
3. Als iemand gedoopt wordt in de zee, wordt niet al het water van de zee door den vorm van het doopsel geheiligd, maar alleen dat water, waarmee het lichaam van den doopeling wordt afgewasschen. Dus kan ook in dit Sacrament de overtollige hoeveelheid brood niet geconsecreerd worden.3. Als iemand gedoopt wordt in de zee, wordt niet al het water van de zee door de vorm van het doopsel geheiligd, maar alleen dat water, waarmee het lichaam van de dopeling wordt afgewassen. Dus kan ook in dit Sacrament de overtollige hoeveelheid brood niet geconsecreerd worden.
Sed contra est quod multum opponitur pauco, et magnum parvo. Sed nulla est ita parva quantitas panis aut vini, quae non possit consecrari. Ergo etiam nulla est ita magna quae consecrari non possit.
Daartegenover staat echter, dat veel tegenovergesteld is aan weinig en groot aan klein. Nu is er geen zóó kleine hoeveelheid brood en wijn, dat zij niet geconsecreerd zou kunnen worden. Dus is er ook geen zóó groote, dat zij niet geconsecreerd zou kunnen worden.Daartegenover staat echter, dat veel tegenovergesteld is aan weinig en groot aan klein. Nu is er geen zó kleine hoeveelheid brood en wijn, dat zij niet geconsecreerd zou kunnen worden. Dus is er ook geen zó grote, dat zij niet geconsecreerd zou kunnen worden.
Respondeo dicendum quod quidam dixerunt, quod sacerdos non posset consecrare immensam quantitatem panis aut vini, puta totum panem qui venditur in foro, aut totum vinum quod est in dolio. Sed hoc non videtur esse verum. Quia in omnibus habentibus materiam ratio determinationis materiae sumitur ex ordine ad finem: sicut materia serrae est ferrum, ut sit apta 33sectioni. Finis autem hujus sacramenti est usus fidelium. Unde oportet quod quantitas materiae hujus sacramenti determinetur per comparationem ad usum fidelium. Non autem potest esse quod determinetur per comparationem ad usum fidelium qui nunc occurrunt: alioquin sacerdos paucos parochianos habens non posset consecrare multas hostias. Unde relinquitur quod materia hujus sacramenti determinetur per comparationem ad usum fidelium absolute. Numerus autem fidelium est indeterminatus. Unde non potest dici quod quantitas materiae hujus sacramenti sit determinata.
Leerstelling. — Sommigen hebben beweerd, dat de priester een ontzaglijke hoeveelheid brood of wijn niet zou kunnen consecreeren b. v. al het brood, dat op de markt verkocht wordt of al den wijn, die in het vat is. Maar dit schijnt niet juist te zijn. Bij alle dingen immers, die een stof hebben, wordt de stofbepalende maatstaf genomen naar de richting op het doel, zooals de stof van een zaag ijzer is, opdat zij tot zagen geschikt zij. Nu is het doel van dit Sacrament het gebruik der 33geloovigen. Dus moet de hoeveelheid stof van dit Sacrament bepaald worden naar verhouding tot het gebruik der geloovigen. Evenwel kan zij niet bepaald worden naar verhouding tot het gebruik der oogenblikkelijk aanwezige geloovigen: anders zou een priester met weinig parochianen niet in staat zijn vele hosties te consecreeren. Dus schiet over dat de stof van dit Sacrament bepaald wordt naar verhouding tot het gebruik der geloovigen zonder meer. Nu is het getal der geloovigen onbepaald. Dus kan men niet zeggen, dat de hoeveelheid stof van dit Sacrament bepaald is.Leerstelling. — Sommigen hebben beweerd, dat de priester een ontzaglijke hoeveelheid brood of wijn niet zou kunnen consecreren bv. al het brood, dat op de markt verkocht wordt of al de wijn, die in het vat is. Maar dit schijnt niet juist te zijn. Bij alle dingen immers, die een stof hebben, wordt de stofbepalende maatstaf genomen naar de richting op het doel, zoals de stof van een zaag ijzer is, opdat zij tot zagen geschikt zij. Nu is het doel van dit Sacrament het gebruik van de 33gelovigen. Dus moet de hoeveelheid stof van dit Sacrament bepaald worden naar verhouding tot het gebruik van de gelovigen. Evenwel kan zij niet bepaald worden naar verhouding tot het gebruik van de ogenblikkelijk aanwezige gelovigen: anders zou een priester met weinig parochianen niet in staat zijn vele hosties te consecreren. Dus schiet over dat de stof van dit Sacrament bepaald wordt naar verhouding tot het gebruik van de gelovigen zonder meer. Nu is het getal van de gelovigen onbepaald. Dus kan men niet zeggen, dat de hoeveelheid stof van dit Sacrament bepaald is.
Ad primum ergo dicendum quod cujuslibet rei naturalis materia accipit determinatam quantitatem secundum comparationem ad formam determinatam. Sed numerus fidelium ad quorum usum ordinatur hoc sacramentum, non est determinatus. Unde non est simile.
Antwoord op de Bedenkingen. — 1. Bij een natuurding heeft de stof altijd een bepaalde hoegrootheid om haar verhouding tot een bepaalden vorm. Maar het getal der geloovigen, op wier gebruik dit Sacrament is gericht, is onbepaald. Dus gaat de vergelijking niet op.Antwoord op de Bedenkingen. — 1. Bij een natuurding heeft de stof altijd een bepaalde hoegrootheid om haar verhouding tot een bepaalden vorm. Maar het getal van de gelovigen, op wier gebruik dit Sacrament is gericht, is onbepaald. Dus gaat de vergelijking niet op.
Ad secundum dicendum quod potestas ministrorum Ecclesiae ad duo ordinatur: primo quidem, ad effectum proprium; secundo ad finem effectus. Secundum autem non tollit primum. Unde si sacerdos intendat consecrare corpus Christi propter aliquem malum finem, puta ut irrideat vel veneficia 34faciat, propter intentionem mali finis peccat, nihilominus tamen, propter potestatem sibi datam, perficit sacramentum.
2. De macht van de bedienaars der Kerk is op twee dingen gericht: vooreerst op het eigen uitwerksel, ten tweede op het doel van het uitwerksel. Nu heft het tweede het eerste niet op. En daarom, als een priester den wil heeft het Lichaam van Christus met het oog op een slecht doel te consecreeren b.v. 34ter bespotting of om te vergiftigen, zondigt hij wegens het gewilde slechte doel, maar voltrekt hij toch het Sacrament wegens de hem gegeven macht.2. De macht van de bedienaars van de Kerk is op twee dingen gericht: vooreerst op het eigen uitwerksel, ten tweede op het doel van het uitwerksel. Nu heft het tweede het eerste niet op. En daarom, als een priester de wil heeft het Lichaam van Christus met het oog op een slecht doel te consecreren bv. 34ter bespotting of om te vergiftigen, zondigt hij wegens het gewilde slechte doel, maar voltrekt hij toch het Sacrament wegens de hem gegeven macht.
Ad tertium dicendum quod baptismi sacramentum perficitur in usu materiae. Et ideo per formam baptismi non plus de aqua sanctificatur quam quantum venit in usum. Sed hoc sacramentum perficitur in consecratione materiae; et ideo non est simile.
3. Het sacrament van het doopsel wordt voltrokken bij het gebruik van de stof. En daarom wordt door den vorm van het doopsel niet méér water geheiligd dan ten gebruike komt. Maar dit Sacrament wordt voltrokken bij de consecratie van de stof. En daarom gaat de vergelijking niet op.3. Het sacrament van het doopsel wordt voltrokken bij het gebruik van de stof. En daarom wordt door de vorm van het doopsel niet méér water geheiligd dan ten gebruike komt. Maar dit Sacrament wordt voltrokken bij de consecratie van de stof. En daarom gaat de vergelijking niet op.
Utrum requiratur ad materiam hujus sacramenti quod sit panis triticeus
Wordt er voor de stof van dit Sacrament tarwebrood vereischt?Wordt er voor de stof van dit Sacrament tarwebrood vereist?
Ad tertium sic proceditur. Videtur quod non requiratur ad materiam hujus sacramenti quod sit panis triticeus. Hoc enim sacramentum est rememorativum Dominicae passionis. Sed magis videtur esse consonum Dominicae passioni panis hordeaceus, qui est asperior, et de quo etiam Christus pavit turbas in monte, ut dicitur Joan. 6. [v. 9 sqq.] quam panis triticeus. 35Ergo panis triticeus non est propria materia hujus sacramenti.
Bedenkingen. — Men beweert, dat er voor de stof van dit Sacrament geen tarwebrood wordt vereischt. — 1. Dit Sacrament immers is een herinneringsteeken aan 's Heeren lijden. Nu is met 's Heeren lijden méér overeenkomstig gerstebrood, dat harder is en waarmee Hij ook de menigten op den berg heeft gespijzigd, zooals gezegd wordt bij Joannes (6. 9), dan tarwebrood. Dus 35is tarwebrood niet de eigen stof van dit Sacrament.Bedenkingen. — Men beweert, dat er voor de stof van dit Sacrament geen tarwebrood wordt vereist. — 1. Dit Sacrament immers is een herinneringsteken aan 's Heren lijden. Nu is met 's Heren lijden méér overeenkomstig gerstebrood, dat harder is en waarmee Hij ook de menigten op de berg heeft gespijzigd, zoals gezegd wordt bij Johannes (6, 9), dan tarwebrood. Dus 35is tarwebrood niet de eigen stof van dit Sacrament.
2. Praeterea, figura est signum speciei in naturalibus rebus. Sed quaedam frumenta sunt, quae habent similem figuram grano tritici, sicut far et spelta: de qua etiam in quibusdam locis panis conficitur ad usum hujus sacramenti. Ergo panis triticeus non est propria materia hujus sacramenti.
2. Bij de natuurdingen is de uiterlijke vorm een teeken van de soort. Nu zijn er sommige korens, die in uiterlijken vorm gelijken op de tarwekorrel, zooals maïs en spelt, van welke laatste men dan ook op sommige plaatsen brood maakt voor het gebruik van dit Sacrament. Dus is tarwebrood niet de eigen stof van dit Sacrament.2. Bij de natuurdingen is de uiterlijke vorm een teken van de soort. Nu zijn er sommige korens, die in uiterlijke vorm gelijken op de tarwekorrel, zoals maïs en spelt, van welke laatste men dan ook op sommige plaatsen brood maakt voor het gebruik van dit Sacrament. Dus is tarwebrood niet de eigen stof van dit Sacrament.
3. Praeterea, permixtio speciem solvit. Sed vix invenitur farina triticea, quae alterius frumenti permixtionem non habeat, nisi forte de electis granis studiose fiat. Non ergo videtur quod panis triticeus sit propria materia hujus sacramenti.
3. Vermenging doet de soort ophouden. Nu vindt men haast geen tarwemeel, dat niet met ander koren vermengd is, tenzij het apart bereid wordt met daarvoor uitgekozen graankorrels. Dus schijnt tarwebrood niet de eigen stof van dit Sacrament te zijn.
4. Praeterea, illud quod est corruptum videtur esse alterius speciei. Sed aliqui conficiunt ex pane corrupto, qui jam non videtur esse panis triticeus. Ergo videtur quod talis panis non sit propria materia hujus sacramenti.
4. Wat bedorven is, schijnt tot een andere soort te behooren. Welnu, sommigen voltrekken de Eucharistie met bedorven brood, dat (bij gevolg) geen tarwebrood meer schijnt te zijn. Dus schijnt dat brood niet de eigen stof van dit Sacrament te zijn.4. Wat bedorven is, schijnt tot een andere soort te behoren. Welnu, sommigen voltrekken de Eucharistie met bedorven brood, dat (bij gevolg) geen tarwebrood meer schijnt te zijn. Dus schijnt dat brood niet de eigen stof van dit Sacrament te zijn.
Sed contra est quod in hoc sacramento continetur Christus, qui se grano frumenti comparat, Joan. 12. [v. 24, 25] dicens: « Nisi granum frumenti cadens in terram mortuum fuerit, ipsum solum manet ». Ergo panis frumenti sive triticeus, est materia hujus sacramenti.
Daartegenover staat echter, dat in dit Sacrament Christus bevat is, die Zichzelf in Joannes (12. 24-25) vergelijkt met de korrel van het koren zeggende: « De korrel van het koren, die in de aarde valt, blijft alléén, tenzij ze sterve ». Dus is brood van koren of te wel van tarwe de stof van dit Sacrament.Daartegenover staat echter, dat in dit Sacrament Christus bevat is, die Zichzelf in Johannes (12, 24-25) vergelijkt met de korrel van het koren zeggende: “De korrel van het koren, die in de aarde valt, blijft alléén, tenzij ze sterve”. Dus is brood van koren of te wel van tarwe de stof van dit Sacrament.
36Respondeo dicendum quod, sicut dictum est [art. 1 ; q. 60. art. 7. ad 2.] ad usum sacramentorum assumitur talis materia, quae communius apud homines in talem usum venit. Inter alios autem panes communius homines utuntur pane triticeo: nam alii panes videntur esse introducti in hujus panis defectum. Et ideo Christus creditur in hujus panis specie hoc sacramentum instituisse. Qui etiam panis magis confortat hominem: et ita convenientius significat effectum hujus sacramenti. Et ideo propria materia hujus sacramenti est panis triticeus.
36Leerstelling. — Zooals gezegd is (1e Art.; 60e Kw. 7e Art. 2e Antw.), neemt men met het oog op het gebruik van de sacramenten die stof, welke bij de menschen méér algemeen voor het overeenkomstig doel gebruikt wordt. Nu wordt van alle broodsoorten door de menschen het meest algemeen gebruik gemaakt van tarwebrood: want de andere broodsoorten schijnen ingevoerd te zijn bij gebrek aan deze. En daarom gelooft men ook, dat Christus met dit soort van brood dit Sacrament heeft ingesteld. Dit brood-soort is ook meer versterkend voor den mensch: en op die manier is het een geschikter teeken van het uitwerksel van dit Sacrament. En dus is tarwebrood de eigen stof van dit Sacrament.36Leerstelling. — Zoals gezegd is (1e Art.; 60e Kw. 7e Art. 2e Antw.), neemt men met het oog op het gebruik van de sacramenten die stof, welke bij de mensen méér algemeen voor het overeenkomstig doel gebruikt wordt. Nu wordt van alle broodsoorten door de mensen het meest algemeen gebruik gemaakt van tarwebrood: want de andere broodsoorten schijnen ingevoerd te zijn bij gebrek aan deze. En daarom gelooft men ook, dat Christus met dit soort van brood dit Sacrament heeft ingesteld. Dit brood-soort is ook meer versterkend voor de mens: en op die manier is het een geschikter teken van het uitwerksel van dit Sacrament. En dus is tarwebrood de eigen stof van dit Sacrament.
Ad primum ergo dicendum quod panis hordeaceus competit ad significandam tum duritiem veteris legis,1 propter duritiem panis, tum etiam quia, ut Augustinus dicit in lib. 83. QQ. (q. 61.), « hordei medulla, quae tenacissima palea tegitur, vel ipsam legem significat, quae ita data erat ut in ea vitale animae alimentum corporalibus sacramentis obtegeretur: vel ipsum populum nondum expoliatum carnali desiderio, quod tanquam palea cordi ejus inhaerebat ». Hoc autem sacramentum pertinet ad suave 37jugum Christi, et ad veritatem jam manifestatam, et ad populum spiritualem. Unde non esset materia conveniens hujus sacramenti panis hordeaceus.
Antwoord op de Bedenkingen. — 1. Gerstebrood is geschikt om de hardheid van de Oude Wet te beteekenen. En vanwege de hardheid van dit brood; én om wat gezegd wordt door Augustinus: « Het merg van de gerst, door een zeer taai vlies bedekt, beteekent ofwel de Wet, die zóó gegeven was, dat in haar het levend zielevoedsel was bedekt onder lichamelijke sacramenten, ofwel het volk, nog niet bevrijd van de vleeschelijke begeerten, die als een vlies over hun hart hingen ». 37Dit Sacrament behoort daarentegen tot het « zoete juk » van Christus, en tot de reeds geopenbaarde waarheid en tot een geestelijk volk. En dus zou gerstebrood niet de geschikte stof voor dit Sacrament zijn.Antwoord op de Bedenkingen. — 1. Gerstebrood is geschikt om de hardheid van de Oude Wet te betekenen. En vanwege de hardheid van dit brood; én om wat gezegd wordt door Augustinus: “Het merg van de gerst, door een zeer taai vlies bedekt, betekent ofwel de Wet, die zó gegeven was, dat in haar het levend zielevoedsel was bedekt onder lichamelijke sacramenten, ofwel het volk, nog niet bevrijd van de vleselijke begeerten, die als een vlies over hun hart hingen”. 37Dit Sacrament behoort daarentegen tot het “zoete juk” van Christus, en tot de reeds geopenbaarde waarheid en tot een geestelijk volk. En dus zou gerstebrood niet de geschikte stof voor dit Sacrament zijn.
Ad secundum dicendum quod generans generat sibi simile in specie: fit tamen aliqua dissimilitudo generantis ad genitum quantum ad accidentia, vel propter materiam, vel propter debilitatem virtutis generativae. Et ideo, si qua frumenta sunt quae ex semine tritici generari possunt, sicut ex grano tritici2 seminato in malis terris nascitur siligo, ex tali frumento panis confectus potest esse materia hujus sacramenti. Quod tamen non videtur habere locum neque in hordeo, neque in spelta, neque etiam in farre, quod inter omnia est grano tritici similius. Similitudo autem figurae in talibus magis videtur significare propinquitatem, quam identitatem speciei: sicut ex similitudine figurae manifestatur quod canis et lupus sunt propinquae speciei, non autem ejusdem. Unde ex talibus frumentis, quae nullo modo possunt ex semine tritici3 generari, non potest confici panis qui sit debita materia hujus sacramenti.
2. De voortbrenger brengt iets voort in gelijkheid van soort : soms echter ontstaat er tusschen voortbrenger en voortgebrachte een ongelijkheid in bijkomstigheden, hetzij vanwege de stof, hetzij vanwege de zwakheid van de voortbrengingskracht. En daarom: als er sommige korens zijn, die uit tarwezaad voortgebracht kunnen worden, zooals uit in slechten grond gezaaide korrels wit koren groeit, dan kan van dergelijk koren vervaardigd brood stof zijn voor dit Sacrament. Maar dit schijnt niet het geval te zijn met gerst, noch met spelt, noch ook met maïs, dat toch het meest van al op tarwe gelijkt. De gelijkenis in uiterlijken vorm schijnt bij deze eerder op verwantschap dan op eenheid van soort te wijzen, zooals uit de gelijkenis in uiterlijken vorm blijkt, dat hond en wolf verwant zijn van soort, niet dat ze één zijn van soort. En dus kan uit dergelijke korens, die volstrekt niet uit tarwezaad kunnen voortkomen, niet het brood vervaardigd worden, dat vereischte stof is voor dit Sacrament.2. De voortbrenger brengt iets voort in gelijkheid van soort: soms echter ontstaat er tussen voortbrenger en voortgebrachte een ongelijkheid in bijkomstigheden, hetzij vanwege de stof, hetzij vanwege de zwakheid van de voortbrengingskracht. En daarom: als er sommige korens zijn, die uit tarwezaad voortgebracht kunnen worden, zoals uit in slechten grond gezaaide korrels wit koren groeit, dan kan van dergelijk koren vervaardigd brood stof zijn voor dit Sacrament. Maar dit schijnt niet het geval te zijn met gerst, noch met spelt, noch ook met maïs, dat toch het meest van al op tarwe gelijkt. De gelijkenis in uiterlijke vorm schijnt bij deze eerder op verwantschap dan op eenheid van soort te wijzen, zoals uit de gelijkenis in uiterlijke vorm blijkt, dat hond en wolf verwant zijn van soort, niet dat ze één zijn van soort. En dus kan uit dergelijke korens, die volstrekt niet uit tarwezaad kunnen voortkomen, niet het brood vervaardigd worden, dat vereiste stof is voor dit Sacrament.
38Ad tertium dicendum quod modica permixtio non solvit speciem; quia id quod est modicum, quodammodo absumitur a plurimo. Ideo si sit modica admixtio alterius frumenti ad multo majorem quantitatem tritici, poterit exinde confici panis, qui est materia hujus sacramenti. Si vero sit magna permixtio, puta ex aequo vel quasi, talis permixtio speciem mutat. Unde panis exinde confectus non erit debita materia hujus sacramenti.
383. Een kleine vermenging doet de soort niet ophouden: de kleine hoeveelheid toch wordt in zekeren zin opgeslorpt door de groote. En daarom: indien een geringe hoeveelheid ander koren gemengd wordt bij een veel grootere hoeveelheid tarwe, dan kan er brood van vervaardigd worden, dat stof is voor dit Sacrament. Een sterke vermenging echter, b.v. van een gelijke of vrijwel gelijke hoeveelheid, doet de soort ophouden. En dus is daaruit vervaardigd brood geen geschikte stof voor dit Sacrament.383. Een kleine vermenging doet de soort niet ophouden: de kleine hoeveelheid toch wordt in zekeren zin opgeslorpt door de grote. En daarom: indien een geringe hoeveelheid ander koren gemengd wordt bij een veel grotere hoeveelheid tarwe, dan kan er brood van vervaardigd worden, dat stof is voor dit Sacrament. Een sterke vermenging echter, bv. van een gelijke of vrijwel gelijke hoeveelheid, doet de soort ophouden. En dus is daaruit vervaardigd brood geen geschikte stof voor dit Sacrament.
Ad quartum dicendum quod aliquando est tanta corruptio panis quod solvitur species panis: sicut cum continuitas solvitur et sapor et color et alia accidentia mutantur. Unde ex tali materia non potest confici corpus Christi. Aliquando vero non est tanta corruptio quae speciem solvat, sed est aliqua dispositio ad corruptionem: quod declarat aliqualis immutatio saporis. Et ex tali pane potest confici corpus Christi: sed peccat conficiens propter irreverentiam sacramenti.
4. Soms is het bederf van het brood zóó groot, dat het zijn soort verliest: zooals wanneer het uit elkaar valt en de smaak, de kleur en andere bijkomstigheden veranderen. Zulk een stof kan men niet consecreeren tot het Lichaam van Christus. Soms echter is het bederf niet zóó groot, dat de soort ophoudt, maar is er een zekere overgang naar het bederf, zooals een wijziging in de smaak verraadt. En dergelijk brood kan men consecreeren tot het Lichaam van Christus, maar die dat doet begaat zonde wegens oneerbiedigheid tegenover het Sacrament.4. Soms is het bederf van het brood zó groot, dat het zijn soort verliest: zoals wanneer het uit elkaar valt en de smaak, de kleur en andere bijkomstigheden veranderen. Zulk een stof kan men niet consecreren tot het Lichaam van Christus. Soms echter is het bederf niet zó groot, dat de soort ophoudt, maar is er een zekere overgang naar het bederf, zoals een wijziging in de smaak verraadt. En dergelijk brood kan men consecreren tot het Lichaam van Christus, maar die dat doet begaat zonde wegens oneerbiedigheid tegenover het Sacrament.
Et quia amydum est ex tritico corrupto, non videtur quod panis ex eo confectus possit fieri corpus Christi: quamvis quidam contrarium dicant.
Daar stijfsel van bedorven tarwe komt, kan daarvan vervaardigd brood wel niet het Lichaam van Christus worden, hoewel sommigen het tegenovergestelde zeggen.
Utrum hoc sacramentum debeat confici ex pane azymo
Moet dit Sacrament met ongedeesemd brood worden voltrokken?Moet dit Sacrament met ongedesemd brood worden voltrokken?
39Ad quartum sic proceditur. Videtur quod hoc sacramentum non debeat confici ex pane azymo. Debemus enim in hoc sacramento imitari institutionem Christi. Sed Christus videtur hoc sacramentum instituisse in pane fermentato, quia, sicut legitur Exod. 12. Judaei secundum legem incipiebant uti azymis in die paschae, quod celebratur quartadecima luna; Christus autem instituit hoc sacramentum in Coena, quam celebravit « ante diem festum Paschae », ut habetur Joan. 13. [v. 1, 4]. Ergo et nos debemus hoc sacramentum celebrare in pane fermentato.
39Bedenkingen. — Men beweert, dat dit Sacrament niet met ongedeesemd brood moet worden voltrokken. — 1. We moeten immers in dit Sacrament Christus' instelling nabootsen. Nu schijnt Christus dit Sacrament met gedeesemd brood te hebben ingesteld, want, zooals men leest in het Boek van den Uittocht (12e hfdst.), begonnen de Joden overeenkomstig de Wet ongedeesemd brood te gebruiken op den Paaschdag, die op den veertienden dag van de maan gevierd wordt; Christus echter heeft dit Sacrament ingesteld tijdens het Avondmaal, dat Hij « vóór den Paaschdag » vierde, zooals staat in Joannes (13. 1, 4). Dus moeten ook wij dit Sacrament met gedeesemd brood vieren.39Bedenkingen. — Men beweert, dat dit Sacrament niet met ongedesemd brood moet worden voltrokken. — 1. We moeten immers in dit Sacrament Christus' instelling nabootsen. Nu schijnt Christus dit Sacrament met gedesemd brood te hebben ingesteld, want, zoals men leest in het Boek van de Uittocht (12e hfdst.), begonnen de Joden overeenkomstig de Wet ongedesemd brood te gebruiken op de Paasdag, die op de veertiende dag van de maan gevierd wordt; Christus echter heeft dit Sacrament ingesteld tijdens het Avondmaal, dat Hij “vóór de Paasdag” vierde, zoals staat in Johannes (13, 1, 4). Dus moeten ook wij dit Sacrament met gedesemd brood vieren.
2. Praeterea, legalia non sunt observanda tempore gratiae. Sed uti azymis fuit quaedam legalis caeremonia, ut patet Exod. 12. Ergo in hoc sacramento gratiae non debemus azymis uti.
2. De wetsvoorschriften moet men niet onderhouden in den tijd der genade. Nu was het gebruik van ongedeesemd brood een wettelijke plechtigheid, zooals blijkt in het Boek van den Uittocht (12e hfdst.). Dus moeten wij in dit genadesacrament geen gebruik maken van ongedeesemd brood.2. De wetsvoorschriften moet men niet onderhouden in de tijd van de genade. Nu was het gebruik van ongedesemd brood een wettelijke plechtigheid, zoals blijkt in het Boek van de Uittocht (12e hfdst.). Dus moeten wij in dit genadesacrament geen gebruik maken van ongedesemd brood.
403. Praeterea, sicut supra dictum est [q. 73. art. 3. ad 3.], Eucharistia est sacramentum charitatis, sicut baptismus fidei. Sed fervor charitatis significatur per fermentum; ut patet in Glossa [ord.] super Illud Matth. 13. [v. 33] : « Simile est regnum coelorum fermento », etc. Ergo hoc sacramentum debet confici de pane fermentato.
403. Gelijk boven is gezegd (73e Kw. 3e Art. 3e Antw.), is de Eucharistie het « Sacrament der Liefde », zooals het doopsel het sacrament des geloofs is. Nu wordt de vurigheid van de liefde beteekend door deesem, zooals blijkt uit de Glossa bij het gezegde van Mattheus (13. 33) : « Het rijk der hemelen is gelijk aan deesem ». Dus moet dit Sacrament voltrokken worden met gedeesemd brood.403. Gelijk boven is gezegd (73e Kw. 3e Art. 3e Antw.), is de Eucharistie het “Sacrament van de Liefde”, zoals het doopsel het sacrament van het geloof is. Nu wordt de vurigheid van de liefde betekend door desem, zoals blijkt uit de Glossa bij het gezegde van Matteüs (13, 33): “Het rijk van de hemelen is gelijk aan desem”. Dus moet dit Sacrament voltrokken worden met gedesemd brood.
4. Praeterea, azymum et fermentatum sunt accidentia panis non variantia ejus speciem. Sed in materia baptismi nulla discretio adhibetur circa differentiam accidentium aquae: puta si sit salsa vel dulcis, calida vel frigida. Ergo in hoc sacramento aliqua discretio adhiberi non debet utrum panis sit azymus vel fermentatus.
4. Ongedeesemd en gedeesemd zijn bijkomstigheden van het brood, waardoor de soort niet verandert. Nu maakt men bij de stof van het doopsel geenerlei onderscheid tusschen bijkomstigheden van het water b.v. of het zout of zoet, warm of koud is. Dus moet men in dit Sacrament geen onderscheid maken of het brood ongedeesemd of gedeesemd is.4. Ongedesemd en gedesemd zijn bijkomstigheden van het brood, waardoor de soort niet verandert. Nu maakt men bij de stof van het doopsel generlei onderscheid tussen bijkomstigheden van het water bv. of het zout of zoet, warm of koud is. Dus moet men in dit Sacrament geen onderscheid maken of het brood ongedesemd of gedesemd is.
Sed contra est quod extra, De Celebratione Missarum [cap.: Literas] punitur sacerdos qui « in pane fermentato et scypho ligneo missarum solemnia celebrare praesumpsit ».
Daartegenover staat echter, dat in een Extra de priester gestraft wordt, « die het gewaagd mocht hebben de eucharistische plechtigheden te vieren met gedeesemd brood en een houten beker ».Daartegenover staat echter, dat in een Extra de priester gestraft wordt, “die het gewaagd mocht hebben de eucharistische plechtigheden te vieren met gedesemd brood en een houten beker”.
Respondeo dicendum quod circa materiam hujus sacramenti duo possunt considerari: scilicet quid sit necessarium, et quid conveniens. Necessarium 41quidem est ut sit panis triticeus, sicut dictum est [art. praec.] : sine quo non perficitur sacramentum. Non est autem de necessitate sacramenti quod sit azymus vel fermentatus: quia in unoquoque confici potest.
Leerstelling. — Met betrekking tot de stof van dit Sacrament kunnen twee dingen beschouwd worden t. w. wat 41noodzakelijk en wat passend is. Gelijk gezegd (vorig Art.), is het noodzakelijk, dat het tarwebrood is, zonder hetwelk het Sacrament niet wordt voltrokken. Het is echter niet noodzakelijk voor het Sacrament, dat het ongedeesemd of gedeesemd is, want met beide kan het voltrokken worden.Leerstelling. — Met betrekking tot de stof van dit Sacrament kunnen twee dingen beschouwd worden t. w. wat 41noodzakelijk en wat passend is. Gelijk gezegd (vorig Art.), is het noodzakelijk, dat het tarwebrood is, zonder hetwelk het Sacrament niet wordt voltrokken. Het is echter niet noodzakelijk voor het Sacrament, dat het ongedesemd of gedesemd is, want met beide kan het voltrokken worden.
Conveniens autem est ut unusquisque servet ritum suae Ecclesiae in sacramenti celebratione. Super hoc autem sunt diversae Ecclesiarum consuetudines. Dicit enim beatus Gregorius in Registro: « Romana Ecclesia offert azymos panes: propterea quod Dominus sine ulla commixtione suscepit carnem. Sed graecae1 Ecclesiae offerunt fermentatum; pro eo quod Verbum Patris indutum est carne, sicut fermentum miscetur farinae ». Unde sicut peccat presbyter in Ecclesia Latinorum celebrans de pane fermentato; ita peccaret presbyter graecus in Ecclesia Graecorum celebrans de pane azymo, quasi pervertens Ecclesiae suae ritum.
Passend is het echter, dat iedereen bij de viering van het Sacrament den ritus van zijn eigen Kerk in acht neemt. Op dit punt hebben de Kerken verschillende gewoonten. Want Gregorius zegt: « De Romeinsche Kerk draagt ongedeesemde brooden op, omdat de Heer zonder eenige vermenging het Vleesch heeft aangenomen. Maar de overige Kerken dragen gedeesemd brood op, daar het Woord des Vaders Vleesch heeft aangedaan, zoals ook de deesem gemengd wordt met het meel ». Derhalve, zooals in de Latijnsche Kerk een priester zondigt, als hij de Mis leest met gedeesemd brood, zoo zou in de Grieksche Kerk een grieksch priester zondigen, als hij de Mis las met ongedeesemd brood en aldus den ritus van zijn Kerk met voeten trad.Passend is het echter, dat iedereen bij de viering van het Sacrament de ritus van zijn eigen Kerk in acht neemt. Op dit punt hebben de Kerken verschillende gewoonten. Want Gregorius zegt: “De Romeinse Kerk draagt ongedesemde broden op, omdat de Heer zonder enige vermenging het Vlees heeft aangenomen. Maar de overige Kerken dragen gedesemd brood op, daar het Woord van de Vader Vlees heeft aangedaan, zoals ook de desem gemengd wordt met het meel”. Derhalve, zoals in de Latijnse Kerk een priester zondigt, als hij de Mis leest met gedesemd brood, zo zou in de Griekse Kerk een Grieks priester zondigen, als hij de Mis las met ongedesemd brood en aldus de ritus van zijn Kerk met voeten trad.
Et tamen consuetudo de pane azymo celebrandi rationabilior est. Primo quidem, propter institutionem Christi, qui hoc sacramentum instituit « prima die azymorum », ut habetur Matth. 26. [v. 17], et Marc. 14. [v. 12], et Luc. 22. [v. 7], qua die nihil 42fermentatum in domibus Judaeorum esse debebat, ut habetur Exod. 12. [v. 15, 19]. Secundo, quia panis est proprie sacramentum Corporis Christi, quod sine corruptione conceptum est, magis quam divinitatis ipsius, ut infra patebit [q. 76. art. 1. ad 1.]. Tertio, quia hoc magis competit sinceritati fidelium, quae requiritur ad usum hujus sacramenti; secundum illud 1. Cor. 5. [v. 7, 8] : « Pascha nostrum immolatus est Christus; itaque epulemur in azymis sinceritatis et veritatis ».
Evenwel is de gewoonte om de Mis te lezen met ongedeesemd brood redelijker. Vooreerst om de instelling van Christus, die dit Sacrament heeft ingesteld « op den eersten dag van de ongedeesemde brooden », zooals te vinden is bij Mattheus (26. 17) 42en Marcus (14. 12) en Lucas (22. 7), op welken dag er volstrekt geen gedeesemd brood in de huizen der Joden aanwezig mocht zijn, zooals staat in het Boek van den Uittocht (12. 15, 19). Ten tweede, omdat het brood in strikten zin het Sacrament is van het Lichaam van Christus, dat zonder bederf is ontvangen — méér dan van Zijn Godheid, zooals later zal blijken (76e Kw. 1e Art. 1e Antw.). Ten derde, omdat dit brood beter overeenkomt met de oprechtheid van de geloovigen, welke voor het gebruik van dit Sacrament wordt vereischt volgens den Eersten Brief aan de Corinthiërs (5. 7-8) : « Ons Paaschlam, Christus, is geslacht: laat ons dan feestmaal houden met ongedeesemde brooden van oprechtheid en waarheid »Evenwel is de gewoonte om de Mis te lezen met ongedesemd brood redelijker. Vooreerst om de instelling van Christus, die dit Sacrament heeft ingesteld “op de eerste dag van de ongedesemde broden”, zoals te vinden is bij Matteüs (26, 17) 42en Marcus (14, 12) en Lukas (22, 7), op welke dag er volstrekt geen gedesemd brood in de huizen van de Joden aanwezig mocht zijn, zoals staat in het Boek van de Uittocht (12, 15, 19). Ten tweede, omdat het brood in strikten zin het Sacrament is van het Lichaam van Christus, dat zonder bederf is ontvangen — méér dan van Zijn Godheid, zoals later zal blijken (76e Kw. 1e Art. 1e Antw.). Ten derde, omdat dit brood beter overeenkomt met de oprechtheid van de gelovigen, welke voor het gebruik van dit Sacrament wordt vereist volgens de Eerste Brief aan de Korintiërs (5, 7-8): “Ons Paaslam, Christus, is geslacht: laat ons dan feestmaal houden met ongedesemde broden van oprechtheid en waarheid”
Habet tamen haec consuetudo Graecorum aliquam rationem, et propter significationem, quam tangit Gregorius; et in detestationem haeresis Nazaraeorum, qui legalia Evangelio miscebant.
Toch heeft genoemde gewoonte van de Grieken een zekere redelijkheid : èn om de beteekenis, die Gregorius aanraakt; èn om afschuw uit te drukken voor de ketterij van de Nazarenen, die wetsvoorschriften met het Evangelie vermengden.Toch heeft genoemde gewoonte van de Grieken een zekere redelijkheid: èn om de betekenis, die Gregorius aanraakt; èn om afschuw uit te drukken voor de ketterij van de Nazarenen, die wetsvoorschriften met het Evangelie vermengden.
Ad primum ergo dicendum quod, sicut legitur Exod. 12. [v. 7, 18], solemnitas paschalis incipiebat in vesperis quartae decimae lunae. Et tunc Christus post immolationem agni paschalis hoc sacramentum instituit. Unde haec dies a Joanne dicitur praecedere diem Paschae, et a tribus aliis 43Evangelistis dicitur prima die azymorum, quando fermentatum in domibus Judaeorum non inveniebatur, ut dictum est [in corp.]. Et de hoc supra notatum est plenius in tractatu Dominicae passionis [q. 46. art. 9. ad 1.].
Antwoord op de Bedenkingen. — 1. Zooals men leest in het Boek van den Uittocht (12. 7, 18), begon de Paaschplechtigheid vanaf den namiddag van den veertienden dag der maan. En toen heeft Christus, na slachting van het paaschlam, dit Sacrament ingesteld. Daarom zegt Joannes van dezen dag dat hij voorafging aan den nog volgenden Paaschdag, terwijl 43de drie andere evangelisten hem noemen « den eersten dag van de ongedeesemde brooden », waarop in de huizen der Joden geen gedeesemd brood gevonden werd, zooals gezegd is (in de Leerst.). Hierover is vollediger bescheid gedaan in het tractaat over 's Heeren lijden (46e Kw. 9e Art. 1e Antw.).Antwoord op de Bedenkingen. — 1. Zoals men leest in het Boek van de Uittocht (12, 7, 18), begon de Paasplechtigheid vanaf de namiddag van de veertiende dag van de maan. En toen heeft Christus, na slachting van het paaslam, dit Sacrament ingesteld. Daarom zegt Johannes van deze dag dat hij voorafging aan de nog volgenden Paasdag, terwijl 43de drie andere evangelisten hem noemen “de eerste dag van de ongedesemde broden”, waarop in de huizen van de Joden geen gedesemd brood gevonden werd, zoals gezegd is (in de Leerst.). Hierover is vollediger bescheid gedaan in het traktaat over 's Heren lijden (46e Kw. 9e Art. 1e Antw.).
Ad secundum dicendum quod conficientes ex azymo non intendunt caeremonias legis servare, sed conformare se institutioni Christi. Et ideo non judaizant. Alioquin et celebrantes in pane fermentato judaizarent: quia Judaei panes primitiarum fermentatos offerebant.
2. Zij die de Eucharistie vieren met ongedeesemd brood bedoelen niet de plechtigheden van de Wet in acht te nemen maar zich aan te passen aan de instelling van Christus. En daarom judaiseeren zij niet. Anders zouden ook zij, die de Mis lezen met gedeesemd brood, judaiseeren: de Joden immers droegen gedeesemd brood als eerstelingen op.2. Zij die de Eucharistie vieren met ongedesemd brood bedoelen niet de plechtigheden van de Wet in acht te nemen maar zich aan te passen aan de instelling van Christus. En daarom judaïseren zij niet. Anders zouden ook zij, die de Mis lezen met gedesemd brood, judaïseren: de Joden immers droegen gedesemd brood als eerstelingen op.
Ad tertium dicendum quod fermentum significat charitatem propter aliquem effectum, quia scilicet panem facit sapidiorem et majorem. Sed corruptionem significat ex ipsa ratione suae speciei.
3. De deesem beteekent liefde wegens een van zijn uitwerkselen, daar nl. het brood er smakelijker en grooter door wordt. Maar hij beteekent bederf op grond zelf van zijn soort.3. De desem betekent liefde wegens een van zijn uitwerkselen, daar nl. het brood er smakelijker en groter door wordt. Maar hij betekent bederf op grond zelf van zijn soort.
Ad quartum dicendum quod quia fermentum habet aliquid corruptionis, et ex pane corrupto non potest confici hoc sacramentum, ut dictum est [art. praec. ad 4.], ideo magis attenditur circa panem differentia azymi et fermentati, quam circa aquam baptismi differentia calidi et frigidi. Posset enim tanta esse corruptio fermenti quod ex eo non posset confici sacramentum.
4. Daar deesem iets bedorvens heeft en dit Sacrament, zooals gezegd is (3e Art. 4e Antw.), niet met bedorven brood voltrokken kan worden, wordt bij het brood méér gelet op het verschil van ongedeesemd of gedeesemd dan bij het doopwater op het verschil van warm en koud. Het bederf van den deesem kon immers zóó groot zijn, dat het Sacrament er niet mee tot stand zou kunnen komen.4. Daar desem iets bedorvens heeft en dit Sacrament, zoals gezegd is (3e Art. 4e Antw.), niet met bedorven brood voltrokken kan worden, wordt bij het brood méér gelet op het verschil van ongedesemd of gedesemd dan bij het doopwater op het verschil van warm en koud. Het bederf van de desem kon immers zó groot zijn, dat het Sacrament er niet mee tot stand zou kunnen komen.
Utrum vinum vitis sit propria materia hujus sacramenti
Is wijn van den wijnstok de eigen stof van dit Sacrament?Is wijn van de wijnstok de eigen stof van dit Sacrament?
44Ad quintum sic proceditur. Videtur quod non sit propria materia hujus sacramenti vinum vitis. Sicut enim aqua est materia baptismi, ita vinum est materia hujus sacramenti. Sed in qualibet aqua potest fieri baptismus. Ergo in quolibet vino, puta malorum granatorum vel mororum aut hujusmodi, potest confici hoc sacramentum: praesertim cum in quibusdam terris vites non crescant.
44Bedenkingen. — Men beweert, dat wijn van den wijnstok niet de eigen stof van dit Sacrament is. — 1. Zooals immers water de stof is van het doopsel, zoo is wijn de stof van dit Sacrament. Welnu het doopsel kan plaats hebben met alle water. Dus kan ook dit Sacrament voltrokken worden met allen wijn b.v. met wijn van granaatappels of van moerbeiën: vooral daar de wijnstok in sommige landen niet groeit.44Bedenkingen. — Men beweert, dat wijn van de wijnstok niet de eigen stof van dit Sacrament is. — 1. Zoals immers water de stof is van het doopsel, zo is wijn de stof van dit Sacrament. Welnu het doopsel kan plaats hebben met alle water. Dus kan ook dit Sacrament voltrokken worden met allen wijn bv. met wijn van granaatappels of van moerbeiën: vooral daar de wijnstok in sommige landen niet groeit.
2. Praeterea, acetum est quaedam species vini, quod de vite sumitur, ut Isidorus dicit [lib. 20. Etymol. cap. 3.]. Sed de aceto non potest confici hoc sacramentum. Ergo videtur quod vinum vitis non sit propria materia hujus sacramenti.
2. Azijn is een soort van wijn, dat verkregen wordt van den wijnstok, zooals Isidorus zegt. Maar dit Sacrament kan niet voltrokken worden met azijn. Dus schijnt wijn van den wijnstok niet de eigen stof van dit Sacrament te zijn.2. Azijn is een soort van wijn, dat verkregen wordt van de wijnstok, zoals Isidorus zegt. Maar dit Sacrament kan niet voltrokken worden met azijn. Dus schijnt wijn van de wijnstok niet de eigen stof van dit Sacrament te zijn.
3. Praeterea, sicut de vite sumitur vinum depuratum, ita etiam agresta et mustum. Sed de his non videtur posse confici hoc sacramentum, secundum illud quod in 6. Synodo legitur [habetur in Conc. Quinisex. cap. 28. 45post Conc. Constant. 3.] : « Didicimus, quod in quibusdam Ecclesiis sacerdotes sacrificio oblationis conjungunt uvas, et sic simul utrumque populo dispensant. Praecipimus igitur, ut nullus sacerdos hoc ulterius faciat ». Et Julius I. papa [conc. Bracarens. 3. can. 1.] reprehendit quosdam, qui expressum vinum in sacramento Dominici calicis offerunt. Ergo videtur quod vinum vitis non sit propria materia hujus sacramenti.
3. Zooals van den wijnstok geklaarde wijn verkregen wordt, zoo ook onrijp sap en most. Maar hiermee kan dit Sacrament niet worden voltrokken, overeenkomstig het te lezene in de Zesde Synode: « Wij hebben vernomen, dat in sommige kerken 45de priesters bij het als Offer opgedragene druiven voegen en dan beide aan het volk uitdeelen. Wij bevelen derhalve, dat geen enkel priester dit in het vervolg nog doe ». En Paus Julius berispt hen, die « zoo juist uitgepersten wijn in het Sacrament van 's Heeren kelk opdragen ». Dus schijnt wijn van den wijnstok niet de eigen stof van dit Sacrament te zijn.3. Zoals van de wijnstok geklaarde wijn verkregen wordt, zo ook onrijp sap en most. Maar hiermee kan dit Sacrament niet worden voltrokken, overeenkomstig het te lezene in de Zesde Synode: “Wij hebben vernomen, dat in sommige kerken 45de priesters bij het als Offer opgedragene druiven voegen en dan beide aan het volk uitdelen. Wij bevelen derhalve, dat geen enkel priester dit in het vervolg nog doe”. En Paus Julius berispt hen, die “zo juist uitgepersten wijn in het Sacrament van 's Heren kelk opdragen”. Dus schijnt wijn van de wijnstok niet de eigen stof van dit Sacrament te zijn.
Sed contra est quod, sicut Dominus se comparavit grano frumenti, ita etiam se comparavit viti, dicens Joan. 15. [v. 1] : « Ego sum vitis vera ». Sed solus panis de frumento est materia hujus sacramenti, ut dictum est [art. 3.]. Ergo solum vinum de vite est propria materia hujus sacramenti.
Daartegenover staat echter, dat, zooals de Heer Zichzelf heeft vergeleken met de tarwekorrel, Hij Zichzelf óók heeft vergeleken met den wijnstok, zeggend: « Ik ben de ware wijnstok ». (Joan. 15, 1). Nu is alleen tarwebrood stof van dit Sacrament. Dus is alleen wijn van den wijnstok de eigen stof van dit Sacrament.Daartegenover staat echter, dat, zoals de Heer Zichzelf heeft vergeleken met de tarwekorrel, Hij Zichzelf óók heeft vergeleken met de wijnstok, zeggend: “Ik ben de ware wijnstok”. (Joh. 15, 1). Nu is alleen tarwebrood stof van dit Sacrament. Dus is alleen wijn van de wijnstok de eigen stof van dit Sacrament.
Respondeo dicendum quod de solo vino vitis potest confici hoc sacramentum. Primo quidem, propter institutionem Christi, qui in vino vitis hoc sacramentum instituit, ut patet ex eo quod ipse dicit Luc. 22. [v. 18] circa institutionem hujus sacramenti: « Non bibam amodo de hoc genimine 46vitis ». Secundo, quia, sicut dictum est [art. 3.], ad materiam sacramentorum assumitur id, quod proprie et communiter habet talem speciem. Proprie autem vinum dicitur quod de vite sumitur: alii vero liquores vinum dicuntur secundum quandam similitudinem ad vinum vitis. Tertio, quia vinum vitis magis competit ad effectum hujus sacramenti, qui est spiritualis laetitia, quia scriptum est [Psalm. 103. v. 15], quod « vinum laetificat cor hominis ».
Leerstelling. — Alleen met wijn van den wijnstok kan dit Sacrament worden voltrokken. Vooreerst om de instelling van Christus, die met wijn van den wijnstok dit Sacrament heeft ingesteld, zooals blijkt uit hetgeen Hij zelf met het oog op de instelling van dit Sacrament zegt: « Voorwaar, Ik zal niet meer drinken van dit gewas van den wijnstok ». (Luc. 22. 18). — Ten tweede, omdat, gelijk gezegd (3e Art.), voor de 46stof van de sacramenten datgene genomen wordt, wat in strikten zin en algemeen van die soort is. Nu wordt in strikten zin wijn genoemd, wat van den wijnstok verkregen wordt: andere dranken daarentegen worden wijn genoemd om een zekere gelijkenis met den wijn van den wijnstok. — Ten derde, omdat de wijn van den wijnstok méér overeenkomt met het uitwerksel van dit Sacrament, dat geestelijke blijdschap is: want er is geschreven dat « de wijn 's menschen hart verblijdt ». (Ps. 103. 15).Leerstelling. — Alleen met wijn van de wijnstok kan dit Sacrament worden voltrokken. Vooreerst om de instelling van Christus, die met wijn van de wijnstok dit Sacrament heeft ingesteld, zoals blijkt uit hetgeen Hij zelf met het oog op de instelling van dit Sacrament zegt: “Voorwaar, Ik zal niet meer drinken van dit gewas van de wijnstok”. (Luk. 22. 18). — Ten tweede, omdat, gelijk gezegd (3e Art.), voor de 46stof van de sacramenten datgene genomen wordt, wat in strikten zin en algemeen van die soort is. Nu wordt in strikten zin wijn genoemd, wat van de wijnstok verkregen wordt: andere dranken daarentegen worden wijn genoemd om een zekere gelijkenis met de wijn van de wijnstok. — Ten derde, omdat de wijn van de wijnstok méér overeenkomt met het uitwerksel van dit Sacrament, dat geestelijke blijdschap is: want er is geschreven dat “de wijn 's mensen hart verblijdt”. (Ps. 103. 15)a.
Ad primum ergo dicendum quod illi liquores non dicuntur proprie vinum, sed secundum similitudinem. Potest autem verum vinum ad terras illas deferri in quibus vites non crescunt, quantum sufficit ad hoc sacramentum.
Antwoord op de Bedenkingen. — 1. Die dranken worden niet in strikten zin maar om een gelijkenis wijn genoemd. Echte wijn kan, zooveel als voor dit Sacrament noodig is, naar die landen vervoerd worden, waar de wijnstok niet groeit.Antwoord op de Bedenkingen. — 1. Die dranken worden niet in strikten zin maar om een gelijkenis wijn genoemd. Echte wijn kan, zoveel als voor dit Sacrament nodig is, naar die landen vervoerd worden, waar de wijnstok niet groeit.
Ad secundum dicendum quod vinum fit acetum per corruptionem; unde non fit reditus de aceto in vinum, ut dicitur 8. Metaphys. [l. 7. cap. 5. n. 3, 4.]. Et ideo, sicut de pane totaliter corrupto non potest confici hoc sacramentum, ita nec de aceto1. Potest tamen confici de vino acescenti, sicut et de pane qui est in via ad corruptionem, licet peccet 47conficiens: ut prius dictum est [art. 3. ad 4.].
2. Wijn wordt azijn door bederf: daarom gaat azijn niet terug over in wijn, zooals gezegd wordt in de Metaphysica. Derhalve, zooals dit Sacrament niet kan voltrokken worden met geheel bedorven brood, kan het ook niet voltrokken worden met azijn. Wel met wijn, die op het punt staat in azijn over te gaan, evenals met brood, dat op weg is naar het bederf, hoewel degene, 47die zoo de Eucharistie voltrekt, zonde doet, gelijk boven gezegd is (3e Art. 4e Antw.).2. Wijn wordt azijn door bederf: daarom gaat azijn niet terug over in wijn, zoals gezegd wordt in de Metafysica. Derhalve, zoals dit Sacrament niet kan voltrokken worden met geheel bedorven brood, kan het ook niet voltrokken worden met azijn. Wel met wijn, die op het punt staat in azijn over te gaan, evenals met brood, dat op weg is naar het bederf, hoewel degene, 47die zo de Eucharistie voltrekt, zonde doet, gelijk boven gezegd is (3e Art. 4e Antw.).
Ad tertium dicendum quod agresta est in via generationis, et ideo nondum habet speciem vini. Et propter hoc de ea non potest confici hoc sacramentum. Mustum autem jam habet speciem vini: nam ejus dulcedo attestatur digestioni, quae est completio a naturali calore, ut dicitur in 4. Meteor. [cap. 2.]. Et ideo de musto potest confici hoc sacramentum.
3. Onrijp sap is in het ontstaansproces en heeft daarom nog niet de soort van wijn. En derhalve kan daarmee dit Sacrament niet worden voltrokken. Most echter heeft al de soort van wijn, want zijn zoetheid wijst er op, dat hij heeft gewerkt, hetgeen het « laatste uitwerksel van de natuurlijke warmte is », zooals gezegd wordt in de Metereologica. Daarom kan met most dit Sacrament worden voltrokken.3. Onrijp sap is in het ontstaansproces en heeft daarom nog niet de soort van wijn. En derhalve kan daarmee dit Sacrament niet worden voltrokken. Most echter heeft al de soort van wijn, want zijn zoetheid wijst er op, dat hij heeft gewerkt, hetgeen het “laatste uitwerksel van de natuurlijke warmte is”, zoals gezegd wordt in de Metereologica. Daarom kan met most dit Sacrament worden voltrokken.
Non tamen debent uvae integrae huic sacramento misceri: quia jam esset ibi aliquid praeter vinum. Prohibetur etiam ne mustum statim expressum de uva in calice offeratur: quia hoc est indecens propter impuritatem musti. Potest tamen in necessitate fieri: dicitur enim ab eodem Julio papa [loc. cit. in arg.] : « Si necesse fuerit, botrus in calicem prematur ».
Evenwel moet men geen heele druiven bij dit Sacrament voegen, want dan zou er, behalve wijn, nog iets anders zijn. Ook wordt verboden juist uitgepersten wijn in den kelk op te dragen: dit immers is niet passend vanwege de onzuiverheid van den most. In geval van noodzaak kan het echter gebeuren, want dezelfde Paus Julius zegt: « Mocht het noodig zijn, dan perse men den wijntros in den kelk uit ».Evenwel moet men geen hele druiven bij dit Sacrament voegen, want dan zou er, behalve wijn, nog iets anders zijn. Ook wordt verboden juist uitgepersten wijn in de kelk op te dragen: dit immers is niet passend vanwege de onzuiverheid van de most. In geval van noodzaak kan het echter gebeuren, want dezelfde Paus Julius zegt: “Mocht het nodig zijn, dan perse men de wijntros in de kelk uit”.
Utrum aqua sit vino permiscenda
Moet er water bij den wijn gevoegd worden?Moet er water bij de wijn gevoegd worden?
48Ad sextum sic proceditur. Videtur quod aqua non sit vino permiscenda. Sacrificium enim Christi figuratum fuit per oblationem Melchisedech, qui Gen. 14. [v. 18] non legitur obtulisse nisi panem et vinum. Ergo videtur quod in hoc sacramento non debeat adjungi aqua.
48Bedenkingen. — Men beweert, dat er geen water bij den wijn gevoegd moet worden. — 1. Immers, het Offer van Christus werd voorafgebeeld door de offerande van Melchisedech, van wien men alleen maar kan lezen (Schepp. 14. 18), dat hij « brood en wijn » heeft opgedragen. Dus schijnt in dit Sacrament geen water bijgevoegd te moeten worden.48Bedenkingen. — Men beweert, dat er geen water bij de wijn gevoegd moet worden. — 1. Immers, het Offer van Christus werd voorafgebeeld door de offerande van Melchisedech, van wie men alleen maar kan lezen (Schepp. 14. 18), dat hij “brood en wijn” heeft opgedragen. Dus schijnt in dit Sacrament geen water bijgevoegd te moeten worden.
2. Praeterea, diversorum sacramentorum diversae sunt materiae. Sed aqua est materia baptismi. Ergo non debet assumi ad materiam hujus sacramenti.
2. Verschillende sacramenten hebben verschillende stoffen. Nu is water de stof van het doopsel. Dus moet het niet bij de stof van dit Sacrament gebruikt worden.
3. Praeterea, panis et vinum sunt materia hujus sacramenti. Sed pani nihil adjungitur. Ergo nec vino debet aliquid adjungi.
3. Brood en wijn zijn de stof van dit Sacrament. Welnu bij het brood wordt niets bijgevoegd. Dus moet er ook niets aan den wijn worden toegevoegd.3. Brood en wijn zijn de stof van dit Sacrament. Welnu bij het brood wordt niets bijgevoegd. Dus moet er ook niets aan de wijn worden toegevoegd.
Sed contra est quod Alexander I. papa scribit [epist. 1. ad omnes orth. De Consecr. Dist. 2.] : « In sacramentorum oblationibus, quae inter 49missarum solemnia Domino offeruntur, panis tantum et vinum aqua permixtum in sacrificium offerantur ».
Daartegenover staat echter, dat Paus Alexander schrijft: « Bij de opdracht der Sacramenten, welke bij de 49Misplechtigheden aan den Heer worden opgedragen, mogen alleen brood en met water vermengde wijn ten Offer worden opgedragen ».Daartegenover staat echter, dat Paus Alexander schrijft: “Bij de opdracht van de Sacramenten, welke bij de 49Misplechtigheden aan de Heer worden opgedragen, mogen alleen brood en met water vermengde wijn ten Offer worden opgedragen”.
Respondeo dicendum quod vino quod offertur in hoc sacramento debet aqua misceri. Primo quidem propter institutionem. Probabiliter enim creditur, quod Dominus hoc sacramentum instituerit in vino aqua permixto secundum morem illius terrae; unde et Proverb. 9. [v. 5] dicitur: « Bibite vinum quod miscui vobis ». Secundo, quia hoc convenit repraesentationi Dominicae passionis. Unde dixit Alexander I. papa [loc. cit.] : « Non debet in calice Domini aut vinum solum, aut aqua sola offerri, sed utrumque permixtum: quia utrumque ex latere ejus in passione sua profluxisse legitur ».
Leerstelling. — Met den wijn, die in dit Sacrament wordt opgedragen, moet water worden vermengd. Vooreerst om de instelling. Men meent immers niet ten onrechte, dat de Heer dit Sacrament heeft ingesteld met wijn, waarin water was vermengd, overeenkomstig de gewoonte van dat land: vandaar ook dat in het Boek der Spreuken (9. 5) gezegd wordt: « Drinkt den wijn, dien ik u gemengd heb. » — Ten tweede, omdat dit beter schikt voor de uitbeelding van 's Heeren lijden. Daarom zegt Paus Alexander: « In den kelk des Heeren moet niet alleen wijn of alleen water opgedragen worden, maar beide gemengd: beide toch zijn volgens de Schrift uit Christus' zijde bij Zijn lijden voortgevloeid ».Leerstelling. — Met de wijn, die in dit Sacrament wordt opgedragen, moet water worden vermengd. Vooreerst om de instelling. Men meent immers niet ten onrechte, dat de Heer dit Sacrament heeft ingesteld met wijn, waarin water was vermengd, overeenkomstig de gewoonte van dat land: vandaar ook dat in het Boek van de Spreuken (9, 5) gezegd wordt: “Drinkt de wijn, die ik u gemengd heb.” — Ten tweede, omdat dit beter schikt voor de uitbeelding van 's Heren lijden. Daarom zegt Paus Alexander: ‘In de kelk van de Heer moet niet alleen wijn of alleen water opgedragen worden, maar beide gemengd: beide toch zijn volgens de Schrift uit Christus' zijde bij Zijn lijden voortgevloeid’.
Tertio, quia hoc convenit ad significandum effectum hujus sacramenti, qui est unio populi christiani ad Christum: quia, ut Julius I. papa dicit [Conc. Bracarens. 3. can. 1.], « videmus in aqua populum intelligi, in vino vero ostendi sanguinem Christi. Ergo, cum in calice vino aqua miscetur, Christo populus adunatur ». Quarto, quia hoc competit ad ultimum effectum hujus sacramenti, qui est introitus ad vitam aeternam. Unde Ambrosius 50dicit in lib. 5. de Sacramentis [cap. 1.] : « Redundat aqua in calicem, et salit in vitam aeternam ».
— Ten derde, omdat dit beter schikt tot uitbeelding van het uitwerksel van dit Sacrament nl. de vereeniging van het christen volk met Christus: want, zooals Paus Julius zegt: « Wij zien, dat met het water het volk bedoeld wordt en dat de wijn het Bloed van Christus aangeeft. Wanneer dus in den kelk de wijn met het water wordt gemengd, wordt Christus met het volk vereenigd ». — Ten vierde, omdat dit goed uitkomt met het laatste uitwerksel van dit Sakrament 50nl. den toegang tot het eeuwig leven. Daarom zegt Ambrosius: « Het water stroomt in den kelk en schiet op ten eeuwigen leven ».— Ten derde, omdat dit beter schikt tot uitbeelding van het uitwerksel van dit Sacrament nl. de vereniging van het christen volk met Christus: want, zoals Paus Julius zegt: “Wij zien, dat met het water het volk bedoeld wordt en dat de wijn het Bloed van Christus aangeeft. Wanneer dus in de kelk de wijn met het water wordt gemengd, wordt Christus met het volk verenigd”. — Ten vierde, omdat dit goed uitkomt met het laatste uitwerksel van dit Sacrament 50nl. de toegang tot het eeuwig leven. Daarom zegt Ambrosius: “Het water stroomt in de kelk en schiet op ten eeuwigen leven”.
Ad primum ergo dicendum quod, sicut Ambrosius dicit ibidem, sicut sacrificium Christi significatum est per oblationem Melchisedech, ita etiam significatum est per aquam quae in eremo fluxit de petra, secundum illud 1. Cor. 10. [v. 4] : « Bibebant autem de spiritali consequente eos petra ».
Antwoord op de Bedenkingen. — 1. Gelijk Ambrosius terzelfder plaatse zegt, is het Offer van Christus niet alleen voorafgebeeld door de offerande van Melchisedech, maar ook door het water, dat in de woestijn uit de rots vloeide, volgens het gezegde van den Eersten Brief aan de Corinthiërs (10. 4) : « Zij dronken van de geestelijke rots, die hen volgde ».Antwoord op de Bedenkingen. — 1. Gelijk Ambrosius terzelfder plaatse zegt, is het Offer van Christus niet alleen voorafgebeeld door de offerande van Melchisedech, maar ook door het water, dat in de woestijn uit de rots vloeide, volgens het gezegde van de Eerste Brief aan de Korintiërs (10, 4): “Zij dronken van de geestelijke rots, die hen volgde”.
Ad secundum dicendum quod aqua assumitur in baptismo ad usum ablutionis. In hoc autem sacramento assumitur ad usum refectionis; secundum illud Psalm. 22. [v. 2] : « Super aquam refectionis educavit me ».
2. In het doopsel wordt water gebruikt ter afwassching. In dit Sacrament echter ter verkwikking, volgens het psalmvers: « Met wateren van verkwikking heeft Hij mij grootgebracht ». (Ps. 22. 2).2. In het doopsel wordt water gebruikt ter afwassing. In dit Sacrament echter ter verkwikking, volgens het psalmvers: “Met wateren van verkwikking heeft Hij mij grootgebracht”. (Ps. 22. 2)a.
Ad tertium dicendum quod panis ex aqua et farina conficitur. Et ideo, cum vino aqua miscetur, neutrum sine aqua existit.
3. Brood wordt vervaardigd uit water en meel. Als er daarom bij den wijn water wordt gedaan, is geen van beide zonder water.3. Brood wordt vervaardigd uit water en meel. Als er daarom bij de wijn water wordt gedaan, is geen van beide zonder water.
Utrum permixtio aquae sit de necessitate hujus sacramenti
Is de vermenging met water noodzakelijk voor dit Sacrament?
51Ad septimum sic proceditur. Videtur, quod permixtio aquae sit de necessitate hujus sacramenti. Dicit enim Cyprianus ad Caecilium [epist. 63] : « Sic calix Domini non est aqua sola et vinum solum, nisi utrumque misceatur, quomodo nec corpus Domini potest esse farina sola, nisi utrumque, (scilicet farina et aqua) fuerit adunatum ». Sed admixtio aquae ad farinam est de necessitate hujus sacramenti. Ergo, pari ratione, admixtio aquae ad vinum.
51Bedenkingen. — Men beweert, dat de vermenging met water noodzakelijk is voor dit Sacrament. — 1. Cyprianus zegt immers: « Dus is de kelk des Heeren niet water alleen of wijn alleen maar een mengsel van beide, op dezelfde manier als ook het Lichaam des Heeren niet meel alleen kan zijn, maar een verbinding van beide » d. i. van meel en water. Nu is de bijmenging van water bij het meel noodzakelijk voor dit Sacrament. Dus om dezelfde reden ook de bijmenging van water bij den wijn.51Bedenkingen. — Men beweert, dat de vermenging met water noodzakelijk is voor dit Sacrament. — 1. Cyprianus zegt immers: “Dus is de kelk van de Heer niet water alleen of wijn alleen maar een mengsel van beide, op dezelfde manier als ook het Lichaam van de Heer niet meel alleen kan zijn, maar een verbinding van beide” d.i. van meel en water. Nu is de bijmenging van water bij het meel noodzakelijk voor dit Sacrament. Dus om dezelfde reden ook de bijmenging van water bij de wijn.
2. Praeterea, in passione Domini, cujus hoc sacramentum est memoriale, sicut « de latere ejus exivit sanguis », ita et « aqua ». [Joan. 19. 34.]. Sed vinum, quod est sacramentum sanguinis, est de necessitate hujus sacramenti. Ergo, pari ratione, et aqua.
2. Tijdens het lijden des Heeren, waarvan dit Sacrament de herinnering is, « stroomde er uit Zijn zijde Bloed », maar ook « water ». (Joan. 19. 34). Nu is de wijn, die het Sacrament is van het Bloed, noodzakelijk voor dit Sacrament. Dus om dezelfde reden ook het water.2. Tijdens het lijden van de Heer, waarvan dit Sacrament de herinnering is, “stroomde er uit Zijn zijde Bloed”, maar ook “water”. (Joh. 19. 34). Nu is de wijn, die het Sacrament is van het Bloed, noodzakelijk voor dit Sacrament. Dus om dezelfde reden ook het water.
3. Praeterea, si aqua non esset de necessitate hujus sacramenti, non referret quaecumque aqua huic sacramento apponeretur: et ita posset apponi 52aqua rosacea, vel quaecumque alia hujusmodi aqua. Quod non habet usus Ecclesiae. Aqua ergo est de necessitate hujus sacramenti.
3. Als het water niet noodzakelijk was voor dit Sacrament, zou het er niet op aankomen, wat voor water bij dit Sacrament wordt gedaan: en zoo zou er rozenwater bij gedaan kunnen 52worden of ieder ander dergelijk water. Dat is echter tegen het gebruik van de Kerk. Dus is het water noodzakelijk voor dit Sacrament.3. Als het water niet noodzakelijk was voor dit Sacrament, zou het er niet op aankomen, wat voor water bij dit Sacrament wordt gedaan: en zo zou er rozenwater bij gedaan kunnen 52worden of ieder ander dergelijk water. Dat is echter tegen het gebruik van de Kerk. Dus is het water noodzakelijk voor dit Sacrament.
Sed contra est quod Cyprianus dicit [loc. cit.] : « Si aliquis de antecessoribus nostris vel ignoranter, vel simpliciter non observavit (ut scilicet aquam vino misceret in sacramento), potest simplicitati ejus venia concedi ». Quod non esset, si aqua esset de necessitate sacramenti, sicut est vinum vel panis. Non ergo aquae admixtio est de necessitate sacramenti.
Daartegenover staat echter, dat Cyprianus zegt: « Als iemand van onze voorgangers uit onwetendheid of argeloosheid dit niet in acht heeft genomen » nl. om in dit Sacrament water bij den wijn te mengen, « dan kan men zijn argeloosheid vergeven ». Dat zou niet het geval kunnen zijn, als het water noodzakelijk was voor het Sacrament zooals de wijn of het brood. Dus is de bijmenging van water niet noodzakelijk voor het Sacrament.Daartegenover staat echter, dat Cyprianus zegt: “Als iemand van onze voorgangers uit onwetendheid of argeloosheid dit niet in acht heeft genomen” nl. om in dit Sacrament water bij de wijn te mengen, “dan kan men zijn argeloosheid vergeven”. Dat zou niet het geval kunnen zijn, als het water noodzakelijk was voor het Sacrament zoals de wijn of het brood. Dus is de bijmenging van water niet noodzakelijk voor het Sacrament.
Respondeo dicendum quod judicium de signo sumendum est ex eo, quod significatur. Appositio autem aquae ad vinum refertur ad significandam participationem hujus sacramenti a fidelibus, quantum ad hoc quod per aquam mixtam vino significatur populus adunatus Christo, ut dictum est [art. praec.]. Sed et hoc ipsum quod de latere Christi pendentis in cruce aqua profluxit, ad idem refertur: quia per aquam significatur ablutio peccatorum, quae fiebat per passionem Christi. Dictum est autem supra 53[q. praec. art. 1 ad 3.], quod hoc sacramentum perficitur in consecratione materiae: usus autem fidelium non est de necessitate sacramenti, sed est aliquid consequens ad sacramentum. Et ideo consequens est quod appositio aquae non sit de necessitate sacramenti.
Leerstelling. — Het oordeel over het teeken moet geveld worden op grond van het beteekende. Nu moet de toevoeging van het water bij den wijn beteekenen, dat de geloovigen aan dit Sacrament deelnemen, inzoover dat door het bij den wijn gemengd water het met Christus vereenigd volk wordt beteekend, zooals gezegd is (vorig Art.). Ook het feit, dat uit de zijde van den aan het kruis hangenden Christus water is gevloeid, heeft op hetzelfde betrekking, want door het water werd beteekend de afwassching van de zonden, die geschiedde door het lijden van Christus. Welnu, boven is gezegd (73e Kw. 1e Art. 533e Antw.), dat dit Sacrament tot stand komt bij de consecratie van de stof, terwijl het gebruik ervan door de geloovigen niet noodzakelijk is voor het Sacrament, maar iets gevolgelijks is van het Sacrament. Dus volgt, dat de toevoeging van het water niet noodzakelijk is voor het Sacrament.Leerstelling. — Het oordeel over het teken moet geveld worden op grond van het betekende. Nu moet de toevoeging van het water bij de wijn betekenen, dat de gelovigen aan dit Sacrament deelnemen, inzover dat door het bij de wijn gemengd water het met Christus verenigd volk wordt betekend, zoals gezegd is (vorig Art.). Ook het feit, dat uit de zijde van de aan het kruis hangenden Christus water is gevloeid, heeft op hetzelfde betrekking, want door het water werd betekend de afwassing van de zonden, die geschiedde door het lijden van Christus. Welnu, boven is gezegd (73e Kw. 1e Art. 533e Antw.), dat dit Sacrament tot stand komt bij de consecratie van de stof, terwijl het gebruik ervan door de gelovigen niet noodzakelijk is voor het Sacrament, maar iets gevolgelijks is van het Sacrament. Dus volgt, dat de toevoeging van het water niet noodzakelijk is voor het Sacrament.
Ad primum ergo dicendum quod verbum illud Cypriani est intelligendum secundum quod dicitur illud esse non posse, quod convenienter esse non potest. Et sic similitudo illa attenditur quantum ad id quod debet fieri, non autem quantum ad necessitatem; nam aqua est de essentia panis, non autem de essentia vini.
Antwoord op de Bedenkingen. — 1. Dat woord van Cyprianus is te verstaan in den zin, waarin men zegt, dat iets niet mogelijk is, als het niet mogelijk is op passende wijze. En zoo slaat die vergelijking op wat behoort te geschieden, niet op wat noodzakelijk is: water immers is wezenlijk aan brood maar niet aan wijn.Antwoord op de Bedenkingen. — 1. Dat woord van Cyprianus is te verstaan in de zin, waarin men zegt, dat iets niet mogelijk is, als het niet mogelijk is op passende wijze. En zo slaat die vergelijking op wat behoort te geschieden, niet op wat noodzakelijk is: water immers is wezenlijk aan brood maar niet aan wijn.
Ad secundum dicendum quod effusio sanguinis directe pertinebat ad ipsam Christi passionem: est enim naturale corpori humano vulnerato quod ex eo profluat sanguis. Sed effusio aquae non fuit de necessitate passionis, sed ad demonstrandum effectum passionis, qui est ablutio a peccatis et refrigerium contra ardorem concupiscentiae. Et ideo aqua non seorsum offertur a vino in sacramento, sicut vinum offertur seorsum a pane: sed aqua offertur vino permixta, ut ostendatur quod vinum per se pertinet ad hoc 54sacramentum, tanquam de ejus necessitate existens, aqua autem secundum quod adjungitur vino.
2. De bloeduitstorting was onmiddellijk iets van het lijden zelf van Christus : het is immers volgens de natuur van het menschelijk lichaam, dat er bloed uitstroomt, als het gewond is. Maar de uitstorting van water was niet iets noodzakelijks van het lijden, maar moest het uitwerksel aanwijzen nl. de afwassching van de zonden en verfrissching tegen het vuur van de begeerlijkheid. En daarom wordt in dat Sacrament het water niet afzonderlijk naast den wijn opgedragen (zooals de wijn afzonderlijk naast het brood wordt opgedragen) maar vermengd met den 54wijn, opdat daaruit blijke, dat de wijn op zich iets van het Sacrament is als zijnde iets noodzakelijks ervan, terwijl het water slechts in verbinding met den wijn er deel van uitmaakt.2. De bloeduitstorting was onmiddellijk iets van het lijden zelf van Christus: het is immers volgens de natuur van het menselijk lichaam, dat er bloed uitstroomt, als het gewond is. Maar de uitstorting van water was niet iets noodzakelijks van het lijden, maar moest het uitwerksel aanwijzen nl. de afwassing van de zonden en verfrissing tegen het vuur van de begeerlijkheid. En daarom wordt in dat Sacrament het water niet afzonderlijk naast de wijn opgedragen (zoals de wijn afzonderlijk naast het brood wordt opgedragen) maar vermengd met de 54wijn, opdat daaruit blijke, dat de wijn op zich iets van het Sacrament is als zijnde iets noodzakelijks ervan, terwijl het water slechts in verbinding met de wijn er deel van uitmaakt.
Ad tertium dicendum quod quia admixtio aquae ad vinum non est de necessitate sacramenti, non refert quantum ad sacramenti necessitatem, quaecumque aqua misceatur vino, sive naturalis sive artificialis. ut rosacea. Quamvis, quantum ad convenientiam sacramenti, peccet, qui aliam aquam miscet nisi naturalem, et veram: quia de latere Christi pendentis in cruce aqua vera profluxit, non humor phlegmaticus, ut quidam dixerunt, ad ostendendum quod corpus Christi erat vere compositum ex quatuor elementis; sicut per sanguinem fluentem ostendebatur, quod erat compositum ex quatuor humoribus, ut Innocentius III. dicit in quadam Decretali [quae hab. cap.: In quadam, De celebrat. Mis.]. Quia vero admixtio aquae ad farinam est de necessitate hujus sacramenti, utpote constituens substantiam panis; si farinae admisceretur aqua rosacea, vel quicumque alius liquor quam vera aqua, non posset ex eo confici sacramentum: quia non esset verus panis.
3. Omdat de bijmenging van het water bij den wijn niet noodzakelijk is voor het Sacrament, komt het er, wat dat betreft, niet op aan, wat voor water bij den wijn wordt gemengd, natuurlijk of kunstmatig, zooals rozenwater. Maar als het gaat om wat voor het Sacrament behoorlijk is, dan zondigt hij, die een ander dan natuurlijk en echt water toevoegt: uit de zijde van den aan het kruis hangenden Christus is immers echt water gevloeid (geen slijm, zooals sommigen beweren), opdat zou blijken, dat het Lichaam van Christus echt was samengesteld uit de vier elementen, gelijk uit het bloed, dat er uit stroomde, bleek, dat het was samengesteld uit de vier vochten, volgens het gezegde van Innocentius III. Omdat daarentegen de bijvoeging van water bij het meel noodzakelijk is voor dit Sacrament, aangezien daardoor de broodzelfstandigheid tot stand komt, daarom zou het Sacrament niet voltrokken kunnen worden met meel, waarin rozenwater vermengd was of welke andere vloeistof dan ook buiten echt water, en wel omdat dat geen echt brood zou zijn.3. Omdat de bijmenging van het water bij de wijn niet noodzakelijk is voor het Sacrament, komt het er, wat dat betreft, niet op aan, wat voor water bij de wijn wordt gemengd, natuurlijk of kunstmatig, zoals rozenwater. Maar als het gaat om wat voor het Sacrament behoorlijk is, dan zondigt hij, die een ander dan natuurlijk en echt water toevoegt: uit de zijde van de aan het kruis hangenden Christus is immers echt water gevloeid (geen slijm, zoals sommigen beweren), opdat zou blijken, dat het Lichaam van Christus echt was samengesteld uit de vier elementen, gelijk uit het bloed, dat er uit stroomde, bleek, dat het was samengesteld uit de vier vochten, volgens het gezegde van Innocentius III. Omdat daarentegen de bijvoeging van water bij het meel noodzakelijk is voor dit Sacrament, aangezien daardoor de broodzelfstandigheid tot stand komt, daarom zou het Sacrament niet voltrokken kunnen worden met meel, waarin rozenwater vermengd was of welke andere vloeistof dan ook buiten echt water, en wel omdat dat geen echt brood zou zijn.
Utrum aqua debeat in magna quantitate apponi
Moet het water in groote hoeveelheid worden toegevoegd?Moet het water in grote hoeveelheid worden toegevoegd?
55Ad octavum sic proceditur. Videtur quod oporteat1 aquam in magna quantitate apponi. Sicut enim sanguis de latere Christi sensibiliter fluxit, ita et aqua: unde dicitur Joan. 19. [v. 35] : « Qui vidit, testimonium perhibuit ». Sed aqua non posset sensibiliter esse in hoc sacramento, nisi in magna quantitate poneretur. Ergo videtur quod aqua debeat apponi in magna quantitate.
55Bedenkingen. — Men beweert, dat het water in groote hoeveelheid moet worden toegevoegd. — 1. Want zooals uit de zijde van Christus het bloed op zichtbare wijze uitstroomde, zoo ook het water: daarom wordt er gezegd bij Joannes (19. 35) : « Die het gezien heeft, heeft getuigenis afgelegd ». Nu zou het water in dit Sacrament niet zichtbaar zijn, als het niet in groote hoeveelheid werd toegevoegd. Dus moet het water in groote hoeveelheid worden toegevoegd.55Bedenkingen. — Men beweert, dat het water in grote hoeveelheid moet worden toegevoegd. — 1. Want zoals uit de zijde van Christus het bloed op zichtbare wijze uitstroomde, zo ook het water: daarom wordt er gezegd bij Johannes (19, 35): “Die het gezien heeft, heeft getuigenis afgelegd”. Nu zou het water in dit Sacrament niet zichtbaar zijn, als het niet in grote hoeveelheid werd toegevoegd. Dus moet het water in grote hoeveelheid worden toegevoegd.
2. Praeterea, parva aqua multo vino admixta corrumpitur. Quod autem corruptum est, jam non est. Ergo idem est apponere parum de aqua in hoc sacramento et nihil apponere. Sed non licet nihil apponere. Ergo non licet parum apponere.
2. Een geringe hoeveelheid water bij veel wijn gedaan lost op. Wat echter opgelost is, is niet meer. Dus komt het in dit Sacrament op hetzelfde neer weinig water bijvoegen of niets bijvoegen. Welnu, het is niet geoorloofd om niets bij te voegen. Dus is het niet geoorloofd om weinig bij te voegen.
3. Praeterea, si sufficeret parum apponere, per consequens esset 56sufficiens, quod gutta aquae in totum dolium projiceretur. Sed hoc videtur ridiculum. Ergo non sufficit quod parva quantitas apponatur.
3. Als het voldoende zou zijn weinig bij te voegen, zou het bijgevolg ook genoeg zijn, als een druppel water in een heel 56vat werd gedaan. Maar dit schijnt belachelijk. Dus is het niet voldoende een geringe hoeveelheid bij te voegen.
Sed contra est quod extra, De Celebratione Missarum [cap. 13.] dicitur: « Perniciosus in tuis partibus inolevit abusus, videlicet quod in majori quantitate de aqua in sacrificio ponitur, quam de vino; cum secundum rationabilem consuetudinem Ecclesiae generalis, plus in ipso sit de vino quam de aqua ponendum ».
Daartegenover staat echter, dat in een Extra gezegd wordt: « In uw streken is een verderfelijk misbruik ingeburgerd, en wel om bij het Offer een grootere hoeveelheid van water dan van wijn te gebruiken, terwijl volgens de redelijke gewoonte van de heele Kerk er méér wijn dan water bij gebruikt moet worden ».Daartegenover staat echter, dat in een Extra gezegd wordt: “In uw streken is een verderfelijk misbruik ingeburgerd, en wel om bij het Offer een grotere hoeveelheid van water dan van wijn te gebruiken, terwijl volgens de redelijke gewoonte van de hele Kerk er méér wijn dan water bij gebruikt moet worden”.
Respondeo dicendum quod circa aquam adjunctam vino, sicut Innocentius III. dicit in quadam Decretali [cap.: Cum Marthae, De Celebr. Mis.], triplex est opinio. Quidam enim dicunt, quod aqua adjuncta vino per se manet, vino converso in sanguinem. Sed haec opinio stare non potest. Quia in sacramento altaris post consecrationem nihil est nisi corpus et sanguis Christi; sicut Ambrosius dicit in lib. de Officiis [lib. de Initiand. cap. 9. n. 54.]. « Ante benedictionem alia species nominatur, post benedictionem corpus significatur ». Alioquin non totum2 adoraretur 57veneratione latriae. Et ideo alii dixerunt quod, sicut vinum convertitur in sanguinem, ita aqua convertitur in aquam quae de latere Christi fluxit. Sed nec hoc rationabiliter dici potest. Quia secundum hoc, aqua seorsum consecraretur a vino, sicut vinum a pane.
Leerstelling. — Met betrekking tot het bij den wijn gevoegde water zijn er, zooals Innocentius III zegt, drie meeningen. Sommigen immers zeggen, dat het bij den wijn gevoegde water op zich blijft bestaan, als de wijn in het Bloed is veranderd. Maar deze meening kan volstrekt niet volgehouden worden. Want in het Sacrament des Altaars is er na de consecratie alleen maar het Lichaam en Bloed van Christus, zooals Ambrosius zegt: « Vóór de zegening spreekt men van een andere soort, na de zegening wordt het Lichaam aangewezen ». Anders zou het ook niet met goddelijke eer vereerd worden. — 57Daarom hebben anderen gezegd dat, evenals de wijn veranderd wordt in het Bloed, zoo ook het water veranderd wordt in het water, dat uit de zijde van Christus stroomde. Maar dit kan niet redelijkerwijze worden gezegd. Want op deze manier zou het water afzonderlijk naast den wijn geconsecreerd worden, zooals de wijn naast het brood.Leerstelling. — Met betrekking tot het bij de wijn gevoegde water zijn er, zoals Innocentius III zegt, drie meningen. Sommigen immers zeggen, dat het bij de wijn gevoegde water op zich blijft bestaan, als de wijn in het Bloed is veranderd. Maar deze mening kan volstrekt niet volgehouden worden. Want in het Sacrament van het Altaar is er na de consecratie alleen maar het Lichaam en Bloed van Christus, zoals Ambrosius zegt: “Vóór de zegening spreekt men van een andere soort, na de zegening wordt het Lichaam aangewezen”. Anders zou het ook niet met goddelijke eer vereerd worden. — 57Daarom hebben anderen gezegd dat, evenals de wijn veranderd wordt in het Bloed, zo ook het water veranderd wordt in het water, dat uit de zijde van Christus stroomde. Maar dit kan niet redelijkerwijze worden gezegd. Want op deze manier zou het water afzonderlijk naast de wijn geconsecreerd worden, zoals de wijn naast het brood.
Et ideo, sicut ipse dicit [scilicet Innocent. loc. cit.], aliorum opinio probabilior est, qui dicunt, aquam converti in vinum, et vinum in sanguinem. Hoc autem fieri non posset nisi adeo modicum apponeretur de aqua quod converteretur in vinum. Et ideo semper tutius est parum de aqua apponere, et praecipue si vinum sit debile: quia, si tanta fieret appositio aquae ut solveretur species vini, non posset perfici sacramentum. Unde Julius I. papa [De Consecr. Dist. 2. Can. cum omne.] reprehendit quosdam, qui « pannum lineum musto intinctum per totum annum servant, et in tempore sacrificii aqua partem ejus lavant, et sic offerunt ».
Waarschijnlijker daarom is, zooals dezelfde Paus zegt, de meening van anderen, die leeren, dat het water veranderd wordt in den wijn en de wijn in het Bloed. Dit echter zou onmogelijk zijn, als niet een zóó geringe hoeveelheid water werd bijgedaan, dat het kon veranderen in wijn. En daarom is het altijd veiliger weinig water toe te voegen, vooral als de wijn zwak is, want als men zooveel water zou toevoegen, dat de soort van wijn zou ophouden, werd de voltrekking van het Sacrament onmogelijk. Paus Julius berispt dan ook zekere menschen, die « een linnen, in most ingedoopte doek, het heele jaar door bewaren en op het oogenblik van het offer een deel ervan met water nat maken en zoo offeren ».Waarschijnlijker daarom is, zoals dezelfde Paus zegt, de mening van anderen, die leren, dat het water veranderd wordt in de wijn en de wijn in het Bloed. Dit echter zou onmogelijk zijn, als niet een zó geringe hoeveelheid water werd bijgedaan, dat het kon veranderen in wijn. En daarom is het altijd veiliger weinig water toe te voegen, vooral als de wijn zwak is, want als men zoveel water zou toevoegen, dat de soort van wijn zou ophouden, werd de voltrekking van het Sacrament onmogelijk. Paus Julius berispt dan ook zekere mensen, die “een linnen, in most ingedoopte doek, het hele jaar door bewaren en op het ogenblik van het offer een deel ervan met water nat maken en zo offeren”.
Ad primum ergo dicendum quod sufficit ad sacramenti hujus significationem quod sentiatur aqua, cum apponitur vino: non autem oportet quod 58sit sensibilis post mixtionem.
Antwoord op de Bedenkingen. — 1. Voor de beteekenis van dit Sacrament is voldoende, dat het water zichtbaar is, wanneer het bij den wijn wordt gedaan : na de vermenging 58behoeft het niet zichtbaar te zijn.Antwoord op de Bedenkingen. — 1. Voor de betekenis van dit Sacrament is voldoende, dat het water zichtbaar is, wanneer het bij de wijn wordt gedaan: na de vermenging 58behoeft het niet zichtbaar te zijn.
Ad secundum dicendum quod si aqua omnino non apponeretur, totaliter excluderetur significatio: sed, cum aqua in vinum convertitur, significatur, quod populus Christo incorporatur.
2. Als er heelemaal geen water werd toegevoegd, zou de beteekenis volkomen wegvallen; wanneer evenwel het water in wijn verandert, wordt beteekend dat het volk bij Christus wordt ingelijfd.2. Als er helemaal geen water werd toegevoegd, zou de betekenis volkomen wegvallen; wanneer evenwel het water in wijn verandert, wordt betekend dat het volk bij Christus wordt ingelijfd.
Ad tertium dicendum quod si aqua apponeretur dolio, non sufficeret ad significationem hujus sacramenti: sed oportet aquam vino apponi circa ipsam celebrationem sacramenti.
3. Water in het vat erbij gedaan zou niet volstaan voor de beteekenis van dit Sacrament: daarvoor is noodig, dat het water bij den wijn wordt gedaan bij de viering zelf van het Sacrament.3. Water in het vat erbij gedaan zou niet volstaan voor de betekenis van dit Sacrament: daarvoor is nodig, dat het water bij de wijn wordt gedaan bij de viering zelf van het Sacrament.