De ritu hujus sacramenti, in sex articulos divisa
Over den ritus van dit SacramentOver de ritus van dit Sacrament
380Deinde considerandum est de ritu hujus sacramenti.
380Vervolgens moet gesproken worden over den ritus van dit Sacrament.380Vervolgens moet gesproken worden over de ritus van dit Sacrament.
Et circa hoc quaeruntur sex : 1. Utrum in celebratione hujus mysterii Christus immoletur. — 2. De tempore celebrationis. — 3. De loco et aliis quae pertinent ad apparatum hujus celebrationis. — 4. De his quae in celebratione hujus mysterii dicuntur. — 5. De his quae circa celebrationem hujus sacramenti fiunt. — 6. De defectibus qui circa celebrationem hujus sacramenti occurrunt.
Daaromtrent stellen wij zes vragen. 1. Wordt bij de viering van dit Geheim Christus geslachtofferd? 2. Over den tijd van de viering. 3. Over de plaats van de viering en al het overige voor de viering vereischte. 4. Over datgene, wat gesproken wordt bij de viering van dit Geheim. 5. Over datgene, wat gedaan wordt bij de viering van dit Geheim. 6. Over de tekortkomingen, welke bij de viering van dit Sacrament kunnen voorvallen.Daaromtrent stellen wij zes vragen. 1. Wordt bij de viering van dit Geheim Christus geslachtofferd? 2. Over de tijd van de viering. 3. Over de plaats van de viering en al het overige voor de viering vereiste. 4. Over datgene, wat gesproken wordt bij de viering van dit Geheim. 5. Over datgene, wat gedaan wordt bij de viering van dit Geheim. 6. Over de tekortkomingen, welke bij de viering van dit Sacrament kunnen voorvallen.
Utrum in hoc sacramento Christus immoletur
Wordt bij de viering van dit Sacrament Christus geslachtofferd?
381Ad primum sic proceditur. Videtur quod in celebratione hujus sacramenti Christus non immoletur. Dicitur enim Hebr. 10. [v. 14] quod « Christus una oblatione consummavit in sempiternum sanctificatos ». Sed illa oblatio fuit ejus immolatio. Christus ergo non immolatur in celebratione hujus sacramenti.
381Bedenkingen. — Men beweert, dat bij de viering van dit Sacrament Christus niet wordt geslachtofferd. — 1. Er staat immers in den Brief aan de Hebreën (10. 14) dat Christus « door één enkele offerande de geheiligden eens en vooral, tot volmaaktheid heeft gebracht ». Maar die offerande was zijn slachtoffering. Dus wordt Christus niet geslachtofferd bij de viering van dit Sacrament.381Bedenkingen. — Men beweert, dat bij de viering van dit Sacrament Christus niet wordt geslachtofferd. — 1. Er staat immers in de Brief aan de Hebreën (10, 14) dat Christus “door één enkele offerande de geheiligden eens en vooral, tot volmaaktheid heeft gebracht”. Maar die offerande was zijn slachtoffering. Dus wordt Christus niet geslachtofferd bij de viering van dit Sacrament.
2. Praeterea, immolatio Christi facta est in cruce, in qua « tradidit semetipsum oblationem et hostiam Deo in odorem suavitatis », ut dicitur Ephes. 5. [v. 2]. Sed in celebratione hujus mysterii Christus non crucifigitur. Ergo nec immolatur.
2. De slachtoffering van Christus had plaats op het kruis, waarop Hij « Zich voor ons heeft gegeven als offerande en offerlam tot een liefderijken geur voor God », zooals gezegd wordt in den Brief aan de Ephesiërs (5. 2). Maar bij de viering van dit Geheim wordt Christus niet gekruisigd en dus ook niet geslachtofferd.2. De slachtoffering van Christus had plaats op het kruis, waarop Hij “Zich voor ons heeft gegeven als offerande en offerlam tot een liefderijken geur voor God”, zoals gezegd wordt in de Brief aan de Efesiërs (5, 2). Maar bij de viering van dit Geheim wordt Christus niet gekruisigd en dus ook niet geslachtofferd.
3. Praeterea, sicut Augustinus dicit in 4. libro de Trin. [cap. 14.], in immolatione Christi idem est sacerdos et hostia. Sed in celebratione hujus 382sacramenti non est idem sacerdos et hostia. Ergo celebratio hujus sacramenti non est Christi immolatio.
3. Zooals Augustinus zegt, vallen bij de slachtoffering van Christus de priester en het offerlam samen. Maar bij de viering van dit Sacrament vallen de priester en het offerlam niet samen. 382Dus is ook de viering van dit Sacrament niet Christus' slachtoffering.3. Zoals Augustinus zegt, vallen bij de slachtoffering van Christus de priester en het offerlam samen. Maar bij de viering van dit Sacrament vallen de priester en het offerlam niet samen. 382Dus is ook de viering van dit Sacrament niet Christus' slachtoffering.
Sed contra est quod Augustinus dicit in lib. Sent. Prosperi [hab. in epist. 23. ad Bonif.] : « Semel immolatus est in semetipso Christus, et tamen quotidie immolatur in sacramento ».
Daartegenover staat echter, dat Augustinus zegt: « Eenmaal is Christus geslachtofferd in eigen persoon, en toch wordt Hij nog dagelijks geslachtofferd in het Sacrament ».Daartegenover staat echter, dat Augustinus zegt: “Eenmaal is Christus geslachtofferd in eigen persoon, en toch wordt Hij nog dagelijks geslachtofferd in het Sacrament”.
Respondeo dicendum quod duplici ratione celebratio hujus sacramenti dicitur immolatio Christi. Primo quidem quia, sicut dicit Augustinus ad Simplicianum [lib. 2. q. 3.], « solent imagines earum rerum nominibus appellari quarum imagines sunt: sicut cum intuentes tabulam aut parietem pictum dicimus: Ille Cicero est, et ille Sallustius ». Celebratio autem hujus sacramenti, sicut supra dictum est [q. 76. art. 2. ad 1; q. 79. art. 1.], imago quaedam est repraesentativa passionis Christi quae est vera ejus immolatio. Et ideo celebratio hujus sacramenti dicitur Christi immolatio1. Unde Ambrosius dicit super epist. ad Hebr. [sup. illud. cap. 10.: Umbram enim, etc.] : « In Christo semel oblata est hostia, ad salutem sempiternam potens. Quid ergo nos? Nonne per singulos dies offerimus? Sed ad 383recordationem mortis ejus ».
Leerstelling. — Om twee redenen kan men de viering van dit Sacrament Christus' slachtoffering noemen. Vooreerst omdat, naar Augustinus zegt: « men gewoon is beelden te benoemen naar hetgeen ze voorstellen. Zoo zeggen wij bij het zien van een portret of muurschildering: dat is Cicero, dat Sallustius ». Nu is de viering van dit Sacrament, zooals boven (76e Kw. 2e Art. 1e Antw.; 79e Kw. 1e Art.) uiteengezet is, een soort afbeelding en voorstelling van Christus' lijden, dat een waarachtige slachtoffering was. Daarom zegt Ambrosius: « In Christus is eenmaal een offerlam opgedragen, in staat om eeuwig heil te bewerken. Wat doen wij dan nog? Offeren wij niet iederen dag ter herinnering aan Zijn dood? »Leerstelling. — Om twee redenen kan men de viering van dit Sacrament Christus' slachtoffering noemen. Vooreerst omdat, naar Augustinus zegt: “men gewoon is beelden te benoemen naar hetgeen ze voorstellen. Zo zeggen wij bij het zien van een portret of muurschildering: dat is Cicero, dat Sallustius”. Nu is de viering van dit Sacrament, zoals boven (76e Kw. 2e Art. 1e Antw.; 79e Kw. 1e Art.) uiteengezet is, een soort afbeelding en voorstelling van Christus' lijden, dat een waarachtige slachtoffering was. Daarom zegt Ambrosius: “In Christus is eenmaal een offerlam opgedragen, in staat om eeuwig heil te bewerken. Wat doen wij dan nog? Offeren wij niet iederen dag ter herinnering aan Zijn dood?”
Alio modo, quantum ad effectum passionis Christi quia scilicet per hoc sacramentum participes efficimur fructus Dominicae passionis. Unde in quadam dominicali oratione secreta dicitur: « Quoties hujus hostiae commemoratio celebratur, opus nostrae redemptionis exercetur ».
383De tweede reden, verband houdend met het uitwerksel van Christus' lijden, is dat wij door dit Sacrament deel krijgen aan de vrucht van 's Heeren lijden. Daarom wordt er ook in een bepaalde zondagsche Secreta gezegd: « Zoo dikwijls als wij de herdenking van dit Offerlam vieren, wordt het werk van de verlossing verricht ».383De tweede reden, verband houdend met het uitwerksel van Christus' lijden, is dat wij door dit Sacrament deel krijgen aan de vrucht van 's Heren lijden. Daarom wordt er ook in een bepaalde zondagse Secreta gezegd: “Zo dikwijls als wij de herdenking van dit Offerlam vieren, wordt het werk van de verlossing verricht”.
Quantum igitur ad primum modum, poterat dici Christus immolari etiam in figuris veteris Testamenti: unde et Apoc. 13. [v. 8] dicitur: « Quorum nomina non sunt scripta in libro vitae agni, qui occisus est ab origine mundi ».
Op grond van de eerste reden kan men ook zeggen dat Christus geslachtofferd werd in de voorafbeeldingen van het Oude Verbond. Vandaar staat er in het Boek der Openbaring (13. 8) : « En hun naam staat niet geschreven in het boek des levens van het Lam, dat geslacht is sinds de grondvesting der wereld ».Op grond van de eerste reden kan men ook zeggen dat Christus geslachtofferd werd in de voorafbeeldingen van het Oude Verbond. Vandaar staat er in het Boek van de Openbaring (13, 8): “En hun naam staat niet geschreven in het boek van het leven van het Lam, dat geslacht is sinds de grondvesting van de wereld”.
Sed quantum ad secundum modum, proprium est huic sacramento quod in ejus celebratione Christus immoletur.
Maar wat de tweede reden betreft komt het alleen aan dit Sacrament toe, dat bij zijn viering Christus wordt geslachtofferd.
Ad primum ergo dicendum quod, sicut Ambrosius ibidem dicit, « una est hostia », quam scilicet Christus obtulit, et nos offerimus, « et non multae: quia semel oblatus est Christus, hoc autem sacrificium exemplum est illius. Sicut enim quod ubique offertur unum est corpus et non multa corpora, ita et unum sacrificium ».
Antwoord op de Bedenkingen. — 1. Terzelfder plaatse zegt Ambrosius: « Er is slechts één offerlam », dat Christus opdroeg en dat wij opdragen « en niet verschillende, omdat Christus slechts eenmaal geofferd is. Maar dit Offer is een afbeelding van het andere. Want evenals overal slechts één Lichaam wordt opgedragen en niet meerdere, zoo ook één Offer ».Antwoord op de Bedenkingen. — 1. Terzelfder plaatse zegt Ambrosius: “Er is slechts één offerlam”, dat Christus opdroeg en dat wij opdragen “en niet verschillende, omdat Christus slechts eenmaal geofferd is. Maar dit Offer is een afbeelding van het andere. Want evenals overal slechts één Lichaam wordt opgedragen en niet meerdere, zo ook één Offer”.
Ad secundum dicendum quod sicut celebratio hujus sacramenti est imago 384repraesentativa passionis Christi, ita altare est repraesentativum crucis ipsius, in qua Christus in propria specie immolatus est.
2. Evenals de viering van dit Sacrament een afbeelding is van 384Christus' lijden, zoo is het altaar een voorstelling van het kruis, waarop Christus in eigen gedaante geslachtofferd werd.2. Evenals de viering van dit Sacrament een afbeelding is van 384Christus' lijden, zo is het altaar een voorstelling van het kruis, waarop Christus in eigen gedaante geslachtofferd werd.
Ad tertium dicendum quod per eamdem rationem etiam sacerdos gerit imaginem Christi, in cujus persona et virtute verba pronuntiat ad consecrandum, ut ex supradictis patet [q. praec. art. 1. 3.]. Et ita quodammodo idem est sacerdos, et hostia.
3. Om dezelfde reden (als in voorafgaand Antw.) is de priester een afbeelding van Christus, in wiens persoon en door wiens kracht hij de woorden van de consecratie uitspreekt, zooals vroeger (82e Kw. 1e en 3e Art.) is uiteengezet. En daarom vallen priester en offerlam in zekeren zin samen.3. Om dezelfde reden (als in voorafgaand Antw.) is de priester een afbeelding van Christus, in wiens persoon en door wiens kracht hij de woorden van de consecratie uitspreekt, zoals vroeger (82e Kw. 1e en 3e Art.) is uiteengezet. En daarom vallen priester en offerlam in zekeren zin samen.
Utrum convenienter sit determinatum tempus celebrationis
Is de tijd voor de viering van dit Geheim op geschikte wijze vastgesteld?
Ad secundum sic proceditur. Videtur quod inconvenienter sit determinatum tempus celebrationis hujus mysterii. Hoc enim sacramentum est repraesentativum Dominicae passionis, ut dictum est [art. praec.]. Sed commemoratio Dominicae passionis fit in Ecclesia semel in anno: dicit enim Augustinus super Psal. 21. [Enarr. 2. in Ps. 21. n. 1.] : « Quotiescumque Pascha celebratur, numquid toties Christus occiditur? Sed tamen anniversaria 385recordatio repraesentat quod olim factum est, et sic nos facit moveri tanquam videamus in cruce pendentem Dominum ». Ergo hoc sacramentum non debet celebrari nisi semel in anno.
Bedenkingen. — Men beweert, dat de tijd voor de viering van dit Geheim niet op geschikte wijze is vastgesteld. — 1. Dit Sacrament is immers, zooals gezegd is (vorig Art.), een voorstelling van 's Heeren lijden. Maar de herdenking van dit lijden heeft in de Kerk eenmaal per jaar plaats. Want Augustinus zegt: « Wordt soms telkens als het Paaschfeest gevierd wordt, Christus gedood? Neen, maar de jaarlijksche herdenking stelt aan 385ons voor wat eens gebeurd is en grijpt ons zóó aan, alsof wij Christus op het Kruis zagen hangen ». Daarom moet dit Sacrament slechts eenmaal per jaar gevierd worden.Bedenkingen. — Men beweert, dat de tijd voor de viering van dit Geheim niet op geschikte wijze is vastgesteld. — 1. Dit Sacrament is immers, zoals gezegd is (vorig Art.), een voorstelling van 's Heren lijden. Maar de herdenking van dit lijden heeft in de Kerk eenmaal per jaar plaats. Want Augustinus zegt: “Wordt soms telkens als het Paasfeest gevierd wordt, Christus gedood? Neen, maar de jaarlijkse herdenking stelt aan 385ons voor wat eens gebeurd is en grijpt ons zó aan, alsof wij Christus op het Kruis zagen hangen”. Daarom moet dit Sacrament slechts eenmaal per jaar gevierd worden.
2. Praeterea, passio Christi commemoratur in Ecclesia sexta feria ante Pascha, non autem in festo Natalis. Cum ergo hoc sacramentum sit commemorativum Dominicae passionis, videtur inconveniens esse quod in die Natalis ter celebretur hoc sacramentum, in Parasceve autem totaliter intermittatur.
2. De Kerk herdenkt het lijden van Christus op Vrijdag voor Paschen en niet op het feest van Kerstmis. Als nu dit Sacrament de herdenking van 's Heeren lijden is, is het minder gepast om het op Kerstmis driemaal te vieren en het op Goeden Vrijdag heelemaal over te slaan.2. De Kerk herdenkt het lijden van Christus op Vrijdag voor Pasen en niet op het feest van Kerstmis. Als nu dit Sacrament de herdenking van 's Heren lijden is, is het minder gepast om het op Kerstmis driemaal te vieren en het op Goeden Vrijdag helemaal over te slaan.
3. Praeterea, in celebratione hujus sacramenti Ecclesia debet imitari institutionem Christi. Sed Christus consecravit hoc sacramentum hora serotina. Ergo videtur quod hora tali debeat hoc sacramentum celebrari.
3. De Kerk moet bij de viering van dit Sacrament zich aanpassen aan de instelling van Christus. Maar Christus heeft dit Sacrament geconsecreerd tegen den avond. Daarom schijnt het dat dit Sacrament op dien tijd gevierd moet worden.3. De Kerk moet bij de viering van dit Sacrament zich aanpassen aan de instelling van Christus. Maar Christus heeft dit Sacrament geconsecreerd tegen de avond. Daarom schijnt het dat dit Sacrament op die tijd gevierd moet worden.
4. Praeterea, sicut habetur De Consecr. [Dist. 1. Can. Necesse est autem], Leo papa scribit Dioscoro Alexandrino episcopo [epist. 81. sub. fin.], quod « in prima parte diei » missas celebrare licet. Sed dies incipit a media nocte, ut supra dictum est [q. 80. art. 8. ad 5.]. Ergo videtur quod etiam post mediam noctem liceat celebrare.
4. Zooals men in een Decretaal kan lezen, schreef Paus Leo aan Bisschop Dioscorus Alexandrinus, dat men de Mis mag opdragen « gedurende de eerste helft van den dag ». Maar de dag begint bij middernacht, zooals boven (80e Kw. 8e Art. 5e Antw.) gezegd is. Het schijnt dus, dat men ook vanaf middernacht de Mis mag opdragen.4. Zoals men in een Decretaal kan lezen, schreef Paus Leo aan Bisschop Dioscorus Alexandrinus, dat men de Mis mag opdragen “gedurende de eerste helft van de dag”. Maar de dag begint bij middernacht, zoals boven (80e Kw. 8e Art. 5e Antw.) gezegd is. Het schijnt dus, dat men ook vanaf middernacht de Mis mag opdragen.
5. Praeterea, in quadam dominicali oratione secreta dicitur: « Concede 386nobis, Domine, quaesumus, haec frequentare mysteria ». Sed major erit frequentia, si etiam pluribus horis in die sacerdos celebret. Ergo videtur quod non debeat prohiberi sacerdos pluries celebrare in die.
5. In een bepaalde zondagsche Secreta wordt gezegd: « Sta ons toe, Heer, smeeken wij, deze Geheimen dikwijls te vieren ». Maar de priester zou het meerdere malen doen, als hij ook op 386meerdere uren van den dag de Mis zou opdragen. Daarom schijnt het, dat men den priester niet moet verbieden meermalen daags de Mis op te dragen.5. In een bepaalde zondagse Secreta wordt gezegd: “Sta ons toe, Heer, smeken wij, deze Geheimen dikwijls te vieren”. Maar de priester zou het meerdere malen doen, als hij ook op 386meerdere uren van de dag de Mis zou opdragen. Daarom schijnt het, dat men de priester niet moet verbieden meermalen daags de Mis op te dragen.
Sed contra est consuetudo quam servat Ecclesia secundum Canonum statuta.
Daartegenover staat echter het gebruik, door de Kerk overeenkomstig de voorschriften van het kerkelijk recht in acht genomen.
Respondeo dicendum quod, sicut dictum est [art. praec.], in celebratione hujus mysterii attenditur repraesentatio Dominicae passionis et participatio fructus ejus. Et secundum utrumque oportuit determinare tempus aptum celebrationi hujus sacramenti. Quia enim fructu Dominicae passionis quotidie indigemus propter quotidianos defectus, quotidie in Ecclesia regulariter hoc sacramentum offertur. Unde et Dominus nos petere docet, Luc. 11. [v. 3] : « Panem nostrum quotidianum da nobis hodie »: quod exponens Augustinus in lib. de Verbis Dom. [serm. 28.] dicit: « Si quotidianus est panis, cur post annum illum sumas, quemadmodum Graeci in Oriente facere consueverunt? Accipe quotidie, quod quotidie tibi prosit ». Quia vero Dominica 387passio celebrata est a tertia hora usque ad nonam, ideo regulariter in illa parte diei solemniter hoc sacramentum in Ecclesia celebratur.
Leerstelling. — Zooals boven gezegd is (vorig Art.), vindt men bij de viering van dit Geheim de voorstelling van het lijden des Heeren en het deelachtig worden aan de vrucht ervan. Naar deze beide opzichten moest men dus den tijd vaststellen, welke voor de viering van dit Sacrament geschikt is. Omdat wij dan de vrucht van 's Heeren lijden dagelijks noodig hebben van wege onze dagelijksche fouten, wordt gewoonlijk elken dag dit Sacrament in de Kerk opgedragen. Daarom leerde de Heer ons ook bidden: « Geef ons heden ons dagelijksch brood » (Luc. 11. 3), waarbij Augustinus opmerkt: « Als het dagelijksch brood is, waarom eet gij het dan eenmaal in het jaar, zooals de Grieken in het Oosten gewoon zijn? Neem het dagelijks, opdat het u dagelijks tot heil zij ». — Omdat echter het lijden 387des Heeren van het derde tot het negende uur heeft plaats gehad, wordt dit Sacrament in de Kerk gewoonlijk op dat gedeelte van den dag gevierd.Leerstelling. — Zoals boven gezegd is (vorig Art.), vindt men bij de viering van dit Geheim de voorstelling van het lijden van de Heer en het deelachtig worden aan de vrucht ervan. Naar deze beide opzichten moest men dus de tijd vaststellen, welke voor de viering van dit Sacrament geschikt is. Omdat wij dan de vrucht van 's Heren lijden dagelijks nodig hebben van wege onze dagelijkse fouten, wordt gewoonlijk elken dag dit Sacrament in de Kerk opgedragen. Daarom leerde de Heer ons ook bidden: “Geef ons heden ons dagelijks brood” (Luk. 11. 3), waarbij Augustinus opmerkt: “Als het dagelijks brood is, waarom eet gij het dan eenmaal in het jaar, zoals de Grieken in het Oosten gewoon zijn? Neem het dagelijks, opdat het u dagelijks tot heil zij”. — Omdat echter het lijden 387van de Heer van het derde tot het negende uur heeft plaats gehad, wordt dit Sacrament in de Kerk gewoonlijk op dat gedeelte van de dag gevierd.
Ad primum ergo dicendum quod in hoc sacramento recolitur passio Christi secundum quod ejus effectus ad fideles derivatur. Sed tempore passionis recolitur passio Christi solum secundum hoc quod in ipso capite nostro fuit perfecta. Quod quidem factum est semel: quotidie autem fructum Dominicae passionis fideles percipiunt. Et ideo illa commemoratio fit semel in anno : haec autem quotidie, et propter fructum et propter jugem memoriam.
Antwoord op de Bedenkingen. — 1. In dit Sacrament wordt het lijden van Christus herdacht als zijn uitwerking hebbend in de geloovigen. Maar in den lijdenstijd herdenkt men het lijden van Christus alleen voor zoover het in ons Hoofd voltrokken werd. En dat is slechts eenmaal geschied, maar dagelijks krijgen de geloovigen deel aan de vrucht van het lijden. Daarom wordt die andere herdenking slechts eenmaal in het jaar gevierd, deze echter elken dag zoowel om de vrucht als om een voortdurende herinnering.Antwoord op de Bedenkingen. — 1. In dit Sacrament wordt het lijden van Christus herdacht als zijn uitwerking hebbend in de gelovigen. Maar in de lijdenstijd herdenkt men het lijden van Christus alleen voor zover het in ons Hoofd voltrokken werd. En dat is slechts eenmaal geschied, maar dagelijks krijgen de gelovigen deel aan de vrucht van het lijden. Daarom wordt die andere herdenking slechts eenmaal in het jaar gevierd, deze echter elken dag zowel om de vrucht als om een voortdurende herinnering.
Ad secundum dicendum quod, veniente veritate, cessat figura. Hoc autem sacramentum est figura quaedam et exemplum Dominicae passionis, sicut dictum est [in corp.]. Et ideo in die quo ipsa passio Domini recolitur prout realiter gesta est, non celebratur consecratio hujus sacramenti. Ne tamen Ecclesia ea etiam die sit sine fructu passionis per hoc sacramentum nobis exhibito, corpus Christi consecratum die praecedenti reservatur sumendum 388in illo die. Non autem sanguis propter periculum: et quia sanguis specialius est imago Dominicae passionis, ut supra dictum est [q. 78. art. 3. ad 2.]. Nec verum est, quod quidam dicunt, quod per immissionem particulae corporis Christi in vinum, convertatur vinum in sanguinem. Hoc enim aliter fieri non potest, quam per consecrationem factam sub debita forma verborum.
2. Bij de komst van de werkelijkheid, moet het beeld verdwijnen. Dit Sacrament nu is een beeld en een voorstelling van het lijden des Heeren, zooals gezegd is (in de Leerst.). Daarom is er op den dag, waarop het lijden des Heeren herdacht wordt voor zoover het werkelijk heeft plaats gehad, geen consecratie van dit Sacrament. Opdat echter de Kerk op dien dag niet zonder de vrucht van het lijden zou zijn, welke in dit Sacrament ons meegedeeld wordt, wordt het daags te voren geconsecreerde Lichaam van Christus bewaard om op dien dag genuttigd te worden. Niet echter het Bloed, omdat dat gevaarlijk is en 388bovendien omdat het Bloed op een bijzondere wijze het beeld is van het lijden des Heeren, zooals boven (78e Kw. 3e Art. 2e Antw.) is uiteengezet. Overigens is niet waar wat sommigen beweren, dat door de vermenging van een gedeelte van het Lichaam met den wijn, deze wijn in het Bloed veranderd wordt. Want dit kan alleen geschieden door de consecratie, welke met de vereischte woorden voltrokken wordt.2. Bij de komst van de werkelijkheid, moet het beeld verdwijnen. Dit Sacrament nu is een beeld en een voorstelling van het lijden van de Heer, zoals gezegd is (in de Leerst.). Daarom is er op de dag, waarop het lijden van de Heer herdacht wordt voor zover het werkelijk heeft plaats gehad, geen consecratie van dit Sacrament. Opdat echter de Kerk op die dag niet zonder de vrucht van het lijden zou zijn, welke in dit Sacrament ons meegedeeld wordt, wordt het daags te voren geconsecreerde Lichaam van Christus bewaard om op die dag genuttigd te worden. Niet echter het Bloed, omdat dat gevaarlijk is en 388bovendien omdat het Bloed op een bijzondere wijze het beeld is van het lijden van de Heer, zoals boven (78e Kw. 3e Art. 2e Antw.) is uiteengezet. Overigens is niet waar wat sommigen beweren, dat door de vermenging van een gedeelte van het Lichaam met de wijn, deze wijn in het Bloed veranderd wordt. Want dit kan alleen geschieden door de consecratie, welke met de vereiste woorden voltrokken wordt.
In die autem Nativitatis plures missae celebrantur, propter triplicem Christi nativitatem. Quarum una est aeterna quae, quantum ad nos, est occulta. Et ideo una missa cantatur in nocte: in cujus introitu dicitur: « Dominus dixit ad me: Filius meus es tu, ego hodie genui te ». Alia autem est temporalis sed spiritualis quia scilicet Christus oritur « tanquam lucifer in cordibus nostris », ut dicitur 2. Petr. 1. [v. 19]. Et propter hoc cantatur missa in aurora, in cujus introitu dicitur: « Lux fulgebit hodie super nos ». Tertia est Christi nativitas temporalis et corporalis secundum quam visibilis nobis processit ex utero virginali, carne indutus. Et ob hoc cantatur tertia missa in clara luce, in cujus introitu dicitur: « Puer natus est nobis ». Licet e converso possit dici 389quod nativitas aeterna secundum se est in plena luce: et ob hoc in Evangelio tertiae missae fit mentio de nativitate aeterna. Secundum autem nativitatem corporalem, ad litteram, natus est de nocte, in signum quod veniebat ad tenebras infirmitatis nostrae: unde et in missa nocturna dicitur Evangelium de corporali Christi nativitate.
Op Kerstmis worden verschillende Missen opgedragen, om de drievoudige geboorte van Christus. Vooreerst de eeuwige, welke voor ons verborgen is. En daarom wordt er 's nachts een Mis gezongen, waarbij in den Introitus gezegd wordt: « De Heer sprak tot Mij: Mijn Zoon zijt Gij. Ik heb U heden voortgebracht ». De tweede geboorte is in den tijd maar geestelijk: waarbij nl. Christus « als de Morgenster oprijst in onze harten » (2 Petr. 1. 19). En om die reden wordt een Mis gezongen in de morgenschemering; in den Introitus daarvan heet het: « Een licht zal heden over ons stralen ». De derde geboorte van Christus is die, welke in den tijd en naar het lichaam heeft plaats gehad, toen Hij voor ons zichtbaar en met Vleesch omkleed uit de maagdelijke schoot te voorschijn kwam. Daarom wordt een derde Mis op klaarlichten dag gezongen, waarbij in den Introitus gezegd wordt: « 'n Kind is ons geboren ». Men zou ook omgekeerd kunnen zeggen, dat de eeuwige geboorte op zich in het 389volle licht heeft plaats gehad en daarom wordt er in het Evangelie van de derde Mis melding gemaakt van de eeuwige geboorte. Volgens de geboorte naar het Vleesch is Christus in werkelijkheid 's nachts geboren ten teeken dat Hij tot onze duistere zwakheid kwam en daarom wordt in de nachtmis het Evangelie over de lichamelijke geboorte gelezen.Op Kerstmis worden verschillende Missen opgedragen, om de drievoudige geboorte van Christus. Vooreerst de eeuwige, welke voor ons verborgen is. En daarom wordt er 's nachts een Mis gezongen, waarbij in de Introitus gezegd wordt: “De Heer sprak tot Mij: Mijn Zoon zijt Gij. Ik heb U heden voortgebracht”. De tweede geboorte is in de tijd maar geestelijk: waarbij nl. Christus “als de Morgenster oprijst in onze harten” (2 Petr. 1. 19). En om die reden wordt een Mis gezongen in de morgenschemering; in de Introitus daarvan heet het: “Een licht zal heden over ons stralen”. De derde geboorte van Christus is die, welke in de tijd en naar het lichaam heeft plaats gehad, toen Hij voor ons zichtbaar en met Vlees omkleed uit de maagdelijke schoot te voorschijn kwam. Daarom wordt een derde Mis op klaarlichte dag gezongen, waarbij in de Introitus gezegd wordt: “'n Kind is ons geboren”. Men zou ook omgekeerd kunnen zeggen, dat de eeuwige geboorte op zich in het 389volle licht heeft plaats gehad en daarom wordt er in het Evangelie van de derde Mis melding gemaakt van de eeuwige geboorte. Volgens de geboorte naar het Vlees is Christus in werkelijkheid 's nachts geboren ten teken dat Hij tot onze duistere zwakheid kwam en daarom wordt in de nachtmis het Evangelie over de lichamelijke geboorte gelezen.
Sic etiam in aliis diebus, in quibus occurrunt plura Dei beneficia vel recolenda vel expetenda, plures missae celebrantur in die : puta una pro festo, et alia pro jejunio vel pro mortuis.
Op dezelfde wijzen worden ook op andere dagen, waarop wij verschillende weldaden van Christus moeten herdenken of afbidden, verschillende Missen op denzelfden dag opdragen, zoo b. v. een voor het feest, een ander voor de vasten of voor de overledenen.Op dezelfde wijzen worden ook op andere dagen, waarop wij verschillende weldaden van Christus moeten herdenken of afbidden, verschillende Missen op dezelfde dag opdragen, zo bv. een voor het feest, een ander voor de vasten of voor de overledenen.
Ad tertium dicendum quod, sicut dictum est superius [q. 73. art. 5.], Christus voluit ultimo hoc sacramentum discipulis tradere, ut fortius eorum cordibus imprimeretur. Et ideo post coenam in fine diei hoc sacramentum consecravit et discipulis suis tradidit. A nobis tamen celebratur hora Dominicae passionis scilicet diebus festis in tertia, quando crucifixus est linguis Judaeorum, ut dicitur Marc. 15. [v. 25], et quando Spiritus Sanctus descendit super discipulos; vel diebus profestis in sexta, quando crucifixus est manibus militum, ut habetur Joan. 19. [v. 14] ; vel diebus jejuniorum 390in nona, quando voce magna clamans emisit spiritum, ut dicitur Matth. 27. [v. 46]. Potest tamen tardari: maxime quando sunt ordines faciendi. et praecipue in sabbato sancto; tum propter prolixitatem officii; tum quia ordines pertinent ad diem dominicam, ut habetur in Decret. [Dist. 75. cap.: Quod a patribus].
3. Zooals boven (73e Kw. 5e Art.) gezegd is, heeft Christus dit Sacrament op het laatste oogenblik aan zijn leerlingen willen achterlaten, opdat het een sterken indruk in hun harten zou maken. Daarom heeft Hij na het Avondmaal en op het einde van den dag dit Sacrament geconsecreerd en aan Zijn leerlingen uitgereikt. Door ons wordt het echter op het uur van 's Heeren lijden gevierd en wel op de feestdagen omstreeks het derde uur, waarop Christus door het geroep van de Joden gekruisigd werd, zooals men leest bij Marcus (15. 25), en waarop de H. Geest nederdaalde over de Apostelen; of op de gewone dagen omstreeks het zesde uur, waarop Christus door de handen der 390soldaten gekruisigd werd, zooals er staat bij Joannes (19. 14) ; of op de vastendagen omstreeks het negende uur, waarop Christus, na met luider stem geroepen te hebben, den geest gaf, gelijk gezegd wordt in Mattheus (27. 46). Het kan echter wat later gebeuren, vooral als er wijdingen zijn en ook op Paasch-Zaterdag, wegens den langen duur van de plechtigheid en omdat de wijdingen bij de Zondag hooren, zooals een Decretaal zegt.3. Zoals boven (73e Kw. 5e Art.) gezegd is, heeft Christus dit Sacrament op het laatste ogenblik aan zijn leerlingen willen achterlaten, opdat het een sterken indruk in hun harten zou maken. Daarom heeft Hij na het Avondmaal en op het einde van de dag dit Sacrament geconsecreerd en aan Zijn leerlingen uitgereikt. Door ons wordt het echter op het uur van 's Heren lijden gevierd en wel op de feestdagen omstreeks het derde uur, waarop Christus door het geroep van de Joden gekruisigd werd, zoals men leest bij Marcus (15, 25), en waarop de H. Geest nederdaalde over de Apostelen; of op de gewone dagen omstreeks het zesde uur, waarop Christus door de handen van de 390soldaten gekruisigd werd, zoals er staat bij Johannes (19, 14); of op de vastendagen omstreeks het negende uur, waarop Christus, na met luider stem geroepen te hebben, de geest gaf, gelijk gezegd wordt in Matteüs (27, 46). Het kan echter wat later gebeuren, vooral als er wijdingen zijn en ook op Paas-Zaterdag, wegens de lange duur van de plechtigheid en omdat de wijdingen bij de Zondag horen, zoals een Decretaal zegt.
Possunt tamen missae celebrari in prima parte diei propter aliquam necessitatem: ut dicitur De Consecr. [Dist. 1. cap.: Necesse est, etc.].
Maar ook kan er Mis gelezen worden tijdens het eerste gedeelte van den dag, als het noodig is, gelijk een Decretaal verklaart.Maar ook kan er Mis gelezen worden tijdens het eerste gedeelte van de dag, als het nodig is, gelijk een Decretaal verklaart.
Ad quartum dicendum quod regulariter missa debet celebrari in die, et non in nocte: quia ipse Christus est praesens in hoc sacramento, qui dicit Joan. 9. [v. 4, 5] : « Me oportet operari opera ejus qui misit me, donec dies est. Venit nox quando nemo potest operari. Quamdiu in mundo sum, lux sum mundi ». Ita tamen quod principium diei accipiatur non a media nocte, nec etiam ab ortu solis, idest quando substantia solis apparet super terram; sed quando incipit apparere aurora. Tunc enim quodammodo dicitur sol ortus, inquantum claritas radiorum ejus apparet. Unde et Marc. 16. [v. 2] dicitur quod mulieres venerunt ad monumentum « orto jam sole », cum tamen 391venerint, « cum adhuc tenebrae essent », ad monumentum, ut dicitur Joan. 20. [v. 1]. Sic enim hanc contrarietatem solvit Augustinus in lib. 3. de Consensu Evang. [cap. 24. n. 65].
4. In den regel moet de Mis opgedragen worden overdag en niet 's nachts, omdat Christus in dit Sacrament tegenwoordig is, die gezegd heeft: « Zoolang het dag is, moet ik de werken verrichten van Hem, die Mij gezonden heeft; er komt een nacht waarin niemand werken kan. Zoolang Ik in de wereld ben, ben Ik het licht der wereld ». (Joan. 9. 4, 5). Dit moet echter niet zoo verstaan worden, dat het begin van den dag gerekend moet worden vanaf middernacht; ook niet vanaf de opkomst der zon, wanneer zij nl. boven de aarde te voorschijn komt, maar wanneer de dageraad begint te gloren. Want dan reeds spreekt men van de opkomst der zon, omdat de glans van haar stralen verschijnt. Daarom ook staat er bij Marcus (16. 2) dat de vrouwen 391bij het graf kwamen « bij het opgaan der zon », terwijl zij volgens Joannes (20. 1) bij het graf kwamen « terwijl het nog donker was ». Zoo lost nl. Augustinus deze tegenstrijdigheid op.4. In de regel moet de Mis opgedragen worden overdag en niet 's nachts, omdat Christus in dit Sacrament tegenwoordig is, die gezegd heeft: “Zolang het dag is, moet ik de werken verrichten van Hem, die Mij gezonden heeft; er komt een nacht waarin niemand werken kan. Zolang Ik in de wereld ben, ben Ik het licht van de wereld”. (Joh. 9. 4, 5). Dit moet echter niet zo verstaan worden, dat het begin van de dag gerekend moet worden vanaf middernacht; ook niet vanaf de opkomst van de zon, wanneer zij nl. boven de aarde te voorschijn komt, maar wanneer de dageraad begint te gloren. Want dan reeds spreekt men van de opkomst van de zon, omdat de glans van haar stralen verschijnt. Daarom ook staat er bij Marcus (16, 2) dat de vrouwen 391bij het graf kwamen “bij het opgaan van de zon”, terwijl zij volgens Johannes (20, 1) bij het graf kwamen “terwijl het nog donker was”. Zo lost nl. Augustinus deze tegenstrijdigheid op.
Specialiter tamen in nocte Natalis Domini missa celebratur propter hoc quod Dominus in nocte natus est, ut dicitur De Consecr. [Dist. 1. cap.: Nocte, etc.]. Et similiter etiam in sabbato sancto circa noctis principium: propter hoc quod Dominus nocte resurrexit, idest cum adhuc tenebrae essent, ante manifestum solis ortum.
Om een bijzondere reden echter wordt op Kerstmis de Mis 's nachts opgedragen, omdat Christus in den nacht is geboren, zooals gezegd wordt in een Decretaal. Eveneens op Paasch-Zaterdag tegen middernacht, omdat de Heer verrezen is in den nacht, d. w. z. « terwijl het nog donker was », vóór de zon heelemaal op was.Om een bijzondere reden echter wordt op Kerstmis de Mis 's nachts opgedragen, omdat Christus in de nacht is geboren, zoals gezegd wordt in een Decretaal. Eveneens op Paas-Zaterdag tegen middernacht, omdat de Heer verrezen is in de nacht, d. w. z. “terwijl het nog donker was”, vóór de zon helemaal op was.
Ad quintum dicendum quod, sicut habetur De Consecr. [Dist. 1. Can. sufficit.], ex decreto Alexandri II, papae « sufficit sacerdoti unam missam in die una celebrare: quia Christus semel passus est, et totum mundum redemit; et valde felix est, qui unam digne celebrare potest. Quidam tamen pro defunctis unam faciunt, alteram de die, si necesse sit. Qui vero pro pecunia, aut adulationibus saecularium, una die praesumunt plures celebrare missas, non aestimo evadere damnationem ». Et extra, De Celebr. Miss. [cap.: Consuluisti], dicit Innocentius III. quod, « excepto die nativitatis Dominicae, nisi causa necessitatis suadeat, sufficit sacerdoti semel in die unam missam solummodo celebrare ».
5. Zooals een Decretaal ontleent aan het decreet van Paus Alexander II « is het voor den priester voldoende éénmaal daags de Mis op te dragen, omdat Christus eenmaal geleden heeft en daardoor de heele wereld verlost heeft; en zeer bevoorrecht is hij, die deze eene Mis waardig kan opdragen. Sommigen echter lezen een Mis voor de overledenen en een andere voor den dag, als het noodig is. Wie echter voor geld of voor de gunst van leeken meerdere Missen meenen te mogen lezen op één dag, zullen, naar mijn meening, de veroordeeling niet ontloopen ». En Innocentius III verklaart: « Behalve op Kerstmis en in geval van nood, is het voldoende voor den priester eens per dag de Mis op te dragen ».5. Zoals een Decretaal ontleent aan het decreet van Paus Alexander II “is het voor de priester voldoende éénmaal daags de Mis op te dragen, omdat Christus eenmaal geleden heeft en daardoor de hele wereld verlost heeft; en zeer bevoorrecht is hij, die deze ene Mis waardig kan opdragen. Sommigen echter lezen een Mis voor de overledenen en een andere voor de dag, als het nodig is. Wie echter voor geld of voor de gunst van leken meerdere Missen menen te mogen lezen op één dag, zullen, naar mijn mening, de veroordeling niet ontlopen”. En Innocentius III verklaart: “Behalve op Kerstmis en in geval van nood, is het voldoende voor de priester eens per dag de Mis op te dragen”.
Utrum oporteat hoc sacramentum celebrari in domo et vasis sacris
Moet men dit Sacrament vieren in een gewijd huis en met gewijd vaatwerk?
392Ad tertium sic proceditur. Videtur quod non oporteat hoc sacramentum celebrari in domo et vasis sacris. Hoc enim sacramentum est repraesentativum Dominicae passionis. Sed Christus non est passus in domo, sed extra portam civitatis; secundum illud Hebr. ult. [v. 12] : « Jesus, ut sanctificaret per suum sanguinem populum, extra portam passus est ». Ergo videtur, quod hoc sacramentum non debet celebrari in domo, sed magis sub divo.
392Bedenkingen. — Men beweert, dat het niet noodig is dit Sacrament te vieren in een gewijd huis en met gewijd vaatwerk. — 1. Dit Sacrament is een afbeelding van het lijden des Heeren. Maar Christus heeft niet binnenshuis geleden, maar buiten de poort van de stad, zooals geschreven staat in den Brief aan de Hebreën (13. 12) : « Jezus heeft buiten de poort geleden, om het volk te heiligen door zijn Bloed ». Zoo schijnt het dat men dit Sacrament niet moet vieren binnenshuis maar in de open lucht.392Bedenkingen. — Men beweert, dat het niet nodig is dit Sacrament te vieren in een gewijd huis en met gewijd vaatwerk. — 1. Dit Sacrament is een afbeelding van het lijden van de Heer. Maar Christus heeft niet binnenshuis geleden, maar buiten de poort van de stad, zoals geschreven staat in de Brief aan de Hebreën (13, 12): “Jezus heeft buiten de poort geleden, om het volk te heiligen door zijn Bloed”. Zo schijnt het dat men dit Sacrament niet moet vieren binnenshuis maar in de open lucht.
2. Praeterea, in celebratione hujus sacramenti debet Ecclesia imitari morem Christi et apostolorum. Sed domus, in qua primo Christus hoc sacramentum confecit, non fuit consecrata, sed fuit quoddam commune coenaculum a quodam patrefamilias praeparatum, ut habetur Luc. 22. [v. 11, 12]. Legitur etiam Act. 2. [v. 46] quod apostoli erant « perdurantes 393unanimiter in templo, et frangentes circa domos panem, et sumebant cibum cum exultatione ». Ergo nec modo oportet domos esse consecratas in quibus hoc sacramentum celebratur.
2. Bij de viering van dit Sacrament moet de Kerk de handelwijze van Christus en de Apostelen navolgen. Maar het huis, waarin Christus voor het eerst dit Sacrament voltrok was niet geconsecreerd, maar was een gewone opperzaal door een huisvader daarvoor in gereedheid gebracht, zooals staat in Lucas (22. 11, 12). Ook de Apostelen waren, zooals men lezen kan in de Handelingen (2. 46) « eendrachtig in den tempel en thuis 393braken ze het brood. Ze genoten hun voedsel in opgeruimdheid ». Daarom behoeven ook nu de huizen, waarin dit Sacrament gevierd wordt, niet geconsecreerd te zijn.2. Bij de viering van dit Sacrament moet de Kerk de handelwijze van Christus en de Apostelen navolgen. Maar het huis, waarin Christus voor het eerst dit Sacrament voltrok was niet geconsecreerd, maar was een gewone opperzaal door een huisvader daarvoor in gereedheid gebracht, zoals staat in Lukas (22, 11, 12). Ook de Apostelen waren, zoals men lezen kan in de Handelingen (2, 46) “eendrachtig in de tempel en thuis 393braken ze het brood. Ze genoten hun voedsel in opgeruimdheid”. Daarom behoeven ook nu de huizen, waarin dit Sacrament gevierd wordt, niet geconsecreerd te zijn.
3. Praeterea, nihil frustra in Ecclesia fieri debet quae Spiritu Sancto gubernatur. Sed frustra videtur adhiberi consecratio ecclesiae vel altari et hujusmodi rebus inanimatis, quae non sunt susceptivae gratiae vel spiritualis virtutis. Inconvenienter igitur hujusmodi consecrationes in Ecclesia fiunt.
3. In de Kerk, die door den H. Geest bestuurd wordt, moet niets gebeuren zonder grond. Maar het schijnt nutteloos te zijn een kerk of altaar te consecreeren en al zulke onbezielde voorwerpen, omdat zij geen genade of geestelijke kracht in zich kunnen opnemen. Het is dus onredelijk, dat in de Kerk zulke consecraties voorkomen.3. In de Kerk, die door de H. Geest bestuurd wordt, moet niets gebeuren zonder grond. Maar het schijnt nutteloos te zijn een kerk of altaar te consecreren en al zulke onbezielde voorwerpen, omdat zij geen genade of geestelijke kracht in zich kunnen opnemen. Het is dus onredelijk, dat in de Kerk zulke consecraties voorkomen.
4. Praeterea, solum divina opera debent recoli cum quadam solemnitate, secundum illud Psal. 91 [v. 5] : « In operibus manuum tuarum exultabo ». Sed ecclesia vel altare opere humano consecratur; sicut et calix et ministri et alia hujusmodi. Sed horum consecrationes non recoluntur celebriter in Ecclesia. Ergo neque consecratio ecclesiae vel altaris cum solemnitate recoli debet.
4. Alleen goddelijke werken moeten met luister herdacht worden, volgens het woord uit het Boek der Psalmen (91, 5) : « Over de werken Uwer handen zal ik juichen ». Maar kerk en altaar wordt door menschelijk toedoen geconsecreerd, zooals de kelken, de bedienaars, enz. Deze laatste consecraties nu worden in de Kerk niet feestelijk herdacht. Daarom moet evenmin de Kerkwijding of de altaarconsecratie plechtig herdacht worden.4. Alleen goddelijke werken moeten met luister herdacht worden, volgens het woord uit het Boek van de Psalmen (91, 5)a: “Over de werken Van uw handen zal ik juichen”. Maar kerk en altaar wordt door menselijk toedoen geconsecreerd, zoals de kelken, de bedienaars, enz. Deze laatste consecraties nu worden in de Kerk niet feestelijk herdacht. Daarom moet evenmin de Kerkwijding of de altaarconsecratie plechtig herdacht worden.
5. Praeterea, veritas debet respondere figurae. Sed in veteri Testamento, quod gerebat figuram novi, non fiebat altare de lapidibus sectis. Dicitur enim Exod. 20. [v. 24, 25] : « Altare de terra facietis mihi ». « Quod si altare 394lapideum feceris mihi, non aedificabis illud de sectis lapidibus ». Exod. etiam 27. [v. 1, 2] mandatur fieri altare « de lignis Sethim vestitis aere »; vel etiam auro, ut habetur Exod. 25. Ergo videtur inconvenienter observari in Ecclesia quod altare fiat solum de lapide.
5. De waarheid moet aan de voorafbeelding beantwoorden. Maar in het Oude Verbond, dat een voorafbeelding van het Nieuwe is, werd het altaar niet uit gehouwen steenen gemaakt. Zoo toch lezen wij in het Boek van den Uittocht (20. 24, 25) : « Gij moet een altaar van aarde voor Mij oprichten... Bouwt ge Mij echter een steenen altaar, dan moogt gij het niet 394optrekken van gehouwen steenen ». In hetzelfde Boek wordt ook nog voorgeschreven (27. 1, 2) dat men moest maken: « een altaar van acaciahout » beslagen « met brons » of « met goud », zooals staat in het Boek van den Uittocht (25.). Derhalve schijnt het een verkeerd gebruik in de Kerk te zijn, dat het altaar alleen uit steen vervaardigd wordt.5. De waarheid moet aan de voorafbeelding beantwoorden. Maar in het Oude Verbond, dat een voorafbeelding van het Nieuwe is, werd het altaar niet uit gehouwen stenen gemaakt. Zo toch lezen wij in het Boek van de Uittocht (20, 24, 25): “Gij moet een altaar van aarde voor Mij oprichten... Bouwt ge Mij echter een stenen altaar, dan moogt gij het niet 394optrekken van gehouwen stenen”. In hetzelfde Boek wordt ook nog voorgeschreven (27, 1, 2) dat men moest maken: “een altaar van acaciahout” beslagen “met brons” of “met goud”, zoals staat in het Boek van de Uittocht (25.). Derhalve schijnt het een verkeerd gebruik in de Kerk te zijn, dat het altaar alleen uit steen vervaardigd wordt.
6. Praeterea, calix cum patena repraesentat sepulchrum Christi, quod fuit excisum in petra, ut in Evangeliis habetur (Matth. 27, 60; Marc. 15, 46; Luc. 23, 53). Ergo calix debet de petra fieri, et non solum de argento vel auro vel stanno.
6. De kelk met de pateen stelt het graf van Christus voor. Dat was echter « in de rots uitgehouwen », zooals de Evangeliën verhalen (Matth. 27. 60; Marc. 15. 46; Luc. 23. 53). Daarom moet de kelk van steen zijn en niet van zilver of goud of zelfs van tin.6. De kelk met de pateen stelt het graf van Christus voor. Dat was echter “in de rots uitgehouwen”, zoals de Evangeliën verhalen (Matt. 27. 60; Marc. 15. 46; Luk. 23. 53). Daarom moet de kelk van steen zijn en niet van zilver of goud of zelfs van tin.
7. Praeterea, sicut aurum pretiosius est inter materias vasorum, ita panni serici pretiosiores sunt inter alios pannos. Ergo sicut calix fit de auro, ita pallae altaris debent de serico fieri et non solum de panno lineo.
7. Evenals goud de kostbaarste stof is voor het vaatwerk, zoo is zijde het kostbaarste weefsel. Evenals dus de kelk van goud moet zijn, zoo moeten dus de altaardwalen van zijde en niet slechts van linnen zijn.7. Evenals goud de kostbaarste stof is voor het vaatwerk, zo is zijde het kostbaarste weefsel. Evenals dus de kelk van goud moet zijn, zo moeten dus de altaardwalen van zijde en niet slechts van linnen zijn.
8. Praeterea, dispensatio sacramentorum et ordinatio eorumdem ad ministros Ecclesiae pertinet, sicut dispensatio rerum temporalium subjacet ordinationi principum saecularium. Unde et Apostolus dicit 1. Cor. 4. [v. 1] : « Sic nos existimet homo ut ministros Christi et dispensatores mysteriorum Dei ». Sed si circa dispensationem rerum temporalium aliquid fiat 395contra statuta principum, habetur irritum. Ergo si haec quae dicta sunt, convenienter sunt statuta per praelatos Ecclesiae, videtur quod sine his corpus Christi confici non possit. Et sic videtur sequi quod verba Christi non sint sufficientia ad hoc sacramentum conficiendum: quod est inconveniens. Non ergo videtur conveniens fuisse quod haec circa celebrationem hujus sacramenti statuerentur.
8. Het beheer van en de verordeningen over de sacramenten komen toe aan de bedienaars van de Kerk evenals het beheer van de tijdelijke goederen afhangt van de verordening der wereldsche vorsten. Zoo zegt dan ook de Apostel : « Men moet ons zonder meer als dienaars van Christus beschouwen, en beheerders van Gods geheimenissen » (I Cor. 4. 1). Maar wanneer bij het beheer van tijdelijke goederen iets gebeurt tegen de 395voorschriften van de vorsten, is dat ongeldig. Wanneer dus, wat opgenoemd is, goed was vastgesteld door de Kerkvorsten, schijnt het, dat zonder dit de sacramenten niet tot stand kunnen komen. En dan schijnt daaruit te volgen, dat Christus' woorden ontoereikend zijn voor de totstandkoming van dit Sacrament, hetgeen ongerijmd is. Dus was het wel onredelijk dat deze dingen voor de viering van dit Sacrament werden voorgeschreven.8. Het beheer van en de verordeningen over de sacramenten komen toe aan de bedienaars van de Kerk evenals het beheer van de tijdelijke goederen afhangt van de verordening van de wereldse vorsten. Zo zegt dan ook de Apostel: “Men moet ons zonder meer als dienaars van Christus beschouwen, en beheerders van Gods geheimenissen” (1 Kor. 4. 1). Maar wanneer bij het beheer van tijdelijke goederen iets gebeurt tegen de 395voorschriften van de vorsten, is dat ongeldig. Wanneer dus, wat opgenoemd is, goed was vastgesteld door de Kerkvorsten, schijnt het, dat zonder dit de sacramenten niet tot stand kunnen komen. En dan schijnt daaruit te volgen, dat Christus' woorden ontoereikend zijn voor de totstandkoming van dit Sacrament, hetgeen ongerijmd is. Dus was het wel onredelijk dat deze dingen voor de viering van dit Sacrament werden voorgeschreven.
Sed contra est quod ea quae per Ecclesiam statuuntur ab ipso Christo ordinantur, qui dicit Matth 18. [v. 20] : « Ubicumque fuerint duo vel tres congregati in nomine meo, ibi sum in medio eorum ».
Daartegenover staat echter, dat wat de Kerk voorschrijft, door Christus Zelf verordend wordt, die zegt: « Waar twee of drie vergaderd zijn in Mijn naam, daar ben Ik in hun midden » (Matth. 18. 20).Daartegenover staat echter, dat wat de Kerk voorschrijft, door Christus Zelf verordend wordt, die zegt: “Waar twee of drie vergaderd zijn in Mijn naam, daar ben Ik in hun midden” (Matt. 18. 20).
Respondeo dicendum quod in his quae circumstant hoc sacramentum duo considerantur: quorum unum pertinet ad repraesentationem eorum quae circa Dominicam passionem sunt acta; aliud autem pertinet ad reverentiam hujus sacramenti, in quo Christus secundum veritatem continetur, et non solum in figura. Unde et consecrationes adhibentur his rebus quae veniunt in usum hujus sacramenti: tum propter sacramenti reverentiam; tum ad 396repraesentandum effectum sacramenti1 qui ex passione Christi provenit, secundum illud Hebr. ult. [v. 12] ; « Jesus, ut sanctificaret per suum sanguinem populum », etc.
Leerstelling. — Bij datgene wat rondom dit Sacrament gebeurt moet men twee dingen in oogenschouw nemen. Het eerste betreft de uitbeelding van wat er bij het lijden des Heeren heeft plaats gehad; het tweede den eerbied aan dit Sacrament verschuldigd, inzoover Christus daarin waarachtig en niet alleen in beeld tegenwoordig is. Daarom worden de zaken, die voor dit Sacrament noodig zijn, geconsecreerd, zoowel uit eerbied voor het Sacrament, als ook om het uitwerksel uit te beelden nl. 396de heiliging, die ons tengevolge van Christus' lijden toekomt, naar het woord uit den Brief aan de Hebreën (13. 12) : « Om het volk te heiligen door zijn Bloed, heeft Jezus » enz.Leerstelling. — Bij datgene wat rondom dit Sacrament gebeurt moet men twee dingen in ogenschouw nemen. Het eerste betreft de uitbeelding van wat er bij het lijden van de Heer heeft plaats gehad; het tweede de eerbied aan dit Sacrament verschuldigd, inzover Christus daarin waarachtig en niet alleen in beeld tegenwoordig is. Daarom worden de zaken, die voor dit Sacrament nodig zijn, geconsecreerd, zowel uit eerbied voor het Sacrament, als ook om het uitwerksel uit te beelden nl. 396de heiliging, die ons tengevolge van Christus' lijden toekomt, naar het woord uit de Brief aan de Hebreën (13, 12): “Om het volk te heiligen door zijn Bloed, heeft Jezus” enz.
Ad primum ergo dicendum quod regulariter hoc sacramentum celebrari debet in domo, per quam significatur Ecclesia, secundum illud 1. Tim. 3. [v. 15] : « Ut scias quomodo oportet te in domo Dei conversari, quae est Ecclesia Dei vivi ». Extra Ecclesiam enim non est locus veri sacrificii, ut Augustinus dicit [in lib. Sent. Prosp. cap. 15.]. Et quia Ecclesia non erat concludenda sub finibus gentis judaicae, sed erat in universo mundo fundanda, ideo passio Christi non est celebrata intra civitatem Judaeorum, sed sub divo, ut sic totus mundus se haberet ad passionem Christi ut domus.
Antwoord op de Bedenkingen. — 1. Als regel moet dit Sacrament in huis gevierd worden, omdat zoo de Kerk aangeduid wordt volgens het woord uit den Eersten Brief aan Timotheus (3. 15) : « Gij moet weten, hoe gij u gedragen moet in het huis van God, de Kerk van den levenden God ». Want zooals Augustinus zegt: « Buiten de Kerk is er geen plaats voor het waarachtig Offer ». En omdat de Kerk niet binnen de grenzen van het Joodsche volk besloten moest blijven, maar over de heele wereld verspreid moest worden, daarom had het lijden van Christus niet plaats binnen de stad der Joden, maar in de open lucht, opdat zoo voor het lijden van Christus de heele wereld als een huis zou zijn.Antwoord op de Bedenkingen. — 1. Als regel moet dit Sacrament in huis gevierd worden, omdat zo de Kerk aangeduid wordt volgens het woord uit de Eerste Brief aan Timoteüs (3, 15): “Gij moet weten, hoe gij u gedragen moet in het huis van God, de Kerk van de levende God”. Want zoals Augustinus zegt: “Buiten de Kerk is er geen plaats voor het waarachtig Offer”. En omdat de Kerk niet binnen de grenzen van het Joodse volk besloten moest blijven, maar over de hele wereld verspreid moest worden, daarom had het lijden van Christus niet plaats binnen de stad van de Joden, maar in de open lucht, opdat zo voor het lijden van Christus de hele wereld als een huis zou zijn.
Et tamen, ut dicitur De Consecratione [Dist. 1. cap.: Concedimus], « in itinere positis, si ecclesia defuerit, sub dio seu in tentorio, si tabula altaris consecrata caeteraque sacra mysteria ad id officium pertinentia ibi affuerint, missarum solemnia celebrari concedimus ».
[De vertaling van deze zinnen ontbreekt in de uitgave.]
Ad secundum dicendum quod domus, in qua hoc sacramentum celebratur, Ecclesiam significat, sicut et ecclesia nominatur, quae convenienter 397consecratur: tum ad repraesentandam sanctificationem, quam Ecclesia consecuta est per passionem Christi; tum etiam ad significandam sanctitatem quae requiritur in his qui hoc sacramentum suscipere debent. Per altare autem significatur ipse Christus, de quo dicit Apostolus Hebr. ult. [v. 15] : « Per ipsum offerimus hostiam laudis Deo ». Unde et consecratio altaris significat sanctitatem Christi, de qua dicitur Luc. 1. [v. 35] : « Quod ex te nascetur sanctum, vocabitur Filius Dei ». Unde De Consecratione [Dist. 1. Can. Altaria.] dicitur: « Altaria placuit non solum unctione chrismatis, sed etiam sacerdotali benedictione sacrari ».
2. Omdat het huis, waarin dit Sacrament gevierd wordt, de Kerk aanduidt en daarom ook de kerk genoemd wordt, wordt het terecht geconsecreerd, zoowel om de heiligmaking uit te 397drukken, welke aan de Kerk door het lijden van Christus ten deel is gevallen, alsook ter beduiding van de heiligheid, welke vereischt wordt bij hen, die dit Sacrament moeten ontvangen. — Het altaar beduidt Christus zelf van wien de Apostel zegt: « Door Hem moeten wij een altijddurend dankoffer brengen aan God » (Hebr. 13. 15). Daarom stelt de consecratie van het altaar ook de heiligheid van Christus voor, welke Lucas aangeeft (1. 35) : « Het heilige, dat uit u wordt geboren, zal Zoon van God genoemd worden ». En in een Decretaal staat: « Het is goed bevonden de altaren te heiligen niet alleen door de zalving met chrisma, maar ook door een priesterlijke zegening ».2. Omdat het huis, waarin dit Sacrament gevierd wordt, de Kerk aanduidt en daarom ook de kerk genoemd wordt, wordt het terecht geconsecreerd, zowel om de heiligmaking uit te 397drukken, welke aan de Kerk door het lijden van Christus ten deel is gevallen, alsook ter beduiding van de heiligheid, welke vereist wordt bij hen, die dit Sacrament moeten ontvangen. — Het altaar beduidt Christus zelf van wie de Apostel zegt: “Door Hem moeten wij een altijddurend dankoffer brengen aan God” (Hebr. 13. 15). Daarom stelt de consecratie van het altaar ook de heiligheid van Christus voor, welke Lukas aangeeft (1, 35): “Het heilige, dat uit u wordt geboren, zal Zoon van God genoemd worden”. En in een Decretaal staat: “Het is goed bevonden de altaren te heiligen niet alleen door de zalving met chrisma, maar ook door een priesterlijke zegening”.
Et ideo regulariter non licet celebrare hoc sacramentum, nisi in domibus consecratis. Unde, sicut habetur De Consecratione [Dist. 1. Can. Nullus presbyter] : « Nullus presbyter missas celebrare praesumat, nisi in consecratis ab episcopo locis ». Propter quod etiam, quia pagani non sunt de Ecclesia nec alii infideles, ideo eadem Distinctione [Can. Ecclesiam in qua.] legitur: « Ecclesiam in qua mortuorum cadavera infidelium sepeliuntur, sanctificare non licet: sed si apta videtur ad consecrandum, inde evulsis corporibus et rasis parietibus vel tignis ejus loci, reaedificetur. Sed 398si haec consecrata prius fuerit, missas in ea celebrare licet: tamen si fideles fuerunt, qui in ea sepulti sunt ».
En daarom is het als regel niet geoorloofd dit Sacrament te vieren buiten geconsecreerde huizen. Zoo staat dan ook in een Decretaal: « Geen priester mag de Mis opdragen buiten de plaatsen, die door den bisschop hiervoor gewijd zijn ». En omdat de heidenen niet tot de Kerk behooren evenmin als andere ongeloovigen, wordt verderop gezegd: « Het is niet geoorloofd een kerk, waarin de lichamen van gestorven ongeloovigen begraven zijn, te wijden, maar als ze geschikt bevonden is om geconsecreerd te worden dan moet ze hersteld worden, nadat de lijken eruit verwijderd zijn en de muren of wanden van die plaats 398afgeschrapt zijn. Was ze vroeger reeds geconsecreerd, dan mogen erin Missen opgedragen worden, wanneer zij, die erin begraven zijn, geloovig waren ».En daarom is het als regel niet geoorloofd dit Sacrament te vieren buiten geconsecreerde huizen. Zo staat dan ook in een Decretaal: “Geen priester mag de Mis opdragen buiten de plaatsen, die door de bisschop hiervoor gewijd zijn”. En omdat de heidenen niet tot de Kerk behoren evenmin als andere ongelovigen, wordt verderop gezegd: “Het is niet geoorloofd een kerk, waarin de lichamen van gestorven ongelovigen begraven zijn, te wijden, maar als ze geschikt bevonden is om geconsecreerd te worden dan moet ze hersteld worden, nadat de lijken eruit verwijderd zijn en de muren of wanden van die plaats 398afgeschrapt zijn. Was ze vroeger reeds geconsecreerd, dan mogen erin Missen opgedragen worden, wanneer zij, die erin begraven zijn, gelovig waren”.
Propter necessitatem tamen potest hoc sacramentum peragi in domibus non consecratis vel violatis: sed tamen de consensu episcopi. Unde in eadem Dist. [Can. Missarum solemnia.] legitur: « Missarum solemnia non ubique sed in locis ab episcopo consecratis, vel ubi ipse permiserit, celebranda esse censemus ». Non tamen sine altari portatili consecrato unde in eadem Dist. [Can. Concedimus.] legitur: « Concedimus, si ecclesiae fuerint incensae vel combustae, in capellis, cum tabula consecrata, missas iterum celebrari ». Quia enim sanctitas Christi fons est totius ecclesiasticae sanctitatis, ideo in necessitate sufficit ad peragendum hoc sacramentum altare sanctificatum. Propter quod etiam nunquam ecclesia sine altari consecratur: tamen sine ecclesia quandoque consecratur altare, cum reliquiis sanctorum, quorum vita « abscondita est cum Christo in Deo » [Coloss. 3. v. 3]. Unde in eadem Dist. [Can. Placuit.] legitur: « Placuit ut altaria in quibus nullum corpus aut reliquiae martyrum conditae probantur, ab episcopis qui eisdem locis praesunt, si fieri potest, evertantur ».
In geval van nood kan men dit Sacrament voltrekken in niet geconsecreerde en zelfs ontheiligde huizen, maar alleen met goedvinden van den Bisschop. Daarom wordt t. z. p. gezegd: « Wij oordeelen, dat men de Misplechtigheden niet overal moet vieren maar alleen op de plaatsen, die door den bisschop geconsecreerd zijn, of waar hij het toestaat ». Maar alleen op een draagbaar altaar, dat gewijd is. Zoo leest men t. z. p.: « Wij staan toe, dat, indien de kerken door brand aangetast of verwoest zijn, de Mis gelezen wordt in kapellen op een geconsecreerden steen ». Want omdat de heiligheid van Christus de bron is van iedere kerkelijke heiligheid, daarom is het, in geval van nood, voldoende dit Sacrament te voltrekken op een gewijd altaar. Om dezelfde reden wordt nooit een kerk zonder altaar geconsecreerd, maar soms wel zonder kerk een altaar met de overblijfselen van de heiligen, wier « leven verborgen was met Christus in God » (Coloss. 3. 3). Zoo lezen wij dan ook op de genoemde plaats: « Het is onze wensch, dat de altaren, waarin geen lichamen of overblijfselen van een martelaar gevonden worden, door de bisschoppen, die aldaar aan het bestuur zijn, zoo mogelijk 399afgebroken worden ».In geval van nood kan men dit Sacrament voltrekken in niet geconsecreerde en zelfs ontheiligde huizen, maar alleen met goedvinden van de Bisschop. Daarom wordt t. z. p. gezegd: “Wij oordelen, dat men de Misplechtigheden niet overal moet vieren maar alleen op de plaatsen, die door de bisschop geconsecreerd zijn, of waar hij het toestaat”. Maar alleen op een draagbaar altaar, dat gewijd is. Zo leest men t. z. p.: “Wij staan toe, dat, indien de kerken door brand aangetast of verwoest zijn, de Mis gelezen wordt in kapellen op een geconsecreerden steen”. Want omdat de heiligheid van Christus de bron is van iedere kerkelijke heiligheid, daarom is het, in geval van nood, voldoende dit Sacrament te voltrekken op een gewijd altaar. Om dezelfde reden wordt nooit een kerk zonder altaar geconsecreerd, maar soms wel zonder kerk een altaar met de overblijfselen van de heiligen, wier “leven verborgen was met Christus in God” (Koloss. 3. 3). Zo lezen wij dan ook op de genoemde plaats: “Het is onze wens, dat de altaren, waarin geen lichamen of overblijfselen van een martelaar gevonden worden, door de bisschoppen, die aldaar aan het bestuur zijn, zo mogelijk 399afgebroken worden”.
399Ad tertium dicendum quod ecclesia et altare et alia hujusmodi inanimata consecrantur, non quia sint gratiae susceptiva, sed quia ex consecratione adipiscuntur quamdam spiritualem virtutem per quam apta redduntur divino cultui: ut scilicet homines devotionem quamdam exinde percipiant, ut sint paratiores ad divina, nisi hoc propter irreverentiam impediatur. Unde et 2. Machab. 3. [v. 38, 39] dicitur: « Vere Dei virtus quaedam est in loco: nam ipse qui habet in coelis habitationem, visitator et adjutor est loci illius ».
3. Kerk, altaar en dergelijke onbezielde dingen worden geconsecreerd, niet omdat zij de genade kunnen ontvangen, maar omdat zij tengevolge van hun consecratie een bepaalde geestelijke kracht krijgen, waardoor zij geschikt worden voor den goddelijken eeredienst, opdat nl. de menschen daardoor tot godsvrucht opgewekt worden, om gereeder klaar te staan voor het goddelijke, tenzij dit weer teniet gedaan wordt door oneerbiedigheid. Daarom wordt in het Tweede Boek van de Machabeën gezegd (3. 38, 39) : « Waarachtig, daar woont een goddelijke kracht. Want Hij, die in den hemel woont bewaakt en beschermt die plaats ».3. Kerk, altaar en dergelijke onbezielde dingen worden geconsecreerd, niet omdat zij de genade kunnen ontvangen, maar omdat zij tengevolge van hun consecratie een bepaalde geestelijke kracht krijgen, waardoor zij geschikt worden voor de goddelijke eredienst, opdat nl. de mensen daardoor tot godsvrucht opgewekt worden, om gereder klaar te staan voor het goddelijke, tenzij dit weer teniet gedaan wordt door oneerbiedigheid. Daarom wordt in het Tweede Boek van de Machabeën gezegd (3, 38, 39): “Waarachtig, daar woont een goddelijke kracht. Want Hij, die in de hemel woont bewaakt en beschermt die plaats”.
Et inde est quod hujusmodi ante consecrationem emundantur et exorcizantur, ut exinde virtus inimici pellatur. Et eadem ratione ecclesiae quae sanguinis effusione aut cujuscumque semine pollutae fuerint, reconciliantur, quia per peccatum ibi commissum apparet ibi aliqua operatio inimici. Propter quod etiam in eadem Dist. legitur: « Ecclesias Arianorum, ubicumque inveneritis, catholicas eas divinis precibus et operibus absque mora consecrate ».
Daarom worden deze zaken voor de consecratie gezuiverd en bezworen, opdat de kracht van den vijand eruit verdreven worde. En om dezelfde reden worden de kerken « die door het vloeien van bloed of het uitstorten van zaad bezoedeld zijn » in eere hersteld, omdat er door de zonde, die daar bedreven werd, een bepaalde werking van den vijand blijkt te zijn. Zoo wordt er dan ook in hetzelfde boek gezegd: « Waar gij kerken van Arianen aantreft, moet gij ze onverwijld door goddelijke gebeden en werken consecreeren tot katholieke kerken ».Daarom worden deze zaken voor de consecratie gezuiverd en bezworen, opdat de kracht van de vijand eruit verdreven worde. En om dezelfde reden worden de kerken “die door het vloeien van bloed of het uitstorten van zaad bezoedeld zijn” in ere hersteld, omdat er door de zonde, die daar bedreven werd, een bepaalde werking van de vijand blijkt te zijn. Zo wordt er dan ook in hetzelfde boek gezegd: “Waar gij kerken van Arianen aantreft, moet gij ze onverwijld door goddelijke gebeden en werken consecreren tot katholieke kerken”.
Unde et quidam probabiliter dicunt quod per ingressum ecclesiae 400consecratae homo consequitur remissionem peccatorum venialium, sicut et per aspersionem aquae benedictae inducentes quod in Psal. 84. [v. 2, 3] dicitur: « Benedixisti, Domine, terram tuam, remisisti iniquitatem plebis tuae ».
Vandaar wordt door sommigen de niet onwaarschijnlijke 400meening verkondigd dat de mensch door het betreden van een geconsecreerde kerk vergiffenis van zijn dagelijksche zonden verkrijgt evenals door de besprenkeling met wijwater. Zij beroepen zich op wat er gezegd wordt in het Boek der Psalmen (84. 2, 3) : « Gezegend hebt gij, Heer, Uw land, en van Uw volk de ongerechtigheid weggenomen ».Vandaar wordt door sommigen de niet onwaarschijnlijke 400mening verkondigd dat de mens door het betreden van een geconsecreerde kerk vergiffenis van zijn dagelijkse zonden verkrijgt evenals door de besprenkeling met wijwater. Zij beroepen zich op wat er gezegd wordt in het Boek van de Psalmen (84, 2, 3)b: “Gezegend hebt gij, Heer, Uw land, en van Uw volk de ongerechtigheid weggenomen”.
Et ideo, propter virtutem quae ex consecratione Ecclesiae acquiritur, consecratio ecclesiae non iteratur. Unde in eadem Dist. [Can. Ecclesiis semel] ex Concilio Nicaeno legitur: « Ecclesiis semel Deo consecratis non debet iterum consecratio adhiberi, nisi aut ab igne exustae aut sanguinis effusione aut cujuscumque semine pollutae fuerint: quia, sicut infans a qualicumque sacerdote in nomine Patris et Filii et Spiritus Sancti semel baptizatus non debet iterum baptizari, ita nec locus Deo dicatus est iterum consecrandus, nisi propter eas causas quas superius nominavimus; si tamen fidem sanctae Trinitatis tenuerint, qui consecraverunt ».
Om de kracht, welke de kerk door de consecratie verkregen heeft, mag deze consecratie niet herhaald worden. Zoo wordt in hetzelfde boek uit de Kerkvergadering van Nicea aangehaald: « De kerken, die eenmaal aan God zijn toegewijd, mogen niet opnieuw geconsecreerd worden behalve wanneer zij door vuur verwoest zijn of bezoedeld door het vloeien van bloed en het uitstorten van zaad; omdat evenals een kind, dat eenmaal gedoopt is, door welken priester dan ook, in den naam van den Vader, den Zoon en den H. Geest, niet opnieuw gedoopt mag worden, evenmin een Kerk, die aan God is toegewijd, opnieuw geconsecreerd moet worden, behalve in bovengenoemde gevallen, indien tenminste zij, die consecreerden, geloofden aan de Drievuldigheid ».Om de kracht, welke de kerk door de consecratie verkregen heeft, mag deze consecratie niet herhaald worden. Zo wordt in hetzelfde boek uit de Kerkvergadering van Nicea aangehaald: “De kerken, die eenmaal aan God zijn toegewijd, mogen niet opnieuw geconsecreerd worden behalve wanneer zij door vuur verwoest zijn of bezoedeld door het vloeien van bloed en het uitstorten van zaad; omdat evenals een kind, dat eenmaal gedoopt is, door welke priester dan ook, in de naam van de Vader, de Zoon en de H. Geest, niet opnieuw gedoopt mag worden, evenmin een Kerk, die aan God is toegewijd, opnieuw geconsecreerd moet worden, behalve in bovengenoemde gevallen, indien tenminste zij, die consecreerden, geloofden aan de Drievuldigheid”.
Alioquin qui sunt extra Ecclesiam, consecrare non possunt. Sed, sicut in eadem Dist. [Can. Ecclesiae vel altaria] legitur, « Ecclesiae vel altaria quae ambigua sunt de consecratione, consecrentur ».
Immers, die buiten de Kerk staan, kunnen niet consecreeren. Maar, zooals verder in hetzelfde boek geschreven is: « Kerken of altaren, waarvan de consecratie twijfelachtig is, moeten geconsecreerd worden ».Immers, die buiten de Kerk staan, kunnen niet consecreren. Maar, zoals verder in hetzelfde boek geschreven is: “Kerken of altaren, waarvan de consecratie twijfelachtig is, moeten geconsecreerd worden”.
Propter hoc etiam quod aliquam spiritualem virtutem 401adipiscuntur per consecrationem, in eadem Dist. [Can. Ligna Ecclesiae] statutum legitur: « Ligna ecclesiae dedicatae. non debent ad aliud opus jungi, nisi ad aliam ecclesiam, vel igni comburenda, vel ad profectum in monasterio fratribus: in laicorum autem opera non debent admitti ». Et ibidem [Can. Altaris palla.] legitur: « Altaris palla, cathedra, candelabrum et velum, si fuerint vetustate consumpta, incendio dentur: cineres quoque eorum in baptisterio inferantur aut in pariete aut in fossis pavimentorum jactentur, ne introeuntium pedibus inquinentur ».
401Omdat zij door de consecratie een zekere geestelijke kracht krijgen, wordt aldaar bepaald: « Het hout van een geconsecreerde Kerk mag niet voor andere doeleinden gebruikt worden, behalve voor een andere Kerk of om te verbranden of ten behoeve van kloosterbroeders: voor het werk van leeken mag het echter niet dienen ». En t. z. p. leest men: « Als altaardwalen, zetels, kandelaars en voorhang door ouderdom versleten zijn, moeten ze verbrand worden, en de asch moet in de doopkapel gebracht worden, of in den wand of in laagten onder den vloer, opdat ze niet vertreden zou worden door de voeten van hen, die binnenkomen ».401Omdat zij door de consecratie een zekere geestelijke kracht krijgen, wordt aldaar bepaald: “Het hout van een geconsecreerde Kerk mag niet voor andere doeleinden gebruikt worden, behalve voor een andere Kerk of om te verbranden of ten behoeve van kloosterbroeders: voor het werk van leken mag het echter niet dienen”. En t. z. p. leest men: “Als altaardwalen, zetels, kandelaars en voorhang door ouderdom versleten zijn, moeten ze verbrand worden, en de as moet in de doopkapel gebracht worden, of in de wand of in laagten onder de vloer, opdat ze niet vertreden zou worden door de voeten van hen, die binnenkomen”.
Ad quartum dicendum quod, quia consecratio altaris repraesentat sanctitatem Christi, consecratio vero domus sanctitatem totius Ecclesiae, ideo convenientius recolitur cum sanctitate et solemnitate consecratio ecclesiae vel altaris, quam aliorum quae consecrantur2. Propter quod etiam octo diebus solemnitas dedicationis agitur, ad significandam beatam resurrectionem Christi et membrorum Ecclesiae. Nec est opus solius hominis consecratio ecclesiae et altaris: cum habeat spiritualem virtutem. Unde De Consecr. [Dist. eadem, can. 17] dicitur: « Solemnitates dedicationum ecclesiarum 402per singulos annos solemniter sunt celebrandae. Quod autem octo diebus encaenia sint celebranda, in libris Regum, perfecta dedicatione templi reperies [3. Reg. 8. v. 66] ».
4. Omdat de consecratie van het altaar de heiligheid van Christus uitbeeldt, en de consecratie van het gebouw de heiligheid van heel de Kerk, heeft het méér zin de consecratie van Kerk of altaar plechtig te herdenken, dan van de andere dingen. Daarom wordt ook de plechtigheid van kerkwijding acht dagen gevierd om de zalige verrijzenis van Christus en van de leden der Kerk aan te geven. De kerk- of altaarconsecratie is overigens niet alleen menschenwerk, daar ze geestelijke kracht meedeelt. Vandaar wordt er in een Decretaal gezegd: « De plechtigheid 402van kerkwijding moet elk jaar feestelijk gevierd worden. Dat dit gedurende acht dagen moet geschieden kan men vinden in het Derde Boek der Koningen (8. 66), na afloop van de tempelwijding ».4. Omdat de consecratie van het altaar de heiligheid van Christus uitbeeldt, en de consecratie van het gebouw de heiligheid van heel de Kerk, heeft het méér zin de consecratie van Kerk of altaar plechtig te herdenken, dan van de andere dingen. Daarom wordt ook de plechtigheid van kerkwijding acht dagen gevierd om de zalige verrijzenis van Christus en van de leden van de Kerk aan te geven. De kerk- of altaarconsecratie is overigens niet alleen mensenwerk, daar ze geestelijke kracht meedeelt. Vandaar wordt er in een Decretaal gezegd: “De plechtigheid 402van kerkwijding moet elk jaar feestelijk gevierd worden. Dat dit gedurende acht dagen moet geschieden kan men vinden in het Derde Boek van de Koningen (8, 66)c, na afloop van de tempelwijding”.
Ad quintum dicendum quod, sicut legitur De Consecr. [Dist. 1. Can. Altaria si non] : « Altaria, si non sint lapidea, chrismatis unctione non consecrentur ». Quod quidem competit et significationi hujus sacramenti; tum quia altare significat Christum, dicitur autem 1. Cor. 10. [v. 4] : « Petra autem erat Christus » ; tum etiam quia corpus Christi in sepulchro lapideo fuit reconditum. Competit etiam quoad usum sacramenti: lapis enim et solidus est, et de facili potest inveniri ubique. Quod non erat necessarium in veteri lege, ubi fiebat in uno loco altare. Quod autem mandatur altare fieri de terra vel de lapidibus insectis, fuit ad idolatriam removendam.
5. In een Decretaal staat: « Wanneer de altaren niet van steen zijn, mogen zij niet door de zalving met chrisma geconsecreerd worden ». Dit komt ook overeen met datgene, wat dit Sacrament uitbeeldt: vooreerst, omdat het altaar Christus verbeeldt, van wien gezegd wordt in den Eersten Brief aan de Corinthiërs (10. 4) : « En die rots was Christus » ; vervolgens omdat het Lichaam van Christus in een steenen graf neergelegd was. Ook met het gebruik van dit Sacrament is het in overeenstemming, want steen is duurzaam en kan gemakkelijk overal gevonden worden. Dit was in de Oude Wet niet van belang, omdat er slechts op één plaats een altaar gebouwd werd. Dat men toen voorschreef, dat het van aarde of ongehouwen steen gemaakt moest worden, geschiedde om de afgoderij tegen te gaan.5. In een Decretaal staat: “Wanneer de altaren niet van steen zijn, mogen zij niet door de zalving met chrisma geconsecreerd worden”. Dit komt ook overeen met datgene, wat dit Sacrament uitbeeldt: vooreerst, omdat het altaar Christus verbeeldt, van wie gezegd wordt in de Eerste Brief aan de Korintiërs (10, 4): “En die rots was Christus”; vervolgens omdat het Lichaam van Christus in een stenen graf neergelegd was. Ook met het gebruik van dit Sacrament is het in overeenstemming, want steen is duurzaam en kan gemakkelijk overal gevonden worden. Dit was in de Oude Wet niet van belang, omdat er slechts op één plaats een altaar gebouwd werd. Dat men toen voorschreef, dat het van aarde of ongehouwen steen gemaakt moest worden, geschiedde om de afgoderij tegen te gaan.
Ad sextum dicendum quod sicut in Dist. eadem dicitur [cap.: Vasa], « Quondam sacerdotes non aureis sed ligneis calicibus utebantur. Zephirinus autem papa patenis vitreis missam celebrari constituit; deinde Urbanus omnia 403fecit argentea ». Postmodum autem statutum est [Dist. ead.], « ut calix Domini cum patena, sive ex auro omnino, sive ex argento fiat: vel saltem stanneus calix habeatur. De aere, aut ex aurichalco non fiat: quia hoc vini virtute aeruginem parit, pariterque vomitum provocat. Nullus autem in ligneo seu vitreo calice praesumat missam cantare ». Quia scilicet lignum porosum est, et sanguis consecratus in eo remaneret; vitrum autem fragile est, et posset fractionis periculum imminere. Et eadem ratio est de lapide. Et ideo, propter reverentiam sacramenti statutum est, ut ex praedictis materiis calix fiat.
6. Aldaar wordt in een Decretaal gezegd: « Vroeger gebruikten de priesters geen gouden maar houten kelken; Paus Zepherinus schreef daarna voor, dat de Mis opgedragen moest worden met glazen patenen; en tenslotte liet Urbanus alles van 403zilver maken ». Later werd vastgesteld: « dat de kelk des Heeren met de pateen van goud of zilver moest zijn, of minstens van tin, maar niet van koper of brons, omdat dit door den invloed van den wijn begint te roesten en braken veroorzaakt. Niemand mag echter de Mis opdragen in een houten of glazen kelk » omdat nl. hout poreus is en het geconsecreerde Bloed daarin achterblijft; en glas breekbaar is en er gevaar voor stukgaan dreigt. Hetzelfde geldt voor een steenen kelk. En daarom is uit eerbied voor het Sacrament vastgesteld, dat de kelk uit voornoemde stof vervaardigd moet worden.6. Aldaar wordt in een Decretaal gezegd: “Vroeger gebruikten de priesters geen gouden maar houten kelken; Paus Zepherinus schreef daarna voor, dat de Mis opgedragen moest worden met glazen patenen; en tenslotte liet Urbanus alles van 403zilver maken”. Later werd vastgesteld: “dat de kelk van de Heer met de pateen van goud of zilver moest zijn, of minstens van tin, maar niet van koper of brons, omdat dit door de invloed van de wijn begint te roesten en braken veroorzaakt. Niemand mag echter de Mis opdragen in een houten of glazen kelk” omdat nl. hout poreus is en het geconsecreerde Bloed daarin achterblijft; en glas breekbaar is en er gevaar voor stukgaan dreigt. Hetzelfde geldt voor een stenen kelk. En daarom is uit eerbied voor het Sacrament vastgesteld, dat de kelk uit voornoemde stof vervaardigd moet worden.
Ad septimum dicendum quod, ubi potuit sine periculo fieri, Ecclesia statuit circa hoc sacramentum id quod expressius repraesentat passionem Christi. Non erat autem tantum periculum circa corpus, quod ponitur in corporali, sicut circa sanguinem, qui continetur in calice. Et ideo licet calix non fiat de petra corporale tamen fit de panno lineo, quo corpus Christi fuit involutum. Unde in epistola Silvestri papae in eadem Distinctione (Can. Consulto) legitur: « Consulto omnium statuimus, ut sacrificium altaris non in serico panno aut intincto quisquam celebrare missam praesumat, sed in panno lineo ab 404episcopo consecrato: sicut corpus Christi in sindone linea et munda sepultum fuit ». Competit etiam pannus lineus propter sui munditiam, ad significandam conscientiae puritatem, et propter multiplicem laborem quo talis pannus praeparatur ad significandam Christi passionem.
7. Waar het zonder gevaar kon geschieden, heeft de Kerk met betrekking tot dit Sacrament vastgesteld, wat het meest uitdrukkelijk het lijden van Christus uitbeeldt. Nu was er minder gevaar bij het Lichaam, dat op het corporaal gelegd wordt, dan bij het Bloed, dat in den kelk bewaard wordt. En daarom mag het corporaal van linnen zijn, ook al is het niet toegestaan, dat de kelk van steen is, omdat het Lichaam van Christus in linnen gewikkeld was. Zoo leest men dan ook in den Brief van Paus Sylvester t. z. p.: « Op aller aanraden stellen wij vast, dat het Misoffer opgedragen wordt, niet op zijde of op geverfde stof, maar op zuiver linnen, dat door den bisschop geconsecreerd is, 404evenals het Lichaam van Christus in een zuiver linnen lijkwade gewikkeld was ». Een linnen kleed kan bovendien om zijn zuiverheid, passend de zuiverheid van het geweten uitbeelden, en om zijn moeizame vervaardiging het lijden van Christus.7. Waar het zonder gevaar kon geschieden, heeft de Kerk met betrekking tot dit Sacrament vastgesteld, wat het meest uitdrukkelijk het lijden van Christus uitbeeldt. Nu was er minder gevaar bij het Lichaam, dat op het corporaal gelegd wordt, dan bij het Bloed, dat in de kelk bewaard wordt. En daarom mag het corporaal van linnen zijn, ook al is het niet toegestaan, dat de kelk van steen is, omdat het Lichaam van Christus in linnen gewikkeld was. Zo leest men dan ook in de Brief van Paus Sylvester t. z. p.: “Op aller aanraden stellen wij vast, dat het Misoffer opgedragen wordt, niet op zijde of op geverfde stof, maar op zuiver linnen, dat door de bisschop geconsecreerd is, 404evenals het Lichaam van Christus in een zuiver linnen lijkwade gewikkeld was”. Een linnen kleed kan bovendien om zijn zuiverheid, passend de zuiverheid van het geweten uitbeelden, en om zijn moeizame vervaardiging het lijden van Christus.
Ad octavum dicendum quod dispensatio sacramentorum pertinet ad ministros Ecclesiae, sed consecratio eorum est ab ipso Deo. Et ideo ministri Ecclesiae non habent aliquid statuere circa formam consecrationis: sed circa usum sacramenti et modum celebrandi. Et ideo, si sacerdos verba consecrationis proferat super materia debita cum intentione consecrandi, absque omnibus praedictis, scilicet domo et altari, calice et corporali consecratis, et caeteris hujusmodi per Ecclesiam institutis, consecrat quidem in rei veritate corpus Christi. Peccat tamen graviter, ritum Ecclesiae non servans.
8. Het beheer van de sacramenten behoort aan de bedienaars van de Kerk, maar hun consecratie is van God. Daarom hebben de bedienaars van de Kerk niet iets vast te stellen over den vorm van de consecratie, maar wel over het gebruik van de sacramenten en de wijze van vieren. Indien dus een priester de woorden van de consecratie uitspreekt over de vereischte stof met de bedoeling om ze te consecreeren, zonder al de voornoemde voorwerpen als geconsecreerd gebouw, altaar, kelk en corporaal, consecreert hij werkelijk het Lichaam van Christus maar zondigt hij zwaar door het gebruik van de Kerk niet te volgen.8. Het beheer van de sacramenten behoort aan de bedienaars van de Kerk, maar hun consecratie is van God. Daarom hebben de bedienaars van de Kerk niet iets vast te stellen over de vorm van de consecratie, maar wel over het gebruik van de sacramenten en de wijze van vieren. Indien dus een priester de woorden van de consecratie uitspreekt over de vereiste stof met de bedoeling om ze te consecreren, zonder al de voornoemde voorwerpen als geconsecreerd gebouw, altaar, kelk en corporaal, consecreert hij werkelijk het Lichaam van Christus maar zondigt hij zwaar door het gebruik van de Kerk niet te volgen.
Utrum convenienter ordinentur ea quae circa hoc sacramentum dicuntur
Is hetgeen bij de viering van dit Sacrament gezegd wordt op geschikte wijze vastgesteld?
405Ad quartum sic proceditur. Videtur quod inconvenienter ordinentur ea quae circa hoc sacramentum dicuntur. Hoc enim sacramentum verbis Christi consecratur, ut Ambrosius dicit in lib. 4. de Sacramentis [cap. 4.]. Non ergo debent aliqua alia in hoc sacramento dici quam verba Christi.
405Bedenkingen. — Men beweert, dat hetgeen bij de viering van dit Sacrament gezegd wordt niet op geschikte wijze is vastgesteld. — 1. Dit Sacrament wordt immers door de woorden van Christus geconsecreerd, zooals Ambrosius zegt. Daarom moeten bij dit Sacrament alleen maar de woorden van Christus gebruikt worden.405Bedenkingen. — Men beweert, dat hetgeen bij de viering van dit Sacrament gezegd wordt niet op geschikte wijze is vastgesteld. — 1. Dit Sacrament wordt immers door de woorden van Christus geconsecreerd, zoals Ambrosius zegt. Daarom moeten bij dit Sacrament alleen maar de woorden van Christus gebruikt worden.
2. Praeterea, verba et facta Christi nobis per Evangelium innotescunt. Sed quaedam dicuntur circa consecrationem hujus sacramenti quae in Evangeliis non ponuntur. Non enim legitur in Evangelio quod Christus in consecratione hujus sacramenti oculos ad coelum levaverit; similiter etiam in Evangeliis dicitur: « Accipite et comedite », nec ponitur, « omnes » cum in celebratione hujus sacramenti dicatur: « Elevatis oculis in coelum », et iterum: « Accipite et manducate ex hoc omnes ». Inconvenienter ergo 406hujusmodi verba dicuntur in celebratione hujus sacramenti.
2. De woorden en daden van Christus zijn ons uit de Evangeliën bekend. Maar bij de consecratie van dit Sacrament komen woorden voor, die niet in de Evangeliën staan. Zoo staat er niet in het Evangelie, dat Christus bij de instelling van dit Sacrament Zijn oogen naar den hemel opsloeg; verder staat er in de Evangeliën: « Neemt en eet » zonder de toevoeging: « gij allen », terwijl bij de viering van dit Sacrament gezegd wordt: « Na Zijn oogen ten hemel opgeslagen te hebben », en: « Neemt en eet hiervan gij allen ». Het is dus niet passend, dat deze woorden 406bij de viering van dit Sacrament gebruikt worden.2. De woorden en daden van Christus zijn ons uit de Evangeliën bekend. Maar bij de consecratie van dit Sacrament komen woorden voor, die niet in de Evangeliën staan. Zo staat er niet in het Evangelie, dat Christus bij de instelling van dit Sacrament Zijn ogen naar de hemel opsloeg; verder staat er in de Evangeliën: “Neemt en eet” zonder de toevoeging: “gij allen”, terwijl bij de viering van dit Sacrament gezegd wordt: “Na Zijn ogen ten hemel opgeslagen te hebben”, en: “Neemt en eet hiervan gij allen”. Het is dus niet passend, dat deze woorden 406bij de viering van dit Sacrament gebruikt worden.
3. Praeterea, omnia sacramenta ordinantur ad salutem fidelium. Sed in celebratione aliorum sacramentorum non fit communis oratio pro salute fidelium1 defunctorum. Ergo inconvenienter fit in hoc sacramento.
3. Alle sacramenten zijn gericht op het heil van alle geloovigen. Maar bij de viering van de andere sacramenten is er geen algemeen gebed voor het heil van alle geloovigen, noch ook voor de overledenen. Dus is het niet passend, dat het wel gezegd wordt bij dit Sacrament.3. Alle sacramenten zijn gericht op het heil van alle gelovigen. Maar bij de viering van de andere sacramenten is er geen algemeen gebed voor het heil van alle gelovigen, noch ook voor de overledenen. Dus is het niet passend, dat het wel gezegd wordt bij dit Sacrament.
4. Praeterea, baptismus dicitur specialiter fidei sacramentum. Ea ergo quae pertinent ad instructionem fidei, magis debent circa baptismum tradi quam circa hoc sacramentum: sicut doctrina apostolica et evangelica.
4. Het doopsel wordt heel bijzonder « het Sacrament van het geloof » genoemd. Wat dus hoort bij het onderricht in het geloof, moet eerder bij het doopsel meegedeeld worden dan bij dit Sacrament: zooals de leer van de Apostelen en het Evangelie.4. Het doopsel wordt heel bijzonder “het Sacrament van het geloof” genoemd. Wat dus hoort bij het onderricht in het geloof, moet eerder bij het doopsel meegedeeld worden dan bij dit Sacrament: zoals de leer van de Apostelen en het Evangelie.
5. Praeterea, in omni sacramento exigitur devotio fidelium. Non ergo magis in hoc sacramento quam in aliis deberet excitari devotio fidelium per laudes divinas et per admonitiones: puta cum dicitur: « Sursum corda ».
5. Bij elk sacrament is de godsvrucht van de geloovigen een vereischte. Daarom moet bij dit Sacrament niet méér dan bij de andere de godsvrucht der geloovigen opgewekt worden door lofprijzingen voor God en aansporingen zooals: « Omhoog de harten ».5. Bij elk sacrament is de godsvrucht van de gelovigen een vereiste. Daarom moet bij dit Sacrament niet méér dan bij de andere de godsvrucht van de gelovigen opgewekt worden door lofprijzingen voor God en aansporingen zoals: “Omhoog de harten”.
6. Praeterea, minister hujus sacramenti est sacerdos, ut dictum est [q. praec. art. 1.]. Omnia ergo quae in hoc sacramento dicuntur, a sacerdote dici deberent et non quaedam a ministris, quaedam a choro.
6. Zooals gezegd is, is de bedienaar van dit Sacrament de priester. Alles dus, wat bij dit Sacrament gezegd moet worden, moet door den priester gezegd worden en niet een gedeelte door de mindere bedienaars en een ander gedeelte door het koor.6. Zoals gezegd is, is de bedienaar van dit Sacrament de priester. Alles dus, wat bij dit Sacrament gezegd moet worden, moet door de priester gezegd worden en niet een gedeelte door de mindere bedienaars en een ander gedeelte door het koor.
7. Praeterea, hoc sacramentum per certitudinem operatur virtus divina. 407Superflue ergo sacerdos petit hujus sacramenti perfectionem, cum dicit: « Quam oblationem tu, Deus, in omnibus », etc.
7. De goddelijke kracht bewerkt met zekerheid dit Sacrament. Overbodig is het daarom, dat de priester bidt voor de 407voltrekking van dit Sacrament met de woorden: « God, gewaardig U deze offerande in alles » enz.7. De goddelijke kracht bewerkt met zekerheid dit Sacrament. Overbodig is het daarom, dat de priester bidt voor de 407voltrekking van dit Sacrament met de woorden: “God, gewaardig U deze offerande in alles” enz.
8. Praeterea, sacrificium novae legis multo est excellentius quam sacrificium antiquorum Patrum. Inconvenienter ergo sacerdos petit quod hoc sacrificium habeatur sicut sacrificium Abel, Abrahae et Melchisedech.
8. Het Offer van de Nieuwe Wet is veel verhevener dan het Offer van de Aartsvaders. Het is dus niet passend, dat de priester vraagt, dat dit Offer aangenomen moge worden als het offer van Abel, Abraham en Melchisedech.
9. Praeterea, corpus Christi sicut non incipit esse in hoc sacramento per loci mutationem, ut supra dictum est [q. 75. art. 2.], ita etiam nec esse desinit. Inconvenienter ergo sacerdos petit: « Jube haec perferri per manus sancti angeli tui in sublime altare tuum ».
9. Het Lichaam van Christus is niet door plaatsverandering in dit Sacrament aanwezig, zooals boven (75e Kw. 2e Art.) gezegd is. Evenmin houdt het door plaatsverandering op er te zijn. Het is dus niet passend, dat de priester vraagt: « Mogen deze gaven door de handen van uw heiligen engel neergelegd worden op Uw verheven altaar ».9. Het Lichaam van Christus is niet door plaatsverandering in dit Sacrament aanwezig, zoals boven (75e Kw. 2e Art.) gezegd is. Evenmin houdt het door plaatsverandering op er te zijn. Het is dus niet passend, dat de priester vraagt: “Mogen deze gaven door de handen van uw heiligen engel neergelegd worden op Uw verheven altaar”.
Sed contra est, quod dicitur De Consecr. [Dist. 1. Can. Jacobus frater] : « Jacobus frater Domini secundum carnem, et Basilius Caesariensis episcopus ediderunt missae celebrationem », ex quorum auctoritate patet convenienter singula circa hoc dici.
Daartegenover staat echter, dat in een Decretaal gezegd wordt: « Jacobus, de broeder des Heeren naar het vleesch, en Basilius, bisschop van Caesarea, hebben de viering van de Mis opgesteld ». Het gezag van beiden waarborgt, dat alles, wat gezegd moet worden, passend is.Daartegenover staat echter, dat in een Decretaal gezegd wordt: “Jacobus, de broeder van de Heer naar het vlees, en Basilius, bisschop van Caesarea, hebben de viering van de Mis opgesteld”. Het gezag van beiden waarborgt, dat alles, wat gezegd moet worden, passend is.
Respondeo dicendum quod quia in hoc sacramento totum mysterium nostrae salutis comprehenditur, ideo prae caeteris sacramentis cum majori 408solemnitate agitur. Et quia scriptum est Eccle. 4. [v. 17] : « Custodi pedem tuum ingrediens domum Domini », et Eccli. 18. [v. 23] : « Ante orationem praepara animam tuam », ideo ante celebrationem hujus mysterii primo quidem praemittitur praeparatio quaedam ad digne agenda ea quae sequuntur. Cujus praeparationis prima pars est laus divina, quae fit in introitu, secundum illud Psal. 49. [v. 23] : « Sacrificium laudis honorificabit me, et illic iter quo ostendam illi salutem Dei ». Et sumitur hoc ut pluries de Psalmis, vel saltem cum Psalmo cantatur quia, ut Dionysius dicit in 3. cap. Eccl. Hierarch. [§ 4, 5], Psalmi comprehendunt per modum laudis quidquid in sacra Scriptura continetur. Secunda pars continet commemorationem praesentis miseriae, dum misericordia petitur, dicendo: « Kyrie eleison », ter quidem pro persona Patris; ter autem pro persona Filii, cum dicitur: « Christe eleison »; et ter pro persona Spiritus Sancti, cum subditur: « Kyrie eleison »; contra triplicem miseriam, ignorantiae, culpae et poenae; vel ad significandum quod omnes personae sunt in se invicem. Tertia autem pars commemorat coelestem gloriam, ad quam tendimus post praesentem 409vitam et miseriam, dicendo: « Gloria in excelsis Deo ». Quae cantatur in festis, in quibus commemoratur coelestis gloria; intermittitur autem in officiis luctuosis, quae ad commemorationem miseriae pertinent. Quarta autem pars continet orationem, quam sacerdos pro populo facit, ut digni habeantur tantis mysteriis.
Leerstelling. — Omdat in dit Sacrament het geheele geheim van ons heil vervat is, wordt het met grooteren luister gevierd dan de andere sacramenten. En omdat er geschreven staat 408bij den Prediker (4. 17) : « Geef acht op uw voet, wanneer gij het huis des Heeren betreedt », en in het Boek Ecclesiasticus (18. 23) : « Bereidt uw ziel eer gij bidden gaat », daarom wordt vóór het vieren van dit Geheim eerst een voorbereiding gehouden om waardig te kunnen verrichten wat volgen gaat. Het eerste gedeelte van deze voorbereiding is een verheerlijking van God, welke bij den Introitus plaats heeft, volgens het woord uit het Boek der Psalmen (49. 23) : « Een offer van lof brengt Mij eer, en dat is de weg, waarop Ik hem Gods heil zal toonen ». Deze wordt meestal uit de Psalmen genomen of in verband met een Psalm gezongen, omdat, volgens Dionysius, de Psalmen in lofzang alles omvatten wat in de H. Schrift verhaald wordt. — Het tweede gedeelte geeft uiting aan onze tegenwoordige ellende, door barmhartigheid af te smeeken met het driemaal « Kyrie eleison » tot den Persoon van den Vader, het driemaal « Christe eleison » tot den Persoon van den Zoon en het weer eens driemaal « Kyrie eleison » tot den Persoon van den H. Geest: tegen onzen drievoudigen nood van onwetendheid, schulden en straf, of om uit te drukken, dat alle Personen met elkaar een zijn. — Het derde deel herdenkt de hemelsche heerlijkheid, waarnaar wij streven na onze tegenwoordige ellende, in het « Eere zij God in den hooge ». Dit wordt gezongen op de feestdagen, 409waarop onze gedachten uitgaan naar de hemelsche heerlijkheid, maar nagelaten bij de treurdiensten, welke behooren tot de herdenking van onzen nood. — Het vierde deel is het « Gebed », dat de priester voor het volk bidt, opdat het deze groote Geheimen moge waardig zijn.Leerstelling. — Omdat in dit Sacrament het gehele geheim van ons heil vervat is, wordt het met groteren luister gevierd dan de andere sacramenten. En omdat er geschreven staat 408bij de Prediker (4, 17): “Geef acht op uw voet, wanneer gij het huis van de Heer betreedt”, en in het Boek Sirach (18, 23): “Bereidt uw ziel eer gij bidden gaat”, daarom wordt vóór het vieren van dit Geheim eerst een voorbereiding gehouden om waardig te kunnen verrichten wat volgen gaat. Het eerste gedeelte van deze voorbereiding is een verheerlijking van God, welke bij de Introitus plaats heeft, volgens het woord uit het Boek van de Psalmen (49, 23)a: “Een offer van lof brengt Mij eer, en dat is de weg, waarop Ik hem Gods heil zal tonen”. Deze wordt meestal uit de Psalmen genomen of in verband met een Psalm gezongen, omdat, volgens Dionysius, de Psalmen in lofzang alles omvatten wat in de H. Schrift verhaald wordt. — Het tweede gedeelte geeft uiting aan onze tegenwoordige ellende, door barmhartigheid af te smeken met het driemaal “Kyrie eleison” tot de Persoon van de Vader, het driemaal “Christe eleison” tot de Persoon van de Zoon en het weer eens driemaal “Kyrie eleison” tot de Persoon van de H. Geest: tegen onze drievoudige nood van onwetendheid, schulden en straf, of om uit te drukken, dat alle Personen met elkaar een zijn. — Het derde deel herdenkt de hemelse heerlijkheid, waarnaar wij streven na onze tegenwoordige ellende, in het “Ere zij God in de hoge”. Dit wordt gezongen op de feestdagen, 409waarop onze gedachten uitgaan naar de hemelse heerlijkheid, maar nagelaten bij de treurdiensten, welke behoren tot de herdenking van onze nood. — Het vierde deel is het “Gebed”, dat de priester voor het volk bidt, opdat het deze grote Geheimen moge waardig zijn.
Secundo autem praemittitur instructio fidelis populi; quia hoc sacramentum est mysterium fidei, ut supra habitum est [q. 78. art. 3. ad 5.]. Quae quidem instructio dispositive quidem fit per doctrinam prophetarum, et apostolorum, quae in Ecclesia legitur per lectores et subdiaconos. Post quam lectionem cantatur a choro Graduale, quod significat profectum vitae, et Alleluja, quod significat spiritualem exultationem; vel Tractus, in officiis luctuosis, qui significat spiritualem gemitum. Haec enim consequi debent in populo ex praedicta doctrina.
Vervolgens gaat ook vooraf het onderricht voor het geloovige volk, omdat dit Sacrament « het geheim van ons geloof » is, zooals boven is gezegd (78e Kw. 3e Art. 5e Antw.). Dit onderricht wordt begonnen met de leer van de Profeten en de Apostelen, welke gegeven wordt door de lectors en de subdiakens. Na de les, zingt het koor het graduaal, wat den vooruitgang van het geestelijk leven uitdrukt, en het alleluia, dat den geestelijken jubel beduidt; ofwel de tractus bij de treurdiensten, om de geestelijke weeklacht weer te geven. Want dit alles moet voor het volk uit de genoemde leer voortvloeien.Vervolgens gaat ook vooraf het onderricht voor het gelovige volk, omdat dit Sacrament “het geheim van ons geloof” is, zoals boven is gezegd (78e Kw. 3e Art. 5e Antw.). Dit onderricht wordt begonnen met de leer van de Profeten en de Apostelen, welke gegeven wordt door de lectors en de subdiakens. Na de les, zingt het koor het graduaal, wat de vooruitgang van het geestelijk leven uitdrukt, en het alleluia, dat de geestelijke jubel beduidt; ofwel de tractus bij de treurdiensten, om de geestelijke weeklacht weer te geven. Want dit alles moet voor het volk uit de genoemde leer voortvloeien.
Perfecte autem populus instruitur per doctrinam Christi in Evangelio contentam, quae a summis ministris legitur, scilicet a diaconibus. Et quia Christo credimus tanquam divinae veritati, secundum illud Joan. 8. [v. 46] : « Si veritatem dico vobis, quare non creditis mihi? » 410lecto Evangelio, Symbolum fidei cantatur, in quo populus ostendit se per fidem Christi doctrinae assentiri. Cantatur autem hoc Symbolum in festis, de quibus fit aliqua mentio in Symbolo, sicut in festis Christi et B. Virginis et Apostolorum, qui hanc fidem fundaverunt, et aliis hujusmodi.
Op volmaakte wijze wordt het volk onderricht door de leer van Christus, zooals ze vervat ligt in het Evangelie, wat dan ook door de hoogste dienaars wordt voorgedragen, nl. door de diakens. En omdat wij aan Christus gelooven als aan de goddelijke waarheid, naar het woord van Joannes (8. 46) : « Zoo Ik de Waarheid zeg, waarom dan gelooft ge Mij niet? », wordt na het Evangelie de geloofsbelijdenis gezongen, waardoor het volk 410belijdt door het geloof de leer van Christus aan te nemen Deze geloofsbelijdenis wordt echter alleen gezongen op de feesten, waarover deze belijdenis iets zegt, zooals op de feesten van Christus, de H. Maagd, de Apostelen, die dit geloof gegrondvest hebben, en bij andere dergelijke gelegenheden.Op volmaakte wijze wordt het volk onderricht door de leer van Christus, zoals ze vervat ligt in het Evangelie, wat dan ook door de hoogste dienaars wordt voorgedragen, nl. door de diakens. En omdat wij aan Christus geloven als aan de goddelijke waarheid, naar het woord van Johannes (8, 46): “Zo Ik de Waarheid zeg, waarom dan gelooft ge Mij niet?”, wordt na het Evangelie de geloofsbelijdenis gezongen, waardoor het volk 410belijdt door het geloof de leer van Christus aan te nemen Deze geloofsbelijdenis wordt echter alleen gezongen op de feesten, waarover deze belijdenis iets zegt, zoals op de feesten van Christus, de H. Maagd, de Apostelen, die dit geloof gegrondvest hebben, en bij andere dergelijke gelegenheden.
Sic igitur populo praeparato et instructo, consequenter acceditur ad celebrationem mysterii. Quod quidem et offertur ut sacrificium et consecratur, et sumitur ut sacramentum: unde primo peragitur oblatio; secundo, consecratio materiae oblatae; tertio, ejusdem perceptio. Circa oblationem vero duo aguntur: scilicet laus populi in cantu Offertorii, per quod significatur laetitia offerentium, et oratio sacerdotis, qui petit, ut oblatio populi sit Deo accepta. Unde et 1. Paralip. 29. [v. 17] dixit David: « Ego in simplicitate cordis mei laetus obtuli universa haec, et populum tuum qui hic repertus est, vidi cum ingenti gaudio tibi offerre donaria » ; et postea [v. 18] orat dicens: « Domine Deus, custodi hanc voluntatem ».
Nadat dan het volk voorbereid en onderricht is, kan men overgaan tot de viering van het Geheim. Dit nu wordt opgedragen als Offer en geconsecreerd en genuttigd als Sacrament. Daarom heeft men eerst de opdracht, daarna de verandering van de aangeboden gaven, en ten slotte het nuttigen ervan. Bij de opdracht gebeuren er twee zaken: vooreerst de lofzang van het volk in het Offertorium, waardoor aangegeven wordt de blijdschap van de offeraars, en vervolgens het gebed van den priester, die smeekt dat het Offer van het volk God aangenaam moge zijn. Daarom zeide David in het Eerste Boek Paralipomenon (29. 17) : « In eenvoud des harten heb ik dit alles geofferd en het volk, dat hier aanwezig is, heb ik met groote vreugde U hun gaven zien brengen ». Verderop (18) bidt hij met deze woorden: « Bewaar, Heer God, deze goede gesteltenis ».Nadat dan het volk voorbereid en onderricht is, kan men overgaan tot de viering van het Geheim. Dit nu wordt opgedragen als Offer en geconsecreerd en genuttigd als Sacrament. Daarom heeft men eerst de opdracht, daarna de verandering van de aangeboden gaven, en ten slotte het nuttigen ervan. Bij de opdracht gebeuren er twee zaken: vooreerst de lofzang van het volk in het Offertorium, waardoor aangegeven wordt de blijdschap van de offeraars, en vervolgens het gebed van de priester, die smeekt dat het Offer van het volk God aangenaam moge zijn. Daarom zeide David in het Eerste Boek Kronieken (29, 17): “In eenvoud van het hart heb ik dit alles geofferd en het volk, dat hier aanwezig is, heb ik met grote vreugde U hun gaven zien brengen”. Verderop (18) bidt hij met deze woorden: “Bewaar, Heer God, deze goede gesteltenis”.
Deinde, circa consecrationem, quae supernaturali virtute agitur, primo excitatur populus ad devotionem in Praefatione: unde et monetur « sursum 411corda habere ad Dominum ». Et ideo, finita Praefatione, populus devote laudat divinitatem Christi cum angelis dicens: « Sanctus, Sanctus, Sanctus » ; et humanitatem cum pueris dicens: « Benedictus, qui venit », etc. Deinde sacerdos secreto commemorat, primo quidem, pro quibus hoc sacrificium offertur, scilicet pro universali Ecclesia, et pro his qui in sublimitate sunt constituti [1. Timoth. 2. v. 2] ; et specialiter quosdam, qui offerunt, vel pro quibus offertur. Secundo, commemorat sanctos, quorum patrocinia implorat pro praedictis, cum dicit: « Communicantes et memoriam venerantes », etc. Tertio, petitionem concludit, cum dicit: « Ut haec oblatio sit illis2, pro quibus offertur, salutaris ».
Vervolgens wordt voor de consecratie, welke door goddelijke kracht wordt voltrokken, het volk tot godsvrucht opgewekt in de Praefatie, waar dan ook gemaand wordt « de harten omhoog 411te hebben bij den Heer ». Derhalve looft het volk, bij het einde der Praefatie, met godsvrucht de Godheid van Christus door met de engelen te zeggen: « Heilig, heilig, heilig », en met de kinderen aldus Zijn Menschheid: « Gezegend Hij, die komt ». Vervolgens gedenkt de priester in stilte, vooreerst hen, voor wie dit Offer opgedragen wordt nl. voor heel de Kerk en voor hen « die in overheid gesteld zijn » (I Tim. 2. 2) en in het bijzonder gedenkt de priester hen « die offeren of voor wie geofferd wordt ». Daarna gedenkt hij de heiligen wier voorspraak hij voor genoemde personen afsmeekt, wanneer hij zegt: « In gemeenschap verkeerend met en in herinnering roepend » enz. Dan sluit hij het gebed met de woorden: « Wil derhalve dit Offer » enz., opdat het Offer heilzaam zij voor hen voor wie het gebracht wordt.Vervolgens wordt voor de consecratie, welke door goddelijke kracht wordt voltrokken, het volk tot godsvrucht opgewekt in de Prefatie, waar dan ook gemaand wordt “de harten omhoog 411te hebben bij de Heer”. Derhalve looft het volk, bij het einde van de Prefatie, met godsvrucht de Godheid van Christus door met de engelen te zeggen: “Heilig, heilig, heilig”, en met de kinderen aldus Zijn Mensheid: “Gezegend Hij, die komt”. Vervolgens gedenkt de priester in stilte, vooreerst hen, voor wie dit Offer opgedragen wordt nl. voor heel de Kerk en voor hen “die in overheid gesteld zijn” (1 Tim. 2. 2) en in het bijzonder gedenkt de priester hen “die offeren of voor wie geofferd wordt”. Daarna gedenkt hij de heiligen wier voorspraak hij voor genoemde personen afsmeekt, wanneer hij zegt: “In gemeenschap verkerend met en in herinnering roepend” enz. Dan sluit hij het gebed met de woorden: “Wil derhalve dit Offer” enz., opdat het Offer heilzaam zij voor hen voor wie het gebracht wordt.
Deinde accedit ad ipsam consecrationem. In qua primo petit consecrationis effectum, cum dicit: « Quam oblationem tu Deus », etc. Secundo, consecrationem peragit per verba Salvatoris, cum dicit: « Qui pridie », etc. Tertio, excusat praesumptionem per obedientiam ad mandatum Christi, cum dicit: « Unde et memores », etc. Quarto, petit hoc sacrificium peractum 412esse Deo acceptum, cum dicit: « Supra quae propitio », etc. Quinto, petit hujus sacrificii et sacramenti effectum : primo quidem, quantum ad ipsos sumentes, cum dicit: « Supplices te rogamus » ; secundo, quantum ad mortuos, qui jam sumere non possunt, cum dicit: « Memento etiam, Domine », etc.; tertio, specialiter quantum ad ipsos sacerdotes offerentes, cum dicit: « Nobis quoque peccatoribus », etc.
Vervolgens gaat hij over tot de consecratie. Hierbij bidt hij eerst voor de uitwerking van de consecratie, zeggend: « Gewaardig U, God, dit Offer ». Hij voltrekt dan de consecratie met de woorden van den Heiland, als hij zegt: « Die op den vooravond » enz. Ten derde verontschuldigt hij zijn overmoed met de gehoorzaamheid aan Christus' bevel, als hij zegt: « Derhalve indachtig ». Ten vierde vraagt hij dat het Offer, dat voltrokken 412is, Gode aangenaam zij: « Over welke Gij met goedgunstig oog » enz. Ten vijfde bidt hij om het uitwerksel van dit Offer en Sacrament, en wel vooreerst voor hen, die het gaan nuttigen, als hij zegt: « Smeekend vragen wij U » en dan voor de dooden, die het niet meer nuttigen kunnen, als hij zegt: « Gedenkt ook, Heer, » enz. en tenslotte op bijzondere wijze voor de priesters, die het opdragen, met de woorden: « Gewaardig U Heer ook aan ons, zondaars » enz.Vervolgens gaat hij over tot de consecratie. Hierbij bidt hij eerst voor de uitwerking van de consecratie, zeggend: “Gewaardig U, God, dit Offer”. Hij voltrekt dan de consecratie met de woorden van de Heiland, als hij zegt: “Die op de vooravond” enz. Ten derde verontschuldigt hij zijn overmoed met de gehoorzaamheid aan Christus' bevel, als hij zegt: “Derhalve indachtig”. Ten vierde vraagt hij dat het Offer, dat voltrokken 412is, Gode aangenaam zij: “Over welke Gij met goedgunstig oog” enz. Ten vijfde bidt hij om het uitwerksel van dit Offer en Sacrament, en wel vooreerst voor hen, die het gaan nuttigen, als hij zegt: “Smekend vragen wij U” en dan voor de doden, die het niet meer nuttigen kunnen, als hij zegt: “Gedenkt ook, Heer,” enz. en tenslotte op bijzondere wijze voor de priesters, die het opdragen, met de woorden: “Gewaardig U Heer ook aan ons, zondaars” enz.
Deinde agitur de perceptione sacramenti. Et primo, praeparatur populus ad percipiendum. Primo quidem, per orationem communem totius populi, quae est oratio Dominica, in qua petimus panem quotidianum nobis dari; et etiam privatam, quam specialiter sacerdos pro populo offert, cum dicit: « Libera nos, quaesumus, Domine », etc. Secundo, praeparatur populus per pacem, quae datur dicendo: « Agnus Dei » ; est enim hoc sacramentum unitatis et pacis, ut supra dictum est [q. 67. art. 2; q. 73. art. 3. ad 3; art. 4; q. 79. art. 1.]. In missis tamen defunctorum, in quibus sacrificium offertur non pro pace praesenti, sed pro requie mortuorum, pax intermittitur.
Dan wordt er overgegaan tot het ontvangen van het Sacrament. En hierbij wordt eerst het volk voorbereid om het te ontvangen. Vooreerst door het gemeenschappelijk gebed van heel het volk wat is het Gebed des Heeren, waarin wij Hem vragen « ons het dagelijksch brood te geven » en ook door het afzonderlijke gebed, wat de priester afzonderlijk voor het volk verricht, waarin hij zegt: « Bevrijd, smeeken wij U, Heer ». — Op de tweede plaats wordt het volk voorbereid door den vredekus, welke geschonken wordt onder de woorden: « Lam Gods », want dit is het Sacrament van vrede en eenheid, zooals vroeger gezegd is (67e Kw. 2e Art.; 73e Kw. 3e Art. 3e Antw.; 4e Art.; 79e Kw. 1e Art.). In de Missen voor de overledenen, waarbij het Offer wordt opgedragen niet voor den vrede van deze aarde, maar voor de rust van de overledenen, wordt de vredekus echter niet gegeven.Dan wordt er overgegaan tot het ontvangen van het Sacrament. En hierbij wordt eerst het volk voorbereid om het te ontvangen. Vooreerst door het gemeenschappelijk gebed van heel het volk wat is het Gebed van de Heer, waarin wij Hem vragen “ons het dagelijks brood te geven” en ook door het afzonderlijke gebed, wat de priester afzonderlijk voor het volk verricht, waarin hij zegt: “Bevrijd, smeken wij U, Heer”. — Op de tweede plaats wordt het volk voorbereid door de vredekus, welke geschonken wordt onder de woorden: “Lam Gods”, want dit is het Sacrament van vrede en eenheid, zoals vroeger gezegd is (67e Kw. 2e Art.; 73e Kw. 3e Art. 3e Antw.; 4e Art.; 79e Kw. 1e Art.). In de Missen voor de overledenen, waarbij het Offer wordt opgedragen niet voor de vrede van deze aarde, maar voor de rust van de overledenen, wordt de vredekus echter niet gegeven.
413Deinde sequitur perceptio sacramenti: primo percipiente sacerdote, et postmodum aliis dante; quia, ut Dionysius dicit cap. 3. Eccles. Hierar. [§ 14.], « ille qui aliis divina tradit, primo debet ipse particeps esse ».
Daarna volgt het ontvangen van dit Sacrament, 413dat eerst door den priester genuttigd wordt, die het daarna aan de anderen uitreikt, omdat, gelijk Dionysius opmerkt « hij die anderen goddelijke gaven uitreikt, eerst zelf eraan deel moet hebben ».Daarna volgt het ontvangen van dit Sacrament, 413dat eerst door de priester genuttigd wordt, die het daarna aan de anderen uitreikt, omdat, gelijk Dionysius opmerkt “hij die anderen goddelijke gaven uitreikt, eerst zelf eraan deel moet hebben”.
Ultimo autem tota missae celebratio in gratiarum actione terminatur: populo exultante pro sumptione mysterii, quod significat cantus post Communionem, et sacerdote per orationem gratias offerente: sicut et Christus, celebrata coena cum discipulis hymnum dixit, ut dicitur Matth. 26. [v. 30].
Tenslotte eindigt de geheele viering van de Mis met de dankzegging, waarbij het volk juicht over het ontvangen van het Geheim, hetgeen beteekend wordt door den zang na de communie; en de priester door het gebed dankt, gelijk ook Christus na het Avondmaal met Zijn leerlingen een loflied zong, zooals staat bij Mattheus (26. 30).Tenslotte eindigt de gehele viering van de Mis met de dankzegging, waarbij het volk juicht over het ontvangen van het Geheim, hetgeen betekend wordt door de zang na de communie; en de priester door het gebed dankt, gelijk ook Christus na het Avondmaal met Zijn leerlingen een loflied zong, zoals staat bij Matteüs (26, 30).
Ad primum ergo dicendum quod consecratio solis verbis Christi conficitur. Alia vero necesse est addere ad praeparationem populi sumentis, sicut dictum est [in corp.].
Antwoord op de Bedenkingen. — 1. De consecratie komt alleen door de woorden van Christus tot stand. Al het andere is echter noodig om het volk op de nuttiging voor te bereiden, zooals gezegd is (in de Leerst.).Antwoord op de Bedenkingen. — 1. De consecratie komt alleen door de woorden van Christus tot stand. Al het andere is echter nodig om het volk op de nuttiging voor te bereiden, zoals gezegd is (in de Leerst.).
Ad secundum dicendum quod, sicut dicitur Joan. ult. [v. 25] multa sunt a Domino facta vel dicta, quae Evangelistae non scripserunt. Inter quae fuit hoc quod Dominus in coena oculos levavit in coelum. Quod tamen Ecclesia ex traditione apostolorum habuit. Rationabile enim videtur ut qui in suscitatione Lazari, ut habetur Joan. 11. [v. 41] et in oratione, quam 414pro discipulis fecit Joan. 17. [v. 1] oculos levavit ad Patrem, in hujus sacramenti institutione multo magis hoc fecerit tanquam in re potiori.
2. Zooals in Joannes (21. 25) gezegd wordt, is er veel door den Heer gedaan en gesproken, dat de evangelisten niet hebben opgeschreven. Daaronder was ook dit, dat de Heer Zijn oogen naar den hemel opsloeg bij het Avondmaal. Dit weet de Kerk uit de overlevering van de Apostelen. Want het lijkt redelijk, dat Hij, die bij de opwekking van Lazarus (Joan. 11. 41) en bij het gebed voor de leerlingen (Joan. 17. 1) Zijn oogen opsloeg 414naar den Vader, dit nog veel eerder heeft gedaan bij de instelling van dit Sacrament, omdat dit gewichtiger was.2. Zoals in Johannes (21, 25) gezegd wordt, is er veel door de Heer gedaan en gesproken, dat de evangelisten niet hebben opgeschreven. Daaronder was ook dit, dat de Heer Zijn ogen naar de hemel opsloeg bij het Avondmaal. Dit weet de Kerk uit de overlevering van de Apostelen. Want het lijkt redelijk, dat Hij, die bij de opwekking van Lazarus (Joh. 11. 41) en bij het gebed voor de leerlingen (Joh. 17. 1) Zijn ogen opsloeg 414naar de Vader, dit nog veel eerder heeft gedaan bij de instelling van dit Sacrament, omdat dit gewichtiger was.
Quod autem dicitur: « Manducate », et non: « Comedite », non differt quantum ad sensum. Nec multum refert, quid dicatur: praesertim cum verba illa non sint de forma, ut supra dictum est [q. 87. art. 1. ad 2, 4.]. Quod autem additur « omnes », intelligitur in verbis Evangelii, licet non exprimatur, quia ipse dixerat Joan. 6. [v. 54] : « Nisi manducaveritis carnem Filii hominis, non habebitis vitam in vobis ».
— Dat gezegd wordt: « nuttigt » en niet « eet », verschilt niet naar den zin. En het is van weinig belang, wat van beide gezegd wordt, vooral omdat deze woorden niet tot den vorm behooren, zooals boven (78e Kw. 1e Art. 2e en 4e Antw.) uiteengezet is. Dat eraan toegevoegd wordt « allen », kan men verklaren uit de woorden van het Evangelie (al staat het daar niet letterlijk), omdat Christus Zelf gezegd heeft (Joan. 6. 54) : « Zoo ge het Vleesch van den Menschenzoon niet eet, dan hebt ge het leven niet in u ».— Dat gezegd wordt: “nuttigt” en niet “eet”, verschilt niet naar de zin. En het is van weinig belang, wat van beide gezegd wordt, vooral omdat deze woorden niet tot de vorm behoren, zoals boven (78e Kw. 1e Art. 2e en 4e Antw.) uiteengezet is. Dat eraan toegevoegd wordt “allen”, kan men verklaren uit de woorden van het Evangelie (al staat het daar niet letterlijk), omdat Christus Zelf gezegd heeft (Joh. 6. 54): “Zo ge het Vlees van de Mensenzoon niet eet, dan hebt ge het leven niet in u”.
Ad tertium dicendum quod Eucharistia est sacramentum totius ecclesiasticae unitatis. Et ideo specialiter in hoc sacramento, magis quam in aliis, debet fieri mentio de omnibus quae pertinent ad salutem totius Ecclesiae.
3. De Eucharistie is het Sacrament van de geheele kerkelijke eenheid. En daarom moet juist bij dit Sacrament méér dan bij de andere melding gemaakt worden van alles, wat tot het welzijn van de geheele Kerk behoort.3. De Eucharistie is het Sacrament van de gehele kerkelijke eenheid. En daarom moet juist bij dit Sacrament méér dan bij de andere melding gemaakt worden van alles, wat tot het welzijn van de gehele Kerk behoort.
Ad quartum dicendum quod instructio fidei est duplex. Una, quae fit noviter imbuendis, scilicet catechumenis, et talis instructio fit circa baptismum. Alia autem est instructio, qua instruitur fidelis populus, qui communicat huic mysterio, et talis instructio fit in hoc sacramento. Et tamen ab hac instructione non repelluntur etiam catechumeni et infideles. Unde dicitur De Consecr. [Dist. 1. Can. Episcopus nullum] : « Episcopus nullum prohibeat ingredi 415ecclesiam et audire verbum Dei, sive Gentilem sive haereticum sive Judaeum, usque ad missam catechumenorum », in qua scilicet continetur instructio fidei.
4. Er is een dubbele onderrichting. Een voor pasbeginnenden, nl. voor de doopleerlingen en deze wordt bij het doopsel gegeven. Een andere onderrichting is er, waarbij het geloovige volk, dat aan dit Geheim deelneemt, onderwezen wordt. En zoo is de onderrichting bij dit Sacrament. Toch worden de doopleerlingen en ongeloovigen ook toegelaten bij dit onderricht. Vandaar staat 415er in een Decretaal: « De bisschop mag niemand beletten in de kerk te komen en er het woord Gods te hooren, noch heiden, noch ketter, noch Jood, zoolang de Mis der doopleerlingen duurt », waarin nl. het geloofsonderricht gegeven wordt.4. Er is een dubbele onderrichting. Een voor pasbeginnenden, nl. voor de doopleerlingen en deze wordt bij het doopsel gegeven. Een andere onderrichting is er, waarbij het gelovige volk, dat aan dit Geheim deelneemt, onderwezen wordt. En zo is de onderrichting bij dit Sacrament. Toch worden de doopleerlingen en ongelovigen ook toegelaten bij dit onderricht. Vandaar staat 415er in een Decretaal: “De bisschop mag niemand beletten in de kerk te komen en er het woord Gods te horen, noch heiden, noch ketter, noch Jood, zolang de Mis van de doopleerlingen duurt”, waarin nl. het geloofsonderricht gegeven wordt.
Ad quintum dicendum quod in hoc sacramento et major devotio requiritur quam in aliis sacramentis, propter hoc quod in hoc sacramento totus Christus continetur. Et etiam communior, quia in hoc sacramento requiritur devotio totius populi christiani, pro quo sacrificium offertur, et non solum percipientium sacramentum, sicut in aliis sacramentis. Et ideo, ut Cyprianus dicit [de Orat. Dom. n. 31.], « sacerdos praefatione praemissa, parat fratrum mentes, dicendo: Sursum corda, ut dum respondet plebs: Habemus ad Dominum, admoneatur nihil aliud se quam Deum cogitare debere ».
5. Dit Sacrament vraagt een grootere godsvrucht dan de andere, omdat dit Sacrament den heelen Christus bevat, en ook een meer algemeene, omdat in dit Sacrament vereischt wordt de godsvrucht van het heele volk, waarvoor het Offer wordt opgedragen en niet alleen van degenen, die het Sacrament ontvangen, zooals bij de andere sacramenten. En daarom merkt Cyprianus op: « Door de Praefatie te laten voorafgaan, bereidt de priester de gemoederen van de broeders voor, zeggend: « Omhoog de harten », opdat, wanneer het volk antwoordt « Wij verheffen ze tot den Heer », het eraan herinnerd worde aan niets anders dan aan God te denken ».5. Dit Sacrament vraagt een grotere godsvrucht dan de andere, omdat dit Sacrament de hele Christus bevat, en ook een meer algemene, omdat in dit Sacrament vereist wordt de godsvrucht van het hele volk, waarvoor het Offer wordt opgedragen en niet alleen van degenen, die het Sacrament ontvangen, zoals bij de andere sacramenten. En daarom merkt Cyprianus op: “Door de Prefatie te laten voorafgaan, bereidt de priester de gemoederen van de broeders voor, zeggend: ‘Omhoog de harten’, opdat, wanneer het volk antwoordt ‘Wij verheffen ze tot de Heer’, het eraan herinnerd worde aan niets anders dan aan God te denken”.
Ad sextum dicendum quod in hoc sacramento, sicut dictum est [in resp. ad 3.], tanguntur ea quae pertinent ad totam Ecclesiam. Et ideo quaedam dicuntur a choro, quae pertinent ad populum. Quorum quaedam chorus totaliter prosequitur: quae scilicet toti populo inspirantur. Quaedam vero 416populus prosequitur, sacerdote inchoante, qui personam Dei gerit: in signum quod talia pervenerunt ad populum ex revelatione divina, sicut fides et gloria coelestis. Et ideo sacerdos inchoat Symbolum fidei, et « Gloria in excelsis Deo ».
6. Zooals gezegd is (3e Antw.), wordt bij dit Sacrament aangeroerd wat tot de heele Kerk behoort. Daarom worden door het koor sommige gebeden gezegd die behooren tot het volk. Sommige ervan zingt het koor heelemaal, nl. diegene welke het heele volk aan het woord laten; andere neemt het over, nadat de priester, die de plaats van God inneemt, ze ingezet heeft, ten teeken dat deze door goddelijke openbaring tot het volk gekomen 416zijn, zooals het geloof en de hemelsche heerlijkheid. Daarom zet de priester de Geloofsbelijdenis en het « Eere zij God in den hooge » in.6. Zoals gezegd is (3e Antw.), wordt bij dit Sacrament aangeroerd wat tot de hele Kerk behoort. Daarom worden door het koor sommige gebeden gezegd die behoren tot het volk. Sommige ervan zingt het koor helemaal, nl. diegene welke het hele volk aan het woord laten; andere neemt het over, nadat de priester, die de plaats van God inneemt, ze ingezet heeft, ten teken dat deze door goddelijke openbaring tot het volk gekomen 416zijn, zoals het geloof en de hemelse heerlijkheid. Daarom zet de priester de Geloofsbelijdenis en het “Ere zij God in de hoge” in.
Quaedam vero dicuntur per ministros, sicut doctrina veteris et novi Testamenti, in signum quod per ministros a Deo missos est doctrina haec populis annuntiata.
Andere dingen worden door de dienaars gezegd, zooals de leer van het Nieuwe en Oude Verbond, ten teeken dat deze leer aan het volk verkondigd is door dienaars, die door God gezonden zijn.Andere dingen worden door de dienaars gezegd, zoals de leer van het Nieuwe en Oude Verbond, ten teken dat deze leer aan het volk verkondigd is door dienaars, die door God gezonden zijn.
Quaedam vero sacerdos solus prosequitur: quae scilicet ad proprium officium sacerdotis pertinent, ut scilicet « dona, et preces offerat pro populo », sicut dicitur Hebr. 5. [v. 1]. In his tamen quaedam dicit publice, scilicet quae pertinent et ad sacerdotem et ad populum, sicut sunt orationes communes.
Weer andere dingen zegt de priester alleen, nl. datgene wat tot de eigen taak van den priester behoort, welke hierin bestaat « dat hij de gaven en gebeden opdraagt voor het volk » (Hebr. 5. 1). Daarvan zegt hij soms iets luidop, nl. wat zoowel op den priester als op het volk betrekking heeft, zooals de gemeenschappelijke gebeden.Weer andere dingen zegt de priester alleen, nl. datgene wat tot de eigen taak van de priester behoort, welke hierin bestaat “dat hij de gaven en gebeden opdraagt voor het volk” (Hebr. 5. 1). Daarvan zegt hij soms iets luidop, nl. wat zowel op de priester als op het volk betrekking heeft, zoals de gemeenschappelijke gebeden.
Quaedam vero pertinent ad solum sacerdotem, sicut oblatio et consecratio. Et ideo quae circa haec sunt dicenda, occulte a sacerdote dicuntur. In utrisque tamen excitat attentionem populi, dicendo: « Dominus vobiscum », et expectat assensum dicentium: « Amen ». Et ideo, etiam in his quae secrete dicuntur, publice praemittit: « Dominus vobiscum », et subjungit: « Per omnia saecula saeculorum ». Vel secrete aliqua sacerdos 417dicit, in signum quod circa Christi passionem discipuli non nisi occulte confitebantur Christum.
Andere dingen echter zijn voorbehouden aan den priester zooals de offerande en de consecratie. Daarom wordt, wat daarmee verband houdt, door den priester in stilte gezegd. Voor beide gelegenheden wekt hij de aandacht van het volk op door te zeggen: « De Heer zij met u », en verwacht hij de instemming van hen, die zeggen moeten « Amen ». Daarom laat hij, ook aan wat hij in stilte zegt voorafgaan: « De Heer zij met u » en laat hij er op volgen: « Door alle eeuwen der eeuwen ». Ofwel zegt de priester iets in stilte, ten teeken dat tijdens Christus' lijden de leerlingen 417alleen maar in stilte Christus beleden.Andere dingen echter zijn voorbehouden aan de priester zoals de offerande en de consecratie. Daarom wordt, wat daarmee verband houdt, door de priester in stilte gezegd. Voor beide gelegenheden wekt hij de aandacht van het volk op door te zeggen: “De Heer zij met u”, en verwacht hij de instemming van hen, die zeggen moeten “Amen”. Daarom laat hij, ook aan wat hij in stilte zegt voorafgaan: “De Heer zij met u” en laat hij er op volgen: “Door alle eeuwen van de eeuwen”. Ofwel zegt de priester iets in stilte, ten teken dat tijdens Christus' lijden de leerlingen 417alleen maar in stilte Christus beleden.
Ad septimum dicendum quod efficacia verborum sacramentalium impediri potest per intentionem sacerdotis. Nec tamen est inconveniens quod a Deo petamus id quod certissime scimus ipsum facturum: sicut Christus Joan. 17. [v. 1, 5] petiit suam clarificationem. Non tamen videtur ibi sacerdos orare ut consecratio impleatur, sed ut nobis fiat fructuosa; unde signanter dicit: « Ut nobis corpus et sanguis fiat ». Et hoc significant verba quae praemittit, dicens: « Hanc oblationem facere digneris benedictam », secundum Augustinum [ex lib. de Corp. et Sang. Dom. Paschasii abb. cap. 12.], idest « per quam benedicamur », scilicet per gratiam; « adscriptam » idest « per quam in coelo adscribamur », « ratam », idest « per quam de visceribus Christi esse censeamur », « rationabilem », idest « per quam a bestiali sensu exuamur », « acceptabilem », « ut, qui nobis ipsis displicemus, per hanc acceptabiles ejus unico Filio simus ».
7. De kracht van de sacramenteele woorden kan door de bedoeling van den priester verijdeld worden. Bovendien is het niet onredelijk, dat wij God ook datgene vragen, waarvan wij zeker weten, dat Hij het zal doen, zooals Christus om Zijn verheerlijking bad (Joan. 17. 1, 5). Toch vraagt de priester wel niet, dat de consecratie moge plaats hebben, maar dat ze ons voordeelig moge zijn; daarom zegt hij juist « opdat voor ons deze offerande worde het Lichaam en Bloed van Christus ». En volgens Augustinus wijzen hierop de woorden die eraan voorafgaan: « Gewaardig U, deze offerande te doen zijn gezegend », d. i. « waardoor wij gezegend worden »; « opgeschreven » d. i. « waardoor wij in den hemel opgeschreven worden »; « wettig » d. i. « waardoor wij als tot Christus behoorend erkend worden »; « redelijk », d. i. « waardoor wij ontrukt worden aan onze dierlijke neigingen »; « welgevallig », d. i. « opdat wij, die aan ons zelf mishagen, hierdoor aan Zijn eenigen Zoon welgevallig mogen zijn ».7. De kracht van de sacramentele woorden kan door de bedoeling van de priester verijdeld worden. Bovendien is het niet onredelijk, dat wij God ook datgene vragen, waarvan wij zeker weten, dat Hij het zal doen, zoals Christus om Zijn verheerlijking bad (Joh. 17. 1, 5). Toch vraagt de priester wel niet, dat de consecratie moge plaats hebben, maar dat ze ons voordelig moge zijn; daarom zegt hij juist “opdat voor ons deze offerande worde het Lichaam en Bloed van Christus”. En volgens Augustinus wijzen hierop de woorden die eraan voorafgaan: “Gewaardig U, deze offerande te doen zijn gezegend”, d.i. “waardoor wij gezegend worden”; “opgeschreven” d.i. “waardoor wij in de hemel opgeschreven worden”; “wettig” d.i. “waardoor wij als tot Christus behorend erkend worden”; “redelijk”, d.i. “waardoor wij ontrukt worden aan onze dierlijke neigingen”; “welgevallig”, d.i. “opdat wij, die aan onszelf mishagen, hierdoor aan Zijn enigen Zoon welgevallig mogen zijn”.
Ad octavum dicendum quod licet hoc sacramentum ex seipso praeferatur omnibus antiquis sacrificiis, tamen sacrificia antiquorum fuerunt Deo 418acceptissima ex eorum devotione. Petit ergo sacerdos, ut sic hoc sacrificium acceptetur a Deo ex devotione offerentium, sicut illa accepta fuerunt Deo.
8. Ofschoon dit Offer zelf boven al de oude offers staat, toch waren deze aan God zeer welgevallig om betoonde godsvrucht. De priester vraagt dus, dat dit Offer aan God aangenaam moge 418zijn om de godsvrucht van de offeraars, zooals die andere het waren.8. Ofschoon dit Offer zelf boven al de oude offers staat, toch waren deze aan God zeer welgevallig om betoonde godsvrucht. De priester vraagt dus, dat dit Offer aan God aangenaam moge 418zijn om de godsvrucht van de offeraars, zoals die andere het waren.
Ad nonum dicendum quod sacerdos non petit, neque quod species sacramentales deferantur in coelum, neque corpus Christi verum, quod ibi esse non desinit. Sed petit hoc pro corpore mystico, quod scilicet in hoc sacramento significatur, ut scilicet orationes sacerdotis et populi angelus assistens divinis mysteriis Deo repraesentet; secundum illud Apoc. 8. [v. 4] : « Ascendit fumus incensorum de oblationibus sanctorum de manu angeli ». Sublime autem altare Dei dicitur vel ipsa Ecclesia triumphans, in quam transferri petimus, vel ipse Deus, cujus participationem petimus. De hoc enim altari dicitur Exod. 20. [v. 26] : « Non ascendes ad altare meum per gradus », idest « in Trinitate gradus non facies » [Gloss. interl.].
9. De priester vraagt niet dat de sacramenteele gedaanten ten hemel mogen gevoerd worden, evenmin het waarachtige Lichaam van Christus, dat niet opgehouden had daar te zijn. Maar hij vraagt dit voor het mystieke Lichaam, dat door dit Sacrament aangeduid wordt, opdat nl. de engel, die deze goddelijke Geheimen bijwoont, aan God moge brengen de gebeden van het volk en den priester, volgens het woord uit de Openbaring (8. 4) : « En de walm van den wierook steeg van het Offer der heiligen op uit de hand van den engel ». « Hoogverheven altaar Gods » wordt genoemd ofwel de zegepralende Kerk, waarheen wij bidden overgebracht te worden ofwel God Zelf, aan wien wij vragen te mogen deelnemen; over dit altaar wordt gezegd in het Boek van den Uittocht (20. 26) : « Bestijg mijn altaar niet langs treden ». d. w. z. volgens de Glossa « maak in de Drievuldigheid geen trappen ».9. De priester vraagt niet dat de sacramentele gedaanten ten hemel mogen gevoerd worden, evenmin het waarachtige Lichaam van Christus, dat niet opgehouden had daar te zijn. Maar hij vraagt dit voor het mystieke Lichaam, dat door dit Sacrament aangeduid wordt, opdat nl. de engel, die deze goddelijke Geheimen bijwoont, aan God moge brengen de gebeden van het volk en de priester, volgens het woord uit de Openbaring (8, 4): “En de walm van de wierook steeg van het Offer van de heiligen op uit de hand van de engel”. “Hoogverheven altaar Gods” wordt genoemd ofwel de zegepralende Kerk, waarheen wij bidden overgebracht te worden ofwel God Zelf, aan wie wij vragen te mogen deelnemen; over dit altaar wordt gezegd in het Boek van de Uittocht (20, 26): “Bestijg mijn altaar niet langs treden”. d. w. z. volgens de Glossa “maak in de Drievuldigheid geen trappen”.
Vel per angelum intelligitur ipse Christus, qui est magni consilii angelus, qui corpus suum mysticum Deo patri conjungit et Ecclesiae triumphanti.
Ook wordt onder den engel verstaan Christus Zelf, die is de Engel van den grooten raad, die Zijn mystiek Lichaam met God den Vader verbindt en met de zegepralende Kerk.Ook wordt onder de engel verstaan Christus Zelf, die is de Engel van de grote raad, die Zijn mystiek Lichaam met God de Vader verbindt en met de zegepralende Kerk.
Et propter hoc etiam « missa » nominatur, quia per angelum sacerdos preces ad Deum mittit: sicut populus per sacerdotem. Vel quia Christus est 419hostia nobis missa a Deo3. Unde et in fine missae diaconus in festivis diebus populum licentiat, dicens: « Ite, missa est », scilicet hostia ad Deum per angelum, ut scilicet sit Deo accepta.
En hiernaar wordt ook de Mis (d. i. zending) genoemd, omdat de priester door den engel de gebeden tot God opzendt, zooals 419het volk door den priester. Of ook omdat Christus het Offer is, dat voor ons opgezonden wordt. Zoo laat de diaken op het einde van de Mis op feestdagen het volk gaan, met de woorden: « Gaat, het is opgezonden », nl. het Offer is tot God opgezonden door den engel, opdat het Gode welgevallig zij.En hiernaar wordt ook de Mis (d.i. zending) genoemd, omdat de priester door de engel de gebeden tot God opzendt, zoals 419het volk door de priester. Of ook omdat Christus het Offer is, dat voor ons opgezonden wordt. Zo laat de diaken op het einde van de Mis op feestdagen het volk gaan, met de woorden: “Gaat, het is opgezonden”, nl. het Offer is tot God opgezonden door de engel, opdat het Gode welgevallig zij.
Utrum ea, quae in celebratione hujus sacramenti aguntur, sint convenientia
Is alles, wat bij de viering van dit Sacrament gedaan wordt, passend?
Ad quintum sic proceditur. Videtur quod ea quae in celebratione hujus sacramenti aguntur, non sint convenientia. Hoc enim sacramentum ad novum Testamentum pertinet, ut ex forma ipsius apparet. In novo autem Testamento non sunt observandae caeremoniae veteris Testamenti, ad quas pertinebat quod sacerdos et ministri aqua lavabantur quando accedebant ad offerendum; legitur enim Exod. 30. [v. 19, 20] : « Lavabunt Aaron et filii ejus manus suas ac pedes, quando ingressuri sunt tabernaculum testimonii 420et quando accessuri sunt ad altare ». Non est ergo conveniens quod sacerdos lavet manus suas inter missarum solemnia.
Bedenkingen. — Men beweert, dat niet alles wat bij de viering van dit Sacrament gedaan wordt, passend is. — 1. Dit Sacrament behoort tot het Nieuwe Verbond, zooals uit den vorm blijkt. In het Nieuwe Verbond nu moeten de ceremonies van het Oude Verbond niet in acht genomen worden. Hiertoe behoorde echter, dat de priesters en dienaars zich waschten voordat zij opgingen om te offeren. Immers er staat in het Boek van den Uittocht (30. 19, 20) : « Aäron en zijn zonen zullen hun handen en voeten wasschen, wanneer zij naar het altaar gaan ». Het 420is dus niet passend, dat de priester tijdens de Mis zijn handen wascht.Bedenkingen. — Men beweert, dat niet alles wat bij de viering van dit Sacrament gedaan wordt, passend is. — 1. Dit Sacrament behoort tot het Nieuwe Verbond, zoals uit de vorm blijkt. In het Nieuwe Verbond nu moeten de ceremonies van het Oude Verbond niet in acht genomen worden. Hiertoe behoorde echter, dat de priesters en dienaars zich wasten voordat zij opgingen om te offeren. Immers er staat in het Boek van de Uittocht (30, 19, 20): “Aäron en zijn zonen zullen hun handen en voeten wassen, wanneer zij naar het altaar gaan”. Het 420is dus niet passend, dat de priester tijdens de Mis zijn handen wast.
2. Praeterea, ibidem [Exod. 30. 7] Dominus mandavit quod Aaron adoleret incensum suave fragrans super altare, quod erat ante propitiatorium. Quod etiam pertinebat ad caeremonias veteris Testamenti. Inconvenienter ergo in missa sacerdos thurificatione utitur.
2. De Heer had aldaar voorgeschreven (Uitt. 30. 7), dat de priester « fijnen, welriekenden wierook zou branden » op het altaar, dat voor het verzoendeksel stond. Dit hoorde ook tot de ceremonies van het Oude Verbond. Onpassend is het dus, dat de priester in de Mis wierookt.2. De Heer had aldaar voorgeschreven (Uitt. 30. 7), dat de priester “fijnen, welriekenden wierook zou branden” op het altaar, dat voor het verzoendeksel stond. Dit hoorde ook tot de ceremonies van het Oude Verbond. Onpassend is het dus, dat de priester in de Mis wierookt.
3. Praeterea, ea quae in sacramentis Ecclesiae aguntur, non sunt iteranda. Inconvenienter igitur sacerdos multoties iterat crucesignationes super hoc sacramentum.
3. Wat bij de sacramenten van de Kerk gebeurt, mag niet herhaald worden. Dus is het niet passend, dat de priester meermalen een kruis maakt over dit Sacrament.
4. Praeterea, Apostolus dicit Hebr. 7. [v. 7] : « Sine ulla contradictione quod minus est, a majori benedicitur ». Sed Christus, qui est in hoc sacramento post consecrationem, est multo maior sacerdote. Inconvenienter igitur sacerdos post consecrationem benedicit hoc sacramentum cruce signando.
4. De Apostel zegt: « Het lijdt geen tegenspraak, dat het mindere wordt gezegend door het meerdere » (Hebr. 7. 7). Maar Christus, die na de consecratie in dit Sacrament is, is veel méér dan de priester. Het past den priester dus niet na de consecratie dit Sacrament met kruisteekens te zegenen.4. De Apostel zegt: “Het lijdt geen tegenspraak, dat het mindere wordt gezegend door het meerdere” (Hebr. 7. 7). Maar Christus, die na de consecratie in dit Sacrament is, is veel méér dan de priester. Het past de priester dus niet na de consecratie dit Sacrament met kruistekens te zegenen.
5. Praeterea, in sacramento Ecclesiae nihil debet fieri quod ridiculosum videatur. Videtur autem ridiculosum gesticulationes facere ad quas pertinere videtur quod sacerdos quandoque brachia extendit, manus jungit, 421digitos complicat, et seipsum inclinat. Ergo hoc non debet fieri in hoc sacramento.
5. Bij een sacrament van de Kerk moet vermeden worden, wat belachelijk schijnt. Het schijnt echter belachelijk gebaren te maken, waartoe behoort, dat de priester nu eens zijn armen uitstrekt, dan weer de handen vouwt, of de vingers vereenigt, of 421zelf buigt. Derhalve moest zooiets niet gebeuren bij dit Sacrament.5. Bij een sacrament van de Kerk moet vermeden worden, wat belachelijk schijnt. Het schijnt echter belachelijk gebaren te maken, waartoe behoort, dat de priester nu eens zijn armen uitstrekt, dan weer de handen vouwt, of de vingers verenigt, of 421zelf buigt. Derhalve moest zoiets niet gebeuren bij dit Sacrament.
6. Praeterea, ridiculosum etiam videtur quod sacerdos multoties se ad populum vertit, et multoties populum salutat. Non ergo debent haec fieri in celebratione hujus sacramenti.
6. Ook schijnt het lachwekkend, dat de priester zich herhaaldelijk naar het volk keert en dit begroet. Dat moest dus niet gebeuren tijdens de viering van dit Sacrament.
7. Praeterea, Apostolus 1. Cor. 1. [v. 13] pro inconvenienti habet quod Christus divisus sit. Sed post consecrationem Christus est in hoc sacramento. Inconvenienter ergo hostia frangitur a sacerdote.
7. De Apostel noemt het niet passend dat « Christus verdeeld is » (I Cor. 1. 13). Maar na de consecratie is Christus in dit Sacrament. Het past dus niet, dat de priester de hostie breekt.7. De Apostel noemt het niet passend dat “Christus verdeeld is” (1 Kor. 1. 13). Maar na de consecratie is Christus in dit Sacrament. Het past dus niet, dat de priester de hostie breekt.
8. Praeterea, ea quae in hoc sacramento aguntur, passionem Christi repraesentant. Sed in passione Christi corpus fuit divisum in locis quinque vulnerum. Ergo corpus Christi in quinque partes frangi deberet magis quam in tres.
8. Wat bij dit Sacrament gebeurt, beeldt het lijden van Christus uit. Maar tijdens het lijden werd het lichaam van Christus op de vijf plaatsen van de wonden verdeeld. Derhalve moet het Lichaam van Christus eerder in vijf deelen verdeeld worden dan in drie.8. Wat bij dit Sacrament gebeurt, beeldt het lijden van Christus uit. Maar tijdens het lijden werd het lichaam van Christus op de vijf plaatsen van de wonden verdeeld. Derhalve moet het Lichaam van Christus eerder in vijf delen verdeeld worden dan in drie.
9. Praeterea, totum corpus Christi in hoc sacramento seorsum consecratur a sanguine. Inconvenienter ergo una pars ejus sanguini miscetur.
9. Het heele Lichaam van Christus wordt in dit Sacrament afgescheiden van het Bloed geconsecreerd. Het is dus niet passend, dat een deel ervan met het Bloed vermengd wordt.9. Het hele Lichaam van Christus wordt in dit Sacrament afgescheiden van het Bloed geconsecreerd. Het is dus niet passend, dat een deel ervan met het Bloed vermengd wordt.
10. Praeterea, sicut corpus Christi proponitur in hoc sacramento ut cibus, ita et sanguis Christi ut potus. Sed sumptioni corporis Christi non adjungitur in celebratione missae alius corporalis cibus. Inconvenienter igitur 422sacerdos post sumptionem sanguinis Christi, vinum non consecratum sumit.
10. Evenals het Lichaam van Christus in dit Sacrament als spijs voorgezet wordt, zoo ook het Bloed van Christus als drank. Maar aan het nuttigen van Christus' Lichaam wordt bij de Mis geen andere lichamelijke spijs toegevoegd. Het is dus niet 422passend, dat de priester, na het nuttigen van het Bloed van Christus, ongeconsecreerden wijn drinkt.10. Evenals het Lichaam van Christus in dit Sacrament als spijs voorgezet wordt, zo ook het Bloed van Christus als drank. Maar aan het nuttigen van Christus' Lichaam wordt bij de Mis geen andere lichamelijke spijs toegevoegd. Het is dus niet 422passend, dat de priester, na het nuttigen van het Bloed van Christus, ongeconsecreerden wijn drinkt.
11. Praeterea, veritas debet respondere figurae. Sed de agno paschali qui fuit figura hujus sacramenti, mandatur [Exod. 12. 10] quod « non remaneret ex eo quidquam usque mane ». Inconvenienter igitur hostiae consecratae reservantur, et non statim sumuntur.
11. De werkelijkheid moet aan de voorafbeelding beantwoorden. Maar omtrent het paaschlam, dat een voorafbeelding was van dit Sacrament, was voorgeschreven (Uitt. 12. 10) dat men « niets mocht bewaren tot den morgen ». Het is dus niet passend, dat er geconsecreerde hosties bewaard worden en niet terstond genuttigd.11. De werkelijkheid moet aan de voorafbeelding beantwoorden. Maar omtrent het paaslam, dat een voorafbeelding was van dit Sacrament, was voorgeschreven (Uitt. 12. 10) dat men “niets mocht bewaren tot de morgen”. Het is dus niet passend, dat er geconsecreerde hosties bewaard worden en niet terstond genuttigd.
12. Praeterea, sacerdos pluraliter loquitur audientibus, cum dicit: « Dominus vobiscum », et « Gratias agamus ». Sed inconveniens videtur pluraliter loqui uni et maxime minori. Ergo inconveniens videtur quod sacerdos uno tantum ministro praesente celebret missam. Sic igitur videtur quod inconvenienter aliqua agantur in celebratione hujus sacramenti.
12. De priester spreekt in het meervoud tot de aanwezigen bijv. wanneer hij zegt: « De Heer is met u » en « Laten wij dankzeggen ». Maar het geeft geen pas tot één alleen in het meervoud te spreken en zeker niet als het een mindere is. Dus lijkt het ongepast, dat de priester de Mis opdraagt in tegenwoordigheid van slechts een dienaar. Zoo schijnen er dus bepaalde dingen rondom de viering van dit Sacrament, op minder passende wijze te gebeuren.12. De priester spreekt in het meervoud tot de aanwezigen bijv. wanneer hij zegt: “De Heer is met u” en “Laten wij dankzeggen”. Maar het geeft geen pas tot één alleen in het meervoud te spreken en zeker niet als het een mindere is. Dus lijkt het ongepast, dat de priester de Mis opdraagt in tegenwoordigheid van slechts een dienaar. Zo schijnen er dus bepaalde dingen rondom de viering van dit Sacrament, op minder passende wijze te gebeuren.
Sed in contrarium est Ecclesiae consuetudo, quae errare non potest, utpote a Spiritu Sancto instructa.
Daartegenover staat echter het gebruik in de Kerk, die niet kan dwalen, omdat zij onderricht wordt door den H. Geest.Daartegenover staat echter het gebruik in de Kerk, die niet kan dwalen, omdat zij onderricht wordt door de H. Geest.
Respondeo dicendum quod, sicut supra dictum est [q. 60. art. 6.], in sacramentis dupliciter aliquid significatur, scilicet verbis et factis, ad hoc 423quod sit perfectior significatio. Significantur autem verbis in celebratione hujus sacramenti quaedam pertinentia ad passionem Christi, quae repraesentatur in hoc sacramento; vel etiam ad corpus mysticum, quod significatur in hoc sacramento; et quaedam pertinentia ad usum hujus sacramenti, qui debet esse cum devotione et reverentia. Et ideo in celebratione hujus mysterii quaedam aguntur ad repraesentandam passionem Christi; vel etiam dispositionem corporis mystici; et quaedam aguntur pertinentia ad devotionem et reverentiam1 hujus sacramenti.
Leerstelling. — Zooals boven (60e Kw. 6e Art.) is gezegd, wordt iets bij de Sacramenten op tweevoudige wijze 423aangeduid nl. door woorden en door handelingen, opdat de uitbeelding volmaakter zou zijn. Nu worden bij de viering van dit Sacrament door woorden verschillende dingen uitgedrukt, die behooren tot het lijden van Christus, dat in dit Sacrament wordt uitgebeeld, of ook tot het mystiek Lichaam, dat door dit Sacrament wordt beteekend; en andere dingen, die betrekking hebben op het nuttigen van dit Sacrament, hetgeen geschieden moet met godsvrucht en eerbied. Daarom zullen er bij de viering van dit Sacrament sommige handelingen gebeuren om uit te beelden het lijden van Christus of ook de toestand van het mystieke Lichaam, en andere, die slaan op het godvruchtige en eerbiedige gebruik van dit Sacrament.Leerstelling. — Zoals boven (60e Kw. 6e Art.) is gezegd, wordt iets bij de Sacramenten op tweevoudige wijze 423aangeduid nl. door woorden en door handelingen, opdat de uitbeelding volmaakter zou zijn. Nu worden bij de viering van dit Sacrament door woorden verschillende dingen uitgedrukt, die behoren tot het lijden van Christus, dat in dit Sacrament wordt uitgebeeld, of ook tot het mystiek Lichaam, dat door dit Sacrament wordt betekend; en andere dingen, die betrekking hebben op het nuttigen van dit Sacrament, hetgeen geschieden moet met godsvrucht en eerbied. Daarom zullen er bij de viering van dit Sacrament sommige handelingen gebeuren om uit te beelden het lijden van Christus of ook de toestand van het mystieke Lichaam, en andere, die slaan op het godvruchtige en eerbiedige gebruik van dit Sacrament.
Ad primum ergo dicendum quod ablutio manuum fit in celebratione missae propter reverentiam hujus sacramenti. Et hoc dupliciter. Primo quidem, quia aliqua pretiosa tractare non consuevimus nisi manibus ablutis. Unde indecens videtur quod ad tantum sacramentum aliquis accedat manibus, etiam corporaliter, inquinatis. Secundo, propter significationem. Quia, ut Dionysius dicit cap. 3. Eccles. Hierar. [§ 10.] extremitatum ablutio 424significat emundationem etiam a minimis peccatis secundum illud Joan. 13. [v. 10] : « Qui lotus est, non indiget nisi ut pedes lavet ». Et talis emundatio requiritur ab eo qui accedit ad hoc sacramentum. Quod etiam significatur per confessionem quae fit ante Introitum missae. Et hoc idem significabat ablutio sacerdotum in veteri lege, ut ibidem Dionysius dicit.
Antwoord op de Bedenkingen. — 1. De handwassching tijdens de Mis geschiedt uit eerbied voor het Sacrament. En wel om twee redenen. Vooreerst zijn wij gewoon om kostbare zaken alleen maar met gewasschen handen aan te raken. Daarom is het ook onpassend, dat iemand tot zulk een Sacrament nadert met, zij het dan ook lichamelijk, vuile handen. Vervolgens om de beteekenis. Zooals Dionysius zegt, beteekent het wasschen van de vingertoppen, de reiniging van zelfs de kleinste zonden, 424volgens het woord uit Joannes (13. 10) : « Wie een bad heeft genomen, behoeft alleen nog maar zijn voeten te wasschen ». Zulk een reiniging wordt vereischt van hem, die dit Sacrament nadert. Dit wordt eveneens aangegeven door de schuldbekentenis, welke aan den Introitus van de Mis voorafgaat. En hetzelfde beteekende ook de wassching van de priesters in het Oude Verbond, zooals Dionysius zegt.Antwoord op de Bedenkingen. — 1. De handwassing tijdens de Mis geschiedt uit eerbied voor het Sacrament. En wel om twee redenen. Vooreerst zijn wij gewoon om kostbare zaken alleen maar met gewassen handen aan te raken. Daarom is het ook onpassend, dat iemand tot zulk een Sacrament nadert met, zij het dan ook lichamelijk, vuile handen. Vervolgens om de betekenis. Zoals Dionysius zegt, betekent het wassen van de vingertoppen, de reiniging van zelfs de kleinste zonden, 424volgens het woord uit Johannes (13, 10): “Wie een bad heeft genomen, behoeft alleen nog maar zijn voeten te wassen”. Zulk een reiniging wordt vereist van hem, die dit Sacrament nadert. Dit wordt eveneens aangegeven door de schuldbekentenis, welke aan de Introitus van de Mis voorafgaat. En hetzelfde betekende ook de wassing van de priesters in het Oude Verbond, zoals Dionysius zegt.
Nec tamen Ecclesia hoc servat tanquam caeremoniale veteris legis praeceptum, sed quasi ab Ecclesia institutum, sicut quiddam secundum se conveniens. Et ideo non eodem modo observatur, sicut tunc. Praetermittitur enim pedum ablutio, et servatur ablutio manuum, quae potest fieri magis in promptu, et quae sufficit ad significandam perfectam mundationem. Cum enim manus sit « organum organorum », ut dicitur 3. de Anima [cap. 8. n. 2.] omnia opera attribuuntur manibus. Unde et in Psalmo [25. 6] dicitur: « Lavabo inter innocentes manus meas ».
Toch neemt de Kerk dit niet in acht als een ceremonieel voorschrift van de Oude Wet, maar als een instelling van de Kerk, omdat het op zich zelf passend is. Daarom geschiedt het nu anders dan toen. Immers de voetwassching wordt achterwege gelaten en men wascht alleen de handen, wat gemakkelijker kan gebeuren en wat voldoende de volmaakte zuiverheid beteekent. Want omdat de hand het werktuig aller werktuigen is, zooals Aristoteles zegt, worden alle werken aan de handen toegeschreven. Daarom staat er ook in het Boek der Psalmen (25. 6) : « Ik zal mijn handen wasschen onder onschuldigen ».Toch neemt de Kerk dit niet in acht als een ceremonieel voorschrift van de Oude Wet, maar als een instelling van de Kerk, omdat het op zichzelf passend is. Daarom geschiedt het nu anders dan toen. Immers de voetwassing wordt achterwege gelaten en men wast alleen de handen, wat gemakkelijker kan gebeuren en wat voldoende de volmaakte zuiverheid betekent. Want omdat de hand het werktuig aller werktuigen is, zoals Aristoteles zegt, worden alle werken aan de handen toegeschreven. Daarom staat er ook in het Boek van de Psalmen (25, 6)a: “Ik zal mijn handen wassen onder onschuldigen”.
Ad secundum dicendum quod etiam thurificatione non utimur quasi caeremoniali praecepto legis, sed sicut Ecclesiae statuto. Unde non eodem modo utimur sicut in lege veteri erat statutum.
2. De bewierookingen geschieden ook niet om een ceremonieel voorschrift van de Wet, maar omdat de Kerk ze ingesteld heeft. Daarom doen wij ze niet op dezelfde wijze, waarop ze in de Oude Wet waren voorgeschreven.2. De bewierokingen geschieden ook niet om een ceremonieel voorschrift van de Wet, maar omdat de Kerk ze ingesteld heeft. Daarom doen wij ze niet op dezelfde wijze, waarop ze in de Oude Wet waren voorgeschreven.
425Pertinet autem ad duo. Primo quidem, ad reverentiam hujus sacramenti, ut scilicet per bonum odorem depellatur, si quid corporaliter pravi odoris in loco fuerit, quod posset provocare horrorem.
425Ze geschieden echter om twee redenen. Vooreerst uit eerbied voor dit Sacrament, opdat nl. door goeden geur verdreven zou worden, wat er aan lichamelijk slechten reuk in de kerk mocht zijn, waardoor afkeer opgewekt zou worden.
Secundo pertinet ad repraesentandum effectum gratiae, qua, sicut bono odore, Christus plenus fuit, secundum illud Gen. 27. [v. 27] : « Ecce odor filii mei, sicut odor agri pleni ». Et a Christo derivatur ad fideles officio ministrorum, secundum illud 2. Cor. 2. [v. 14] : « Odorem notitiae suae spargit per nos in omni loco ». Et ideo, undique thurificato altari, per quod Christus designatur, thurificantur omnes per ordinem.
Verder ter uitbeelding van de uitwerking der genade, waarvan Christus vervuld was, als van een goeden geur, naar het woord uit het Boek der Schepping (27. 27) : « Zie, de geur van mijn zoon is als de geur van een vollen akker », en die van Christus door de bediening van Zijn dienaars, op de geloovigen overgaat, zooals gezegd wordt in den Tweeden Brief aan de Corinthiërs (2. 14) : « Allerwege verspreidt Hij door ons den geur van diens kennis ». Daarom worden, nadat het altaar, waardoor Christus aangeduid wordt, bewierookt is, alle anderen volgens rangorde bewierookt.Verder ter uitbeelding van de uitwerking van de genade, waarvan Christus vervuld was, als van een goeden geur, naar het woord uit het Boek van de Schepping (27, 27): “Zie, de geur van mijn zoon is als de geur van een vollen akker”, en die van Christus door de bediening van Zijn dienaars, op de gelovigen overgaat, zoals gezegd wordt in de Tweede Brief aan de Korintiërs (2, 14): “Allerwege verspreidt Hij door ons de geur van diens kennis”. Daarom worden, nadat het altaar, waardoor Christus aangeduid wordt, bewierookt is, alle anderen volgens rangorde bewierookt.
Ad tertium dicendum quod sacerdos in celebratione missae utitur crucesignatione ad exprimendam passionem Christi, quae ad crucem est terminata. Est autem passio Christi quibusdam quasi gradibus peracta. Nam primo fuit Christi traditio: quae facta est a Deo, Juda, et Judaeis. Quod significat trina crucesignatio super illa verba: « Haec dona, haec munera, haec sancta sacrificia illibata ».
3. Bij de Mis maakt de priester kruisteekens om het lijden van Christus uit te drukken, dat op het Kruis werd voleindigd. Maar het lijden van Christus heeft trapsgewijze plaats gehad. Vooreerst werd Christus overgeleverd door God, door Judas en door de Joden. Dit wordt weergegeven door het driemaal bekruisen bij de woorden: « Deze gave, deze geschenken, deze heilige en onbevlekte Offers ».3. Bij de Mis maakt de priester kruistekens om het lijden van Christus uit te drukken, dat op het Kruis werd voleindigd. Maar het lijden van Christus heeft trapsgewijze plaats gehad. Vooreerst werd Christus overgeleverd door God, door Judas en door de Joden. Dit wordt weergegeven door het driemaal bekruisen bij de woorden: “Deze gave, deze geschenken, deze heilige en onbevlekte Offers”.
Secundo, fuit Christi venditio. Est autem venditus sacerdotibus, scribis, 426et pharisaeis. Ad quod significandum fit iterum trina crucesignatio supra illa verba: « Benedictam, adscriptam, ratam ». Vel ad ostendendum pretium venditionis, scilicet triginta denarios. Additur autem et duplex crux super illa verba: « Ut nobis corpus et sanguis », etc., ad designandam personam Judae venditoris et Christi venditi.
Vervolgens werd Christus verkocht, en wel door de priesters, 426schriftgeleerden en farizeën. Om dat aan te duiden worden er een andere maal drie kruisteekens gemaakt bij de woorden « gezegend, opgeschreven, wettig ». — Dit kan ook aanduiden den prijs van de verkoop, nl. dertig zilverlingen. — Er worden nog twee kruisteekens aan toegevoegd bij de woorden: « Opdat het voor ons het Lichaam en Bloed » enz., om aan te geven den persoon van Judas, die verkocht en van Christus, die verkocht werd.Vervolgens werd Christus verkocht, en wel door de priesters, 426schriftgeleerden en farizeën. Om dat aan te duiden worden er een andere maal drie kruistekens gemaakt bij de woorden “gezegend, opgeschreven, wettig”. — Dit kan ook aanduiden de prijs van de verkoop, nl. dertig zilverlingen. — Er worden nog twee kruistekens aan toegevoegd bij de woorden: “Opdat het voor ons het Lichaam en Bloed” enz., om aan te geven de persoon van Judas, die verkocht en van Christus, die verkocht werd.
Tertio, autem fuit praesignatio passionis Christi facta in coena. Ad quod designandum fiunt tertio duae cruces, una in consecratione corporis, alia in consecratione sanguinis, ubi utrobique dicitur: « Benedixit ».
Ten derde was er een voorafbeelding van het lijden van Christus in het Laatste Avondmaal. Om dit aan te geven worden er voor de derde maal twee kruisteekens gemaakt, een bij de consecratie van het Lichaam en een ander bij de consecratie van het Bloed, wanneer bij elk gezegd wordt: « Hij zegende het ».Ten derde was er een voorafbeelding van het lijden van Christus in het Laatste Avondmaal. Om dit aan te geven worden er voor de derde maal twee kruistekens gemaakt, een bij de consecratie van het Lichaam en een ander bij de consecratie van het Bloed, wanneer bij elk gezegd wordt: “Hij zegende het”.
Quarto, autem fuit ipsa passio Christi. Unde, ad repraesentandum quinque plagas Christi fit quarto quintuplex crucesignatio super illa verba: « Hostiam puram, hostiam sanctam, hostiam immaculatam, panem sanctum vitae aeternae, et calicem salutis perpetuae ».
Op de vierde plaats was er het lijden van Christus zelf. Daarom heeft er voor de vierde maal een bekruising en wel een vijfvoudige plaats, om de vijf wonden aan te duiden, bij de woorden: « Een zuiver Offer, een heilig Offer, een vlekkeloos Offer, het heilig Brood van het eeuwig leven en de kelk van het altijddurend heil ».Op de vierde plaats was er het lijden van Christus zelf. Daarom heeft er voor de vierde maal een bekruising en wel een vijfvoudige plaats, om de vijf wonden aan te duiden, bij de woorden: “Een zuiver Offer, een heilig Offer, een vlekkeloos Offer, het heilig Brood van het eeuwig leven en de kelk van het altijddurend heil”.
Quinto, repraesentatur extensio corporis, et effusio sanguinis, et fructus passionis per trinam crucesignationem, quae fit super illis verbis : « Corpus et sanguinem sumpserimus, omni benedictione », etc.
Ten vijfde wordt uitgebeeld, dat het Lichaam werd uitgerekt en het Bloed vloeide, en het lijden vruchtbaar was, door drie kruisteekens bij de woorden: « Wij die het Lichaam en Bloed nuttigen van allen zegen » enz.Ten vijfde wordt uitgebeeld, dat het Lichaam werd uitgerekt en het Bloed vloeide, en het lijden vruchtbaar was, door drie kruistekens bij de woorden: “Wij die het Lichaam en Bloed nuttigen van allen zegen” enz.
427Sexto, repraesentatur triplex oratio quam fecit in cruce: unam pro persecutoribus, cum dixit: « Pater, ignosce illis » ; secundam pro liberatione a morte, cum dixit: « Deus meus, Deus meus, ut quid dereliquisti me? » tertia pertinet ad adeptionem gloriae, cum dixit: « Pater, in manus tuas commendo spiritum meum ». Et ad hoc significandum fit trina crucesignatio super illa verba: « Sanctificas, vivificas, benedicis », etc.
427Ten zesde wordt in herinnering gebracht het drievoudige gebed, dat Christus op het Kruis bad, nl. een gebed voor de vervolgers, toen Hij sprak: « Vader, vergeef het hun »; een ander voor bevrijding van den dood, toen Hij uitriep: « Mijn God, mijn God, waarom hebt Gij mij verlaten? »; het derde behoort bij het verwerven van de glorie, toen Hij zeide: « Vader, in Uwe handen beveel Ik Mijn geest ». Daarvoor de drie kruisteekens bij de woorden: « Gij heiligt, maakt levend en zegent ».427Ten zesde wordt in herinnering gebracht het drievoudige gebed, dat Christus op het Kruis bad, nl. een gebed voor de vervolgers, toen Hij sprak: “Vader, vergeef het hun”; een ander voor bevrijding van de dood, toen Hij uitriep: “Mijn God, mijn God, waarom hebt Gij mij verlaten?”; het derde behoort bij het verwerven van de glorie, toen Hij zeide: “Vader, in Uw handen beveel Ik Mijn geest”. Daarvoor de drie kruistekens bij de woorden: “Gij heiligt, maakt levend en zegent”.
Septimo, repraesentantur tres horae, quibus pependit in cruce, scilicet a sexta usque ad horam nonam. Et ad hoc significandum fit iterum trina crucesignatio ad illa verba: « Per ipsum et cum ipso et in ipso ».
Ten zevende worden de drie uren uitgebeeld, gedurende welke Hij op het Kruis hing, nl. van het zesde tot het negende uur. Daarvoor weer drie kruisteekens bij de woorden: « Door Hem, en met Hem en in Hem ».Ten zevende worden de drie uren uitgebeeld, gedurende welke Hij op het Kruis hing, nl. van het zesde tot het negende uur. Daarvoor weer drie kruistekens bij de woorden: “Door Hem, en met Hem en in Hem”.
Octavo autem, repraesentatur separatio animae a corpore per duas cruces sequentes extra calicem factas.
Ten achtste wordt de scheiding van Ziel en Lichaam uitgebeeld door de twee kruisteekens die onmiddellijk daarna buiten den kelk gemaakt worden.Ten achtste wordt de scheiding van Ziel en Lichaam uitgebeeld door de twee kruistekens die onmiddellijk daarna buiten de kelk gemaakt worden.
Nono autem, repraesentatur resurrectio tertia die facta per tres cruces, quae fiunt ad illa verba: « Pax Domini sit semper vobiscum ».
Ten negende wordt de verrijzenis op den derden dag uitgebeeld door de drie kruisteekens, die gemaakt worden bij de woorden: « De vrede des Heeren zij altijd met u ».Ten negende wordt de verrijzenis op de derde dag uitgebeeld door de drie kruistekens, die gemaakt worden bij de woorden: “De vrede van de Heer zij altijd met u”.
Potest autem brevius dici quod consecratio hujus sacramenti et acceptatio hujus sacrificii et fructus ipsius procedit ex virtute crucis Christi, et ideo 428ubicumque fit mentio de aliquo horum, sacerdos crucesignatione utitur.
Men kan het ook korter zeggen. De consecratie van dit Sacrament en het aannemen van dit Offer en zijn vruchten hangen af van de kracht van Christus' Kruis. Daarom maakt de priester 428overal, waar melding gemaakt wordt van een van deze drie zaken, een kruisteeken.Men kan het ook korter zeggen. De consecratie van dit Sacrament en het aannemen van dit Offer en zijn vruchten hangen af van de kracht van Christus' Kruis. Daarom maakt de priester 428overal, waar melding gemaakt wordt van een van deze drie zaken, een kruisteken.
Ad quartum dicendum quod sacerdos post consecrationem non utitur crucesignatione ad benedicendum et consecrandum, sed solum ad commemorandum virtutem crucis et modum passionis Christi, ut ex dictis patet [in solut. praec.].
4. Na de consecratie gebruikt de priester het kruisteeken niet om te zegenen en te consecreeren, maar alleen om te herdenken de kracht van het Kruis en de wijze van het lijden, zooals boven (vorig Antw.) gezegd is.4. Na de consecratie gebruikt de priester het kruisteken niet om te zegenen en te consecreren, maar alleen om te herdenken de kracht van het Kruis en de wijze van het lijden, zoals boven (vorig Antw.) gezegd is.
Ad quintum dicendum quod ea quae sacerdos in missa facit, non sunt ridiculosae gesticulationes: fiunt enim ad aliquid repraesentandum. Quod enim sacerdos brachia extendit post consecrationem, significat extensionem brachiorum Christi in cruce.
5. Wat de priester tijdens de Mis doet, zijn geen lachwekkende gebaren, want alles gebeurt er om iets uit te beelden. Dat nl. de priester zijn armen uitstrekt na de consecratie, beteekent het uitstrekken van Christus' armen op het Kruis.5. Wat de priester tijdens de Mis doet, zijn geen lachwekkende gebaren, want alles gebeurt er om iets uit te beelden. Dat nl. de priester zijn armen uitstrekt na de consecratie, betekent het uitstrekken van Christus' armen op het Kruis.
Levat etiam manus orando, ad designandum quod oratio ejus dirigitur pro populo ad Deum, secundum illud Thren. 3. [v. 41] : « Levemus corda nostra cum manibus ad Dominum in coelos ». Et Exod. 17. [v. 11] dicitur, quod « cum levaret Moyses manus, vincebat Israël ».
Ook heft hij bij het bidden zijn handen op, om aan te geven dat zijn gebed voor het volk tot God opgestuurd wordt, volgens het woord uit de Klaagliederen (3. 41) : « Heffen wij ons hart en de handen omhoog tot God in den hemel », en uit het Boek van den Uittocht (17. 11) : « Zoolang Moses zijn handen omhoog hield, had Israël de overhand ».Ook heft hij bij het bidden zijn handen op, om aan te geven dat zijn gebed voor het volk tot God opgestuurd wordt, volgens het woord uit de Klaagliederen (3, 41): “Heffen wij ons hart en de handen omhoog tot God in de hemel”, en uit het Boek van de Uittocht (17, 11): “Zolang Moses zijn handen omhoog hield, had Israël de overhand”.
Quod autem manus interdum jungit, et se inclinat, est suppliciter et humiliter orantis, et designat humilitatem, et obedientiam Christi, ex qua passus est.
Dat hij soms zijn handen vouwt, en zich buigt, als iemand, die smeekend en nederig bidt, wijst terug op de nederigheid en gehoorzaamheid, waarmee Christus geleden heeft.Dat hij soms zijn handen vouwt, en zich buigt, als iemand, die smekend en nederig bidt, wijst terug op de nederigheid en gehoorzaamheid, waarmee Christus geleden heeft.
Digitos autem jungit post consecrationem, scilicet pollicem cum indice, 429quibus corpus Christi consecratum tetigerat, ut, si qua particula digitis adhaeserit, non dispergatur. Quod pertinet ad reverentiam sacramenti.
Na de consecratie houdt hij zijn vingers tegen elkaar, nl. den duim en den wijsvinger, waarmee hij het geconsecreerde Lichaam 429van Christus aangeraakt heeft, opdat, als er soms een deeltje aan de vingers is blijven zitten, dit niet eraf valt. Dit behoort tot den eerbied voor het Sacrament.Na de consecratie houdt hij zijn vingers tegen elkaar, nl. de duim en de wijsvinger, waarmee hij het geconsecreerde Lichaam 429van Christus aangeraakt heeft, opdat, als er soms een deeltje aan de vingers is blijven zitten, dit niet eraf valt. Dit behoort tot de eerbied voor het Sacrament.
Ad sextum dicendum quod quinquies se sacerdos vertit ad populum, ad significandum quod Dominus die resurrectionis quinquies se manifestavit, ut supra dictum est in tractatu de resurrectione Christi [q. 55. art. 3. arg. 3.]. Salutat autem septies populum, scilicet quinque vicibus quibus se convertit ad populum, et bis quando se non convertit, scilicet cum ante Praefationem dicit: « Dominus vobiscum », et cum dicit: « Pax Domini sit semper vobiscum » ; ad designandam septiformem gratiam Spiritus Sancti. Episcopus autem celebrans in festis in prima salutatione dicit: « Pax vobis », quod post resurrectionem discipulis dixit Dominus, cujus personam repraesentat praecipue episcopus.
6. Vijfmaal keert de priester zich tot het volk om aan te geven, dat de Heer op den dag van Zijn verrijzenis vijfmaal verschenen is, zooals boven in het tractaat over de Verrijzenis van Christus (55e Kw. 3e Art. 3e Bed.) gezegd is. Maar hij groet zevenmaal het volk nl. vijfmaal wanneer hij zich keert tot het volk en tweemaal zonder zich te keeren, nl. wanneer hij vóór de praefatie zegt: « De Heer zij met u » en wanneer hij zegt: « De vrede des Heeren zij altijd met u »; dit om aan te duiden de zevenvoudige genade van den H. Geest. De bisschop zegt, wanneer hij op feestdagen de Mis opdraagt, den eersten keer: « Vrede zij u », wat ook de Heer na Zijn verrijzenis gezegd heeft, omdat de bisschop op bijzondere wijze den persoon van Christus vertegenwoordigt.6. Vijfmaal keert de priester zich tot het volk om aan te geven, dat de Heer op de dag van Zijn verrijzenis vijfmaal verschenen is, zoals boven in het traktaat over de Verrijzenis van Christus (55e Kw. 3e Art. 3e Bed.) gezegd is. Maar hij groet zevenmaal het volk nl. vijfmaal wanneer hij zich keert tot het volk en tweemaal zonder zich te keren, nl. wanneer hij vóór de prefatie zegt: “De Heer zij met u” en wanneer hij zegt: “De vrede van de Heer zij altijd met u”; dit om aan te duiden de zevenvoudige genade van de H. Geest. De bisschop zegt, wanneer hij op feestdagen de Mis opdraagt, de eerste keer: “Vrede zij u”, wat ook de Heer na Zijn verrijzenis gezegd heeft, omdat de bisschop op bijzondere wijze de persoon van Christus vertegenwoordigt.
Ad septimum dicendum quod fractio hostiae tria significat: primum quidem, ipsam divisionem corporis Christi, quae facta est in passione; secundo, distinctionem corporis mystici secundum diversos status; tertio, distributionem gratiarum procedentium ex passione Christi, ut Dionysius dicit cap. 3. 430Ecclesiasticae Hierarchiae [§ 13.]. Unde talis fractio non inducit divisionem Christi.
7. Het breken van de hostie beteekent drie dingen. Vooreerst de verdeeling van het Lichaam van Christus tijdens het lijden; vervolgens de verdeeling van het mystiek Lichaam in zijn verschillende toestanden; ten derde, de uitdeeling van de genaden, die uit het lijden van Christus voortvloeien, zooals Dionysius 430zegt. Daarom brengt het breken geen verdeeling van Christus mee.7. Het breken van de hostie betekent drie dingen. Vooreerst de verdeling van het Lichaam van Christus tijdens het lijden; vervolgens de verdeling van het mystiek Lichaam in zijn verschillende toestanden; ten derde, de uitdeling van de genaden, die uit het lijden van Christus voortvloeien, zoals Dionysius 430zegt. Daarom brengt het breken geen verdeling van Christus mee.
Ad octavum dicendum quod, sicut Sergius papa dicit, et habetur De Consecr. [Dist. 2. Can. Triforme est], « Triforme est corpus Domini. Pars oblata in calicem missa corpus Christi quod jam resurrexit, monstrat »: scilicet ipsum Christum, et B. Virginem, vel si qui alii sancti cum corporibus jam sunt in gloria. « Pars comesta ambulantes adhuc super terram » : quia scilicet viventes in terra sacramento utuntur2, et passionibus conteruntur, sicut et panis comestus conteritur dentibus. « Pars in altari usque ad finem missae remanens est corpus jacens in sepulchro: quia usque in finem saeculi corpora sanctorum in sepulchris erunt »: quorum tamen animae sunt vel in purgatorio vel in coelo. Hic tamen ritus non servatur modo, ut scilicet una pars servetur usque in finem missae, propter periculum3. Manet tamen eadem significatio partium. Quam quidam metrice expresserunt dicentes: 431Hostia dividitur in partes, tincta beatos / Plene, sicca notat vivos, servata sepultos.
8. Terecht zegt Paus Sergius en ook een Decretaal: « Het Lichaam van Christus heeft drie vormen. Het deel, dat na het opdragen in den kelk gedaan wordt, wijst op het Lichaam van Christus, dat reeds verrezen is », nl. Christus, de H. Maagd en ook andere heiligen, die met hun lichaam in den hemel mochten zijn. « Het deel dat genuttigd wordt, wijst op het Lichaam van Christus, dat nog op aarde rondgaat », omdat nl. degenen, die nog op aarde leven, door dit Sacrament vereenigd worden en door lijden vermorzeld worden, evenals het brood bij het eten door de tanden stukgemalen wordt. « Het deel, dat op het altaar blijft tot aan het einde der Mis, stelt voor het Lichaam van Christus, dat in het graf bleef, omdat tot het einde der tijden de lichamen der heiligen in het graf blijven », wier zielen echter of in het vagevuur of in den hemel zijn. Deze ritus is echter nu niet meer in gebruik, nl. dat een deel bewaard wordt tot het einde der Mis, maar de beteekenis van de deelen is gebleven. Men heeft dit in versvorm zoo uitgedrukt: 431« Verdeeld wordt de hostie in stukken; / Het gemengde de zaligen aanduidt, / Het drooge de levenden, / De begravenen het bewaarde ».8. Terecht zegt Paus Sergius en ook een Decretaal: “Het Lichaam van Christus heeft drie vormen. Het deel, dat na het opdragen in de kelk gedaan wordt, wijst op het Lichaam van Christus, dat reeds verrezen is”, nl. Christus, de H. Maagd en ook andere heiligen, die met hun lichaam in de hemel mochten zijn. “Het deel dat genuttigd wordt, wijst op het Lichaam van Christus, dat nog op aarde rondgaat”, omdat nl. degenen, die nog op aarde leven, door dit Sacrament verenigd worden en door lijden vermorzeld worden, evenals het brood bij het eten door de tanden stukgemalen wordt. “Het deel, dat op het altaar blijft tot aan het einde van de Mis, stelt voor het Lichaam van Christus, dat in het graf bleef, omdat tot het einde van de tijden de lichamen van de heiligen in het graf blijven”, wier zielen echter of in het vagevuur of in de hemel zijn. Deze ritus is echter nu niet meer in gebruik, nl. dat een deel bewaard wordt tot het einde van de Mis, maar de betekenis van de delen is gebleven. Men heeft dit in versvorm zo uitgedrukt: 431“Verdeeld wordt de hostie in stukken; / Het gemengde de zaligen aanduidt, / Het droge de levenden, / De begravenen het bewaarde”.
Quidam tamen dicunt quod pars in calicem missa significat eos qui vivunt in hoc mundo; pars autem extra calicem servata significat plene beatos scilicet quantum ad animam et corpus; pars autem comesta significat caeteros.
Sommigen zeggen echter dat het deel, dat men in den kelk laat vallen, diegenen beteekent, die nog in deze wereld leven; het deel, dat buiten den kelk bewaard blijft op de naar ziel en lichaam gelukzaligen heenwijst, en het deel, dat genuttigd wordt al de overigen aanduidt.Sommigen zeggen echter dat het deel, dat men in de kelk laat vallen, diegenen betekent, die nog in deze wereld leven; het deel, dat buiten de kelk bewaard blijft op de naar ziel en lichaam gelukzaligen heenwijst, en het deel, dat genuttigd wordt al de overigen aanduidt.
Ad nonum dicendum quod per calicem duo possunt significari. Uno modo, ipsa passio Christi, quae repraesentatur in hoc sacramento. Et secundum hoc per partem in calicem missam significantur illi qui adhuc sunt participes passionum Christi.
9. Door den kelk kunnen twee zaken beteekend worden. Vooreerst het lijden, dat in dit Sacrament uitgebeeld wordt. En dan beteekent het deel, dat men in den kelk laat vallen, hen, die nog deel hebben aan het lijden van Christus.9. Door de kelk kunnen twee zaken betekend worden. Vooreerst het lijden, dat in dit Sacrament uitgebeeld wordt. En dan betekent het deel, dat men in de kelk laat vallen, hen, die nog deel hebben aan het lijden van Christus.
Alio modo, potest significari fruitio beata, quae etiam in hoc sacramento praefiguratur. Et ideo illi, quorum corpora jam sunt in plena beatitudine, significantur per partem in calicem missam. Et est notandum quod pars in calicem missa non debet populo dari in supplementum communionis: quia panem intinctum non porrexit Christus nisi Judae proditori.
Vervolgens kan de kelk beteekenen het zalig geluk, dat eveneens uitgebeeld wordt door dit Sacrament. En dan worden zij, wier lichamen reeds genieten van de gelukzaligheid, aangeduid met het deel, dat men in den kelk laat vallen. Opgemerkt moet worden, dat het deel, dat in den kelk gelaten wordt, niet aan het volk gegeven moet worden, als toevoeging bij de Communie, omdat Christus ook geen ingedoopt brood uitgereikt heeft behalve aan Judas, den verrader.Vervolgens kan de kelk betekenen het zalig geluk, dat eveneens uitgebeeld wordt door dit Sacrament. En dan worden zij, wier lichamen reeds genieten van de gelukzaligheid, aangeduid met het deel, dat men in de kelk laat vallen. Opgemerkt moet worden, dat het deel, dat in de kelk gelaten wordt, niet aan het volk gegeven moet worden, als toevoeging bij de Communie, omdat Christus ook geen ingedoopt brood uitgereikt heeft behalve aan Judas, de verrader.
Ad decimum dicendum quod vinum, ratione suae humiditatis, est ablutivum. Et ideo sumitur post susceptionem hujus sacramenti ad abluendum os, 432ne aliquae reliquiae remaneant: quod pertinet ad reverentiam sacramenti. Unde extra, De Celeb. Mis. [cap. Ex parte] dicitur: « Semper sacerdos vino os perfundere debet postquam totum percepit Eucharistiae sacramentum, nisi cum eodem die aliam missam debuerit celebrare, ne, si forte vinum perfusionis acciperet, celebrationem aliam impediret ». Et eadem ratione perfundit vino digitos quibus corpus Christi tetigerat.
10. Omdat wijn vochtig is, kan men ermee spoelen. Daarom wordt na de nuttiging van dit Sacrament wijn gedronken om 432den mond te reinigen, opdat er niets van het Sacrament achterblijft. Dit geschiedt dus uit eerbied voor het Sacrament. Vandaar staat er in een Decretaal: « De priester moet steeds met wijn den mond spoelen, nadat hij het heele Sacrament genuttigd heeft, behalve wanneer hij op denzelfden dag nog een andere Mis moet lezen, opdat hij niet door inslikken van dien voor spoelen bestemden wijn verhinderd wordt de andere Mis te lezen ». — Om dezelfde reden wascht hij ook met wijn de vingers, waarmee hij het Lichaam van Christus aangeraakt heeft.10. Omdat wijn vochtig is, kan men ermee spoelen. Daarom wordt na de nuttiging van dit Sacrament wijn gedronken om 432de mond te reinigen, opdat er niets van het Sacrament achterblijft. Dit geschiedt dus uit eerbied voor het Sacrament. Vandaar staat er in een Decretaal: “De priester moet steeds met wijn de mond spoelen, nadat hij het hele Sacrament genuttigd heeft, behalve wanneer hij op dezelfde dag nog een andere Mis moet lezen, opdat hij niet door inslikken van die voor spoelen bestemden wijn verhinderd wordt de andere Mis te lezen”. — Om dezelfde reden wast hij ook met wijn de vingers, waarmee hij het Lichaam van Christus aangeraakt heeft.
Ad undecimum dicendum quod veritas quantum ad aliquid debet respondere figurae: quia scilicet non debet pars hostiae consecratae, de qua sacerdos et ministri, vel etiam populus communicat, in crastinum reservari. Unde, ut habetur De Consecr. [Dist. 2. can. Tribus gradibus], Clemens I. papa statuit, quod « tanta holocausta in altari offerantur, quanta populo sufficere debeant. Quod si remanserint, in crastinum non reserventur, sed cum timore et tremore clericorum diligentia consumantur ».
11. De waarheid moet onder een bepaald opzicht aan de voorafbeelding beantwoorden, inzoover men nl. geen enkel deel van de geconsecreerde hostie, waarvan de priester en de dienaars of ook het volk genuttigd hebben, tot den volgenden dag moet bewaren. Daarom heeft Paus Clemens vastgesteld, zooals men in een Decretaal vindt: « Zooveel hosties moeten op het altaar geofferd worden, als voor het volk voldoende is. Blijven er over, dan mag men die niet tot den volgenden dag bewaren, maar moeten de geestelijken ze met schrik en beven eerbiedig nuttigen ».11. De waarheid moet onder een bepaald opzicht aan de voorafbeelding beantwoorden, inzover men nl. geen enkel deel van de geconsecreerde hostie, waarvan de priester en de dienaars of ook het volk genuttigd hebben, tot de volgende dag moet bewaren. Daarom heeft Paus Clemens vastgesteld, zoals men in een Decretaal vindt: “Zoveel hosties moeten op het altaar geofferd worden, als voor het volk voldoende is. Blijven er over, dan mag men die niet tot de volgende dag bewaren, maar moeten de geestelijken ze met schrik en beven eerbiedig nuttigen”.
Quia tamen hoc sacramentum quotidie sumendum est, non autem agnus paschalis quotidie sumebatur, ideo oportet alias hostias consecratas pro infirmis conservare. Unde in eadem Dist. [Can. Presbyter.] legitur: « 433Presbyter Eucharistiam semper habeat paratam ut, quando quis infirmatus fuerit, statim eum communicet ne sine communione moriatur ».
Daar dit Sacrament evenwel dagelijks genuttigd moet worden, terwijl het paaschlam niet dagelijks genuttigd werd, moet men andere geconsecreerde hosties bewaren voor de zieken. Daarom leest men op die plaats: « De priester moet de Eucharistie 433altijd gereed hebben, opdat, wanneer iemand ziek is, hij aanstonds kan communiceeren en niet zonder Communie sterft ».Daar dit Sacrament evenwel dagelijks genuttigd moet worden, terwijl het paaslam niet dagelijks genuttigd werd, moet men andere geconsecreerde hosties bewaren voor de zieken. Daarom leest men op die plaats: “De priester moet de Eucharistie 433altijd gereed hebben, opdat, wanneer iemand ziek is, hij aanstonds kan communiceren en niet zonder Communie sterft”.
Ad duodecimum dicendum quod in solemni celebratione missae plures debent adesse. Unde Soter papa dicit, ut habetur De Consec. [Dist. 1. Can. Hoc quoque.] : « Hoc quoque statutum est, ut nullus presbyterorum missarum solemnia celebrare praesumat, nisi, duobus praesentibus sibique respondentibus, ipse tertius habeatur: quia, cum pluraliter ab eo dicitur: Dominus vobiscum, et illud in secretis: Orate pro me, apertissime convenit ut ipsius respondeatur salutationi ». Unde et ad majorem solemnitatem ibidem statutum legitur [Can. Episcopus Dei.], quod episcopus cum pluribus missarum solemnia peragat.
12. Bij de plechtige Mis moeten altijd meerdere personen aanwezig zijn. Daarom zegt Paus Soter, zooals in een Decretaal staat: « Het is ook vastgesteld, dat geen priester een plechtige Mis mag opdragen, als er niet minstens twee aanwezigen zijn om hem te antwoorden, buiten hemzelf. Want daar hij in het meervoud zegt: « De Heer zij met u » en bij de Secreta: « Bidt voor mij », is het zeer passend, dat zij zijn groet beantwoorden ». Daarom ook is aldaar tot grooteren luister voorgeschreven, dat de bisschop met meerdere personen de Misplechtigheden moet verrichten.12. Bij de plechtige Mis moeten altijd meerdere personen aanwezig zijn. Daarom zegt Paus Soter, zoals in een Decretaal staat: “Het is ook vastgesteld, dat geen priester een plechtige Mis mag opdragen, als er niet minstens twee aanwezigen zijn om hem te antwoorden, buiten hemzelf. Want daar hij in het meervoud zegt: ‘De Heer zij met u’ en bij de Secreta: ‘Bidt voor mij’, is het zeer passend, dat zij zijn groet beantwoorden”. Daarom ook is aldaar tot groteren luister voorgeschreven, dat de bisschop met meerdere personen de Misplechtigheden moet verrichten.
In missis tamen privatis sufficit unum habere ministrum, qui gerit personam totius populi catholici, ex cujus persona sacerdoti pluraliter respondet.
In de stille Missen echter is het voldoende een misdienaar te hebben, die het heele katholieke volk vertegenwoordigt en daarom ook den priester in het meervoud antwoordt.In de stille Missen echter is het voldoende een misdienaar te hebben, die het hele katholieke volk vertegenwoordigt en daarom ook de priester in het meervoud antwoordt.
Utrum possit sufficienter occurri defectibus circa celebrationem hujus sacramenti occurrentibus, statuta ecclesiae observando
Kan men in de tekortkomingen, welke bij de viering van dit Sacrament voorkomen, voldoende voorzien door de voorschriften van de Kerk in acht te nemen?
434Ad sextum sic proceditur. Videtur quod non possit sufficienter occurri defectibus, qui circa celebrationem hujus sacramenti occurrunt, statuta Ecclesiae observando. Contingit enim quandoque quod sacerdos, ante consecrationem vel post, moritur vel alienatur, vel aliqua alia infirmitate impeditur ne sacramentum sumere possit, et missam perficere. Ergo videtur quod non possit impleri statutum Ecclesiae, quo praecipitur quod sacerdos consecrans suo sacrificio communicet.
434Bedenkingen. — Men beweert, dat men in de tekortkomingen, welke bij de viering van dit Sacrament voorkomen, niet voldoende kan voorzien door de voorschriften van de Kerk in acht te nemen. — 1. Want het gebeurt soms, dat de priester vóór of na de consecratie, sterft of in zwijm valt, of door een of andere ongesteldheid overvallen wordt, zoodat hij het Sacrament niet kan nuttigen noch de Mis beëindigen. Zoo schijnt het dus, dat het voorschrift van de Kerk niet nagekomen kan worden, waarin geboden wordt, dat de priester, die consecreert, aan zijn Offer ook deel moet nemen.434Bedenkingen. — Men beweert, dat men in de tekortkomingen, welke bij de viering van dit Sacrament voorkomen, niet voldoende kan voorzien door de voorschriften van de Kerk in acht te nemen. — 1. Want het gebeurt soms, dat de priester vóór of na de consecratie, sterft of in zwijm valt, of door een of andere ongesteldheid overvallen wordt, zodat hij het Sacrament niet kan nuttigen noch de Mis beëindigen. Zo schijnt het dus, dat het voorschrift van de Kerk niet nagekomen kan worden, waarin geboden wordt, dat de priester, die consecreert, aan zijn Offer ook deel moet nemen.
2. Praeterea, contingit quandoque quod sacerdos, ante consecrationem vel post, recolit se aliquid comedisse vel bibisse, vel etiam alicui peccato mortali subjacere, vel etiam excommunicationi, cujus prius memoriam non 435habebat. Necesse est ergo quod ille qui est in tali articulo constitutus, peccet mortaliter contra statutum Ecclesiae faciens, sive sumat sive non sumat.
2. Het gebeurt soms, dat de priester vóór of na de consecratie zich herinnert, dat hij iets gegeten heeft of gedronken, of in staat van doodzonde is, of geëxcommuniceerd is, waaraan hij te voren niet gedacht heeft. Het is dan noodzakelijk, dat hij, die zich in zulk een geval bevindt, een doodzonde doet door te 435handelen tegen een voorschrift van de Kerk, of hij dan communiceert of niet.2. Het gebeurt soms, dat de priester vóór of na de consecratie zich herinnert, dat hij iets gegeten heeft of gedronken, of in staat van doodzonde is, of geëxcommuniceerd is, waaraan hij te voren niet gedacht heeft. Het is dan noodzakelijk, dat hij, die zich in zulk een geval bevindt, een doodzonde doet door te 435handelen tegen een voorschrift van de Kerk, of hij dan communiceert of niet.
3. Praeterea, contingit quandoque quod in calicem musca vel aranea, vel aliquod animal venenosum cadit post consecrationem; vel etiam cognoscit sacerdos calici venenum esse immissum ab aliquo malevolo causa occidendi ipsum. In quo casu si sumat, videtur mortaliter peccare se occidendo, vel Deum tentando. Similiter, si non sumat, peccat contra statutum Ecclesiae faciens. Ergo videtur esse perplexus et subjectus necessitati peccandi. Quod est inconveniens.
3. Soms gebeurt het, dat er na de consecratie een vlieg of spin of een vergiftig beestje in den kelk valt; of dat de priester bemerkt, dat er vergif in den kelk gedaan is door een kwaadwillige, die hem wil dooden. In zulk een geval schijnt het, dat hij zwaar zondigt, als hij nuttigt, nl. door zelfmoord of door God op de proef te stellen. Nuttigt hij niet, dan zondigt hij door tegen het voorschrift van de Kerk te handelen. Hij schijnt dan geen uitweg te hebben en onderworpen te zijn aan de noodzakelijkheid van te zondigen. Dat is echter onaannemelijk.3. Soms gebeurt het, dat er na de consecratie een vlieg of spin of een vergiftig beestje in de kelk valt; of dat de priester bemerkt, dat er vergif in de kelk gedaan is door een kwaadwillige, die hem wil doden. In zulk een geval schijnt het, dat hij zwaar zondigt, als hij nuttigt, nl. door zelfmoord of door God op de proef te stellen. Nuttigt hij niet, dan zondigt hij door tegen het voorschrift van de Kerk te handelen. Hij schijnt dan geen uitweg te hebben en onderworpen te zijn aan de noodzakelijkheid van te zondigen. Dat is echter onaannemelijk.
4. Praeterea, contingit quandoque, quod per negligentiam ministri, aut aqua non ponitur in calice, aut etiam nec vinum, et hoc sacerdos advertit. Ergo in hoc etiam casu videtur esse perplexus sive sumat corpus sine sanguine, quasi imperfectum faciens sacramentum1 ; sive non sumat nec corpus nec sanguinem.
4. Het kan voorkomen, dat er door nalatigheid van den dienaar ofwel geen water in den kelk is of zelfs geen wijn en dat de priester dat merkt. Ook in dat geval heeft hij, naar het schijnt, geen uitweg: hetzij hij het Lichaam nuttigt zonder het Bloed, waardoor hij een onvolkomen Offer brengt, hetzij hij noch het Lichaam noch het Bloed nuttigt.4. Het kan voorkomen, dat er door nalatigheid van de dienaar ofwel geen water in de kelk is of zelfs geen wijn en dat de priester dat merkt. Ook in dat geval heeft hij, naar het schijnt, geen uitweg: hetzij hij het Lichaam nuttigt zonder het Bloed, waardoor hij een onvolkomen Offer brengt, hetzij hij noch het Lichaam noch het Bloed nuttigt.
5. Praeterea, contingit quandoque quod sacerdos non recolit se dixisse verba consecrationis, vel etiam alia quae in celebratione hujus sacramenti 436dicuntur. Videtur ergo peccare in hoc casu, sive reiteret verba super eamdem materiam, quae forte jam dixerat; sive utatur pane et vino non consecratis quasi consecratis.
5. Het kan gebeuren, dat de priester zich niet herinnert de woorden van de consecratie gezegd te hebben, of andere woorden, welke bij de consecratie van dit Sacrament gezegd worden. 436In dat geval schijnt hij te zondigen zoowel als hij de woorden herhaalt over de stof, die hij misschien al gezegd heeft, als wanneer hij het brood en den wijn nuttigt als geconsecreerd, terwijl ze niet geconsecreerd zijn.5. Het kan gebeuren, dat de priester zich niet herinnert de woorden van de consecratie gezegd te hebben, of andere woorden, welke bij de consecratie van dit Sacrament gezegd worden. 436In dat geval schijnt hij te zondigen zowel als hij de woorden herhaalt over de stof, die hij misschien al gezegd heeft, als wanneer hij het brood en de wijn nuttigt als geconsecreerd, terwijl ze niet geconsecreerd zijn.
6. Praeterea, contingit quandoque propter frigus quod sacerdoti dilabitur hostia in calicem, sive ante fractionem sive post. In hoc ergo casu non poterit sacerdos ritum Ecclesiae implere vel de ipsa fractione, vel etiam de hoc quod sola tertia pars mittatur in calicem.
6. Door de koude kan het soms gebeuren dat de priester de hostie in den kelk laat vallen vóór het breken of ook erna. In zulk een geval kan de priester niet den ritus van de Kerk in acht nemen in zake het breken of hierin, dat alleen maar een derde gedeelte in den kelk mag gelaten worden.6. Door de koude kan het soms gebeuren dat de priester de hostie in de kelk laat vallen vóór het breken of ook erna. In zulk een geval kan de priester niet de ritus van de Kerk in acht nemen in zake het breken of hierin, dat alleen maar een derde gedeelte in de kelk mag gelaten worden.
7. Praeterea, contingit quandoque quod per negligentiam sacerdotis sanguis Christi effunditur, vel etiam quod sacerdos sacramentum sumptum vomit, aut etiam quod hostiae consecratae tamdiu conservantur ut putrefiant; vel etiam a muribus corrodantur, vel etiam qualitercumque perdantur. In quibus casibus non videtur posse huic sacramento debita reverentia exhiberi secundum Ecclesiae statuta. Non videtur ergo quod his defectibus seu periculis occurri possit, salvis Ecclesiae statutis.
7. Het gebeurt soms, dat door de nalatigheid van den priester het Bloed van Christus wordt uitgestort; of ook, dat de priester na het Sacrament genuttigd te hebben, braakt; of ook, dat de geconsecreerde hosties zoolang bewaard worden, dat ze bederven; of dat de muizen eraan knagen, of dat de hosties hoe dan ook verloren gaan. In al die gevallen schijnt het onmogelijk te zijn, aan dit Sacrament den verschuldigden eerbied volgens de voorschriften der Kerk te bewijzen. Derhalve schijnt het, dat men aan deze tekortkomingen en gevaren niet te gemoet kan komen, door de voorschriften van de Kerk op te volgen.7. Het gebeurt soms, dat door de nalatigheid van de priester het Bloed van Christus wordt uitgestort; of ook, dat de priester na het Sacrament genuttigd te hebben, braakt; of ook, dat de geconsecreerde hosties zolang bewaard worden, dat ze bederven; of dat de muizen eraan knagen, of dat de hosties hoe dan ook verloren gaan. In al die gevallen schijnt het onmogelijk te zijn, aan dit Sacrament de verschuldigde eerbied volgens de voorschriften van de Kerk te bewijzen. Derhalve schijnt het, dat men aan deze tekortkomingen en gevaren niet te gemoet kan komen, door de voorschriften van de Kerk op te volgen.
Sed contra est quod sicut Deus, ita Ecclesia non praecipit aliquid impossibile.
Daartegenover staat echter, dat de Kerk, evenmin als God, het onmogelijke voorschrijft.
437Respondeo dicendum quod periculis seu defectibus circa hoc sacramentum contingentibus dupliciter potest occurri. Uno modo praeveniendo: ne scilicet periculum accidat. Alio modo, subsequendo, ut scilicet id quod accidit emendetur, vel adhibendo remedium, vel saltem per poenitentiam ejus qui negligenter egit circa hoc sacramentum.
437Leerstelling. — Men kan op tweevoudige wijze voorzien in de tekortkomingen, welke bij dit Sacrament kunnen voorvallen. Vooreerst door te voorkomen, dat er een ongeluk gebeurt. Vervolgens door te herstellen, zoodat nl. wat gebeurt, weggewerkt wordt, hetzij door een of ander middel aan te wenden, hetzij althans door het berouw van hem, die nalatig gehandeld heeft ten opzichte van dit Sacrament.437Leerstelling. — Men kan op tweevoudige wijze voorzien in de tekortkomingen, welke bij dit Sacrament kunnen voorvallen. Vooreerst door te voorkomen, dat er een ongeluk gebeurt. Vervolgens door te herstellen, zodat nl. wat gebeurt, weggewerkt wordt, hetzij door een of ander middel aan te wenden, hetzij althans door het berouw van hem, die nalatig gehandeld heeft ten opzichte van dit Sacrament.
Ad primum ergo dicendum quod si sacerdos morte aut infirmitati gravi occupetur ante consecrationem corporis et sanguinis Domini, non oportet ut per alium suppleatur.
Antwoord op de Bedenkingen. — 1. Wanneer een priester vóór de consecratie van het Lichaam en Bloed des Heeren sterft of door een ernstige ongesteldheid overvallen wordt, is het niet noodig, dat hij door een ander wordt vervangen.Antwoord op de Bedenkingen. — 1. Wanneer een priester vóór de consecratie van het Lichaam en Bloed van de Heer sterft of door een ernstige ongesteldheid overvallen wordt, is het niet nodig, dat hij door een ander wordt vervangen.
Si vero, incepta consecratione, hoc acciderit, puta consecrato corpore ante consecrationem sanguinis, vel etiam consecrato utroque, debet missae celebritas per alium expleri. Unde, ut habetur in Decret. [7. q. 1. cap. Nihil], in Toletano Concilio [scilicet 7. can. 2.] legitur: « Censuimus convenire ut, cum a sacerdotibus missarum tempore mysteria sacra consecrantur, si aegritudinis accidat cujuslibet eventus quo coeptum nequeant explere mysterium, sit liberum episcopo vel presbytero alteri consecrationem exequi 438incepti officii. Non enim aliud competit ad supplementum initiatis mysteriis, quam aut incipientis aut subsequentis benedictione sint completa sacerdotis: quia nec perfecta videri possunt nisi perfecto ordine compleantur. Cum enim simus omnes unum in Christo, nihil contrarium diversitas personarum format, ubi efficaciam prosperitatis unitas fidei repraesentat. Ne tamen quod naturae languoris causa consulitur, in praesumptionis perniciem convertatur, nullus, absque proventu patentis molestiae, minister vel sacerdos, cum coeperit, imperfecta officia praesumat omnino relinquere. Si quis hoc temerarie praesumpserit, excommunicationis sententiam sustinebit ».
Gebeurde het echter na het begin van de consecratie, b.v. na de consecratie van het Lichaam en vóórdat het Bloed geconsecreerd werd, of misschien na de consecratie van beide, dan moet een ander de Mis voortzetten. Daarom staat er in de Kerkvergadering van Toledo, zooals het in een Decretaal is opgenomen: « Wij hebben het passend geoordeeld, dat wanneer de heilige Geheimen gedurende de Mis door de priesters geconsecreerd worden en er een ziektegeval voorkomt, waardoor het begonnen Geheim niet voltrokken zou kunnen worden, het aan den bisschop of een anderen priester vrijstaat de consecratie van den begonnen dienst 438voort te zetten. Want het is voor het voltooien van begonnen Geheimen volstrekt noodig, dat ze door de zegening van den priester, die begonnen is of invalt, afgemaakt worden, omdat zij niet volmaakt zouden geacht worden, tenzij ze op de goede wijze voltooid worden. Daar wij immers allen één zijn in Christus, brengt het verschil van personen niets tegenstrijdigs mee, nu de eenheid van het geloof de krachtdadigheid van het welslagen aangeeft. Wat echter om reden van de slapheid der natuur wordt aangeraden, mag niemand brengen tot een verderfelijken overmoed. Geen priester of dienaar mag, wanneer hij eenmaal begonnen is, zijn werk onvoltooid laten, tenzij in het duidelijke geval van nood. Als iemand dit lichtvaardig durft te doen, zal hij de straf van excommunicatie moeten dragen ».Gebeurde het echter na het begin van de consecratie, bv. na de consecratie van het Lichaam en vóórdat het Bloed geconsecreerd werd, of misschien na de consecratie van beide, dan moet een ander de Mis voortzetten. Daarom staat er in de Kerkvergadering van Toledo, zoals het in een Decretaal is opgenomen: “Wij hebben het passend geoordeeld, dat wanneer de heilige Geheimen gedurende de Mis door de priesters geconsecreerd worden en er een ziektegeval voorkomt, waardoor het begonnen Geheim niet voltrokken zou kunnen worden, het aan de bisschop of een anderen priester vrijstaat de consecratie van de begonnen dienst 438voort te zetten. Want het is voor het voltooien van begonnen Geheimen volstrekt nodig, dat ze door de zegening van de priester, die begonnen is of invalt, afgemaakt worden, omdat zij niet volmaakt zouden geacht worden, tenzij ze op de goede wijze voltooid worden. Daar wij immers allen één zijn in Christus, brengt het verschil van personen niets tegenstrijdigs mee, nu de eenheid van het geloof de krachtdadigheid van het welslagen aangeeft. Wat echter om reden van de slapheid van de natuur wordt aangeraden, mag niemand brengen tot een verderfelijken overmoed. Geen priester of dienaar mag, wanneer hij eenmaal begonnen is, zijn werk onvoltooid laten, tenzij in het duidelijke geval van nood. Als iemand dit lichtvaardig durft te doen, zal hij de straf van excommunicatie moeten dragen”.
Ad secundum dicendum quod ubi difficultas occurrit, semper est accipiendum illud quod habet minus de periculo. Maxime autem periculosum circa hoc sacramentum est quod est contra perfectionem hujus sacramenti; quia hoc est immane sacrilegium.
2. Waar een moeilijkheid is, moet men altijd dat doen, wat het minste gevaar oplevert Voor dit Sacrament nu is het meest gevaarlijk, wat tegen de voltooiing van dit Sacrament is, omdat dat een grove heiligschennis is.
Minus autem est illud quod pertinet ad qualitatem sumentis. Et ideo, si sacerdos, post consecrationem incoeptam, recordetur se aliquid comedisse vel bibisse, nihilominus debet perficere sacrificium et sumere sacramentum. Similiter, si recordetur se peccatum aliquod 439commisisse, debet poenitere cum proposito confitendi et satisfaciendi, et sic non indigne sed fructuose sumere sacramentum. Et eadem ratio est, si meminerit se excommunicationi cuicumque subjacere. Debet enim assumere propositum humiliter absolutionem petendi: et sic per invisibilem Pontificem, Jesum Christum, absolutionem consequetur quantum ad hunc actum, quod peragat divina mysteria.
Minder is wat behoort tot de hoedanigheid van den ontvanger. Daarom moet een priester, wanneer hij na het begin van de consecratie zich herinnert iets gegeten of gedronken te hebben, toch het Offer voltooien en het Sacrament nuttigen. Eveneens 439moet hij, wanneer hij zich herinnert gezondigd te hebben, berouw verwekken, met het voornemen te biechten en zijn zonde uit te boeten; en zoo ontvangt hij niet onwaardig maar met vrucht dit Sacrament. En hetzelfde gaat op, als hij zich herinnert een excommunicatie op zich te hebben. Want hij moet het voornemen maken nederig om ontheffing te vragen en dan verkrijgt hij van de onzichtbare Overheid, Jezus Christus, de kwijtschelding, in zoover dat hij de goddelijke Geheimen kan volbrengen.Minder is wat behoort tot de hoedanigheid van de ontvanger. Daarom moet een priester, wanneer hij na het begin van de consecratie zich herinnert iets gegeten of gedronken te hebben, toch het Offer voltooien en het Sacrament nuttigen. Eveneens 439moet hij, wanneer hij zich herinnert gezondigd te hebben, berouw verwekken, met het voornemen te biechten en zijn zonde uit te boeten; en zo ontvangt hij niet onwaardig maar met vrucht dit Sacrament. En hetzelfde gaat op, als hij zich herinnert een excommunicatie op zich te hebben. Want hij moet het voornemen maken nederig om ontheffing te vragen en dan verkrijgt hij van de onzichtbare Overheid, Jezus Christus, de kwijtschelding, in zover dat hij de goddelijke Geheimen kan volbrengen.
Si vero ante consecrationem alicujus praedictorum sit memor, tutius reputarem, maxime in casu manducationis et excommunicationis, quod missam incoeptam desereret, nisi grave scandalum timeretur.
Maar is hij zich vóór de consecratie zulke zaken indachtig, dan acht ik het veiliger, vooral in geval van ontnuchtering en excommunicatie, dat hij met de Mis ophoudt, indien er geen vrees is voor groote ergernis.Maar is hij zich vóór de consecratie zulke zaken indachtig, dan acht ik het veiliger, vooral in geval van ontnuchtering en excommunicatie, dat hij met de Mis ophoudt, indien er geen vrees is voor grote ergernis.
Ad tertium dicendum quod si musca vel aranea in calicem ante consecrationem ceciderit, aut etiam venenum deprehenderit esse immissum, debet effundi, et abluto calice, denuo alium vinum poni consecrandum. Si vero aliquid horum post consecrationem acciderit, debet animal caute capi et diligenter lavari, et comburi, et ablutio, cum cineribus, in sacrarium mitti.
3. Als er een vlieg of spin vóór de consecratie in den kelk valt, of men bemerkt dat er vergif ingedaan is, dan moet men den kelk leeg maken en na hem omgespoeld te hebben opnieuw wijn erin doen om te consecreeren. — Gebeurt echter zoo iets na de consecratie, dan moet men voorzichtig het beestje eruit halen en zorgvuldig afwasschen en verbranden. Het waschwater met de asch moet men in het heilige putje doen.3. Als er een vlieg of spin vóór de consecratie in de kelk valt, of men bemerkt dat er vergif ingedaan is, dan moet men de kelk leeg maken en na hem omgespoeld te hebben opnieuw wijn erin doen om te consecreren. — Gebeurt echter zo iets na de consecratie, dan moet men voorzichtig het beestje eruit halen en zorgvuldig afwassen en verbranden. Het waswater met de as moet men in het heilige putje doen.
Si vero venenum ibi esse deprehenderit immissum, nullo modo debet sumere nec alii dare, ne calix vitae vertatur in mortem: sed debet diligenter 440in aliquo vasculo ad hoc apto cum reliquiis conservari. Et ne sacramentum remaneat imperfectum, debet aliud vinum apponere in calicem, et denuo resumere a consecratione sanguinis, et sacrificium perficere.
Bemerkt men dat er vergif in is, dan moet men het niet nuttigen en ook niet aan anderen geven, opdat niet de kelk des levens tot den dood strekke, maar men moet het met de resten in een daarvoor geschikt 440vaatwerk zorgvuldig bewaren. Opdat dan het Sacrament niet onvoltooid blijve, moet men wijn in den kelk doen en opnieuw beginnen bij de consecratie van het Bloed en zoo het Offer voltooien.Bemerkt men dat er vergif in is, dan moet men het niet nuttigen en ook niet aan anderen geven, opdat niet de kelk van het leven tot de dood strekke, maar men moet het met de resten in een daarvoor geschikt 440vaatwerk zorgvuldig bewaren. Opdat dan het Sacrament niet onvoltooid blijve, moet men wijn in de kelk doen en opnieuw beginnen bij de consecratie van het Bloed en zo het Offer voltooien.
Ad quartum dicendum quod si sacerdos ante consecrationem sanguinis et post consecrationem corporis, percipiat aut vinum aut aquam non esse in calice, debet statim apponere et consecrare.
4. Wanneer de priester na de consecratie van het Lichaam en vóór de consecratie van het Bloed merkt, dat er geen wijn of water in den kelk is, moet hij het aanstonds erbij doen en dan consecreeren.4. Wanneer de priester na de consecratie van het Lichaam en vóór de consecratie van het Bloed merkt, dat er geen wijn of water in de kelk is, moet hij het aanstonds erbij doen en dan consecreren.
Si vero post consecrationis verba perceperit, quod aqua desit, debet nihilominus procedere: quia impositio aquae, ut supra dictum est [q. 74. art. 7.], non est de necessitate sacramenti. Debet tamen puniri ille ex cujus negligentia hoc contingit.
Als hij het eerst na de woorden van de consecratie bemerkt, dat er geen water in is, moet hij niettemin verder gaan, omdat de toevoeging van water niet behoort tot de noodzakelijkheid van dit Sacrament, zooals boven (74e Kw. 7e Art.) gezegd is. Maar gestraft moet worden degene, door wiens nalatigheid dit geschiedt.Als hij het eerst na de woorden van de consecratie bemerkt, dat er geen water in is, moet hij niettemin verder gaan, omdat de toevoeging van water niet behoort tot de noodzakelijkheid van dit Sacrament, zoals boven (74e Kw. 7e Art.) gezegd is. Maar gestraft moet worden degene, door wiens nalatigheid dit geschiedt.
Nullo autem modo debet aqua vino jam consecrato misceri: quia sequeretur corruptio sacramenti pro aliqua parte, ut supra dictum est [q. 77. art. 8.].
In geen geval mag men water bij den geconsecreerden wijn doen, omdat daaruit een gedeeltelijk bederf van het Sacrament zou volgen, zooals boven (77e Kw. 8e Art.) gezegd is.In geen geval mag men water bij de geconsecreerde wijn doen, omdat daaruit een gedeeltelijk bederf van het Sacrament zou volgen, zoals boven (77e Kw. 8e Art.) gezegd is.
Si vero percipiat post verba consecrationis quod vinum non fuerit positum in calice, si quidem hoc percipiat ante sumptionem corporis, debet, deposita aqua, si ibi fuerit, imponere vinum cum aqua, et resumere a verbis consecrationis sanguinis. Si vero hoc perceperit post sumptionem corporis, aliam 441hostiam apponere debet iterum consecrandam simul cum sanguine.
Maar als de priester na de consecratie bemerkt, dat er geen wijn was in den kelk, en hij ziet dat vóór de nuttiging van het Lichaam, moet hij het water, dat erin mocht zijn, eruit doen en wijn met water nemen en beginnen bij de woorden van de consecratie van het Bloed. Bemerkt hij het eerst na de nuttiging van het Lichaam, dan moet hij ook nog een andere hostie nemen en ze tegelijk met het Bloed consecreeren.Maar als de priester na de consecratie bemerkt, dat er geen wijn was in de kelk, en hij ziet dat vóór de nuttiging van het Lichaam, moet hij het water, dat erin mocht zijn, eruit doen en wijn met water nemen en beginnen bij de woorden van de consecratie van het Bloed. Bemerkt hij het eerst na de nuttiging van het Lichaam, dan moet hij ook nog een andere hostie nemen en ze tegelijk met het Bloed consecreren.
Quod ideo dico quia, si diceret sola verba consecrationis sanguinis, non servaretur debitus ordo consecrandi: et, sicut dicitur in praedicto cap. Toletani Concilii [cit. in resp. ad 1.], « perfecta videri non possunt sacrificia nisi perfecto ordine compleantur ». Si vero inciperet a consecratione sanguinis et repeteret omnia verba consequentia, non competeret, nisi adesset hostia consecrata: cum in verbis illis occurrunt quaedam dicenda et fienda non solum circa sanguinem, sed etiam circa corpus. Et deberet in fine iterum sumere hostiam consecratam et sanguinem, non obstante etiam si prius sumpserit aquam quae erat in calice: quia praeceptum de perfectione sacramenti majoris est ponderis quam praeceptum quod sacramentum a jejunis sumatur, ut supra dictum est [resp. ad 2.].
441En dat zeg ik daarom, omdat indien hij alleen de woorden van de consecratie van het Bloed zou zeggen de vereischte volgorde van consecreeren niet in acht genomen zou worden en omdat zooals in de Kerkvergadering van Toledo gezegd wordt: « het Offer niet als voltooid kan beschouwd worden, tenzij het in juiste orde wordt voltrokken ». Indien hij nu zou beginnen met de consecratie van het Bloed en al het volgende zou herhalen, zou dit niet uitkomen, tenzij de geconsecreerde hostie erbij is, daar bij die gebeden sommige gezegden en handelingen voorkomen niet alleen voor het Bloed maar ook voor het Lichaam. Hij moet dan op het einde de nieuw geconsecreerde hostie nemen, en het Bloed, niettegenstaande dat hij reeds het in den kelk aanwezige water heeft genuttigd, want het voorschrift omtrent de voltooiing van het Sacrament is van grooter gewicht, dan het gebod dat dit Sacrament nuchter ontvangen moet worden, zooals boven (2e Antw.) gezegd is.441En dat zeg ik daarom, omdat indien hij alleen de woorden van de consecratie van het Bloed zou zeggen de vereiste volgorde van consecreren niet in acht genomen zou worden en omdat zoals in de Kerkvergadering van Toledo gezegd wordt: “het Offer niet als voltooid kan beschouwd worden, tenzij het in juiste orde wordt voltrokken”. Indien hij nu zou beginnen met de consecratie van het Bloed en al het volgende zou herhalen, zou dit niet uitkomen, tenzij de geconsecreerde hostie erbij is, daar bij die gebeden sommige gezegden en handelingen voorkomen niet alleen voor het Bloed maar ook voor het Lichaam. Hij moet dan op het einde de nieuw geconsecreerde hostie nemen, en het Bloed, niettegenstaande dat hij reeds het in de kelk aanwezige water heeft genuttigd, want het voorschrift omtrent de voltooiing van het Sacrament is van groter gewicht, dan het gebod dat dit Sacrament nuchter ontvangen moet worden, zoals boven (2e Antw.) gezegd is.
Ad quintum dicendum quod, licet sacerdos non recolat se dixisse aliqua eorum, quae dicere debuit, non tamen debet ex hoc mente perturbari. Non enim qui multa dicit, recolit omnia quae dixit: nisi forte aliquid in dicendo apprehenderit sub ratione jam dicti, sic enim aliquid efficitur memorabile. 442Unde si aliquis attente cogitet illud quod dicit, non tamen cogitet se dicere illud, non multum postea recolit se dixisse. Sic enim fit aliquid objectum memoriae, inquantum accipitur sub ratione praeteriti, sicut dicitur in lib. de Memoria [cap. 1.].
5. Ofschoon de priester zich niet herinnert alles gezegd te hebben, wat hij moest zeggen, behoeft hij daarom toch niet in de war te zijn. Immers hij die veel zegt herinnert zich niet alles, wat hij gezegd heeft, tenzij hij bij het spreken iets bemerkt als reeds gezegd, want zoo alleen wordt iets onthouden. Daarom zal iemand, die met heel zijn aandacht denkt aan hetgeen hij 442zegt, zich later niet goed herinneren het gezegd te hebben. Dan toch wordt iets voorwerp van het geheugen, wanneer men het ziet als verleden, zooals de Wijsgeer zegt.5. Ofschoon de priester zich niet herinnert alles gezegd te hebben, wat hij moest zeggen, behoeft hij daarom toch niet in de war te zijn. Immers hij die veel zegt herinnert zich niet alles, wat hij gezegd heeft, tenzij hij bij het spreken iets bemerkt als reeds gezegd, want zo alleen wordt iets onthouden. Daarom zal iemand, die met heel zijn aandacht denkt aan hetgeen hij 442zegt, zich later niet goed herinneren het gezegd te hebben. Dan toch wordt iets voorwerp van het geheugen, wanneer men het ziet als verleden, zoals de Wijsgeer zegt.
Si tamen sacerdoti probabiliter constet se aliqua omisisse, si quidem non sunt de necessitate sacramenti, non existimo quod propter hoc debeat resumere, immutando ordinem sacrificii, sed debet ulterius procedere. Si vero certificetur se omisisse aliquid eorum quae sunt de necessitate sacramenti, scilicet formam consecrationis, cum forma consecrationis sit de necessitate sacramenti sicut et materia, idem videtur faciendum quod dictum est [in solut. praec.] in defectu materiae: ut scilicet resumatur a forma consecrationis, et caetera per ordinem reiterentur, ne mutetur ordo sacrificii.
Als het echter voor den priester met waarschijnlijkheid vaststaat dat hij iets overgeslagen heeft wat niet noodzakelijk tot het Sacrament behoort, acht ik het niet noodig, dat hij daarmee weer begint en zoo de volgorde van het Offer verandert, maar hij moet gewoon doorgaan. Is hij echter zeker, dat hij iets vergeten heeft, wat noodzakelijk tot het Sacrament behoort, nl. den vorm van de consecratie, daar de vorm even noodzakelijk is voor het Sacrament als de stof, lijkt het dat hij hetzelfde moet doen als er gezegd is bij een tekortschieten van de stof, zoodat hij dan bij den vorm van de consecratie moet beginnen en al het overige opnieuw moet doen, opdat de volgorde van het Offer niet veranderd wordt.Als het echter voor de priester met waarschijnlijkheid vaststaat dat hij iets overgeslagen heeft wat niet noodzakelijk tot het Sacrament behoort, acht ik het niet nodig, dat hij daarmee weer begint en zo de volgorde van het Offer verandert, maar hij moet gewoon doorgaan. Is hij echter zeker, dat hij iets vergeten heeft, wat noodzakelijk tot het Sacrament behoort, nl. de vorm van de consecratie, daar de vorm even noodzakelijk is voor het Sacrament als de stof, lijkt het dat hij hetzelfde moet doen als er gezegd is bij een tekortschieten van de stof, zodat hij dan bij de vorm van de consecratie moet beginnen en al het overige opnieuw moet doen, opdat de volgorde van het Offer niet veranderd wordt.
Ad sextum dicendum quod fractio hostiae consecratae, et quod una sola pars mittatur in calicem, respicit corpus mysticum: sicut admixtio quae significat populum. Et ideo horum praetermissio non facit imperfectionem sacrificii, ut propter hoc sit necesse aliquid reiterare circa celebrationem hujus sacramenti.
6. Het breken van de geconsecreerde hostie, alsook dat een derde gedeelte ervan in den kelk gedaan wordt, heeft betrekking op het mystiek Lichaam, evenals de vermenging met water het volk aanduidt. Daarom veroorzaakt het nalaten ervan geen onvoltooid-zijn van het Offer, zoodat het noodig zou zijn iets over te doen bij de viering van dit Sacrament.6. Het breken van de geconsecreerde hostie, alsook dat een derde gedeelte ervan in de kelk gedaan wordt, heeft betrekking op het mystiek Lichaam, evenals de vermenging met water het volk aanduidt. Daarom veroorzaakt het nalaten ervan geen onvoltooid-zijn van het Offer, zodat het nodig zou zijn iets over te doen bij de viering van dit Sacrament.
Ad septimum dicendum, quod, sicut legitur De Consecr. [Dist. 2. Can. 443Si per negligentiam] ex decreto Pii I. papae: « Si per negligentiam aliquid de sanguine stillaverit in tabulam quae terrae adhaeret, lingua lambetur et tabula radetur. Si vero non fuerit tabula, terra radetur, et igni consumetur, et cinis intra altare condetur. Et sacerdos quadraginta diebus poeniteat. Si autem super altare stillaverit calix, sorbeat minister stillam. Et tribus diebus poeniteat. Si super linteum altaris, et ad aliud stilla pervenerit, quatuor diebus poeniteat. Si usque ad tertium, novem diebus poeniteat. Si usque ad quartum, viginti diebus poeniteat. Et linteamina quae stilla tetigerit, tribus vicibus lavet minister, calice subtus posito, et aqua ablutionis sumatur et juxta altare recondatur ». Posset etiam sumi in potum a ministro, nisi propter abominationem dimitteretur. Quidam autem ulterius partem illam linteaminum incidunt et comburunt, et cinerem in altari vel sacrario reponunt.
7. In een Decretaal vindt men uit het decreet van Paus Pius: 443« Indien er door onachtzaamheid iets van het Bloed gemorst wordt op de vloerbedekking, welke den grond raakt, moet deze met de tong schoongelikt worden en moet ze verder afgeschrapt worden. Was er geen vloerbedekking, dan moet de grond afgekrabd worden en in het vuur verbrand worden en de asch onder het altaar ingegraven worden. De priester moet dan veertig dagen boete doen. — Is er uit den kelk op het altaar gemorst, dan zal de priester den druppel opzuigen en drie dagen boete doen. — Is het op het altaarlinnen en wel zóó, dat het tot het tweede stuk doordringt, dan zal hij vier dagen boete doen; komt het tot het derde, dan negen dagen boete. Indien het zelfs doordringt tot het vierde, dan twintig dagen. Het altaarlinnen, dat door den druppel geraakt is, moet door den dienaar driemaal boven den kelk gewasschen worden; het water, waarmee gewasschen is, moet dan weggenomen en bij het altaar begraven worden ». Het zou ook door den priester opgedronken kunnen worden, als men er niet voor walgde zoo iets te doen. Sommigen snijden verder nog het bewuste gedeelte uit het altaarlinnen en verbranden het en leggen de asch bij het altaar of in het heilig putje.7. In een Decretaal vindt men uit het decreet van Paus Pius: 443“Indien er door onachtzaamheid iets van het Bloed gemorst wordt op de vloerbedekking, welke de grond raakt, moet deze met de tong schoongelikt worden en moet ze verder afgeschrapt worden. Was er geen vloerbedekking, dan moet de grond afgekrabd worden en in het vuur verbrand worden en de as onder het altaar ingegraven worden. De priester moet dan veertig dagen boete doen. — Is er uit de kelk op het altaar gemorst, dan zal de priester de druppel opzuigen en drie dagen boete doen. — Is het op het altaarlinnen en wel zó, dat het tot het tweede stuk doordringt, dan zal hij vier dagen boete doen; komt het tot het derde, dan negen dagen boete. Indien het zelfs doordringt tot het vierde, dan twintig dagen. Het altaarlinnen, dat door de druppel geraakt is, moet door de dienaar driemaal boven de kelk gewassen worden; het water, waarmee gewassen is, moet dan weggenomen en bij het altaar begraven worden”. Het zou ook door de priester opgedronken kunnen worden, als men er niet voor walgde zo iets te doen. Sommigen snijden verder nog het bewuste gedeelte uit het altaarlinnen en verbranden het en leggen de as bij het altaar of in het heilig putje.
Subditur autem ibidem [Can. Si quis.] ex Poenitentiali Bedae presbyteri [libr. de Remediis peccator. cap. De Ebrietate] : « Si quis per ebrietatem vel voracitatem Eucharistiam evomuerit, quadraginta diebus poeniteat, si 444laicus est2 ; clerici vel monachi, seu diaconi et presbyteri sexaginta diebus poeniteant; episcopus nonaginta. Si autem infirmitatis causa evomuerint, septem diebus poeniteant ».
Er staat nog aan toegevoegd uit het Poenitentiaal van Priester Beda: « Wanneer iemand tengevolge van dronkenschap of 444gulzigheid de Eucharistie uitbraakt, moet hij veertig dagen boete doen, als hij leek is; geestelijken of monniken of diakens en priesters zestig dagen; een bisschop negentig dagen. Gebeurt het echter uit zwakheid, dan moet men zeven dagen boete doen ».Er staat nog aan toegevoegd uit het Poenitentiaal van Priester Beda: “Wanneer iemand tengevolge van dronkenschap of 444gulzigheid de Eucharistie uitbraakt, moet hij veertig dagen boete doen, als hij leek is; geestelijken of monniken of diakens en priesters zestig dagen; een bisschop negentig dagen. Gebeurt het echter uit zwakheid, dan moet men zeven dagen boete doen”.
Et in eadem Dist. [Can. Qui bene.] legitur ex Concilio Arelatensi: « Qui non bene custodierit sacrificium, et mus vel aliquod animal illud comederit. quadraginta diebus poeniteat. Qui autem perdiderit illud in ecclesia, aut pars ejus ceciderit et non inventa fuerit, triginta diebus poeniteat ». Et eadem poenitentia videtur dignus sacerdos per cujus negligentiam hostiae consecratae putrefiunt.
Aldaar wordt ook aangehaald uit de Kerkvergadering van Orleans: « Wie niet zorgvuldig de hostie bewaart, zoodat een muis of ander dier het in de kerk opeet, zal veertig dagen moeten boeten. Wie het verliest in de kerk of een deel laat vallen zonder het terug te vinden, moet dertig dagen boete doen ». Een zelfde straf is, naar het schijnt, ook die priester waard door wiens nalatigheid de geconsecreerde hosties bederven.Aldaar wordt ook aangehaald uit de Kerkvergadering van Orleans: “Wie niet zorgvuldig de hostie bewaart, zodat een muis of ander dier het in de kerk opeet, zal veertig dagen moeten boeten. Wie het verliest in de kerk of een deel laat vallen zonder het terug te vinden, moet dertig dagen boete doen”. Een zelfde straf is, naar het schijnt, ook die priester waard door wiens nalatigheid de geconsecreerde hosties bederven.
Praedictis autem diebus debet poenitens jejunare et a communione cessare. Pensatis tamen conditionibus negotii et personae, potest minui vel addi ad poenitentiam praedictam.
Al deze dagen zal de boeteling moeten vasten en zich van de Communie onthouden. Maar naargelang den toestand van de zaak of den persoon, kan deze boete verminderd of vermeerderd worden.Al deze dagen zal de boeteling moeten vasten en zich van de Communie onthouden. Maar naargelang de toestand van de zaak of de persoon, kan deze boete verminderd of vermeerderd worden.
Hoc tamen observandam est quod ubicumque species integrae inveniuntur, sunt reverenter conservandae, vel etiam sumendae: quia, manentibus speciebus, manet ibi corpus Christi, ut supra dictum est [q. 76. art. 6. ad 3; 445q. 77. art. 4, 5.].
Echter moet men hierop letten, dat, waar er ongeschonden hosties gevonden worden, ze eerbiedig behandeld moeten worden en zelfs genuttigd: omdat zoolang de gedaanten blijven, ook het Lichaam van Christus blijft, zooals boven (76e Kw. 6e Art. 3e Antw.; 77e Kw. 4e en 5e Art.) gezegd is.Echter moet men hierop letten, dat, waar er ongeschonden hosties gevonden worden, ze eerbiedig behandeld moeten worden en zelfs genuttigd: omdat zolang de gedaanten blijven, ook het Lichaam van Christus blijft, zoals boven (76e Kw. 6e Art. 3e Antw.; 77e Kw. 4e en 5e Art.) gezegd is.
Ea vero, in quibus inveniuntur, si commode fieri potest sunt comburenda, cinere in sacrario recondito sicut de rasura tabulae dictum est.
De zaken, waarin ze gevonden worden, moeten verbrand 445worden, als het gevoegelijk kan gebeuren, en de asch moet in het heilig putje gelegd worden, zooals ook van het afkrabsel van den vloer gezegd is.De zaken, waarin ze gevonden worden, moeten verbrand 445worden, als het gevoegelijk kan gebeuren, en de as moet in het heilig putje gelegd worden, zoals ook van het afkrabsel van de vloer gezegd is.