Theologische Summa · Tertia Pars · De Sacramenten in het algemeenSumma · III · De Sacramenten in het algemeenSumma · III · Kw. 61Kw. 61
Quaestio LXI

De necessitate sacramentorum

Kwestie 61

Over de noodzakelijkheid der SacramentenOver de noodzakelijkheid van de Sacramenten

(Vier Artikelen)

37Deinde considerandum est de necessitate sacramentorum.

37Vervolgens moeten we handelen over de onontbeerlijkheid der Sacramenten,37Vervolgens moeten we handelen over de onontbeerlijkheid van de Sacramenten,

Et circa hoc quaeruntur quatuor. 1. Utrum sacramenta sint necessaria ad salutem humanam. — 2. Utrum fuerint necessaria in statu ante peccatum. — 3. Utrum fuerint necessaria in statu post peccatum ante Christum. — 4. Utrum fuerint necessaria post Christi adventum.

en met betrekking daartoe stellen we vier vragen : 1. Zijn de Sacramenten noodig voor de zaligheid der menschen? 2. Waren de Sacramenten noodig vóór de zonde? 3. Waren ze noodig na de zonde en vóór de komst van Christus? 4. Waren ze noodig na de komst van Christus?en met betrekking daartoe stellen we vier vragen: 1. Zijn de Sacramenten nodig voor de zaligheid van de mensen? 2. Waren de Sacramenten nodig vóór de zonde? 3. Waren ze nodig na de zonde en vóór de komst van Christus? 4. Waren ze nodig na de komst van Christus?

Articulus I

Utrum sacramenta sint necessaria ad humanam salutem

[4. Dist. 1. q. 1. art. 2. q. 1. et lib. 3. Contr. g. cap. 110. et lib. 4. cap. 55. fin. et cap. 56.]
Ie Artikel

Zijn de Sacramenten noodig tot de zaligheid der menschen?Zijn de Sacramenten nodig tot de zaligheid van de mensen?

antwoord 1 ↓

Ad primum sic proceditur. Videtur, quod sacramenta non sint necessaria 38ad humanam salutem. Dicit enim Apostolus 1. ad Timoth. 4 [v. 8] : « Corporalis exercitatio ad modicum utilis est. » Sed usus sacramentorum pertinet ad corporalem exercitationem, eo quod sacramenta perficiuntur in significatione sensibilium rerum et verborum, ut dictum est [q. praec. art. 6.]. Ergo sacramenta non sunt necessaria ad humanam naturam1.

Bedenkingen. — Men beweert dat de sacramenten niet 38noodig zijn tot de zaligheid der menschen. — 1. De Apostel zegt immers in zijn Ie Brief aan Timotheus (4, 8) : « De lichaamsoefening is van weinig nut ». Welnu het gebruik der sacramenten behoort tot de lichamelijke werken, want de sacramenten worden voltrokken door de beteekenis der stoffelijke zaken en der woorden, zooals gezegd werd (in de vorige Kwestie, Artikel 6). De menschen hebben dus de sacramenten niet noodig om zalig te worden.Bedenkingen. — Men beweert dat de sacramenten niet 38nodig zijn tot de zaligheid van de mensen. — 1. De Apostel zegt immers in zijn 1e Brief aan Timoteüs (4, 8): “De lichaamsoefening is van weinig nut”. Welnu het gebruik van de sacramenten behoort tot de lichamelijke werken, want de sacramenten worden voltrokken door de betekenis van de stoffelijke zaken en van de woorden, zoals gezegd werd (in de vorige Kwestie, Artikel 6). De mensen hebben dus de sacramenten niet nodig om zalig te worden.

antwoord 2 ↓

2. Praeterea, 2. ad Cor. 12 [v. 9] Apostolo dicitur: « Sufficit tibi gratia mea. » Non autem sufficeret, si sacramenta essent necessaria ad salutem. Non sunt ergo sacramenta saluti humanae necessaria.

2. De Apostel zegt in zijn IIe Brief aan de Korinthiërs (12, 9), dat God tot hem sprak : « Mijn genade is u genoeg ». Welnu die genade zou niet genoeg zijn, wanneer de sacramenten noodig zijn tot de zaligheid, bijgevolg zijn de sacramenten niet noodig tot de zaligheid der menschen.2. De Apostel zegt in zijn 2e Brief aan de Korintiërs (12, 9), dat God tot hem sprak: “Mijn genade is u genoeg”. Welnu die genade zou niet genoeg zijn, wanneer de sacramenten nodig zijn tot de zaligheid, bijgevolg zijn de sacramenten niet nodig tot de zaligheid van de mensen.

antwoord 3 ↓

3. Praeterea, posita causa sufficienti, nihil aliud videtur esse necessarium ad effectum. Sed passio Christi est sufficiens causa nostrae salutis. Dicit enim Apost. Rom. 5 [v. 10] : « Si cum inimici essemus, reconciliati sumus Deo per mortem Filii ejus, multo magis reconciliati salvi erimus in vita ipsius. » Non ergo requiruntur sacramenta ad salutem humanam.

3. Wanneer een voldoende oorzaak gesteld is, wordt er niets anders tot het uitwerksel vereischt. Welnu het lijden van Christus is een voldoende oorzaak voor onze zaligheid. De Apostel immers zegt in zijn Brief aan de Romeinen (5, 10) : « Zoo we met God zijn verzoend, door den dood van zijn Zoon, toen we nog vijanden waren, hoeveel te meer zullen we gered worden door zijn Leven, nu we met Hem zijn verzoend ». Bijgevolg zijn de sacramenten niet noodig tot de zaligheid der menschen.3. Wanneer een voldoende oorzaak gesteld is, wordt er niets anders tot het uitwerksel vereist. Welnu het lijden van Christus is een voldoende oorzaak voor onze zaligheid. De Apostel immers zegt in zijn Brief aan de Romeinen (5, 10): “Zo we met God zijn verzoend, door de dood van zijn Zoon, toen we nog vijanden waren, hoeveel te meer zullen we gered worden door zijn Leven, nu we met Hem zijn verzoend”. Bijgevolg zijn de sacramenten niet nodig tot de zaligheid van de mensen.

39Sed contra est, quod Augustinus dicit 19. contra Faustum [cap. 11.] : « In nullum nomen religionis, seu verum, seu falsum, coadunari homines possunt, nisi aliquo signaculorum seu sacramentorum visibilium consortio colligentur ». Sed necessarium est ad humanam salutem homines adunari in unum verae religionis nomen. Ergo sacramenta sunt necessaria ad humanam salutem.

39Daartegenover staat echter, wat Augustinus zegt in zijn Boek « Tegen Faustus » (19e B., 11e Art.) : « Het is onmogelijk de menschen te vereenigen in eenzelfden godsdienst, noch in den waren godsdienst, noch in een valschen godsdienst, wanneer ze niet vereenigd worden door een teeken of door zichtbare Sacramenten ». Welnu voor de zaligheid der menschen is het noodig ze te vereenigen in denzelfden waren godsdienst. Bijgevolg zijn de sacramenten noodig tot de zaligheid der menschen.39Daartegenover staat echter, wat Augustinus zegt in zijn Boek “Tegen Faustus” (19e B., 11e Art.): “Het is onmogelijk de mensen te verenigen in eenzelfde godsdienst, noch in de ware godsdienst, noch in een valsen godsdienst, wanneer ze niet verenigd worden door een teken of door zichtbare Sacramenten”. Welnu voor de zaligheid van de mensen is het nodig ze te verenigen in dezelfde ware godsdienst. Bijgevolg zijn de sacramenten nodig tot de zaligheid van de mensen.

Respondeo dicendum, quod sacramenta sunt necessaria ad humanam salutem, triplici ratione, quarum prima sumenda est ex conditione humanae naturae, cujus proprium est, ut per corporalia et sensibilia in spiritualia et intelligibilia deducatur. Pertinet autem ad divinam providentiam, ut unicuique rei provideat secundum modum suae conditionis; et ideo convenienter divina sapientia homini auxilia salutis confert sub quibusdam corporalibus et sensibilibus signis, quae sacramenta dicuntur. Secunda ratio sumenda est ex statu hominis, qui peccando se subdit per affectum corporalibus rebus. Ibi 40autem debet medicinale remedium homini adhiberi, ubi patitur morbum; et ideo conveniens fuit, ut Deus per quaedam corporalia signa homini spiritualem medicinam adhiberet, nam si spiritualia nuda ei proponerentur, eis animus applicari non posset corporalibus deditus. Tertia autem ratio sumenda est ex studio actionis humanae, quae praecipue circa corporalia versatur. Ne ergo esset homini durum, si totaliter a corporalibus actibus abstraheretur, proposita sunt ei corporalia exercitia in sacramentis, quibus salubriter exerceatur, ad evitanda superstitiosa exercitia, quae consistunt in cultu daemonum, vel qualitercumque noxia, quae consistunt in actibus peccatorum.

Leerstelling. — De sacramenten zijn noodig tot de zaligheid der menschen om drie redenen. De eerste reden ligt in de natuur van den mensch. Het is immers eigen aan de natuur van den mensch, om door het stoffelijke en het zinnelijke geleid te worden tot het geestelijke en het verstandelijke. Welnu het komt aan de goddelijke Voorzienigheid toe, voor iedere zaak te zorgen, overeenkomstig haar eigen manier van zijn. Daarom pastte het, dat de goddelijke Wijsheid aan den mensch de modellen ter zaligheid schonk onder stoffelijke en zinnelijk-waarneembare teekenen, die sacramenten genoemd worden. De tweede reden ligt in den staat van den mensch, die zich door te zondigen, naar de gehechtheid onderwerpt aan de stoffelijke zaken. Welnu de 40geneesmiddelen moeten aangewend worden, daar waar de ziekte woedt. En daarom past het, dat God door stoffelijke teekenen aan den mensch geestelijke geneesmiddelen schonk. Moest God immers geestelijke zaken zonder meer aan den mensch hebben aangeboden, dan zou de geest van den mensch — overgegeven aan het stoffelijke — ze niet hebben kunnen vatten. De derde reden ligt in den aard der menschelijke handeling, die meer stoffelijke dingen tot voorwerp heeft. Het zou den mensch te hard vallen zich volkomen af te trekken van alle stoffelijke handelingen, en daarom werden hem in de sacramenten stoffelijke handelingen voorgesteld, waardoor hij tot de zaligheid zou geoefend worden, opdat hij zóó alle bijgeloovige handelingen zou ontvluchten, die bestaan in den eeredienst der duivelen, en in het algemeen zou vermijden al wat schadelijk is voor zijn ziel, en wat het voorwerp is der zondige daden.Leerstelling. — De sacramenten zijn nodig tot de zaligheid van de mensen om drie redenen. De eerste reden ligt in de natuur van de mens. Het is immers eigen aan de natuur van de mens, om door het stoffelijke en het zinnelijke geleid te worden tot het geestelijke en het verstandelijke. Welnu het komt aan de goddelijke Voorzienigheid toe, voor iedere zaak te zorgen, overeenkomstig haar eigen manier van zijn. Daarom pastte het, dat de goddelijke Wijsheid aan de mens de modellen ter zaligheid schonk onder stoffelijke en zinnelijk-waarneembare tekenen, die sacramenten genoemd worden. De tweede reden ligt in de staat van de mens, die zich door te zondigen, naar de gehechtheid onderwerpt aan de stoffelijke zaken. Welnu de 40geneesmiddelen moeten aangewend worden, daar waar de ziekte woedt. En daarom past het, dat God door stoffelijke tekenen aan de mens geestelijke geneesmiddelen schonk. Moest God immers geestelijke zaken zonder meer aan de mens hebben aangeboden, dan zou de geest van de mens — overgegeven aan het stoffelijke — ze niet hebben kunnen vatten. De derde reden ligt in de aard van de menselijke handeling, die meer stoffelijke dingen tot voorwerp heeft. Het zou de mens te hard vallen zich volkomen af te trekken van alle stoffelijke handelingen, en daarom werden hem in de sacramenten stoffelijke handelingen voorgesteld, waardoor hij tot de zaligheid zou geoefend worden, opdat hij zó alle bijgelovige handelingen zou ontvluchten, die bestaan in de eredienst van de duivelen, en in het algemeen zou vermijden al wat schadelijk is voor zijn ziel, en wat het voorwerp is van de zondige daden.

Sic igitur per sacramentorum institutionem homo convenienter suae naturae eruditur per sensibilia; humiliatur, se corporalibus subjectum cognoscens, dum sibi per corporalia subvenitur; praeservatur etiam a noxiis actionibus per salubria exercitia sacramentorum.

De mensch wordt dus op die wijze door de instelling der sacramenten overeenkomstig zijn natuur door het zintuigelijk-waarneembare opgeleid, hij wordt erdoor vernederd en leert dat hij onderworpen is aan het stoffelijke, in zoover hij door stoffelijke dingen geholpen wordt; hij wordt gevrijwaard tegen schadelijke handelingen, door de zaligende oefening der sacramenten.De mens wordt dus op die wijze door de instelling van de sacramenten overeenkomstig zijn natuur door het zintuigelijk-waarneembare opgeleid, hij wordt erdoor vernederd en leert dat hij onderworpen is aan het stoffelijke, in zover hij door stoffelijke dingen geholpen wordt; hij wordt gevrijwaard tegen schadelijke handelingen, door de zaligende oefening van de sacramenten.

↑ bedenking 1

41Ad primum ergo dicendum, quod corporalis exercitatio, inquantum est corporalis, non multum utilis est; sed exercitatio per usum sacramentorum non est pure corporalis, sed quodammodo est spiritualis, scilicet per significationem et causalitatem.

41Antwoord op de Bedenkingen. — 1. Lichaamsoefeningen zijn op zichzelf beschouwd niet zeer nuttig. De oefeningen echter, die geschieden in het gebruik der sacramenten zijn niet lichamelijk, maar zijn eenigzins geestelijk, nl. door hun beteekenis en hun oorzakelijkheid.41Antwoord op de Bedenkingen. — 1. Lichaamsoefeningen zijn op zichzelf beschouwd niet zeer nuttig. De oefeningen echter, die geschieden in het gebruik van de sacramenten zijn niet lichamelijk, maar zijn enigszins geestelijk, nl. door hun betekenis en hun oorzakelijkheid.

↑ bedenking 2

Ad secundum dicendum, quod gratia Dei est sufficiens causa humanae salutis. Sed Deus dat hominibus gratiam secundum modum eis convenientem. Et ideo necessaria sunt hominibus sacramenta ad gratiam consequendam.

2. De genade van God is een voldoende oorzaak voor de zaligheid der menschen. God geeft echter hen de genade, overeenkomstig hun natuur, en daarom zijn de sacramenten voor de menschen noodig om de genade te verwerven.2. De genade van God is een voldoende oorzaak voor de zaligheid van de mensen. God geeft echter hen de genade, overeenkomstig hun natuur, en daarom zijn de sacramenten voor de mensen nodig om de genade te verwerven.

↑ bedenking 3

Ad tertium dicendum, quod passio Christi est sufficiens causa humanae salutis; nec propter hoc sequitur, quod sacramenta non sint necessaria ad humanam salutem, quia operantur in virtute passionis Christi, et passio Christi quodammodo applicatur hominibus per sacramenta, secundum illud Roman. 6 [v. 3] : « Quicumque baptizati sumus in Christo Jesu, in morte ipsius baptizati sumus. »

3. Het lijden van Christus is een voldoende oorzaak van de zaligheid der menschen, daaruit volgt echter niet, dat de sacramenten niet noodig zijn tot de zaligheid der menschen, want ze werken hun invloed uit door de kracht van Christus' lijden, en het lijden van Christus wordt op de menschen toegepast door de sacramenten, naar hetgeen geschreven staat in den Brief aan de Romeinen : (6, 3) : « Wij allen, die gedoopt zijn tot de gemeenschap met Christus Jezus, zijn gedoopt tot de gemeenschap met Zijn dood. »3. Het lijden van Christus is een voldoende oorzaak van de zaligheid van de mensen, daaruit volgt echter niet, dat de sacramenten niet nodig zijn tot de zaligheid van de mensen, want ze werken hun invloed uit door de kracht van Christus' lijden, en het lijden van Christus wordt op de mensen toegepast door de sacramenten, naar hetgeen geschreven staat in de Brief aan de Romeinen: (6, 3): “Wij allen, die gedoopt zijn tot de gemeenschap met Christus Jezus, zijn gedoopt tot de gemeenschap met Zijn dood.”

Articulus II

Utrum etiam ante peccatum fuerint homini necessaria sacramenta

[4. Dist. 1. q. 1. art. 2. q. 3.]
IIe Artikel

Waren vóór de zonde de Sacramenten noodig voor den mensch?Waren vóór de zonde de Sacramenten nodig voor de mens?

antwoord 1 ↓

42Ad secundum sic proceditur. Videtur, quod etiam ante peccatum fuerint homini necessaria sacramenta, quia, sicut dictum est [art. praec. ad 2.], sacramenta sunt necessaria homini ad gratiam consequendam. Sed etiam in statu innocentiae homo indigebat gratia, sicut in 1. habitum est [q. 95. art. 4. ad 1.]. Ergo etiam in statu illo erant necessaria sacramenta.

42Bedenkingen. — Men beweert, dat de sacramenten voor den mensch niet noodig waren vóór de zonde. — 1. Zooals immers werd aangetoond (vorig Artikel, 2e Antw.), zijn de sacramenten noodig voor den mensch om de genade te verwerven. Welnu, ook in den staat der onschuld had de mensch de genade noodig, zooals bewezen werd in het Eerste Deel (Kw. 85, art. 4, 1e Ant.). Bijgevolg waren de sacramenten ook noodig vóór de zonde.42Bedenkingen. — Men beweert, dat de sacramenten voor de mens niet nodig waren vóór de zonde. — 1. Zoals immers werd aangetoond (vorig Artikel, 2e Antw.), zijn de sacramenten nodig voor de mens om de genade te verwerven. Welnu, ook in de staat van de onschuld had de mens de genade nodig, zoals bewezen werd in het Eerste Deel (Kw. 85, art. 4, 1e Ant.). Bijgevolg waren de sacramenten ook nodig vóór de zonde.

antwoord 2 ↓

2. Praeterea, Sacramenta sunt necessaria homini secundum conditionem humanae naturae, sicut dictum est [art. praec.]. Sed eadem est natura hominis ante peccatum, et post peccatum. Ergo videtur, quod etiam ante peccatum homo indiguerit sacramentis.

2. De sacramenten zijn er noodig voor den mensch, overeenkomstig met zijn natuur, zooals (in het vorig Artikel) gezegd werd. Welnu de natuur van den mensch is dezelfde vóór en na de zonde. Bijgevolg had de mensch ook vóór de zonde de sacramenten noodig.2. De sacramenten zijn er nodig voor de mens, overeenkomstig met zijn natuur, zoals (in het vorig Artikel) gezegd werd. Welnu de natuur van de mens is dezelfde vóór en na de zonde. Bijgevolg had de mens ook vóór de zonde de sacramenten nodig.

antwoord 3 ↓

3. Praeterea, matrimonium est quoddam sacramentum, secundum illud Ephes. 5 [v. 32] : « Sacramentum hoc magnum est; ego autem dico 43in Christo et Ecclesia. » Sed matrimonium fuit institutum ante peccatum, ut dicitur Gen. 2. [vv. 22 sqq.]. Ergo sacramenta erant necessaria homini ante peccatum.

3. Het huwelijk is een sacrament, volgens de woorden uit den Brief aan de Ephesiërs (5, 32) : « Dit geheim is groot; ik 43bedoel : zijn verhouding tot Christus en de Kerk ». Welnu het huwelijk werd ingesteld vóór de zonde, zooals we lezen in het Boek der Schepping (2, 2 vv.). Bijgevolg waren de sacramenten noodig voor de menschen vóór de zonde.3. Het huwelijk is een sacrament, volgens de woorden uit de Brief aan de Efesiërs (5, 32): “Dit geheim is groot; ik 43bedoel: zijn verhouding tot Christus en de Kerk”. Welnu het huwelijk werd ingesteld vóór de zonde, zoals we lezen in het Boek van de Schepping (2, 2 vv.). Bijgevolg waren de sacramenten nodig voor de mensen vóór de zonde.

Sed contra est, quod medicina non est necessaria nisi aegroto, secundum illud Matth. 9 [v. 12] : « Non est opus sanis medicus. » Sed sacramenta sunt quaedam spirituales medicinae, quae adhibentur contra vulnera peccati. Ergo non fuerunt necessaria ante peccatum.

Daartegenover staat echter, dat geneesmiddelen niet noodig zijn dan voor de zieken, volgens de woorden van Mattheus (9, 12) : « De gezonden hebben geen geneesheer noodig ». Welnu, de sacramenten zijn geestelijke geneesmiddelen die gebruikt worden tegen de wonde der zonden. Dus waren ze niet noodig vóór de zonde.Daartegenover staat echter, dat geneesmiddelen niet nodig zijn dan voor de zieken, volgens de woorden van Matteüs (9, 12): “De gezonden hebben geen geneesheer nodig”. Welnu, de sacramenten zijn geestelijke geneesmiddelen die gebruikt worden tegen de wonde van de zonden. Dus waren ze niet nodig vóór de zonde.

Respondeo dicendum, quod in statu innocentiae ante peccatum sacramenta necessaria non fuerunt. Cujus ratio accipi potest ex rectitudine status illius, in quo superiora inferioribus dominabantur, et nullo modo dependebant ab eis. Sicut enim mens suberat Deo, ita menti suberant inferiores animae vires, et ipsi animae corpus. Contra hunc autem ordinem esset, si anima perficeretur, vel quantum ad scientiam, vel quantum ad gratiam, per 44aliquid corporale, quod fit in sacramentis. Et ideo in statu innocentiae homo sacramentis non indigebat, non solum inquantum sacramenta ordinantur ad remedium peccati, sed etiam inquantum ipsa ordinantur ad animae perfectionem.

Leerstelling. — De sacramenten waren niet noodig vóór de zonde in den staat der onschuld. De reden daarvan is de rechtschapenheid van dien staat, waarin het hoogere heerschte over het lagere en er in het geheel niet aan onderworpen was. Zooals immers de geest onderworpen was aan God, zoo waren de lagere krachten van de ziel onderworpen aan den geest, en het lichaam aan de ziel. Welnu het zou tegen die orde zijn, wanneer de ziel vervolmaakt werd ofwel op het gebied der wetenschap, ofwel op dat der genade, door middel van iets 44stoffelijks, zooals het gebeurt in de sacramenten. En daarom had de mensch de sacramenten niet noodig in den staat der onschuld; niet alleen in zoover de sacramenten op genezing van de zonde berekend zijn, maar ook in zoover ze op de volmaaktheid van de ziel berekend zijn.Leerstelling. — De sacramenten waren niet nodig vóór de zonde in de staat van de onschuld. De reden daarvan is de rechtschapenheid van die staat, waarin het hogere heerste over het lagere en er in het geheel niet aan onderworpen was. Zoals immers de geest onderworpen was aan God, zo waren de lagere krachten van de ziel onderworpen aan de geest, en het lichaam aan de ziel. Welnu het zou tegen die orde zijn, wanneer de ziel vervolmaakt werd ofwel op het gebied van de wetenschap, ofwel op dat van de genade, door middel van iets 44stoffelijks, zoals het gebeurt in de sacramenten. En daarom had de mens de sacramenten niet nodig in de staat van de onschuld; niet alleen in zover de sacramenten op genezing van de zonde berekend zijn, maar ook in zover ze op de volmaaktheid van de ziel berekend zijn.

↑ bedenking 1

Ad primum ergo dicendum, quod homo in statu innocentiae gratia indigebat, non tamen ut eam consequeretur per alia sensibilia signa, sed spiritualiter et invisibiliter.

Antwoord op de Bedenkingen. — 1. In den staat der onschuld had de mensch inderdaad de genade noodig : hij moest ze echter niet verkrijgen door stoffelijke teekenen, maar op geestelijke en onzichtbare wijze.Antwoord op de Bedenkingen. — 1. In de staat van de onschuld had de mens inderdaad de genade nodig: hij moest ze echter niet verkrijgen door stoffelijke tekenen, maar op geestelijke en onzichtbare wijze.

↑ bedenking 2

Ad secundum dicendum, quod eadem est natura hominis ante peccatum, et post peccatum; non tamen est idem naturae status, nam post peccatum anima etiam quantum ad superiorem partem indiget accipere aliquid a corporalibus rebus ad sui perfectionem, quod in illo statu homini necesse non erat.

2. De natuur is dezelfde vóór en na de zonde, maar de staat van die natuur is niet dezelfde gebleven, want na de zonde heeft de ziel, ook voor de vervolmaking van haar hoogere vermogens stoffelijke dingen noodig, wat in den staat der onschuld niet noodig was.2. De natuur is dezelfde vóór en na de zonde, maar de staat van die natuur is niet dezelfde gebleven, want na de zonde heeft de ziel, ook voor de vervolmaking van haar hogere vermogens stoffelijke dingen nodig, wat in de staat van de onschuld niet nodig was.

↑ bedenking 3

Ad tertium dicendum, quod matrimonium fuit institutum in statu innocentiae, non secundum quod est sacramentum, sed secundum quod est in officium naturae; ex consequenti tamen aliquid significabat futurum circa Christum et Ecclesiam, sicut et omnia alia, quae in figura Christi praecesserunt.

3. Het huwelijk werd ingesteld in den staat der onschuld, niet als sacrament, maar als natuurfunctie. Het was echter een voorafbeelding van iets toekomstigs omtrent Christus en de Kerk, zooals alles wat voorafging een voorafbeelding was van Christus.3. Het huwelijk werd ingesteld in de staat van de onschuld, niet als sacrament, maar als natuurfunctie. Het was echter een voorafbeelding van iets toekomstigs omtrent Christus en de Kerk, zoals alles wat voorafging een voorafbeelding was van Christus.

Articulus III

Utrum post peccatum ante Christum sacramenta debuerint esse

[4. Dist. 1. q. 1. art. 2. q. 4.]
IIIe Artikel

Waren de Sacramenten noodig na de zonde en vóór Christus?Waren de Sacramenten nodig na de zonde en vóór Christus?

antwoord 1 ↓

45Ad tertium sic proceditur. Videtur, quod post peccatum ante Christum sacramenta non debuerint esse. Dictum est enim [art. 1. huj. q. ad 3.], quod per sacramenta passio Christi hominibus applicatur, et sic passio Christi comparatur ad sacramenta, sicut causa ad effectum. Sed effectus non praecedit causam. Ergo sacramenta non debuerunt esse ante Christi adventum.

45Bedenkingen. — Men beweert, dat er geen sacramenten noodig waren na de zonde en vóór Christus. — 1. Zooals immers gezegd werd (1e Artikel, 3e Antw.) wordt het lijden van Christus op de menschen toegepast door de sacramenten, en zóó verhoudt zich het lijden van Christus tot de sacramenten, zooals de oorzaak tot het uitwerksel. Welnu, de uitwerkselen gaan niet vooraf aan de oorzaak, en bijgevolg waren er geen sacramenten noodig vóór de komst van Christus.45Bedenkingen. — Men beweert, dat er geen sacramenten nodig waren na de zonde en vóór Christus. — 1. Zoals immers gezegd werd (1e Artikel, 3e Antw.) wordt het lijden van Christus op de mensen toegepast door de sacramenten, en zó verhoudt zich het lijden van Christus tot de sacramenten, zoals de oorzaak tot het uitwerksel. Welnu, de uitwerkselen gaan niet vooraf aan de oorzaak, en bijgevolg waren er geen sacramenten nodig vóór de komst van Christus.

antwoord 2 ↓

2. Praeterea, sacramenta debent esse convenientia statui humani generis, ut patet per Augustinum 19. contra Faustum [cap. 16. et 17.]. Sed status humani generis non fuit mutatus post peccatum, usque ad 46reparationem factam per Christum. Ergo neque sacramenta debuerunt immutari, ut praeter sacramenta legis naturae alia statuerentur in lege Moysi.

2. De sacramenten moeten overeenkomen met den staat van het menschelijk geslacht, zooals Augustinus zegt in zijn Boek « Tegen Faustus » (19e B., 16e en 17e H.). Welnu vanaf de zonde tot aan het herstel van Christus bleef de staat van het menschelijk geslacht onveranderd. Het was dus niet noodig met betrekking tot de sacramenten iets te veranderen, en de Wet 46van Mozes hoefde er geen nieuwe in te stellen buiten die welke in de natuurwet bestonden.2. De sacramenten moeten overeenkomen met de staat van het menselijk geslacht, zoals Augustinus zegt in zijn Boek “Tegen Faustus” (19e B., 16e en 17e H.). Welnu vanaf de zonde tot aan het herstel van Christus bleef de staat van het menselijk geslacht onveranderd. Het was dus niet nodig met betrekking tot de sacramenten iets te veranderen, en de Wet 46van Mozes hoefde er geen nieuwe in te stellen buiten die welke in de natuurwet bestonden.

antwoord 3 ↓

3. Praeterea, quanto aliquid est magis propinquum perfecto, tanto magis debet ei assimilari. Sed perfectio salutis humanae per Christum facta est, cui propinquiora fuerunt sacramenta veteris legis, quam ea quae fuerunt ante legem. Ergo debuerunt esse similiora sacramentis Christi. Cujus tamen contrarium apparet ex eo, quod sacerdotium Christi praedicitur esse futurum secundum ordinem Melchisedech, et non secundum ordinem Aaron, ut habetur Hebr. 7 [v. 11]. Non ergo convenienter fuerunt disposita ante Christum sacramenta.

3. Hoe meer iets het volmaakte nabij komt, des temeer moet het ermee overeenkomen. Welnu, de volmaaktheid der menschelijke zaligheid werd door Christus voltrokken, en de sacramenten der Oude Wet kwamen Christus meer nabij dan die welke vóór de wet bestonden. Ze moesten dus meer overeenkomen met de sacramenten van Christus. Welnu juist het tegendeel was het geval, zooals blijkt uit de voorspelling, dat het priesterschap van Christus zou zijn volgens de orde van Melchisedech, en niet volgens de orde van Aaron, zooals we lezen in den Brief aan de Hebreërs (7, 11). Het past dus niet dat er sacramenten waren vóór Christus.3. Hoe meer iets het volmaakte nabij komt, des te meer moet het ermee overeenkomen. Welnu, de volmaaktheid van de menselijke zaligheid werd door Christus voltrokken, en de sacramenten van de Oude Wet kwamen Christus meer nabij dan die welke vóór de wet bestonden. Ze moesten dus meer overeenkomen met de sacramenten van Christus. Welnu juist het tegendeel was het geval, zoals blijkt uit de voorspelling, dat het priesterschap van Christus zou zijn volgens de orde van Melchisedech, en niet volgens de orde van Aaron, zoals we lezen in de Brief aan de Hebreërs (7, 11). Het past dus niet dat er sacramenten waren vóór Christus.

Sed contra est, quod Augustinus dicit 19. contra Faustum [cap. 13.], quod « prima sacramenta, quae celebrabantur et observabantur ex lege, praenuntia erant Christi venturi ». Sed necessarium erat ad humanam salutem, ut adventus Christi praenuntiaretur. Ergo necessarium erat, ante Christum sacramenta quaedam disponi.

Daartegenover staat echter, dat Augustinus zegt in zijn Boek « Tegen Faustus » : « De eerste Sacramenten, die gevierd en onderhouden werden onder de Wet, waren voorafbeeldingen van Christus die komen zou ». Welnu voor de zaligheid der menschen was het noodig dat de komst van Christus voorspeld werd, en bijgevolg was het noodig, dat er vóór Christus sacramenten werden ingesteld.Daartegenover staat echter, dat Augustinus zegt in zijn Boek “Tegen Faustus”: “De eerste Sacramenten, die gevierd en onderhouden werden onder de Wet, waren voorafbeeldingen van Christus die komen zou”. Welnu voor de zaligheid van de mensen was het nodig dat de komst van Christus voorspeld werd, en bijgevolg was het nodig, dat er vóór Christus sacramenten werden ingesteld.

47Respondeo dicendum, quod sacramenta necessaria sunt ad humanam salutem, inquantum sunt quaedam sensibilia signa invisibilium rerum, quibus homo sanctificatur. Nullus autem sanctificari potest post peccatum, nisi per Christum, quem proposuit Deus propitiatorem per fidem in sanguine ipsius, ad ostensionem justitiae suae, ut sit ipse justus, et justificans eum, qui ex fide est Jesu Christi [Rom. 3. vv. 25-26], et ideo oportebat ante Christi adventum esse quaedam signa visibilia, quibus homo fidem suam protestaretur de futuro Salvatoris adventu, et hujusmodi signa dicuntur sacramenta. Et sic patet, quod ante Christi adventum necesse fuit quaedam sacramenta institui.

47Leerstelling. — De sacramenten zijn noodig tot de zaligheid der menschen, in zoover ze stoffelijke teekenen zijn van onstoffelijke dingen, waardoor de mensch geheiligd wordt. Welnu na de zonde kan niemand geheiligd worden dan door Christus « dien God heeft aangewezen als zoenoffer door het geloof in zijn Bloed, om Zijn rechtvaardigheid te toonen, en zelf rechtvaardig te zijn, als Hij hem rechtvaardigt, die in Jezus gelooft ». (Brief aan de Romeinen 3, 25-26). Daarom moesten er vóór de komst van Christus enkele zichtbare teekenen zijn, waardoor de mensch zijn geloof zou belijden in de komst van den Verlosser, en die teekenen zijn de sacramenten. Daaruit blijkt dat er vóór de komst van Christus enkele sacramenten moesten worden ingesteld.47Leerstelling. — De sacramenten zijn nodig tot de zaligheid van de mensen, in zover ze stoffelijke tekenen zijn van onstoffelijke dingen, waardoor de mens geheiligd wordt. Welnu na de zonde kan niemand geheiligd worden dan door Christus “die God heeft aangewezen als zoenoffer door het geloof in zijn Bloed, om Zijn rechtvaardigheid te tonen, en zelf rechtvaardig te zijn, als Hij hem rechtvaardigt, die in Jezus gelooft”. (Brief aan de Romeinen 3, 25-26). Daarom moesten er vóór de komst van Christus enkele zichtbare tekenen zijn, waardoor de mens zijn geloof zou belijden in de komst van de Verlosser, en die tekenen zijn de sacramenten. Daaruit blijkt dat er vóór de komst van Christus enkele sacramenten moesten worden ingesteld.

↑ bedenking 1

Ad primum ergo dicendum, quod passio Christi est causa finalis veterum sacramentorum, quae scilicet ad ipsam significandam sunt instituta. Causa autem finalis non praecedit tempore, sed solum in intentione agentis, et ideo non est inconveniens, aliqua sacramenta ante Christi passionem fuisse.

Antwoord op de Bedenkingen. — 1. Het lijden van Christus is de doeloorzaak der oude sacramenten, die juist werden ingesteld om er een voorafbeelding van te zijn. Welnu de doeloorzaak gaat het uitwerksel niet vooraf in den tijd maar alleen in het inzicht van dengene die handelt. Het is dus niet ongepast, dat er enkele sacramenten waren vóór het lijden van Christus.Antwoord op de Bedenkingen. — 1. Het lijden van Christus is de doeloorzaak van de oude sacramenten, die juist werden ingesteld om er een voorafbeelding van te zijn. Welnu de doeloorzaak gaat het uitwerksel niet vooraf in de tijd maar alleen in het inzicht van dengene die handelt. Het is dus niet ongepast, dat er enkele sacramenten waren vóór het lijden van Christus.

↑ bedenking 2

Ad secundum dicendum, quod status humani generis post peccatum, et 48ante Christum, dupliciter potest considerari : uno modo secundum fidei rationem, et sic semper unus et idem permansit, quia scilicet justificabantur homines per fidem futuri Christi adventus. Alio modo potest considerari secundum intensionem et remissionem peccati et expressae cognitionis de Christo; nam per incrementa temporum et peccatum coepit in homine magis dominari, intantum quod ratione hominis per peccatum obtenebrata, non sufficerent homini ad recte vivendum praecepta legis naturae, sed necesse fuit determinari praecepta in lege scripta, et cum his quaedam fidei sacramenta. Oportebat etiam, quod per incrementa temporum magis explicaretur cognitio fidei, quia, ut Gregorius dicit [hom. 16. in Ezech.], « per incrementa temporum crevit divinae cognitionis augmentum ». Et ideo etiam necesse fuit, quod in veteri lege quaedam sacramenta fidei, quam habebant de Christo venturo, determinarentur. Quae quidem comparantur ad sacramenta, quae fuerunt ante legem, sicut determinatum ad indeterminatum; quia scilicet ante legem non fuit determinate praefixum homini, quibus sacramentis uteretur, sicut fuit per legem, quod erat necessarium et 49propter obtenebrationem legis naturalis, et ut esset determinatior fidei significatio.

2. De staat van het menschelijk geslacht na de zonde en vóór 48Christus kan op twee manieren beschouwd worden. Ten eerste in het licht van het geloof en zoo beschouwd bleef hij onveranderd, want steeds werden de menschen rechtvaardig gemaakt door het geloof in de komst van Christus. Ten tweede kan die staat beschouwd worden volgens de grootere of mindere macht der zonde, en volgens de uitdrukkelijke kennis, die men had van Christus. Want in den loop der tijden begon de zonde meer en meer te heerschen over de menschen, zoozeer dat het menschelijk verstand door de zonde beneveld werd en de mensch, door de natuurwet alleen, niet meer kon leven zooals het behoort, maar er hem geboden moesten worden opgelegd in de geschreven Wet, en hem met die geboden enkele sacramenten van het geloof moesten geschonken worden. Ook moest in den loop der tijden de geloofskennis op meer uitdrukkelijke wijze verklaard worden, want zooals Gregorius zegt (in zijn 16e Homelie op Ezechiël) « groeide de goddelijke kennis in den loop der tijden aan ». En daarom moesten in de Oude Wet sommige sacramenten zijn van het geloof in de komst van Christus. Ze verhouden zich tot de sacramenten, die vóór de Wet bestonden, zooals het bepaalde zich verhoudt tot het onbepaalde. Vóór de Wet immers was het niet strikt bepaald welke sacramenten de mensch moest gebruiken, 49zooals later onder de Wet, wanneer het noodig geworden was, zoowel omdat de natuurwet verduisterd was, als omdat de beteekenis van het geloof moest worden verduidelijkt.2. De staat van het menselijk geslacht na de zonde en vóór 48Christus kan op twee manieren beschouwd worden. Ten eerste in het licht van het geloof en zo beschouwd bleef hij onveranderd, want steeds werden de mensen rechtvaardig gemaakt door het geloof in de komst van Christus. Ten tweede kan die staat beschouwd worden volgens de grotere of mindere macht van de zonde, en volgens de uitdrukkelijke kennis, die men had van Christus. Want in de loop van de tijden begon de zonde meer en meer te heersen over de mensen, zozeer dat het menselijk verstand door de zonde beneveld werd en de mens, door de natuurwet alleen, niet meer kon leven zoals het behoort, maar er hem geboden moesten worden opgelegd in de geschreven Wet, en hem met die geboden enkele sacramenten van het geloof moesten geschonken worden. Ook moest in de loop van de tijden de geloofskennis op meer uitdrukkelijke wijze verklaard worden, want zoals Gregorius zegt (in zijn 16e Homelie op Ezechiël) “groeide de goddelijke kennis in de loop van de tijden aan”. En daarom moesten in de Oude Wet sommige sacramenten zijn van het geloof in de komst van Christus. Ze verhouden zich tot de sacramenten, die vóór de Wet bestonden, zoals het bepaalde zich verhoudt tot het onbepaalde. Vóór de Wet immers was het niet strikt bepaald welke sacramenten de mens moest gebruiken, 49zoals later onder de Wet, wanneer het nodig geworden was, zowel omdat de natuurwet verduisterd was, als omdat de betekenis van het geloof moest worden verduidelijkt.

↑ bedenking 3

Ad tertium dicendum, quod sacramentum Melchisedech, quod fuit ante legem, magis assimilatur sacramento novae legis in materia, inquantum scilicet obtulit panem et vinum, ut habetur Gen. 14 [v. 18], sicut etiam sacrificium novae legis oblatione panis et vini perficitur. Sacramenta tamen legis Mosaicae magis assimilantur rei significatae per sacramentum, scilicet passioni Christi, ut patet de agno paschali et aliis hujusmodi; et hoc ideo, ne propter continuitatem temporis, si permaneret eadem sacramentorum species, videretur sacramenti ejusdem esse continuatio.

3. Het sacrament van Melchisedech, dat vóór de Wet bestond, komt meer overeen met een sacrament der Nieuwe Wet, wat de stof betreft, omdat nl. Melchisedech brood en wijn offerde, zooals we lezen in het Boek der Schepping (14, 18), zooals ook het offer der Nieuwe Wet voltrokken wordt door de offergave van brood en wijn. De sacramenten echter der Mozaïsche Wet komen meer overeen met datgene wat door de sacramenten wordt aangeduid, nl. met het lijden van Christus, zooals duidelijk is voor het Paaschlam, en dergelijke. De reden daarvan is de volgende : De sacramenten der Nieuwe Wet komen in tijdsorde onmiddellijk na die van Mozes. Wanneer ze dan uiterlijk dezelfde bleven, zou het den schijn hebben, alsof zij niets anders waren dan de voortzetting ervan.3. Het sacrament van Melchisedech, dat vóór de Wet bestond, komt meer overeen met een sacrament van de Nieuwe Wet, wat de stof betreft, omdat nl. Melchisedech brood en wijn offerde, zoals we lezen in het Boek van de Schepping (14, 18), zoals ook het offer van de Nieuwe Wet voltrokken wordt door de offergave van brood en wijn. De sacramenten echter van de Mozaïsche Wet komen meer overeen met datgene wat door de sacramenten wordt aangeduid, nl. met het lijden van Christus, zoals duidelijk is voor het Paaslam, en dergelijke. De reden daarvan is de volgende: De sacramenten van de Nieuwe Wet komen in tijdsorde onmiddellijk na die van Mozes. Wanneer ze dan uiterlijk dezelfde bleven, zou het de schijn hebben, alsof zij niets anders waren dan de voortzetting ervan.

Articulus IV

Utrum post Christum debuerint esse aliqua sacramenta

[4. Dist. 1. q. 1. art. 2. q. 5. et Dist. 2. art. 4. q. 1. et lib. 4. Contr. g. cap. 57.]
IVe Artikel

Moesten er na de komst van Christus nog Sacramenten zijn?

antwoord 1 ↓

50Ad quartum sic proceditur. Videtur, quod post Christum non debuerint esse aliqua sacramenta. Veniente enim veritate, debet cessare figura. Sed gratia et veritas per Jesum Christum facta est, ut dicitur Joan. 1. [v. 17]. Cum igitur sacramenta sint veritatis signa, sive figurae, videtur quod post Christi passionem sacramenta esse non debuerint.

50Bedenkingen. — Men beweert dat er na de komst van Christus geen sacramenten meer noodig waren. — 1. Wanneer immers de werkelijkheid daar is, mogen de teekenen verdwijnen. Welnu « de genade en de waarheid zijn door Christus gekomen » zooals we lezen bij Joannes (1, 17). Daar de sacramenten teekenen of beelden zijn van de waarheid, is het duidelijk, dat er na het lijden van Christus geen sacramenten meer noodig zijn.50Bedenkingen. — Men beweert dat er na de komst van Christus geen sacramenten meer nodig waren. — 1. Wanneer immers de werkelijkheid daar is, mogen de tekenen verdwijnen. Welnu “de genade en de waarheid zijn door Christus gekomen” zoals we lezen bij Johannes (1, 17). Daar de sacramenten tekenen of beelden zijn van de waarheid, is het duidelijk, dat er na het lijden van Christus geen sacramenten meer nodig zijn.

antwoord 2 ↓

2. Praeterea, sacramenta in quibusdam elementis consistunt, ut ex supradictis patet [q. praec. art. 4.]. Sed Apostolus dicit ad Galat. 4 [vv. 3, 4 et 7] : « Cum essemus parvuli, sub elementis mundi eramus servientes. » Nunc autem, temporis plenitudine veniente, jam non sumus parvuli. Ergo videtur, quod non debeamus Deo servire sub elementa hujus mundi, corporalibus sacramentis utendo.

2. Vroeger werd bewezen (vorige Kwestie, 4e Artikel), dat de sacramenten uit verschillende elementen bestaan. Welnu de Apostel zegt in zijn Brief aan de Galaten (4, 3) : « Zoo ook waren wij toen we nog onmondig waren, als slaven onderworpen aan de elementen van de wereld. » Welnu de volheid der tijden is gekomen en wij zijn geen kinderen meer. Bijgevolg moeten we God niet dienen naar de beginselen der wereld, door het gebruik van stoffelijke sacramenten.2. Vroeger werd bewezen (vorige Kwestie, 4e Artikel), dat de sacramenten uit verschillende elementen bestaan. Welnu de Apostel zegt in zijn Brief aan de Galaten (4, 3): “Zo ook waren wij toen we nog onmondig waren, als slaven onderworpen aan de elementen van de wereld.” Welnu de volheid van de tijden is gekomen en wij zijn geen kinderen meer. Bijgevolg moeten we God niet dienen naar de beginselen van de wereld, door het gebruik van stoffelijke sacramenten.

antwoord 3 ↓

513. Praeterea, apud Deum non est transmutatio, nec vicissitudinis obumbratio, ut dicitur Jacob. 1. [v. 17]. Sed videtur ad quandam mutationem divinae voluntatis pertinere, quod alia sacramenta nunc hominibus exhibeat ad sanctificationem tempore gratiae, et alia ante Christum. Ergo videtur, quod post Christum non debuerint alia sacramenta institui.

513. « Bij God is geen verandering noch schaduw van wisselvalligheid », zooals we lezen in den Brief van Jacobus (1, 17). Welnu het zou een blijk zijn van verandering van den goddelijken wil, wanneer God ten tijde der genade aan de menschen andere sacramenten schonk dan vóór Christus. Bijgevolg moeten er na de komst van Christus geen andere sacramenten worden ingesteld.513. “Bij God is geen verandering noch schaduw van wisselvalligheid”, zoals we lezen in de Brief van Jacobus (1, 17). Welnu het zou een blijk zijn van verandering van de goddelijke wil, wanneer God ten tijde van de genade aan de mensen andere sacramenten schonk dan vóór Christus. Bijgevolg moeten er na de komst van Christus geen andere sacramenten worden ingesteld.

Sed contra est, quod Augustinus dicit 19. contra Faustum [cap. 13.], quod « sacramenta veteris legis sunt ablata, quia impleta; et alia sunt instituta, virtute majora, utilitate meliora, actu faciliora, numero pauciora ».

Daartegenover staat echter wat Augustinus zegt in zijn Boek « Tegen Faustus » (19e B., 13e H.) : « De sacramenten der Oude Wet werden opgeschorst omdat ze voleindigd waren, en andere werden in de plaats gesteld, met meer kracht, van grooter nut, gemakkelijker om te volbrengen en minder in getal. »Daartegenover staat echter wat Augustinus zegt in zijn Boek “Tegen Faustus” (19e B., 13e H.): “De sacramenten van de Oude Wet werden opgeschorst omdat ze voleindigd waren, en andere werden in de plaats gesteld, met meer kracht, van groter nut, gemakkelijker om te volbrengen en minder in getal.”

Respondeo dicendum, quod sicut antiqui Patres salvati sunt per fidem Christi venturi ita et nos salvamur per fidem Christi jam nati et passi. Sunt autem sacramenta quaedam signa protestantia fidem, qua homo justificatur. Oportet autem aliis signis significari futura, praeterita, seu praesentia : ut enim Augustinus dicit 19. contra Faustum [cap. 16.], « eadem res 52aliter annuntiatur facienda, aliter facta, sicut ipsa verba, passurus et passus, non similiter sonant ». Et ideo oportet quaedam alia sacramenta esse in nova lege, quibus significentur ea, quae praecesserunt in Christo, praeter sacramenta veteris legis, quibus praenuntiabantur futura.

Leerstelling. — Zooals de oude Vaders zalig werden door het geloof in Christus, die komen moest, zoo worden wij zalig door het geloof in Christus, die reeds geboren is en geleden heeft. Welnu de sacramenten zijn teekenen, waardoor wij getuigenis afleggen van het geloof, waardoor de mensch rechtvaardig gemaakt wordt. De toekomende dingen moeten echter op een andere manier door teekenen worden aangeduid dan de voorbije of de tegenwoordige dingen. Augustinus immers zegt in zijn Boek « Tegen Faustus » (19e B., 16e H.) : « Dezelfde zaak wordt anders 52aangeduid wanneer ze nog moet gebeuren en wanneer ze reeds gebeurd is, zooals de woorden : Hij zal lijden en : Hij heeft geleden, anders luiden. » En daarom moesten er in de Nieuwe Wet andere sacramenten zijn, die zouden aanduiden wat voorafgegaan was met betrekking tot Christus, naast de sacramenten der Oude Wet die de toekomst voorspelden.Leerstelling. — Zoals de oude Vaders zalig werden door het geloof in Christus, die komen moest, zo worden wij zalig door het geloof in Christus, die reeds geboren is en geleden heeft. Welnu de sacramenten zijn tekenen, waardoor wij getuigenis afleggen van het geloof, waardoor de mens rechtvaardig gemaakt wordt. De toekomende dingen moeten echter op een andere manier door tekenen worden aangeduid dan de voorbije of de tegenwoordige dingen. Augustinus immers zegt in zijn Boek “Tegen Faustus” (19e B., 16e H.): “Dezelfde zaak wordt anders 52aangeduid wanneer ze nog moet gebeuren en wanneer ze reeds gebeurd is, zoals de woorden: Hij zal lijden en: Hij heeft geleden, anders luiden.” En daarom moesten er in de Nieuwe Wet andere sacramenten zijn, die zouden aanduiden wat voorafgegaan was met betrekking tot Christus, naast de sacramenten van de Oude Wet die de toekomst voorspelden.

↑ bedenking 1

Ad primum ergo dicendum, quod, sicut Dionysius dicit in 5. cap. Eccl. Hier., status novae legis medius est inter statum veteris legis, cujus figurae implentur in nova lege, et inter statum gloriae, in qua omnis nude et perfecte manifestabitur veritas. Et ideo tunc nulla erunt sacramenta. Nunc autem, quamdiu per speculum et in aenigmate cognoscimus, ut dicitur 1. ad Cor. 13 [12], oportet nos per aliqua sensibilia signa in spiritualia devenire, quod pertinet ad rationem sacramentorum.

Antwoord op de Bedenkingen. — 1. Dionysius zegt in zijn Boek « Over de Kerkelijke Hierarchie » (5e H.) : « De staat van de Nieuwe Wet houdt het midden tusschen de Oude Wet, waarvan de beelden verwezentlijkt werden in de Nieuwe Wet, en den staat der glorie, waar geheel de waarheid duidelijk en volkomen zal worden geopenbaard. » Daarom zullen er in dien staat geen sacramenten zijn. Nu echter, zoolang we kennen in een wazigen spiegel, zooals gezegd wordt in de Ie Brief aan de Korinthiërs (13, 12), moeten we door stoffelijke teekenen naar het geestelijke geleid worden, wat behoort tot het wezen der sacramenten.Antwoord op de Bedenkingen. — 1. Dionysius zegt in zijn Boek “Over de Kerkelijke Hierarchie” (5e H.): “De staat van de Nieuwe Wet houdt het midden tussen de Oude Wet, waarvan de beelden verwezentlijkt werden in de Nieuwe Wet, en de staat van de glorie, waar geheel de waarheid duidelijk en volkomen zal worden geopenbaard.” Daarom zullen er in die staat geen sacramenten zijn. Nu echter, zolang we kennen in een wazigen spiegel, zoals gezegd wordt in de 1e Brief aan de Korintiërs (13, 12), moeten we door stoffelijke tekenen naar het geestelijke geleid worden, wat behoort tot het wezen van de sacramenten.

↑ bedenking 2

Ad secundum dicendum, quod sacramenta veteris legis Apostolus [Galat. 4.], vocat egena et infirma elementa, quia gratiam nec continebant, nec causabant, et ideo utentes illis sacramentis dicit Apostolus sub elementis 53mundi Deo servisse, quia scilicet nihil aliud erant, quam elementa hujus mundi. Nostra autem sacramenta gratiam continent et causant, et ideo non est de eis similis ratio.

2. In zijn Brief aan de Galaten (4, 9) noemt de Apostel de sacramenten der Oude Wet zwakke en onbeduidende elementen, omdat ze noch de genade bezaten, noch haar voortbrachten. Daarom zegt de Apostel, dat zij die deze sacramenten gebruikten, 53God dienden door de elementen dezer wereld, omdat ze niets anders waren dan elementen dezer wereld. Onze sacramenten echter bevatten de genade en brengen ze voort, en daarom gaat die rede hier niet op.2. In zijn Brief aan de Galaten (4, 9) noemt de Apostel de sacramenten van de Oude Wet zwakke en onbeduidende elementen, omdat ze noch de genade bezaten, noch haar voortbrachten. Daarom zegt de Apostel, dat zij die deze sacramenten gebruikten, 53God dienden door de elementen van deze wereld, omdat ze niets anders waren dan elementen van deze wereld. Onze sacramenten echter bevatten de genade en brengen ze voort, en daarom gaat die rede hier niet op.

↑ bedenking 3

Ad tertium dicendum, quod sicut paterfamilias non ex hoc habere monstratur mutabilem voluntatem, quod diversa praecepta familiae suae proponit pro temporum varietate, non eadem praecipiens hieme et aestate, ita non ostenditur aliqua mutatio esse circa Deum ex hoc, quod alia sacramenta instituit post Christi adventum, et alia tempore legis, quia illa fuerunt congrua gratiae praefigurandae, haec autem sunt congrua gratiae praesentialiter demonstrandae.

3. Een familievader heeft geen veranderlijk karakter, omdat hij voor verschillende tijden verschillende bevelen geeft aan zijn dienstvolk, en hetzelfde niet beveelt in den Winter en in den Zomer. Zoo is het geen bewijs van Gods veranderlijkheid, wanneer Hij deze andere sacramenten instelt na de komst van Christus en andere onder de Wet; deze laatste immers waren een geschikte voorafbeelding der genade, terwijl de eerste de tegenwoordige genade op geschikte wijze aanduiden.3. Een familievader heeft geen veranderlijk karakter, omdat hij voor verschillende tijden verschillende bevelen geeft aan zijn dienstvolk, en hetzelfde niet beveelt in de Winter en in de Zomer. Zo is het geen bewijs van Gods veranderlijkheid, wanneer Hij deze andere sacramenten instelt na de komst van Christus en andere onder de Wet; deze laatste immers waren een geschikte voorafbeelding van de genade, terwijl de eerste de tegenwoordige genade op geschikte wijze aanduiden.