Theologische Summa · Tertia Pars · De Sacramenten in het algemeenSumma · III · De Sacramenten in het algemeenSumma · III · Kw. 65Kw. 65
Quaestio LXV

De numero sacramentorum

Kwestie 65

Over het aantal sacramenten

(Vier artikelen)

155Deinde considerandum est de numero quatuor.

155Nu moeten we het aantal sacramenten nagaan.

Et circa hoc quaeruntur quatuor : 1. Utrum sint septem sacramenta. — 2. De ordine eorum ad invicem. — 3. De comparatione eorum. — 4. Utrum omnia sint de necessitate salutis.

Daarover vallen vier zaken te bespreken. 1. Zijn er zeven sacramenten? 2. Hoe volgen ze malkander op? 3. Hoe staan ze tegenover malkander? 4. Zijn alle sacramenten voor de zaligheid onontbeerlijk?

Articulus I

Utrum debeant esse septem sacramenta ecclesiae

[4. Dist. 1. q. 1. art. 2. et lib. 4. Contr. g. cap. 58.]
Ie Artikel

Zijn er zeven sacramenten?

antwoord 1 ↓

Ad primum sic proceditur. Videtur, quod non debeant esse septem sacramenta. Sacramenta enim efficaciam habent ex virtute divina et ex 156virtute passionis Christi. Sed una est virtus divina, et una Christi passio; « una enim oblatione consummavit in sempiternum sanctificatos, » ut dicitur Hebr. 10 [v. 14]. Ergo non debuit esse nisi unum sacramentum.

Bedenkingen. — Men beweert dat er geen zeven sacramenten moeten zijn. — 1. De sacramenten betrekken hun 156doeltreffendheid van de goddelijke kracht en van het lijden van Christus. Welnu, er is maar één goddelijke kracht en er is maar één lijden van Christus, en er wordt toch in den Brief aan de Hebreërs (10, 14) gezegd : « Door één enkele offerande, immers heeft hij voor eeuwig de geheiligden vervolmaakt. » Zoo is er dus maar een enkel sacrament van doen.Bedenkingen. — Men beweert dat er geen zeven sacramenten moeten zijn. — 1. De sacramenten betrekken hun 156doeltreffendheid van de goddelijke kracht en van het lijden van Christus. Welnu, er is maar één goddelijke kracht en er is maar één lijden van Christus, en er wordt toch in de Brief aan de Hebreërs (10, 14) gezegd: “Door één enkele offerande, immers heeft hij voor eeuwig de geheiligden vervolmaakt.” Zo is er dus maar een enkel sacrament van doen.

antwoord 2 ↓

2. Praeterea, sacramentum ordinatur contra defectum peccati; hic autem est duplex, scilicet poena et culpa. Ergo sufficeret esse duo sacramenta.

2. Een sacrament wordt aangewend om de schade door de zonde aangericht ongedaan te maken. Die schade nu is tweevoudig : schade van straf nl. en van schuld. Zoo zou het dus voldoende zijn als er twee sacramenten waren.2. Een sacrament wordt aangewend om de schade door de zonde aangericht ongedaan te maken. Die schade nu is tweevoudig: schade van straf nl. en van schuld. Zo zou het dus voldoende zijn als er twee sacramenten waren.

antwoord 3 ↓

3. Praeterea, sacramenta pertinent ad actiones ecclesiasticae hierarchiae, ut per Dionysium patet [cap. 2, § 3. Eccles. Hierarch.]. Sed, sicut ipse dicit [ibid.], tres sunt actiones hierarchiae, scilicet purgatio, illuminatio, et perfectio. Ergo non debent esse nisi tria sacramenta.

3. Zooals uit Dyonisius Kerkelijke Hierarchie (4) blijkt zijn de sacramenten het werk der kerkelijke hierarchie. Welnu naar hij beweert zijn er drie hierarchische werken, reiniging nl. verlichting en vervolmaking. Zoo moeten er dus drie sacramenten zijn.3. Zoals uit Dyonisius Kerkelijke Hierarchie (4) blijkt zijn de sacramenten het werk van de kerkelijke hierarchie. Welnu naar hij beweert zijn er drie hiërarchische werken, reiniging nl. verlichting en vervolmaking. Zo moeten er dus drie sacramenten zijn.

antwoord 4 ↓

4. Praeterea, Augustinus dicit 19. contra Faustum [cap. 13.] : « Sacramenta novae legis sunt numero pauciora, quam sacramenta veteris legis. » Sed in veteri lege non erat aliquod sacramentum, quod responderet confirmationi et extremae unctioni. Ergo neque haec debent numerari inter sacramenta novae legis.

4. St. Augustinus zegt in zijn boek « Tegen Faustus » (19,13) : « De sacramenten der nieuwe wet zijn minder talrijk dan de sacramenten der oude wet. » Welnu, in de oude wet kwamen er geen sacramenten voor die met het vormsel en het heilig oliesel overeenstemden. Zoo moeten we die dus evenmin bij de sacramenten der nieuwe wet onderbrengen.4. St. Augustinus zegt in zijn boek “Tegen Faustus” (19,13): “De sacramenten van de nieuwe wet zijn minder talrijk dan de sacramenten van de oude wet.” Welnu, in de oude wet kwamen er geen sacramenten voor die met het vormsel en het heilig oliesel overeenstemden. Zo moeten we die dus evenmin bij de sacramenten van de nieuwe wet onderbrengen.

antwoord 5 ↓

5. Praeterea, luxuria non est gravius inter caetera peccata, ut patet ex 157his quae in 2. dicta sunt [2-2. q. 154. art. 3.]. Sed contra alia peccata non instituitur aliquod sacramentum. Ergo neque contra luxuriam debuit institui sacramentum matrimonii.

5. Onkuischheid is zooals we het in het IIe deel (154e Kw., 3e Art.) aantoonden niet een onder de zwaarste zonden. Welnu 157tegen andere zonden werden geen sacramenten als verweermiddel ingesteld. Zoo moest dus evenmin het huwelijk als middel tegen de onkuischheid worden ingesteld.5. Onkuisheid is zoals we het in het 2e deel (154e Kw., 3e Art.) aantoonden niet een onder de zwaarste zonden. Welnu 157tegen andere zonden werden geen sacramenten als verweermiddel ingesteld. Zo moest dus evenmin het huwelijk als middel tegen de onkuisheid worden ingesteld.

antwoord ↓

Sed contra videtur, quod sint plura sacramenta : sacramenta enim dicuntur, quasi quaedam sacra signa. Sed multae aliae sanctificationes fiunt in Ecclesia secundum sensibilia signa, sicut aqua benedicta, consecratio altaris, et alia hujusmodi. Ergo sunt plura sacramenta, quam septem.

6. Daartegenover staat echter dat er meer sacramenten zijn : sacramenten toch zijn heilige teekens. In de heilige kerk nu worden ter heiligmaking allerhande heilige teekens, zooals wijwater de wijding van het altaar, en andere dergelijke aangewend. Zoo zijn er dus meer dan zeven sacramenten.6. Daartegenover staat echter dat er meer sacramenten zijn: sacramenten toch zijn heilige tekens. In de heilige kerk nu worden ter heiligmaking allerhande heilige tekens, zoals wijwater de wijding van het altaar, en andere dergelijke aangewend. Zo zijn er dus meer dan zeven sacramenten.

Praeterea, Hugo de Sancto Victore dicit [lib. 1. de Sacram. part. 12. cap. 10.], quod sacramenta veteris legis fuerunt oblationes, decimae, et sacrificia. Sed sacrificium Ecclesiae est unum sacramentum, quod dicitur Eucharistia. Ergo etiam oblationes et decimae debent dici sacramenta.

7. Hugo van St. Victor zegt in zijn boek « Over de Zeven Sacramenten van het Geloof » (1, 12, 10) « dat de opdrachten de tienden en de offers de sacramenten waren der oude wet. » Welnu het offer der heilige kerk is een sacrament en men noemt het Eucharistie. Zoo moeten dan ook de opdrachten en de tienden sacramenten genoemd worden.7. Hugo van St. Victor zegt in zijn boek “Over de Zeven Sacramenten van het Geloof” (1, 12, 10) “dat de opdrachten de tienden en de offers de sacramenten waren van de oude wet.” Welnu het offer van de heilige kerk is een sacrament en men noemt het Eucharistie. Zo moeten dan ook de opdrachten en de tienden sacramenten genoemd worden.

Praeterea, tria sunt genera peccatorum : originale, mortale, et veniale. Sed contra originale peccatum ordinatur baptismus, contra mortale autem poenitentia. Ergo deberet esse aliud praeter septem, quod ordinetur contra veniale.

8. Er zijn drie soorten van zonden: de erfzonde, de doodzonde, de dagelijksche zonde. Tegen de erfzonde wordt het doopsel aangewend; tegen de doodzonde het sacrament der biecht. Zoo moet dus behalve de zeven sacramenten nog een ander sacrament zijn dat tegen de dagelijksche zonden kan worden aangewend.8. Er zijn drie soorten van zonden: de erfzonde, de doodzonde, de dagelijkse zonde. Tegen de erfzonde wordt het doopsel aangewend; tegen de doodzonde het sacrament van de biecht. Zo moet dus behalve de zeven sacramenten nog een ander sacrament zijn dat tegen de dagelijkse zonden kan worden aangewend.

158Respondeo dicendum, quod, sicut supra dictum est [q. 62. art. 5 et q. 63. art. 1.], sacramenta Ecclesiae ordinantur ad duo, scilicet ad perficiendum hominem in his quae pertinent ad cultum Dei secundum religionem christianae vitae, et etiam in remedium contra defectum peccati. Utroque autem modo convenienter ponuntur septem sacramenta. Vita enim spiritualis conformitatem aliquam habet ad vitam corporalem, sicut et caetera corporalia conformitatem quandam spiritualium habent. In vita autem corporali dupliciter aliquis perficitur : uno modo quantum ad personam propriam, alio modo per respectum ad totam communitatem societatis, in qua vivit, quia homo naturaliter est animal sociale. Respectu autem sui ipsius perficitur homo in vita corporali dupliciter : uno modo per se, acquirendo scilicet aliquam vitae perfectionem; alio modo per accidens, scilicet removendo impedimenta vitae, puta aegritudines, vel aliquid hujusmodi. Per se autem perficitur corporalis vita tripliciter : primo quidem per generationem, per 159quam homo incipit esse et vivere, et loco hujus in spirituali vita est baptismus, qui est spiritualis regeneratio, secundum illud ad Tit. 3. [v. 5] : « Per lavacrum regenerationis, » etc.; secundo per augmentum, quo aliquis perducitur ad perfectam quantitatem et virtutem, et loco hujus in spirituali vita est confirmatio, in qua datur Spiritus Sanctus ad robur; unde dicitur discipulis jam baptizatis Luc. ult. [v. 49] : « Sedete in civitate, quoadusque induamini virtute ex alto; » tertio per nutritionem, qua conservatur in homine vita et virtus, et loco hujus in vita spirituali est Eucharistia; unde dicitur Joan. 6. [v. 54.] : « Nisi manducaveritis carnem Filii hominis et biberitis ejus sanguinem, non habebitis vitam in vobis. » Et hoc quidem sufficeret homini, si haberet et corporaliter, et spiritualiter impassibilem vitam. Sed quia homo incurrit interdum et corporalem infirmitatem, et spiritualem, scilicet peccatum, ideo necessaria est homini curatio ab infirmitate; quae quidem est duplex : una quidem est sanatio, quae sanitatem restituit, et loco hujus in spirituali vita est poenitentia, secundum illud Psal. 40. [v. 5.] : « Sana animam meam, quia peccavi tibi »; alia autem est restitutio 160valetudinis pristinae per convenientem diaetam et exercitium, et loco hujus in spirituali vita est extrema unctio, quae removet peccatorum reliquias, et hominem paratum reddit ad finalem gloriam; unde dicitur Jacobi 5. [v. 15] : « Et si in peccatis sit dimittentur ei. » Perficitur autem homo in ordine ad totam communitatem dupliciter : uno modo per hoc, quod accipit potestatem regendi multitudinem et exercendi actus publicos, et loco hujus in spirituali vita est sacramentum ordinis, secundum illud Hebr. 7. [v. 27], quod « sacerdotes hostias offerunt non solum pro se, sed etiam pro populo »; secundo quantum ad naturalem propagationem, quod fit per matrimonium tam in corporali, quam in spirituali vita, eo quod est non solum sacramentum, sed naturae officium.

158Leerstelling. — Zooals werd aangetoond (62e Kwestie, 3e Art. en 63e Kwestie, Ie Art.) zijn de sacramenten der heilige Kerk op twee dingen aangewezen, de mensch nl. voor alles wat Gods eeredienst betreft, naar de eisch van het kristelijke leven toe te rusten, en verder een geneesmiddel te zijn tegen de schade die door de zonden berokkend wordt. Om die beide doeleinden is het dan ook zeer redelijk zeven sacramenten te aanvaarden. Het geestelijke leven heeft immers, net zooals alle lichamelijke wezens gelijkvormigheid vertoonen met geestelijke dingen, een zekere gelijkvormigheid met het leven van het lichaam. Wat nu het lichamelijke leven betreft wordt iemand op twee manieren vervolmaakt : ten eerste in verhouding tot zich zelf en verder daar toch de mensch van natuur uit een maatschappelijk dier is, in verhouding tot de heele gemeenschap waarin hij leeft. Wat hem zelf betreft wint de mensch op lichamelijk gebied op twee manieren aan volmaaktheid; vooreerst hoofdzakelijk met een zekere volmaaktheid van leven te erlangen, en verder op bijkomstige wijze met de hinderpalen tot het leven zooals ziekten en andere dergelijke meer, te doen ophouden. Wat nu het eerste betreft wint het lichamelijke leven op drie manieren aan volmaaktheid : vooreerst door de geboorte, waardoor de mensch begint te bestaan en te leven. Daartegenover staat het doopsel dat een geestelijke 159wedergeboorte is zooals overigens blijkt uit de Brief aan Titus (3, 5) : « Hij heeft ons gered door een bad van wedergeboorte. » Ten tweede door den wasdom van het lichaam, waardoor iemand tot volkomen grootte en kracht uitgroeit. Daartegenover staat in het geestelijke leven het vormsel waar de heilige Geest ons tot sterkte gegeven wordt. Daarom werd overigens aan de leerlingen die reeds gedoopt waren (Lc. 24, 49) gezegd : « Blijft in de stad zitten tot gij met kracht uit den hooge bekleed wordt. » Ten derde door de voeding waardoor leven en kracht in den mensch bewaard worden. Daaraan beantwoordt in ons geestelijk leven de Eucharistie. Zoo komt het dat St. Joan. (6, 54) zegt : « Indien gij het vleesch van den Menschenzoon niet eet en zijn Bloed niet drinkt hebt gij geen leven in u. » Dat nu zou voor den mensch als hij zoo in lichamelijk als in geestelijk opzicht een onlijdelijk leven had volstaan; daar echter de mensch dikwijls een lichamelijke of ook een geestelijke ziekte de zonde nl. oploopt, daarom is genezing van ziekte voor den mensch een behoefte. Die genezing nu is alweer tweevoudig; er is nl. genezing die gezondheid terugschenkt en daarvoor hebben we volgens den 40en Psalm (5) « Genees mijn ziel want ik heb tegenover U gezondigd » in het 160geestelijke leven de biecht; er is ook genezing die door een aangepast regiem en door oefening de vroegere gezondheid weergeeft, en daartoe gebruiken we het heilig Oliesel dat de overblijfselen der zonde vernietigt en den mensch op de eindglorie voorbereidt. Daarom zegt St. Jacobus (5, 15) : « en heeft hij gezondigd het zal hem vergeven worden. » In verhouding tot de gemeenschap eindelijk wordt de mensch op twee manieren vervolmaakt : ten eerste door de macht die hij ontvangt om over het volk te regeeren en openbare ambten waar te nemen; daarvoor bestaat in het geestelijke leven het sacrament van het priesterschap; in den Brief aan de Hebreërs lezen we toch (7, 27) : « de priester draagt slachtoffers op niet alleen voor zich zelf maar ook voor de zonden van het volk. » Ten tweede met het oog op de natuurlijke voortteling van het menschdom, dit nu geschiedt voor het lichamelijke evenzeer als voor het geestelijke door het huwelijk; het huwelijk immers is niet alleen een sacrament maar ook een natuurverrichting.158Leerstelling. — Zoals werd aangetoond (62e Kwestie, 5e Art. en 63e Kwestie, 1e Art.) zijn de sacramenten van de heilige Kerk op twee dingen aangewezen, de mens nl. voor alles wat Gods eredienst betreft, naar de eis van het christelijke leven toe te rusten, en verder een geneesmiddel te zijn tegen de schade die door de zonden berokkend wordt. Om die beide doeleinden is het dan ook zeer redelijk zeven sacramenten te aanvaarden. Het geestelijke leven heeft immers, net zoals alle lichamelijke wezens gelijkvormigheid vertonen met geestelijke dingen, een zekere gelijkvormigheid met het leven van het lichaam. Wat nu het lichamelijke leven betreft wordt iemand op twee manieren vervolmaakt: ten eerste in verhouding tot zichzelf en verder daar toch de mens van natuur uit een maatschappelijk dier is, in verhouding tot de hele gemeenschap waarin hij leeft. Wat hemzelf betreft wint de mens op lichamelijk gebied op twee manieren aan volmaaktheid; vooreerst hoofdzakelijk met een zekere volmaaktheid van leven te erlangen, en verder op bijkomstige wijze met de hinderpalen tot het leven zoals ziekten en andere dergelijke meer, te doen ophouden. Wat nu het eerste betreft wint het lichamelijke leven op drie manieren aan volmaaktheid: vooreerst door de geboorte, waardoor de mens begint te bestaan en te leven. Daartegenover staat het doopsel dat een geestelijke 159wedergeboorte is zoals overigens blijkt uit de Brief aan Titus (3, 5): “Hij heeft ons gered door een bad van wedergeboorte.” Ten tweede door de wasdom van het lichaam, waardoor iemand tot volkomen grootte en kracht uitgroeit. Daartegenover staat in het geestelijke leven het vormsel waar de heilige Geest ons tot sterkte gegeven wordt. Daarom werd overigens aan de leerlingen die reeds gedoopt waren (Lk. 24, 49) gezegd: “Blijft in de stad zitten tot gij met kracht uit de hoge bekleed wordt.” Ten derde door de voeding waardoor leven en kracht in de mens bewaard worden. Daaraan beantwoordt in ons geestelijk leven de Eucharistie. Zo komt het dat St. Joh. (6, 54) zegt: “Indien gij het vlees van de Mensenzoon niet eet en zijn Bloed niet drinkt hebt gij geen leven in u.” Dat nu zou voor de mens als hij zo in lichamelijk als in geestelijk opzicht een onlijdelijk leven had volstaan; daar echter de mens dikwijls een lichamelijke of ook een geestelijke ziekte de zonde nl. oploopt, daarom is genezing van ziekte voor de mens een behoefte. Die genezing nu is alweer tweevoudig; er is nl. genezing die gezondheid terugschenkt en daarvoor hebben we volgens de 40e Psalm (5) “Genees mijn ziel want ik heb tegenover U gezondigd” in het 160geestelijke leven de biecht; er is ook genezing die door een aangepast regiem en door oefening de vroegere gezondheid weergeeft, en daartoe gebruiken we het heilig Oliesel dat de overblijfselen van de zonde vernietigt en de mens op de eindglorie voorbereidt. Daarom zegt St. Jacobus (5, 15): “en heeft hij gezondigd het zal hem vergeven worden.” In verhouding tot de gemeenschap eindelijk wordt de mens op twee manieren vervolmaakt: ten eerste door de macht die hij ontvangt om over het volk te regeren en openbare ambten waar te nemen; daarvoor bestaat in het geestelijke leven het sacrament van het priesterschap; in de Brief aan de Hebreërs lezen we toch (7, 27): “de priester draagt slachtoffers op niet alleen voor zichzelf maar ook voor de zonden van het volk.” Ten tweede met het oog op de natuurlijke voortteling van het mensdom, dit nu geschiedt voor het lichamelijke evenzeer als voor het geestelijke door het huwelijk; het huwelijk immers is niet alleen een sacrament maar ook een natuurverrichting.

Ex his etiam patet sacramentorum numerus, secundum quod ordinantur contra defectum peccati, nam baptismus ordinatur contra carentiam vitae spiritualis; confirmatio contra infirmitatem animi, quae in nuper natis invenitur; Eucharistia contra labilitatem animi ad peccandum; poenitentia 161contra actuale peccatum post baptismum commissum; extrema unctio contra reliquias peccatorum, quae scilicet non sunt sufficienter per poenitentiam sublatae, aut ex negligentia, aut ex ignorantia; ordo contra dissolutionem multitudinis; matrimonium in remedium contra concupiscentiam personalem, et contra defectum multitudinis, qui per mortem accidit.

Nog blijkt er hoeveel sacramenten er moeten zijn wanneer wij ze beschouwen inzoover zij tegen de schade welke de zonde aanricht worden aangewend. Het doopsel immers wordt als een middel tegen het gemis aan geestelijk leven bedoeld; het vormsel als een middel tegen de zwakheid van de ziel, die aan degenen die juist geboren werden eigen is; 161de Eucharistie als een middel tegen de geneigdheid van de ziel tot de zonde; de biecht als een middel tegen de dadelijke zonde die na het doopsel bedreven werd; het heilig oliesel als een middel tegen de overblijfselen van de zonde die om reden van nalatigheid of onwetendheid niet voldoende door de biecht werden weg genomen; het priesterschap als een eenheidsband tegen de verstrooing der menigte; het huwelijk eindelijk als geneesmiddel tegen de persoonlijke begeerlijkheid en als behoedmiddel tegen ontvolking door den dood.Nog blijkt er hoeveel sacramenten er moeten zijn wanneer wij ze beschouwen inzover zij tegen de schade welke de zonde aanricht worden aangewend. Het doopsel immers wordt als een middel tegen het gemis aan geestelijk leven bedoeld; het vormsel als een middel tegen de zwakheid van de ziel, die aan degenen die juist geboren werden eigen is; 161de Eucharistie als een middel tegen de geneigdheid van de ziel tot de zonde; de biecht als een middel tegen de dadelijke zonde die na het doopsel bedreven werd; het heilig oliesel als een middel tegen de overblijfselen van de zonde die om reden van nalatigheid of onwetendheid niet voldoende door de biecht werden weg genomen; het priesterschap als een eenheidsband tegen de verstrooiing van de menigte; het huwelijk eindelijk als geneesmiddel tegen de persoonlijke begeerlijkheid en als behoedmiddel tegen ontvolking door de dood.

Quidam [Alex. Halens., S. Th., P. 4, Q. 8, membr. 7, Art. 2] vero accipiunt numerum sacramentorum per quandam adaptationem ad virtutes, et ad defectus culparum et poenalitatum, dicentes, quod fidei respondet baptismus, et ordinatur contra culpam originalem; spei extrema unctio, et ordinatur contra culpam venialem; charitati Eucharistia, et ordinatur contra poenalitatem malitiae; prudentiae ordo, et ordinatur contra ignorantiam; justitiae poenitentia, et ordinatur contra peccatum mortale; temperantiae 162matrimonium, et ordinatur contra concupiscentiam; fortitudini confirmatio, et ordinatur contra infirmitatem.

Daar zijn er ook die het aantal sacramenten trachten door vergelijking of met aanpassing aan de deugden en aan de schade door schuld en straf van zonden berokkend te bepalen; zoo beweren ze dat het doopsel aan het geloof beantwoordt en tegen de erfzonde wordt aangewend; het heilig oliesel aan de hoop en tegen de dagelijksche zonde wordt aangewend; de eucharistie zou aan de liefde beantwoorden en tegen de straffen die om de boosheid te wachten staan worden aangewend; het priesterschap aan de voorzichtigheid en zou als middel tegen de onwetendheid bedoeld zijn; de biecht aan de rechtvaardigheid en zou een middel zijn tegen de doodzonde; het huwelijk aan de matigheid en zou een middel zijn tegen de begeerlijkheid; het 162vormsel zou aan de sterkte beantwoorden en tegen de zwakheid van wil moeten behoeden.Daar zijn er ook die het aantal sacramenten trachten door vergelijking of met aanpassing aan de deugden en aan de schade door schuld en straf van zonden berokkend te bepalen; zo beweren ze dat het doopsel aan het geloof beantwoordt en tegen de erfzonde wordt aangewend; het heilig oliesel aan de hoop en tegen de dagelijkse zonde wordt aangewend; de eucharistie zou aan de liefde beantwoorden en tegen de straffen die om de boosheid te wachten staan worden aangewend; het priesterschap aan de voorzichtigheid en zou als middel tegen de onwetendheid bedoeld zijn; de biecht aan de rechtvaardigheid en zou een middel zijn tegen de doodzonde; het huwelijk aan de matigheid en zou een middel zijn tegen de begeerlijkheid; het 162vormsel zou aan de sterkte beantwoorden en tegen de zwakheid van wil moeten behoeden.

↑ bedenking 1

Ad primum ergo dicendum, quod idem agens principale utitur diversis instrumentis ad diversos effectus, secundum congruentiam operum; et similiter virtus divina et passio Christi operantur in nobis per diversa sacramenta, quasi per diversa instrumenta.

Antwoord op de Bedenkingen. — 1. Eenzelfde bewerkende hoofdoorzaak gebruikt al naar gelang haar werk vergt voor verschillende uitwerkselen verschillende werktuigen. Welnu zoo ook zijn in ons de goddelijke kracht en het lijden van Christus met behulp van verschillende sacramenten als van verschillende werktuigen werkzaam.Antwoord op de Bedenkingen. — 1. Eenzelfde bewerkende hoofdoorzaak gebruikt al naar gelang haar werk vergt voor verschillende uitwerkselen verschillende werktuigen. Welnu zo ook zijn in ons de goddelijke kracht en het lijden van Christus met behulp van verschillende sacramenten als van verschillende werktuigen werkzaam.

↑ bedenking 2

Ad secundum dicendum, quod culpa et poena diversitatem habent, et secundum speciem, inquantum sunt diversae species culparum et poenarum, et secundum diversos hominum status et habitudines. Et secundum hoc oportuit multiplicari sacramenta, ut ex dictis patet [in corp. art.].

2. Schuld en straf kunnen in verschillende soorten ingedeeld worden en met inachtneming van hun eigen aard en op grond van de verschillende levensstaten en gewoonten van den mensch; welnu om het laatste opzicht moeten zooals blijkt uit wat reeds gezegd werd de sacramenten vele zijn.2. Schuld en straf kunnen in verschillende soorten ingedeeld worden en met inachtneming van hun eigen aard en op grond van de verschillende levensstaten en gewoonten van de mens; welnu om het laatste opzicht moeten zoals blijkt uit wat reeds gezegd werd de sacramenten vele zijn.

↑ bedenking 3

Ad tertium dicendum, quod in actionibus hierarchicis considerantur et agentes, et recipientes, et actiones. Agentes autem sunt ministri Ecclesiae, ad quos pertinet ordinis sacramentum; recipientes autem sunt illi qui ad sacramentum accedunt, qui producuntur per matrimonium; actiones autem sunt purgatio, illuminatio, et perfectio. Sed sola purgatio non potest 163esse sacramentum novae legis, quod gratiam confert, sed pertinet ad quaedam sacramentalia, quae sunt catechismus et exorcismus; purgatio autem et illuminatio simul, secundum Dionysium [cap. 3. Eccles. Hierar. 1], pertinent ad baptismum; et propter recidivum secundario pertinent ad poenitentiam et extremam unctionem; perfectio autem, quantum ad virtutem quidem, quae est quasi perfectio formalis, pertinet ad confirmationem, quantum autem ad consecutionem finis, pertinet ad Eucharistiam.

3. Bij hierarchische handelingen komen én degenen die handelen én degenen die ontvangen én de handeling zelf in aanmerking. Degenen die handelen zijn de bedienaars der heilige Kerk, daartoe werd het priesterschap ingesteld; degenen die ontvangen zijn zij die tot de sacramenten naderen, deze nu worden door het huwelijk voortgebracht. De handeling zelf wordt ingedeeld in reiniging verlichting en vervolmaking. Reiniging echter kan alleen 163geen sacrament zijn der nieuwe wet dat de genade zou toebedeelen, reiniging gaat immers eerder op sommige sacramenten alleen, zooals catechisatie en duivelbezwering terug. Reiniging en verlichting gaan integendeel wanneer ze samen zijn, naar Dyonisius in zijn « Kerkelijke Hierarchie » (3), op het doopsel terug en omdat de mensch weleens hervalt, behooren ze op ondergeschikte wijze ook tot de biecht en tot het heilig oliesel. De vervolmaking eindelijk is wat de zielesterkte m. a. w. de formeele volmaaktheid betreft het vormsel, wat het bereiken van het einddoel betreft de eucharistie weggelegd.3. Bij hiërarchische handelingen komen én degenen die handelen én degenen die ontvangen én de handeling zelf in aanmerking. Degenen die handelen zijn de bedienaars van de heilige Kerk, daartoe werd het priesterschap ingesteld; degenen die ontvangen zijn zij die tot de sacramenten naderen, deze nu worden door het huwelijk voortgebracht. De handeling zelf wordt ingedeeld in reiniging verlichting en vervolmaking. Reiniging echter kan alleen 163geen sacrament zijn van de nieuwe wet dat de genade zou toebedelen, reiniging gaat immers eerder op sommige sacramenten alleen, zoals catechisatie en duivelbezwering terug. Reiniging en verlichting gaan integendeel wanneer ze samen zijn, naar Dyonisius in zijn “Kerkelijke Hierarchie” (3), op het doopsel terug en omdat de mens weleens hervalt, behoren ze op ondergeschikte wijze ook tot de biecht en tot het heilig oliesel. De vervolmaking eindelijk is wat de zielesterkte m. a. w. de formele volmaaktheid betreft het vormsel, wat het bereiken van het einddoel betreft de eucharistie weggelegd.

↑ bedenking 4

Ad quartum dicendum, quod in sacramento confirmationis datur plenitudo Spiritus Sancti ad robur; in extrema autem unctione praeparatur homo, ut recipiat immediate gloriam; quorum neutrum competit veteri Testamento. Et ideo nihil potuit his sacramentis in veteri lege respondere. Nihilominus tamen sacramenta in veteri lege plura fuerunt numero, propter diversitatem sacrificiorum et caeremoniarum.

4. In het sacrament van het vormsel wordt tot versterking de volheid van den heiligen Geest gegeven, in het heilig oliesel daarentegen wordt de mensch toegerust om onmiddellijk de hemelsche glorie te verlangen, geen van beiden nu kon in het oude testament geschieden en daarom kon in het oude testament niets aan bewuste sacramenten beantwoorden. Niettemin waren echter om de verscheidenheid der offers en der plechtigheden onder de oude wet de sacramenten talrijker.4. In het sacrament van het vormsel wordt tot versterking de volheid van de heilige Geest gegeven, in het heilig oliesel daarentegen wordt de mens toegerust om onmiddellijk de hemelse glorie te verlangen, geen van beiden nu kon in het oude testament geschieden en daarom kon in het oude testament niets aan bewuste sacramenten beantwoorden. Niettemin waren echter om de verscheidenheid van de offers en van de plechtigheden onder de oude wet de sacramenten talrijker.

↑ bedenking 5

Ad quintum dicendum, quod contra concupiscentiam venereorum oportuit specialiter remedium adhiberi per aliquod sacramentum : primo quidem, quia per hujusmodi concupiscentiam non solum vitiatur persona, 164sed etiam natura; secundo propter vehementiam ejus, qua rationem absorbet.

5. Tegen de begeerlijkheid van het vleesch moest er vooreerst omdat door die begeerlijkheid niet alleen de persoon maar zelfs de natuur bedorven wordt, en verder omdat de begeerlijkheid zoo 164hevig is dat ze het verstand overweldigt, door een sacrament een bijzonder geneesmiddel worden aangewend.5. Tegen de begeerlijkheid van het vlees moest er vooreerst omdat door die begeerlijkheid niet alleen de persoon maar zelfs de natuur bedorven wordt, en verder omdat de begeerlijkheid zo 164hevig is dat ze het verstand overweldigt, door een sacrament een bijzonder geneesmiddel worden aangewend.

↑ sed contra

Ad sextum dicendum, quod aqua benedicta et aliae consecrationes non dicuntur sacramenta, quia non perducunt ad sacramenti effectum, qui est gratiae consecutio; sed sunt dispositiones quaedam ad sacramenta, vel removendo prohibens, sicut aqua benedicta ordinatur contra insidias daemonum, et contra peccata venialia, vel etiam idoneitatem quandam faciendo ad sacramenti perfectionem et perceptionem, sicut consecratur altare et vasa propter reverentiam Eucharistiae.

6. Wijwater en sacramenten zijn daar ze tot het uitwerksel der sacramenten, tot het geven van de genade nl. niet bijdragen, geen sacramenten, wel maken ze echter, doordien ze de beletselen wegnemen of ook bekwaam maken om het sacrament te voltrekken of te ontvangen, tot het ontvangen van de sacramenten geschikt. Zoo wordt wijwater tegen de hinderlagen van den duivel en tegen de dagelijksche zonde aangewend, zoo worden uit eerbied voor de heilige consecratie altaren en vaten gewijd.6. Wijwater en sacramenten zijn daar ze tot het uitwerksel van de sacramenten, tot het geven van de genade nl. niet bijdragen, geen sacramenten, wel maken ze echter, doordien ze de beletselen wegnemen of ook bekwaam maken om het sacrament te voltrekken of te ontvangen, tot het ontvangen van de sacramenten geschikt. Zo wordt wijwater tegen de hinderlagen van de duivel en tegen de dagelijkse zonde aangewend, zo worden uit eerbied voor de heilige consecratie altaren en vaten gewijd.

Ad septimum dicendum, quod oblationes et decimae erant tam in lege naturae, quam in lege Moysi ordinatae, non solum in subsidium ministrorum et pauperum, sed etiam in figuram, et ideo non sunt sacramenta.

7. Opdrachten en tienden waren evenzeer onder de natuurwet als onder Mozes verplichtend en zulks niet alleen om de bedienaars en de armen ter hulp te komen, maar ze werden zelfs zinnebeeldig aangewend en daarom juist waren het sacramenten; nu echter zijn ze geen zinnebeelden meer en daarom zijn ze thans ook geen sacramenten.

Ad octavum dicendum, quod ad deletionem venialis peccati non requiritur infusio gratiae; unde cum in quolibet sacramento novae legis gratia infundatur, nullum sacramentum novae legis instituitur directe contra veniale, 165quod tollitur per quaedam sacramentalia, puta per aquam benedictam, et alia hujusmodi, quidam tamen dicunt extremam unctionem contra veniale peccatum ordinari, sed de hoc suo loco dicetur [in Supplem. q. 30. art. 1.].

8. Tot vergiffenis van de dagelijksche zonde is geen instorting van genade noodig. Daar nu ieder sacrament der nieuwe wet genade instort, zoo is er geen enkel sacrament der nieuwe wet rechtstreeks tegen de dagelijksche zonde, die overigens door sacramentaliën als bv. wijwater of iets dergelijk wordt weggenomen, 165ingesteld geworden. Sommigen beweren niettemin dat het heilig oliesel tegen de dagelijksche zonde werd ingesteld; daarover echter op tijd en stond.8. Tot vergiffenis van de dagelijkse zonde is geen instorting van genade nodig. Daar nu ieder sacrament van de nieuwe wet genade instort, zo is er geen enkel sacrament van de nieuwe wet rechtstreeks tegen de dagelijkse zonde, die overigens door sacramentaliën als bv. wijwater of iets dergelijk wordt weggenomen, 165ingesteld geworden. Sommigen beweren niettemin dat het heilig oliesel tegen de dagelijkse zonde werd ingesteld; daarover echter op tijd en stond.

Articulus II

Utrum sacramenta convenienter ordinentur secundum modum praedictum

[4. Dist. 2. q. 1. art. 3. et Dist. 7. q. 1. 3. et Ephes. 5. fin.]
IIe Artikel

Volgen de sacramenten malkaar naar de aangegeven volgorde naar behooren op?Volgen de sacramenten malkaar naar de aangegeven volgorde naar behoren op?

antwoord 1 ↓

Ad secundum sic proceditur. Videtur, quod inconvenienter sacramenta ordinentur secundum modum praedictum. Ut enim Apostolus dicit 1. ad Corinth. 15. [v. 46] : « Prius est, quod est animale, deinde quod spirituale. » Sed per matrimonium generatur homo prima generatione, quae est animalis; per baptismum autem regeneratur homo secunda generatione, quae est spiritualis. Ergo matrimonium debet praecedere baptismum.

Bedenkingen. — Men beweert dat naar de aangegeven volgorde de sacramenten malkaar niet naar behooren opvolgen. — 1. De Apostel zegt in den Eersten Brief aan de Korinthiërs (15, 46) : « Eerst komt het dierlijke daarna het geestelijke. » Door het huwelijk nu wordt de mensch door een eerste geboorte die dierlijk is tot het leven verwekt, door het doopsel integendeel wordt de mensch door een tweede geboorte die geestelijk is wedergeboren. Zoo moet dus het huwelijk het doopsel voorafgaan.Bedenkingen. — Men beweert dat naar de aangegeven volgorde de sacramenten malkaar niet naar behoren opvolgen. — 1. De Apostel zegt in de Eerste Brief aan de Korintiërs (15, 46): “Eerst komt het dierlijke daarna het geestelijke.” Door het huwelijk nu wordt de mens door een eerste geboorte die dierlijk is tot het leven verwekt, door het doopsel integendeel wordt de mens door een tweede geboorte die geestelijk is wedergeboren. Zo moet dus het huwelijk het doopsel voorafgaan.

antwoord 2 ↓

2. Praeterea, per sacramentum ordinis aliquis accipit potestatem agendi actiones sacramentales. Sed agens est prior sua actione. Ergo ordo debet praecedere et baptismum, et alia sacramenta.

2. Door het priesterschap krijgt iemand macht om de 166sacramenteele handelingen te verrichten. Welnu om te handelen moet men eerst bestaan. Zoo moet dus het doopsel en het priesterschap de andere sacramenten voorafgaan.2. Door het priesterschap krijgt iemand macht om de 166sacramentele handelingen te verrichten. Welnu om te handelen moet men eerst bestaan. Zo moet dus het doopsel en het priesterschap de andere sacramenten voorafgaan.

antwoord 3 ↓

3. Praeterea, Eucharistia est spirituale nutrimentum; confirmatio autem 166comparatur augmento. Nutrimentum autem est causa augmenti, et per consequens prius eo. Ergo Eucharistia est prior confirmatione.

3. De eucharistie is een geestelijk voedsel, het vormsel daarentegen bevordert den wasdom. Het voedsel nu is oorzaak van den wasdom en moet bijgevolg den wasdom voorafgaan. Zoo moet dus de eucharistie eerder dan het vormsel vermeld worden.3. De eucharistie is een geestelijk voedsel, het vormsel daarentegen bevordert de wasdom. Het voedsel nu is oorzaak van de wasdom en moet bijgevolg de wasdom voorafgaan. Zo moet dus de eucharistie eerder dan het vormsel vermeld worden.

antwoord 4 ↓

4. Praeterea, poenitentia praeparat hominem ad Eucharistiam. Sed dispositio praecedit perfectionem. Ergo poenitentia debet praecedere Eucharistiam.

4. De biecht bereidt den mensch voor op de eucharistie. Een voorbereiding nu komt voor de volmaaktheid. Zoo moet dus de biecht de eucharistie voorafgaan.4. De biecht bereidt de mens voor op de eucharistie. Een voorbereiding nu komt voor de volmaaktheid. Zo moet dus de biecht de eucharistie voorafgaan.

antwoord 5 ↓

5. Praeterea, quod est propinquius fini ultimo, est posterius. Sed extrema unctio inter omnia sacramenta propinquior est ultimo fini beatitudinis. Ergo debet habere ultimum locum inter sacramenta.

5. Wat het laatste doel meest nabij komt moet de laatste plaats bekleeden. Daar nu het heilig oliesel onder al de sacramenten het dichtst bij het laatste doel bij de gelukzaligheid nl. komt, zoo moet het in volgorde het laatst vermeld worden.5. Wat het laatste doel meest nabij komt moet de laatste plaats bekleden. Daar nu het heilig oliesel onder al de sacramenten het dichtst bij het laatste doel bij de gelukzaligheid nl. komt, zo moet het in volgorde het laatst vermeld worden.

In contrarium est, quod communiter ordinantur ab omnibus sacramenta, sicut prius dictum est [art. praec.].

Daartegenover echter staat dat de volgorde der sacramenten over het algemeen door allen, zooals we zeiden (vorig artikel) gegeven wordt.Daartegenover echter staat dat de volgorde van de sacramenten over het algemeen door allen, zoals we zeiden (vorig artikel) gegeven wordt.

Respondeo dicendum, quod ratio ordinis sacramentorum apparet ex his, quae supra dicta sunt [ibid.]. nam sicut unum est prius quam multitudo, 167ita sacramenta, quae ordinantur ad perfectionem unius personae, naturaliter praecedunt ea, quae ordinantur ad perfectionem multitudinis. Et ideo ultimo inter sacramenta ponuntur ordo et matrimonium, quae ordinantur ad multitudinis perfectionem; matrimonium tamen post ordinem, eo quod minus participat de ratione spiritualis vitae, ad quam ordinantur sacramenta. Inter ea vero, quae ordinantur ad perfectionem unius personae, naturaliter sunt priora illa, quae per se ordinantur ad perfectionem spiritualis vitae, quam illa, quae ordinantur per accidens, scilicet ad removendum accidens nocivum superveniens, cujusmodi sunt poenitentia et extrema unctio; posterior tamen est naturaliter extrema unctio, quae consummat sanationem, poenitentia, quae inchoat. Inter alia vero tria manifestum est, quod baptismus, qui est spiritualis generatio, est prius; et deinde confirmatio, quae ordinatur ad formalem perfectionem virtutis; et postmodum Eucharistia, quae ordinatur ad perfectionem finis.

Leerstelling. — De rede waarom de sacramenten aldus geschikt worden blijkt uit het vorig artikel. Zooals immers de enkeling eerder dan de menigte bestaat, zoo gaan de sacramenten die 167op de volmaaktheid van den enkeling zijn aangewezen, de sacramenten waarmede de volmaaktheid van de menigte bedoeld wordt vooraf. Zoo worden dan, omdat ze op de volmaaktheid van de menigte gericht zijn, het priesterschap en het huwelijk laatst genoemd. Het huwelijk echter na het priesterschap omdat het minder aan het geestelijke leven waartoe de sacramenten worden ingesteld deelachtig maakt. Onder de sacramenten die op de volmaaktheid van den enkeling alleen zijn aangewezen, zijn natuurlijk diegene de eerste die op de volmaaktheid van het geestelijk leven gericht zijn; en daarna eerst komen degene die daar in ondergeschikte mate, om nl. zooals met de biecht en het heilig oliesel het geval is, noodlottige invloeden die zich laten gelden te verdrijven, op aansturen. Daarbij komt het heilig oliesel dat de genezing voltrekt natuurlijk na de biecht die de genezing inzet. Onder de drie overige is het klaarblijkelijk dat het doopsel, geestelijke wedergeboorte, het eerst komt, daarna het vormsel dat op de formeele volmaaktheid van de deugd is aangewezen en eindelijk de eucharistie die tot de eindvolmaaktheid wordt aangewend.Leerstelling. — De rede waarom de sacramenten aldus geschikt worden blijkt uit het vorig artikel. Zoals immers de enkeling eerder dan de menigte bestaat, zo gaan de sacramenten die 167op de volmaaktheid van de enkeling zijn aangewezen, de sacramenten waarmede de volmaaktheid van de menigte bedoeld wordt vooraf. Zo worden dan, omdat ze op de volmaaktheid van de menigte gericht zijn, het priesterschap en het huwelijk laatst genoemd. Het huwelijk echter na het priesterschap omdat het minder aan het geestelijke leven waartoe de sacramenten worden ingesteld deelachtig maakt. Onder de sacramenten die op de volmaaktheid van de enkeling alleen zijn aangewezen, zijn natuurlijk diegene de eerste die op de volmaaktheid van het geestelijk leven gericht zijn; en daarna eerst komen degene die daar in ondergeschikte mate, om nl. zoals met de biecht en het heilig oliesel het geval is, noodlottige invloeden die zich laten gelden te verdrijven, op aansturen. Daarbij komt het heilig oliesel dat de genezing voltrekt natuurlijk na de biecht die de genezing inzet. Onder de drie overige is het klaarblijkelijk dat het doopsel, geestelijke wedergeboorte, het eerst komt, daarna het vormsel dat op de formele volmaaktheid van de deugd is aangewezen en eindelijk de eucharistie die tot de eindvolmaaktheid wordt aangewend.

↑ bedenking 1

Ad primum ergo dicendum, quod matrimonium, secundum quod ordinatur ad animalem vitam, est naturae officium; sed secundum quod 168habet aliquid spiritualitatis, est sacramentum, et quia minimum habet de spiritualitate, ultimo ponitur inter sacramenta.

Antwoord op de Bedenkingen. — 1. In zoover het huwelijk op het dierlijke leven gewezen is, is het een natuurverrichting, 168in de mate echter waarin het iets geestelijks is, is het een sacrament. En juist omdat het minst van al geestelijk is krijgt het de laatste plaats.Antwoord op de Bedenkingen. — 1. In zover het huwelijk op het dierlijke leven gewezen is, is het een natuurverrichting, 168in de mate echter waarin het iets geestelijks is, is het een sacrament. En juist omdat het minst van al geestelijk is krijgt het de laatste plaats.

↑ bedenking 2

Ad secundum dicendum, quod ad hoc quod aliquid sit agens, praesupponitur quod sit in se perfectum; et ideo priora sunt sacramenta, quibus aliquis in seipso perficitur, quam sacramentum ordinis, quo aliquis constituitur perfector aliorum.

2. Opdat iets zich zou als bewerkende oorzaak laten gelden wordt geondersteld dat het volmaakter is, en daarom worden die sacramenten waardoor iemand in zich zelf vervolmaakt wordt, eerder vernoemd dan het priesterschap, waardoor iemand om andere te vervolmaken wordt aangesteld.2. Opdat iets zich zou als bewerkende oorzaak laten gelden wordt geondersteld dat het volmaakter is, en daarom worden die sacramenten waardoor iemand in zichzelf vervolmaakt wordt, eerder vernoemd dan het priesterschap, waardoor iemand om andere te vervolmaken wordt aangesteld.

↑ bedenking 3

Ad tertium dicendum, quod nutrimentum et praecedit augmentum, sicut causa ejus, et subsequitur augmentum, sicut conservans hominem in perfecta quantitate et virtute; et ideo potest Eucharistia praemitti confirmationi, ut Dionysius facit in lib. de Ecclesiast. Hierarch. [cap. 3. et 4.], et potest postponi, sicut Magister facit in 4. Sentent. [Dist. 2, c. 1, et Dist. 8, c. 1.].

3. De voeding gaat als oorzaak den wasdom van het lichaam vooraf en volgt hem, daar ze toch den mensch in zijn volmaakte grootte en kracht bewaart, ook op. Daarom dan mag zooals Dionysius doet in zijn Boek « Over de kerkelijke Hierarchie » (3, 4) de Eucharistie vóór het vormsel vernoemd worden en ook zooals de Meester in het vierde boek van de Sententiën doet na het vormsel.3. De voeding gaat als oorzaak de wasdom van het lichaam vooraf en volgt hem, daar ze toch de mens in zijn volmaakte grootte en kracht bewaart, ook op. Daarom dan mag zoals Dionysius doet in zijn Boek “Over de kerkelijke Hierarchie” (3, 4) de Eucharistie vóór het vormsel vernoemd worden en ook zoals de Meester in het vierde boek van de Sententiën doet na het vormsel.

↑ bedenking 4

Ad quartum dicendum, quod ratio illa recte procederet, si poenitentia ex necessitate requireretur ut praeparatoria ad Eucharistiam; sed hoc non est verum, nam si aliquis esset sine peccato mortali, non indigeret poenitentia ad sumptionem Eucharistiae; et sic patet, quod per accidens 169poenitentia praeparat ad Eucharistiam, scilicet supposito peccato; unde dicitur 2. Paralip. ult. : « Tu domine Deus, justorum non posuisti poenitentiam justis. »

4. Dit ware een gegronde reden indien de biecht als voorbereiding tot de Eucharistie een noodzakelijke vereischte was. Thans houdt het echter geen stand. Want iemand die zonder doodzonde is heeft om ter heilige tafel te mogen naderen de biecht niet van doen, en zoo wordt het duidelijk dat de biecht op bijkomstige wijze d. i. wanneer men de doodzonde onderstelt tot de Eucharistie 169voorbereidt. Daarom staat er in het tweede boek der Parell. : « Gij Heer, die de Heer zijt der rechtvaardigen hebt hun geen straf opgelegd. »4. Dit ware een gegronde reden indien de biecht als voorbereiding tot de Eucharistie een noodzakelijke vereiste was. Thans houdt het echter geen stand. Want iemand die zonder doodzonde is heeft om ter heilige tafel te mogen naderen de biecht niet van doen, en zo wordt het duidelijk dat de biecht op bijkomstige wijze d.i. wanneer men de doodzonde onderstelt tot de Eucharistie 169voorbereidt. Daarom staat er in het tweede boek van de Parell.: “Gij Heer, die de Heer zijt van de rechtvaardigen hebt hun geen straf opgelegd.”

↑ bedenking 5

Ad quintum dicendum, quod extrema unctio propter rationem inductam est ultimum inter sacramenta, quae ordinantur ad perfectionem unius personae.

5. Om die reden juist wordt het heilig oliesel onder de sacramenten die de volmaaktheid van den enkeling bevorderen het laatste opgesomd.5. Om die reden juist wordt het heilig oliesel onder de sacramenten die de volmaaktheid van de enkeling bevorderen het laatste opgesomd.

Articulus III

Utrum sacramentum Eucharistiae sit potissimum inter sacramenta

[4. Dist. 7. q. 1. art. 1. q. 3. corp. et Dist. 8. q. 1. art. q. 1. et lib. 4. Contr. g. cap. 74. et Veri. q. 7. art. 4. corp. fin.]
IIIe Artikel

Is de Eucharistie het voornaamste sacrament?

antwoord 1 ↓

Ad tertium sic proceditur. Videtur, quod sacramentum Eucharistiae non sit potissimum inter sacramenta. Bonum enim commune potius est, quam bonum unius, ut dicitur 1. Ethicorum [cap. 2. N. 8.]. Sed matrimonium ordinatur ad bonum commune speciei humanae per viam generationis, sacramentum autem Eucharistiae ordinatur ad bonum proprium sumentis. Ergo non est potissimum sacramentorum.

Bedenkingen. — Men beweert dat de Eucharistie niet het voornaamste sacrament is. — 1. De belangen der gemeenschap komen zooals Aristoteles zegt in zijn Zedeleer (1, 2) voor de belangen van een enkeling. Welnu het huwelijk is door middel van de voortplanting op het algemeene bestzijn van het menschelijk geslacht berekend, de Eucharistie integendeel op het bestzijn van den enkeling. Zoo is dus de Eucharistie niet het voornaamste sacrament.Bedenkingen. — Men beweert dat de Eucharistie niet het voornaamste sacrament is. — 1. De belangen van de gemeenschap komen zoals Aristoteles zegt in zijn Zedeleer (1, 2) voor de belangen van een enkeling. Welnu het huwelijk is door middel van de voortplanting op het algemene bestzijn van het menselijk geslacht berekend, de Eucharistie integendeel op het bestzijn van de enkeling. Zo is dus de Eucharistie niet het voornaamste sacrament.

antwoord 2 ↓

1702. Praeterea, digniora sacramenta esse videntur, quae per majorem ministrum conferuntur. Sed sacramentum confirmationis, et sacramentum ordinis non conferuntur nisi per episcopum, qui est major minister, quam simplex sacerdos, per quem confertur Eucharistiae sacramentum. Ergo illa sacramenta sunt potiora.

1702. De voortreffelijkste sacramenten zijn diegene die door de waardigste bedienaars worden toegediend. Het vormsel nu en het priesterschap worden door den bisschop, die een hooger bedienaar is dan een eenvoudig priester, die de eucharistie uitreikt, toegediend. Zoo hebben beide eerstgenoemde sacramenten dan ook een hoogere waardigheid.1702. De voortreffelijkste sacramenten zijn diegene die door de waardigste bedienaars worden toegediend. Het vormsel nu en het priesterschap worden door de bisschop, die een hoger bedienaar is dan een eenvoudig priester, die de eucharistie uitreikt, toegediend. Zo hebben beide eerstgenoemde sacramenten dan ook een hogere waardigheid.

antwoord 3 ↓

3. Praeterea, sacramenta tanto sunt potiora, quanto majorem virtutem habent. Sed quaedam sacramenta imprimunt characterem, scilicet baptismus, confirmatio, et ordo, quod non facit Eucharistia. Ergo illa sacramenta sunt potiora.

3. Die sacramenten zijn de voornaamste die het krachtigst inwerken. Welnu sommige sacramenten, het doopsel nl. het vormsel en het priesterschap, prenten een merkteeken in; de eucharistie integendeel doet zulks niet. Zoo zijn dus die sacramenten de voornaamste.3. Die sacramenten zijn de voornaamste die het krachtigst inwerken. Welnu sommige sacramenten, het doopsel nl. het vormsel en het priesterschap, prenten een merkteken in; de eucharistie integendeel doet zulks niet. Zo zijn dus die sacramenten de voornaamste.

antwoord 4 ↓

4. Praeterea, illud videtur esse potius, ex quo alia dependent, et non e converso. Sed quaedam sacramenta imprimunt characterem, scilicet baptismus, confirmatio, et ordo, quod non facit Eucharistia. Ergo baptismus est potior Eucharistia.

4. Dit waarvan iets anders afhankelijk is heeft meest waarde, en niet andersom. De Eucharistie nu is van het doopsel afhankelijk. Iemand kan immers zoolang hij niet gedoopt is de Eucharistie niet ontvangen. Zoo heeft dus het doopsel een grooter waarde dan de Eucharistie.4. Dit waarvan iets anders afhankelijk is heeft meest waarde, en niet andersom. De Eucharistie nu is van het doopsel afhankelijk. Iemand kan immers zolang hij niet gedoopt is de Eucharistie niet ontvangen. Zo heeft dus het doopsel een groter waarde dan de Eucharistie.

Sed contra, quod Dionysius dicit 3. cap. Eccl. Hier. [P. 1.], quod « non contingit aliquem perfici perfectione hierarchica, nisi per 171divinissimam Eucharistiam ». Ergo hoc sacramentum est potissimum omnium aliorum.

Daartegenover staat echter wat Dionysius zegt in zijn « Kerkelijke Hierarchie » (3) : « Niemand kan de volmaaktheid van 171de hierarchie binnen gaan zonder de allergoddelijkste Eucharistie.» Zoo heeft dus dit sacrament den voorrang boven alle andere.Daartegenover staat echter wat Dionysius zegt in zijn “Kerkelijke Hierarchie” (3): “Niemand kan de volmaaktheid van 171de hierarchie binnen gaan zonder de allergoddelijkste Eucharistie.” Zo heeft dus dit sacrament de voorrang boven alle andere.

Respondeo dicendum, quod simpliciter loquendo, sacramentum Eucharistiae est potissimum inter alia sacramenta. Quod quidem tripliciter apparet : primo quidem ex eo, quod in eo continetur; nam in sacramento Eucharistiae continetur ipse Christus substantialiter; in aliis autem sacramentis continetur quaedam virtus instrumentalis participata a Christo, ut ex supra dictis patet [q. 62. art. 4. ad 3; art. 5.]; semper autem quod est per essentiam, potius est eo, quod est per participationem. Secundo hoc apparet ex ordine sacramentorum ad invicem; nam omnia alia sacramenta ordinari videntur ad hoc sacramentum, sicut ad finem. Manifestum est enim, quod sacramentum ordinis ordinatur ad Eucharistiae consecrationem; sacramentum vero baptismi ordinatur ad Eucharistiae receptionem; in quo etiam perficitur aliquis per confirmationem, ut non vereatur se subtrahere a tali sacramento; per poenitentiam etiam et extremam unctionem praeparatur homo ad digne sumendum corpus Christi; matrimonium etiam saltem sua significatione attingit hoc sacramentum, 172inquantum significat conjunctionem Christi et Ecclesiae, cujus unitas per sacramentum Eucharistiae figuratur; unde et Apostolus dicit Ephes. 5. [v. 32] : « Sacramentum hoc magnum est; ego autem dico in Christo et in Ecclesia. » Tertio hoc apparet ex ritu sacramentorum : nam fere omnia sacramenta in Eucharistia consummantur, ut Dionysius dicit cap. 3. Ecclesiasticae Hierarch. [P. 1], sicut patet, quod ordinati communicant, et etiam baptizati, si sint adulti.

Leerstelling. — Volstrekt gesproken is de Eucharistie onder alle sacramenten het voornaamste; dit kan met drie redenen bewezen worden. Vooreerst op grond van wat het in zich bevat. In de Eucharistie is nl. Christus zelfstandig aanwezig. In de andere sacramenten integendeel schuilt er zooals hierboven gezegd werd (62e Kwestie, 3e en 4e Art.) enkel een werktuigelijke kracht die door Christus werd medegedeeld. Wat nu bij wezenheid bestaat, overtreft wat enkel bij deelgenootschap bestaat. — Dit blijkt ten tweede nog wanneer we de betrekkingen die onder de sacramenten bestaan willen nagaan. Het is immers duidelijk dat het priesterschap op de wijding van de Eucharistie, het doopsel op het ontvangen van de Eucharistie berekend werd. Bij het vormsel verder wordt de mensch, opdat hij zich niet uit menschelijk opzicht aan de Eucharistie zou onttrekken vervolmaakt. Door de biecht en het heilige oliesel wordt de mensch voorbereid om de Eucharistie op waardige wijze te ontvangen. Het huwelijk zelf eindelijk heeft 172althans door zijn beteekenis, inzoover het nl. de vereeniging van Christus met de kerk, eenheid die door de Eucharistie wordt voorgesteld, verzinnebeeldt, met de Eucharistie betrekking. Daarom zegt de apostel in zijn Brief aan de Ephesiërs (5, 32) : « Dit geheimenis is groot, ik zeg dit met het oog op Christus en op de Kerk. » — Ten derde eindelijk doet insgelijks de ritus van de sacramenten dit uitkomen; bijna alle sacramenten worden immers in de Eucharistie voltooid. Dionysius zegt het immers in zijn «Kerkelijke hierarchie » en het bewijs ligt voor de hand. Degene die priester gewijd worden nuttigen nl. het heilig brood, en diegene die gedoopt worden als ze reeds volwassen zijn insgelijks.Leerstelling. — Volstrekt gesproken is de Eucharistie onder alle sacramenten het voornaamste; dit kan met drie redenen bewezen worden. Vooreerst op grond van wat het in zich bevat. In de Eucharistie is nl. Christus zelfstandig aanwezig. In de andere sacramenten integendeel schuilt er zoals hierboven gezegd werd (62e Kwestie, 3e en 4e Art.) enkel een werktuigelijke kracht die door Christus werd medegedeeld. Wat nu bij wezenheid bestaat, overtreft wat enkel bij deelgenootschap bestaat. — Dit blijkt ten tweede nog wanneer we de betrekkingen die onder de sacramenten bestaan willen nagaan. Het is immers duidelijk dat het priesterschap op de wijding van de Eucharistie, het doopsel op het ontvangen van de Eucharistie berekend werd. Bij het vormsel verder wordt de mens, opdat hij zich niet uit menselijk opzicht aan de Eucharistie zou onttrekken vervolmaakt. Door de biecht en het heilige oliesel wordt de mens voorbereid om de Eucharistie op waardige wijze te ontvangen. Het huwelijk zelf eindelijk heeft 172althans door zijn betekenis, inzover het nl. de vereniging van Christus met de kerk, eenheid die door de Eucharistie wordt voorgesteld, verzinnebeeldt, met de Eucharistie betrekking. Daarom zegt de apostel in zijn Brief aan de Efesiërs (5, 32): “Dit geheimenis is groot, ik zeg dit met het oog op Christus en op de Kerk.” — Ten derde eindelijk doet insgelijks de ritus van de sacramenten dit uitkomen; bijna alle sacramenten worden immers in de Eucharistie voltooid. Dionysius zegt het immers in zijn “Kerkelijke hierarchie” en het bewijs ligt voor de hand. Degene die priester gewijd worden nuttigen nl. het heilig brood, en diegene die gedoopt worden als ze reeds volwassen zijn insgelijks.

Aliorum autem sacramentorum comparatio ad invicem potest esse multiplex. Nam in via necessitatis baptismus est potissimum sacramentorum; in via autem perfectionis sacramentum ordinis; medio autem modo se habet sacramentum confirmationis; sacramentum vero poenitentiae et extremae unctionis sunt inferioris gradus a praedictis sacramentis, quia, sicut dictum est [art. 2. huj. q.], ordinantur ad vitam christianam, non per se, sed quasi per accidens, scilicet in remedium supervenientis defectus; inter quae tamen extrema unctio comparatur ad poenitentiam, sicut confirmatio 173ad baptismum, ita scilicet quod poenitentia est majoris necessitatis, sed extrema unctio est majoris perfectionis.

Wat nu de overige sacramenten aangaat, deze kunnen op allerlei manieren met mekaar vergeleken worden; zoo is wanneer het om de noodzakelijkheid gaat het doopsel het voornaamste sacrament; is het integendeel om hun volmaaktheid te doen dan komt eerst en vooral het priesterschap, het sacrament van het vormsel houdt den middenweg; de biecht en het heilig oliesel daarentegen zijn van mindere waarde dan de andere sacramenten, ze zijn immers zooals reeds gezegd werd (Ie art. van deze kwestie) niet in volstrekten zin, maar als bij toeval, als geneesmiddelen tegen voorkomende kwalen op het christelijke leven berekend. Onder die laatste nochtans staat het heilig oliesel tot de biecht in 173dezelfde verhouding als het vormsel tot het doopsel; de biecht is nl. noodzakelijkst, het heilig oliesel integendeel het meest volmaakt van beiden.Wat nu de overige sacramenten aangaat, deze kunnen op allerlei manieren met mekaar vergeleken worden; zo is wanneer het om de noodzakelijkheid gaat het doopsel het voornaamste sacrament; is het integendeel om hun volmaaktheid te doen dan komt eerst en vooral het priesterschap, het sacrament van het vormsel houdt de middenweg; de biecht en het heilig oliesel daarentegen zijn van mindere waarde dan de andere sacramenten, ze zijn immers zoals reeds gezegd werd (1e art. van deze kwestie) niet in volstrekte zin, maar als bij toeval, als geneesmiddelen tegen voorkomende kwalen op het christelijke leven berekend. Onder die laatste nochtans staat het heilig oliesel tot de biecht in 173dezelfde verhouding als het vormsel tot het doopsel; de biecht is nl. noodzakelijkst, het heilig oliesel integendeel het meest volmaakt van beiden.

↑ bedenking 1

Ad primum ergo dicendum, quod matrimonium ordinatur ad commune bonum corporaliter; sed bonum commune spirituale totius Ecclesiae continetur substantialiter in ipso Eucharistiae sacramento.

Antwoord op de Bedenkingen. — 1. Het huwelijk is op lichamelijk gebied op het algemeen bestzijn berekend, maar het geestelijk algemeen bestzijn van geheel de kerk wordt zelfstandig in de eucharistie bevat.

↑ bedenking 2

Ad secundum dicendum, quod per ordinem et confirmationem deputantur fideles Christi ad aliqua specialia officia, quae pertinent ad officium principis, et ideo tradere hujusmodi sacramenta pertinet ad solum episcopum, qui est quasi princeps in Ecclesia. Per sacramentum vero Eucharistiae non deputatur homo ad aliquod officium, sed magis hoc sacramentum est finis omnium officiorum, ut dictum est [in corp.].

2. Door het vormsel en het priesterschap worden de christelijke geloovigen bizondere ambten, die feitelijk van de taak van het hoofd deeluitmaken opgedragen. Daarom is het dan ook dat het aan den bisschop die in de kerk als het hoofd is, toekomt bewuste sacramenten toe te dienen. Door de Eucharistie daarentegen wordt den mensch niet een ambt opgedragen, maar dit sacrament is zooals gezegd werd (in de leerstelling), 't einddoel van alle ambten.2. Door het vormsel en het priesterschap worden de christelijke gelovigen bizondere ambten, die feitelijk van de taak van het hoofd deeluitmaken opgedragen. Daarom is het dan ook dat het aan de bisschop die in de kerk als het hoofd is, toekomt bewuste sacramenten toe te dienen. Door de Eucharistie daarentegen wordt de mens niet een ambt opgedragen, maar dit sacrament is zoals gezegd werd (in de leerstelling), 't einddoel van alle ambten.

↑ bedenking 3

Ad tertium dicendum, quod character sacramentalis, sicut supra dictum est [q. 63. art. 3.], est quaedam participatio sacerdotii Christi; unde sacramentum, quod ipsum Christum conjungit homini, est dignius sacramento, quod imprimit Christi characterem.

3. Het merkteeken, — we deden het hierboven uitkomen (63e Kwestie), — is een deelgenootschap aan het priesterschap van Christus, bijgevolg is het sacrament dat den mensch met Christus vereenigt van meer waarde dan een sacrament dat het merkteeken van Christus inprent.3. Het merkteken, — we deden het hierboven uitkomen (63e Kwestie), — is een deelgenootschap aan het priesterschap van Christus, bijgevolg is het sacrament dat de mens met Christus verenigt van meer waarde dan een sacrament dat het merkteken van Christus inprent.

↑ bedenking 4

174Ad quartum dicendum, quod ratio illa procedit ex parte necessitatis; sicut enim baptismus, cum sit maximae necessitatis, est potissimum sacramentorum, sic ordo et confirmatio habent quandam excellentiam ratione ministerii, et matrimonium ratione significationis; nihil enim prohibet aliquid esse secundum quid dignius, quod tamen non est dignius simpliciter.

1744. Deze beschouwing steunt op de graden van onontbeerlijkheid; zooals immers het doopsel, daar het toch het meest onontbeerlijk is, het belangrijkste sacrament is, zoo ook zijn het priesterschap en het vormsel, om het ambt waartoe ze machtigen, zoo ook is het huwelijk, om zijn beteekenis, boven de andere sacramenten verheven. Niets immers verhindert dat iets dat volstrekt gesproken niet voortreffelijker is dan iets anders, het in een bepaald opzicht wel zou zijn.1744. Deze beschouwing steunt op de graden van onontbeerlijkheid; zoals immers het doopsel, daar het toch het meest onontbeerlijk is, het belangrijkste sacrament is, zo ook zijn het priesterschap en het vormsel, om het ambt waartoe ze machtigen, zo ook is het huwelijk, om zijn betekenis, boven de andere sacramenten verheven. Niets immers verhindert dat iets dat volstrekt gesproken niet voortreffelijker is dan iets anders, het in een bepaald opzicht wel zou zijn.

Articulus IV

Utrum omnia sacramenta sint de necessitate salutis

[4. Dist. q. 1. art. 1. q. 2. et q. 3. art. 2. q. 1.]
IVe Artikel

Zijn alle sacramenten voor onze zaligheid onontbeerlijk?

antwoord 1 ↓

Ad quartum sic proceditur. Videtur, quod omnia sacramenta sint de necessitate salutis. Illud enim, quod non est necessarium, videtur esse superfluum. Sed nullum sacramentum est superfluum, quia Deus nihil facit frustra. Ergo omnia sacramenta sunt de necessitate salutis.

Bedenkingen. — Men beweert dat niet alle sacramenten voor onze zaligheid onontbeerlijk zijn. — 1. Wat niet onontbeerlijk is, is overtollig. Welnu geen enkel sacrament is overtollig. God immers doet niets overtolligs. Zoo zijn alle sacramenten voor onze zaligheid onontbeerlijk.Bedenkingen. — Men beweert dat niet alle sacramenten voor onze zaligheid onontbeerlijk zijn. — 1. Wat niet onontbeerlijk is, is overtollig. Welnu geen enkel sacrament is overtollig. God immers doet niets overtolligs. Zo zijn alle sacramenten voor onze zaligheid onontbeerlijk.

antwoord 2 ↓

2. Praeterea, sicut de baptismo dicitur [Joan. 3. v. 5] : « Nisi quis renatus fuerit ex aqua et Spiritu Sancto, non potest introire in regnum 175Dei; » ita de Eucharistia dicitur Joan. 6. [v. 54] : « Nisi manducaveritis carnem Filii hominis et biberitis ejus sanguinem, non habebitis vitam in vobis. » Ergo sicut baptismus est sacramentum necessitatis, ita et Eucharistia.

2. Evenals Christus sprekende over het doopsel, gezegd heeft Joan. (3, 5) : « Indien iemand niet uit water en den heiligen 175Geest wordt wedergeboren, kan hij het godsrijk niet ingaan. » Evenzoo zei hij van de eucharistie Joan. (6, 54) : « Zoo gij het vleesch van den Menschenzoon niet eet, en zijn bloed niet drinkt hebt gij geen leven in u. » Zoo is dus de Eucharistie even onontbeerlijk als het doopsel.2. Evenals Christus sprekende over het doopsel, gezegd heeft Joh. (3, 5): “Indien iemand niet uit water en de heilige 175Geest wordt wedergeboren, kan hij het godsrijk niet ingaan.” Evenzo zei hij van de eucharistie Joh. (6, 54): “Zo gij het vlees van de Mensenzoon niet eet, en zijn bloed niet drinkt hebt gij geen leven in u.” Zo is dus de Eucharistie even onontbeerlijk als het doopsel.

antwoord 3 ↓

3. Praeterea, sine sacramento baptismi potest aliquis salvus fieri, dummodo non contemptus religionis, sed necessitas sacramentum excludat, ut infra dicetur [q. 68. art. 2.]. Sed in quolibet sacramento contemptus religionis impedit hominis salutem. Ergo pari ratione omnia sacramenta sunt de necessitate salutis.

3. Iemand kan als hij in de onmogelijkheid verkeert en het niet uit misprijzen voor den godsdienst is, dat zoo iets gebeurt, zonder het doopsel ontvangen te hebben zalig worden, later komen we daar overigens op terug (68e Kwest., Ie en 2e art.). Het misprijzen toch voor gelijk welk sacrament staat de zaligheid van den mensch in den weg, en op dezelfde wijze zijn de sacramenten voor de zaligheid onontbeerlijk.3. Iemand kan als hij in de onmogelijkheid verkeert en het niet uit misprijzen voor de godsdienst is, dat zo iets gebeurt, zonder het doopsel ontvangen te hebben zalig worden, later komen we daar overigens op terug (68e Kwest., 1e en 2e art.). Het misprijzen toch voor gelijk welk sacrament staat de zaligheid van de mens in de weg, en op dezelfde wijze zijn de sacramenten voor de zaligheid onontbeerlijk.

Sed contra est, quod pueri salvantur per solum baptismum, sine aliis sacramentis.

Daartegenover staat echter dat kinderen door het doopsel alleen, zonder toedoen van de andere sacramenten zalig worden.

Respondeo dicendum, quod necessarium respectu finis, de quo nunc loquimur, dicitur aliquid dupliciter; uno modo, sine quo non potest haberi finis, sicut cibus est necessarius vitae humanae, et hoc est simpliciter 176necessarium ad finem. Alio modo dicitur esse necessarium id, sine quo non habetur finis ita convenienter, sicut equus necessarius est ad iter; hoc autem non est simpliciter necessarium ad finem. Primo igitur modo necessitatis sunt tria sacramenta necessaria : duo quidem personae singulari: baptismus quidem simpliciter et absolute, poenitentia autem, supposito peccato mortali post baptismum; sacramentum autem ordinis est necessarium Ecclesiae, quia « ubi non est gubernator, populus corruet », ut dicitur Prov. 11. [v. 14]. Sed secundo modo sunt necessaria alia sacramenta, nam confirmatio quodammodo perficit baptismum, extrema unctio poenitentiam; matrimonium vero Ecclesiae multitudinem per propagationem conservat.

Leerstelling. — In verhouding tot het einddoel waar het hier om te doen is, kan met twee verschillende beteekenissen van onontbeerlijkheid gesproken worden. Iets is nl. ten eerste wanneer zonder bewust middel aan te wenden het voorgenomen doel niet 176kan bereikt worden onontbeerlijk. Zoo is er om in leven te blijven voedsel noodig, en dit is een volstrekte noodzakelijkheid. Iets is ten tweede nog onontbeerlijk wanneer anders het einddoel niet op behoorlijke wijze kan worden nagestreefd. Zoo is bv. om een reis te ondernemen een paard van noode; alleen is zulks geen volstrekte noodzakelijkheid. Op de eerste wijze nu zijn er drie sacramenten onontbeerlijk, waaronder twee voor den eenling, het doopsel nl. onvoorwaardelijk en volstrekt, de biecht alleen als men veronderstelt dat na het doopsel doodzonde bedreven werd; het priesterschap daarentegen is voor de heilige kerk onontbeerlijk, zooals het Boek der Spreuken aangeeft (11, 14) : gaat immers waar geen bestuurder is een volk ten gronde. — Op de tweede wijze eindelijk zijn de overige sacramenten onontbeerlijk het vormsel nl. vervolmaakt eenigerwijze het doopsel, het heilig oliesel de biecht, terwijl door de voortplanting het huwelijk de maatschappij der heilige kerk in stand houdt.Leerstelling. — In verhouding tot het einddoel waar het hier om te doen is, kan met twee verschillende betekenissen van onontbeerlijkheid gesproken worden. Iets is nl. ten eerste wanneer zonder bewust middel aan te wenden het voorgenomen doel niet 176kan bereikt worden onontbeerlijk. Zo is er om in leven te blijven voedsel nodig, en dit is een volstrekte noodzakelijkheid. Iets is ten tweede nog onontbeerlijk wanneer anders het einddoel niet op behoorlijke wijze kan worden nagestreefd. Zo is bv. om een reis te ondernemen een paard van node; alleen is zulks geen volstrekte noodzakelijkheid. Op de eerste wijze nu zijn er drie sacramenten onontbeerlijk, waaronder twee voor de eenling, het doopsel nl. onvoorwaardelijk en volstrekt, de biecht alleen als men veronderstelt dat na het doopsel doodzonde bedreven werd; het priesterschap daarentegen is voor de heilige kerk onontbeerlijk, zoals het Boek van de Spreuken aangeeft (11, 14): gaat immers waar geen bestuurder is een volk ten gronde. — Op de tweede wijze eindelijk zijn de overige sacramenten onontbeerlijk het vormsel nl. vervolmaakt enigerwijze het doopsel, het heilig oliesel de biecht, terwijl door de voortplanting het huwelijk de maatschappij van de heilige kerk in stand houdt.

↑ bedenking 1

Ad primum ergo dicendum, quod ad hoc quod aliquid non sit superfluum, sufficit quod sit necessarium primo vel secundo modo et sic sunt necessaria omnia sacramenta, sicut dictum est [in corp. art.].

Antwoord op de Bedenkingen. — 1. Opdat iets niet zou overtollig zijn, is het voldoende, dat het zou óf op de eerste óf op de tweede wijze onontbeerlijk zijn. Zoo zijn dan zooals in de leerstelling blijkt alle sacramenten onontbeerlijk.Antwoord op de Bedenkingen. — 1. Opdat iets niet zou overtollig zijn, is het voldoende, dat het zou óf op de eerste óf op de tweede wijze onontbeerlijk zijn. Zo zijn dan zoals in de leerstelling blijkt alle sacramenten onontbeerlijk.

↑ bedenking 2

177Ad secundum dicendum, quod illud verbum Domini est intelligendum de spirituali manducatione, et non de sola sacramentali, ut Augustinus exponit super Joannem [tract. 26 et 27].

1772. Zooals St. Augustinus in zijn Commentaar op Joan. (26e traktaat) uitlegt moet dit woord van Christus van een geestelijk eten en niet alleen van een sacramenteel eten verstaan worden.1772. Zoals St. Augustinus in zijn Commentaar op Joh. (26e traktaat) uitlegt moet dit woord van Christus van een geestelijk eten en niet alleen van een sacramenteel eten verstaan worden.

↑ bedenking 3

Ad tertium dicendum, quod licet omnium sacramentorum contemptus sit saluti contrarius, non tamen est contemptus sacramenti ex hoc, quod aliquis non curat accipere sacramentum, quod non est de necessitate salutis; alioquin omnes qui non accipiunt ordinem, et qui non contrahunt matrimonium, contemnerent hujusmodi sacramenta.

3. Alhoewel men met alle sacramenten te misprijzen tegen zijn zaligheid ingaat, kan er nog niet van misprijzen voor het sacrament sprake zijn, wanneer men er niet voor zorgt een sacrament dat voor de zaligheid niet onontbeerlijk is te ontvangen; anders toch zouden al degene die niet priester worden en het huwelijk niet aangaan de sacramenten misprijzen.