Theologische Summa · Tertia Pars · Christus' komst in de wereldSumma · III · Christus' komst in de wereldSumma · III · Kw. 33Kw. 33
Quaestio XXXIII

De modo et ordine conceptionis Christi

Kwestie 33

Over de wijze en volgorde van Christus' ontvangenis

(Vier Artikelen)

166Deinde considerandum est de modo et ordine conceptionis Christi.

166Vervolgens moeten we de wijze en volgorde van Christus' ontvangenis beschouwen.

Et circa hoc quaeruntur quatuor: 1. Utrum corpus Christi in primo instanti conceptionis fuerit formatum. — 2. Utrum in primo instanti conceptionis fuerit animatum. — 3. Utrum in primo instanti conceptionis fuerit a Verbo assumptum. — 4. Utrum conceptio illa fuerit naturalis, vel miraculosa.

Hieromtrent worden vier vragen gesteld : 1. Is Christus' lichaam op het eerste oogenblik der ontvangenis gevormd? 2. Werd het op het eerste oogenblik der ontvangenis bezield? 3. Werd het op het eerste oogenblik der ontvangenis door het Woord aangenomen? 4. Was deze ontvangenis natuurlijk of wonderbaar?Hieromtrent worden vier vragen gesteld: 1. Is Christus' lichaam op het eerste ogenblik van de ontvangenis gevormd? 2. Werd het op het eerste ogenblik van de ontvangenis bezield? 3. Werd het op het eerste ogenblik van de ontvangenis door het Woord aangenomen? 4. Was deze ontvangenis natuurlijk of wonderbaar?

Articulus I

Utrum corpus Christi fuerit formatum in primo instanti conceptionis

[3. Dist. 3. q. 5. art. 2. et lib. 4. Contr. g. cap. 44.]
Ie Artikel

Is Christus' lichaam op het eerste oogenblik der ontvangenis gevormd?Is Christus' lichaam op het eerste ogenblik van de ontvangenis gevormd?

antwoord 1 ↓

167Ad primum sic proceditur. Videtur, quod corpus Christi non fuerit formatum in primo instanti suae conceptionis. Dicitur enim Joan. 2. [v. 20]: « Quadraginta et sex annis aedificatum est templum hoc », quod exponens Augustinus 4. de Trinit. [cap. 5.] dicit: « Hic numerus perfectioni Dominici corporis aperte congruit »; et in lib. 83. QQ. [q. 56.] dicit: « Non absurde quadraginta sex annis dicitur fabricatum esse templum, quod corpus ejus figurabat, ut quot anni fuerunt in fabricatione templi, tot dies fuerint in corporis dominici perfectione ». Non ergo in primo instanti conceptionis corpus Christi fuit perfecte formatum.

167Bedenkingen. — Men beweert, dat Christus' lichaam niet gevormd is op het eerste oogenblik der ontvangenis. — 1. In Joannes (2, 20) toch wordt gezegd : « Zes en veertig jaren heeft men aan dezen tempel gebouwd », hetgeen Augustinus in zijn werk Over de Drievuldigheid (4e B., 5e H.) aldus uitlegt : « Deze tijd past klaarblijkelijk bij den opbouw van 's Heeren lichaam ». En in zijn werk Drie en tachtig Vraagstukken (Vr. 56) schrijft hij : « Niet zonder reden wordt verhaald, dat men zes en veertig jaren gewerkt heeft aan den tempel, die zijn lichaam voorafbeeldde; dat er nl. evenveel dagen noodig zouden zijn voor de voltooiing van 's Heeren lichaam als er verloopen waren voor den opbouw van den tempel ». Derhalve was Christus' lichaam niet volledig gevormd in het eerste oogenblik der ontvangenis.167Bedenkingen. — Men beweert, dat Christus' lichaam niet gevormd is op het eerste ogenblik van de ontvangenis. — 1. In Johannes (2, 20) toch wordt gezegd: “Zes en veertig jaren heeft men aan deze tempel gebouwd”, hetgeen Augustinus in zijn werk Over de Drievuldigheid (4e B., 5e H.) aldus uitlegt: “Deze tijd past klaarblijkelijk bij de opbouw van 's Heren lichaam”. En in zijn werk Drie en tachtig Vraagstukken (Vr. 56) schrijft hij: “Niet zonder reden wordt verhaald, dat men zes en veertig jaren gewerkt heeft aan de tempel, die zijn lichaam voorafbeeldde; dat er nl. evenveel dagen nodig zouden zijn voor de voltooiing van 's Heren lichaam als er verlopen waren voor de opbouw van de tempel”. Derhalve was Christus' lichaam niet volledig gevormd in het eerste ogenblik van de ontvangenis.

antwoord 2 ↓

2. Praeterea, ad formationem corporis Christi requirebatur motus localis, quo purissimi sanguines de corpore Virginis ad locum generationi 168congruum pervenirent. Nullum autem corpus potest moveri localiter in instanti, eo quod tempus motus dividitur secundum divisionem mobilis, ut probatur in 6. Physic. [c. 4, N. 6]. Ergo corpus Christi non fuit in instanti formatum.

2. Voor de vorming van Christus' lichaam werd vereischt een plaatselijke beweging, waardoor het zuiverste bloed vanuit het lichaam der Maagd de voor de voortbrenging bestemde plaats zou 168bereiken. Geen enkel lichaam nu kan in een ondeelbaar oogenblik van plaats veranderen, omdat, zooals in de Natuurleer (6e B., 4e H.) bewezen wordt, de tijd eener beweging wordt verdeeld naar de verdeeling van datgene wat bewogen wordt. Derhalve is Christus' lichaam niet in een ondeelbaar oogenblik gevormd.2. Voor de vorming van Christus' lichaam werd vereist een plaatselijke beweging, waardoor het zuiverste bloed vanuit het lichaam van de Maagd de voor de voortbrenging bestemde plaats zou 168bereiken. Geen enkel lichaam nu kan in een ondeelbaar ogenblik van plaats veranderen, omdat, zoals in de Natuurleer (6e B., 4e H.) bewezen wordt, de tijd van een beweging wordt verdeeld naar de verdeling van datgene wat bewogen wordt. Derhalve is Christus' lichaam niet in een ondeelbaar ogenblik gevormd.

antwoord 3 ↓

3. Praeterea, corpus Christi formatum est ex purissimis sanguinibus Virginis, ut supra habitum est [q. 31. art. 5.]. Non autem potuit esse materia illa in eodem instanti sanguis et caro, quia sic materia simul fuisset sub duabus formis. Ergo aliud fuit instans, in quo ultimo fuit sanguis, et aliud, in quo primo fuit caro formata. Sed inter quaelibet duo instantia est tempus medium. Ergo corpus Christi non fuit in instanti formatum, sed per aliquod tempus.

3. Gelijk boven (31e Kw., 5e Art.) werd aangetoond, is Christus' lichaam gevormd uit het zuiverste bloed der Maagd. Welnu, deze materie kon niet op hetzelfde oogenblik bloed en vleesch tegelijk zijn, wijl die materie dan tegelijk onder twee wezensvormen zou zijn geweest. Derhalve was het oogenblik, waarop die materie nog voor het laatst bloed was, een ander oogenblik dan waarop zij het eerst tot vleesch werd gevormd. [De vertaling van «Sed inter quaelibet duo instantia est tempus medium» ontbreekt in de uitgave.] Derhalve is Christus' lichaam niet in een ondeelbaar oogenblik gevormd, maar geschiedde dit in den tijd.3. Gelijk boven (31e Kw., 5e Art.) werd aangetoond, is Christus' lichaam gevormd uit het zuiverste bloed van de Maagd. Welnu, deze materie kon niet op hetzelfde ogenblik bloed en vlees tegelijk zijn, wijl die materie dan tegelijk onder twee wezensvormen zou zijn geweest. Derhalve was het ogenblik, waarop die materie nog voor het laatst bloed was, een ander ogenblik dan waarop zij het eerst tot vlees werd gevormd. [De vertaling van “Sed inter quaelibet duo instantia est tempus medium” ontbreekt in de uitgave.] Derhalve is Christus' lichaam niet in een ondeelbaar ogenblik gevormd, maar geschiedde dit in de tijd.

antwoord 4 ↓

4. Praeterea, sicut potentia augmentativa requirit determinatum tempus in suo actu, ita etiam virtus generativa. Utraque enim est potentia naturalis ad vegetativam animam pertinens. Sed corpus Christi fuit determinato tempore augmentatum, sicut et aliorum hominum corpora; dicitur enim Lucae 2. [v. 52], quod proficiebat sapientia et aetate. Ergo videtur, quod pari ratione formatio corporis ejus, quae pertinet ad vim generativam, 169non fuerit in instanti, sed determinato tempore, quo aliorum hominum corpora formantur.

4. Gelijk de groeikracht een bepaalden tijd vereischt tot het stellen van zijn werking, zoo ook het op de voortbrenging gerichte vermogen; beide toch zijn natuurlijke, tot de plantaardige ziel behoorende vermogens. Welnu, Christus' lichaam is in een bepaalden tijd gegroeid, evengoed als de lichamen van andere menschen; in Lucas (2, 52) toch wordt verhaald : « Jezus nam toe in wijsheid en jaren ». Derhalve, zoo beweert men, geschiedde de 169vorming van zijn lichaam, waarop het voortbrengingsvermogen gericht is, eveneens in den bepaalden tijd, waarin ook de lichamen van andere menschen gevormd worden.4. Gelijk de groeikracht een bepaalden tijd vereist tot het stellen van zijn werking, zo ook het op de voortbrenging gerichte vermogen; beide toch zijn natuurlijke, tot de plantaardige ziel behorende vermogens. Welnu, Christus' lichaam is in een bepaalden tijd gegroeid, evengoed als de lichamen van andere mensen; in Lukas (2, 52) toch wordt verhaald: “Jezus nam toe in wijsheid en jaren”. Derhalve, zo beweert men, geschiedde de 169vorming van zijn lichaam, waarop het voortbrengingsvermogen gericht is, eveneens in de bepaalde tijd, waarin ook de lichamen van andere mensen gevormd worden.

Sed contra est, quod Gregorius dicit 18. Moralium [cap. 27]: « Angelo nuntiante, et Spiritu Sancto adveniente, mox Verbum in utero, mox intra uterum Verbum caro ».

Daartegenover staat echter hetgeen Gregorius in zijn Zedenleer (18e B., 52e H.) zegt : « Terwijl de engel de boodschap aankondigde en de Geest over haar kwam, was het Woord terstond in den schoot, en was het Woord in den schoot terstond vleesch geworden ».Daartegenover staat echter hetgeen Gregorius in zijn Zedenleer (18e B., 52e H.) zegt: “Terwijl de engel de boodschap aankondigde en de Geest over haar kwam, was het Woord terstond in de schoot, en was het Woord in de schoot terstond vlees geworden”.

Respondeo dicendum, quod in conceptione corporis Christi tria est considerare: primo quidem motum localem sanguinis ad locum generationis; secundo, formationem corporis ex tali materia; tertio autem augmentum, quo perducitur ad quantitatem perfectam. In quorum medio ratio conceptionis consistit, nam primum est conceptioni praeambulum, tertium autem conceptionem consequitur. Primum autem non potuit esse in instanti, quia hoc est contra ipsam rationem motus localis corporis cujuscumque, cujus partes successive subintrant locum. Similiter et tertium oportet esse 170successivum, tum quia augmentum non est sine motu locali, tum etiam quia procedit ex virtute animae jam in corpore formato operantis, quae non operatur nisi in tempore. Sed ipsa formatio corporis, in qua principaliter ratio conceptionis consistit, fuit in instanti, duplici ratione: primo quidem, propter virtutem agentis infinitam, scilicet Spiritus Sancti per quem corpus Christi est formatum, ut supra dictum est [q. praec. art. 1.]. Tanto enim aliquod agens citius potest materiam disponere, quanto majoris virtutis est; unde agens infinitae virtutis potest in instanti materiam disponere ad debitam formam. Secundo ex parte personae Filii, cujus corpus formabatur: non enim erat congruum ut corpus humanum assumeret, nisi formatum. Si autem ante formationem perfectam aliquod tempus conceptionis praecessisset non posset tota conceptio attribui Filio Dei, quae non attribuitur ei, nisi ratione assumptionis. Et ideo in primo instanti, quo materia adunata pervenit ad locum generationis, fuit perfecte formatum corpus Christi et 171assumptum, et per hoc dicitur ipse Filius Dei conceptus, quod aliter dici non posset.

Leerstelling. — Bij de ontvangenis van Christus' lichaam heeft men drie dingen te onderscheiden : 1e nl. de plaatselijke beweging van het bloed naar de voor de voortbrenging bestemde plaats; 2e, de vorming van het lichaam uit deze materie; 3e, den groei, waardoor het tot zijn volledige grootte wordt gebracht. In het tweede dezer drie punten ligt het eigenlijke der ontvangenis; want het eerste gaat aan de ontvangenis vooraf; het derde echter volgt op de ontvangenis. Het eerste nu kon niet in een ondeelbaar oogenblik gebeuren, want dit is tegen het begrip zelf der plaatselijke beweging van ieder lichaam, welke deelen achtereenvolgens een plaats binnentreden. — Eveneens moet ook het derde geleidelijk gebeuren. Zoowel, omdat 170de groei niet zonder plaatselijke beweging verloopt, alsook omdat hij voortkomt uit het vermogen der ziel, die in het reeds gevormde lichaam werkt, en deze werkt niet tenzij in den tijd. Maar de vorming zelf van het lichaam, waarin het eigenlijke der ontvangenis hoofdzakelijk bestaat, geschiedde in een ondeelbaar oogenblik; en wel om een tweevoudige reden. Ten eerste nl. om de oneindige kracht van den tot stand brenger, d. w. z. van den H. Geest, door wien Christus' lichaam is gevormd, zooals boven (32e Kw., 1e Art.) werd aangetoond. Want hoe grooter de kracht van den tot stand brenger is, des te gauwer kan hij de materie geschikt maken. Bijgevolg kan een tot stand brenger van oneindige kracht de materie in een ondeelbaar oogenblik geschikt maken voor den vereischten wezensvorm. Ten tweede, van den kant van den Zoon, wiens lichaam gevormd werd. Want het was niet passend, dat Hij een menschelijk lichaam aannam, tenzij het gevormd was. Indien er nu eenige tijd verstreken zou zijn vóór de volledige vorming van het lichaam, dan kon de geheele ontvangenis niet worden toegeschreven aan Gods Zoon, daar zij Hem slechts op grond van de aanneming wordt toegeschreven. En bijgevolg : op het eerste oogenblik, waarop de materie in haar geheel de voor de voortbrenging bestemde plaats had bereikt, was Christus' lichaam volledig gevormd en aangenomen. En aldus 171zegt men, dat Gods Zoon zelf ontvangen is, hetgeen men anders niet zou kunnen zeggen.Leerstelling. — Bij de ontvangenis van Christus' lichaam heeft men drie dingen te onderscheiden: eerste nl. de plaatselijke beweging van het bloed naar de voor de voortbrenging bestemde plaats; tweede, de vorming van het lichaam uit deze materie; derde, de groei, waardoor het tot zijn volledige grootte wordt gebracht. In het tweede van deze drie punten ligt het eigenlijke van de ontvangenis; want het eerste gaat aan de ontvangenis vooraf; het derde echter volgt op de ontvangenis. Het eerste nu kon niet in een ondeelbaar ogenblik gebeuren, want dit is tegen het begrip zelf van de plaatselijke beweging van ieder lichaam, welke delen achtereenvolgens een plaats binnentreden. — Eveneens moet ook het derde geleidelijk gebeuren. Zowel, omdat 170de groei niet zonder plaatselijke beweging verloopt, alsook omdat hij voortkomt uit het vermogen van de ziel, die in het reeds gevormde lichaam werkt, en deze werkt niet tenzij in de tijd. Maar de vorming zelf van het lichaam, waarin het eigenlijke van de ontvangenis hoofdzakelijk bestaat, geschiedde in een ondeelbaar ogenblik; en wel om een tweevoudige reden. Ten eerste nl. om de oneindige kracht van de tot stand brenger, d. w. z. van de H. Geest, door wie Christus' lichaam is gevormd, zoals boven (32e Kw., 1e Art.) werd aangetoond. Want hoe groter de kracht van de tot stand brenger is, des te gauwer kan hij de materie geschikt maken. Bijgevolg kan een tot stand brenger van oneindige kracht de materie in een ondeelbaar ogenblik geschikt maken voor de vereiste wezensvorm. Ten tweede, van de kant van de Zoon, wiens lichaam gevormd werd. Want het was niet passend, dat Hij een menselijk lichaam aannam, tenzij het gevormd was. Indien er nu enige tijd verstreken zou zijn vóór de volledige vorming van het lichaam, dan kon de gehele ontvangenis niet worden toegeschreven aan Gods Zoon, daar zij Hem slechts op grond van de aanneming wordt toegeschreven. En bijgevolg: op het eerste ogenblik, waarop de materie in haar geheel de voor de voortbrenging bestemde plaats had bereikt, was Christus' lichaam volledig gevormd en aangenomen. En aldus 171zegt men, dat Gods Zoon zelf ontvangen is, hetgeen men anders niet zou kunnen zeggen.

↑ bedenking 1

Ad primum ergo dicendum, quod verbum Augustini utrobique non refertur ad solam formationem corporis Christi, sed ad formationem simul cum determinato augmento usque ad tempus partus; unde secundum rationem illius numeri dicit perfici tempus novem mensium, quo Christus fuit in utero Virginis.

Antwoord op de Bedenkingen. — 1. De uitspraak van Augustinus op die beide plaatsen heeft niet alleen betrekking op de vorming van Christus' lichaam, maar èn op de vorming èn tevens op den bepaalden groei tot aan den tijd der geboorte. Daarom zegt hij, dat naar de beteekenis van dat getal, de tijd van negen maanden voltooid werd, gedurende welke Christus in den schoot der Maagd is geweest.Antwoord op de Bedenkingen. — 1. De uitspraak van Augustinus op die beide plaatsen heeft niet alleen betrekking op de vorming van Christus' lichaam, maar èn op de vorming èn tevens op de bepaalde groei tot aan de tijd van de geboorte. Daarom zegt hij, dat naar de betekenis van dat getal, de tijd van negen maanden voltooid werd, gedurende welke Christus in de schoot van de Maagd is geweest.

↑ bedenking 2

Ad secundum dicendum, quod motus ille localis non comprehenditur infra ipsam conceptionem, sed est conceptioni praeambulus.

2. Deze plaatselijke beweging van het bloed valt niet onder de ontvangenis zelf, maar gaat daaraan vooraf.

↑ bedenking 3

Ad tertium dicendum, quod non est assignare ultimum instans, in quo materia illa fuit sanguis, sed est assignare ultimum tempus, quod continuatur nullo interveniente medio ad primum instans, in quo fuit caro Christi formata, et hoc instans fuit terminus temporis motus localis materiae ad locum generationis.

3. Er is geen laatste ondeelbaar oogenblik aan te geven, waarop deze materie nog bloed was; maar er is een laatsten tijd aan te geven, die zonder eenige onderbreking doorloopt tot op het eerste ondeelbaar oogenblik, waarop Christus' vleesch gevormd was. En dit oogenblik was het eindpunt van den tijd, dien de plaatselijke beweging der materie noodig had, om de voor de voortbrenging bestemde plaats te bereiken.3. Er is geen laatste ondeelbaar ogenblik aan te geven, waarop deze materie nog bloed was; maar er is een laatsten tijd aan te geven, die zonder enige onderbreking doorloopt tot op het eerste ondeelbaar ogenblik, waarop Christus' vlees gevormd was. En dit ogenblik was het eindpunt van de tijd, die de plaatselijke beweging van de materie nodig had, om de voor de voortbrenging bestemde plaats te bereiken.

↑ bedenking 4

Ad quartum dicendum, quod augmentum fit per potentiam augmentativam ipsius, quod augetur; sed formatio corporis fit per potentiam 172generativam, non ejus qui generatur, sed ipsius generantis ex semine, in quo operatur vis formativa ab anima patris derivata. Corpus autem Christi non fuit formatum ex semine viri, sicut supra dictum est [q. 31, a. 5, ad 3.], sed ex operatione Spiritus Sancti, et ideo talis debuit esse formatio, ut Spiritum Sanctum deceret. Sed augmentum corporis Christi fuit factum secundum potentiam augmentativam animae Christi, quae cum sit specie conformis animae nostrae, eodem modo debuit corpus illud augmentari, sicut et alia hominum corpora augmentantur, ut ex hoc ostenderetur veritas humanae naturae.

4. De groei komt tot stand door de groeikracht van datgene wat groeit; maar de vorming van het lichaam geschiedt door het 172voortbrengingsvermogen niet van dengene, die voortgebracht wordt, maar van den vader, die voortbrengt krachtens het zaad; en in dit zaad werkt een vormende kracht, die uit de ziel des vaders stamt. Christus' lichaam echter werd niet gevormd krachtens het zaad van een man, gelijk boven (31e Kw., Art. 5, Antw. op de 3e Bedenking) werd aangetoond, maar krachtens de inwerking van den H. Geest. En derhalve moest die vorming zoo zijn, dat zij den H. Geest waardig was. Maar de groei van Christus' lichaam geschiedde overeenkomstig de groeikracht van Christus' ziel. En daar deze soortelijk gelijk is aan onze ziel, moest dat lichaam opgroeien, zooals ook de lichamen der overige menschen tot volwassenheid komen, opdat daaruit de waarachtigheid zijner menschelijke natuur zou blijken.4. De groei komt tot stand door de groeikracht van datgene wat groeit; maar de vorming van het lichaam geschiedt door het 172voortbrengingsvermogen niet van dengene, die voortgebracht wordt, maar van de vader, die voortbrengt krachtens het zaad; en in dit zaad werkt een vormende kracht, die uit de ziel van de vader stamt. Christus' lichaam echter werd niet gevormd krachtens het zaad van een man, gelijk boven (31e Kw., Art. 5, Antw. op de 3e Bedenking) werd aangetoond, maar krachtens de inwerking van de H. Geest. En derhalve moest die vorming zo zijn, dat zij de H. Geest waardig was. Maar de groei van Christus' lichaam geschiedde overeenkomstig de groeikracht van Christus' ziel. En daar deze soortelijk gelijk is aan onze ziel, moest dat lichaam opgroeien, zoals ook de lichamen van de overige mensen tot volwassenheid komen, opdat daaruit de waarachtigheid van zijn menselijke natuur zou blijken.

Articulus II

Utrum corpus Christi fuerit animatum in primo instanti suae conceptionis

[3. Dist. 3. q. 5. art. 2. ad 3. et lib. 4. Contr. g. cap. 44. et 45. ad 2. et opusc. 2. cap. 223. et 225. et Joan. 2. lect. 15. et cap. 2. lect. 3.]
IIe Artikel

Werd Christus' lichaam in het eerste oogenblik der ontvangenis bezield?Werd Christus' lichaam in het eerste ogenblik van de ontvangenis bezield?

antwoord 1 ↓

Ad secundum sic proceditur. Videtur, quod corpus Christi non fuerit animatum in primo instanti suae conceptionis. Dicit enim Leo Papa in 173Epistola ad Julianum: « Non alterius naturae erat caro Christi, quam nostra, nec alio illi, quam caeteris hominibus, anima est inspirata principio ». Sed aliis hominibus non infunditur anima in primo instanti suae conceptionis. Ergo nec corpori Christi anima debuit infundi in primo instanti suae conceptionis.

Bedenkingen. — Men beweert, dat Christus' lichaam niet in het eerste oogenblik der ontvangenis bezield werd. — 1. Paus 173Leo toch schrijft in zijn Brief aan Julianus (3e H.) : « Christus' vleesch is van geen andere natuur dan van onze natuur; evenmin werd Hem door een ander beginsel de ziel ingestort dan den overigen menschen ». Welnu, den overigen menschen wordt de ziel niet ingestort in het eerste oogenblik hunner ontvangenis. Derhalve moest ook aan Christus' lichaam de ziel niet in het eerste oogenblik zijner ontvangenis worden ingestort.Bedenkingen. — Men beweert, dat Christus' lichaam niet in het eerste ogenblik van de ontvangenis bezield werd. — 1. Paus 173Leo toch schrijft in zijn Brief aan Julianus (3e H.): “Christus' vlees is van geen andere natuur dan van onze natuur; evenmin werd Hem door een ander beginsel de ziel ingestort dan de overige mensen”. Welnu, de overige mensen wordt de ziel niet ingestort in het eerste ogenblik van hun ontvangenis. Derhalve moest ook aan Christus' lichaam de ziel niet in het eerste ogenblik van zijn ontvangenis worden ingestort.

antwoord 2 ↓

2. Praeterea, anima, sicut quaelibet forma naturalis, requirit determinatam quantitatem in sua materia. Sed in primo instanti conceptionis corpus Christi non habuit tantam quantitatem, quantam habent corpora aliorum hominum, quando animantur; alioquin si continue fuisset postmodum augmentatum, vel citius fuisset natum, vel in sua nativitate fuisset majoris quantitatis, quam alii infantes. Quorum primum est contra Augustinum 4. de Trinit. [cap. 5.] ubi probat, eum spatio novem mensium in utero Virginis fuisse; secundum autem est contra Leonem Papam, qui in sermone Epiphaniae [4. cap. 3.] dicit, quod Magi viderunt et adoraverunt puerum Jesum « in nullo ab humanae infantiae generalitate dissimilem ». Non ergo corpus Christi fuit animatum in primo instanti suae conceptionis.

2. Gelijk iedere andere wezensvorm eischt ook de ziel een bepaalde uitgebreidheid in haar materie. Maar Christus' lichaam bezat in het eerste oogenblik der ontvangenis niet zulk een uitgebreidheid als de lichamen der overige menschen hebben, wanneer zij bezield worden; want anders moest Hij, zoo Hij daarna geregeld was blijven doorgroeien, ófwel spoediger geboren, ófwel bij zijn geboorte veel grooter zijn geweest dan de andere kinderen. Het eerste nu is tegen Augustinus, waar hij in zijn werk Over de Drievuldigheid (4e B., 5e H.) bewijst, dat Hij gedurende een tijd van negen maanden in den schoot der Maagd is geweest; het tweede echter is in strijd met wat Paus Leo in zijn 4e preek op Driekoningen (3e H.) zegt : « Zij vonden het kind Jesus, dat in geen enkel opzicht van alle andere menschen-kinderen was onderscheiden ». Christus' lichaam werd derhalve niet in het eerste oogenblik zijner ontvangenis bezield.2. Gelijk iedere andere wezensvorm eist ook de ziel een bepaalde uitgebreidheid in haar materie. Maar Christus' lichaam bezat in het eerste ogenblik van de ontvangenis niet zulk een uitgebreidheid als de lichamen van de overige mensen hebben, wanneer zij bezield worden; want anders moest Hij, zo Hij daarna geregeld was blijven doorgroeien, ófwel spoediger geboren, ófwel bij zijn geboorte veel groter zijn geweest dan de andere kinderen. Het eerste nu is tegen Augustinus, waar hij in zijn werk Over de Drievuldigheid (4e B., 5e H.) bewijst, dat Hij gedurende een tijd van negen maanden in de schoot van de Maagd is geweest; het tweede echter is in strijd met wat Paus Leo in zijn 4e preek op Driekoningen (3e H.) zegt: “Zij vonden het kind Jesus, dat in geen enkel opzicht van alle andere mensen-kinderen was onderscheiden”. Christus' lichaam werd derhalve niet in het eerste ogenblik van zijn ontvangenis bezield.

antwoord 3 ↓

1743. Praeterea, ubicumque est prius et posterius, oportet esse plura instantia. Sed secundum Philosophum in libro 2. de Generatione Animalium [cap. 3.], in generatione hominis requiritur prius et posterius: prius enim est vivum, et postea animal, et postea homo. Ergo non potuit animatio Christi perfici in primo instanti suae conceptionis.

1743. Waar een eerder en een later is, moeten ook meerdere oogenblikken zijn. Welnu, volgens den Wijsgeer in zijn werk Over de Voortbrenging der Dieren (2e B., 3e H.), wordt er bij de voortbrenging van den mensch een eerder en een later vereischt; want eerst is hij iets levends, vervolgens dier en daarna mensch. Derhalve kon het bezield-zijn van Christus niet worden voltrokken in het eerste oogenblik zijner ontvangenis.1743. Waar een eerder en een later is, moeten ook meerdere ogenblikken zijn. Welnu, volgens de Wijsgeer in zijn werk Over de Voortbrenging van de Dieren (2e B., 3e H.), wordt er bij de voortbrenging van de mens een eerder en een later vereist; want eerst is hij iets levends, vervolgens dier en daarna mens. Derhalve kon het bezield-zijn van Christus niet worden voltrokken in het eerste ogenblik van zijn ontvangenis.

Sed contra est, quod Damascenus dicit in 3. lib. [Orth. Fid. cap. 2.] : « Simul caro, simul Dei Verbi caro, simul caro animata anima rationali et intellectuali ».

Daartegenover staat echter hetgeen Damascenus zegt in zijn werk Over het Waarachtig Geloof (3e B., 2e H.) : « Tegelijk was het vleesch en tegelijk was dit het vleesch van Gods Woord en tegelijk was het vleesch bezield met een redelijke en verstandelijke ziel ».Daartegenover staat echter hetgeen Damascenus zegt in zijn werk Over het Waarachtig Geloof (3e B., 2e H.): “Tegelijk was het vlees en tegelijk was dit het vlees van Gods Woord en tegelijk was het vlees bezield met een redelijke en verstandelijke ziel”.

Respondeo dicendum, quod ad hoc quod conceptio ipsi Filio Dei attribuatur, ut in Symbolo confitemur dicentes: « Qui conceptus est de Spiritu Sancto », necesse est dicere, quod ipsum corpus Christi, dum conciperetur, esset a Verbo Dei assumptum. Ostensum est autem supra [q. 6. art. 1. et 2.], quod Verbum Dei assumpsit corpus mediante anima, 175et animam mediante spiritu, idest intellectu. Unde oportuit, quod in primo instanti conceptionis corpus Christi esset animatum anima rationali.

Leerstelling. — Wil de ontvangenis aan Gods Zoon zelf worden toegeschreven, zooals wij belijden in het Symbolum der Apostelen, waar wij zeggen : « Die ontvangen is van den H. Geest », dan moeten wij houden, dat dit lichaam door het Woord Gods werd aangenomen, terwijl het ontvangen werd. Boven (6e Kw., 1e en 2e Art.) nu werd aangetoond, dat het Woord Gods het lichaam aannam door middel van de ziel, en de ziel door middel van den geest, d. w. z. van het verstand. Derhalve was het 175noodzakelijk, dat Christus' lichaam in het eerste oogenblik der ontvangenis werd bezield met een redelijke ziel.Leerstelling. — Wil de ontvangenis aan Gods Zoon zelf worden toegeschreven, zoals wij belijden in het Symbolum van de Apostelen, waar wij zeggen: “Die ontvangen is van de H. Geest”, dan moeten wij houden, dat dit lichaam door het Woord Gods werd aangenomen, terwijl het ontvangen werd. Boven (6e Kw., 1e en 2e Art.) nu werd aangetoond, dat het Woord Gods het lichaam aannam door middel van de ziel, en de ziel door middel van de geest, d. w. z. van het verstand. Derhalve was het 175noodzakelijk, dat Christus' lichaam in het eerste ogenblik van de ontvangenis werd bezield met een redelijke ziel.

↑ bedenking 1

Ad primum ergo dicendum, quod principium inspirationis animae potest considerari dupliciter: uno modo secundum dispositionem corporis, et sic non ab alio principio inspirata est anima corpori Christi, et corporibus aliorum hominum. Sicut enim statim formato corpore alterius hominis, infunditur anima, ita fuit in Christo. Alio modo potest considerari dictum principium solum secundum tempus, et sic quia prius tempore formatum fuit perfecte corpus Christi, prius tempore fuit etiam animatum.

Antwoord op de Bedenkingen. — 1. Het beginsel, waarvan de instorting der ziel afhangt, kan men tweevoudig beschouwen. Op de eerste plaats naar de geschiktheid van het lichaam. En in dezen zin werd in Christus' lichaam de ziel door geen ander beginsel ingestort dan in de lichamen der overige menschen. Want gelijk, zoodra het lichaam van een ander mensch gevormd is, de ziel terstond wordt ingestort, zoo ook bij Christus. — Op de tweede plaats kan men voornoemd beginsel alleen naar den tijd beschouwen. En dan was Christus' lichaam in den tijd eerder bezield, omdat het eerder in den tijd volledig gevormd was.Antwoord op de Bedenkingen. — 1. Het beginsel, waarvan de instorting van de ziel afhangt, kan men tweevoudig beschouwen. Op de eerste plaats naar de geschiktheid van het lichaam. En in deze zin werd in Christus' lichaam de ziel door geen ander beginsel ingestort dan in de lichamen van de overige mensen. Want gelijk, zodra het lichaam van een ander mens gevormd is, de ziel terstond wordt ingestort, zo ook bij Christus. — Op de tweede plaats kan men voornoemd beginsel alleen naar de tijd beschouwen. En dan was Christus' lichaam in de tijd eerder bezield, omdat het eerder in de tijd volledig gevormd was.

↑ bedenking 2

Ad secundum dicendum, quod anima requirit debitam quantitatem in materia, cui infunditur. Sed ista quantitas quamdam latitudinem habet, quia et in majori et in minori quantitate salvatur. Quantitas autem corporis, quam habet, cum primo sibi infunditur anima, proportionatur quantitati perfectae, ad quam per augmentum perveniet, ita scilicet quod majorum hominum majorem quantitatem corpora habent in prima animatione. 176Christus autem in perfecta aetate habuit decentem et mediocrem quantitatem, cui proportionabatur quantitas, quam corpus ejus habuit in tempore quo aliorum hominum corpora animantur; minorem tamen habuit in principio suae conceptionis, sed tamen illa parva quantitas non erat tam parva, ut in ea non posset ratio animati corporis conservari, cum in tali quantitate quorumdam parvorum hominum corpora animentur.

2. De ziel eischt de noodige uitgebreidheid in de materie, waarin zij wordt ingestort; maar deze uitgebreidheid laat een zekere speling toe, omdat zij zoowel in een grootere als in een kleinere uitgebreidheid behouden blijft. De uitgebreidheid nu van het lichaam, die dit lichaam heeft zoodra haar de ziel wordt ingestort, is evenredig aan de volledige uitgebreidheid, die dit lichaam door den groei zal bereiken; nl. zoo dat de lichamen van grootere menschen een grootere uitgestrektheid hebben bij hun allereerste bezield-zijn. 176Christus nu had in zijn volwassen leeftijd een passende en middelmatige grootte; daaraan evenredig was de grootte, die zijn lichaam bezat op het oogenblik, waarop de lichamen der andere menschen bezield worden; maar in den eersten aanvang zijner ontvangenis had het een kleinere uitgebreidheid. Maar toch was deze kleine uitgebreidheid niet zóó klein, dat daarin het eigenlijke van een bezield lichaam niet zou kunnen behouden blijven, daar toch ook de lichamen van sommige kleine menschen bij zulk een uitgebreidheid bezield worden.2. De ziel eist de nodige uitgebreidheid in de materie, waarin zij wordt ingestort; maar deze uitgebreidheid laat een zekere speling toe, omdat zij zowel in een grotere als in een kleinere uitgebreidheid behouden blijft. De uitgebreidheid nu van het lichaam, die dit lichaam heeft zodra haar de ziel wordt ingestort, is evenredig aan de volledige uitgebreidheid, die dit lichaam door de groei zal bereiken; nl. zo dat de lichamen van grotere mensen een grotere uitgestrektheid hebben bij hun allereerste bezield-zijn. 176Christus nu had in zijn volwassen leeftijd een passende en middelmatige grootte; daaraan evenredig was de grootte, die zijn lichaam bezat op het ogenblik, waarop de lichamen van de andere mensen bezield worden; maar in de eerste aanvang van zijn ontvangenis had het een kleinere uitgebreidheid. Maar toch was deze kleine uitgebreidheid niet zó klein, dat daarin het eigenlijke van een bezield lichaam niet zou kunnen behouden blijven, daar toch ook de lichamen van sommige kleine mensen bij zulk een uitgebreidheid bezield worden.

↑ bedenking 3

Ad tertium dicendum, quod in generatione aliorum hominum locum habet quod dicit Philosophus, propter hoc quod successive corpus formatur et disponitur ad animam. Unde primo tamquam imperfecte dispositum recipit animam imperfectam, et postmodum, quando perfecte est dispositum, recipit animam perfectam. Sed corpus Christi propter infinitam virtutem agentis fuit perfecte dispositum in instanti; unde statim in primo instanti recepit formam perfectam, idest animam rationalem.

3. Hetgeen de Wijsgeer zegt, heeft plaats bij de voortbrenging van andere menschen, omdat het lichaam geleidelijk wordt gevormd en geschikt gemaakt voor de ziel; vandaar dat het eerst, terwijl het als het ware nog niet volledig geschikt is, een onvolmaakte ziel ontvangt; en later, wanneer het volledig geschikt gemaakt is, krijgt het een volmaakte ziel. Maar om de oneindige macht van den tot stand brenger was Christus' lichaam in een ondeelbaar oogenblik volledig geschikt gemaakt. Daarom ontving het terstond in het eerste ondeelbaar oogenblik den volmaakten wezensvorm, d. i. de redelijke ziel.3. Hetgeen de Wijsgeer zegt, heeft plaats bij de voortbrenging van andere mensen, omdat het lichaam geleidelijk wordt gevormd en geschikt gemaakt voor de ziel; vandaar dat het eerst, terwijl het als het ware nog niet volledig geschikt is, een onvolmaakte ziel ontvangt; en later, wanneer het volledig geschikt gemaakt is, krijgt het een volmaakte ziel. Maar om de oneindige macht van de tot stand brenger was Christus' lichaam in een ondeelbaar ogenblik volledig geschikt gemaakt. Daarom ontving het terstond in het eerste ondeelbaar ogenblik de volmaakte wezensvorm, d.i. de redelijke ziel.

Articulus III

Utrum corpus Christi in primo instanti suae conceptionis fuerit a Verbo assumptum

[3. Dist. 2. q. 2. art. 3. et Dist. 3. q. 5. art. 2. et lib. 4. Contr. g. cap. 44. et 45.]
IIIe Artikel

Werd Christus' lichaam reeds in het eerste oogenblik zijner ontvangenis door het Woord aangenomen?Werd Christus' lichaam reeds in het eerste ogenblik van zijn ontvangenis door het Woord aangenomen?

antwoord 1 ↓

177Ad tertium sic proceditur. Videtur, quod caro Christi prius fuerit concepta, et postmodum assumpta. Quod enim non est, non potest assumi. Sed caro Christi per conceptionem esse incepit. Ergo videtur, quod fuerit assumpta a Verbo Dei, postquam fuit concepta.

177Bedenkingen. — Men beweert, dat Christus' lichaam eerst werd ontvangen, en daarna aangenomen. — 1. Want wat nog niet is, kan niet worden aangenomen. Welnu Christus' vleesch begon pas te bestaan door de ontvangenis. Derhalve werd het door het Woord Gods aangenomen, nadat het ontvangen was.177Bedenkingen. — Men beweert, dat Christus' lichaam eerst werd ontvangen, en daarna aangenomen. — 1. Want wat nog niet is, kan niet worden aangenomen. Welnu Christus' vlees begon pas te bestaan door de ontvangenis. Derhalve werd het door het Woord Gods aangenomen, nadat het ontvangen was.

antwoord 2 ↓

2. Praeterea, caro Christi fuit assumpta a Verbo Dei mediante anima rationali. Sed in termino conceptionis accepit animam rationalem. Ergo in termino conceptionis fuit assumpta. Sed in termino conceptionis dicitur jam concepta. Ergo prius fuit concepta, et postmodum assumpta.

2. Christus' lichaam werd door het Woord Gods aangenomen door middel der redelijke ziel. Maar het ontving de redelijke ziel eerst op het eind der ontvangenis. Derhalve werd het op het eind der ontvangenis eerst aangenomen. Maar op het eind der ontvangenis is het reeds ontvangen, zooals men zegt. Derhalve was het eerst ontvangen en daarna aangenomen.2. Christus' lichaam werd door het Woord Gods aangenomen door middel van de redelijke ziel. Maar het ontving de redelijke ziel eerst op het eind van de ontvangenis. Derhalve werd het op het eind van de ontvangenis eerst aangenomen. Maar op het eind van de ontvangenis is het reeds ontvangen, zoals men zegt. Derhalve was het eerst ontvangen en daarna aangenomen.

antwoord 3 ↓

3. Praeterea, in omni generato prius tempore est id, quod est imperfectum eo quod est perfectum, ut patet per Philosophum in 9. Metaphysicorum [L. 8, C. 8, n. 3]. Sed corpus Christi est quiddam generatum. 178Ergo ad ultimam perfectionem, quae consistit in unione ad Verbum Dei, non statim in primo instanti conceptionis pervenit, sed primo fuit caro concepta, et postmodum assumpta.

3. In al wat wordt voortgebracht gaat het onvolmaakte tijdelijk vooraf aan het volmaakte, zooals blijkt uit den Wijsgeer in zijn Metaphysica (8e B., 8e H.). Welnu, Christus' lichaam is iets, wat 178wordt voortgebracht. Derhalve bereikte het zijn hoogste volmaaktheid, welke in de vereeniging met het Woord van God bestaat, niet onmiddellijk bij het eerste oogenblik der ontvangenis, maar werd het lichaam eerst ontvangen, en daarna aangenomen.3. In al wat wordt voortgebracht gaat het onvolmaakte tijdelijk vooraf aan het volmaakte, zoals blijkt uit de Wijsgeer in zijn Metafysica (8e B., 8e H.). Welnu, Christus' lichaam is iets, wat 178wordt voortgebracht. Derhalve bereikte het zijn hoogste volmaaktheid, welke in de vereniging met het Woord van God bestaat, niet onmiddellijk bij het eerste ogenblik van de ontvangenis, maar werd het lichaam eerst ontvangen, en daarna aangenomen.

Sed contra est, quod Augustinus dicit in libro de Fide ad Petrum [cap. 18.] : « Firmissime tene, et nullatenus dubites, carnem Christi non fuisse conceptam in utero Virginis, priusquam susciperetur a Verbo ».

Daartegenover staat echter hetgeen Augustinus schrijft in zijn werk Aan Petrus, Over het Geloof (18e H.) : « Houd er ten sterkste aan vast, en betwijfel in geen enkel opzicht, dat Christus' vleesch in den schoot der Maagd niet was ontvangen, voordat het door het Woord werd aangenomen ».Daartegenover staat echter hetgeen Augustinus schrijft in zijn werk Aan Petrus, Over het Geloof (18e H.): “Houd er ten sterkste aan vast, en betwijfel in geen enkel opzicht, dat Christus' vlees in de schoot van de Maagd niet was ontvangen, voordat het door het Woord werd aangenomen”.

Respondeo dicendum, quod, sicut supra dictum est [q. 16, art. 6. et 7.], proprie dicimus Deum factum esse hominem, non autem proprie dicimus, quod homo factus sit Deus, quia scilicet Deus assumpsit sibi id quod est hominis, non autem praeextitit id quod est hominis, quasi per se subsistens, antequam susciperetur a Verbo. Si autem caro Christi fuisset concepta, antequam susciperetur a Verbo, habuisset aliquando aliquam hypostasim praeter hypostasim Verbi Dei, quod est contra rationem incarnationis, secundum quam ponimus Verbum Dei esse unitum humanae naturae, 179et omnibus partibus ejus in unitate hypostasis. Nec fuit conveniens, quod hypostasim praeexistentem humanae naturae, vel alicujus partis ejus Verbum Dei sua assumptione destrueret, et ideo contra fidem est dicere, quod caro Christi prius fuerit concepta, et postmodum assumpta a Verbo Dei.

Leerstelling. — Zooals boven (16e Kw., 6e en 7e Art.) werd aangetoond, zeggen we in eigenlijken zin, dat God is mensch geworden; maar we zeggen niet in eigenlijken zin, dat de mensch God is geworden, omdat nl. God zich datgene aannam wat des menschen is. Datgene nu wat des menschen is, bestond, voordat het door het Woord werd aangenomen, niet vooraf als iets op zich zelf staande. Indien Christus' lichaam echter ontvangen geweest zou zijn, vóórdat het door het Woord werd aangenomen, dan zou het ooit behalve den Persoon van het Woord Gods, ook nog een anderen persoon hebben gehad. Maar dit is tegen het begrip der Menschwording. Overeenkomstig dit begrip toch houden wij, dat 179het Woord Gods in de eenheid van Persoon is vereenigd met de menschelijke natuur en met al haar deelen; en het is ook niet passend, dat het Woord van God door zijn aanneming dien vooraf bestaanden persoon der menschelijke natuur of van een deel dier natuur deed omkomen. En derhalve is het tegen het geloof te zeggen, dat Christus' vleesch eerst werd ontvangen, en later werd aangenomen door het Woord van God.Leerstelling. — Zoals boven (16e Kw., 6e en 7e Art.) werd aangetoond, zeggen we in eigenlijke zin, dat God is mens geworden; maar we zeggen niet in eigenlijke zin, dat de mens God is geworden, omdat nl. God zich datgene aannam wat van de mens is. Datgene nu wat van de mens is, bestond, voordat het door het Woord werd aangenomen, niet vooraf als iets op zichzelf staande. Indien Christus' lichaam echter ontvangen geweest zou zijn, vóórdat het door het Woord werd aangenomen, dan zou het ooit behalve de Persoon van het Woord Gods, ook nog een anderen persoon hebben gehad. Maar dit is tegen het begrip van de Menswording. Overeenkomstig dit begrip toch houden wij, dat 179het Woord Gods in de eenheid van Persoon is verenigd met de menselijke natuur en met al haar delen; en het is ook niet passend, dat het Woord van God door zijn aanneming die vooraf bestaanden persoon van de menselijke natuur of van een deel van die natuur deed omkomen. En derhalve is het tegen het geloof te zeggen, dat Christus' vlees eerst werd ontvangen, en later werd aangenomen door het Woord van God.

↑ bedenking 1

Ad primum ergo dicendum, quod si caro Christi non fuisset in instanti formata, seu concepta, sed per temporis successionem, oporteret alterum duorum sequi, vel quod assumptum nondum esset caro, vel quod prius esset conceptio carnis, quam ejus assumptio. Sed quia ponimus conceptionem in instanti esse perfectam, consequens est, quod in illa carne simul fuit concipi, et conceptum esse. Et sicut Augustinus dicit in libro de Fide ad Petrum [cap. 18.], « dicimus ipsum Dei Verbum suae carnis acceptione conceptum, ipsamque carnem Verbi incarnatione conceptam ».

Antwoord op de Bedenkingen. — 1. Indien Christus' lichaam niet in een ondeelbaar oogenblik zou zijn gevormd of ontvangen, maar geleidelijk in den loop van den tijd, dan moest een van deze twee volgen : ófwel, dat hetgeen aangenomen werd, nog geen lichaam was, ófwel, dat het lichaam eerder ontvangen dan aangenomen werd. Maar, omdat we houden, dat de ontvangenis in een ondeelbaar oogenblik is voltooid, volgt daaruit, dat het ontvangen-worden gelijktijdig was met het ontvangen-zijn. En zoo zeggen wij, gelijk Augustinus schrijft in zijn werk Aan Petrus, Over het Geloof (t. a. p.) : « dat het Woord van God zelf door de aanneming van het lichaam ontvangen is, en dat het lichaam zelf ontvangen werd door de Menschwording des Woords ».Antwoord op de Bedenkingen. — 1. Indien Christus' lichaam niet in een ondeelbaar ogenblik zou zijn gevormd of ontvangen, maar geleidelijk in de loop van de tijd, dan moest een van deze twee volgen: ófwel, dat hetgeen aangenomen werd, nog geen lichaam was, ófwel, dat het lichaam eerder ontvangen dan aangenomen werd. Maar, omdat we houden, dat de ontvangenis in een ondeelbaar ogenblik is voltooid, volgt daaruit, dat het ontvangen-worden gelijktijdig was met het ontvangen-zijn. En zo zeggen wij, gelijk Augustinus schrijft in zijn werk Aan Petrus, Over het Geloof (t. a. p.): “dat het Woord van God zelf door de aanneming van het lichaam ontvangen is, en dat het lichaam zelf ontvangen werd door de Menswording van het Woord”.

↑ bedenking 2

Et per hoc patet etiam responsio ad secundum, nam simul dum caro illa concipitur, concepta est, et animatur.

2. En hierdoor is tevens duidelijk, wat op de tweede bedenking moet geantwoord worden; want tegelijk dat dit vleesch ontvangen wordt, is het ontvangen, en wordt het bezield.2. En hierdoor is tevens duidelijk, wat op de tweede bedenking moet geantwoord worden; want tegelijk dat dit vlees ontvangen wordt, is het ontvangen, en wordt het bezield.

↑ bedenking 3

180Ad tertium dicendum, quod in mysterio incarnationis non consideratur ascensus, quasi alicujus praeexistentis proficientis usque ad unionis dignitatem, sicut posuit Photinus haereticus, sed potius consideratur ibi descensus, secundum quod perfectum Dei Verbum imperfectionem naturae nostrae sibi assumpsit, secundum illud Joan. 6. [v. 38, 51] : « Descendit de coelo ».

1803. In het geheim der Menschwording moet men geen opgang zien als van iemand, die reeds bestond en opklimt tot de waardigheid der vereeniging, zooals de ketter Photinus hield. Maar eerder moet men er een afdaling in zien, in zoover het volmaakte Woord van God zich de onvolmaaktheid onzer natuur aannam : overeenkomstig het woord van Joannes (6, 38, 51) : « Ik ben uit den hemel neergedaald ».1803. In het geheim van de Menswording moet men geen opgang zien als van iemand, die reeds bestond en opklimt tot de waardigheid van de vereniging, zoals de ketter Photinus hield. Maar eerder moet men er een afdaling in zien, in zover het volmaakte Woord van God zich de onvolmaaktheid van onze natuur aannam: overeenkomstig het woord van Johannes (6, 38, 51): “Ik ben uit de hemel neergedaald”.

Articulus IV

Utrum conceptio Christi fuerit naturalis, vel miraculosa

[3. Dist. 3. q. 2. art. 2. et lib. 4. Contr. g. cap. 45. et Quodl. 6. q. 10. et opusc. 2. cap. 223. usque 225. et Isa. in princ.]
IVe Artikel

Was Christus' ontvangenis natuurlijk?

antwoord 1 ↓

Ad quartum sic proceditur. Videtur, quod conceptio Christi fuerit naturalis. Secundum enim conceptionem carnis Christus dicitur filius hominis. Est autem verus et naturalis Dei filius. Ergo ejus conceptio fuit naturalis.

Bedenkingen. — Men beweert, dat Christus' ontvangenis natuurlijk is geweest. — 1. Naar de ontvangenis des vleesches toch heet Christus de Zoon des menschen. Welnu, Hij is een ware en natuurlijke zoon des menschen, zooals Hij ook de ware en natuurlijke Zoon van God is. Derhalve was zijn ontvangenis natuurlijk.Bedenkingen. — Men beweert, dat Christus' ontvangenis natuurlijk is geweest. — 1. Naar de ontvangenis van het vlees toch heet Christus de Mensenzoon. Welnu, Hij is een ware en natuurlijke mensenzoon, zoals Hij ook de ware en natuurlijke Zoon van God is. Derhalve was zijn ontvangenis natuurlijk.

antwoord 2 ↓

2. Praeterea, nulla creatura producit operationem miraculosam. Sed conceptio Christi attribuitur B. Virgini, quae est pura creatura: dicitur 181enim, quod Virgo Christum concepit. Ergo videtur, quod non sit miraculosa conceptio, sed naturalis.

2. Geen enkel schepsel verricht een wonderbare werking. Welnu, Christus' ontvangenis wordt toegeschreven aan de H. Maagd, die louter een schepsel is; want men zegt, dat de H. Maagd 181Christus heeft ontvangen. Derhalve, zoo beweert men, is die ontvangenis niet wonderbaar, doch natuurlijk.2. Geen enkel schepsel verricht een wonderbare werking. Welnu, Christus' ontvangenis wordt toegeschreven aan de H. Maagd, die louter een schepsel is; want men zegt, dat de H. Maagd 181Christus heeft ontvangen. Derhalve, zo beweert men, is die ontvangenis niet wonderbaar, doch natuurlijk.

antwoord 3 ↓

3. Praeterea, ad hoc quod aliqua transmutatio sit naturalis, sufficit quod principium passivum sit naturale, ut supra habitum est [q. praec. art. 4.]. Sed principium passivum ex parte matris in conceptione Christi fuit naturale, ut ex dictis patet [ibid.]. Ergo conceptio Christi fuit naturalis.

3. Wil een wezensverandering natuurlijk zijn, dan is het voldoende, dat het passieve beginsel iets natuurlijks is, gelijk boven (32e Kw., 4e Art.) werd aangetoond. Welnu, bij de ontvangenis van Christus was het passieve beginsel van den kant der moeder iets natuurlijks, zooals uit het behandelde (t. a. p.) blijkt. Bijgevolg was Christus' ontvangenis natuurlijk.3. Wil een wezensverandering natuurlijk zijn, dan is het voldoende, dat het passieve beginsel iets natuurlijks is, gelijk boven (32e Kw., 4e Art.) werd aangetoond. Welnu, bij de ontvangenis van Christus was het passieve beginsel van de kant van de moeder iets natuurlijks, zoals uit het behandelde (t. a. p.) blijkt. Bijgevolg was Christus' ontvangenis natuurlijk.

Sed contra est, quod Dionysius dicit in Epist. ad Cajum Monachum: « Super hominem operabatur Christus ea quae sunt hominis, et hoc monstrat Virgo supernaturaliter concipiens ».

Daartegenover staat echter hetgeen Dionysius in zijn Brief aan den Monnik Caius schrijft : « Op bovenmenschelijke wijze bewerkt Christus datgene, wat des menschen is; en dit blijkt uit de H. Maagd, die op een bovennatuurlijke wijze ontvangt ».Daartegenover staat echter hetgeen Dionysius in zijn Brief aan de Monnik Caius schrijft: “Op bovenmenselijke wijze bewerkt Christus datgene, wat van de mens is; en dit blijkt uit de H. Maagd, die op een bovennatuurlijke wijze ontvangt”.

Respondeo dicendum, quod, sicut Ambrosius dicit in lib. de Incarnatione [cap. 6.], « multa in hoc mysterio et secundum naturam invenies, et ultra naturam ». Si enim consideremus id, quod est ex parte materiae conceptus, quam mater ministravit, totum est naturale; si vero consideremus id, quod est ex parte virtutis activae, totum est miraculosum. Sed quia 182unumquodque magis judicatur secundum formam, quam secundum materiam, et similiter secundum agens, quam secundum patiens, inde est quod conceptio Christi debet dici simpliciter miraculosa et supernaturalis, sed secundum aliquid naturalis.

Leerstelling. — Zooals Ambrosius zegt in zijn werk Over de Menschwording (6e H.) : « Zult gij in dit geheim veel aantreffen, dat zoowel overeenkomstig de natuur is als er boven uitgaat ». Want zoo we in dit geheim beschouwen datgene wat zich als materie ter ontvangenis verhoudt, dan is alles natuurlijk. Indien we echter datgene beschouwen wat van den kant der tot stand brengende kracht is, dan is alles wonderbaar. En wijl alles meer 182beoordeeld wordt naar zijn vorm dan naar de materie, en eveneens meer beoordeeld wordt naar den bewerker dan naar hetgeen de bewerking ondergaat, daarom moet Christus' ontvangenis zonder meer wonderbaar en bovennatuurlijk worden genoemd, maar onder een bepaald opzicht natuurlijk.Leerstelling. — Zoals Ambrosius zegt in zijn werk Over de Menswording (6e H.): “Zult gij in dit geheim veel aantreffen, dat zowel overeenkomstig de natuur is als er boven uitgaat”. Want zo we in dit geheim beschouwen datgene wat zich als materie ter ontvangenis verhoudt, dan is alles natuurlijk. Indien we echter datgene beschouwen wat van de kant van de tot stand brengende kracht is, dan is alles wonderbaar. En wijl alles meer 182beoordeeld wordt naar zijn vorm dan naar de materie, en eveneens meer beoordeeld wordt naar de bewerker dan naar hetgeen de bewerking ondergaat, daarom moet Christus' ontvangenis zonder meer wonderbaar en bovennatuurlijk worden genoemd, maar onder een bepaald opzicht natuurlijk.

↑ bedenking 1

Ad primum ergo dicendum, quod Christus dicitur naturalis filius hominis, inquantum habet naturam humanam veram, per quam est filius hominis, licet eam miraculose habuerit, sicut caecus illuminatus videt naturaliter per potentiam visivam, quam miraculose accepit.

Antwoord op de Bedenkingen. — 1. Christus heet de natuurlijke zoon des menschen, in zoover Hij in waarheid de menschelijke natuur heeft; daardoor is Hij zoon des menschen, hoewel Hij die natuur op wonderbare wijze ontvangen heeft; gelijk een genezen blinde natuurlijker wijze ziet door zijn gezichtsvermogen, hetwelk hij door een wonder heeft herkregen.Antwoord op de Bedenkingen. — 1. Christus heet de natuurlijke mensenzoon, in zover Hij in waarheid de menselijke natuur heeft; daardoor is Hij mensenzoon, hoewel Hij die natuur op wonderbare wijze ontvangen heeft; gelijk een genezen blinde natuurlijker wijze ziet door zijn gezichtsvermogen, hetwelk hij door een wonder heeft herkregen.

↑ bedenking 2

Ad secundum dicendum, quod conceptio attribuitur Virgini Beatae, non tamquam principio activo, sed quia ministravit materiam conceptui, et in ejus utero est conceptio celebrata.

2. Het ontvangen wordt aan de H. Maagd toegeschreven, niet als aan het bewerkend beginsel, maar omdat zij de materie verschafte voor de ontvangenis, en omdat de ontvangenis in haar schoot werd voltrokken.

↑ bedenking 3

Ad tertium dicendum, quod principium passivum naturale sufficit ad transmutationem naturalem, quando naturali et consueto modo movetur a principio activo proprio. Sed hoc in proposito non habet locum, et ideo conceptio illa non potest dici simpliciter naturalis.

3. Een natuurlijk, passief beginsel volstaat voor een wezensverandering, wanneer er door het hem eigene, werkzame beginsel op de gewone en natuurlijke wijze op in wordt gewerkt. Doch dit laatste was hier niet het geval. En daarom kan deze ontvangenis niet zonder meer natuurlijk worden genoemd.