Deel XX · Over de MenschwordingOver de Menswording
P. III, q. 1–26 · Antwerpen, Geloofsverdediging, 1933
- Kw. 1 Over de gepastheid der MenschwordingOver de gepastheid van de Menswording
- Art. 1 Was het gepast, dat God mensch werd?Was het gepast, dat God mens werd?
- Art. 2 Was het noodig voor het herstel van het menschelijk geslacht dat Gods Woord mensch werd?Was het nodig voor het herstel van het menselijk geslacht dat Gods Woord mens werd?
- Art. 3 Zou God, indien de mensch niet gezondigd zou hebben, niettemin mensch geworden zijn?Zou God, indien de mens niet gezondigd zou hebben, niettemin mens geworden zijn?
- Art. 4 Is God meer in het bijzonder mensch geworden als een redmiddel tegen de persoonlijke zonden dan als redmiddel tegen de erfzonde?Is God meer in het bijzonder mens geworden als een redmiddel tegen de persoonlijke zonden dan als redmiddel tegen de erfzonde?
- Art. 5 Was het gepast, dat God mensch werd vanaf het begin van het menschelijk geslacht?Was het gepast, dat God mens werd vanaf het begin van het menselijk geslacht?
- Art. 6 Moest het werk der Menschwording worden uitgesteld tot aan het einde der wereld?Moest het werk van de Menswording worden uitgesteld tot aan het einde van de wereld?
- Kw. 2 Over de wijze van vereeniging van het Vleeschgeworden Woord, wat de vereeniging zelf betreftOver de wijze van vereniging van het Vleesgeworden Woord, wat de vereniging zelf betreft
- Art. 1 Geschiedde de vereeniging met het menschgeworden Woord.. in natuur?Geschiedde de vereniging met het mensgeworden Woord.. in natuur?
- Art. 2 Geschiedde de Vereeniging van het Menschgeworden Woord in Persoon.Geschiedde de Vereniging van het Mensgeworden Woord in Persoon.
- Art. 3 Geschiedde de vereeniging van het vleeschgeworden Woord in den drager of Hypostase?Geschiedde de vereniging van het vleesgeworden Woord in de drager of Hypostase?
- Art. 4 Is de Persoon van Christus na de Menschwording samengesteld?Is de Persoon van Christus na de Menswording samengesteld?
- Art. 5 Bestaat er in Christus vereeniging tusschen ziel en lichaam?Bestaat er in Christus vereniging tussen ziel en lichaam?
- Art. 6 Was de menschelijke natuur op bijkomstige wijze met het Woord Gods vereenigd?Was de menselijke natuur op bijkomstige wijze met het Woord Gods verenigd?
- Art. 7 Was de Vereeniging van Goddelijke en Menschelijke natuur iets Geschapens?Was de Vereniging van Goddelijke en Menselijke natuur iets Geschapens?
- Art. 8 Is de Vereeniging van het Menschgeworden Woord hetzelfde als de Aanneming?Is de Vereniging van het Mensgeworden Woord hetzelfde als de Aanneming?
- Art. 9 Is de vereeniging van twee naturen in Christus de grootste vereeniging?Is de vereniging van twee naturen in Christus de grootste vereniging?
- Art. 10 Wordt de vereeniging der twee naturen in Christus door de genade bewerkt?Wordt de vereniging van de twee naturen in Christus door de genade bewerkt?
- Art. 11 Gingen aan de vereeniging der Menschwording verdiensten vooraf?Gingen aan de vereniging van de Menswording verdiensten vooraf?
- Art. 12 Was de genade der vereeniging voor den mensch Christus iets natuurlijks?Was de genade van de vereniging voor de mens Christus iets natuurlijks?
- Kw. 3 Over de vereeniging, bezien van de kant van den persoon, die aannamOver de vereniging, bezien van de kant van de persoon, die aannam
- Art. 1 Komt het aan den goddelijken persoon toe een geschapen natuur aan te nemen?Komt het aan de goddelijke persoon toe een geschapen natuur aan te nemen?
- Art. 2 Komt het aan de goddelijke natuur toe aan te nemen?
- Art. 3 Kan de natuur nog werken, als wij haar beschouwen met ons verstand, afgezien van de persoonlijkheid?
- Art. 4 Kan een persoon een geschapen natuur aannemen, als de andere niet aanneemt?
- Art. 5 Kon een andere goddelijke persoon dan die van den Zoon de menschelijke natuur aannemen?Kon een andere goddelijke persoon dan die van de Zoon de menselijke natuur aannemen?
- Art. 6 Konden twee goddelijke personen een enkele natuur aannemen?
- Art. 7 Kan een goddelijke Persoon twee menschelijke naturen aannemen?Kan een goddelijke Persoon twee menselijke naturen aannemen?
- Art. 8 Was het meer gepast, dat de Zoon Gods mensch werd dan de Vader of de Heilige Geest?Was het meer gepast, dat de Zoon Gods mens werd dan de Vader of de Heilige Geest?
- Kw. 4 Over de vereeniging, bezien van de kant van wat aangenomen werdOver de vereniging, bezien van de kant van wat aangenomen werd
- Art. 1 Kon de menschelijke natuur beter door Gods Zoon worden aangenomen dan iedere andere natuur?Kon de menselijke natuur beter door Gods Zoon worden aangenomen dan iedere andere natuur?
- Art. 2 Nam Gods Zoon een persoon aan?
- Art. 3 Heeft de goddelijke persoon een mensch aangenomen?Heeft de goddelijke persoon een mens aangenomen?
- Art. 4 Moest Gods Zoon een van alle eenlingen geabstraheerde menschelijke natuur aannemen?Moest Gods Zoon een van alle eenlingen geabstraheerde menselijke natuur aannemen?
- Art. 5 Moest Gods Zoon de menschelijke natuur aannemen in alle eenlingen?Moest Gods Zoon de menselijke natuur aannemen in alle eenlingen?
- Art. 6 Was het passend, dat Gods Zoon de menschelijke natuur aannam uit Adams geslacht?Was het passend, dat Gods Zoon de menselijke natuur aannam uit Adams geslacht?
- Kw. 5 Over het aannemen der deelen van de menschelijke natuurOver het aannemen van de delen van de menselijke natuur
- Kw. 6 Over de volgorde bij het aannemen
- Art. 1 Nam Gods Zoon het vleesch aan door middel van de ziel?Nam Gods Zoon het vlees aan door middel van de ziel?
- Art. 2 Nam Gods Zoon de ziel aan door middel van den geest?Nam Gods Zoon de ziel aan door middel van de geest?
- Art. 3 Werd Christus' ziel eerder door het Woord aangenomen dan het vleesch?Werd Christus' ziel eerder door het Woord aangenomen dan het vlees?
- Art. 4 Werd het Vleesch van Christus eerder door het Woord aangenomen dan het met de ziel vereenigd was?Werd het Vlees van Christus eerder door het Woord aangenomen dan het met de ziel verenigd was?
- Art. 5 Nam Gods Zoon de geheele menschelijke natuur aan door middel van de deelen?Nam Gods Zoon de gehele menselijke natuur aan door middel van de delen?
- Art. 6 Nam Gods Zoon de menschelijke natuur aan door middel van de genade?Nam Gods Zoon de menselijke natuur aan door middel van de genade?
- Kw. 7 Over de genade, die Christus als op zichzelf staand mensch hadOver de genade, die Christus als op zichzelf staand mens had
- Art. 1 Was er in de door het Woord aangenomen ziel een genade, die een hebbelijkheid is?
- Art. 2 Waren er deugden in Christus?
- Art. 3 Was er geloof in Christus?
- Art. 4 Was er Hoop in Christus?
- Art. 5 Waren de gaven van den Heiligen Geest in Christus?Waren de gaven van de Heilige Geest in Christus?
- Art. 6 Was de gave van vrees in Christus?
- Art. 7 Waren de om niet gegeven genaden in Christus?
- Art. 8 Was de gave der profetie in Christus?Was de gave van de profetie in Christus?
- Art. 9 Was de volheid der genade in Christus?Was de volheid van de genade in Christus?
- Art. 10 Is de volheid der genade eigen aan Christus?Is de volheid van de genade eigen aan Christus?
- Art. 11 Is Christus' genade oneindig?
- Art. 12 Kon de genade van Christus grooter worden?Kon de genade van Christus groter worden?
- Art. 13 Volgde de genade, die een hebbelijkheid is, in Christus op de Vereeniging?Volgde de genade, die een hebbelijkheid is, in Christus op de Vereniging?
- Kw. 8 Over de genade, die Christus als Hoofd der Kerk bezitOver de genade, die Christus als Hoofd van de Kerk bezit
- Art. 1 Komt het aan Christus als mensch toe het Hoofd der Kerk te zijn?Komt het aan Christus als mens toe het Hoofd van de Kerk te zijn?
- Art. 2 Is Christus het Hoofd der menschen wat hun lichaam betreft?Is Christus het Hoofd van de mensen wat hun lichaam betreft?
- Art. 3 Is Christus het Hoofd van alle menschen?Is Christus het Hoofd van alle mensen?
- Art. 4 Is Christus als mensch ook het Hoofd der Engelen?Is Christus als mens ook het Hoofd van de Engelen?
- Art. 5 Is de genade, waardoor Christus het Hoofd der Kerk is, dezelfde als die Hij als op zichzelf staand mensch bezit?Is de genade, waardoor Christus het Hoofd van de Kerk is, dezelfde als die Hij als op zichzelf staand mens bezit?
- Art. 6 Is het eigen aan Christus Hoofd der Kerk te zijn?Is het eigen aan Christus Hoofd van de Kerk te zijn?
- Art. 7 Is de duivel het hoofd van alle zondaars?
- Art. 8 Is de Antichrist het hoofd der zondaars?Is de Antichrist het hoofd van de zondaars?
- Kw. 9 Over Christus' wetenschap in het algemeen
- Art. 1 Had Christus nog een andere wetenschap dan de goddelijke?
- Art. 2 Was de wetenschap van hen, die de zaligheid bereikt hebben, in Christus?
- Art. 3 Had Christus nog een andere ingestorte wetenschap behalve die der zaligen?Had Christus nog een andere ingestorte wetenschap behalve die van de zaligen?
- Art. 4 Was er in Christus een door ondervinding verkregen wetenschap?
- Kw. 10 Over de zalige wetenschap van Christus' ziel
- Kw. 11 Over de Christus' ziel ingegeven of ingestorte kennis
- Art. 1 Kende Christus alles met Zijn ingegeven of ingestorte wetenschap?
- Art. 2 Kon Christus met Zijn ingegeven of ingestorte wetenschap begrijpen zonder de fantasiebeelden te gebruiken?
- Art. 3 Had Christus de ingegeven of ingestorte wetenschap zoo, dat Hij ermee van het eene onderwerp naar het andere overging?Had Christus de ingegeven of ingestorte wetenschap zo, dat Hij ermee van het ene onderwerp naar het andere overging?
- Art. 4 Was de Christus ingegeven of ingestorte wetenschap grooter dan die der Engelen?Was de Christus ingegeven of ingestorte wetenschap groter dan die van de Engelen?
- Art. 5 Was de Christus ingegeven ingestorte wetenschap een hebbelijkheid?
- Art. 6 Was de ingestorte wetenschap van Christus' ziel in verschillende hebbelijkheden onderscheiden?
- Kw. 12 Over de door ondervinding verworven wetenschap van Christus' ziel
- Kw. 13 Over de macht van Christus' ziel
- Art. 1 Was Christus' ziel almachtig?
- Art. 2 Was Christus' ziel almachtig in het veranderen van de schepsels?
- Art. 3 Was Christus almachtig voor zoover het Zijn eigen lichaam betrof?Was Christus almachtig voor zover het Zijn eigen lichaam betrof?
- Art. 4 Was Christus' ziel almachtig in het volbrengen van Zijn eigen wil?
- Kw. 14 Over de lichaamsgebreken, die Christus in de menschelijke natuur op zich heeft genomenOver de lichaamsgebreken, die Christus in de menselijke natuur op zich heeft genomen
- Art. 1 Moest Gods Zoon in de menschelijke natuur lichaamsgebreken op Zich nemen?Moest Gods Zoon in de menselijke natuur lichaamsgebreken op Zich nemen?
- Art. 2 Was Christus uit noodzakelijkheid aan de lichaamsgebreken onderworpen?
- Art. 3 Had Christus lichaamsgebreken krachtens zg. contractie?
- Art. 4 Moest Christus alle lichaamsgebreken der menschen op Zich nemen?Moest Christus alle lichaamsgebreken van de mensen op Zich nemen?
- Kw. 15 Over de tot de ziel behoorende gebreken, die Christus in de menschelijke natuur op zich namOver de tot de ziel behorende gebreken, die Christus in de menselijke natuur op zich nam
- Art. 1 Was er zonde in Christus?
- Art. 2 Was de haard der zonde in Christus?Was de haard van de zonde in Christus?
- Art. 3 Was er in Christus onwetendheid?
- Art. 4 Kon Christus' ziel lijden?
- Art. 5 Bestond er in Christus echte zintuiglijk voelbare smart?
- Art. 6 Bestond er in Christus droefheid?
- Art. 7 Bestond er vrees in Christus?
- Art. 8 Heeft Christus Zich over iets verwonderd?
- Art. 9 Kon er toorn in Christus bestaan?
- Art. 10 Was Christus tegelijk pelgrim op weg naar den hemel en bereiker ervan?Was Christus tegelijk pelgrim op weg naar de hemel en bereiker ervan?
- Kw. 16 Over wat Christus naar Zijn bestaan en worden toekomt
- Art. 1 Is deze stelling waar: God is mensch?Is deze stelling waar: God is mens?
- Art. 2 Is deze stelling waar: een mensch is God?Is deze stelling waar: een mens is God?
- Art. 3 Kan men Christus noemen: den mensch die den Heer toebehoort?Kan men Christus noemen: de mens die de Heer toebehoort?
- Art. 4 Kan wat aan de menschelijke natuur toekomt van God worden gezegd?Kan wat aan de menselijke natuur toekomt van God worden gezegd?
- Art. 5 Kan wat aan de menschelijke natuur eigen is, van de goddelijke natuur worden gezegd?Kan wat aan de menselijke natuur eigen is, van de goddelijke natuur worden gezegd?
- Art. 6 Is deze stelling waar: God is mensch geworden?Is deze stelling waar: God is mens geworden?
- Art. 7 Is deze stelling: een mensch is God geworden, waar?Is deze stelling: een mens is God geworden, waar?
- Art. 8 Is deze stelling: Christus is een schepsel, waar?
- Art. 9 Of deze mensch (als Christus wordt bedoeld), begon te bestaan?Of deze mens (als Christus wordt bedoeld), begon te bestaan?
- Art. 10 Is deze stelling: Christus als mensch is een schepsel of begon te bestaan, waar?Is deze stelling: Christus als mens is een schepsel of begon te bestaan, waar?
- Art. 11 Is Christus als mensch genomen God?Is Christus als mens genomen God?
- Art. 12 Is Christus als mensch genomen een hypostase of drager?Is Christus als mens genomen een hypostase of drager?
- Kw. 17 Over de eenheid van Christus wat het zijn betreft
- Kw. 18 Over Christus' eenheid wat den wil betreftOver Christus' eenheid wat de wil betreft
- Art. 1 Waren er in Christus twee willen, een goddelijke en een menschelijke?Waren er in Christus twee willen, een goddelijke en een menselijke?
- Art. 2 Was er in Christus behalve den redelijken wil ook een zinnelijke?Was er in Christus behalve de redelijke wil ook een zinnelijke?
- Art. 3 Waren er in Christus van den kant van het verstand twee willen?Waren er in Christus van de kant van het verstand twee willen?
- Art. 4 Was er in Christus een vrije wilsbeschikking?
- Art. 5 Wilde de menschelijke wil in Christus iets anders dan wat God wil?Wilde de menselijke wil in Christus iets anders dan wat God wil?
- Art. 6 Bestond er in Christus tegenstrijdigheid tusschen de willen?Bestond er in Christus tegenstrijdigheid tussen de willen?
- Kw. 19 Over de eenheid van handelen bij Christus
- Art. 1 Was er in Christus maar één werkzaamheid van Zijn godheid en Zijn menschheid?Was er in Christus maar één werkzaamheid van Zijn godheid en Zijn mensheid?
- Art. 2 Is er in Christus een meervoudig menschelijk handelen?Is er in Christus een meervoudig menselijk handelen?
- Art. 3 Konden Christus' menschelijke daden voor Hem verdienstelijk zijn?Konden Christus' menselijke daden voor Hem verdienstelijk zijn?
- Art. 4 Kon Christus voor anderen verdienen?
- Kw. 20 Over Christus' onderworpenheid aan den VaderOver Christus' onderworpenheid aan de Vader
- Kw. 21 Over het gebed van Christus
- Kw. 22 Over het priesterschap van Christus
- Art. 1 Kwam het Christus toe priester te zijn?
- Art. 2 Was Christus zelf tegelijk priester en offer?
- Art. 3 Is het uitboeten der zonden de vrucht van Christus' priesterschap?Is het uitboeten van de zonden de vrucht van Christus' priesterschap?
- Art. 4 Betrokken de vruchten van Christus' priesterschap zich niet alleen op anderen, maar ook op Hemzelf?
- Art. 5 Blijft Christus' priesterschap in eeuwigheid?
- Art. 6 Was Christus' priesterschap volgens de orde van Melchisedech?
- Kw. 23 Of het Christus toekomt als kind aangenomen te worden
- Art. 1 Komt het God toe zonen aan te nemen?
- Art. 2 Komt het aannemen aan de geheele Drievuldigheid toe?Komt het aannemen aan de gehele Drievuldigheid toe?
- Art. 3 Is het aangenomen worden eigen aan het redelijke schepsel?
- Art. 4 Is Christus als mensch Gods aangenomen Zoon?Is Christus als mens Gods aangenomen Zoon?
- Kw. 24 Over de voorbestemming van Christus
- Art. 1 Kwam het Christus toe voorbestemd te zijn?
- Art. 2 Is de stelling: Christus als mensch is voorbestemd om Gods Zoon te zijn, onwaar?Is de stelling: Christus als mens is voorbestemd om Gods Zoon te zijn, onwaar?
- Art. 3 Is Christus' voorbestemming het toonbeeld van de onze?
- Art. 4 Is Christus' voorbestemming de oorzaak van de onze?
- Kw. 25 Over het aanbidden van Christus
- Art. 1 Moeten Christus' godheid en menschheid met dezelfde soort aanbidding aanbeden worden?Moeten Christus' godheid en mensheid met dezelfde soort aanbidding aanbeden worden?
- Art. 2 Moet Christus' menschheid met godsvereering aanbeden worden?Moet Christus' mensheid met godsverering aanbeden worden?
- Art. 3 Moet een beeld van Christus met godsvereering aanbeden worden?Moet een beeld van Christus met godsverering aanbeden worden?
- Art. 4 Moet men Christus' kruis met godsvereering aanbidden?Moet men Christus' kruis met godsverering aanbidden?
- Art. 5 Moeten wij Gods Moeder met godsvereering aanbidden?Moeten wij Gods Moeder met godsverering aanbidden?
- Art. 6 Moeten de overblijfselen der Heiligen eenigszins vereerd worden?Moeten de overblijfselen van de Heiligen enigszins vereerd worden?
- Kw. 26 Over het feit, dat Christus middelaar tusschen God en de menschen wordt genoemdOver het feit, dat Christus middelaar tussen God en de mensen wordt genoemd