De defectibus corporis assumptis a Filio Dei2, in quatuor articulos divisa
Over de lichaamsgebreken, die Christus in de menschelijke natuur op zich heeft genomenOver de lichaamsgebreken, die Christus in de menselijke natuur op zich heeft genomen
405Deinde considerandum est de defectibus, quos Christus in humana natura assumpsit: et primo de defectibus corporis; secundo de defectibus animae.
405Vervolgens moeten wij de gebreken behandelen, die Christus in de menschelijke natuur op zich heeft genomen. Vooreerst die van het lichaam en dan die der ziel.405Vervolgens moeten wij de gebreken behandelen, die Christus in de menselijke natuur op zich heeft genomen. Vooreerst die van het lichaam en dan die van de ziel.
Circa primum quaeruntur quatuor: 1. Utrum Filius Dei assumere debuerit in humana natura corporis defectus. — 2. Utrum assumpserit necessitatem his defectibus subjacendi. — 3. Utrum hos defectus contraxerit. — 4. Utrum omnes hujusmodi defectus assumpserit.
Over de eersten stellen wij ons vier vragen: 1. Moest Gods Zoon in de menschelijke natuur lichaamsgebreken op Zich nemen? 2. Was het uit noodzaak, dat Hij onder die gebreken leed? 3. Moest Hij krachtens contractie* die gebreken op Zich nemen? 4. Nam Hij alle gebreken van dit soort op Zich?Over de eersten stellen wij ons vier vragen: 1. Moest Gods Zoon in de menselijke natuur lichaamsgebreken op Zich nemen? 2. Was het uit noodzaak, dat Hij onder die gebreken leed? 3. Moest Hij krachtens contractie* die gebreken op Zich nemen? 4. Nam Hij alle gebreken van dit soort op Zich?
Utrum Filius Dei in humana natura assumere debuerit corporis defectus
Moest Gods Zoon in de menschelijke natuur lichaamsgebreken op Zich nemen?Moest Gods Zoon in de menselijke natuur lichaamsgebreken op Zich nemen?
406Ad primum sic proceditur. Videtur, quod Filius Dei non debuerit assumere humanam naturam cum corporis defectibus. Sicut enim anima unita est personaliter Verbo Dei, ita et corpus. Sed anima Christi habuit omnimodam perfectionem, et quantum ad gratiam, et quantum ad scientiam, ut supra dictum est [q. 7. art. 9. et q. 9. art. 1.]. Ergo etiam corpus ejus debuit esse omnibus modis perfectum, nullum in se habens defectum.
406Bedenkingen. — Men beweert, dat Gods Zoon met de menschelijke natuur geen lichaamsgebreken op Zich moest nemen. — 1. Want het lichaam is als de ziel met Gods Woord in persoon vereenigd. Nu bezit, zooals boven is gezegd (7e Kw., 9e Art.; 9e Kw. en vlgd.), Christus' ziel allerlei volmaaktheden van natuur zoowel als van genade. Dus moest ook Zijn lichaam in alle opzichten volmaakt en zonder gebreken zijn.406Bedenkingen. — Men beweert, dat Gods Zoon met de menselijke natuur geen lichaamsgebreken op Zich moest nemen. — 1. Want het lichaam is als de ziel met Gods Woord in persoon verenigd. Nu bezit, zoals boven is gezegd (7e Kw., 9e Art.; 9e Kw. en vlgd.), Christus' ziel allerlei volmaaktheden van natuur zowel als van genade. Dus moest ook Zijn lichaam in alle opzichten volmaakt en zonder gebreken zijn.
2. Praeterea, anima Christi videbat Verbum Dei ea visione, qua beati vident, ut supra dictum est [q. 9. art. 2.], et sic anima Christi erat beata. Sed ex beatitudine animae glorificatur corpus: dicit enim Augustinus in Epist. ad Dioscorum [56. nunc 118.]: « Tam potenti natura Deus fecit animam, ut ex ejus plenissima beatitudine redundet etiam in inferiorem 407naturam, quae est corpus, non beatitudo quae fruentis, et intelligentis est propria, sed plenitudo sanitatis, idest incorruptionis vigor ». Corpus igitur Christi fuit incorruptibile et absque omni defectu.
2. Christus' ziel zag Gods Woord met hetzelfde aanschouwen als de zaligen zooals boven is gezegd (9e Kw., 2e Art.), en op deze wijze was zij gelukkig. Nu wordt het lichaam verheerlijkt krachtens de verheerlijking der ziel, want Augustinus zegt in den Brief aan Dioscorus (118e Br., 3e H.): « God schonk aan de ziel zoo'n volmaakte natuur, dat uit de volheid van haar volmaaktheid wel niet de volmaaktheid zelf, die eigen is aan wie door begrijpen 407geniet, maar de volheid der gezondheid, dwz. een kracht, die onbederfelijkheid geeft, op de lagere natuur, het lichaam nl. overvloeit ». Dus was Christus' lichaam onbederflijk en zonder eenig gebrek.2. Christus' ziel zag Gods Woord met hetzelfde aanschouwen als de zaligen zoals boven is gezegd (9e Kw., 2e Art.), en op deze wijze was zij gelukkig. Nu wordt het lichaam verheerlijkt krachtens de verheerlijking van de ziel, want Augustinus zegt in de Brief aan Dioscorus (118e Br., 3e H.): “God schonk aan de ziel zo'n volmaakte natuur, dat uit de volheid van haar volmaaktheid wel niet de volmaaktheid zelf, die eigen is aan wie door begrijpen 407geniet, maar de volheid van de gezondheid, dwz. een kracht, die onbederfelijkheid geeft, op de lagere natuur, het lichaam nl. overvloeit”. Dus was Christus' lichaam onbederflijk en zonder enig gebrek.
3. Praeterea, poena consequitur culpam. Sed in Christo non fuit aliqua culpa, secundum illud 1. Pet. 2. [v. 22]: « Qui peccatum non fecit ». Ergo nec defectus corporales, qui sunt poenales, in eo esse debuerunt.
3. Straf volgt op schuld. Nu was er in Christus geen schuld volgens den Eersten Brief van Petrus (2, 22): « Die geen zonde heeft bedreven ». Dus konden er geen lichaamsgebreken, die straffen zijn, gevonden worden.3. Straf volgt op schuld. Nu was er in Christus geen schuld volgens de Eerste Brief van Petrus (2, 22): “Die geen zonde heeft bedreven”. Dus konden er geen lichaamsgebreken, die straffen zijn, gevonden worden.
4. Praeterea, nullus sapiens assumit id, quod impedit ipsum a proprio fine. Sed per hujusmodi defectus corporales multipliciter videtur impediri finis Incarnationis. Primo quidem, quia propter hujusmodi infirmitates homines ab ejus cognitione impediebantur, secundum illud Isa. 53. [v. 2 et 3]: « Desideravimus eum despectum, et novissimum virorum, virum dolorum, et scientem infirmitatem: et quasi absconditus vultus ejus, et despectus: unde nec reputavimus eum ». Secundo, quia sanctorum Patrum desiderium non videtur impleri, ex quorum persona dicitur Isa. 51. [v. 9]: « Consurge, consurge, induere fortitudinem brachium Domini ». Tertio, quia congruentius per fortitudinem, quam per infirmitatem videbatur et potestas diaboli posse superari, et humana infirmitas posse sanari. Non 408ergo videtur conveniens fuisse, quod Filius Dei humanam naturam assumpserit cum corporalibus infirmitatibus, sive defectibus.
4. Geen wijze aanvaardt wat hem van zijn doel afhoudt. De bedoeling nu der menschwording schijnt door die gebreken op vele wijzen verijdeld te worden. Ten eerste worden de menschen door die gebreken belet Hem te kennen volgens Isaias (53, 2 en 3): « Wij hebben naar Hem verlangd: den verachte en minste der menschen, den man van smarten, die het lijden kent; en zijn aangezicht is als verborgen en veracht, zoodat wij op Hem geen acht sloegen ». Ten tweede scheen het verlangen der heilige Vaders in Hem niet vervuld te worden, want Isaias (51, 9) zegt namens hen: « Sta op, sta op en omgordt U met kracht, gij arm Gods ». Ten derde zou men zeggen, dat de macht van den duivel op meer gepaste manier door kracht dan door zwakheid kon overwonnen worden en de menschelijke zwakheid genezen. Dus schijnt het niet 408gepast te zijn geweest, dat Gods Zoon de menschelijke natuur met lichamelijke zwakheden of gebreken aannam.4. Geen wijze aanvaardt wat hem van zijn doel afhoudt. De bedoeling nu van de menswording schijnt door die gebreken op vele wijzen verijdeld te worden. Ten eerste worden de mensen door die gebreken belet Hem te kennen volgens Jesaja (53, 2 en 3): “Wij hebben naar Hem verlangd: de verachte en minste van de mensen, de man van smarten, die het lijden kent; en zijn aangezicht is als verborgen en veracht, zodat wij op Hem geen acht sloegen”. Ten tweede scheen het verlangen van de heilige Vaders in Hem niet vervuld te worden, want Jesaja (51, 9) zegt namens hen: “Sta op, sta op en omgordt U met kracht, gij arm Gods”. Ten derde zou men zeggen, dat de macht van de duivel op meer gepaste manier door kracht dan door zwakheid kon overwonnen worden en de menselijke zwakheid genezen. Dus schijnt het niet 408gepast te zijn geweest, dat Gods Zoon de menselijke natuur met lichamelijke zwakheden of gebreken aannam.
Sed contra est, quod dicitur Heb. 2. [v. 18]: « In eo, in quo passus est ipse, et tentatus, potens est et eis qui tentantur, auxiliari ». Sed ad hoc venit, ut nos adjuvaret; unde et David dicebat Ps. 120. [v. 1]: « Levavi oculos meos in montes, unde veniet auxilium mihi ». Ergo conveniens fuit, ut Filius Dei carnem assumpserit infirmitatibus humanis subjacentem, ut in ea possit pati, et tentari, et sic auxilium nobis ferre.
Maar daartegenover staat, dat in den Hebreeënbrief (2, 18) wordt gezegd: « Omdat Hijzelf geleden heeft en bekoord is, kan Hij ook hen, die bekoord worden helpen ». Nu kwam Hij om ons te helpen, zoodat David zeide (Ps. 120, 1): « Ik heb mijn oogen opgeheven naar de bergen, waarvandaan mij hulp zal komen ». Dus paste het, dat Gods Zoon het aan menschelijke zwakheden onderworpen vleesch aannam, opdat Hij daarin kon lijden en bekoord worden en zoo ons helpen.Maar daartegenover staat, dat in de Hebreeënbrief (2, 18) wordt gezegd: “Omdat Hijzelf geleden heeft en bekoord is, kan Hij ook hen, die bekoord worden helpen”. Nu kwam Hij om ons te helpen, zodat David zeide (Ps. 120, 1)a: “Ik heb mijn ogen opgeheven naar de bergen, waarvandaan mij hulp zal komen”. Dus paste het, dat Gods Zoon het aan menselijke zwakheden onderworpen vlees aannam, opdat Hij daarin kon lijden en bekoord worden en zo ons helpen.
Respondeo dicendum, conveniens fuisse, corpus assumptum a Filio Dei humanis infirmitatibus, et defectibus subjacere. Et praecipue propter tria. Primo quidem, quia ad hoc Filius Dei, carne assumpta, venit in mundum, ut pro peccato humani generis satisfaceret. Unus autem pro peccato alterius satisfacit, dum poenam pro peccato alterius debitam in se suscipit. Hujusmodi autem defectus corporales, scilicet mors, fames, sitis, et hujusmodi sunt poena peccati, quod est in mundum per Adam introductum, 409secundum illud Rom. 5. [v. 12]: « Per unum hominem peccatum intravit in mundum, et per peccatum mors ». Unde conveniens fuit quantum ad finem Incarnationis, quod hujusmodi poenalitates in nostra natura susciperet vice nostra, secundum illud Isa. 53. [v. 4]: « Vere languores nostros ipse tulit ».
Leerstelling. — Vooral om drie redenen was het gepast, dat het door Gods Zoon aangenomen vleesch aan menschelijke zwakheden en gebreken onderworpen was. Ten eerste immers kwam Gods Zoon op aarde om voor de zonden van het menschelijk geslacht voldoening te geven. Nu voldoet iemand voor de zonden van anderen door de door dien ander verdiende straf op zich te nemen Deze lichaamsgebreken echter, nl. dood, honger, dorst en dergelijken zijn een straf voor de zonde, die door Adam in de 409wereld werd gebracht volgens den Romeinenbrief (5, 12): « Door een mensch kwam de zonde in de wereld en door de zonde de dood ». Het paste dus bij het doel der menschwording, dat Hij in onze plaats dergelijke straffen in ons vleesch op Zich nam, volgens Isaias (53, 4): « Hij heeft waarlijk ons lijden gedragen ».Leerstelling. — Vooral om drie redenen was het gepast, dat het door Gods Zoon aangenomen vlees aan menselijke zwakheden en gebreken onderworpen was. Ten eerste immers kwam Gods Zoon op aarde om voor de zonden van het menselijk geslacht voldoening te geven. Nu voldoet iemand voor de zonden van anderen door de door die ander verdiende straf op zich te nemen Deze lichaamsgebreken echter, nl. dood, honger, dorst en dergelijken zijn een straf voor de zonde, die door Adam in de 409wereld werd gebracht volgens de Romeinenbrief (5, 12): “Door een mens kwam de zonde in de wereld en door de zonde de dood”. Het paste dus bij het doel van de menswording, dat Hij in onze plaats dergelijke straffen in ons vlees op Zich nam, volgens Jesaja (53, 4): “Hij heeft waarlijk ons lijden gedragen”.
Secundo propter fidem Incarnationis adstruendam. Cum enim natura humana non aliter esset nota hominibus, nisi prout hujusmodi corporalibus defectibus subjacet, si sine his defectibus Filius Dei humanam naturam assumpsisset, videretur non fuisse verus homo, nec veram carnem habuisse, sed phantasticam, ut Manichaei posuerunt. Et ideo, ut dicitur Philip. 2. [v. 7]: « Exinanivit semetipsum, formam servi accipiens, in similitudinem hominum factus, et habitu inventus ut homo » unde et B. Thomas per aspectum vulnerum est ad fidem revocatus, ut dicitur Joan. 20. [v. 26 sq.].
Ten tweede werd het geloof in de menschwording bevestigd. Want omdat de menschen de menschelijke natuur niet anders kenden dan onderworpen aan deze lichaamsgebreken, zou het niet geschenen hebben, dat Hij een echt mensch was of een echt lichaam bezat, maar alleen een lichaam, dat wij ons inbeelden, zooals de Manichaeën zeiden. Zooals dus in den Brief aan de Philippensen (2, 7) wordt gezegd, « Vernietigde Hij zichzelf door de gestalte van een slaaf aan te nemen, aan de menschen gelijk te worden en uiterlijk als een mensch te worden bevonden ». Daarom ook werd Thomas door het beschouwen der wonden tot het geloof teruggebracht, zooals bij Johannes (20, 26 en vlgd.) wordt gezegd.Ten tweede werd het geloof in de menswording bevestigd. Want omdat de mensen de menselijke natuur niet anders kenden dan onderworpen aan deze lichaamsgebreken, zou het niet geschenen hebben, dat Hij een echt mens was of een echt lichaam bezat, maar alleen een lichaam, dat wij ons inbeelden, zoals de Manicheeën zeiden. Zoals dus in de Brief aan de Filippenzen (2, 7) wordt gezegd, “Vernietigde Hij zichzelf door de gestalte van een slaaf aan te nemen, aan de mensen gelijk te worden en uiterlijk als een mens te worden bevonden”. Daarom ook werd Thomas door het beschouwen van de wonden tot het geloof teruggebracht, zoals bij Johannes (20, 26 en vlgd.) wordt gezegd.
Tertio propter exemplum patientiae quod nobis exhibet, passiones, et defectus humanos fortiter tolerando. Unde dicitur Hebr. 12. [v. 3]: 410« Sustinuit a peccatoribus adversus semetipsum contradictionem, ut non fatigemini animis vestris deficientes ».
Ten derde gaf Hij ons een voorbeeld van geduld, door het lijden der menschen en hun gebreken moedig te ondergaan. Daarom wordt in den Hebreeënbrief (12, 3) gezegd: « Van de zondaars 410onderging Hij tegenspraak, opdat gij niet uitgeput zoudt worden en de zielskracht verliezen ».Ten derde gaf Hij ons een voorbeeld van geduld, door het lijden van de mensen en hun gebreken moedig te ondergaan. Daarom wordt in de Hebreeënbrief (12, 3) gezegd: “Van de zondaars 410onderging Hij tegenspraak, opdat gij niet uitgeput zoudt worden en de zielskracht verliezen”.
Ad primum ergo dicendum, quod satisfactio pro peccatis alterius habet quidem, quasi materiam, poenas quas aliquis pro peccato alterius sustinet: sed pro principio habet habitum animae, ex quo inclinatur ad volendum satisfacere pro alio, et ex quo satisfactio efficaciam habet, non enim esset efficax satisfactio, nisi ex charitate procederet, ut infra dicetur [vid. Supplem. q. 14. art. 2.]. Et ideo oportuit, animam Christi perfectam esse quantum ad habitum scientiarum, et virtutum, ut haberet facultatem satisfaciendi; et quod corpus ejus esset subjectum infirmitatibus, ut ei satisfactionis materia non deesset.
Antwoord op de Bedenkingen. — 1. Voldoen voor de zonden van anderen heeft de straffen, die iemand voor een ander ondergaat wel als voorwerp, maar het gaat uit van een gewoonte der ziel, waardoor iemand geneigd is om te willen voldoen voor anderen en waardoor die voldoening ook iets uitwerkt, omdat geen voldoening haar doel bereikt als zij niet uit liefde voortkomt, zooals beneden zal worden gezegd (Suppl. bij 't 3e Deel, 14e Kw., 2e Art.). Christus' ziel moest dus vervolmaakt zijn door de gewoonten van wetenschap en deugd om te kunnen voldoen, en zijn lichaam moest aan kwalen onderworpen zijn om Hem het voorwerp ter voldoening niet te doen missen.Antwoord op de Bedenkingen. — 1. Voldoen voor de zonden van anderen heeft de straffen, die iemand voor een ander ondergaat wel als voorwerp, maar het gaat uit van een gewoonte van de ziel, waardoor iemand geneigd is om te willen voldoen voor anderen en waardoor die voldoening ook iets uitwerkt, omdat geen voldoening haar doel bereikt als zij niet uit liefde voortkomt, zoals beneden zal worden gezegd (Suppl. bij 't 3e Deel, 14e Kw., 2e Art.). Christus' ziel moest dus vervolmaakt zijn door de gewoonten van wetenschap en deugd om te kunnen voldoen, en zijn lichaam moest aan kwalen onderworpen zijn om Hem het voorwerp ter voldoening niet te doen missen.
Ad secundum dicendum, quod secundum naturalem habitudinem, quae est inter animam, et corpus, ex gloria animae redundat gloria ad corpus: sed haec naturalis habitudo in Christo subjacebat voluntati divinitatis ipsius; ex qua factum est quod beatitudo remaneret in anima, et non derivaretur ad corpus: sed caro pateretur, quae conveniunt naturae passibili, secundum illud quod Damascenus dicit [lib. 3. Orth. Fid. cap. 19.], quod « 411beneplacito divinae voluntatis permittebatur carni pati, et operari quae propria ».
2. Krachtens de natuurlijke verhouding tusschen ziel en lichaam zou de verheerlijking der ziel in heerlijkheid op het lichaam overvloeien; maar in Christus was deze natuurlijke verhouding aan Zijn goddelijke wil onderworpen. Zoo kwam het, dat de ziel de heerlijkheid voor zich behield en deze niet op het lichaam overvloeide, maar het vleesch leed, zooals bij zijn natuur, die lijden kan, past. Zoo ook zegt Damascenus (Over het Ware Geloof, 3e B., 19e H.): 411« Door toelating der goddelijke wil mocht het vleesch lijden en handelen, zooals het bij zijn aard paste ».2. Krachtens de natuurlijke verhouding tussen ziel en lichaam zou de verheerlijking van de ziel in heerlijkheid op het lichaam overvloeien; maar in Christus was deze natuurlijke verhouding aan Zijn goddelijke wil onderworpen. Zo kwam het, dat de ziel de heerlijkheid voor zich behield en deze niet op het lichaam overvloeide, maar het vlees leed, zoals bij zijn natuur, die lijden kan, past. Zo ook zegt Damascenus (Over het Ware Geloof, 3e B., 19e H.): 411“Door toelating van de goddelijke wil mocht het vlees lijden en handelen, zoals het bij zijn aard paste”.
Ad tertium dicendum, quod poena semper sequitur culpam actualem, vel originalem, quandoque quidem ejus qui punitur; quandoque autem alterius, pro quo ille qui poenas patitur, satisfacit. Et ita accidit in Christo, secundum illud Isa. 53. [v. 5]: « Ipse vulneratus est propter iniquitates nostras, attritus est propter scelera nostra ».
3. Straf eischt altijd het bestaan van een schuld, of deze van een zondige daad of van de erfzonde komt; maar soms is het schuld van hem, die gestraft wordt en soms schuld van een ander, in wiens plaats hij, die lijdt voor de straffen voldoet. Zoo geschiedde het bij Christus volgens Isaias (53, 5): « Hij is gewond om onze misdaden en geslagen om onze boosheid ».3. Straf eist altijd het bestaan van een schuld, of deze van een zondige daad of van de erfzonde komt; maar soms is het schuld van hem, die gestraft wordt en soms schuld van een ander, in wiens plaats hij, die lijdt voor de straffen voldoet. Zo geschiedde het bij Christus volgens Jesaja (53, 5): “Hij is gewond om onze misdaden en geslagen om onze boosheid”.
Ad quartum dicendum, quod infirmitas assumpta a Christo non impedivit finem Incarnationis, sed maxime promovit, ut dictum est [in corp. art.]. Et quamvis per hujusmodi infirmitates absconderetur ejus divinitas; manifestabatur tamen humanitas, quae est via ad divinitatem perveniendi, secundum illud Rom. 5. [v. 1, 2]: « Accessum habemus per Jesum Christum ad Deum ». Desiderabant autem antiqui Patres in Christo non quidem fortitudinem corporalem, sed spiritualem, per quam et diabolum vicit, et humanam infirmitatem sanavit.
4. De zwakheid, die Christus op Zich genomen had stond het doel der menschwording niet in den weg, maar bevorderde dit ten sterkste, zooals werd gezegd (in de Leerstelling). En al werd door die zwakheid Zijn godheid verborgen, dan werd toch Zijn menschheid duidelijk kenbaar gemaakt; en die is juist de weg naar Zijn godheid volgens den Romeinenbrief (5, 1 en 2): « Wij hebben toegang tot God door Jesus Christus ». — De oude Vaders echter verlangden in Christus geen tijdelijke kracht, maar geestelijke, waardoor Hij den duivel heeft overwonnen en de menschelijke zwakheid genezen.4. De zwakheid, die Christus op Zich genomen had stond het doel van de menswording niet in de weg, maar bevorderde dit ten sterkste, zoals werd gezegd (in de Leerstelling). En al werd door die zwakheid Zijn godheid verborgen, dan werd toch Zijn mensheid duidelijk kenbaar gemaakt; en die is juist de weg naar Zijn godheid volgens de Romeinenbrief (5, 1 en 2): “Wij hebben toegang tot God door Jesus Christus”. — De oude Vaders echter verlangden in Christus geen tijdelijke kracht, maar geestelijke, waardoor Hij de duivel heeft overwonnen en de menselijke zwakheid genezen.
Utrum Christus necessitatem his defectibus subjacendi assumpserit
Was Christus uit noodzakelijkheid aan de lichaamsgebreken onderworpen?
412Ad secundum sic proceditur. Videtur, quod Christus non ex necessitate his defectibus subjacuerit. Dicitur enim Isa. 53. [v. 7]: « Oblatus est, quia ipse voluit » et loquitur de oblatione ad passionem: sed voluntas opponitur necessitati. Ergo Christus non ex necessitate subjacuit corporalibus defectibus.
412Bedenkingen. — Men beweert, dat Christus niet uit noodzakelijkheid aan de lichaamsgebreken onderworpen was. — 1. Want bij Isaias (53, 7) wordt gezegd: « Hij werd geofferd, omdat Hij het zelf wilde », en daar wordt gesproken van geofferd worden door lijden. Nu staat de vrije wil juist tegenover noodzakelijkheid. Dus was Christus niet uit noodzakelijkheid aan de lichaamsgebreken onderworpen.412Bedenkingen. — Men beweert, dat Christus niet uit noodzakelijkheid aan de lichaamsgebreken onderworpen was. — 1. Want bij Jesaja (53, 7) wordt gezegd: “Hij werd geofferd, omdat Hij het zelf wilde”, en daar wordt gesproken van geofferd worden door lijden. Nu staat de vrije wil juist tegenover noodzakelijkheid. Dus was Christus niet uit noodzakelijkheid aan de lichaamsgebreken onderworpen.
2. Praeterea, Damascenus dicit in 3. lib. [Orth. Fid. cap. 20.]: « Nihil coactum in Christo consideratur, sed omnia voluntaria ». Sed quod est voluntarium, non est necessarium. Ergo hujusmodi defectus non fuerunt ex necessitate in Christo.
2. Damascenus zegt in het 3e boek (Over het Ware Geloof, 20e H.): « In Christus wordt niets gedwongens gevonden, maar alles was vrijwillig ». Wat nu vrijwillig is, gebeurt niet uit noodzakelijkheid Dus waren die gebreken niet krachtens een noodzakelijkheid in Christus.2. Damascenus zegt in het 3e boek (Over het Ware Geloof, 20e H.): “In Christus wordt niets gedwongens gevonden, maar alles was vrijwillig”. Wat nu vrijwillig is, gebeurt niet uit noodzakelijkheid Dus waren die gebreken niet krachtens een noodzakelijkheid in Christus.
3. Praeterea, necessitas infertur ad aliquo potentiori. Sed nulla creatura est potentior, quam anima Christi, ad quam pertinebat proprium corpus 413conservare. Ergo hujusmodi defectus, seu infirmitas non fuerunt in Christo ex necessitate.
3. Noodzakelijkheid wordt iemand door een machtigere opgelegd. Geen schepsel echter is machtiger dan Christus' ziel, waaraan het toekwam haar eigen lichaam te beschermen. Dus waren 413die zwakheden of gebreken niet krachtens een noodzakelijkheid in Christus.
Sed contra est, quod Apost. dicit Rom. 8. [v. 3]: « Misit Deus Filium suum in similitudinem carnis peccati ». Sed conditio carnis peccati est, quod habeat necessitatem moriendi, et sustinendi alias hujusmodi passiones. Ergo talis necessitas sustinendi hos defectus fuit in carne Christi.
Maar daartegenover staat, dat de Apostel in den Romeinenbrief (8, 3) zegt: « God zond Zijn Zoon in de gedaante van het zondige vleesch ». Nu bevindt het zondige vleesch zich in zoo'n toestand, dat het moet sterven en ander lijden ondergaan. Dus lag in Christus' vleesch de noodzakelijkheid om deze gebreken te dragen.Maar daartegenover staat, dat de Apostel in de Romeinenbrief (8, 3) zegt: “God zond Zijn Zoon in de gedaante van het zondige vlees”. Nu bevindt het zondige vlees zich in zo'n toestand, dat het moet sterven en ander lijden ondergaan. Dus lag in Christus' vlees de noodzakelijkheid om deze gebreken te dragen.
Respondeo dicendum, quod duplex est necessitas. Una quidem coactionis, quae fit ab agente extrinseco. Et haec quidem necessitas contrariatur et naturae, et voluntati; quorum utrumque est principium intrinsecum. Alia autem est necessitas naturalis, quae consequitur principia naturalia, puta formam; sicut necessarium est ignem calefacere: vel materiam; sicut necessarium est corpus ex contrariis compositum, dissolvi.
Leerstelling. — Er is een dubbele noodzakelijkheid En wel een van dwang, die door een invloed van buiten af wordt opgelegd. Dit soort noodzakelijkheid is zoowel aan de natuur als aan den wil, die beiden beginselen zijn, die van binnen uit werken, tegenovergesteld. Maar er is nog een andere en wel een natuurlijke noodzakelijkheid, die uit de beginselen der natuur voortkomt, bv. uit den vorm, zooals het vuur noodzakelijk verwarmt, of uit de stof, zooals een lichaam, dat uit tegenstrijdige elementen is opgebouwd.Leerstelling. — Er is een dubbele noodzakelijkheid En wel een van dwang, die door een invloed van buiten af wordt opgelegd. Dit soort noodzakelijkheid is zowel aan de natuur als aan de wil, die beiden beginselen zijn, die van binnen uit werken, tegenovergesteld. Maar er is nog een andere en wel een natuurlijke noodzakelijkheid, die uit de beginselen van de natuur voortkomt, bv. uit de vorm, zoals het vuur noodzakelijk verwarmt, of uit de stof, zoals een lichaam, dat uit tegenstrijdige elementen is opgebouwd.
Secundum igitur hanc necessitatem, quae consequitur materiam, corpus Christi subjectum fuit necessitati mortis, et aliorum hujusmodi defectuum. 414Quia, sicut dictum est [art. praec. ad 2. ex Damasceno], « beneplacito divinae voluntatis carni Christi permittebatur agere, et pati quae propria ». Haec autem necessitas causatur ex principiis carnis humanae, ut dictum est.
[De vertaling van deze alinea ontbreekt in de uitgave.]
Si autem loquamur de necessitate coactionis, secundum quidem quod repugnat naturae corporali, sic iterum corpus Christi secundum conditionem propriae naturae necessitati subjacuit et clavi perforantis, et flagelli percutientis. Secundum vero quod necessitas talis repugnat voluntati, manifestum est quod in Christo non fuit necessitas horum defectuum, neque per respectum ad divinam voluntatem, neque per respectum ad voluntatem humanam Christi absolute, prout sequitur rationem deliberantem1, sed solum secundum naturalem motum voluntatis; prout scilicet naturaliter refugit mortem, et etiam corporis nocumenta.
Spreken wij echter over de noodzakelijkheid uit dwang, in zoover deze strijdt met de natuur van het lichaam, dan was Christus' vleesch toch ook weer krachtens den toestand van zijn eigen natuur 414gebonden aan de noodzakelijkheid om door spijkers doorboord en door geesel geslagen te worden. — Wat het strijden van deze noodzakelijkheid met den wil betreft, is het echter duidelijk, dat er bij Christus geen spraak was van noodzakelijkheid om deze smarten te verduren, noch volgens de goddelijke, noch zelfs absoluut gesproken volgens den menschelijken wil, in zoover deze zich richt naar het verstandsoverleg, maar alleen naar de zuiver natuurlijke werkzaamheid van den wil, die nl. van nature dood en lichaamslijden ontvlucht.Spreken wij echter over de noodzakelijkheid uit dwang, in zover deze strijdt met de natuur van het lichaam, dan was Christus' vlees toch ook weer krachtens de toestand van zijn eigen natuur 414gebonden aan de noodzakelijkheid om door spijkers doorboord en door gesel geslagen te worden. — Wat het strijden van deze noodzakelijkheid met de wil betreft, is het echter duidelijk, dat er bij Christus geen spraak was van noodzakelijkheid om deze smarten te verduren, noch volgens de goddelijke, noch zelfs absoluut gesproken volgens de menselijke wil, in zover deze zich richt naar het verstandsoverleg, maar alleen naar de zuiver natuurlijke werkzaamheid van de wil, die nl. van nature dood en lichaamslijden ontvlucht.
Ad primum ergo dicendum, quod Christus dicitur « oblatus, quia voluit » et voluntate divina, et voluntate humana deliberata: licet mors esset contra naturalem motum voluntatis humanae, ut Damascenus dicit [lib. 3. Orth. Fid. cap. 23. et 24.].
Antwoord op de Bedenkingen. — 1. Men zegt van Christus, dat Hij « geofferd werd, omdat Hij het zelf wilde » zoowel met Zijn goddelijke, als met Zijn menschelijken, door de rede geleiden wil, al strijdt dan ook de dood met het natuurlijke streven van den menschelijken wil, zooals Damascenus zegt (Over het Ware Geloof, 3e B., 23e en 24e H.).Antwoord op de Bedenkingen. — 1. Men zegt van Christus, dat Hij “geofferd werd, omdat Hij het zelf wilde” zowel met Zijn goddelijke, als met Zijn menselijken, door de rede geleiden wil, al strijdt dan ook de dood met het natuurlijke streven van de menselijke wil, zoals Damascenus zegt (Over het Ware Geloof, 3e B., 23e en 24e H.).
Ad secundum patet respondeo ex dictis [in corp.].
2. Het antwoord hierop volgt uit het voorafgaande (Leerstelling).
415Ad tertium dicendum, quod nihil fuit potentius, quam anima Christi absolute: nihil tamen prohibet, aliquid fuisse potentius quantum ad hunc effectum; sicut clavus ad perforandum. Et hoc dico, secundum quod anima Christi consideratur secundum propriam naturam, et virtutem.
4153. Absoluut genomen was er niets machtiger dan Christus' ziel, maar er is niets tegen, dat iets in een bepaald geval machtiger is, zooals de spijker bij het doorboren. Dit wordt echter gezegd van Christus' ziel alleen beschouwd naar hare eigen natuur en kracht.4153. Absoluut genomen was er niets machtiger dan Christus' ziel, maar er is niets tegen, dat iets in een bepaald geval machtiger is, zoals de spijker bij het doorboren. Dit wordt echter gezegd van Christus' ziel alleen beschouwd naar haar eigen natuur en kracht.
Utrum Christus defectus corporales contraxerit
Had Christus lichaamsgebreken krachtens zg. contractie?
415Ad tertium sic proceditur. Videtur, quod Christus defectus corporales contraxerit. Illud enim contrahere dicimur, quod simul cum natura ex origine trahimus. Sed Christus simul cum natura humana defectus, et infirmitates corporales per suam originem traxit a matre, cujus caro hujusmodi defectibus subjacebat. Ergo videtur, quod hos defectus contraxerit.
415Bedenkingen. — Men beweert, dat Christus krachtens contractie lichaamsgebreken had. — 1. Wij spreken immers van contractie, als men bij zijn ontstaan iets krijgt tegelijk met de natuur. Nu kreeg Christus deze gebreken bij Zijn geboorte tegelijk met de menschelijke natuur van Zijn Moeder, wier vleesch onder deze gebreken gebukt ging. Dus schijnt Hij deze gebreken krachtens contractie te hebben.415Bedenkingen. — Men beweert, dat Christus krachtens contractie lichaamsgebreken had. — 1. Wij spreken immers van contractie, als men bij zijn ontstaan iets krijgt tegelijk met de natuur. Nu kreeg Christus deze gebreken bij Zijn geboorte tegelijk met de menselijke natuur van Zijn Moeder, wier vlees onder deze gebreken gebukt ging. Dus schijnt Hij deze gebreken krachtens contractie te hebben.
2. Praeterea, id quod ex principiis naturae causatur, simul cum natura 416trahitur; et ita contrahitur. Sed hujusmodi poenalitates causantur ex principiis naturae humanae. Ergo eas Christus contraxit.
2. Wat door de beginselen der natuur veroorzaakt wordt, krijgt men tegelijk met de natuur en dus door contractie. Deze straffen 416nu worden door de beginselen der natuur teweeggebracht. Dus had Christus ze door contractie.2. Wat door de beginselen van de natuur veroorzaakt wordt, krijgt men tegelijk met de natuur en dus door contractie. Deze straffen 416nu worden door de beginselen van de natuur teweeggebracht. Dus had Christus ze door contractie.
3. Praeterea, secundum hujusmodi defectus Christus aliis hominibus similatur, ut dicitur Hebr. 2. [v. 17]. Sed alii homines hujusmodi defectus contrahunt. Ergo videtur, quod etiam Christus hujusmodi defectus contraxerit.
3. Christus is door deze gebreken gelijk aan de andere menschen, zooals in den Hebreeënbrief (2, 17) wordt gezegd. De andere menschen nu hebben deze gebreken door contractie. Dus schijnt Christus ze ook door contractie te hebben.3. Christus is door deze gebreken gelijk aan de andere mensen, zoals in de Hebreeënbrief (2, 17) wordt gezegd. De andere mensen nu hebben deze gebreken door contractie. Dus schijnt Christus ze ook door contractie te hebben.
Sed contra est, quod hujusmodi defectus contrahuntur ex peccato, secundum illud Rom. 5. [v. 12]: « Per unum hominem peccatum intravit in hunc mundum, et per peccatum mors ». Sed in Christo non habuit locum peccatum. Ergo hujusmodi defectus Christus non contraxit.
Maar daartegenover staat, dat deze gebreken om de zonde door contractie gekregen worden volgens den Romeinenbrief (5, 12): « Door een mensch kwam de zonde in deze wereld en door de zonde de dood ». Nu was er geen zonde in Christus. Dus had Hij die gebreken niet door contractie.Maar daartegenover staat, dat deze gebreken om de zonde door contractie gekregen worden volgens de Romeinenbrief (5, 12): “Door een mens kwam de zonde in deze wereld en door de zonde de dood”. Nu was er geen zonde in Christus. Dus had Hij die gebreken niet door contractie.
Respondeo dicendum, quod in verbo « con-trahendi » intelligitur ordo effectus ad causam; ut scilicet illud dicatur contrahi, quod simul cum sua causa ex necessitate trahitur. Causa autem mortis, et horum defectuum in humana natura est peccatum: quia « per peccatum mors intravit in hunc mundum » ut dicitur Rom. 5. [v. 12]. Et ideo illi proprie dicuntur hos defectus contrahere, qui ex debito peccati hos defectus incurrunt. Christus 417autem hos defectus non habuit ex debito peccati: quia, ut Augustinus dicit exponens illud Joan. 3. [v. 31]: « Qui de sursum venit, super omnes est » [hab. in Glos. ord.], « de sursum venit Christus idest de altitudiue naturae humanae, quam habuit ante peccatum primi hominis ». Accepit enim naturam humanam absque peccato in illa puritate, in qua erat in statu innocentiae. Et simili modo potuisset assumere humanam naturam absque defectibus. Sic igitur patet, quod Christus non contraxit hos defectus, quasi ex debito peccati eos suscipiens, sed ex propria voluntate.
Leerstelling. — In de term contraheeren wordt een verhouding van oorzaak tot gevolg uitgedrukt, omdat wij ervan spreken, als iets noodzakelijkerwijze tegelijk met zijn oorzaak verkregen wordt. Nu is de zonde in de menschelijke natuur de oorzaak van dood en dergelijke ellenden, omdat « door de zonde de dood in deze wereld gekomen is », zooals in den Romeinenbrief (5, 12) wordt gezegd. Daarom spreekt men in eigenlijken zin over contraheeren van deze gebreken bij hen, die ze moeten hebben 417om de zonde. Christus echter werd niet om een zondeschuld door deze gebreken getroffen, want zooals Augustinus (3, 31) in zijn uitleg van Johannes (3, 31): « Wie van boven komt, staat boven alles », zegt: « daalde Christus van boven neer, dwz. van de verhevenheid, die de menschelijke natuur voor de zonde van den eersten mensch bezat ». Want zonder zonde nam Hij de menschelijke natuur in dezelfde reinheid aan, als zij bezat in den staat van onschuld. Evenzoo had Hij ook de menschelijke natuur zonder gebreken kunnen aannemen. Zoo blijkt het dus, dat Hij die gebreken niet krachtens contractie had, alsof Hij ze om zondeschuld onderging, maar door eigen vrijen wil.Leerstelling. — In de term contraheren wordt een verhouding van oorzaak tot gevolg uitgedrukt, omdat wij ervan spreken, als iets noodzakelijkerwijze tegelijk met zijn oorzaak verkregen wordt. Nu is de zonde in de menselijke natuur de oorzaak van dood en dergelijke ellenden, omdat “door de zonde de dood in deze wereld gekomen is”, zoals in de Romeinenbrief (5, 12) wordt gezegd. Daarom spreekt men in eigenlijke zin over contraheren van deze gebreken bij hen, die ze moeten hebben 417om de zonde. Christus echter werd niet om een zondeschuld door deze gebreken getroffen, want zoals Augustinus (3, 31) in zijn uitleg van Johannes (3, 31): “Wie van boven komt, staat boven alles”, zegt: “daalde Christus van boven neer, dwz. van de verhevenheid, die de menselijke natuur voor de zonde van de eerste mens bezat”. Want zonder zonde nam Hij de menselijke natuur in dezelfde reinheid aan, als zij bezat in de staat van onschuld. Evenzo had Hij ook de menselijke natuur zonder gebreken kunnen aannemen. Zo blijkt het dus, dat Hij die gebreken niet krachtens contractie had, alsof Hij ze om zondeschuld onderging, maar door eigen vrijen wil.
Ad primum ergo dicendum, quod caro Virginis concepta fuit in originali peccato: et ideo hos defectus contraxit. Sed caro Christi ex Virgine assumpsit naturam absque culpa. Et similiter potuisset naturam assumere absque poena: sed voluit suscipere poenam propter opus nostrae redemptionis implendum, ut dictum est [art. 1. huj. q.]. Et ideo habuit hujusmodi defectus, non contrahendo, sed voluntarie assumendo.
Antwoord op de Bedenkingen. — 1. Het vleesch der Moedermaagd werd in erfzonde ontvangen en contraheerde dus deze gebreken. Christus' vleesch echter kreeg zijn natuur zonder zonde uit de Maagd. En evenzoo had Hij Zijn natuur kunnen krijgen zonder de straffen te dragen, maar Hij wilde de straf op Zich nemen om het werk van onze verlossing te voltooien, zooals reeds is gezegd (1e Art.). En dus leed Hij niet krachtens contractie onder deze gebreken, maar omdat Hij ze vrijwillig op Zich nam.Antwoord op de Bedenkingen. — 1. Het vlees van de Moedermaagd werd in erfzonde ontvangen en contraheerde dus deze gebreken. Christus' vlees echter kreeg zijn natuur zonder zonde uit de Maagd. En evenzo had Hij Zijn natuur kunnen krijgen zonder de straffen te dragen, maar Hij wilde de straf op Zich nemen om het werk van onze verlossing te voltooien, zoals reeds is gezegd (1e Art.). En dus leed Hij niet krachtens contractie onder deze gebreken, maar omdat Hij ze vrijwillig op Zich nam.
Ad secundum dicendum, quod causa mortis, et aliorum corporalium 418defectuum in humana natura est duplex. Una quidem remota, quae accipitur ex parte principiorum materialium humani corporis, inquantum est ex contrariis compositum. Sed haec causa impediebatur per originalem justitiam. Et ideo proxima causa mortis, et aliorum defectuum est peccatum, per quod substracta est originalis justitia. Et propter hoc quia Christus fuit sine peccato, dicitur non contraxisse hujusmodi defectus, sed voluntarie assumpsisse.
2. Van den dood en andere lichaamsgebreken is er in de 418menschelijke natuur een dubbele oorzaak. En wel een meer verwijderde, die wij moeten zoeken in de stoffelijke beginselen van het menschelijk lichaam, in zoover dit uit tegenstrijdige elementen is opgebouwd. Maar de uitwerking van deze oorzaak werd tegengehouden door de oorspronkelijke rechtvaardigheid. De naaste oorzaak van dood en andere gebreken is dus de zonde, waardoor de oorspronkelijke rechtvaardigheid verloren ging. Daarom zegt men, dat Christus, die zonder zonde was, die gebreken niet door contractie had, maar door ze vrijwillig op zich te nemen.2. Van de dood en andere lichaamsgebreken is er in de 418menselijke natuur een dubbele oorzaak. En wel een meer verwijderde, die wij moeten zoeken in de stoffelijke beginselen van het menselijk lichaam, in zover dit uit tegenstrijdige elementen is opgebouwd. Maar de uitwerking van deze oorzaak werd tegengehouden door de oorspronkelijke rechtvaardigheid. De naaste oorzaak van dood en andere gebreken is dus de zonde, waardoor de oorspronkelijke rechtvaardigheid verloren ging. Daarom zegt men, dat Christus, die zonder zonde was, die gebreken niet door contractie had, maar door ze vrijwillig op zich te nemen.
Ad tertium dicendum, quod Christus in hujusmodi defectibus assimilatus est aliis hominibus quantum ad qualitatem defectuum, non autem quantum ad causam. Et ideo Christus non contraxit hujusmodi defectus, sicut alii.
3. Wat de soort gebreken betreft, staat Christus met de andere menschen op één lijn, maar niet wat hun oorzaak betreft. En daarom had Hij die gebreken niet door contractie.3. Wat de soort gebreken betreft, staat Christus met de andere mensen op één lijn, maar niet wat hun oorzaak betreft. En daarom had Hij die gebreken niet door contractie.
Utrum Christus omnes defectus corporales hominum assumere debuerit
Moest Christus alle lichaamsgebreken der menschen op Zich nemen?Moest Christus alle lichaamsgebreken van de mensen op Zich nemen?
418Ad quartum sic proceditur. Videtur, quod Christus omnes defectus corporales hominum assumere debuerit: dicit enim Damascenus [lib. 3. 419Orth. Fid. cap. 6. et 18. a princ.]: « Quod est inassumptibile, est incurabile ». Sed Christus venerat omnes defectus nostros curare. Ergo omnes defectus nostros assumere debuit.
418Bedenkingen. — Men beweert, dat Christus alle lichaamsgebreken der menschen op Zich moest nemen. — 1. Want Damascenus zegt (Over het Ware Geloof, 3e B., 6e en 18e H.): 419« Wat niet aangenomen kan worden, is ongeneeslijk ». Maar Christus is gekomen om al onze gebreken te genezen. Dus moest Hij al onze gebreken op Zich nemen.418Bedenkingen. — Men beweert, dat Christus alle lichaamsgebreken van de mensen op Zich moest nemen. — 1. Want Damascenus zegt (Over het Ware Geloof, 3e B., 6e en 18e H.): 419“Wat niet aangenomen kan worden, is ongeneeslijk”. Maar Christus is gekomen om al onze gebreken te genezen. Dus moest Hij al onze gebreken op Zich nemen.
2. Praeterea, dictum est [art. 1. huj. q.], quod ad hoc quod Christus pro nobis satisfaceret, debuit habere habitus perfectivos in anima, et defectus in corpore. Sed Christus ex parte animae assumpsit plenitudinem omnis gratiae. Ergo ex parte corporis debuit assumere omnes defectus.
2. Wij hebben gezegd (1e Art., Antw. op de 1e B.), dat Christus om voor ons te voldoen in Zijn ziel vervolmakende gewoonten en in Zijn lichaam gebreken moest hebben. Nu heeft Hij wat de ziel betreft de volheid van alle genaden aangenomen. Dus moest Hij ook in Zijn lichaam alle gebreken op Zich nemen.
3. Praeterea, inter omnes defectus corporales praecipuum locum tenet mors. Sed Christus mortem assumpsit. Ergo multo magis omnes alios defectus assumere debuit.
3. Onder alle lichaamsgebreken staat de dood vooraan. Nu nam Christus op Zich den dood te ondergaan. Dus moest Hij zooveel te eerder alle andere gebreken op Zich nemen.3. Onder alle lichaamsgebreken staat de dood vooraan. Nu nam Christus op Zich de dood te ondergaan. Dus moest Hij zoveel te eerder alle andere gebreken op Zich nemen.
Sed contra est, quod contraria non possunt simul fieri in eodem. Sed quaedam infirmitates sunt sibi ipsis contrariae, utpote ex contrariis principiis causatae. Ergo non potuit esse, quod Christus omnes infirmitates humanas assumeret.
Maar daartegenover staat, dat in denzelfden persoon geen tegenstrijdige dingen kunnen gebeuren. Nu zijn sommige gebreken aan elkaar tegenstrijdig, omdat zij uit verschillende beginselen voortkomen. Dus kon Christus onmogelijk alle kwalen op Zich nemen.Maar daartegenover staat, dat in dezelfde persoon geen tegenstrijdige dingen kunnen gebeuren. Nu zijn sommige gebreken aan elkaar tegenstrijdig, omdat zij uit verschillende beginselen voortkomen. Dus kon Christus onmogelijk alle kwalen op Zich nemen.
Respondeo dicendum, quod, sicut dictum est [art. 1. huj. q.], Christus defectus humanos assumpsit ad satisfaciendum pro peccato humanae 420naturae; ad quod requirebatur, quod haberet perfectionem scientiae, et gratiae in anima. Illos ergo defectus Christus assumere debuit, qui consequuntur ex peccato communi totius naturae, nec tamen repugnant perfectioni scientiae, et gratiae. Sic igitur non fuit conveniens, ut omnes defectus, seu infirmitates humanas assumeret. Sunt enim quidam defectus, qui repugnant perfectioni scientiae, et gratiae: sicut ignorantia, pronitas ad malum, et difficultas ad bonum.
Leerstelling. — Zooals is gezegd (1e Art.), heeft Christus de menschelijke gebreken op Zich genomen om voor de zonden 420der menschelijke natuur te voldoen. In Zijn ziel werd daartoe de volmaaktheid van wetenschap en genade vereischt. Christus moest dus die gebreken op Zich nemen, die uit de zonde der gezamenlijke menschelijke natuur voortkomen en niet strijden met de volmaaktheid van Zijn kennis en genade. Het was dus niet passend, dat Hij alle menschelijke zwakheden en gebreken op Zich nam. Want er zijn gebreken, die met de volmaaktheid van wetenschap en genade in strijd zijn als onwetendheid, geneigdheid tot het kwaad en traagheid tot het goede.Leerstelling. — Zoals is gezegd (1e Art.), heeft Christus de menselijke gebreken op Zich genomen om voor de zonden 420van de menselijke natuur te voldoen. In Zijn ziel werd daartoe de volmaaktheid van wetenschap en genade vereist. Christus moest dus die gebreken op Zich nemen, die uit de zonde van de gezamenlijke menselijke natuur voortkomen en niet strijden met de volmaaktheid van Zijn kennis en genade. Het was dus niet passend, dat Hij alle menselijke zwakheden en gebreken op Zich nam. Want er zijn gebreken, die met de volmaaktheid van wetenschap en genade in strijd zijn als onwetendheid, geneigdheid tot het kwaad en traagheid tot het goede.
Quidam autem defectus sunt, qui non consequuntur communiter totam humanam naturam propter peccatum primi parentis, sed causantur in aliquibus hominibus ex quibusdam particularibus causis: sicut lepra, et morbus caducus, et alia hujusmodi. Qui quidem defectus quandoque causantur ex culpa hominis, puta ex inordinato victu: quandoque autem ex defectu virtutis formativae. Quorum neutrum convenit Christo: quia et caro ejus de Spiritu Sancto concepta est, qui est infinitae sapientiae, et virtutis. errare, et deficere non potens: et ipse nihil inordinatum in regimine suae vitae exercuit.
Nu zijn er ook sommige gebreken, die niet om de zonde van den eersten stamvader uit de menschelijke natuur in het algemeen voortkomen, maar bij sommige menschen door bijzondere oorzaken worden teweeggebracht, als melaatschheid, vallende ziekte en dergelijke. Soms worden deze gebreken veroorzaakt door schuld van den mensch, bv. door onmatigheid in het eten, maar soms komen zij voort uit een tekort in de voortplantingskracht. En bij Christus past geen van beiden, omdat Zijn vleesch werd ontvangen van den H. Geest, die als oneindig in kracht en wijsheid niet kan falen en te kort schieten, en Hij zelf heeft in het verloop van Zijn leven niets gedaan, wat met de rede in strijd was.Nu zijn er ook sommige gebreken, die niet om de zonde van de eerste stamvader uit de menselijke natuur in het algemeen voortkomen, maar bij sommige mensen door bijzondere oorzaken worden teweeggebracht, als melaatsheid, vallende ziekte en dergelijke. Soms worden deze gebreken veroorzaakt door schuld van de mens, bv. door onmatigheid in het eten, maar soms komen zij voort uit een tekort in de voortplantingskracht. En bij Christus past geen van beiden, omdat Zijn vlees werd ontvangen van de H. Geest, die als oneindig in kracht en wijsheid niet kan falen en te kort schieten, en Hij zelf heeft in het verloop van Zijn leven niets gedaan, wat met de rede in strijd was.
421Sunt autem tertii defectus, qui in omnibus hominibus communiter inveniuntur ex peccato primi parentis: sicut mors, fames, sitis, et alia hujusmodi. Et hos defectus omnes Christus suscepit, quos vocat Damascenus [lib. 1. Orth. Fid. cap. 11. et lib. 3. cap. 20.], « naturales, et indetractibiles passiones » naturales quidem, quia defectum scientiae, et gratiae non important.
421Maar er is een derde soort gebreken, die bij alle menschen gemeenschappelijk gevonden worden om de zonde van den eersten stamvader, als de dood, honger en dorst en dergelijke. En al deze gebreken nam Christus op Zich. Damascenus (Over het Ware Geloof, 1e B., 11e H.; 3e B., 20e H.) noemt hen « natuurlijke en niet tot verachting aanleiding gevende » gebreken, omdat zij algemeen uit de menschelijke natuur voortkomen en geen reden tot verachting geven, daar zij geen tekort aan kennis en genade meebrengen.421Maar er is een derde soort gebreken, die bij alle mensen gemeenschappelijk gevonden worden om de zonde van de eerste stamvader, als de dood, honger en dorst en dergelijke. En al deze gebreken nam Christus op Zich. Damascenus (Over het Ware Geloof, 1e B., 11e H.; 3e B., 20e H.) noemt hen “natuurlijke en niet tot verachting aanleiding gevende” gebreken, omdat zij algemeen uit de menselijke natuur voortkomen en geen reden tot verachting geven, daar zij geen tekort aan kennis en genade meebrengen.
Ad primum ergo dicendum, quod omnes particulares defectus hominum causantur ex corruptibilitate et passibilitate corporis, superadditis quibusdam particularibus causis. Et ideo cum Christus curaverit passibilitatem, et corruptibilitatem corporis nostri, per hoc quod eam assumpsit, ex consequenti omnes alios defectus curavit.
Antwoord op de Bedenkingen. — 1. Alle bijzondere gebreken der menschen worden veroorzaakt, doordat het lichaam kan lijden en vergaan, waarbij dan nog bijzondere oorzaken komen. Terwijl Christus dus die geschiktheid van het lichaam om te lijden heelde door haar op Zich te nemen, genas Hij daardoor alle andere gebreken.Antwoord op de Bedenkingen. — 1. Alle bijzondere gebreken van de mensen worden veroorzaakt, doordat het lichaam kan lijden en vergaan, waarbij dan nog bijzondere oorzaken komen. Terwijl Christus dus die geschiktheid van het lichaam om te lijden heelde door haar op Zich te nemen, genas Hij daardoor alle andere gebreken.
Ad secundum dicendum, quod plenitudo omnis gratiae, et scientiae animae Christi secundum se debebatur ex hoc ipso, quod erat a Verbo Dei assumpta. Et ideo absolute omnem plenitudinem sapientiae, et gratiae Christus assumpsit. Sed defectus nostros dispensative assumpsit, ut pro 422peccato nostro satisfaceret, non quia ei secundum se competerent. Et ideo non oportuit, quod omnes assumeret, sed solum illos qui sufficiebant ad satisfaciendum pro peccato totius humanae naturae.
2. Op zichzelf reeds had Christus' ziel hierom recht op de volheid van alle genade en wetenschap, omdat zij door Gods Woord aangenomen was. En daarom nam Christus de volheid van genade en wetenschap absoluut aan. Maar onze gebreken nam Hij door bijzondere toelating op Zich om voor onze zonden te voldoen, niet omdat zij Hem op zichzelf beschouwd toekwamen. 422Daarom moest Hij ze niet alle op Zich nemen, maar alleen die, welke voldoende waren om te voldoen voor de zonden van de geheele menschelijke natuur.2. Op zichzelf reeds had Christus' ziel hierom recht op de volheid van alle genade en wetenschap, omdat zij door Gods Woord aangenomen was. En daarom nam Christus de volheid van genade en wetenschap absoluut aan. Maar onze gebreken nam Hij door bijzondere toelating op Zich om voor onze zonden te voldoen, niet omdat zij Hem op zichzelf beschouwd toekwamen. 422Daarom moest Hij ze niet alle op Zich nemen, maar alleen die, welke voldoende waren om te voldoen voor de zonden van de gehele menselijke natuur.
Ad tertium dicendum, quod mors in omnes homines devenit ex peccato primi parentis: non autem quidam alii defectus licet sint morte minores. Unde non est similis ratio.
3. De dood kwam over alle menschen door de zonde van den eersten stamvader, maar de andere gebreken niet, al zijn zij dan ook minder dan de dood. Daarom gaat dezelfde reden niet voor beide op.3. De dood kwam over alle mensen door de zonde van de eerste stamvader, maar de andere gebreken niet, al zijn zij dan ook minder dan de dood. Daarom gaat dezelfde reden niet voor beide op.