Deel X · Over de Wetten
P. I-II, q. 90–108 · Antwerpen, Geloofsverdediging, 1928
- Kw. 90 Over het wezen van de wet
- Kw. 91 Over de verschillende soorten wetten
- Art. 1 Is er een eeuwige wet?
- Art. 2 Is er in ons een natuurwet?
- Art. 3 Is er een menschelijke wet?Is er een menselijke wet?
- Art. 4 Is een Goddelijke Wet noodzakelijk?
- Art. 5 Is de Goddelijke wet slechts één?
- Art. 6 Is er een wet, volgens welke de mensch tot zondigen geneigd is?Is er een wet, volgens welke de mens tot zondigen geneigd is?
- Kw. 92 Over de gevolgen van de wet
- Kw. 93 Over de eeuwige wet
- Art. 1 Is de eeuwige wet gelijk aan het hoogste begrip bestaande in God?
- Art. 2 Is de eeuwige wet door eenieder gekend?
- Art. 3 Worden alle wetten afgeleid van de eeuwige wet?
- Art. 4 Zijn de noodzakelijke en eeuwige dingen onderworpen aan de eeuwige wet?
- Art. 5 Zijn de wisselvallige natuurdingen onderworpen aan de eeuwige wet?
- Art. 6 Zijn.alle menschelijke aangelegenheden aan de eeuwige wet onderworpen?Zijn.alle menselijke aangelegenheden aan de eeuwige wet onderworpen?
- Kw. 94 Over de natuurwet
- Art. 1 Is de natuurwet een hebbelijkheid?
- Art. 2 Bevat de natuurwet meerdere, of slechts één voorschrift?
- Art. 3 Vallen alle deugddaden onder de natuurwet?
- Art. 4 Is de natuurwet voor allen gelijk?
- Art. 5 Kan de natuurwet veranderd worden?
- Art. 6 Kan de natuurwet uit de harten der menschen uitgewischt worden?Kan de natuurwet uit de harten van de mensen uitgewist worden?
- Kw. 95 Over de menschelijke wetOver de menselijke wet
- Art. 1 Is het nuttig, dat er door de menschen wetten gemaakt worden?Is het nuttig, dat er door de mensen wetten gemaakt worden?
- Art. 2 Is iedere wet, door menschen gemaakt, van de natuurwet afgeleid?Is iedere wet, door mensen gemaakt, van de natuurwet afgeleid?
- Art. 3 Is de opgave van Isidorus over de hoedanigheden van de positieve wet juist?
- Art. 4 Geeft Isidorus een juiste verdeeling van de menschelijke wet?Geeft Isidorus een juiste verdeling van de menselijke wet?
- Kw. 96 Over de bevoegdheid van de menschelijke wetOver de bevoegdheid van de menselijke wet
- Art. 1 Moet de menschelijke wet in het algemeen gesteld worden, ofwel in het bijzonder?Moet de menselijke wet in het algemeen gesteld worden, ofwel in het bijzonder?
- Art. 2 Moet de menschelijke wet alle ondeugden tegengaan?Moet de menselijke wet alle ondeugden tegengaan?
- Art. 3 Gebiedt de menschelijke wet alle deugddaden?Gebiedt de menselijke wet alle deugddaden?
- Art. 4 Bindt de menschelijke wet in geweten?Bindt de menselijke wet in geweten?
- Art. 5 Zijn alle menschen aan de wet onderworpen?Zijn alle mensen aan de wet onderworpen?
- Art. 6 Mogen zij, die aan de wet onderworpen zijn, buiten de letter van de wet om handelen?
- Kw. 97 Over de verandering van de wetten
- Art. 1 Moet de menschelijke wet op een of andere manier veranderd worden?Moet de menselijke wet op een of andere manier veranderd worden?
- Art. 2 Moet de menschelijke wet veranderd worden telkens als er zich iets beters voordoet?Moet de menselijke wet veranderd worden telkens als er zich iets beters voordoet?
- Art. 3 Kan de gewoonte kracht van wet krijgen?
- Art. 4 Kunnen de volksleiders van de menschelijke wet ontslaan?Kunnen de volksleiders van de menselijke wet ontslaan?
- Kw. 98 Over de oude wet
- Art. 1 Was de Oude Wet goed?
- Art. 2 Kwam de Oude Wet van God?
- Art. 3 Kwam de Oude Wet van God door middel van de engelen?
- Art. 4 Moest de Oude Wet alleen voor het Joodsche Volk gegeven worden?Moest de Oude Wet alleen voor het Joodse Volk gegeven worden?
- Art. 5 Waren alle menschen verplicht de Oude Wet te onderhouden?Waren alle mensen verplicht de Oude Wet te onderhouden?
- Art. 6 Was de tijd van Mozes een geschikte tijd om de Oude Wet te geven?
- Kw. 99 Over de voorschriften van de oude wet
- Art. 1 Bevat de Oude Wet slechts één voorschrift?
- Art. 2 Bevat de Oude Wet zedelijke voorschriften?
- Art. 3 Bevat de Oude Wet, buiten de zedelijke voorschriften, ook ceremonieel-voorschriften?
- Art. 4 Zijn er buiten de zedelijke en ceremonieel-voorschriften ook nog rechtsregels?
- Art. 5 Bevat de Oude Wet nog andere voorschriften buiten zedelijke en ceremonieel-voorschriften en rechtsregels
- Art. 6 Moest de Oude Wet door tijdelijke beloften en bedreigingen tot de onderhouding der voorschriften aansporen?Moest de Oude Wet door tijdelijke beloften en bedreigingen tot de onderhouding van de voorschriften aansporen?
- Kw. 100 Over de zedelijke voorschriften van de oude wet
- Art. 1 Vallen alle zedelijke voorschriften onder de natuurwet?
- Art. 2 Beslaan de zedelijke voorschriften der Wet alle deugddaden?Beslaan de zedelijke voorschriften van de Wet alle deugddaden?
- Art. 3 Kunnen al de zedelijke voorschriften van de Oude Wet teruggebracht worden tot de Tien Geboden?
- Art. 4 Worden de voorschriften der Tien Geboden redelijk onderscheiden?Worden de voorschriften van de Tien Geboden redelijk onderscheiden?
- Art. 5 Is de opsomming van de Tien Geboden een goede?
- Art. 6 Zijn de voorschriften der Tien Geboden goed geordend?Zijn de voorschriften van de Tien Geboden goed geordend?
- Art. 7 Zijn de voorschriften der Tien Geboden goed uitgedrukt?Zijn de voorschriften van de Tien Geboden goed uitgedrukt?
- Art. 8 Kan van de voorschriften der Tien Geboden ontslagen worden?Kan van de voorschriften van de Tien Geboden ontslagen worden?
- Art. 9 Valt de manier waarop de deugd moet beoefend worden onder het gebod van de wet?
- Art. 10 Valt het onder het gebod van de goddelijke wet, dat men uit liefde handelt?
- Art. 11 Moeten er buiten de Tien Geboden andere zedelijke voorschriften der Wet onderscheiden worden?Moeten er buiten de Tien Geboden andere zedelijke voorschriften van de Wet onderscheiden worden?
- Art. 12 Maakten de geboden der Oude Wet rechtvaardig?Maakten de geboden van de Oude Wet rechtvaardig?
- Kw. 101 Over de ceremonieel-bepalingen op zich zelfOver de ceremonieel-bepalingen op zichzelf
- Art. 1 Bestaat het wezen der ceremonieel-bepalingen hierin, dat ze op den eeredienst van God gericht zijn?Bestaat het wezen van de ceremonieel-bepalingen hierin, dat ze op de eredienst van God gericht zijn?
- Art. 2 Zijn de ceremonieel-bepalingen figuurlijk?
- Art. 3 Moesten er veel ceremonieel-voorschriften zijn?
- Art. 4 Worden de ceremoniën der Oude Wet goed verdeeld in offers, sacramenten, heilige zaken en onderhoudingen?Worden de ceremoniën van de Oude Wet goed verdeeld in offers, sacramenten, heilige zaken en onderhoudingen?
- Kw. 102 Over de redenen der ceremonieel-voorschriftenOver de redenen van de ceremonieel-voorschriften
- Art. 1 Hebben de ceremonieel-voorschriften een reden van bestaan?
- Art. 2 Hebben de ceremonieel-voorschriften een letterlijke, of slechts een figuurlijke reden?
- Art. 3 Kan er een aannemelijke reden aangegeven worden voor de ceremoniën, die tot de offers behooren?Kan er een aannemelijke reden aangegeven worden voor de ceremoniën, die tot de offers behoren?
- Art. 4 Kan men een zekere reden van bestaan aangeven voor de ceremoniën, die bij de heilige zaken behooren?Kan men een zekere reden van bestaan aangeven voor de ceremoniën, die bij de heilige zaken behoren?
- Art. 5 Kan er voor de Sacramenten van de Oude Wet een gepaste zin zijn?
- Art. 6 Was er een aannemelijke reden voor de ceremonieele onderhoudingen?Was er een aannemelijke reden voor de ceremoniële onderhoudingen?
- Kw. 103 Over den duur der ceremonieel-voorschriftenOver de duur van de ceremonieel-voorschriften
- Art. 1 Bestonden de ceremoniën der Wet voor de Wet?Bestonden de ceremoniën van de Wet voor de Wet?
- Art. 2 Hadden de ceremoniën der Oude Wet gedurende de Oude Wet kracht van rechtvaardigmaking?Hadden de ceremoniën van de Oude Wet gedurende de Oude Wet kracht van rechtvaardigmaking?
- Art. 3 Hielden de ceremoniën der Oude Wet bij de komst van Christus op?Hielden de ceremoniën van de Oude Wet bij de komst van Christus op?
- Art. 4 Kunnen de wettelijke voorschriften na het lijden van Christus zonder doodzonde onderhouden worden?
- Kw. 104 Over de rechtsregels
- Art. 1 Bestaat het wezen der rechtsregels hierin, dat zij tot den naaste geordend zijn?Bestaat het wezen van de rechtsregels hierin, dat zij tot de naaste geordend zijn?
- Art. 2 Beteekenen de rechtsregels iets?Betekenen de rechtsregels iets?
- Art. 3 Hebben de rechtsregels van de Oude Wet een eeuwigdurende verplichting?
- Art. 4 Kan men een zekere verdeeling aangeven van de rechtsregels?Kan men een zekere verdeling aangeven van de rechtsregels?
- Kw. 105 Over het wezen der rechtsregelsOver het wezen van de rechtsregels
- Art. 1 Was de regeling in de Oude Wet met betrekking tot de vorsten goed?
- Art. 2 Waren de rechtsregels met betrekking tot de onderlinge samenleving doeltreffend?
- Art. 3 Voorzien de rechtsregels op gepaste wijze voor de vreemdelingen?
- Art. 4 Heeft de Wet geschikte voorschriften gegeven omtrent de huiselijke samenleving?
- Kw. 106 Over de Evangelische Wet, die Nieuwe Wet genoemd wordt, op zichzelf beschouwd
- Art. 1 Is de Nieuwe Wet een geschreven wet?
- Art. 2 Maakt de Nieuwe Wet rechtvaardig?
- Art. 3 Had de Nieuwe Wet bij het begin der wereld moeten gegeven worden?Had de Nieuwe Wet bij het begin van de wereld moeten gegeven worden?
- Art. 4 Zal de Nieuwe Wet voortduren tot het einde der wereld?Zal de Nieuwe Wet voortduren tot het einde van de wereld?
- Kw. 107 Over de verhouding van de Nieuwe Wet tot de Oude Wet
- Kw. 108 Over den inhoud van de Nieuwe WetOver de inhoud van de Nieuwe Wet
- Art. 1 Moet de Nieuwe Wet enkele uiterlijke daden gebieden?
- Art. 2 Regelt de Nieuwe Wet voldoende de uiterlijke daden?
- Art. 3 Heeft de Nieuwe Wet de menschen voldoende geregeld met betrekking tot de innerlijke daden?Heeft de Nieuwe Wet de mensen voldoende geregeld met betrekking tot de innerlijke daden?
- Art. 4 Is het nuttig, dat er in de Nieuwe Wet sommige wel omschreven raden staan voorgesteld?