De simonia, in sex articulos divisa
Over de simonie
461Deinde considerandum est de simonia. Et circa hoc quaeruntur sex: 1. Quid sit simonia. — 2. Utrum liceat pro sacramentis pecuniam accipere. — 3. Utrum liceat accipere pecuniam pro spiritualibus actibus. — 4. Utrum liceat vendere ea quae sunt spiritualibus annexa. — 5. Utrum solum munus a manu faciat simoniacum, an etiam munus a lingua et ab obsequio. — 6. De poena simoniaci.
461Vervolgens moeten wij de simonie behandelen, waarover wij ons zes vragen stellen: 1. Wat is simonie? 2. Is het zonde geld aan te nemen voor de Sacramenten? 3. Mag men geld aannemen voor geestelijke handelingen? 4. Mag men wat met het geestelijke in verband staat verkoopen? 5. Komt alleen bij een geldgeschenk simonie voor, of ook door iets, wat men door woorden of dienstwilligheid geeft? 6. Over de straf van hem, die simonie heeft gepleegd.461Vervolgens moeten wij de simonie behandelen, waarover wij ons zes vragen stellen: 1. Wat is simonie? 2. Is het zonde geld aan te nemen voor de Sacramenten? 3. Mag men geld aannemen voor geestelijke handelingen? 4. Mag men wat met het geestelijke in verband staat verkopen? 5. Komt alleen bij een geldgeschenk simonie voor, of ook door iets, wat men door woorden of dienstwilligheid geeft? 6. Over de straf van hem, die simonie heeft gepleegd.
Utrum simonia sit studiosa voluntas emendi vel vendendi aliquid spirituale vel spirituali annexum
Is simonie het in ernst willen koopen en verkoopen van geestelijke dingen en wat daarmee in verband staat?Is simonie het in ernst willen kopen en verkopen van geestelijke dingen en wat daarmee in verband staat?
462Ad primum sic proceditur. Videtur quod simonia non sit « studiosa voluntas emendi vel vendendi aliquid spirituale vel spirituali annexum ». Simonia enim est haeresis quaedam: dicitur enim 1, q. 1 [can. Eos qui per pecunias] : « Tolerabilior est Macedonii, et eorum qui circa ipsum sunt Sancti Spiritus impugnatorum, impia haeresis quam simoniacorum. Illi enim creaturam, et servum Dei Patris et Filii, Spiritum Sanctum delirando fatentur: isti vero eumdem Spiritum Sanctum efficiunt servum suum. Omnis enim dominus quod habet, si vult, vendit: sive servum, sive aliquid aliud eorum quae possidet ». Sed infidelitas non consistit in voluntate, sed magis in intellectu, sicut et fides, ut ex supra dictis patet [q. 10. art. 2.]. Ergo simonia non debet per voluntatem definiri.
462Bedenkingen. — Men beweert, dat simonie niet is het ernstig willen koopen en verkoopen van geestelijke zaken en wat daarmee verband houdt. — 1. Want de simonie is een ketterij, omdat het recht immers zegt: « Beter nog te verdragen is de ketterij van Macedonius en die met hem den H. Geest bestrijden, dan die van de bedrijvers van simonie. Want de eersten zeggen in hun dwaasheid, dat de H. Geest een schepsel is en dienaar van den Vader en den Zoon; maar de anderen maken dienzelfden H. Geest hun dienaar. Want iedere heer verkoopt als hij wil wat hij bezit; hetzij een dienaar, hetzij een ander stuk bezitting. » Nu ligt de ongeloovigheid niet in den wil, maar veeleer evenals het geloof in het verstand, zooals uit het gezegde (10e Kw. 2e Art.) blijkt. Dus moet men de simonie niet omschrijven door den wil erin op te nemen.462Bedenkingen. — Men beweert, dat simonie niet is het ernstig willen kopen en verkopen van geestelijke zaken en wat daarmee verband houdt. — 1. Want de simonie is een ketterij, omdat het recht immers zegt: “Beter nog te verdragen is de ketterij van Macedonius en die met hem de H. Geest bestrijden, dan die van de bedrijvers van simonie. Want de eersten zeggen in hun dwaasheid, dat de H. Geest een schepsel is en dienaar van de Vader en de Zoon; maar de anderen maken dienzelfden H. Geest hun dienaar. Want iedere heer verkoopt als hij wil wat hij bezit; hetzij een dienaar, hetzij een ander stuk bezitting.” Nu ligt de ongelovigheid niet in de wil, maar veeleer evenals het geloof in het verstand, zoals uit het gezegde (10e Kw. 2e Art.) blijkt. Dus moet men de simonie niet omschrijven door de wil erin op te nemen.
4632. Praeterea, studiose peccare est peccare ex malitia, quod est peccare in Spiritum Sanctum. Si ergo simonia est studiosa voluntas peccandi, sequitur quod semper sit peccatum in Spiritum Sanctum.
4632. Met zekere bedoeling zondigen is uit slechtheid zondigen; en dat is een zonde tegen den H. Geest. Als dus simonie de ernstige wil om te zondigen is, volgt daaruit, dat het altijd een zonde tegen den H. Geest is.4632. Met zekere bedoeling zondigen is uit slechtheid zondigen; en dat is een zonde tegen de H. Geest. Als dus simonie de ernstige wil om te zondigen is, volgt daaruit, dat het altijd een zonde tegen de H. Geest is.
3. Praeterea, nihil est magis spirituale quam regnum coelorum. Sed licet emere regnum coelorum: dicit enim Gregorius, in quadam homilia [sc. 5. in Evang.] : « Regnum coelorum tantum valet quantum habes ». Ergo non est simonia velle emere aliquid spirituale.
3. Niets is meer geestelijk dan het hemelrijk. Nu mag men het hemelrijk koopen, want Gregorius zegt: « Het hemelrijk kost zooveel als gij bezit. » Dus is simonie niet: iets geestelijks willen koopen.3. Niets is meer geestelijk dan het hemelrijk. Nu mag men het hemelrijk kopen, want Gregorius zegt: “Het hemelrijk kost zoveel als gij bezit.” Dus is simonie niet: iets geestelijks willen kopen.
4. Praeterea, nomen simoniae a Simone mago acceptum est, de quo legitur Act. 8. [v. 18, 19], quod « obtulit Apostolis pecuniam » ad spiritualem potestatem emendam, « ut, scilicet, quibuscumque manus imponeret, reciperent Spiritum Sanctum ». Non autem legitur quod aliquid voluerit vendere. Ergo simonia non est voluntas vendendi aliquid spirituale.
4. De naam simonie is aangenomen om Simon den Toovenaar, van wien wij in de Handelingen der Apostelen (8. 18) lezen, dat « hij de Apostelen geld aanbood » om geestelijke macht te koopen, « opdat nl. allen, waaraan hij de handen zou opleggen, den H. Geest zouden ontvangen. » Nu lezen wij echter niet, dat hij iets wilde verkoopen. Dus is simonie niet iets geestelijks willen verkoopen.4. De naam simonie is aangenomen om Simon de Tovenaar, van wie wij in de Handelingen van de Apostelen (8, 18) lezen, dat “hij de Apostelen geld aanbood” om geestelijke macht te kopen, “opdat nl. allen, waaraan hij de handen zou opleggen, de H. Geest zouden ontvangen.” Nu lezen wij echter niet, dat hij iets wilde verkopen. Dus is simonie niet iets geestelijks willen verkopen.
5. Praeterea, multae aliae sunt voluntariae commutationes praeter emptionem et venditionem: sicut permutatio, et transactio. Ergo videtur quod insufficienter definiatur simonia.
5. Behalve koopen en verkoopen zijn er veel andere vrijwillige manieren om handel te drijven, zooals ruilen en verrekenen. Dus schijnt de omschrijving van de simonie onvolledig.5. Behalve kopen en verkopen zijn er veel andere vrijwillige manieren om handel te drijven, zoals ruilen en verrekenen. Dus schijnt de omschrijving van de simonie onvolledig.
6. Praeterea, omne quod est spirituali annexum est spirituale. Superflue ergo additur: « vel spirituali annexum ».
6. Alles, wat met het geestelijke in verband staat, is geestelijk. Het is dus overbodig erbij te voegen: of wat met het geestelijke in verband staat.
4647. Praeterea, Papa, secundum quosdam, non potest committere simoniam. Potest autem emere vel vendere aliquid spirituale. Ergo simonia non est voluntas emendi vel vendendi aliquid spirituale vel spirituali annexum.
4647. Volgens sommigen kan de Paus geen simonie bedrijven. Toch kan hij wel iets geestelijks koopen of verkoopen. Dus is simonie niet de wil om iets geestelijks of wat ermee in verband staat te koopen of te verkoopen.4647. Volgens sommigen kan de Paus geen simonie bedrijven. Toch kan hij wel iets geestelijks kopen of verkopen. Dus is simonie niet de wil om iets geestelijks of wat ermee in verband staat te kopen of te verkopen.
Sed contra est quod Gregorius dicit, in Registro [ut hab. can. Presbyter q. 1 ; q. 3. can. Altare] : « Altare vel decimas vel Spiritum Sanctum emere vel vendere simoniacam haeresim esse nullus fidelium ignorat ».
Maar daartegenover staat, wat Gregorius zegt: « Dat het koopen en verkoopen van een altaar of tienden of de gaven van den H. Geest de ketterij der simonie is, is geen geloovige onbekend. »Maar daartegenover staat, wat Gregorius zegt: “Dat het kopen en verkopen van een altaar of tienden of de gaven van de H. Geest de ketterij van de simonie is, is geen gelovige onbekend.”
Respondeo dicendum quod, sicut supra dictum est [1-2. q. 18. art. 2], actus aliquis est malus ex genere eo quod cadit super materiam indebitam. Emptionis autem et venditionis est materia indebita res spiritualis, triplici ratione. Primo quidem, quia res spiritualis non potest aliquo terreno pretio compensari: sicut de sapientia dicitur Proverb. 3. [v. 15] : « Pretiosior est cunctis opibus: et omnia quae desiderantur huic non valent comparari ». Ideo etiam Petrus, in ipsa sui radice Simonis pravitatem condemnans [Act. 8. v. 20] dixit: « Pecunia tua tecum sit in perditionem: quoniam 465donum Dei existimasti pecunia possideri ». Secundo, quia id non potest esse debita venditionis materia cujus venditor non est dominus: ut patet in auctoritate supra inducta [in arg. 1]. Praelatus autem Ecclesiae non est dominus spiritualium rerum, sed dispensator: secundum illud 1 ad Cor. 4. [v. 1] : « Sic nos existimet homo ut ministros Christi, et dispensatores mysteriorum Dei ». Tertio, quia venditio repugnat spiritualium origini, quae ex gratuita voluntate Dei proveniunt. Unde et Dominus dicit Matth. 10. [v. 8] : « Gratis accepistis: gratis date ».
Leerstelling. — Uit het bovengezegde (I-II. 18e Kw. 2e Art.) blijkt, dat een daad uiteraard slecht is, omdat haar voorwerp iets verbodens is. Nu is een geestelijke zaak iets, wat geen voorwerp van koop of verkoop mag zijn; en dat om drie redenen. Ten eerste, omdat geen aardsche prijs tegen een geestelijke zaak kan opwegen, zooals in het Boek der Spreuken (3. 15) van de wijsheid wordt gezegd: « Zij is kostbaarder dan alle rijkdom; en niets van alles, wat men verlangt, kan ermee vergeleken worden. » En daarom veroordeelde Petrus den grond van Simon's slechtheid, toen hij zei: « Uw geld zij met U ten verderve; omdat gij dacht Gods gaven door geld te kunnen bezitten. » (Handel. 8. 20) Ten tweede, omdat datgene rechtens verkocht kan worden, waarvan 465de verkooper de bezitter is, zooals uit den boven aangehaalden tekst blijkt. Nu is een prelaat der Kerk geen bezitter, maar de uitdeeler van de geestelijke goederen naar het woord uit den Eersten Brief aan de Corinthiërs (4. 1) : « Laat men ons dus zoo beschouwen, als dienaars van Christus en uitdeelers van Gods geheimen. » Ten derde, omdat het verkoopen strijdt met den oorsprong van de geestelijke dingen, die nl. komen van Gods wil zonder verdiensten. En daarom zegt de Heer bij Mattheus (10. 8) : « Om niet hebt gij ontvangen; geeft om niet. »Leerstelling. — Uit het bovengezegde (1-2 18e Kw. 2e Art.) blijkt, dat een daad uiteraard slecht is, omdat haar voorwerp iets verbodens is. Nu is een geestelijke zaak iets, wat geen voorwerp van koop of verkoop mag zijn; en dat om drie redenen. Ten eerste, omdat geen aardse prijs tegen een geestelijke zaak kan opwegen, zoals in het Boek van de Spreuken (3, 15) van de wijsheid wordt gezegd: “Zij is kostbaarder dan alle rijkdom; en niets van alles, wat men verlangt, kan ermee vergeleken worden.” En daarom veroordeelde Petrus de grond van Simon's slechtheid, toen hij zei: “Uw geld zij met U ten verderve; omdat gij dacht Gods gaven door geld te kunnen bezitten.” (Handel. 8. 20) Ten tweede, omdat datgene rechtens verkocht kan worden, waarvan 465de verkoper de bezitter is, zoals uit de boven aangehaalde tekst blijkt. Nu is een prelaat van de Kerk geen bezitter, maar de uitdeler van de geestelijke goederen naar het woord uit de Eerste Brief aan de Korintiërs (4, 1): “Laat men ons dus zo beschouwen, als dienaars van Christus en uitdelers van Gods geheimen.” Ten derde, omdat het verkopen strijdt met de oorsprong van de geestelijke dingen, die nl. komen van Gods wil zonder verdiensten. En daarom zegt de Heer bij Matteüs (10, 8): “Om niet hebt gij ontvangen; geeft om niet.”
Et ideo aliquis, emendo vel vendendo rem spiritualem, irreverentiam exhibet Deo et rebus divinis. Propter quod, peccat peccato irreligiositatis.
En zoo toont een mensch door iets geestelijks te koopen of te verkoopen, oneerbiedigheid tegenover God en goddelijke dingen. En daarom bedrijft hij een zonde van ongodsdienstigheid.En zo toont een mens door iets geestelijks te kopen of te verkopen, oneerbiedigheid tegenover God en goddelijke dingen. En daarom bedrijft hij een zonde van ongodsdienstigheid.
Ad primum ergo dicendum quod sicut religio consistit in quadam fidei protestatione, quam tamen aliquis interdum non habet in corde; ita etiam vitia opposita religioni habent quamdam protestationem infidelitatis, licet quandoque non sit infidelitas in mente. Secundum hoc ergo, simonia haeresis dicitur secundum exteriorem protestationem: quia in hoc quod aliquis 466vendit donum Spiritus Sancti, quodammodo protestatur se esse dominum spiritualis doni; quod est haereticum.
Antwoord op de Bedenkingen. — 1. Zooals godsdienstigheid in een belijden van het geloof bestaat, dat een mensch soms toch in zijn hart niet heeft, zoo sluiten de gebreken, die tegenover de godsdienstigheid staan, een belijdenis van ongeloof in, ook al is er soms geen ongeloof in den geest. Hierom noemt men simonie naar wat uiterlijk wordt getoond een ketterij, omdat een mensch in het feit, dat hij een gave van den H. Geest verkoopt, in zekeren 466zin uit, dat hij de bezitter is van geestelijk goed; en dat is een ketterij.Antwoord op de Bedenkingen. — 1. Zoals godsdienstigheid in een belijden van het geloof bestaat, dat een mens soms toch in zijn hart niet heeft, zo sluiten de gebreken, die tegenover de godsdienstigheid staan, een belijdenis van ongeloof in, ook al is er soms geen ongeloof in de geest. Hierom noemt men simonie naar wat uiterlijk wordt getoond een ketterij, omdat een mens in het feit, dat hij een gave van de H. Geest verkoopt, in zekeren 466zin uit, dat hij de bezitter is van geestelijk goed; en dat is een ketterij.
Sciendum tamen quod Simon Magus, praeter hoc quod « ab Apostolis Spiritus Sancti gratiam pecunia emere voluit », dixit quod mundus non erat a Deo creatus, sed « a quadam superna virtute »: ut dicit Isidorus, in lib. 8 Etym. [cap. 5.]. Et sic secundum hoc inter alios haereticos Simoniaci computantur: ut patet in lib. Augustini de Haeresibus [haeres. 1].
Men moet echter weten, dat Simon de Toovenaar, behalve, dat hij « van de Apostelen de genade van den H. Geest voor geld wilde koopen, » zei, dat de wereld niet door God is geschapen, maar « door een verheven kracht, » zooals Isidorus zegt. En hierom worden de bedrijvers van simonie onder de ketters gerekend, zooals men in het werk van Augustinus De Haeresibus vindt.Men moet echter weten, dat Simon de Tovenaar, behalve, dat hij “van de Apostelen de genade van de H. Geest voor geld wilde kopen,” zei, dat de wereld niet door God is geschapen, maar “door een verheven kracht,” zoals Isidorus zegt. En hierom worden de bedrijvers van simonie onder de ketters gerekend, zoals men in het werk van Augustinus De Haeresibus vindt.
Ad secundum dicendum quod, sicut supra dictum est [q. 58. art. 4], justitia et omnes partes ejus, et per consequens omnia vitia opposita, sunt in voluntate sicut in subjecto. Et ideo convenienter simonia per voluntatem definitur. Additur autem studiosa, ad designandum electionem, quae principaliter pertinet ad virtutem et vitium. Non autem omnis qui peccat electione peccat peccato in Spiritum Sanctum: sed solum qui peccatum elegit per contemptum eorum per quae homines solent retrahi a peccando, ut supra dictum est [q. 14. art. 1].
2. Zooals vroeger is gezegd (58e Kw. 4e Art.), ligt de rechtvaardigheid en alle onderdeelen ervan en bijgevolg ook alle daaraan tegenovergestelde ondeugden, in den wil. En dus is het goed den wil in de omschrijving van de simonie op te nemen. — Maar er wordt « ernstige » bijgevoegd om de vrije keuze aan te geven, die vooral bij deugden en gebreken behoort. Maar niet iedereen, die door een vrije keus zondigt, zondigt tegen den H. Geest, maar alleen wie de zonde kiest uit verachting voor wat de mensch gewoonlijk van de zonde afhoudt, zooals boven (14e Kw. 1e Art.) gezegd is.2. Zoals vroeger is gezegd (58e Kw. 4e Art.), ligt de rechtvaardigheid en alle onderdelen ervan en bijgevolg ook alle daaraan tegenovergestelde ondeugden, in de wil. En dus is het goed de wil in de omschrijving van de simonie op te nemen. — Maar er wordt “ernstige” bijgevoegd om de vrije keuze aan te geven, die vooral bij deugden en gebreken behoort. Maar niet iedereen, die door een vrije keus zondigt, zondigt tegen de H. Geest, maar alleen wie de zonde kiest uit verachting voor wat de mens gewoonlijk van de zonde afhoudt, zoals boven (14e Kw. 1e Art.) gezegd is.
Ad tertium dicendum quod regnum coelorum dicitur emi, dum quis dat quod habet propter Deum, large sumpto nomine emptionis, secundum 467quod accipitur pro merito. Quod tamen non pertingit ad perfectam rationem emptionis. Tum quia « non sunt condignae passiones hujus temporis », nec aliqua nostra dona vel opera, « ad futuram gloriam quae revelabitur in nobis », ut dicitur ad Rom. 8. [v. 18]. Tum quia meritum non consistit principaliter in exteriori dono vel actu vel passione, sed in interiori affectu.
3. Men zegt, dat het hemelrijk wordt gekocht, als iemand wat hij heeft om wille van God weggeeft; en men neemt dan koop in ruimen zin in de beteekenis van verdienste. Maar den volledigen 467aard van een koop vindt men daarin niet. Zoowel « omdat het lijden van dezen tijd » (evenmin als onze andere gaven en goede werken) « niet opweegt tegen de toekomstige heerlijkheid, die in ons zal geopenbaard worden, » zooals in den Brief aan de Romeinen (8. 18) staat; als omdat de verdienste niet voornamelijk in de uiterlijke gave of daad of lijden gelegen is, maar in het inwendige gevoelen.3. Men zegt, dat het hemelrijk wordt gekocht, als iemand wat hij heeft om wille van God weggeeft; en men neemt dan koop in ruimen zin in de betekenis van verdienste. Maar de volledige 467aard van een koop vindt men daarin niet. Zowel “omdat het lijden van deze tijd” (evenmin als onze andere gaven en goede werken) “niet opweegt tegen de toekomstige heerlijkheid, die in ons zal geopenbaard worden,” zoals in de Brief aan de Romeinen (8, 18) staat; als omdat de verdienste niet voornamelijk in de uiterlijke gave of daad of lijden gelegen is, maar in het inwendige gevoelen.
Ad quartum dicendum quod Simon Magus ad hoc emere voluit potestatem spiritualem ut eam postea venderet: dicitur enim 1, q. 3, [cap. Salvator], quod « Simon Magus donum Spiritus Sancti emere voluit ut ex venditione signorum quae per eum fierent, multiplicatam pecuniam lucraretur ». Et sic illi qui spiritualia vendunt, conformantur Simoni Mago in intentione: in actu vero, illi qui emere volunt. Illi autem qui vendunt, in actu imitantur Giezi, discipulum Helisaei, de quo legitur 4 Reg. 5. [v. 20 sqq.], quod accepit pecuniam a leproso mundato. Unde venditores spiritualium possunt dici non solum Simoniaci, sed etiam Giezitae.
4. De reden waarom Simon de Toovenaar de geestelijke macht wilde koopen, was om haar later te verkoopen, want het recht zegt, dat « Simon de Toovenaar de gave van den H. Geest wilde koopen om later door het verkoopen van de wonderteekens, die hij zou doen, zijn geld veelvoudig terug te verdienen. » En zoo komen zij, die geestelijke zaken verkoopen, in hun bedoeling met hem overeen; en zij die willen koopen in hun daad. Zij echter die verkoopen, komen in hun daad met Giëzi, den leerling van Eliseus overeen, waarvan wij in het Vierde Boek der Koningen (5. 20) lezen, dat hij van den genezen melaatsche geld aannam. Daarom worden de verkoopers van geestelijke dingen niet alleen Simonieten, maar ook Giëzieten genoemd.4. De reden waarom Simon de Tovenaar de geestelijke macht wilde kopen, was om haar later te verkopen, want het recht zegt, dat “Simon de Tovenaar de gave van de H. Geest wilde kopen om later door het verkopen van de wondertekens, die hij zou doen, zijn geld veelvoudig terug te verdienen.” En zo komen zij, die geestelijke zaken verkopen, in hun bedoeling met hem overeen; en zij die willen kopen in hun daad. Zij echter die verkopen, komen in hun daad met Giëzi, de leerling van Eliseus overeen, waarvan wij in het Vierde Boek van de Koningen (5, 20)a lezen, dat hij van de genezen melaatse geld aannam. Daarom worden de verkopers van geestelijke dingen niet alleen Simonieten, maar ook Giëzieten genoemd.
Ad quintum dicendum quod nomine emptionis et venditionis intelligitur omnis contractus non gratuitus. Unde nec permutatio praebendarum vel 468ecclesiasticorum beneficiorum fieri potest, auctoritate partium, absque periculo simoniae, sicut nec transactio, ut Jura determinant [cap. Quaesitum, de rerum permutat.; et cap. Super, de Transactionib.]. Potest tamen praelatus, ex officio suo, permutationes hujusmodi facere pro causa utili vel necessaria.
5. Onder koop en verkoop verstaat men iedere verbintenis, die niet om niets wordt gemaakt. Dus kan men praebenden en 468geestelijke ambten ook niet ruilen op gezag van de partijen zelf zonder gevaar voor simonie, en volgens de bepaling van het recht mag er ook geen verrekening mee plaats hebben. Maar een prelaat kan krachtens zijn ambt dergelijke veranderingen maken, als een reden het nuttig of noodig maakt.5. Onder koop en verkoop verstaat men iedere verbintenis, die niet om niets wordt gemaakt. Dus kan men prebenden en 468geestelijke ambten ook niet ruilen op gezag van de partijen zelf zonder gevaar voor simonie, en volgens de bepaling van het recht mag er ook geen verrekening mee plaats hebben. Maar een prelaat kan krachtens zijn ambt dergelijke veranderingen maken, als een reden het nuttig of nodig maakt.
Ad sextum dicendum quod sicut anima vivit secundum seipsam, corpus autem vivit ex unione animae; ita etiam quaedam sunt spiritualia secundum seipsa, sicut sacramenta et alia hujusmodi; quaedam autem dicuntur spiritualia ex hoc quod talibus adhaerent. Unde 1, q. 3, cap. Si quis objecerit, dicitur, quod « spiritualia sine corporalibus rebus non proficiunt: sicut nec anima sine corpore corporaliter vivit ».
6. Zooals de ziel uit zichzelf leeft, leeft het lichaam krachtens de vereeniging met de ziel; en zoo ook zijn sommige dingen uit zichzelf geestelijk, zooals de Sacramenten en dergelijke zaken, en andere dingen worden geestelijk genoemd, omdat zij daarmee samenhangen. Daarom zegt het recht, dat « geestelijke dingen zonder stoffelijke geen nut hebben, zooals ook de ziel zonder het lichaam niet lichamelijk leeft. »6. Zoals de ziel uit zichzelf leeft, leeft het lichaam krachtens de vereniging met de ziel; en zo ook zijn sommige dingen uit zichzelf geestelijk, zoals de Sacramenten en dergelijke zaken, en andere dingen worden geestelijk genoemd, omdat zij daarmee samenhangen. Daarom zegt het recht, dat “geestelijke dingen zonder stoffelijke geen nut hebben, zoals ook de ziel zonder het lichaam niet lichamelijk leeft.”
Ad septimum dicendum quod Papa potest incurrere vitium simoniae, sicut et quilibet alius homo, peccatum enim tanto in aliqua persona est gravius quanto majorem obtinet locum. Quamvis enim res Ecclesiae sint ejus ut principalis dispensatoris, non tamen sunt ejus ut domini et possessoris. Et ideo si reciperet pro aliqua re spirituali pecuniam de reditibus ecclesiae alicujus, non careret vitio simoniae. Et similiter etiam posset 469simoniam committere, recipiendo pecuniam ab aliquo laico non de bonis Ecclesiae.
7. De Paus kan als ieder mensch de ondeugd van simonie hebben; want een zonde is zwaarder, naarmate de persoon die haar bedrijft, hooger staat. Want hoewel de zaken der Kerk onder hem als onder den hoogsten uitdeeler vallen, is hij er toch niet heer en eigenaar van. En zou hij dus voor geestelijke zaken geld uit de inkomsten van een kerk ontvangen, dan zou hij niet vrij zijn van simonie. En op dezelfde manier zou hij simonie kunnen 469bedrijven door geld van een leek, dat niet uit kerkelijke goederen voortkomt, te ontvangen.7. De Paus kan als ieder mens de ondeugd van simonie hebben; want een zonde is zwaarder, naarmate de persoon die haar bedrijft, hoger staat. Want hoewel de zaken van de Kerk onder hem als onder de hoogste uitdeler vallen, is hij er toch niet heer en eigenaar van. En zou hij dus voor geestelijke zaken geld uit de inkomsten van een kerk ontvangen, dan zou hij niet vrij zijn van simonie. En op dezelfde manier zou hij simonie kunnen 469bedrijven door geld van een leek, dat niet uit kerkelijke goederen voortkomt, te ontvangen.
Utrum semper sit illicitum pro sacramentis pecuniam dare
Is het altijd ongeoorloofd geld voor de Sacramenten te geven?
Ad secundum sic proceditur. Videtur quod non semper sit illicitum pro sacramentis pecuniam dare. Baptismus enim est « janua sacramentorum », ut in tertia parte dicetur [q. 68. art. 6. et q. 73. art. 3]. Sed licet, ut videtur, in aliquo casu dare pecuniam pro baptismo: puta quando sacerdos puerum morientem sine pretio baptizare non vellet. Ergo non semper est illicitum emere vel vendere sacramenta.
Bedenkingen. — Men beweert, dat het niet altijd ongeoorloofd is geld voor de Sacramenten te geven. — 1. Want het doopsel is « de deur tot de Sacramenten, » zooals wij in het Derde Deel (73e Kw. 3e Art.) zullen zeggen. Nu schijnt men in sommige gevallen geld voor het doopsel te mogen geven; b. v. in het geval, dat een priester een stervend kind niet zonder betaling zou willen doopen. Dus is het niet altijd ongeoorloofd de Sacramenten te koopen of te verkoopen.Bedenkingen. — Men beweert, dat het niet altijd ongeoorloofd is geld voor de Sacramenten te geven. — 1. Want het doopsel is “de deur tot de Sacramenten,” zoals wij in het Derde Deel (73e Kw. 3e Art.) zullen zeggen. Nu schijnt men in sommige gevallen geld voor het doopsel te mogen geven; bv. in het geval, dat een priester een stervend kind niet zonder betaling zou willen dopen. Dus is het niet altijd ongeoorloofd de Sacramenten te kopen of te verkopen.
2. Praeterea, maximum sacramentorum est Eucharistia, quae in missa consecratur. Sed pro missis cantandis aliqui sacerdotes praebendam vel pecuniam accipiunt. Ergo licet multo magis alia sacramenta emere vel vendere.
2. Het grootste Sacrament is de Eucharistie, die in de Mis wordt geconsacreerd. Nu krijgen sommige priesters geld of een praebende voor het zingen van Missen. Dus mag men nog veel eerder de andere Sacramenten koopen en verkoopen.2. Het grootste Sacrament is de Eucharistie, die in de Mis wordt geconsacreerd. Nu krijgen sommige priesters geld of een prebende voor het zingen van Missen. Dus mag men nog veel eerder de andere Sacramenten kopen en verkopen.
4703. Praeterea, sacramentum poenitentiae est sacramentum necessitatis, quod praecipue in absolutione consistit. Sed quidam absolventes ab excommunicatione pecuniam exigunt. Ergo non semper est illicitum sacramentum emere vel vendere.
4703. Het Sacrament van de biecht is een noodzakelijk Sacrament; en de absolutie is er het voornaamste deel van. Nu vragen sommigen geld, als zij van de excommunicatie absolveeren. Dus is het niet altijd ongeoorloofd de Sacramenten te koopen of te verkoopen.4703. Het Sacrament van de biecht is een noodzakelijk Sacrament; en de absolutie is er het voornaamste deel van. Nu vragen sommigen geld, als zij van de excommunicatie absolveren. Dus is het niet altijd ongeoorloofd de Sacramenten te kopen of te verkopen.
4. Praeterea, consuetudo facit ut non sit peccatum id quod alias peccatum esset: sicut Augustinus dicit [lib. 22. contr. Faust., cap. 47], quod habere plures uxores, « quando mos erat, crimen non erat ». Sed apud quosdam est consuetudo quod in consecrationibus episcoporum, benedictionibus abbatum, et ordinibus clericorum, pro chrismate vel oleo sancto et aliis hujusmodi aliquid detur. Ergo videtur quod hoc non sit illicitum.
4. De gewoonte doet iets, wat anders zonde zou zijn, geen zonde zijn zooals Augustinus zegt, dat « het hebben van meerdere vrouwen, toen dat het gebruik was, geen zonde was. » Nu bestaat bij sommigen de gewoonte om bij bisschopwijdingen, inzegeningen van abten en wijdingen van geestelijken iets te geven voor het chrisma of de heilige olie en dergelijken. Dus schijnt dat niet ongeoorloofd te zijn.4. De gewoonte doet iets, wat anders zonde zou zijn, geen zonde zijn zoals Augustinus zegt, dat “het hebben van meerdere vrouwen, toen dat het gebruik was, geen zonde was.” Nu bestaat bij sommigen de gewoonte om bij bisschopwijdingen, inzegeningen van abten en wijdingen van geestelijken iets te geven voor het chrisma of de heilige olie en dergelijken. Dus schijnt dat niet ongeoorloofd te zijn.
5. Praeterea, contingit quandoque quod aliquis malitiose impedit aliquem vel ab episcopatu obtinendo, vel ab aliqua alia dignitate. Sed licet unicuique redimere suam vexationem. Ergo licitum videtur in tali casu pecuniam dare pro episcopatu, vel aliqua ecclesiastica dignitate.
5. Het gebeurt soms, dat iemand kwaadwillig iemand belet het bisschopsambt of een andere waardigheid te verkrijgen. Nu mag iedereen zijn moeilijkheden afkoopen. In dergelijke gevallen schijnt het dus geoorloofd geld te geven voor het bisschopsambt of een andere kerkelijke waardigheid.5. Het gebeurt soms, dat iemand kwaadwillig iemand belet het bisschopsambt of een andere waardigheid te verkrijgen. Nu mag iedereen zijn moeilijkheden afkopen. In dergelijke gevallen schijnt het dus geoorloofd geld te geven voor het bisschopsambt of een andere kerkelijke waardigheid.
6. Praeterea, matrimonium est quoddam sacramentum. Sed quandoque datur pecunia pro matrimonio. Ergo licitum est sacramentum vendere.
6. Het huwelijk is een Sacrament. Nu geeft men soms geld om te trouwen. Dus mag men Sacramenten voor geld verkoopen.6. Het huwelijk is een Sacrament. Nu geeft men soms geld om te trouwen. Dus mag men Sacramenten voor geld verkopen.
471Sed contra est quod dicitur 1, q. 1 : « Qui pro pecunia quemquam consecraverit, alienus sit a sacerdotio ».
471Maar daartegenover staat, dat het recht zegt: « Wie voor geld iemand heeft geconsacreerd, zij van het priesterschap uitgesloten. »471Maar daartegenover staat, dat het recht zegt: “Wie voor geld iemand heeft geconsacreerd, zij van het priesterschap uitgesloten.”
Respondeo dicendum quod sacramenta novae legis sunt maxime spiritualia, inquantum sunt causa spiritualis gratiae, quae pretio aestimari non potest, et ejus rationi repugnat quod non gratuite detur. Dispensantur autem sacramenta per Ecclesiae ministros, quos oportet a populo sustentari: secundum illud Apostoli 1 ad Cor. 9. [v. 13] : « Nescitis quoniam qui in sacrario operantur, quae de sacrario sunt edunt: et qui altari deserviunt, cum altari participant? » Sic ergo dicendum est quod accipere pecuniam pro spirituali sacramentorum gratia est crimen simoniae, quod nulla consuetudine potest excusari: quia « consuetudo non praejudicat juri naturali vel divino ». Per pecuniam autem intelligitur « omne illud cujus pretium potest pecunia aestimari »: ut Philosophus dicit in 4 Ethicor. [cap. 1]. Accipere autem aliqua ad sustentationem eorum qui sacramenta Christi ministrant, secundum ordinationem Ecclesiae et consuetudines approbatas, non est simonia, 472neque peccatum: non enim sumitur tamquam pretium mercedes, sed tamquam stipendium necessitatis. Unde super illud 1 ad Tim. 5. [v. 17] : « Qui bene praesunt presbyteri », etc., dicit Glossa Augustini: « Accipiant sustentationem necessitatis a populo, mercedem dispensationis a Domino ».
Leerstelling. — De Sacramenten van de Nieuwe Wet zijn vooral geestelijk, omdat zij oorzaak zijn van de geestelijke genade, die niet op een prijs kan worden geschat en met wier aard het strijdt, dat zij niet om niet zou worden gegeven. Nu worden de Sacramenten uitgedeeld door de bedienaars der Kerk, die door het volk moeten worden onderhouden naar het woord van den Apostel in den Eersten Brief aan de Corinthiërs (9. 13) : « Weet gij dan niet, dat wie het heiligdom bedienen, van het heiligdom eten, en wie het altaar bedienen, met het altaar deelen? » Men moet het dus zoo zeggen, dat het aannemen van geld voor de geestelijke genade van de Sacramenten de zonde van simonie is, die geen enkele gewoonte verontschuldigt; omdat « de gewoonte geen natuur- of goddelijk recht te niet doet. » Onder geld verstaat men « alles, welks prijs in geld kan worden geschat » zooals de Wijsgeer zegt. — Maar iets aannemen voor het onderhoud van hen, die de Sacramenten toedienen, volgens de kerkelijke bepalingen en goedgekeurde gewoonten, is noch simonie noch zonde; want men neemt dat niet aan als prijs voor koopwaar, maar als 472gift, die men noodig heeft. Daarom zegt de Glossa bij den tekst van den Eersten Brief aan Timotheus (5. 17) : « Goede priesters, enz. »: « Laten zij in wat zij noodig hebben door het volk onderhouden worden, als loon voor wat God uitdeelt. »Leerstelling. — De Sacramenten van de Nieuwe Wet zijn vooral geestelijk, omdat zij oorzaak zijn van de geestelijke genade, die niet op een prijs kan worden geschat en met wier aard het strijdt, dat zij niet om niet zou worden gegeven. Nu worden de Sacramenten uitgedeeld door de bedienaars van de Kerk, die door het volk moeten worden onderhouden naar het woord van de Apostel in de Eerste Brief aan de Korintiërs (9, 13): “Weet gij dan niet, dat wie het heiligdom bedienen, van het heiligdom eten, en wie het altaar bedienen, met het altaar delen?” Men moet het dus zo zeggen, dat het aannemen van geld voor de geestelijke genade van de Sacramenten de zonde van simonie is, die geen enkele gewoonte verontschuldigt; omdat “de gewoonte geen natuur- of goddelijk recht te niet doet.” Onder geld verstaat men “alles, welks prijs in geld kan worden geschat” zoals de Wijsgeer zegt. — Maar iets aannemen voor het onderhoud van hen, die de Sacramenten toedienen, volgens de kerkelijke bepalingen en goedgekeurde gewoonten, is noch simonie noch zonde; want men neemt dat niet aan als prijs voor koopwaar, maar als 472gift, die men nodig heeft. Daarom zegt de Glossa bij de tekst van de Eerste Brief aan Timoteüs (5, 17): “Goede priesters, enz.”: “Laten zij in wat zij nodig hebben door het volk onderhouden worden, als loon voor wat God uitdeelt.”
Ad primum ergo dicendum quod in casu necessitatis quilibet potest baptizare. Et quia nullo modo est peccandum, pro eodem est habendum si sacerdos absque pretio baptizare non velit, ac si non esset qui baptizaret. Unde ille qui gerit curam pueri in tali casu licite potest eum baptizare, vel a quocumque alio facere baptizari. Posset tamen licite aquam a sacerdote emere, quae est purum elementum corporale. Si autem esset adultus qui baptismum desideraret, et immineret mortis periculum, nec sacerdos eum vellet sine pretio baptizare: deberet, si posset, per alium baptizari. Quod si non posset ad alium habere recursum, nullo modo deberet pretium pro baptismo dare, sed potius absque baptismo decedere: suppleretur enim ei ex baptismo flaminis quod ex sacramento deesset.
Antwoord op de Bedenkingen. — 1. In geval van nood kan iedereen doopen. En omdat men op geen manier mag zondigen, moet het geval, dat een priester zonder betaling niet wil doopen, als hetzelfde worden beschouwd als dat er geen priester is om te doopen. Daarom mag hij, die voor het kind moet zorgen, het in dat geval zelf doopen of het door ieder ander laten doopen. — Maar hij mag water van den priester koopen, omdat dit zuiver een stoffelijk element is. Zou echter een volwassene naar het doopsel verlangen en doodsgevaar dreigen en een priester hem zonder betaling niet willen doopen, dan zou hij zoo mogelijk door een ander moeten worden gedoopt. Kan hij zich echter niet tot een ander wenden, dan moet hij toch geen prijs betalen voor het doopsel, maar liever zonder doopsel sterven, omdat het doopsel van begeerte bij hem aanvult, wat van het Sacrament ontbreekt.Antwoord op de Bedenkingen. — 1. In geval van nood kan iedereen dopen. En omdat men op geen manier mag zondigen, moet het geval, dat een priester zonder betaling niet wil dopen, als hetzelfde worden beschouwd als dat er geen priester is om te dopen. Daarom mag hij, die voor het kind moet zorgen, het in dat geval zelf dopen of het door ieder ander laten dopen. — Maar hij mag water van de priester kopen, omdat dit zuiver een stoffelijk element is. Zou echter een volwassene naar het doopsel verlangen en doodsgevaar dreigen en een priester hem zonder betaling niet willen dopen, dan zou hij zo mogelijk door een ander moeten worden gedoopt. Kan hij zich echter niet tot een ander wenden, dan moet hij toch geen prijs betalen voor het doopsel, maar liever zonder doopsel sterven, omdat het doopsel van begeerte bij hem aanvult, wat van het Sacrament ontbreekt.
Ad secundum dicendum quod sacerdos non accipit pecuniam, quasi 473pretium consecrationis Eucharistiae aut missae decantandae, hoc enim esset simoniacum; sed quasi stipendium suae sustentationis, ut dictum est [in corp.].
2. Een priester neemt geen geld aan voor het consacreeren van 473de Eucharistie of het zingen van de Mis, want dat zou simonitisch zijn; maar zooals gezegd is, als een gift voor zijn onderhoud.2. Een priester neemt geen geld aan voor het consacreren van 473de Eucharistie of het zingen van de Mis, want dat zou simonitisch zijn; maar zoals gezegd is, als een gift voor zijn onderhoud.
Ad tertium dicendum quod pecunia non exigitur ab eo qui absolvitur quasi pretium absolutionis, hoc enim esset simoniacum: sed quasi poena culpae praecedentis, pro qua fuit excommunicatus.
3. Wie absolveert vraagt geen geld als prijs voor de absolutie, wat simonitisch zou zijn, maar als straf voor de schuld van vroeger, waarvoor hij geëxcommuniceerd was.
Ad quartum dicendum quod, sicut dictum est [ibid.], « consuetudo non praejudicat juri naturali vel divino », quo simonia prohibetur. Et ideo si aliqua ex consuetudine exigantur quasi pretium rei spiritualis, cum intentione emendi vel vendendi, est manifeste simonia: et praecipue si ab invito exigantur. Si vero exigantur quasi quaedam stipendia per consuetudinem approbata, non est simonia: si tamen desit intentio emendi vel vendendi, sed intentio referatur ad solam consuetudinis observantiam; et praecipue quando aliquis voluntarie solvit. In his tamen omnibus solicite cavendum est quod habet speciem simoniae vel cupiditatis: secundum illud Apostoli, 1 ad Thessal. ult. [v. 22] : « Ab omni specie mala abstinete vos ».
4. Zooals is gezegd, « doet geen gewoonte een natuur- of goddelijk recht te niet, » en daardoor is de simonie verboden. En wordt dus krachtens een gewoonte iets gevraagd als prijs voor geestelijk goed met de bedoeling te koopen of te verkoopen, dan is dat duidelijk simonie; en vooral als het van iemand tegen zijn wil wordt gevraagd. Wordt echter krachtens een goedgekeurde gewoonte iets als bijdrage gevraagd, dan is het dat niet, als ten minste de bedoeling er niet bij is om te koopen of te verkoopen, en die zich alleen richt op het onderhouden van de gewoonte, en vooral als iemand vrijwillig betaalt. In al deze gevallen moet men echter nauwkeurig alles vermijden, wat op simonie of hebzucht lijkt naar het woord van den Apostel (1 Thess. 6. 22) : « Wacht U voor iedere schijn van kwaad. »4. Zoals is gezegd, “doet geen gewoonte een natuur- of goddelijk recht te niet,” en daardoor is de simonie verboden. En wordt dus krachtens een gewoonte iets gevraagd als prijs voor geestelijk goed met de bedoeling te kopen of te verkopen, dan is dat duidelijk simonie; en vooral als het van iemand tegen zijn wil wordt gevraagd. Wordt echter krachtens een goedgekeurde gewoonte iets als bijdrage gevraagd, dan is het dat niet, als ten minste de bedoeling er niet bij is om te kopen of te verkopen, en die zich alleen richt op het onderhouden van de gewoonte, en vooral als iemand vrijwillig betaalt. In al deze gevallen moet men echter nauwkeurig alles vermijden, wat op simonie of hebzucht lijkt naar het woord van de Apostel (1 Tess. 6. 22): “Wacht U voor iedere schijn van kwaad.”
Ad quintum dicendum quod antequam alicui acquiratur jus in 474episcopatu, vel quacumque dignitate vel praebenda, per electionem vel provisionem seu collationem, simoniacum esset adversantium obstacula pecunia redimere: sic enim per pecuniam pararet sibi viam ad rem spiritualem obtinendam. Sed postquam jus alicui jam acquisitum est, licet per pecuniam injusta impedimenta removere.
5. Voor iemand door keuze of aanstelling of benoeming recht 474op een bisdom of welke waardigheid of praebende ook verkrijgt, zou het simonie zijn door geld de hinderpalen van tegenstanders uit den weg te ruimen; want dan zou men zich door geld den weg naar iets geestelijks banen. Maar als iemand al recht heeft gekregen, mag men door geld onrechtvaardige hinderpalen wegnemen.5. Voor iemand door keuze of aanstelling of benoeming recht 474op een bisdom of welke waardigheid of prebende ook verkrijgt, zou het simonie zijn door geld de hinderpalen van tegenstanders uit de weg te ruimen; want dan zou men zich door geld de weg naar iets geestelijks banen. Maar als iemand al recht heeft gekregen, mag men door geld onrechtvaardige hinderpalen wegnemen.
Ad sextum dicendum quod quidam dicunt quod pro matrimonio licet pecuniam dare, quia in eo non confertur gratia. Sed hoc non est usquequaque verum: ut in tertia parte hujus operis dicetur [Supplem., q. 42. art. 3]. Et ideo aliter dicendum est, quod matrimonium non solum est Ecclesiae sacramentum, sed etiam naturae officium. Et ideo dare pecuniam pro matrimonio inquantum est naturae officium, licitum est: inquantum vero est Ecclesiae sacramentum, est illicitum. Et ideo secundum jura [cap. Cum in Ecclesiae, de Simonia] prohibetur ne pro benedictione nuptiarum aliquid exigatur.
6. Volgens sommigen mag men geld geven om te trouwen, omdat er geen genade bij wordt gegeven; maar dat is niet geheel en al waar, zooals in het Derde Deel zal worden gezegd (Suppl. 42e Kw. 3e Art.). En daarom moet men zeggen, dat het huwelijk niet alleen een Sacrament van de Kerk, maar ook een natuurlijke instelling is. En zoo mag men geld geven om te trouwen, in zoover dat een natuurlijke instelling is; maar het is ongeoorloofd, in zoover het een Sacrament van de Kerk is. En zoo is het door het recht verboden iets te vragen voor de inzegening van het huwelijk.6. Volgens sommigen mag men geld geven om te trouwen, omdat er geen genade bij wordt gegeven; maar dat is niet geheel en al waar, zoals in het Derde Deel zal worden gezegd (Suppl. 42e Kw. 3e Art.). En daarom moet men zeggen, dat het huwelijk niet alleen een Sacrament van de Kerk, maar ook een natuurlijke instelling is. En zo mag men geld geven om te trouwen, in zover dat een natuurlijke instelling is; maar het is ongeoorloofd, in zover het een Sacrament van de Kerk is. En zo is het door het recht verboden iets te vragen voor de inzegening van het huwelijk.
Utrum liceat dare et accipere pecuniam pro spiritualibus actibus
Mag men geld geven en ontvangen voor geestelijke daden?
475Ad tertium sic proceditur. Videtur quod licitum sit dare et accipere pecuniam pro spiritualibus actibus. Usus enim prophetiae est spiritualis actus. Sed pro usu prophetiae olim aliquid dabatur: ut patet 1 Reg. 9. [v. 7, 8] et 3. Reg. 14. [v. 3]. Ergo videtur quod liceat dare et accipere pecuniam pro actu spirituali.
475Bedenkingen. — Men beweert, dat men voor geestelijke handelingen geld mag geven en ontvangen. — 1. Want het gebruik maken van de gave van profetie is een geestelijke daad. Nu werd daar vroeger iets voor gegeven, zooals wij in het Eerste (9. 7, 8) en het Derde Boek der Koningen (14. 3) lezen. Dus schijnt men voor geestelijke handelingen geld te mogen geven en ontvangen.475Bedenkingen. — Men beweert, dat men voor geestelijke handelingen geld mag geven en ontvangen. — 1. Want het gebruik maken van de gave van profetie is een geestelijke daad. Nu werd daar vroeger iets voor gegeven, zoals wij in het Eerste (9, 7, 8) en het Derde Boek van de Koningen (14, 3)a lezen. Dus schijnt men voor geestelijke handelingen geld te mogen geven en ontvangen.
2. Praeterea, oratio, praedicatio, laus divina sunt actus maxime spirituales. Sed ad impetrandum orationum suffragia pecunia datur sanctis viris: secundum illud Luc. 16. [v. 9] : « Facite vobis amicos de mammona iniquitatis ». Praedicatoribus etiam spiritualia seminantibus temporalia debentur, secundum Apostolum, 1 ad Cor. 9. [v. 11]. Celebrantibus etiam divinas laudes in ecclesiastico officio, et processiones facientibus, aliquid datur: et quandoque annui reditus ad hoc assignantur. Ergo licitum est pro spiritualibus actibus accipere aliquid.
2. Bidden, preeken, God loven zijn in zeer hooge mate geestelijke daden. Nu geeft men geld aan heilige menschen om de hulp van hun gebed te krijgen, volgens Lucas (16. 9) : « Maakt U vrienden van den onrechtvaardigen Mammon. » Ook hebben de predikers, die het geestelijke zaaien, volgens den Apostel (1 Cor. 9. 11) recht op het tijdelijke. Ook geeft men iets aan hen, die in de kerkelijke diensten Gods lof zingen of processies houden; en soms worden hiervoor jaarlijksche inkomsten bestemd. Dus mag men iets voor geestelijke handelingen aannemen.2. Bidden, preken, God loven zijn in zeer hoge mate geestelijke daden. Nu geeft men geld aan heilige mensen om de hulp van hun gebed te krijgen, volgens Lukas (16, 9): “Maakt U vrienden van de onrechtvaardige Mammon.” Ook hebben de predikers, die het geestelijke zaaien, volgens de Apostel (1 Kor. 9. 11) recht op het tijdelijke. Ook geeft men iets aan hen, die in de kerkelijke diensten Gods lof zingen of processies houden; en soms worden hiervoor jaarlijkse inkomsten bestemd. Dus mag men iets voor geestelijke handelingen aannemen.
4763. Praeterea, scientia non est minus spiritualis quam potestas. Sed pro usu scientiae licet pecuniam accipere: sicut advocato licet vendere justum patrocinium, et medico consilium sanitatis, et magistro officium doctrinae. Ergo, pari ratione, videtur quod liceat praelato aliquid accipere pro usu spiritualis suae potestatis: puta pro correctione, vel dispensatione, vel aliquo hujusmodi.
4763. De wetenschap is niet minder geestelijk dan de macht. Nu mag men geld aannemen voor het gebruiken van de wetenschap, zooals een advocaat zijn rechtskundigen bijstand mag verkoopen en een geneesheer zijn raad voor de gezondheid en een magister zijn onderricht. Dus schijnt een prelaat om dezelfde reden iets te mogen aannemen voor het gebruik van zijn geestelijke macht, b. v. voor een vermaning of een dispensatie e. d.4763. De wetenschap is niet minder geestelijk dan de macht. Nu mag men geld aannemen voor het gebruiken van de wetenschap, zoals een advocaat zijn rechtskundigen bijstand mag verkopen en een geneesheer zijn raad voor de gezondheid en een magister zijn onderricht. Dus schijnt een prelaat om dezelfde reden iets te mogen aannemen voor het gebruik van zijn geestelijke macht, bv. voor een vermaning of een dispensatie e. d.
4. Praeterea, religio est status spiritualis perfectionis. Sed in aliquibus monasteriis aliquid ab his qui recipiuntur exigitur. Ergo licet pro spiritualibus aliquid exigere.
4. Het kloosterleven is een staat van geestelijke volmaaktheid. Nu wordt in sommige kloosters iets van hen, die worden aangenomen, gevraagd. Dus mag men voor het geestelijke iets vragen.
Sed contra est quod dicitur 1, q. 1 : « Quidquid invisibilis gratiae consolatione tribuitur, numquam quaestibus, vel quibuslibet praemiis venumdari penitus debet ». Sed omnia hujusmodi spiritualia per invisibilem gratiam tribuuntur. Ergo non licet ea questibus vel praemiis venumdare.
Maar daartegenover staat de bepaling van het recht: « Wat ooit aan onzichtbare troost van genade wordt gegeven, mag nooit en onder geen voorwaarde voor gewin of andere prijs worden verkocht. » Nu worden al die geestelijke gaven door de onzichtbare genade gegeven. Dus mag men hen niet voor geld of gewin verkoopen.Maar daartegenover staat de bepaling van het recht: “Wat ooit aan onzichtbare troost van genade wordt gegeven, mag nooit en onder geen voorwaarde voor gewin of andere prijs worden verkocht.” Nu worden al die geestelijke gaven door de onzichtbare genade gegeven. Dus mag men hen niet voor geld of gewin verkopen.
Respondeo dicendum quod sicut sacramenta dicuntur spiritualia quia spiritualem conferunt gratiam, ita etiam quaedam alia dicuntur spiritualia 477quia ex spirituali gratia procedunt et ad eam disponunt. Quae tamen per hominum ministerium exhibentur, quos oportet a populo sustentari, cui spiritualia administrant: secundum illud 1 ad Cor. 9. [v. 7] : « Quis militat suis stipendiis unquam?... Quis pascit gregem, et de lacte gregis non manducat? » Et ideo vendere quod spirituale est in hujusmodi actibus, aut emere, simoniacum est: sed accipere aut dare aliquid pro sustentatione ministrantium spiritualia, secundum ordinationem Ecclesiae et consuetudinem approbatam, licitum est; ita tamen quod desit intentio emptionis vel venditionis; et quod ab invitis non exigatur per spiritualium subtractionem quae sunt exhibenda, hoc enim haberet quamdam venditionis speciem. Gratis tamen spiritualibus prius exhibitis, licite possunt statuta et consuetae oblationes, et quicumque alii proventus, exigi a nolentibus et valentibus solvere, auctoritate superioris interveniente.
Leerstelling. — Zooals men de Sacramenten geestelijk noemt, omdat zij de geestelijke genade geven, heeten ook andere dingen geestelijk, omdat zij van de geestelijke genade komen of 477daarop voorbereiden. Maar dat wordt door de bediening van menschen gegeven, die door het volk moeten worden onderhouden, waaraan zij het geestelijke toedienen; volgens den Eersten Brief aan de Corinthiërs (9. 7) : « Wie strijdt er ooit op eigen kosten? en als iemand een kudde weidt, leeft hij dan niet van de melk van de kudde? » Daarom is het verkoopen en koopen van wat daarin geestelijk is, simonie; maar iets geven of ontvangen voor het onderhoud van wie het geestelijke bedienen, volgens de verordeningen van de Kerk en goedgekeurde gewoonten is geoorloofd; als men maar niet de bedoeling heeft om te koopen en te verkoopen en men het van onwilligen niet afvordert door hun het geestelijke, wat gegeven moet worden, te onthouden; want dat zou gelijken op verkoopen. — Maar als de geestelijke gaven eerst zijn geschonken, mag men later de vastgestelde en gewone gaven en andere inkomsten van wie niet willen en wel kunnen betalen opeischen door tusschenkomst van de macht van de overheid.Leerstelling. — Zoals men de Sacramenten geestelijk noemt, omdat zij de geestelijke genade geven, heten ook andere dingen geestelijk, omdat zij van de geestelijke genade komen of 477daarop voorbereiden. Maar dat wordt door de bediening van mensen gegeven, die door het volk moeten worden onderhouden, waaraan zij het geestelijke toedienen; volgens de Eerste Brief aan de Korintiërs (9, 7): “Wie strijdt er ooit op eigen kosten? en als iemand een kudde weidt, leeft hij dan niet van de melk van de kudde?” Daarom is het verkopen en kopen van wat daarin geestelijk is, simonie; maar iets geven of ontvangen voor het onderhoud van wie het geestelijke bedienen, volgens de verordeningen van de Kerk en goedgekeurde gewoonten is geoorloofd; als men maar niet de bedoeling heeft om te kopen en te verkopen en men het van onwilligen niet afvordert door hun het geestelijke, wat gegeven moet worden, te onthouden; want dat zou gelijken op verkopen. — Maar als de geestelijke gaven eerst zijn geschonken, mag men later de vastgestelde en gewone gaven en andere inkomsten van wie niet willen en wel kunnen betalen opeisen door tussenkomst van de macht van de overheid.
Ad primum ergo dicendum quod, sicut Hieronymus dicit super Michaeam [Comm. ad cap. 3.], munera quaedam sponte exhibebantur bonis prophetis ad sustentationem ipsorum, non quasi ad emendum prophetiae usum: quem tamen pseudoprophetae retorquebant ad quaestum.
Antwoord op de Bedenkingen. — 1. Zooals Hieronymus zegt, gaf men soms uit eigen beweging aan de goede profeten geschenken voor hun onderhoud, niet om het gebruik van hun gave te koopen; maar de valsche profeten eischten dat om het gewin.Antwoord op de Bedenkingen. — 1. Zoals Hieronymus zegt, gaf men soms uit eigen beweging aan de goede profeten geschenken voor hun onderhoud, niet om het gebruik van hun gave te kopen; maar de valse profeten eisten dat om het gewin.
478Ad secundum dicendum quod illi qui dant eleemosynas pauperibus ut orationum ab ipsis suffragia impetrent, non eo tenore dant quasi intendentes orationes emere: sed per gratuitam beneficentiam pauperum animos provocant ad hoc, quod pro eis gratis et ex charitate orent. Praedicantibus etiam temporalia debentur ad sustentationem praedicantium, non autem ad emendum praedicationis verbum. Unde super illud 1 ad Timoth. 5. [v. 17], « Qui bene praesunt presbyteri », etc., dicit Gloss. [Ord. Lomb. ex Aug.] : « Necessitatis est accipere unde vivitur, charitatis est praebere: non tamen venale est Evangelium, ut pro his praedicetur. Si enim sic vendunt, magnam rem vili vendunt pretio ». Similiter etiam aliqua temporalia dantur Deum laudantibus in celebratione ecclesiastici officii, sive pro vivis sive pro mortuis, non quasi pretium, sed quasi sustentationis stipendium. Et eo etiam tenore pro processionibus faciendis in aliquo funere aliquae eleemosynae recipiuntur.
4782. Zij, die aan armen aalmoezen geven, om van hen de hulp van hun gebeden te krijgen, doen dat niet met de bedoeling gebeden te koopen, maar door vrije goedgeefschheid brengen zij de armen ertoe, om voor hen zonder belooning en uit liefde te bidden. — Predikanten daarentegen hebben recht op het tijdelijke voor hun onderhoud, niet dat hun preek gekocht wordt. Daarom zegt de Glossa bij den Eersten Brief aan Timotheus (5. 17) : « Goede priesters, enz. »: « Het is noodig te ontvangen waarvan men leeft, en liefdeplicht dat te geven; maar het Evangelie is niet te koop, dat men het hun zoo zou preeken. Want als zij het zoo verkoopen, verkoopen zij iets groots voor een schamelen prijs. » Zoo geeft men ook tijdelijk goed aan hen, die God loven bij het vieren der kerkelijke plechtigheden, hetzij voor levenden of voor dooden, niet echter als prijs, maar als bijdrage voor het onderhoud. En met dezelfde bedoeling worden ook aalmoezen ontvangen voor het houden van processies bij een begrafenis.4782. Zij, die aan armen aalmoezen geven, om van hen de hulp van hun gebeden te krijgen, doen dat niet met de bedoeling gebeden te kopen, maar door vrije goedgeefsheid brengen zij de armen ertoe, om voor hen zonder beloning en uit liefde te bidden. — Predikanten daarentegen hebben recht op het tijdelijke voor hun onderhoud, niet dat hun preek gekocht wordt. Daarom zegt de Glossa bij de Eerste Brief aan Timoteüs (5, 17): “Goede priesters, enz.”: “Het is nodig te ontvangen waarvan men leeft, en liefdeplicht dat te geven; maar het Evangelie is niet te koop, dat men het hun zo zou preken. Want als zij het zo verkopen, verkopen zij iets groots voor een schamelen prijs.” Zo geeft men ook tijdelijk goed aan hen, die God loven bij het vieren van de kerkelijke plechtigheden, hetzij voor levenden of voor doden, niet echter als prijs, maar als bijdrage voor het onderhoud. En met dezelfde bedoeling worden ook aalmoezen ontvangen voor het houden van processies bij een begrafenis.
Si autem hujusmodi pacto interveniente fiant, aut etiam cum intentione emptionis vel venditionis, simonia esset. Unde illicita esset ordinatio si in aliqua ecclesia statueretur quod non fieret processio in funere alicujus nisi 479solveret certam pecuniae quantitatem: quia per tale statutum praecluderetur via gratis officium pietatis aliquibus impendendi. Magis autem licita esset ordinatio si statueretur quod omnibus certam eleemosynam dantibus talis honor exhiberetur: quia per hoc non praecluderetur via aliis exhibendi. Et praeterea prima ordinatio habet speciem exactionis: secunda autem habet speciem gratuitae recompensationis.
Zou het echter krachtens zoo'n overeenkomst gebeuren of ook met de bedoeling om te koopen en te verkoopen, dan is het simonie. Daarom zou het een ongeoorloofde bepaling zijn, waarbij in een kerk werd vastgesteld, dat er bij iemands begrafenis geen processie 479werd gehouden, als niet een bepaalde som gelds werd betaald, omdat daardoor de mogelijkheid werd afgesneden om sommigen den liefdedienst om niet te bewijzen. Meer geoorloofd zou de bepaling zijn, als werd vastgesteld, dat aan allen, die een bepaalde aalmoes gaven, deze eer werd bewezen, omdat zoo de weg om het aan anderen te bewijzen niet werd afgesloten. Daarom heeft de eerste bepaling de schijn van afpersing, maar de tweede lijkt een kostelooze wederdienst.Zou het echter krachtens zo'n overeenkomst gebeuren of ook met de bedoeling om te kopen en te verkopen, dan is het simonie. Daarom zou het een ongeoorloofde bepaling zijn, waarbij in een kerk werd vastgesteld, dat er bij iemands begrafenis geen processie 479werd gehouden, als niet een bepaalde som gelds werd betaald, omdat daardoor de mogelijkheid werd afgesneden om sommigen de liefdedienst om niet te bewijzen. Meer geoorloofd zou de bepaling zijn, als werd vastgesteld, dat aan allen, die een bepaalde aalmoes gaven, deze eer werd bewezen, omdat zo de weg om het aan anderen te bewijzen niet werd afgesloten. Daarom heeft de eerste bepaling de schijn van afpersing, maar de tweede lijkt een kosteloze wederdienst.
Ad tertium dicendum quod ille cui committitur spiritualis potestas, ex officio obligatur ad usum potestatis sibi commissae in spiritualium dispensatione: et etiam pro sua sustentatione statuta stipendia habet ex reditibus ecclesiae. Et ideo si aliquid acciperet pro usu spiritualis potestatis, non intelligeretur locare operas suas, quas ex debito suscepti officii debet impendere, sed intelligeretur vendere ipsum spiritualis gratiae usum. Et propter hoc, non licet pro quacumque dispensatione aliquid accipere; nec etiam pro hoc quod vices suas committant: nec etiam pro hoc quod subditos suos corrigant, vel a corrigendo desistant. Licet tamen eis accipere 480procurationes quando subditos visitant, non quasi pretium correctionis, sed quasi debitum stipendium.
3. Hij, aan wien geestelijke macht wordt toevertrouwd, is krachtens zijn ambt verplicht om de hem toevertrouwde macht voor het uitdeelen van het geestelijke te gebruiken; en hij heeft ook voor zijn onderhoud een vastgestelde bijdrage uit de inkomsten van de kerk. En zou hij dus iets aannemen voor het uitoefenen van zijn geestelijke macht, dan kan men dat niet opvatten als een verhuren van zijn arbeid, die hij krachtens de op hem genomen verplichting van zijn ambt beschikbaar moet stellen, maar moet men het opvatten als een verkoopen van het gebruik van de geestelijke macht zelf. En daarom mag men niet voor iedere dispensatie iets aannemen, en ook niet hiervoor, dat men zijn beurt waarneemt en ook niet, dat men zijn ondergeschikten vermaant of ermee ophoudt. Men mag echter bij het bezoek van zijn onderdanen iets 480aannemen, niet als loon voor zijn vermaningen, maar als bijdrage, waarop men recht heeft.3. Hij, aan wie geestelijke macht wordt toevertrouwd, is krachtens zijn ambt verplicht om de hem toevertrouwde macht voor het uitdelen van het geestelijke te gebruiken; en hij heeft ook voor zijn onderhoud een vastgestelde bijdrage uit de inkomsten van de kerk. En zou hij dus iets aannemen voor het uitoefenen van zijn geestelijke macht, dan kan men dat niet opvatten als een verhuren van zijn arbeid, die hij krachtens de op hem genomen verplichting van zijn ambt beschikbaar moet stellen, maar moet men het opvatten als een verkopen van het gebruik van de geestelijke macht zelf. En daarom mag men niet voor iedere dispensatie iets aannemen, en ook niet hiervoor, dat men zijn beurt waarneemt en ook niet, dat men zijn ondergeschikten vermaant of ermee ophoudt. Men mag echter bij het bezoek van zijn onderdanen iets 480aannemen, niet als loon voor zijn vermaningen, maar als bijdrage, waarop men recht heeft.
Ille autem qui habet scientiam, et non suscipit cum hoc officium ex quo obligetur aliis usum scientiae impendere, licite potest pretium suae doctrinae vel consilii accipere, non quasi veritatem aut scientiam vendens, sed quasi operas suas locans. Si autem ex officio ad hoc teneretur, intelligeretur ipsam vendere veritatem: unde graviter peccaret. Sicut patet in illis qui instituuntur in aliquibus ecclesiis ad docendum clericos ecclesiae et alios pauperes, pro quo ab ecclesia beneficium recipiunt: a quibus non licet eis aliquid recipere, nec ad hoc quod doceant, nec ad hoc quod aliqua festa faciant vel praetermittant.
Hij echter, die wetenschap bezit, neemt daarom niet het ambt op zich, waardoor hij verplicht is zijn wetenschap voor anderen te gebruiken. En daarom mag hij een prijs voor zijn onderricht of raad aannemen, niet als een verkoop van de waarheid of de wetenschap, maar als een huur voor zijn arbeid. — Was hij daartoe krachtens een ambt verplicht, dan zou men het als een verkoop van de waarheid moeten beschouwen; en daarmee zou hij zwaar zondigen. En dat blijkt het geval bij hen, die in sommige kerken worden aangesteld om de geestelijken van de kerk en de armen te onderrichten, waarvoor zij van de kerk een beneficie krijgen; en zij mogen van de genoemde personen niets aannemen, noch omdat zij onderwijzen, noch voor het vieren of overslaan van feesten.
Ad quartum dicendum quod pro ingressu monasterii non licet aliquid exigere vel accipere quasi pretium. Licet tamen, si monasterium sit tenue, quod non sufficiat ad tot personas nutriendas, gratis quidem ingressum monasterii exhibere, sed accipere aliquid pro victu personae quae in monasterio fuerit recipienda, si ad hoc non sufficiant monasterii opes. Similiter etiam 481licitum est si propter devotionem quam aliquis ad monasterium ostendit largas eleemosynas faciendo. facilius in monasterio recipiatur; sicut etiam licitum est aliquem e converso provocare ad devotionem monasterii per temporalia beneficia, ut ex hoc inclinetur ad monasterii ingressum; licet non sit licitum ex pacto aliquid dare vel recipere pro ingressu monasterii, ut habetur 1, q. 2, cap. Quam pio.
4. Men mag voor het intreden in een klooster niets vragen of aannemen als een prijs. Maar als het klooster klein is en niet in staat om zooveel personen te onderhouden, moet men het intreden wel om niet laten plaats hebben, maar men mag iets aannemen voor het levensonderhoud van wie in het klooster wordt opgenomen, als de bezittingen van het klooster daarvoor onvoldoende 481zijn. — Zoo is het ook geoorloofd, dat als iemand veel liefde voor het klooster heeft getoond door ruime aalmoezen te geven, hij daardoor gemakkelijker wordt opgenomen; zooals men in het tegenovergestelde geval iemand tot liefde voor het klooster door tijdelijke weldaden mag opwekken, opdat hij zoo geneigd zal worden in het klooster te treden; maar het is niet geoorloofd om krachtens een overeenkomst iets te geven of te ontvangen voor het intreden in het klooster, zooals het recht zegt.4. Men mag voor het intreden in een klooster niets vragen of aannemen als een prijs. Maar als het klooster klein is en niet in staat om zoveel personen te onderhouden, moet men het intreden wel om niet laten plaats hebben, maar men mag iets aannemen voor het levensonderhoud van wie in het klooster wordt opgenomen, als de bezittingen van het klooster daarvoor onvoldoende 481zijn. — Zo is het ook geoorloofd, dat als iemand veel liefde voor het klooster heeft getoond door ruime aalmoezen te geven, hij daardoor gemakkelijker wordt opgenomen; zoals men in het tegenovergestelde geval iemand tot liefde voor het klooster door tijdelijke weldaden mag opwekken, opdat hij zo geneigd zal worden in het klooster te treden; maar het is niet geoorloofd om krachtens een overeenkomst iets te geven of te ontvangen voor het intreden in het klooster, zoals het recht zegt.
Utrum sit licitum pecuniam accipere pro his quae sunt spiritualibus annexa
Mag men geld aannemen voor wat met het geestelijke in verband staat?
Ad quartum sic proceditur. Videtur quod licitum sit pecuniam accipere pro his quae sunt spiritualibus annexa. Omnia temporalia videntur spiritualibus annexa: quia temporalia sunt propter spiritualia quaerenda. Si ergo non licet vendere ea quae sunt spiritualibus annexa, nihil temporale vendere licebit. Quod patet esse falsum.
Bedenkingen. — Men beweert, dat men geld mag aannemen voor wat met het geestelijke in verband staat. — 1. Want al het tijdelijke schijnt met het geestelijke in verband te staan, daar men het tijdelijke om het geestelijke moet zoeken. Als men dus niets mag verkoopen, wat met het geestelijke verband houdt, dan mag men geen enkele tijdelijke zaak verkoopen. En dat is duidelijk onjuist.Bedenkingen. — Men beweert, dat men geld mag aannemen voor wat met het geestelijke in verband staat. — 1. Want al het tijdelijke schijnt met het geestelijke in verband te staan, daar men het tijdelijke om het geestelijke moet zoeken. Als men dus niets mag verkopen, wat met het geestelijke verband houdt, dan mag men geen enkele tijdelijke zaak verkopen. En dat is duidelijk onjuist.
4822. Praeterea, nihil videtur magis esse spiritualibus annexum quam vasa consecrata. Sed calicem licet vendere pro redemptione captivorum, ut Ambrosius dicit [lib. 2. de Offic., cap. 28]. Ergo licitum est vendere ea quae sunt spiritualibus annexa.
4822. Niets schijnt meer met het geestelijke in verband te staan dan de heilige vaten. Nu mag men deze verkoopen om gevangenen vrij te koopen, zooals Ambrosius zegt. Dus mag men verkoopen, wat met het geestelijke in verband staat.4822. Niets schijnt meer met het geestelijke in verband te staan dan de heilige vaten. Nu mag men deze verkopen om gevangenen vrij te kopen, zoals Ambrosius zegt. Dus mag men verkopen, wat met het geestelijke in verband staat.
3. Praeterea, spiritualibus annexa dicuntur jus sepulturae, jus patronatus, et jus primogeniturae secundum antiquos (quia primogeniti, ante legem, sacerdotis officio fungebantur), et etiam jus accipiendi decimas. Sed Abraham emit ab Ephron speluncam duplicem in sepulturam, ut habetur Gen. 23. [v. 8 sqq.]. Jacob autem emit ab Esau jus primogeniturae, ut habetur Gen. 25. [v. 31 sqq.]. Jus etiam patronatus transit cum re vendita, et in feudum conceditur. Decimae etiam concessae sunt quibusdam militibus, et redimi possunt. Praelati etiam interdum retinent sibi ad tempus fructus praebendarum quas conferunt: cum tamen praebendae sint spiritualibus annexae. Ergo licet emere et vendere ea quae sunt spiritualibus annexa.
3. Met het geestelijke schijnen in verband te staan het recht om te begraven, het patronaatsrecht en bij de ouden het eerstgeboorterecht (omdat voor de wet de eerstgeborenen het priesterschap bekleedden), en ook het recht om tienden te ontvangen. Nu kocht Abraham van Ephron de dubbele spelonk als begraafplaats (Gen. 23. 8). Jacob kocht van Esau het eerstgeboorterecht (Gen. 25. 31). Ook gaat het patronaatsrecht tegelijk met het gekochte ding over en wordt als leen gegeven. Ook kunnen de tienden aan soldaten geschonken en afgekocht worden. Soms behouden prelaten zich voor een tijd de inkomsten van praebenden, die zij vergeven, voor; en toch houden deze praebenden verband met geestelijke zaken. Dus mag men datgene, wat met het geestelijke in verband staat, koopen en verkoopen.3. Met het geestelijke schijnen in verband te staan het recht om te begraven, het patronaatsrecht en bij de ouden het eerstgeboorterecht (omdat voor de wet de eerstgeborenen het priesterschap bekleedden), en ook het recht om tienden te ontvangen. Nu kocht Abraham van Efron de dubbele spelonk als begraafplaats (Gen. 23. 8). Jacob kocht van Esau het eerstgeboorterecht (Gen. 25. 31). Ook gaat het patronaatsrecht tegelijk met het gekochte ding over en wordt als leen gegeven. Ook kunnen de tienden aan soldaten geschonken en afgekocht worden. Soms behouden prelaten zich voor een tijd de inkomsten van prebenden, die zij vergeven, voor; en toch houden deze prebenden verband met geestelijke zaken. Dus mag men datgene, wat met het geestelijke in verband staat, kopen en verkopen.
Sed contra est quod dicit Paschalis Papa, et habetur 1, q. 3, cap. Si quis objecerit: « Quisquis horum alterum vendit sine quo nec alterum 483provenit, neutrum invenditum derelinquit. Nullus ergo emat ecclesiam vel praebendam, vel aliquid ecclesiasticum ».
Maar daartegenover staat de bepaling van Paus Paschalis II: « Wie iets verkoopt, wat zonder iets anders nut heeft, verkoopt 483beiden. Dus mag niemand een kerk of praebende of iets van de kerk koopen. »Maar daartegenover staat de bepaling van Paus Paschalis II: “Wie iets verkoopt, wat zonder iets anders nut heeft, verkoopt 483beiden. Dus mag niemand een kerk of prebende of iets van de kerk kopen.”
Respondeo dicendum quod aliquid potest esse annexum spiritualibus dupliciter. Uno modo, sicut ex spiritualibus dependens: sicut habere beneficia ecclesiastica dicitur spiritualibus annexum quia non competit nisi habenti officium clericale. Unde hujusmodi nullo modo possunt esse sine spiritualibus. Et propter hoc, ea nullo modo vendere licet: quia, eis venditis, intelliguntur etiam spiritualia venditioni subjici.
Leerstelling. — Een ding kan op twee manieren met iets geestelijks in verband staan. Ten eerste als afhankelijk van het geestelijke, zooals men het bezit van een kerkelijk beneficie met het geestelijke in verband staande noemt, omdat het alleen aan iemand toekomt, die een kerkelijk ambt heeft. Daarom kunnen dergelijke dingen zonder iets geestelijks heelemaal niet bestaan. En daarom mag men deze dingen op geen enkele manier verkoopen, omdat men als zij verkocht worden gaat denken, dat ook het geestelijke verkocht kan worden.Leerstelling. — Een ding kan op twee manieren met iets geestelijks in verband staan. Ten eerste als afhankelijk van het geestelijke, zoals men het bezit van een kerkelijk beneficie met het geestelijke in verband staande noemt, omdat het alleen aan iemand toekomt, die een kerkelijk ambt heeft. Daarom kunnen dergelijke dingen zonder iets geestelijks helemaal niet bestaan. En daarom mag men deze dingen op geen enkele manier verkopen, omdat men als zij verkocht worden gaat denken, dat ook het geestelijke verkocht kan worden.
Quaedam autem sunt annexa spiritualibus inquantum ad spiritualia ordinantur: sicut jus patronatus, quod ordinatur ad praesentandum clericos ad ecclesiastica beneficia; et vasa sacra, quae ordinantur ad sacramentorum usum. Unde hujusmodi non praesupponunt spiritualia, sed magis ea ordine temporis praecedunt. Et ideo aliquo modo vendi possunt, non autem inquantum sunt spiritualibus annexa.
Andere dingen echter houden met het geestelijke verband, in zoover zij het geestelijke als doel hebben, zooals het patronaatsrecht, dat het voorstellen van een geestelijke voor kerkelijke beneficies als doel heeft, en heilige vaten, die voor Sacramenten worden gebruikt. En daarom veronderstellen deze dingen niet iets geestelijks, maar gaan daaraan veeleer in tijdsorde vooraf. En daarom kunnen zij op eenige manier worden verkocht, maar niet in zoover er iets geestelijks aan verbonden is.Andere dingen echter houden met het geestelijke verband, in zover zij het geestelijke als doel hebben, zoals het patronaatsrecht, dat het voorstellen van een geestelijke voor kerkelijke beneficies als doel heeft, en heilige vaten, die voor Sacramenten worden gebruikt. En daarom veronderstellen deze dingen niet iets geestelijks, maar gaan daaraan veeleer in tijdsorde vooraf. En daarom kunnen zij op enige manier worden verkocht, maar niet in zover er iets geestelijks aan verbonden is.
Ad primum ergo dicendum quod omnia temporalia annectuntur 484spiritualibus sicut fini. Et ideo ipsa quidem temporalia vendere licet: sed ordo eorum ad spiritualia sub venditione cadere non debet.
Antwoord op de Bedenkingen. — 1. Alle tijdelijke 484dingen staan met het geestelijke in verband als hun doel. En daarom mag men ze zelf wel verkoopen, maar hun verhouding tot het geestelijke kan niet onder een verkoop vallen.Antwoord op de Bedenkingen. — 1. Alle tijdelijke 484dingen staan met het geestelijke in verband als hun doel. En daarom mag men ze zelf wel verkopen, maar hun verhouding tot het geestelijke kan niet onder een verkoop vallen.
Ad secundum dicendum quod etiam vasa sacra sunt spiritualibus annexa sicut fini. Et ideo eorum consecratio vendi non debet1 : tamen, pro necessitate Ecclesiae et pauperum, materia eorum vendi potest; dummodo, praemissa oratione, prius confringantur; quia post confractionem non intelliguntur esse vasa sacra, sed purum metallum. Unde si ex eadem materia similia vasa iterum integrarentur, indigerent iterum consecrari.
2. Ook heilige vaten staan met het geestelijke in verband als met hun doel. En zoo kan hun wijding niet worden verkocht, maar wel hun materiaal voor de behoeften van kerk en armen, als zij maar eerst na voorafgaand gebed gebroken worden, want daarna beschouwt men ze niet meer als heilige vaten, maar zuiver als metaal. Als men daarom uit hetzelfde metaal opnieuw dergelijke vaten zou maken, zouden zij weer moeten worden geconsacreerd.2. Ook heilige vaten staan met het geestelijke in verband als met hun doel. En zo kan hun wijding niet worden verkocht, maar wel hun materiaal voor de behoeften van kerk en armen, als zij maar eerst na voorafgaand gebed gebroken worden, want daarna beschouwt men ze niet meer als heilige vaten, maar zuiver als metaal. Als men daarom uit hetzelfde metaal opnieuw dergelijke vaten zou maken, zouden zij weer moeten worden geconsacreerd.
Ad tertium dicendum quod spelunca duplex quam Abraham emit in sepulturam, non habetur quod erat terra consecrata ad sepeliendum. Et ideo licebat Abrahae terram illam emere ad usum sepulturae, ut ibi institueret sepulchrum: sicut etiam nunc liceret emere aliquem agrum communem ad instituendum ibi coemeterium, vel etiam ecclesiam. Tamen quia apud gentiles loca sepulturae deputata religiosa reputabantur, si Ephron pro loco sepulturae intendit pretium accipere, peccavit vendens: licet Abraham 485non peccaverit emens, quia non intendebat emere nisi terram communem. Licet enim etiam nunc terram ubi quondam fuit ecclesia, vendere aut emere in casu necessitatis: sicut et de materia sacrorum vasorum dictum est [in solut. praec.]. Vel excusatur Abraham quia in hoc redemit suam vexationem. Quamvis enim Ephron gratis ei sepulturam offerret, perpendit tamen Abraham quod gratis recipere sine ejus offensa non posset.
3. Men houdt niet, dat de dubbele spelonk, die Abraham als begraafplaats kocht, gewijde aarde was om in te begraven. En daarom mocht hij dat land koopen voor begraafplaats om daar zijn graf te maken; zooals men nu ook nog een gewone akker mag koopen om daar een kerkhof of zelfs een kerk te maken. Omdat echter ook bij de heidenen de voor begraafplaats bestemde ruimten als heilig werden beschouwd, heeft Ephron, als hij bedoelde voor het recht om te begraven geld aan te nemen, door den verkoop gezondigd, ofschoon Abraham met te koopen niet gezondigd heeft, omdat hij alleen een gewoon stuk land bedoelde 485te koopen. Ook nu nog mag men een land, waarop een kerk heeft gestaan, in geval van nood verkoopen of koopen, zooals het ook van het materiaal van de heilige vaten is gezegd. — Ook kan men Abraham hiermee verontschuldigen, dat hij zijn moeilijkheden afkocht. Want al bood Ephron de begraafplaats voor niets aan, toch bedacht Abraham, dat hij dit zonder hem te beleedigen niet voor niets kon aannemen.3. Men houdt niet, dat de dubbele spelonk, die Abraham als begraafplaats kocht, gewijde aarde was om in te begraven. En daarom mocht hij dat land kopen voor begraafplaats om daar zijn graf te maken; zoals men nu ook nog een gewone akker mag kopen om daar een kerkhof of zelfs een kerk te maken. Omdat echter ook bij de heidenen de voor begraafplaats bestemde ruimten als heilig werden beschouwd, heeft Efron, als hij bedoelde voor het recht om te begraven geld aan te nemen, door de verkoop gezondigd, ofschoon Abraham met te kopen niet gezondigd heeft, omdat hij alleen een gewoon stuk land bedoelde 485te kopen. Ook nu nog mag men een land, waarop een kerk heeft gestaan, in geval van nood verkopen of kopen, zoals het ook van het materiaal van de heilige vaten is gezegd. — Ook kan men Abraham hiermee verontschuldigen, dat hij zijn moeilijkheden afkocht. Want al bood Efron de begraafplaats voor niets aan, toch bedacht Abraham, dat hij dit zonder hem te beledigen niet voor niets kon aannemen.
Jus autem primogeniturae debebatur Jacob ex divina electione: secundum illud Malach. 1. [v. 2, 3] : « Jacob dilexi, Esau autem odio habui ». Et ideo Esau peccavit primogenita vendens: Jacob autem non peccavit emendo, quia intelligitur suam vexationem redemisse.
Jacob echter had recht op het eerstgeboorterecht door Gods keus naar het woord van Malachias (1. 2, 3) : « Jacob heb ik bemind, Esau gehaat. » En daarom zondigde Esau door zijn eerstgeboorterecht te verkoopen, maar Jacob zondigde door te koopen niet, omdat men het kan opvatten als een afkoopen van moeilijkheden.Jacob echter had recht op het eerstgeboorterecht door Gods keus naar het woord van Maleachi (1, 2, 3): “Jacob heb ik bemind, Esau gehaat.” En daarom zondigde Esau door zijn eerstgeboorterecht te verkopen, maar Jacob zondigde door te kopen niet, omdat men het kan opvatten als een afkopen van moeilijkheden.
Jus autem patronatus per se vendi non potest, nec in feudum dari: sed transit cum villa quae venditur vel conceditur. Jus autem spirituale accipiendi decimas non conceditur laicis, sed tantummodo res temporales quae nomine decimae dantur, ut supra dictum est [q. 87. art. 3].
Het patronaatsrecht echter kan op zichzelf niet verkocht of als leen gegeven worden, maar het gaat over met het domein, dat gekocht of vergeven wordt. — Het geestelijke recht op het ontvangen van tienden kan niet aan leeken worden gegeven, maar alleen de tijdelijke zaken, die onder den naam van tienden worden gegeven, zooals vroeger (87e Kw. 3e Art.) gezegd is.Het patronaatsrecht echter kan op zichzelf niet verkocht of als leen gegeven worden, maar het gaat over met het domein, dat gekocht of vergeven wordt. — Het geestelijke recht op het ontvangen van tienden kan niet aan leken worden gegeven, maar alleen de tijdelijke zaken, die onder de naam van tienden worden gegeven, zoals vroeger (87e Kw. 3e Art.) gezegd is.
Circa collationem vero beneficiorum, sciendum est quod si episcopus, antequam beneficium alicui conferat, ob aliquam causam ordinaverit aliquid 486subtrahendum de fructibus beneficii conferendi et in pios usus expendendum non est illicitum. Si vero ab eo cui beneficium confert requirat aliquid sibi exhiberi de fructibus illius beneficii. idem est ac si aliquod munus ab eo exigeret, et non caret vitio simoniae.
Wat het vergeven van beneficies echter betreft, moet men weten, dat als een bisschop, voordat hij iemand een beneficie aanbiedt, om de een of andere reden voorschrijft, dat er iets van de 486inkomsten van het te vergeven beneficie afgenomen en voor een godvruchtig doel uitgegeven moet worden, dit niet ongeoorloofd is. Maar als hij vordert, dat hij, aan wien hij het beneficie aanbiedt, hemzelf iets geeft van de inkomsten ervan, dan is het hetzelfde als wanneer hij een ander soort gift van hem vroeg, en is hij niet vrij van de zonde van simonie.Wat het vergeven van beneficies echter betreft, moet men weten, dat als een bisschop, voordat hij iemand een beneficie aanbiedt, om de een of andere reden voorschrijft, dat er iets van de 486inkomsten van het te vergeven beneficie afgenomen en voor een godvruchtig doel uitgegeven moet worden, dit niet ongeoorloofd is. Maar als hij vordert, dat hij, aan wie hij het beneficie aanbiedt, hemzelf iets geeft van de inkomsten ervan, dan is het hetzelfde als wanneer hij een ander soort gift van hem vroeg, en is hij niet vrij van de zonde van simonie.
Utrum liceat spiritualia dare pro munere quod est ab obsequio vel a lingua
Mag men geestelijke dingen geven voor een geschenk, dat in dienstbetoon of voorspraak bestaat?
Ad quintum sic proceditur. Videtur quod liceat spiritualia dare pro munere quod est ab obsequio vel a lingua. Dicit enim Gregorius, in Registro [lib. 2. epist, 18] : « Ecclesiasticis utilitatibus deservientes ecclesiastica dignum est remuneratione gaudere ». Sed deservire ecclesiasticis utilitatibus pertinet ad munus ab obsequio. Ergo videtur quod licitum sit pro obsequio accepto ecclesiastica beneficia largiri.
Bedenkingen. — Men beweert, dat men geestelijke dingen mag geven voor een geschenk, dat in dienstbetoon of voorspraak bestaat. — 1. Want Gregorius zegt: « Het is billijk, dat zij, die het nut van de Kerk behartigen, een belooning van de Kerk genieten. » Nu valt het behartigen van de belangen der Kerk onder de geschenken in dienstbetoon. Dus schijnt men voor geschenken in dienstbetoon kerkelijke beneficies te mogen geven.Bedenkingen. — Men beweert, dat men geestelijke dingen mag geven voor een geschenk, dat in dienstbetoon of voorspraak bestaat. — 1. Want Gregorius zegt: “Het is billijk, dat zij, die het nut van de Kerk behartigen, een beloning van de Kerk genieten.” Nu valt het behartigen van de belangen van de Kerk onder de geschenken in dienstbetoon. Dus schijnt men voor geschenken in dienstbetoon kerkelijke beneficies te mogen geven.
4872. Praeterea, sicut carnalis videtur esse intentio si quis alicui det beneficium ecclesiasticum pro suscepto beneficio1, ita etiam si quis det intuitu consanguinitatis. Sed hoc non videtur esse simoniacum: quia non est ibi emptio vel venditio. Ergo nec primum.
4872. Zooals er een lagere bedoeling bij schijnt te zijn, als men aan iemand om bewezen diensten een kerkelijk beneficie geeft, schijnt dat ook het geval, als men het om bloedverwantschap geeft. Nu schijnt het laatste geen simonie, omdat daar geen koop en verkoop is. Dus ook het eerste niet.4872. Zoals er een lagere bedoeling bij schijnt te zijn, als men aan iemand om bewezen diensten een kerkelijk beneficie geeft, schijnt dat ook het geval, als men het om bloedverwantschap geeft. Nu schijnt het laatste geen simonie, omdat daar geen koop en verkoop is. Dus ook het eerste niet.
3. Praeterea, id quod solum ad preces alicujus fit, gratis fieri videtur: et ita non videtur locum habere simonia, quae in emptione vel venditione consistit. Sed munus a lingua intelligitur si quis ad preces alicujus ecclesiasticum beneficium conferat. Ergo hoc non est simoniacum.
3. Wat alleen op verzoek van iemand gebeurt, schijnt om niet te gebeuren en zoo schijnt er geen simonie bij te zijn, omdat er geen koop en verkoop is. Maar men verstaat onder een geschenk door voorspraak, als men op verzoek van iemand een beneficie verleent. Dus is dat geen simonie.3. Wat alleen op verzoek van iemand gebeurt, schijnt om niet te gebeuren en zo schijnt er geen simonie bij te zijn, omdat er geen koop en verkoop is. Maar men verstaat onder een geschenk door voorspraak, als men op verzoek van iemand een beneficie verleent. Dus is dat geen simonie.
4. Praeterea, hypocritae spiritualia opera faciunt ut laudem humanam consequantur, quae ad munus linguae pertinere videtur. Nec tamen hypocritae dicuntur simoniaci. Non ergo per munus a lingua simonia contrahitur.
4. Schijnheiligen doen geestelijke werken om door de menschen geprezen te worden; en dat schijnt een van de z.g. geschenken van den mond te zijn. Nu noemt men schijnheiligen geen bedrijvers van simonie. Dus ontstaat er geen simonie, als er een z.g. geschenk van den mond bij is.4. Schijnheiligen doen geestelijke werken om door de mensen geprezen te worden; en dat schijnt een van de zgn. geschenken van de mond te zijn. Nu noemt men schijnheiligen geen bedrijvers van simonie. Dus ontstaat er geen simonie, als er een zgn. geschenk van de mond bij is.
Sed contra est quod Urbanus Papa dicit [epist. ad Lucium et hab. can.: Salvator, 1, q. 3] : « Quisquis res ecclesiasticas, non ad quod institutae sunt, sed ad propria lucra, munere linguae vel indebiti obsequii vel pecuniae largitur vel adipiscitur, simoniacus est ».
Maar daartegenover staat, wat Paus Urbanus II zegt: « Iedereen, die kerkelijke zaken, niet om het doel waarvoor zij ingesteld zijn, maar om eigen voordeel, voor een geschenk met den mond of dienstbetoon of geld, geeft of ontvangt, bedrijft simonie. »Maar daartegenover staat, wat Paus Urbanus II zegt: “Iedereen, die kerkelijke zaken, niet om het doel waarvoor zij ingesteld zijn, maar om eigen voordeel, voor een geschenk met de mond of dienstbetoon of geld, geeft of ontvangt, bedrijft simonie.”
488Respondeo dicendum quod, sicut supra dictum est [art. 2]. nomine pecuniae intelligitur « cujuscumque pretium quod pecunia mensurari potest ». Manifestum est autem quod obsequium hominis ad aliquam utilitatem ordinatur quae potest pretio pecuniae aestimari: unde et pecunia mercede ministri conducuntur. Et ideo idem est quod aliquis det rem spiritualem pro aliquo obsequio temporali exhibito vel exhibendo ac si daret pro pecunia, data vel promissa, qua illud obsequium aestimari posset. Similiter etiam quod aliquis satisfacit precibus alicujus ad temporalem gratiam quaerendam, ordinatur ad aliquam utilitatem quae potest pecuniae pretio aestimari. Et ideo sicut contrahitur simonia accipiendo pecuniam vel quamlibet aliam rem exteriorem, quod pertinet ad « munus a manu », ita etiam contrahitur per « munus a lingua », vel « ab obsequio ».
488Leerstelling. — Zooals boven (2e Art.) gezegd is, verstaat men onder geld « alles, waarvan de prijs in geld kan worden afgemeten. » Nu is het duidelijk, dat het dienstbetoon van een mensch nuttig is voor iets, welks waarde in geld kan worden bepaald; daarom ook worden dienaars gehuurd voor loon in geld. En daarom is het geven van iets geestelijks voor bewezen tijdelijken dienst hetzelfde als het geven ervan voor het gegeven of beloofde geld, waarop de waarde van dien dienst kan worden geschat. Ook dat iemand aan het verzoek van een ander om een tijdelijke gunst te verkrijgen voldoet, heeft nut voor iets, welks prijs men in geld kan schatten. En zooals men dus simonie pleegt door het aannemen van geld of welke uiterlijke zaak ook, wat onder de geschenken uit de hand valt, gebeurt dat daarom ook bij een geschenk van den mond of van dienstbetoon.488Leerstelling. — Zoals boven (2e Art.) gezegd is, verstaat men onder geld “alles, waarvan de prijs in geld kan worden afgemeten.” Nu is het duidelijk, dat het dienstbetoon van een mens nuttig is voor iets, welks waarde in geld kan worden bepaald; daarom ook worden dienaars gehuurd voor loon in geld. En daarom is het geven van iets geestelijks voor bewezen tijdelijken dienst hetzelfde als het geven ervan voor het gegeven of beloofde geld, waarop de waarde van die dienst kan worden geschat. Ook dat iemand aan het verzoek van een ander om een tijdelijke gunst te verkrijgen voldoet, heeft nut voor iets, welks prijs men in geld kan schatten. En zoals men dus simonie pleegt door het aannemen van geld of welke uiterlijke zaak ook, wat onder de geschenken uit de hand valt, gebeurt dat daarom ook bij een geschenk van de mond of van dienstbetoon.
Ad primum ergo dicendum quod si aliquis clericus alicui praelato impendat obsequium honestum ad spiritualia ordinatum, puta ad ecclesiae utilitatem vel ministrorum ejus auxilium, ex ipsa devotione obsequii redditur dignus ecclesiastico beneficio, sicut et propter alia bona opera. Unde non 489intelligitur esse munus ab obsequio. Et in hoc casu loquitur Gregorius. Si vero sit inhonestum obsequium. vel ad carnalia ordinatum, puta quia servivit praelato ad utilitatem consanguineorum suorum vel patrimonii sui, vel ad aliquid hujusmodi, erit munus ab obsequio, et est simoniacum.
Antwoord op de Bedenkingen. — 1. Als een geestelijke een prelaat het verplichte dienstbetoon bewijst, dat een geestelijk doel heeft, b. v. tot nut van de kerk of hulp van haar bedienaars, dan wordt hij door de toewijding van dat dienstbetoon zelf een kerkelijk beneficie waardig evenals om andere goede werken. 489Daarom rekent men dat niet onder de geschenken door dienstbetoon. En over dat geval spreekt Gregorius. — Als het echter geen goed dienstbetoon is, maar een tijdelijk doel heeft b. v. als men een prelaat zou dienen tot nut van zijn verwanten of erfdeel of iets dergelijks, dan zou het een geschenk van dienstbetoon zijn en simonie.Antwoord op de Bedenkingen. — 1. Als een geestelijke een prelaat het verplichte dienstbetoon bewijst, dat een geestelijk doel heeft, bv. tot nut van de kerk of hulp van haar bedienaars, dan wordt hij door de toewijding van dat dienstbetoon zelf een kerkelijk beneficie waardig evenals om andere goede werken. 489Daarom rekent men dat niet onder de geschenken door dienstbetoon. En over dat geval spreekt Gregorius. — Als het echter geen goed dienstbetoon is, maar een tijdelijk doel heeft bv. als men een prelaat zou dienen tot nut van zijn verwanten of erfdeel of iets dergelijks, dan zou het een geschenk van dienstbetoon zijn en simonie.
Ad secundum dicendum quod si aliquis aliquid spirituale alicui conferat gratis propter consanguinitatem, vel quamcumque carnalem affectionem, est quidem illicita et carnalis collatio, non tamen simoniaca: quia nihil ibi accipitur, unde hoc non pertinet ad contractum emptionis et venditionis, in quo fundatur simonia. Si tamen aliquis det beneficium ecclesiasticum alicui hoc pacto, vel intentione, ut exinde suis consanguineis provideat, est manifesta simonia.
2. Als iemand aan een ander om niet iets geestelijks geeft, om reden van bloedverwantschap of eenige andere natuurlijke liefde, dan zou dat geven wel ongeoorloofd en vleeschelijk, maar geen simonie zijn; omdat er niets gekregen wordt en het dus niet onder een verbintenis van koop en verkoop valt, waarop de simonie berust. Geeft men echter iemand een kerkelijk beneficie op deze voorwaarde of met deze bedoeling, dat hij voor zijn bloedverwanten zorgt, dan is het duidelijk simonie.2. Als iemand aan een ander om niet iets geestelijks geeft, om reden van bloedverwantschap of enige andere natuurlijke liefde, dan zou dat geven wel ongeoorloofd en vleselijk, maar geen simonie zijn; omdat er niets gekregen wordt en het dus niet onder een verbintenis van koop en verkoop valt, waarop de simonie berust. Geeft men echter iemand een kerkelijk beneficie op deze voorwaarde of met deze bedoeling, dat hij voor zijn bloedverwanten zorgt, dan is het duidelijk simonie.
Ad tertium dicendum quod munus a lingua dicitur vel ipsa laus pertinens ad favorem humanum, qui sub pretio cadit: vel etiam preces ex quibus acquiritur favor humanus, vel contrarium evitatur. Et ideo si aliquis principaliter ad hoc intendit, simoniam committit. Videtur autem ad hoc principaliter intendere qui preces pro indigno 490porrectas exaudit. Unde ipsum factum est simoniacum. Si autem preces pro digno porrigantur, ipsum factum non est simoniacum: quia subest debita causa ex qua illi pro quo preces porriguntur, spirituale aliquid confertur. Tamen potest esse simonia in intentione, si non attendatur ad dignitatem personae, sed ad favorem humanum. Si vero aliquis pro se rogat ut obtineat curam animarum, ex ipsa praesumptione redditur indignus: et sic preces sunt pro indigno. Licite tamen potest aliquis, si sit indigens, pro se beneficium ecclesiasticum petere sine cura animarum.
3. Een geschenk met den mond noemt men ofwel den lof zelf, die onder gunst bij de menschen valt en die men op een prijs kan schatten, ofwel een verzoek, waardoor men een gunst van menschen krijgt of het tegendeel wordt voorkomen. En als iemand dat vooral bedoelt, pleegt hij simonie. Wie nu een voor een onwaardige gedaan verzoek verhoort, schijnt dit vooral te bedoelen; en daarom is zoo'n feit simonie. Wordt het verzoek echter voor een waardige 490gedaan, dan is het feit zelf geen simonie, omdat hij, tot wien het verzoek wordt gericht, een goede reden heeft om iets geestelijks te verleenen. Maar in de bedoeling kan simonie bestaan, als men niet op de waardigheid van den persoon let, maar op de gunst bij de menschen. — Vraagt iemand echter voor zichzelf om zielzorg te verkrijgen, dan maakt die aanmatiging hem onwaardig; en zoo is het een verzoek voor een onwaardige. Maar het is geoorloofd, ook al is men onwaardig, voor zichzelf een beneficie zonder zielzorg te vragen.3. Een geschenk met de mond noemt men ofwel de lof zelf, die onder gunst bij de mensen valt en die men op een prijs kan schatten, ofwel een verzoek, waardoor men een gunst van mensen krijgt of het tegendeel wordt voorkomen. En als iemand dat vooral bedoelt, pleegt hij simonie. Wie nu een voor een onwaardige gedaan verzoek verhoort, schijnt dit vooral te bedoelen; en daarom is zo'n feit simonie. Wordt het verzoek echter voor een waardige 490gedaan, dan is het feit zelf geen simonie, omdat hij, tot wie het verzoek wordt gericht, een goede reden heeft om iets geestelijks te verlenen. Maar in de bedoeling kan simonie bestaan, als men niet op de waardigheid van de persoon let, maar op de gunst bij de mensen. — Vraagt iemand echter voor zichzelf om zielzorg te verkrijgen, dan maakt die aanmatiging hem onwaardig; en zo is het een verzoek voor een onwaardige. Maar het is geoorloofd, ook al is men onwaardig, voor zichzelf een beneficie zonder zielzorg te vragen.
Ad quartum dicendum quod hypocrita non dat aliquid spirituale propter laudem, sed solum demonstrat: et simulando magis furtive surripit laudem humanam quam emat. Unde non videtur pertinere ad vitium simoniae.
4. Een schijnheilige geeft niet iets geestelijks om geprezen te worden, maar toont alleen iets; en door den schijn aan te nemen steelt hij eerder in het geheim den lof van menschen dan dat hij dezen koopt. Daarom schijnt dit niet onder de zonde van simonie te vallen.4. Een schijnheilige geeft niet iets geestelijks om geprezen te worden, maar toont alleen iets; en door de schijn aan te nemen steelt hij eerder in het geheim de lof van mensen dan dat hij deze koopt. Daarom schijnt dit niet onder de zonde van simonie te vallen.
Utrum sit conveniens simoniaci poena ut privetur eo quod per simoniam acquisivit
Is het een goede straf voor den pleger van simonie, als wat hij door simonie kreeg hem ontnomen wordt?Is het een goede straf voor de pleger van simonie, als wat hij door simonie kreeg hem ontnomen wordt?
Ad sextum sic proceditur. Videtur quod non sit conveniens simoniaci 491poena ut privetur eo quod per simoniam acquisivit. Simonia enim committitur ex eo quod alicujus muneris interventu spiritualia acquiruntur. Sed quaedam sunt spiritualia quae semel adepta, non possunt amitti sicut omnes characteres, qui per aliquam consecrationem imprimuntur. Ergo non est conveniens poena ut quis privetur eo quod simoniace acquisivit.
Bedenkingen. — Men beweert, dat het ontnemen van het 491door simonie verkregene voor den pleger van simonie geen geschikte straf is. — 1. Want men bedrijft simonie door voor een geschenk iets geestelijks te krijgen. Nu zijn er geestelijke dingen, die als men ze eenmaal gekregen heeft, niet meer verloren kunnen worden, zooals alle merkteekens, die door een wijding worden ingedrukt. Dus is het geen goede straf als men van wat men door simonie kreeg, beroofd wordt.Bedenkingen. — Men beweert, dat het ontnemen van het 491door simonie verkregene voor de pleger van simonie geen geschikte straf is. — 1. Want men bedrijft simonie door voor een geschenk iets geestelijks te krijgen. Nu zijn er geestelijke dingen, die als men ze eenmaal gekregen heeft, niet meer verloren kunnen worden, zoals alle merktekens, die door een wijding worden ingedrukt. Dus is het geen goede straf als men van wat men door simonie kreeg, beroofd wordt.
2. Praeterea, contingit quandoque quod ille qui est episcopatum per simoniam adeptus, praecipiat subdito ut ab eo recipiat ordines: et videtur quod ei debeat obedire quamdiu ab Ecclesia toleratur. Sed nullus debet aliquid recipere ab eo qui non habet potestatem conferendi. Ergo Episcopus non amittit episcopalem potestatem si eam simoniace acquisivit.
2. Soms gebeurt het, dat wie door simonie bisschop werd, een onderdaan beveelt van hem de wijdingen te ontvangen; en het schijnt, dat men hem moet gehoorzamen, zoolang de Kerk hem duldt. Maar niemand mag iets van hem ontvangen, die geen macht heeft om te geven. Dus verliest een bisschop de bisschoppelijke macht niet, als hij deze door simonie kreeg.2. Soms gebeurt het, dat wie door simonie bisschop werd, een onderdaan beveelt van hem de wijdingen te ontvangen; en het schijnt, dat men hem moet gehoorzamen, zolang de Kerk hem duldt. Maar niemand mag iets van hem ontvangen, die geen macht heeft om te geven. Dus verliest een bisschop de bisschoppelijke macht niet, als hij deze door simonie kreeg.
3. Praeterea, nullus debet puniri pro eo quod non est factum eo sciente et volente: quia poena debetur peccato, quod est voluntarium, ut ex supra dictis patet [1-2. q. 74. art. 1 .et 2]. Contingit autem quandoque quod aliquis simoniace consequitur aliquid spirituale procurantibus aliis, eo nesciente et nolente. Ergo non debet puniri per privationem ejus quod ei collatum est.
3. Niemand mag gestraft worden voor wat zonder zijn kennis en instemming geschiedde, omdat men voor de zonde straf verdient en deze iets vrijwilligs is, zooals uit het vroeger gezegde (I-II. 74e Kw. 1e Art.) blijkt. Nu gebeurt het soms, dat iemand wel door simonie iets geestelijks krijgt, maar door het werk van anderen, terwijl hij het niet weet en niet wil. Dus moet hij niet gestraft worden door hem te ontnemen, wat hij kreeg.3. Niemand mag gestraft worden voor wat zonder zijn kennis en instemming geschiedde, omdat men voor de zonde straf verdient en deze iets vrijwilligs is, zoals uit het vroeger gezegde (1-2 74e Kw. 1e Art.) blijkt. Nu gebeurt het soms, dat iemand wel door simonie iets geestelijks krijgt, maar door het werk van anderen, terwijl hij het niet weet en niet wil. Dus moet hij niet gestraft worden door hem te ontnemen, wat hij kreeg.
4. Praeterea, nullus debet reportare commodum de suo peccato. Sed 492si ille qui consecutus est beneficium ecclesiasticum per simoniam, restitueret quod percepit, quandoque hoc redundaret in utilitatem eorum qui fuerunt simoniae participes: puta quando praelatus et totum collegium in simoniam consensit. Ergo non semper est restituendum quod per simoniam acquiritur.
4. Niemand moet van zijn zonde voordeel hebben. Maar als 492hij, die door simonie een kerkelijk beneficie kreeg, zou teruggeven wat hij gekregen had, dan zou dat soms voor hen nuttig zijn, die aan de simonie medeplichtig waren, b. v. als een prelaat en het geheele college in de simonie hadden toegestemd. Dus moet men niet altijd teruggeven, wat men door simonie kreeg.4. Niemand moet van zijn zonde voordeel hebben. Maar als 492hij, die door simonie een kerkelijk beneficie kreeg, zou teruggeven wat hij gekregen had, dan zou dat soms voor hen nuttig zijn, die aan de simonie medeplichtig waren, bv. als een prelaat en het gehele college in de simonie hadden toegestemd. Dus moet men niet altijd teruggeven, wat men door simonie kreeg.
5. Praeterea, quandoque aliquis per simoniam in aliquo monasterio recipitur et votum solemne ibi facit profitendo. Sed nullus debet absolvi ab obligatione voti propter culpam commissam. Ergo non debet monachus quod simoniace acquisivit amittere.
5. Soms wordt iemand door simonie in een klooster opgenomen en heeft daar de plechtige geloften afgelegd. Nu moet niemand om een begane schuld van de verplichting van een gelofte worden ontslagen. Dus moet hij zijn kloosterstaat, die hij door simonie kreeg, niet verliezen.
6. Praeterea, exterior poena in hoc mundo non infligitur pro interiori motu cordis, de quo solius Dei est judicare. Sed simonia committitur ex sola intentione vel voluntate: unde et per voluntatem definitur, ut dictum est [art. 1 huj. q.]. Ergo non debet semper aliquis privari eo quod simoniace acquisivit.
6. Een uiterlijke straf wordt in deze wereld niet opgelegd voor iets innerlijks van het hart, waarover alleen God oordeelt. Nu wordt simonie alleen door de bedoeling en het te willen gepleegd; en daarom is ook de wil in de definitie opgenomen, zooals boven (1e Art.) is gezegd. Dus moet men niet altijd beroofd worden van wat men door simonie verkreeg.6. Een uiterlijke straf wordt in deze wereld niet opgelegd voor iets innerlijks van het hart, waarover alleen God oordeelt. Nu wordt simonie alleen door de bedoeling en het te willen gepleegd; en daarom is ook de wil in de definitie opgenomen, zoals boven (1e Art.) is gezegd. Dus moet men niet altijd beroofd worden van wat men door simonie verkreeg.
7. Praeterea, multo majus est promoveri ad majora quam in susceptis permanere. Sed quandoque simoniaci, ex dispensatione, promoventur ad majora. Ergo non semper debent susceptis privari.
7. Het staat veel hooger tot iets hoogers bevorderd te worden dan te blijven in wat men ontving. Nu worden bedrijvers van simonie soms krachtens een dispensatie tot iets hoogers bevorderd. Dus moeten zij niet altijd van wat zij ontvingen beroofd worden.7. Het staat veel hoger tot iets hogers bevorderd te worden dan te blijven in wat men ontving. Nu worden bedrijvers van simonie soms krachtens een dispensatie tot iets hogers bevorderd. Dus moeten zij niet altijd van wat zij ontvingen beroofd worden.
493Sed contra est quod dicitur 1, q. 1, cap. Si quis Episcopus: « Qui ordinatus est, nihil ex ordinatione vel promotione quae est per negotiationem facta, proficiat: sed sit alienus a dignitate vel solicitudine quam pecuniis acquisivit ».
493Maar daartegenover staat de bepaling van het recht: « Wie gewijd is, mag geen voordeel hebben van de door handel geschiede wijding of bevordering; maar hij moet van de door geld verkregen waardigheid of bediening verwijderd worden. »493Maar daartegenover staat de bepaling van het recht: “Wie gewijd is, mag geen voordeel hebben van de door handel geschiede wijding of bevordering; maar hij moet van de door geld verkregen waardigheid of bediening verwijderd worden.”
Respondeo dicendum quod nullus potest licite retinere id quod contra voluntatem domini acquisivit: puta si aliquis dispensator de rebus domini sui daret alicui contra voluntatem et ordinationem domini sui, ille qui acciperet licite retinere non posset. Dominus autem, cujus ecclesiarum praelati sunt dispensatores et ministri, ordinavit ut spiritualia gratis darentur secundum illud Matth. 10. [v. 8] : « Gratis accepistis, gratis date ». Et ideo qui muneris interventu spiritualia quaecumque assequitur, ea licite retinere non potest.
Leerstelling. — Het staat niemand vrij te behouden, wat hij tegen den wil van den heer verkregen heeft, b. v. wanneer een bestuurder iets van de bezittingen van zijn heer tegen den wil en beschikkingen van hem aan iemand gaf, zou hij, die het kreeg, het niet mogen behouden. Nu heeft de Heer Wiens uitdeelers en dienaars de kerkelijke prelaten zijn, bepaald, dat het geestelijke om niet zou worden gegeven volgens Mattheus (10. 8) : « Gij hebt om niet ontvangen; geeft ook om niet. » En daarom mogen zij, die door geschenken iets geestelijks hebben verkregen, dit niet behouden.Leerstelling. — Het staat niemand vrij te behouden, wat hij tegen de wil van de heer verkregen heeft, bv. wanneer een bestuurder iets van de bezittingen van zijn heer tegen de wil en beschikkingen van hem aan iemand gaf, zou hij, die het kreeg, het niet mogen behouden. Nu heeft de Heer Wiens uitdelers en dienaars de kerkelijke prelaten zijn, bepaald, dat het geestelijke om niet zou worden gegeven volgens Matteüs (10, 8): “Gij hebt om niet ontvangen; geeft ook om niet.” En daarom mogen zij, die door geschenken iets geestelijks hebben verkregen, dit niet behouden.
Insuper autem simoniaci, tam vendentes quam ementes spiritualia, aut etiam mediatores, aliis poenis puniuntur: scilicet infamia et depositione, si sint clerici; et excommunicatione, si sint laici; ut habetur 1, q. 1, cap. Si quis episcopus.
Bovendien worden de bedrijvers van simonie, zoowel zij die koopen, als die verkoopen, alsook de bemiddelaars, met andere straffen bestraft, nl. met eerloosheid en afzetting, als zij geestelijken zijn, en met excommunicatie, als het leeken zijn, zooals het recht bepaalt.Bovendien worden de bedrijvers van simonie, zowel zij die kopen, als die verkopen, alsook de bemiddelaars, met andere straffen bestraft, nl. met eerloosheid en afzetting, als zij geestelijken zijn, en met excommunicatie, als het leken zijn, zoals het recht bepaalt.
494Ad primum ergo dicendum quod ille qui simoniace recipit sacrum ordinem, recipit quidem characterem ordinis, propter efficatiam sacramenti: non tamen recipit gratiam, neque ordinis executionem, eo quod quasi furtive suscepit characterem, contra principalis Domini voluntatem. Et ideo est ipso jure suspensus: et quoad se, ut scilicet de executione sui ordinis se non intromittat; et quoad alios, ut scilicet nullus ei communicet in ordinis executione; sive sit peccatum ejus publicum, sive occultum. Nec potest repetere pecuniam quam turpiter dedit: licet alius injuste detineat. Si vero sit simoniacus quia contulit ordinem simoniace, vel quia dedit vel recepit beneficium simoniace, vel fuit mediator simoniae: si est publicum, est ipso jure suspensus et quoad se et quoad alios; si quando est occultum, est suspensus ipso jure quoad se tantum, non autem quoad alios.
494Antwoord op de Bedenkingen. — 1. Wie door simonie een heilige wijding ontvangt, krijgt wel door de kracht van het Sacrament het merkteeken van de wijding, maar hij krijgt noch de genade, noch het mogen uitoefenen van het gewijde ambt, omdat hij het merkteeken als het ware door diefstal kreeg tegen den wil van den voornaamsten Heer. En daarom is hij door de bepalingen van het recht zelf geschorst, zoowel wat hem zelf betreft, dat hij zich nl. niet mag inlaten met het uitoefenen van zijn ambt, als wat anderen aangaat, zoodat niemand nl. met hem mag samenwerken in het uitoefenen, of zijn zonde nu openbaar of verborgen is. Ook kan hij het schandelijk gegeven geld niet terugvragen, ook al bezit de ander het onrechtvaardig. Bedrijft iemand echter simonie door op deze manier een wijding toe te dienen of een ambt te vergeven of te ontvangen of erbij te bemiddelen, en is dat openlijk bekend, dan is hij krachtens de bepalingen van het recht zelf, zoowel wat hem zelf als wat anderen betreft, geschorst; is het echter verborgen, dan is hij krachtens het recht zelf alleen wat hem zelf, niet wat anderen betreft, geschorst.494Antwoord op de Bedenkingen. — 1. Wie door simonie een heilige wijding ontvangt, krijgt wel door de kracht van het Sacrament het merkteken van de wijding, maar hij krijgt noch de genade, noch het mogen uitoefenen van het gewijde ambt, omdat hij het merkteken als het ware door diefstal kreeg tegen de wil van de voornaamste Heer. En daarom is hij door de bepalingen van het recht zelf geschorst, zowel wat hemzelf betreft, dat hij zich nl. niet mag inlaten met het uitoefenen van zijn ambt, als wat anderen aangaat, zodat niemand nl. met hem mag samenwerken in het uitoefenen, of zijn zonde nu openbaar of verborgen is. Ook kan hij het schandelijk gegeven geld niet terugvragen, ook al bezit de ander het onrechtvaardig. Bedrijft iemand echter simonie door op deze manier een wijding toe te dienen of een ambt te vergeven of te ontvangen of erbij te bemiddelen, en is dat openlijk bekend, dan is hij krachtens de bepalingen van het recht zelf, zowel wat hemzelf als wat anderen betreft, geschorst; is het echter verborgen, dan is hij krachtens het recht zelf alleen wat hemzelf, niet wat anderen betreft, geschorst.
Ad secundum dicendum quod nec propter praeceptum ejus, nec etiam propter excommunicationem, debet aliquis recipere ordinationem ab episcopo quem scit simoniace promotum. Et si ordinetur, non recipit ordinis 495executionem, etiam si ignoraret eum esse simoniacum: sed indiget dispensatione. Quamvis quidam dicunt quod, si non potest probare eum esse simoniacum, debet obedire recipiendo ordinem, sed non debet exequi sine dispensatione. Sed hoc absque ratione dicitur. Quia nullus debet obedire alicui ad communicandum sibi in facto illicito. Ille autem qui est ipso jure suspensus et quoad se et quoad alios, illicite confert ordinem. Unde nullus debet sibi communicare recipiendo ab eo, quaecumque ex causa. Si autem ei non constat, non debet peccatum credere alterius: et ita cum bona conscientia debet ab eo ordinem recipere.
2. Noch om zijn bevel, noch om den ban mag men een wijding van een bisschop ontvangen, waarvan men weet, dat hij door simonie tot dat ambt verheven is. En als hij gewijd wordt, dan krijgt hij de uitoefening van zijn ambt niet, ook als hij met de 495simonie onbekend is, maar heeft hij dispensatie noodig. — Weliswaar zeggen sommigen, dat men, als men de simonie niet kan bewijzen, moet gehoorzamen en de wijding ontvangen, maar die niet zonder dispensatie uitoefenen. — Dat zegt men echter zonder grond. Want niemand mag aan iemand gehoorzamen om met hem in iets ongeoorloofds mee te werken. Hij nu, die zoowel wat hemzelf als wat anderen betreft geschorst is, mag geen wijding toedienen. Daarom mag niemand met hem meewerken door iets van hem te ontvangen om welke reden ook. Is het echter niet zeker, dan moet hij de zonde van een ander niet gelooven; en daarom moet hij met een goed geweten van hem de wijding ontvangen.2. Noch om zijn bevel, noch om de ban mag men een wijding van een bisschop ontvangen, waarvan men weet, dat hij door simonie tot dat ambt verheven is. En als hij gewijd wordt, dan krijgt hij de uitoefening van zijn ambt niet, ook als hij met de 495simonie onbekend is, maar heeft hij dispensatie nodig. — Weliswaar zeggen sommigen, dat men, als men de simonie niet kan bewijzen, moet gehoorzamen en de wijding ontvangen, maar die niet zonder dispensatie uitoefenen. — Dat zegt men echter zonder grond. Want niemand mag aan iemand gehoorzamen om met hem in iets ongeoorloofds mee te werken. Hij nu, die zowel wat hemzelf als wat anderen betreft geschorst is, mag geen wijding toedienen. Daarom mag niemand met hem meewerken door iets van hem te ontvangen om welke reden ook. Is het echter niet zeker, dan moet hij de zonde van een ander niet geloven; en daarom moet hij met een goed geweten van hem de wijding ontvangen.
Si autem episcopus sit simoniacus aliquo alio modo quam per promotionem suam simoniace factam, potest ab eo ordinem recipere, si sit occultum: quia non est suspensus quoad alios, sed solum quoad seipsum, ut dictum est [in solut. praec.].
Pleegt een bisschop echter op een andere manier simonie dan door het door simonie krijgen van zijn verheffing, dan kan men van hem, als het verborgen is, de wijding ontvangen, want zooals is gezegd, is hij niet wat anderen, maar alleen wat hemzelf betreft, gesuspendeerd.Pleegt een bisschop echter op een andere manier simonie dan door het door simonie krijgen van zijn verheffing, dan kan men van hem, als het verborgen is, de wijding ontvangen, want zoals is gezegd, is hij niet wat anderen, maar alleen wat hemzelf betreft, gesuspendeerd.
Ad tertium dicendum quod ad hoc aliquis privetur eo quod accepit. non solum est poena peccati, sed etiam quandoque est effectus acquisitionis injustae: puta cum aliquis emit rem aliquam ab eo qui vendere non potest. Et ideo si aliquis scienter et propria sponte simoniace accipiat ordinem vel 496ecclesiasticum beneficium, non solum privatur eo quod accepit, ut scilicet careat executione ordinis et beneficium resignet cum fructibus inde perceptis; sed etiam ulterius punitur, quia notatur infamia; et tenetur ad restituendos fructus non solum perceptos. sed etiam eos qui percipi potuerunt a possessore diligenti (quod tamen intelligendum est de fructibus qui supersunt deductis expensis factis causa fructuum, exceptis fructibus illis qui alias expensi sunt in utilitatem ecclesiae). Si vero. eo nesciente nec volente, per alios alicujus promotio simoniace procuratur, caret quidem ordinis executione, et tenetur resignare beneficium quod est consecutus, cum fructibus extantibus (non autem tenetur restituere fructus consumptos, quia bona fide possedit) : nisi forte inimicus ejus fraudulenter pecuniam daret pro alicujus promotione, vel nisi ipse expresse contradixerit. Tunc enim non tenetur ad renuntiandum: nisi forte postmodum pacto consenserit, solvendo quod fuit promissum.
3. Dat iemand verliest wat hij kreeg, is niet alleen straf voor zijn zonde, maar soms ook een gevolg van het onrechtmatig krijgen; b. v. als iemand iets koopt van wie het niet kan verkoopen. En als iemand dus wetens en willens door simonie een wijding of een kerkelijk beneficie krijgt, dan verliest hij niet alleen wat hij 496kreeg, nl. dat hij zijn wijding niet uitoefent en van het beneficie met de daaruit ontvangen inkomsten afstand doet, maar hij wordt ook nog verder bestraft, omdat hij eerloos wordt verklaard en niet alleen de ontvangen inkomsten moet teruggeven, maar ook de inkomsten, die een ijverig bezitter kon ontvangen; (maar dat moet men nemen van de inkomsten, die overblijven na aftrek van de om de inkomsten gemaakte onkosten en met uitzondering van die inkomsten, die op een andere manier tot nut van de kerk zijn besteed.) Als anderen echter iemands bevordering buiten zijn wil en voorkennis door simonie bewerken, dan mag hij zijn wijding wel niet uitoefenen en moet hij van zijn beneficie met de nog uitstaande inkomsten afstand doen (maar hij behoeft de verteerde inkomsten niet terug te geven, omdat hij ze te goeder trouw bezat) ; behalve als zijn vijand bedrieglijk geld gaf voor zijn bevordering of als hij zich uitdrukkelijk heeft verzet. Want dan behoeft hij geen afstand te doen, tenzij hij later in de overeenkomst toestemde door het beloofde te betalen.3. Dat iemand verliest wat hij kreeg, is niet alleen straf voor zijn zonde, maar soms ook een gevolg van het onrechtmatig krijgen; bv. als iemand iets koopt van wie het niet kan verkopen. En als iemand dus wetens en willens door simonie een wijding of een kerkelijk beneficie krijgt, dan verliest hij niet alleen wat hij 496kreeg, nl. dat hij zijn wijding niet uitoefent en van het beneficie met de daaruit ontvangen inkomsten afstand doet, maar hij wordt ook nog verder bestraft, omdat hij eerloos wordt verklaard en niet alleen de ontvangen inkomsten moet teruggeven, maar ook de inkomsten, die een ijverig bezitter kon ontvangen; (maar dat moet men nemen van de inkomsten, die overblijven na aftrek van de om de inkomsten gemaakte onkosten en met uitzondering van die inkomsten, die op een andere manier tot nut van de kerk zijn besteed.) Als anderen echter iemands bevordering buiten zijn wil en voorkennis door simonie bewerken, dan mag hij zijn wijding wel niet uitoefenen en moet hij van zijn beneficie met de nog uitstaande inkomsten afstand doen (maar hij behoeft de verteerde inkomsten niet terug te geven, omdat hij ze te goeder trouw bezat); behalve als zijn vijand bedrieglijk geld gaf voor zijn bevordering of als hij zich uitdrukkelijk heeft verzet. Want dan behoeft hij geen afstand te doen, tenzij hij later in de overeenkomst toestemde door het beloofde te betalen.
Ad quartum dicendum quod pecunia, vel possessio, vel fructus simoniace accepti debent restitui ecclesiae in cujus injuriam data fuerunt, non obstante quod praelatus, vel aliquis de collegio illius ecclesiae, fuit in culpa: 497quia eorum peccatum non debet aliis nocere. Ita tamen quod quantum fieri potest, ipsi qui peccaverunt inde commodum non consequantur. Si vero praelatus et totum collegium sunt in culpa, tunc debet cum auctoritate superioris, vel pauperibus vel alteri ecclesiae erogari.
4. Geld en bezittingen en inkomsten, die door simonie gekregen zijn, moeten aan de kerk, ten nadeele waarvan zij vergeven zijn, worden teruggegeven, ondanks het feit, dat de prelaat of iemand van het college van die kerk schuldig was, omdat hun zonde 497anderen niet mag schaden. Het moet echter voor zoover het kan zoo gaan, dat zij die gezondigd hebben daaruit geen voordeel trekken. — Hebben echter zoowel de prelaat als geheel het college schuld, dan moet het op gezag van de overheid voor de armen of voor een andere kerk worden besteed4. Geld en bezittingen en inkomsten, die door simonie gekregen zijn, moeten aan de kerk, ten nadele waarvan zij vergeven zijn, worden teruggegeven, ondanks het feit, dat de prelaat of iemand van het college van die kerk schuldig was, omdat hun zonde 497anderen niet mag schaden. Het moet echter voor zover het kan zo gaan, dat zij die gezondigd hebben daaruit geen voordeel trekken. — Hebben echter zowel de prelaat als geheel het college schuld, dan moet het op gezag van de overheid voor de armen of voor een andere kerk worden besteed
Ad quintum dicendum quod si aliqui sunt in monasterio simoniace recepti, debent abrenuntiare. Et si his scientibus commissa est simonia post Concilium generale, sine spe restitutionis de monasterio suo repellantur, et ad agendam perpetuam poenitentiam sunt in arctiori regula ponendi. vel in aliquo loco ejusdem ordinis, si arctior ordo non inveniretur. Si vero hoc fuit ante Concilium, debent in aliis locis ejusdem ordinis collocari. Et si hoc fieri non potest, dispensative debent in eisdem monasteriis recipi, ne in saeculo evagentur: mutatis tamen prioribus locis et inferioribus assignatis.
5. Zijn er door simonie in een klooster opgenomen, dan moeten zij daar afstand van doen. En hebben zij wetens na het Algemeen Concilie (het 4e van Lateranen) simonie bedreven, dan moeten zij zonder hoop op herstel uit hun klooster worden verdreven en om voor altijd boetvaardigheid te doen onder een strengeren regel worden geplaatst of in een ander klooster van dezelfde orde, als er geen strengere regel is. — Gebeurde het echter vóór het Concilie, dan moeten zij naar andere kloosters van dezelfde orde worden verplaatst. En kan dat niet, dan moeten zij met dispensatie in dezelfde kloosters worden opgenomen, opdat zij niet in de wereld blijven rondzwerven, maar zij moeten een andere plaats krijgen en hun moet een lagere worden aangewezen.5. Zijn er door simonie in een klooster opgenomen, dan moeten zij daar afstand van doen. En hebben zij wetens na het Algemeen Concilie (het vierde van Lateranen) simonie bedreven, dan moeten zij zonder hoop op herstel uit hun klooster worden verdreven en om voor altijd boetvaardigheid te doen onder een strengeren regel worden geplaatst of in een ander klooster van dezelfde orde, als er geen strengere regel is. — Gebeurde het echter vóór het Concilie, dan moeten zij naar andere kloosters van dezelfde orde worden verplaatst. En kan dat niet, dan moeten zij met dispensatie in dezelfde kloosters worden opgenomen, opdat zij niet in de wereld blijven rondzwerven, maar zij moeten een andere plaats krijgen en hun moet een lagere worden aangewezen.
Si vero ipsis ignorantibus, sive ante Concilium sive post, sint simoniace recepti, postquam renuntiaverint, possunt de novo recipi, locis mutatis, ut dictum est.
Zijn zij echter, hetzij vóór hetzij na het Concilie, door simonie aangenomen, dan kunnen zij na afstand gedaan te hebben opnieuw worden aangenomen: maar zooals is gezegd met verandering van plaats.Zijn zij echter, hetzij vóór hetzij na het Concilie, door simonie aangenomen, dan kunnen zij na afstand gedaan te hebben opnieuw worden aangenomen: maar zoals is gezegd met verandering van plaats.
Ad sextum dicendum quod quoad Deum sola voluntas facit 498simoniacum: sed quoad poenam ecclesiasticam exteriorem, non punitur ut simoniacus, ut abrenuntiare teneatur, sed debet de mala intentione poenitere.
6. Bij God is het alleen al de wil die iemand tot een bedrijver 498van simonie maakt, maar wat de uitwendige straf van de Kerk betreft, wordt men niet als bedrijver van simonie bestraft, zoodat men afstand moet doen, maar moet men berouw hebben over zijn slechte bedoeling.6. Bij God is het alleen al de wil die iemand tot een bedrijver 498van simonie maakt, maar wat de uitwendige straf van de Kerk betreft, wordt men niet als bedrijver van simonie bestraft, zodat men afstand moet doen, maar moet men berouw hebben over zijn slechte bedoeling.
Ad septimum dicendum quod dispensare cum eo qui est beneficiatus simoniace scienter, solus Papa potest. In aliis autem casibus potest etiam Episcopus dispensare: ita tamen quod prius abrenuntiet quod simoniace acquisivit. Et tunc dispensationem consequatur vel parvam, ut habeat laicam communionem; vel magnam, ut, post poenitentiam, in alia ecclesia in suo ordine remaneat; vel majorem, ut remaneat in eadem, sed in minoribus ordinibus; vel maximam, ut in eadem ecclesia etiam majores ordines exequatur, non tamen praelationem accipiat.
7. Wie met zijn medeweten door simonie een beneficie kreeg, kan alleen door den Paus worden gedispenseerd. In andere gevallen echter kan ook de bisschop dispenseeren, maar zoo, dat men eerst afstand doet van wat men door simonie verkreeg. En dan krijgt men dispensatie, hetzij de kleine, zoodat men als leek weer in de genaden van de Kerk kan deelen; hetzij de groote, dat men na de boete in een andere kerk in zijn rang blijft; hetzij de nog grootere, dat men in dezelfde kerk mag blijven, maar in lager rang; hetzij de grootste, dat men in dezelfde kerk zelfs een hoogeren rang kan krijgen, maar niet het ambt van prelaat.7. Wie met zijn medeweten door simonie een beneficie kreeg, kan alleen door de Paus worden gedispenseerd. In andere gevallen echter kan ook de bisschop dispenseren, maar zo, dat men eerst afstand doet van wat men door simonie verkreeg. En dan krijgt men dispensatie, hetzij de kleine, zodat men als leek weer in de genaden van de Kerk kan delen; hetzij de grote, dat men na de boete in een andere kerk in zijn rang blijft; hetzij de nog grotere, dat men in dezelfde kerk mag blijven, maar in lager rang; hetzij de grootste, dat men in dezelfde kerk zelfs een hogeren rang kan krijgen, maar niet het ambt van prelaat.