Theologische Summa · Deel XXIII · Over de EucharistieSumma · Deel XXIII · Over de EucharistieSumma · Deel XXIIIDeel XXIII

Deel XXIII · Over de Eucharistie

P. III, q. 73–83 · Antwerpen, Geloofsverdediging, 1941

  1. Kw. 73 Over het sacrament der Eucharistie op zich genomenOver het sacrament van de Eucharistie op zich genomen
    1. Art. 1 Is de Eucharistie een sacrament?
    2. Art. 2 Is de Eucharistie één Sacrament of meerdere?
    3. Art. 3 Is dit Sacrament voor ons heil noodzakelijk?
    4. Art. 4 Doet men redelijk door dit Sacrament meerdere namen te geven?
    5. Art. 5 Was de instelling van dit Sacrament passend?
    6. Art. 6 Was het paaschlam de voornaamste voorafbeelding van dit Sacrament?Was het paaslam de voornaamste voorafbeelding van dit Sacrament?
  2. Kw. 74 Over de stof van dit Sacrament
    1. Art. 1 Is de stof van dit Sacrament brood en wijn?
    2. Art. 2 Is er voor de stof van dit Sacrament een bepaalde hoeveelheid van brood en wijn vereischt?Is er voor de stof van dit Sacrament een bepaalde hoeveelheid van brood en wijn vereist?
    3. Art. 3 Wordt er voor de stof van dit Sacrament tarwebrood vereischt?Wordt er voor de stof van dit Sacrament tarwebrood vereist?
    4. Art. 4 Moet dit Sacrament met ongedeesemd brood worden voltrokken?Moet dit Sacrament met ongedesemd brood worden voltrokken?
    5. Art. 5 Is wijn van den wijnstok de eigen stof van dit Sacrament?Is wijn van de wijnstok de eigen stof van dit Sacrament?
    6. Art. 6 Moet er water bij den wijn gevoegd worden?Moet er water bij de wijn gevoegd worden?
    7. Art. 7 Is de vermenging met water noodzakelijk voor dit Sacrament?
    8. Art. 8 Moet het water in groote hoeveelheid worden toegevoegd?Moet het water in grote hoeveelheid worden toegevoegd?
  3. Kw. 75 Over de verandering van het brood en den wijn in het Lichaam en Bloed van ChristusOver de verandering van het brood en de wijn in het Lichaam en Bloed van Christus
    1. Art. 1 Is in dit Sacrament het Lichaam van Christus in werkelijkheid tegenwoordig of alleen maar in afbeelding of teeken?Is in dit Sacrament het Lichaam van Christus in werkelijkheid tegenwoordig of alleen maar in afbeelding of teken?
    2. Art. 2 Blijft in dit Sacrament na de consecratie de zelfstandigheid van het brood en den wijn?Blijft in dit Sacrament na de consecratie de zelfstandigheid van het brood en de wijn?
    3. Art. 3 Wordt na de consecratie van dit Sacrament de zelfstandigheid van het brood vernietigd of in de oorspronkelijke stof opgelost?
    4. Art. 4 Kan het brood veranderen in het Lichaam van Christus?
    5. Art. 5 Blijven in dit Sacrament de bijkomstigheden van het brood en den wijn?Blijven in dit Sacrament de bijkomstigheden van het brood en de wijn?
    6. Art. 6 Blijft in dit Sacrament na de consecratie de zelfstandigheidsvorm van het brood?
    7. Art. 7 Gebeurt deze verandering in één oogenblik of gebeurt ze geleidelijk?Gebeurt deze verandering in één ogenblik of gebeurt ze geleidelijk?
    8. Art. 8 Is deze zin juist: Uit het brood wordt het Lichaam van Christus?
  4. Kw. 76 Over de wijze, waarop Christus in dit Sacrament tegenwoordig is
    1. Art. 1 Is de heele Christus in dit Sacrament vervat?Is de hele Christus in dit Sacrament vervat?
    2. Art. 2 Is de heele Christus vervat onder beide gedaanten van dit Sacrament?Is de hele Christus vervat onder beide gedaanten van dit Sacrament?
    3. Art. 3 Is de heele Christus tegenwoordig onder elk deel van de gedaanten van brood en wijn?Is de hele Christus tegenwoordig onder elk deel van de gedaanten van brood en wijn?
    4. Art. 4 Is de heele meetbare hoegrootheid van het Lichaam van Christus in dit Sacrament tegenwoordig?Is de hele meetbare hoegrootheid van het Lichaam van Christus in dit Sacrament tegenwoordig?
    5. Art. 5 Is het Lichaam van Christus in dit Sacrament tegenwoordig op plaatselijke wijze?
    6. Art. 6 Is het Lichaam van Christus in dit Sacrament veranderlijk?
    7. Art. 7 Kan het Lichaam van Christus, zooals het in dit Sacrament is, door eenig oog, althans door het verheerlijkt oog, gezien worden?Kan het Lichaam van Christus, zoals het in dit Sacrament is, door enig oog, althans door het verheerlijkt oog, gezien worden?
    8. Art. 8 Wanneer in dit Sacrament op wonderbare wijze vleesch of een kind verschijnt, is er dan het waarachtig Lichaam van Christus?Wanneer in dit Sacrament op wonderbare wijze vlees of een kind verschijnt, is er dan het waarachtig Lichaam van Christus?
  5. Kw. 77 Over de bijkomstigheden, die in dit Sacrament overblijven
    1. Art. 1 Blijven de bijkomstigheden in dit Sacrament over zonder subject?
    2. Art. 2 Is in dit Sacrament de meetbare hoegrootheid van het brood en den wijn het subject van de andere bijkomstigheden?Is in dit Sacrament de meetbare hoegrootheid van het brood en de wijn het subject van de andere bijkomstigheden?
    3. Art. 3 Kunnen de in dit Sacrament overblijvende gedaanten iets buiten haar veranderen?
    4. Art. 4 Kunnen de sacramenteele gedaanten vergaan?Kunnen de sacramentele gedaanten vergaan?
    5. Art. 5 Kan uit de sacramenteele gedaanten iets ontstaan?Kan uit de sacramentele gedaanten iets ontstaan?
    6. Art. 6 Kunnen de sacramenteele gedaanten voeden?Kunnen de sacramentele gedaanten voeden?
    7. Art. 7 Worden de sacramenteele gedaanten in dit Sacrament gebroken?Worden de sacramentele gedaanten in dit Sacrament gebroken?
    8. Art. 8 Kan er een vloeistof gemengd worden bij den geconsecreerden wijn?Kan er een vloeistof gemengd worden bij de geconsecreerde wijn?
  6. Kw. 78 Over den vorm van dit SacramentOver de vorm van dit Sacrament
    1. Art. 1 Is de vorm van dit Sacrament: Dit is Mijn Lichaam, en: Dit is de kelk van Mijn Bloed?
    2. Art. 2 Is dit een geschikte vorm van de consecratie van het brood: Dit is Mijn Lichaam?
    3. Art. 3 Is dit een geschikte vorm van de consecratie van den wijn: Dit is de Kelk van Mijn Bloed?Is dit een geschikte vorm van de consecratie van de wijn: Dit is de Kelk van Mijn Bloed?
    4. Art. 4 Is er in de genoemde woorden van de vormen een geschapen kracht, die de consecratie bewerkt?
    5. Art. 5 Zijn genoemde gezegdes waar?
    6. Art. 6 Heeft de vorm, waardoor het brood geconsecreerd wordt, zijn uitwerking vóór het beëindigen van den vorm, waardoor de wijn geconsecreerd wordt?Heeft de vorm, waardoor het brood geconsecreerd wordt, zijn uitwerking vóór het beëindigen van de vorm, waardoor de wijn geconsecreerd wordt?
  7. Kw. 79 Over de uitwerkselen van het Sacrament der EucharistieOver de uitwerkselen van het Sacrament van de Eucharistie
    1. Art. 1 Wordt door dit Sacrament genade meegedeeld?
    2. Art. 2 Is het uitwerksel van dit Sacrament het verwerven van de glorie?
    3. Art. 3 Is het uitwerksel van dit Sacrament de vergiffenis van de doodzonde?
    4. Art. 4 Worden door dit Sacrament de dagelijksche zonden vergeven?Worden door dit Sacrament de dagelijkse zonden vergeven?
    5. Art. 5 Wordt door dit Sacrament de heele straf van de zonde vergeven?Wordt door dit Sacrament de hele straf van de zonde vergeven?
    6. Art. 6 Wordt de mensch door dit Sacrament voor toekomstige zonden behoed?Wordt de mens door dit Sacrament voor toekomstige zonden behoed?
    7. Art. 7 Is dit Sacrament alleen nuttig voor hen die het ontvangen?
    8. Art. 8 Wordt de uitwerking van dit Sacrament belet door de dagelijksche zonde?Wordt de uitwerking van dit Sacrament belet door de dagelijkse zonde?
  8. Kw. 80 Over het gebruik of de nuttiging van dit Sacrament in het algemeen
    1. Art. 1 Moet men twee wijzen onderscheiden om het Lichaam van Christus te eten?
    2. Art. 2 Is het alleen iets van den mensch dit Sacrament geestelijk te gebruiken?Is het alleen iets van de mens dit Sacrament geestelijk te gebruiken?
    3. Art. 3 Kan alleen de rechtvaardige Christus sacramenteel eten?
    4. Art. 4 Doet de zondaar, als hij sacramenteel het Lichaam van Christus eet, een zonde?
    5. Art. 5 Is het naderen tot dit Sacrament met schuldbewustzijn de grootste van alle zonden?
    6. Art. 6 Moet de priester het Lichaam van Christus weigeren aan een er om vragenden zondaar?Moet de priester het Lichaam van Christus weigeren aan een er om vragende zondaar?
    7. Art. 7 Is een nachtelijke bevlekking voor iemand een beletsel dit Sacrament te ontvangen?
    8. Art. 8 Is vooraf genuttigde spijs of drank een beletsel voor het ontvangen van dit Sacrament?
    9. Art. 9 Mogen zij, die niet het gebruik van het verstand hebben, dit Sacrament ontvangen?
    10. Art. 10 Mag men dit Sacrament dagelijks ontvangen?
    11. Art. 11 Mag men zich heelemaal van de Communie onthouden?Mag men zich helemaal van de Communie onthouden?
    12. Art. 12 Mag men het Lichaam van Christus zonder het Bloed ontvangen?
  9. Kw. 81 Over de wijze, waarop Christus dit Sacrament heeft gebruikt
    1. Art. 1 Heeft Christus Zijn Lichaam en Bloed genuttigd?
    2. Art. 2 Heeft Christus Zijn Lichaam gegeven aan Judas?
    3. Art. 3 Heeft Christus Zijn Lichaam als onlijdbaar genuttigd en aan de leerlingen gegeven?
    4. Art. 4 Zou Christus in dit Sacrament gestorven zijn, als het tijdens Zijn dood in de ciborie was bewaard gebleven of door een der Apostelen was geconsecreerd geworden?Zou Christus in dit Sacrament gestorven zijn, als het tijdens Zijn dood in de ciborie was bewaard gebleven of door een van de Apostelen was geconsecreerd geworden?
  10. Kw. 82 Over den bedienaar van dit SacramentOver de bedienaar van dit Sacrament
    1. Art. 1 Is de consecratie van dit Sacrament eigen aan den priester?Is de consecratie van dit Sacrament eigen aan de priester?
    2. Art. 2 Kunnen verschillende priesters een en dezelfde hostie consecreeren?Kunnen verschillende priesters een en dezelfde hostie consecreren?
    3. Art. 3 Komt het alleen aan den priester toe dit Sacrament toe te dienen.Komt het alleen aan de priester toe dit Sacrament toe te dienen.
    4. Art. 4 Moet de priester, die consecreert, het Sacrament ook nuttigen?
    5. Art. 5 Kan een slecht priester de Eucharistie consecreeren?Kan een slecht priester de Eucharistie consecreren?
    6. Art. 6 Heeft de Mis van een slecht priester minder waarde dan die van een goed priester?
    7. Art. 7 Kunnen ketters, scheurmakers en geëxcommuniceerden consecreeren?Kunnen ketters, scheurmakers en geëxcommuniceerden consecreren?
    8. Art. 8 Kan een priester, die gedegradeerd is, dit Sacrament tot stand brengen?
    9. Art. 9 Is het geoorloofd de Communie te ontvangen van kettersche of geëxcommuniceerde of ook van zondige priesters, en hun Mis bij te wonen?Is het geoorloofd de Communie te ontvangen van ketterse of geëxcommuniceerde of ook van zondige priesters, en hun Mis bij te wonen?
    10. Art. 10 Mag een priester zich geheel onthouden van de consecratie der Eucharistie?Mag een priester zich geheel onthouden van de consecratie van de Eucharistie?
  11. Kw. 83 Over den ritus van dit SacramentOver de ritus van dit Sacrament
    1. Art. 1 Wordt bij de viering van dit Sacrament Christus geslachtofferd?
    2. Art. 2 Is de tijd voor de viering van dit Geheim op geschikte wijze vastgesteld?
    3. Art. 3 Moet men dit Sacrament vieren in een gewijd huis en met gewijd vaatwerk?
    4. Art. 4 Is hetgeen bij de viering van dit Sacrament gezegd wordt op geschikte wijze vastgesteld?
    5. Art. 5 Is alles, wat bij de viering van dit Sacrament gedaan wordt, passend?
    6. Art. 6 Kan men in de tekortkomingen, welke bij de viering van dit Sacrament voorkomen, voldoende voorzien door de voorschriften van de Kerk in acht te nemen?