Theologische Summa · Deel V · Over het HeelalbestuurSumma · Deel V · Over het HeelalbestuurSumma · Deel VDeel V

Deel V · Over het Heelalbestuur

P. I, q. 103–119 · Antwerpen, Geloofsverdediging, 1939

  1. Kw. 103 Het heelalbestuur in het algemeen
    1. Art. 1 Wordt het heelal door iemand bestuurd?
    2. Art. 2 Wat is het doel van dat bestuur?
    3. Art. 3 Is er slechts één bestuurder?
    4. Art. 4 De gevolgen van dit bestuur.
    5. Art. 5 Zijn alle dingen aan het Godsbestuur onderworpen?
    6. Art. 6 Worden alle dingen onmiddellijk door God bestuurd?
    7. Art. 7 Kan het Godsbestuur in het een of ander verijdeld worden?
    8. Art. 8 Is er iets dat de goddelijke Voorzienigheid weerstreeft?
  2. Kw. 104 De gevolgen van het goddelijk wereldbestuur in het bijzonder
    1. Art. 1 Hebben de schepselen er behoefte aan door God in hun bestaan behouden te worden?
    2. Art. 2 Worden ze onmiddellijk door God behouden?
    3. Art. 3 Kan God een ding vernietigen?
    4. Art. 4 Wordt er in feite iets vernietigd?
  3. Kw. 105 De verandering der schepselen door GodDe verandering van de schepselen door God
    1. Art. 1 Kan God onmiddellijk de stof tot den vorm bewegen?Kan God onmiddellijk de stof tot de vorm bewegen?
    2. Art. 2 Kan Hij onmiddellijk een lichaam bewegen?
    3. Art. 3 Kan Hij het verstand bewegen?
    4. Art. 4 Kan Hij den wil bewegen?Kan Hij de wil bewegen?
    5. Art. 5 Werkt God in al wat werkt?
    6. Art. 6 Kan Hij iets doen buiten de in de dingen gelegde orde om?
    7. Art. 7 Is alles wat God aldus doet een wonder?
    8. Art. 8 De verscheidenheid van wonderen.
  4. Kw. 106 Hoe het eene schepsel het andere beïnvloedtHoe het ene schepsel het andere beïnvloedt
    1. Art. 1 Beïnvloedt de eene engel het verstand van den anderen door verlichting?Beïnvloedt de ene engel het verstand van de anderen door verlichting?
    2. Art. 2 Beïnvloedt de een den wil van den ander?Beïnvloedt de een de wil van de ander?
    3. Art. 3 Kan de lagere engel den hoogeren verlichten?Kan de lagere engel de hogere verlichten?
    4. Art. 4 Verlicht de hoogere engel den lageren met betrekking tot al wat hij weet?Verlicht de hogere engel de lageren met betrekking tot al wat hij weet?
  5. Kw. 107 De gesprekken der engelenDe gesprekken van de engelen
    1. Art. 1 Spreekt de eene engel tot den anderen?Spreekt de ene engel tot de anderen?
    2. Art. 2 Spreekt ook de lagere tot den hoogeren?Spreekt ook de lagere tot de hogeren?
    3. Art. 3 Spreekt de engel ook tot God?
    4. Art. 4 Doet plaatselijke afstand iets af aan de gesprekken der engelen?Doet plaatselijke afstand iets af aan de gesprekken van de engelen?
    5. Art. 5 Verstaan allen het spreken van den eenen engel tot den anderen?Verstaan allen het spreken van de ene engel tot de anderen?
  6. Kw. 108 De rangorde der engelen naar hiërarchieën en korenDe rangorde van de engelen naar hiërarchieën en koren
    1. Art. 1 Behooren alle engelen tot één en dezelfde hiërarchie?Behoren alle engelen tot één en dezelfde hiërarchie?
    2. Art. 2 Is er in iedere hiërarchie slechts één koor?
    3. Art. 3 Zijn er meerdere engelen in één koor?
    4. Art. 4 Is het onderscheid van hiërarchieën en koren natuurlijk?
    5. Art. 5 De namen en eigenschappen der afzonderlijke koren.De namen en eigenschappen van de afzonderlijke koren.
    6. Art. 6 Vergelijking der koren onderling.Vergelijking van de koren onderling.
    7. Art. 7 Blijven de koren na den oordeelsdag?Blijven de koren na de oordeelsdag?
    8. Art. 8 Worden de menschen opgenomen in de koren der engelen?Worden de mensen opgenomen in de koren van de engelen?
  7. Kw. 109 De rangorde der slechte engelenDe rangorde van de slechte engelen
    1. Art. 1 Zijn er ook duivelenkoren?
    2. Art. 2 Is er leiderschap bij hen?
    3. Art. 3 Verlicht de een den ander?Verlicht de een de ander?
    4. Art. 4 Zijn ze onderworpen aan de leiding der goede engelen?Zijn ze onderworpen aan de leiding van de goede engelen?
  8. Kw. 110 Het beheer der engelen van de stoffelijke scheppingHet beheer van de engelen van de stoffelijke schepping
    1. Art. 1 Wordt de stoffelijke schepping door de engelen beheerd?
    2. Art. 2 Gehoorzaamt de stoffelijke schepping aan de engelen op hun wenk?
    3. Art. 3 Kunnen de engelen door eigen kracht lichamen plaatselijk bewegen?
    4. Art. 4 Kunnen goede of kwade engelen wonderen doen?
  9. Kw. 111 De inwerking der engelen op de menschenDe inwerking van de engelen op de mensen
    1. Art. 1 Kan de engel het menschelijk verstand verlichten?Kan de engel het menselijk verstand verlichten?
    2. Art. 2 Kan hij het affect beïnvloeden?
    3. Art. 3 Kan hij de verbeelding beïnvloeden?
    4. Art. 4 Kan hij de zinnen beïnvloeden?
  10. Kw. 112 De zending der engelenDe zending van de engelen
    1. Art. 1 Worden sommige engelen ter bediening uitgezonden?
    2. Art. 2 Worden allen gezonden?
    3. Art. 3 Staan allen die gezonden worden, voor God?
    4. Art. 4 Uit welke koren worden ze gezonden?
  11. Kw. 113 De engelenbewaarders
    1. Art. 1 Worden de menschen door de engelen beschermd?Worden de mensen door de engelen beschermd?
    2. Art. 2 Worden er afzonderlijke engelen met de bescherming der afzonderlijke menschen belast?Worden er afzonderlijke engelen met de bescherming van de afzonderlijke mensen belast?
    3. Art. 3 Behoort deze bescherming alleen bij de laagste koren?
    4. Art. 4 Komt het iederen mensch toe een engelbewaarder te hebben?Komt het iederen mens toe een engelbewaarder te hebben?
    5. Art. 5 Wanneer begint de bescherming van den mensch door den engel?Wanneer begint de bescherming van de mens door de engel?
    6. Art. 6 Beschermt de engel den mensch altijd?Beschermt de engel de mens altijd?
    7. Art. 7 Doet hem het verlies van zijn beschermeling leed?
    8. Art. 8 Is er vanwege de bescherming tweedracht onder de engelen?
  12. Kw. 114 De aanvallen des duivelsDe aanvallen van de duivel
    1. Art. 1 Worden de menschen door de duivels bestreden?Worden de mensen door de duivels bestreden?
    2. Art. 2 Is bekoren het eigene van den duivel?Is bekoren het eigene van de duivel?
    3. Art. 3 Komen alle zonden der menschen van de aanvallen of bekoring des duivels voort?Komen alle zonden van de mensen van de aanvallen of bekoring van de duivel voort?
    4. Art. 4 Kunnen ze wonderen werken om te verleiden?
    5. Art. 5 Worden de duivels, die door de menschen overwonnen zijn, uit den strijd tegen de menschen geweerd?Worden de duivels, die door de mensen overwonnen zijn, uit de strijd tegen de mensen geweerd?
  13. Kw. 115 De werking van het lichamelijk schepsel
    1. Art. 1 Zijn er actieve lichamen?
    2. Art. 2 Zijn er zoogenaamde zaadbeginselen in de lichamen?Zijn er zogenaamde zaadbeginselen in de lichamen?
    3. Art. 3 Zijn de hemellichamen oorzaak van hetgeen hier door de lagere lichamen gebeurt?
    4. Art. 4 Zijn ze oorzaak van de menschelijke handelingen?Zijn ze oorzaak van de menselijke handelingen?
    5. Art. 5 Zijn de duivels aan hun werking onderworpen?
    6. Art. 6 Leggen de hemellichamen noodzakelijkheid op aan datgene wat aan hun activiteit onderworpen is?
  14. Kw. 116 Het noodlot
    1. Art. 1 Is er een noodlot?
    2. Art. 2 Waarin is het noodlot?
    3. Art. 3 Is het noodlot onwrikbaar?
    4. Art. 4 Valt alles onder het noodlot?
  15. Kw. 117 De werking des menschenDe werking van de mens
    1. Art. 1 Kan de eene mensch den andere onderwijzen door in hem wetenschap te veroorzaken?Kan de ene mens de andere onderwijzen door in hem wetenschap te veroorzaken?
    2. Art. 2 Kan een mensch een engel onderwijzen?Kan een mens een engel onderwijzen?
    3. Art. 3 Kan de mensch door de kracht van zijn ziel lichamelijke stof veranderen?Kan de mens door de kracht van zijn ziel lichamelijke stof veranderen?
    4. Art. 4 Kan de van het lichaam gescheiden menschelijke ziel andere lichamen plaatselijk bewegen?Kan de van het lichaam gescheiden menselijke ziel andere lichamen plaatselijk bewegen?
  16. Kw. 118 De oorsprong van den mensch uit den mensch wat de ziel aangaatDe oorsprong van de mens uit de mens wat de ziel aangaat
    1. Art. 1 Wordt de zinnelijke ziel tegelijk met het zaad overgebracht?
    2. Art. 2 Ook de redelijke ziel?
    3. Art. 3 Zijn alle zielen tegelijk geschapen?
  17. Kw. 119 De lichamelijke voortplanting des menschenDe lichamelijke voortplanting van de mens
    1. Art. 1 Wordt er voedsel werkelijk in de menschelijke natuur opgenomen?Wordt er voedsel werkelijk in de menselijke natuur opgenomen?
    2. Art. 2 Is het zaad, dat het beginsel der menschelijke teling is, voedingsoverschot?Is het zaad, dat het beginsel van de menselijke teling is, voedingsoverschot?