Theologische Summa · Deel I · Over God in de Eenheid van zijn NatuurSumma · Deel I · Over God in de Eenheid van zijn NatuurSumma · Deel IDeel I

Deel I · Over God in de Eenheid van zijn Natuur

P. I, q. 1–26 · Antwerpen, Geloofsverdediging, 1927

  1. Kw. 1 Over de gewijde leer : wat zij is en wat zij bevatOver de gewijde leer: wat zij is en wat zij bevat
    1. Art. 1 Is er buiten de wijsbegeerte nog een andere leer noodig?Is er buiten de wijsbegeerte nog een andere leer nodig?
    2. Art. 2 Is de gewijde leer een wetenschap?
    3. Art. 3 Is de gewijde leer een enkelvoudige wetenschap?
    4. Art. 4 Is de gewijde leer een praktische wetenschap?
    5. Art. 5 Is de gewijde leer verhevener dan de andere wetenschappen?
    6. Art. 6 Is de gewijde leer de hoogste wetenschap of « wijsheid »?Is de gewijde leer de hoogste wetenschap of “wijsheid”?
    7. Art. 7 Is God het onderwerp van deze wetenschap?
    8. Art. 8 Wendt men bij deze leer bewijsvoeringen aan?
    9. Art. 9 Moet de H. Schrift in beeldspraak spreken?
    10. Art. 10 Kan in de H. Schrift eenzelfde tekst in meerdere zinnen verstaan worden?
  2. Kw. 2 Over God, of Hij bestaat
    1. Art. 1 Is het bestaan van God een uit zichzelf klaarblijkelijke waarheid?
    2. Art. 2 Kan men Gods bestaan bewijzen?
    3. Art. 3 Bestaat God?
  3. Kw. 3 Over Gods enkelvoudigheid
    1. Art. 1 Is God lichamelijk?
    2. Art. 2 Is God samengesteld uit vorm en stof?
    3. Art. 3 Is God hetzelfde als zijn wezenheid of zijn natuur?
    4. Art. 4 Is in God de wezenheid hetzelfde als het bestaan?
    5. Art. 5 Behoort God tot een geslacht?
    6. Art. 6 Zijn er bijkomstigheden in God?
    7. Art. 7 Is God geheel enkelvoudig?
    8. Art. 8 Maakt God deel uit van de dingen buiten Hem?
  4. Kw. 4 Over Gods volmaaktheid
    1. Art. 1 Is God volmaakt?
    2. Art. 2 Zijn de volmaaktheden van alle dingen in God?
    3. Art. 3 Zijn de schepselen God gelijk?
  5. Kw. 5 Over het goede in het algemeen
    1. Art. 1 Is er een wezenlijk onderscheid tusschen het goede en het zijnde?Is er een wezenlijk onderscheid tussen het goede en het zijnde?
    2. Art. 2 Gaat, naar het begrip, het goede vooraf aan het zijnde?
    3. Art. 3 Is elk zijnde goed?
    4. Art. 4 Is het goede doeloorzaak?
    5. Art. 5 Bestaat het goede in maat, soort en orde?
    6. Art. 6 Wordt het goede op geschikte wijze verdeeld in eerzaam, nuttig en behaaglijk goed?
  6. Kw. 6 Over Gods goed-zijn
    1. Art. 1 Komt het aan God toe goed te zijn?
    2. Art. 2 Is God het opperste goed?
    3. Art. 3 Is God alleen naar zijn wezenheid goed?
    4. Art. 4 Zijn alle dingen goed door het goddelijk goed-zijn?
  7. Kw. 7 Over de oneindigheid van God
    1. Art. 1 Is God oneindig?
    2. Art. 2 Kan er buiten God iets naar zijn wezenheid oneindig zijn?
    3. Art. 3 Kan er iets metterdaad oneindig zijn naar de hoegrootheid?
    4. Art. 4 Kan iets oneindig zijn in hoeveelheid?
  8. Kw. 8 Over Gods tegenwoordigheid in de schepping
    1. Art. 1 Is God in alle dingen tegenwoordig?
    2. Art. 2 Is God overal?
    3. Art. 3 Is God overal door zijn wezenheid, zijn tegenwoordigheid en zijn macht?
    4. Art. 4 Is het aan God alleen eigen overal te zijn?
  9. Kw. 9 Over de onveranderlijkheid van God
    1. Art. 1 Is God volstrekt onveranderlijk?
    2. Art. 2 Is onveranderlijk te zijn eigen aan God alleen?
  10. Kw. 10 Over de eeuwigheid van God
    1. Art. 1 Is deze begripsbepaling van de eeuwigheid goed : « Het geheel en onverdeeld volkomen bezit van een nooit-eindigend leven » ?Is deze begripsbepaling van de eeuwigheid goed: “Het geheel en onverdeeld volkomen bezit van een nooit-eindigend leven”?
    2. Art. 2 Is God eeuwig?
    3. Art. 3 Is eeuwig te zijn eigen aan God alleen?
    4. Art. 4 Is er verschil tusschen de eeuwigheid en den tijd?Is er verschil tussen de eeuwigheid en de tijd?
    5. Art. 5 Over het verschil tusschen het « aevum » en den tijdOver het verschil tussen het “aevum” en de tijd
    6. Art. 6 Is er maar één enkel « aevum »?Is er maar één enkel “aevum”?
  11. Kw. 11 Over de eenheid van God
    1. Art. 1 Voegt de eenheid iets toe aan het zijnde?
    2. Art. 2 Zijn één en veel strijdig met elkander?
    3. Art. 3 Is God één?
    4. Art. 4 Is God het meest één van alles?
  12. Kw. 12 Hoe wij God kennen
    1. Art. 1 Kan een geschapen verstand God in zijn wezenheid aanschouwen?
    2. Art. 2 Kan het geschapen verstand Gods wezenheid zien door eenige gelijkenis?Kan het geschapen verstand Gods wezenheid zien door enige gelijkenis?
    3. Art. 3 Kan Gods wezen door lichamelijke oogen aanschouwd worden?Kan Gods wezen door lichamelijke ogen aanschouwd worden?
    4. Art. 4 Kan een geschapen verstand het wezen van God aanschouwen door zijn natuurlijke kracht?
    5. Art. 5 Heeft het geschapen verstand een geschapen licht noodig om Gods wezen te aanschouwen?Heeft het geschapen verstand een geschapen licht nodig om Gods wezen te aanschouwen?
    6. Art. 6 Is de aanschouwing van Gods wezen bij den eenen volmaakter dan bij den ander?Is de aanschouwing van Gods wezen bij de ene volmaakter dan bij de ander?
    7. Art. 7 Zullen zij die God in zijn wezen aanschouwen, Hem ten volle begrijpen?
    8. Art. 8 Zien zij, die God in zijn wezen aanschouwen, alles in Hem?
    9. Art. 9 Ziet men de dingen in Gods wezen door middel van een of ander kenbeeld?
    10. Art. 10 Zien zij die God in zijn wezen aanschouwen alles wat zij in Hem zien tegelijk?
    11. Art. 11 Kan iemand in dit leven God in zijn wezen aanschouwen?
    12. Art. 12 Kunnen wij in dit leven God kennen door ons natuurlijk verstand?
    13. Art. 13 Hebben wij door de genade een verhevener kennis van God dan door de natuurlijke rede?
  13. Kw. 13 Over de goddelijke namen
    1. Art. 1 Is er een geschikte naam om God te benoemen?
    2. Art. 2 Duiden sommige namen Gods zelfstandigheid aan?
    3. Art. 3 Worden sommige namen op God toegepast in eigenlijken zin?Worden sommige namen op God toegepast in eigenlijke zin?
    4. Art. 4 Zijn de namen van God gelijkbeteekenend?Zijn de namen van God gelijkbetekenend?
    5. Art. 5 Zijn de gemeenschappelijke namen van God en van de schepselen éénzinnig?Zijn de gemeenschappelijke namen van God en van de schepselen eenzinnig?
    6. Art. 6 Zijn die namen eerder van de schepselen zegbaar dan van God?
    7. Art. 7 Worden de namen die een betrekking tot de schepselen meebrengen, op God toegepast met een begin in den tijd?Worden de namen die een betrekking tot de schepselen meebrengen, op God toegepast met een begin in de tijd?
    8. Art. 8 Duidt de naam God de goddelijke natuur aan?
    9. Art. 9 Is de naam God onmededeelbaar?
    10. Art. 10 Is de naam God in eenzinnige of dubbelzinnige wijze zegbaar van Hem, die van nature God is, van de wezens, die door deelhebben God zijn, en van hen, die God zijn naar de meening der menschen?Is de naam God in eenzinnige of dubbelzinnige wijze zegbaar van Hem, die van nature God is, van de wezens, die door deelhebben God zijn, en van hen, die God zijn naar de mening van de mensen?
    11. Art. 11 Is de naam Hij die is de meest geeigende naam voor God?Is de naam Hij die is de meest geëigende naam voor God?
    12. Art. 12 Kunnen wij bevestigende zinnen vormen omtrent God?
  14. Kw. 14 Over de kennis van God
    1. Art. 1 Is er wetenschap in God?
    2. Art. 2 Begrijpt God zijn eigen wezen?
    3. Art. 3 Begrijpt God zichzelf ten volle?
    4. Art. 4 Is de kennis van God zijn zelfstandigheid?
    5. Art. 5 Kent God wat buiten Hem ligt?
    6. Art. 6 Kent God, door een eigen kennis, wat buiten Hem ligt?
    7. Art. 7 Gaat de kennis van God over van het een naar het ander?
    8. Art. 8 Is de kennis van God de oorzaak van de dingen?
    9. Art. 9 Kent God het niet-zijnde?
    10. Art. 10 Kent God het kwaad?
    11. Art. 11 Kent God de dingen in het bizonder?
    12. Art. 12 Kan God het oneindige kennen?
    13. Art. 13 Kent God het wisselvallige in de toekomst?
    14. Art. 14 Kent God de uitdrukking van het oordeel?
    15. Art. 15 Is Gods kennis veranderlijk?
    16. Art. 16 Heeft God een bespiegelende kennis van de dingen?
  15. Kw. 15 Over de ideeën
    1. Art. 1 Zijn er ideeën?
    2. Art. 2 Zijn er meerdere ideeën?
    3. Art. 3 Zijn er ideeën voor al wat God kent?
  16. Kw. 16 Over de waarheid
    1. Art. 1 Is de waarheid alleen in het verstand?
    2. Art. 2 Is de waarheid alleen in het samenstellend en scheidend verstand?
    3. Art. 3 Zijn het ware en het zijnde omkeerbaar?
    4. Art. 4 Gaat het goede, naar het begrip, het ware vooraf?
    5. Art. 5 Is God de waarheid?
    6. Art. 6 Is de waarheid, waardoor alle dingen waar zijn, eenig?Is de waarheid, waardoor alle dingen waar zijn, enig?
    7. Art. 7 Is de geschapen waarheid eeuwig?
    8. Art. 8 Is de waarheid onveranderlijk?
  17. Kw. 17 Over de valschheidOver de valsheid
    1. Art. 1 Is er valschheid in de dingen?Is er valsheid in de dingen?
    2. Art. 2 Is er valschheid in de zinnen?Is er valsheid in de zinnen?
    3. Art. 3 Is er valschheid in het verstand?Is er valsheid in het verstand?
    4. Art. 4 Is er tusschen het ware en het valsche een verhouding van tegenstelling?Is er tussen het ware en het valse een verhouding van tegenstelling?
  18. Kw. 18 Over het leven van God
    1. Art. 1 Leven alle natuurdingen?
    2. Art. 2 Is het leven een werking?
    3. Art. 3 Komt het leven toe aan God?
    4. Art. 4 Zijn alle dingen leven in God?
  19. Kw. 19 Over den wil van GodOver de wil van God
    1. Art. 1 Heeft God een wil?
    2. Art. 2 Wil God de dingen, die buiten Hem liggen?
    3. Art. 3 Wil God alles wat Hij wil, noodzakelijk?
    4. Art. 4 Is Gods wil de oorzaak van de dingen?
    5. Art. 5 Is Gods wil afhankelijk van een oorzaak?
    6. Art. 6 Wordt Gods wil altijd vervuld?
    7. Art. 7 Is Gods wil veranderlijk?
    8. Art. 8 Is alles noodzakelijk omdat het door God gewild is ?Is alles noodzakelijk omdat het door God gewild is?
    9. Art. 9 Wil God het kwaad ?Wil God het kwaad?
    10. Art. 10 Is God vrij ?Is God vrij?
    11. Art. 11 Moet men in God een « willen van het teeken » aannemen?Moet men in God een “willen van het teken” aannemen?
    12. Art. 12 Moet men in God vijf verschillende « willen van het teeken » aannemen ?Moet men in God vijf verschillende “willen van het teken” aannemen?
  20. Kw. 20 Over de liefde van God
    1. Art. 1 Is er Liefde in God?
    2. Art. 2 Bemint God alles?
    3. Art. 3 Bemint God het een meer dan het ander?
    4. Art. 4 Bemint God steeds het beste met de grootste liefde?
  21. Kw. 21 Over Gods rechtvaardigheid en barmhartigheid
    1. Art. 1 Is er rechtvaardigheid in God?
    2. Art. 2 Is Gods rechtvaardigheid, waarheid?
    3. Art. 3 Is God barmhartig?
    4. Art. 4 Is God barmhartig en rechtvaardig in al zijn werken?
  22. Kw. 22 Over de voorzienigheid van God
    1. Art. 1 Moet de Voorzienigheid aan God worden toegeschreven?
    2. Art. 2 Is alles aan Gods Voorzienigheid onderworpen?
    3. Art. 3 Voorziet God onmiddellijk in alles ?Voorziet God onmiddellijk in alles?
    4. Art. 4 Oefent Gods voorzienigheid dwang uit op de dingen, waartoe ze zich uitstrekt ?Oefent Gods voorzienigheid dwang uit op de dingen, waartoe ze zich uitstrekt?
  23. Kw. 23 Over de voorbestemming
    1. Art. 1 Worden de menschen door God voorbestemd ?Worden de mensen door God voorbestemd?
    2. Art. 2 Beantwoordt er in de voorbestemden iets aan de voorbestemming ?Beantwoordt er in de voorbestemden iets aan de voorbestemming?
    3. Art. 3 Worden sommigen door God verworpen?
    4. Art. 4 Worden de voorbestemden door God uitverkoren?
    5. Art. 5 Is de voorkennis der verdiensten de oorzaak van de voorbestemming?Is de voorkennis van de verdiensten de oorzaak van de voorbestemming?
    6. Art. 6 Is de Voorbestemming zeker?
    7. Art. 7 Staat het getal der voorbestemden vast?Staat het getal van de voorbestemden vast?
    8. Art. 8 Dragen de gebeden der Heiligen tot de voorbestemming iets bij?Dragen de gebeden van de Heiligen tot de voorbestemming iets bij?
  24. Kw. 24 Over het Boek des LevensOver het Boek van het Leven
    1. Art. 1 Is het Boek des Levens hetzelfde als de Voorbestemming?Is het Boek van het Leven hetzelfde als de Voorbestemming?
    2. Art. 2 Heeft het Boek des Levens alleen betrekking op de glorie der voorbestemden?Heeft het Boek van het Leven alleen betrekking op de glorie van de voorbestemden?
    3. Art. 3 Kan iemand geschrapt worden uit het Boek des Levens?Kan iemand geschrapt worden uit het Boek van het Leven?
  25. Kw. 25 Over de macht van God
    1. Art. 1 Moeten wij aan God de macht toeschrijven, of aanleg en vermogen?
    2. Art. 2 Is de macht van God oneindig?
    3. Art. 3 Is God almachtig?
    4. Art. 4 Kan God het verleden ongedaan maken?
    5. Art. 5 Kan God doen, wat Hij niet doet?
    6. Art. 6 Kan God de dingen, die Hij gemaakt heeft, beter maken?
  26. Kw. 26 Over het geluk van God
    1. Art. 1 Komt het geluk aan God toe?
    2. Art. 2 Is God gelukkig door het verstand?
    3. Art. 3 Is God het geluk van iederen gelukzalige?Is God het geluk van iedere gelukzalige?
    4. Art. 4 Sluit het geluk van God alle geluk in?