Deel XII · Over het Geloof
P. II-II, q. 1–16 · Antwerpen, Geloofsverdediging, 1930
- Kw. 1 Over het geloof
- Art. 1 Is het voorwerp van het geloof de eerste Waarheid?
- Art. 2 Is het voorwerp van het Geloof samengesteld, zooals de uitdrukking van een oordeel?Is het voorwerp van het Geloof samengesteld, zoals de uitdrukking van een oordeel?
- Art. 3 Is het mogelijk iets te gelooven, wat valsch is?Is het mogelijk iets te geloven, wat vals is?
- Art. 4 Kan het voorwerp van het geloof iets zijn, wat men ziet?
- Art. 5 Kan het voorwerp van het geloof iets zijn, wat men weet?
- Art. 6 Moet het voorwerp van het geloof naar bepaalde artikelen onderscheiden worden?
- Art. 7 Is het aantal der geloofsartikelen aangegroeid in den loop van den tijd?Is het aantal van de geloofsartikelen aangegroeid in de loop van de tijd?
- Art. 8 Worden de artikelen des geloofs op geschikte wijze opgesomd?Worden de artikelen van het geloof op geschikte wijze opgesomd?
- Art. 9 Worden de artikelen des geloofs op geschikte wijze samengevat in een of ander Symbolum?Worden de artikelen van het geloof op geschikte wijze samengevat in een of ander Symbolum?
- Art. 10 Komt het aan den Paus toe, een Symbolum des geloofs uit te vaardigen?Komt het aan de Paus toe, een Symbolum van het geloof uit te vaardigen?
- Kw. 2 Over de inwendige geloofsdaad
- Art. 1 Is gelooven een instemmend onderzoek?Is geloven een instemmend onderzoek?
- Art. 2 Moet men spreken van : Gelooven aan God, God gelooven, gelooven in God, als over verschillende geloofsdaden?Moet men spreken van: Geloven aan God, God geloven, geloven in God, als over verschillende geloofsdaden?
- Art. 3 Moet men, om zalig te worden, iets gelooven, wat boven de natuurlijke rede uitgaat?Moet men, om zalig te worden, iets geloven, wat boven de natuurlijke rede uitgaat?
- Art. 4 Moet men gelooven wat de natuurlijke rede kan bewijzen?Moet men geloven wat de natuurlijke rede kan bewijzen?
- Art. 5 Moet men iets uitdrukkelijk gelooven?Moet men iets uitdrukkelijk geloven?
- Art. 6 Moeten alle menschen hetzelfde uitdrukkelijk gelooven?Moeten alle mensen hetzelfde uitdrukkelijk geloven?
- Art. 7 Moeten allen, om zalig te worden, het geheim van Christus' menschwording uitdrukkelijk gelooven?Moeten allen, om zalig te worden, het geheim van Christus' menswording uitdrukkelijk geloven?
- Art. 8 Moet men, om zalig te worden, uitdrukkelijk gelooven in de Drieëenheid?Moet men, om zalig te worden, uitdrukkelijk geloven in de Drieëenheid?
- Art. 9 Is het geloof verdienstelijk?
- Art. 10 Vermindert een verstandsreden, die men aanvoert om de geloofswaarheden te bewijzen, de verdienste van het geloof?
- Kw. 3 Over de uitwendige geloofsdaad
- Kw. 4 Over de deugd van geloof
- Art. 1 Is dit een geschikte begripsbepaling van het geloof : « Het geloof is de zelfstandigheid van de dingen, die wij hopen, het bewijs van zaken, die wij niet zien. »?Is dit een geschikte begripsbepaling van het geloof: “Het geloof is de zelfstandigheid van de dingen, die wij hopen, het bewijs van zaken, die wij niet zien.”?
- Art. 2 Is het verstand de zetel van het geloof?
- Art. 3 Is de liefde de vorm van het geloof?
- Art. 4 Kan het dood geloof levend worden, en andersom?
- Art. 5 Is het geloof een deugd?
- Art. 6 Is de deugd van geloof één?
- Art. 7 Is het geloof de eerste onder de deugden?
- Art. 8 Heeft men grooter zekerheid door het geloof dan door de wetenschap en de andere verstandelijke deugden?Heeft men groter zekerheid door het geloof dan door de wetenschap en de andere verstandelijke deugden?
- Kw. 5 Over degenen, die het geloof bezitten
- Art. 1 Hadden de engelen of de menschen in hun eersten staat het geloof?Hadden de engelen of de mensen in hun eersten staat het geloof?
- Art. 2 Hebben de duivelen het geloof?
- Art. 3 Kan een ketter, die weigert een enkel artikel des geloofs te aanvaarden, een dood geloof hebben omtrent de andere artikelen?Kan een ketter, die weigert een enkel artikel van het geloof te aanvaarden, een dood geloof hebben omtrent de andere artikelen?
- Art. 4 Kan het geloof grooter zijn bij den een dan bij den ander?Kan het geloof groter zijn bij de een dan bij de ander?
- Kw. 6 Over de oorzaak van het geloof
- Kw. 7 Over de uitwerkselen van het geloof
- Kw. 8 Over de gave van verstand
- Art. 1 Is het verstand een gave van den Heiligen Geest?Is het verstand een gave van de Heilige Geest?
- Art. 2 Kan de gave van het verstand samengaan met het geloof?
- Art. 3 Is de gave van verstand alleen bespiegelend of ook praktisch?
- Art. 4 Hebben allen, die in staat van genade zijn, de gave van verstand?
- Art. 5 Bezitten ook zij, die de heiligmakende genade niet hebben, de gave van verstand?
- Art. 6 Verschilt de gave van verstand van de andere gaven?
- Art. 7 Beantwoordt aan de gave van verstand de zesde zaligheid, nl. : « Zalig zijn de zuiveren van harte, want zij zullen God zien. »?Beantwoordt aan de gave van verstand de zesde zaligheid, nl.: “Zalig zijn de zuiveren van harte, want zij zullen God zien.”?
- Art. 8 Beantwoordt onder de vruchten het geloof aan de gave van verstand?
- Kw. 9 Over de gave van wetenschap
- Art. 1 Is de wetenschap een gave?
- Art. 2 Heeft de gave van wetenschap betrekking op het goddelijke?
- Art. 3 Is de gave van wetenschap een praktische kennis?
- Art. 4 Beantwoordt aan de gave van wetenschap de derde zaligheid, nl.: « Zalig zij die weenen, want zij zullen vertroost worden »?Beantwoordt aan de gave van wetenschap de derde zaligheid, nl.: “Zalig zij die wenen, want zij zullen vertroost worden”?
- Kw. 10 Over het ongeloof in het algemeen
- Art. 1 Is ongeloof zonde?
- Art. 2 Is het verstand de zetel van het ongeloof?
- Art. 3 Is het ongeloof de grootste zonde?
- Art. 4 Is elke daad van een ongeloovige zonde?Is elke daad van een ongelovige zonde?
- Art. 5 Zijn er verschillende soorten van ongeloof?
- Art. 6 Is het geloof der heidenen een zwaarder zonde dan dat van de anderen?Is het geloof van de heidenen een zwaarder zonde dan dat van de anderen?
- Art. 7 Mag men in het openbaar redetwisten met de ongeloovigen?Mag men in het openbaar redetwisten met de ongelovigen?
- Art. 8 Mag men de ongeloovigen dwingen om te gelooven?Mag men de ongelovigen dwingen om te geloven?
- Art. 9 Mag men met de ongeloovigen omgaan?Mag men met de ongelovigen omgaan?
- Art. 10 Mogen de ongeloovigen aangesteld worden als oversten of gezagvoerders over de geloovigen?Mogen de ongelovigen aangesteld worden als oversten of gezagvoerders over de gelovigen?
- Art. 11 Mag men den eeredienst der ongeloovigen dulden?Mag men de eredienst van de ongelovigen dulden?
- Art. 12 Mag men de kinderen van de Joden en andere ongeloovigen doopen tegen den wil der ouders in?Mag men de kinderen van de Joden en andere ongelovigen dopen tegen de wil van de ouders in?
- Kw. 11 Over de ketterij
- Kw. 12 Over de geloofsverzaking
- Art. 1 Behoort de geloofsverzaking tot het ongeloof?
- Art. 2 Verliest een vorst, die aan het geloof verzaakt, zijn gezag over zijn onderdanen, zoodat zij hem niet meer moeten gehoorzamen?Verliest een vorst, die aan het geloof verzaakt, zijn gezag over zijn onderdanen, zodat zij hem niet meer moeten gehoorzamen?
- Kw. 13 Over de zonde van godslastering in het algemeen
- Kw. 14 Over de godslastering tegen den Heiligen GeestOver de godslastering tegen de Heilige Geest
- Art. 1 Is de zonde tegen den Heiligen Geest hetzelfde als de zonde uit bepaalde boosheid?Is de zonde tegen de Heilige Geest hetzelfde als de zonde uit bepaalde boosheid?
- Art. 2 Worden de zes soorten van zonden tegen den Heiligen Geest op geschikte wijze aangegeven?Worden de zes soorten van zonden tegen de Heilige Geest op geschikte wijze aangegeven?
- Art. 3 Kan men van de zonde tegen den Heiligen Geest geen vergiffenis bekomen?Kan men van de zonde tegen de Heilige Geest geen vergiffenis bekomen?
- Art. 4 Kan de eerste zonde, die iemand bedrijft, een zonde zijn tegen den Heiligen Geest?Kan de eerste zonde, die iemand bedrijft, een zonde zijn tegen de Heilige Geest?
- Kw. 15 Over de ondeugden, die tegengesteld zijn aan de gaven van wetenschap en verstand
- Art. 1 Is de verblindheid van den geest zonde?Is de verblindheid van de geest zonde?
- Art. 2 Is de verstomping van de zinnen een andere zonde dan de verblindheid van den geest?Is de verstomping van de zinnen een andere zonde dan de verblindheid van de geest?
- Art. 3 Komen de verblindheid van den geest en de verstomptheid der zinnen voort uit de zonden van het vleesch?Komen de verblindheid van de geest en de verstomptheid van de zinnen voort uit de zonden van het vlees?
- Kw. 16 Over de geboden, die betrekking hebben op het geloof, de wetenschap en het verstand